C07Factsheet Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+)
Tekst van het document
Factsheet Samenwerking (Afval)waterketen Zeeland (SAZ+) Voorliggend document geeft een beknopte weergave van de uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten van SAZ+ (Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland) in de voorbije jaren. De Samenwerking bestaat uit de 13 Zeeuwse gemeenten, Evides en waterschap Scheldestromen. Het gezamenlijk doel is het effectief en verantwoord in stand houden en vormgeven van de waterketen, als zijnde één systeem en één organisatie. De factsheet is een korte toelichting op wat SAZ+ is en geeft een handreiking voor het opnemen van het belang van de samenwerking in de coalitieprogramma’s van de gemeenten en volgend jaar waterschap in Zeeland.
Tekst om op te nemen in coalitieprogramma: Samen werken aan een toekomstbestendige waterhuishouding In Zeeland werken alle gemeenten, het waterschap Scheldestromen en het waterbedrijf samen in de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+) voor een doelmatige en toekomstbestendige waterhuishouding in het stedelijke gebied. Dit helpt ons om de kwaliteit van de waterketen te verbeteren, de kwetsbaarheid van de organisatie te verminderen en de stijging van de jaarlijkse kosten te beperken. De inrichting van de openbare ruimte, riolering, rioolwaterzuivering en drinkwatervoorziening stemmen we op elkaar af en als het mogelijk is voeren we taken gezamenlijk uit. Met het oog op de realisatie van de klimaatadaptatie, energie- en warmtetransitie en ook de woningbouw opgave ondersteunen wij deze samenwerkingsvorm. Al de grote transities vinden plaats in de openbare ruimte. Het blijvend goed functioneren, betaalbaar houden en de afstemming tussen de waterketen en de toekomstige ontwikkelingen is van groot belang voor de volksgezondheid en kwaliteit van de leefomgeving. De waterketen is een van de sturende actoren voor de ruimtelijke ordening.
Bestuursakkoorden van de koepels:
In 2011 zijn door het Rijk, de Vereniging van Nederlandse gemeenten, de Unie van waterschappen en drinkwaterbedrijven via het Bestuursakkoord Water afspraken gemaakt over een doelmatiger waterbeheer. Het doelmatig samenwerken in de afvalwaterketen had tot doel: • Het vergroten van de kwaliteit van de uitvoering van de beheertaken en het innovatievermogen (kennis) • Het verminderen van de personele kwetsbaarheid bij de uitvoering van de beheertaken
• Het realiseren van kostenbesparingen in het beheer van de afvalwaterketen. Op 31 oktober 2018 hebben de waterpartners aanvullende afspraken gemaakt op het Bestuursakkoord Water. Dit omdat nieuwe opgaven vragen om nieuwe afspraken. Het addendum bevat nieuwe en hernieuwde afspraken over de volgende onderwerpen (samengevat): 1. De kansen van de informatiesamenleving Sturen met data en technologieën maakt het makkelijker om meer samen te werken en integraal te werken. 2. De risico’s van digitale dreigingen Tegenover de kansen van digitalisering staan bedreigingen, bijvoorbeeld op het gebied van cybersecurity. 3. Het succes van regionale samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven Door kennis te delen, taken gezamenlijk uit te voeren en investeringen op elkaar af te stemmen, zijn al veel doelstellingen uit het BAW gerealiseerd. Nu gaan we volgende stappen zetten om het waterbeheer verder te professionaliseren en om de personele kwetsbaarheid van onze organisaties te verminderen. 4. Implementatie van de Omgevingswet in de waterketen In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De nieuwe wet biedt de waterpartners kansen – dankzij verdere versterking van de samenwerking - om meer regionaal maatwerk te leveren.
Bestuursakkoord Klimaatadaptatie (20 november 2018) Rijk, VNG, UvW en IPO geven met het Bestuursakkoord klimaatadaptatie een impuls aan de aanpak van klimaatadaptatie en uitvoering aan de maatregelen zoals afgesproken in het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. De inzet is om daarvoor in totaal € 300 miljoen van het Rijk en € 300 miljoen van de decentrale overheden beschikbaar te stellen. Deze inzet is deels intentioneel. Met name bij de water robuuste inrichting uit dit Bestuursakkoord heeft de SAZ+ een belangrijke rol. Zo wordt de onder het bestuursakkoord hangende Impulsregeling DPRA (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) voor een groot deel ingevuld met maatregelen die via de Stedelijke Wateropgave van de SAZ+ zijn geformuleerd. Daarnaast is er sterke relatie met de grondwaterzorgplicht en onderzoek naar hergebruik van effluent die in de jaarplannen van de SAZ+ een plaats hebben.
Uitgangspunt voor beide bestuursakkoorden is dat de partners in de waterketen door samenwerking de opgaven realiseren.
Van Visie naar strategie, programmalijnen en jaarplannen
De Visie waterketen Zeeland (d.d. nov 2017) is doorvertaald naar een gezamenlijke Strategie SAZ+ 2030. In 2021 is concrete invulling gegeven aan de 3 programmalijnen door deze sterker te karakteriseren, de relatie naar de omgeving van SAZ+ te leggen en de projecten en initiatieven te koppelen aan een programmalijn. Vanuit de technisch inhoudelijke waterketen die centraal staat, komt klimaatadaptatie, specifiek de verwerking van water in het stedelijk gebied, omgevingswet, assetmanagement en de integrale programmering tussen deze onderdelen sterk aan bod.
De waterketen bestaat concreet uit de drinkwaterproductie en -distributie, de rioleringsystemen voor de inzameling en transport van het afvalwater en de rioolwaterzuiveringsinstallaties. De waterketen heeft een grote mate van interactie met de omgeving, de openbare ruimte.
De 3 programmalijnen De eerste programmalijn is gericht op integrale programmering bij inrichting van de buitenruimte. In de tweede programmalijn, Water in de keten, ligt de focus op de technische inhoud van het doelmatig en duurzaam inrichten van de waterketen. In programmalijn 3 wordt vanuit de waterketen als basis, gekeken naar het watersysteem als geheel, met een focus op klimaatbestendigheid.
De projecten binnen de SAZ+ gekoppeld aan de programmalijnen:
irc lariteit
3 programmalijnen in schema sche weergave n mmering verwijst naar paragraa jaarplan 0
i e we o Deltaplan oet water vervolg
rondwa teri rt kl i ma a tvera nderi ng ontwikkelen beleid mgevingswet
projecten 0 3 0 ni e w meerja ren progra mma
ronds l a g ta ri even ri ool he ng ergebr i k Ri ool vreemd e ent wa ter el ei d l ozi ngen ar cipa e b i tengebi ed
rondwa teri rt ateroverlast kl i ma a tvera nderi ng opga ven i n beel d brengen
li aatada ta e tedel i jke i tvoeri ng
i e
a teropga ve
Droogte
p ma l i s a e s t ri ng a va l wa ter
ez emalenbeheer chel des tromen 3 ez ema l enbeheerev hol en Ri oba s e
nergietransi e
erinric ng stedelijk gebied
iddelb rg
ebr ikRio 3
Da ta i twi s s el i ng riool in ras tr ct r 3 3 l a wdr k R 3
bs rv 3
e eer en onder o d stedelijk gebied
it reiding tsvoorzieningen stedelijk gebied lasvezel
erkgroep os tenmonitoring
hema groep i e we ntwi kkel i ngen
mgevi ngs
armtetransi e lektri wet ca vi s iee mobiliteit laadpalen 3
erkgroep comm nica e
Resultaten 2011-2020
In 2021 heeft de kostenmonitoring over 2020 plaatsgevonden. 2020 was het jaar waarin de ombuiging naar minder meerkosten zoals afgesproken in het Bestuursakkoord Water d.d. 2011 gerealiseerd moest zijn. Jaarlijkse kosten in relatie tot (geïndexeerd) kostenplafond Onderstaande grafiek geeft de kosten per jaar aan. Deze kosten zijn op basis van het actuele prijspeil van het betre ende jaar De ‘doelbedragen’ gele lijn) zijn hierin geïndexeerd en geeft het kostenplafond aan. Ook moet rekening worden gehouden met ontwikkelingen die kostenverhogend hebben gewerkt in de beschouwde periode. Uitgaande van het feitenonderzoek uit 2010 (van VEWIN, VNG en UvW), dat bepalend is geweest voor de te realiseren ombuiging naar minder meerkosten, was de verwachting dat tot 2020: • • •
De kosten voor rioleringsbeheer met 30% toenamen. De kosten voor zuivering een stijging van bijna 20% lieten zien. De kosten voor drinkwater bij gelijke belastingdruk vrijwel constant bleven.
Aangenomen werd dat door samenwerking in de gehele waterketen een kostenreductie van ca. 14,5% mogelijk was in 2020. Zonder ombuiging was de verwachting dat de (geïndexeerde) jaarlijkse kosten voor het waterschap en de Zeeuwse gemeenten in 2020 tot €87,5 iljoen zo den stijgen.
Aan de visitatiecommissie is destijds aangegeven dat de ombuiging voor wat betreft gemeenten en waterschap in Zeeland er toe leidt dat de totale kosten in 2020 maximaal stijgen tot €70 iljoen (prijspeil 2013). Op basis van de CBS-indexering (Grond-, weg- en waterbouw) komt dit bedrag voor de totale jaarlijkse kosten o. .v. rijs eil 2020 it o € 75,2 iljoen. Dit betekende een vermindering van de jaarlijkse kosten van ca € ,3 miljoen prijspeil 0 0
Met het resultaat van de werkelijke kosten van € 73,7 iljoen in 2020 zijn we daar nog eens 2% onder gebleven. Daarmee is in de afvalwaterketen een o iging van jaarlijks € 13,8 miljoen bereikt. De volgende factoren hebben ook nog invloed gehad op de stijging van de kosten: • • • •
bijkomende kosten ca € 3 miljoen die doorberekend (mogen) worden in de rioolheffing, de areaal uitbreidingen (m.n. operationele kosten naast mogelijk investeringen), uitbreiding van de zorgplichten van alleen afvalwater naar ook regenwater en grondwater, die nog niet in alle R ’s verwerkt waren zijn, de klimaatmaatregelen
Het werkelijke resultaat van de ombuiging van de kosten is door de genoemde factoren dus groter dan de geformuleerde doelstelling.
Opgaven voor toekomst – kennis en ervaringen delen, grote vraagstukken samen oppakken
De waterketen is een van de belangrijke elementen bij het realiseren van de grote transities in de nabije toekomst. De interactie tussen de waterketen en de omgeving is breed, divers en de effecten van de waterketen op de omgeving kan groot zijn. Het belang van een goed functionerende waterketen, die voorziet in voldoende drinkwater, een goede inzameling en afvoer van afvalwater, het goed afvoeren van (overtollig) hemelwater en het verantwoord lozen van het gezuiverde afvalwater op de omgeving vraagt om een goede aansluiting met (andere) regionale en landelijke ontwikkelingen zoals Deltaplannen en impulsregelingen.
We moeten met alle partners in de waterketen samen sturen op het realiseren van de klimaatadaptatie van de openbare ruimte, de KRW-doelen, maar ook het mede realiseren van de woningbouwopgaven, de energie- en warmtetransitie, bijdragen aan voldoende zoet water voor de omgeving, landbouw, bedrijven en industrie.