Bijlagen toelichting bp Buitengebied - samengevoegd
Tekst van het document
RAPPORT Quickscan mer-beoordeling bestemmingsplan Buitengebied Hulst, 3e herziening
Klant:
Gemeente Hulst
Referentie: BH5885TPRP2101291019 Status:
0.1/S0
Datum:
16 maart 2023
Pr ojectgerelat eerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
George Hintzenweg 85 3068 AX ROTTERDAM Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 90 00 T +31 10 209 44 26 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Quickscan mer-beoordeling bestemmingsplan Buitengebied Hulst, 3e herziening Ondertitel: Quickscan m.e.r.-beoordelingsnotitie Buitengebied Hulst Referentie: BH5885TPRP2101291019 Status: 0.1/S0 Datum: 16 maart 2023 Projectnaam: Bestemmingsplan Buitengebied Hulst, 3e herziening Projectnummer: BH5885 Auteur(s): Opgesteld door: Gecontroleerd door: Datum: Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
i
Pr ojectgerelat eerd
Contents 1
INLEIDING .............................................................................................................. 2
1.1
Algemeen .......................................................................................................................... 2
1.2
Waarom een m.e.r.-beoordeling? ....................................................................................... 2
1.3
3
1.4
Leeswijzer.......................................................................................................................... 3
2
WETTELIJK KADER m.e.r. -beoordeling .............................................................. 4
2.1
Algemeen .......................................................................................................................... 4
2.2
Toetsing aan het Besluit mer: de procedure ...................................................................... 4
2.3
1.
M.e.r.-beoordelingsplicht ................................................................................................... 5 Kenmerken van de projecten ............................................................................................. 6
2.
Plaats van de projecten...................................................................................................... 6
3.
Kenmerken van het potentiële effect .................................................................................. 6
3.2
Cumulatie met andere projecten ........................................................................................ 8
3.3
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ............................................................................ 8
3.4
De productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder .................................................... 8
3.5
Risico van ongevallen ........................................................................................................ 8
3.6
Conclusie kenmerken van het project ................................................................................ 8
4
PLAATS VAN HET PROJECT ................................................................................ 9
4.1
Ligging van het plangebied ................................................................................................ 9
4.2
Het bestaande en voorgenomen gebruik ........................................................................... 9
4.3
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu ................................................................... 10
4.4
Conclusie locatie van het project...................................................................................... 10
5
KENMERKEN VAN DE POTENTIELE EFFECTEN .............................................. 11
5.1
Archeologie...................................................................................................................... 11
5.2
Bodem ............................................................................................................................. 11
5.3
Luchtkwaliteit ................................................................................................................... 11
5.4
Water............................................................................................................................... 11
5.5
Ecologie........................................................................................................................... 11
5.6
Mobiliteit .......................................................................................................................... 13
5.7
Externe veiligheid ............................................................................................................ 13
5.8
Geluid .............................................................................................................................. 13
5.9
Landschap en cultuurhistorie ........................................................................................... 13
5.10
Conclusie kenmerken van potentiële effecten .................................................................. 14
6
CONCLUSIE.......................................................................................................... 14
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
1
Pr ojectgerelat eerd
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In mei 2013 is het bestemmingsplan Buitengebied Hulst vastgesteld. In de jaren daarna zijn diverse planologische procedures doorlopen en zijn er onderdelen in het plan die de gemeente nog moet repareren. Verder geldt dat de provincie Zeeland een nieuwe provinciaal omgevingsplan en verordening heeft vastgesteld en gemeente beleidstukken nog niet zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Het opstellen van een herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied is derhalve wenselijk. Het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 Plangebied Bestemmingsplan Buitengebied Hulst
1.2
Waarom een m.e.r.-beoordeling?
Waterschap Scheldestromen is voornemens om de Kruispolder te herinrichten en de capaciteit van gemaal Paal uit te breiden. Dit voornemen vloeit voort uit de Planvorming Wateropgave Campen. Het watersysteem van afvoergebied Campen voldoet niet aan de normering voor wateroverlast. Op diverse locaties is de situatie te nat bij extreme neerslag. In de Kruispolder zelf is de situatie vooral te nat bij reguliere situaties. De herinrichting bestaat uit de aanleg/aanpassing van watergangen, dempen van watergangen en aanpassing van diverse kunstwerken. Om deze aanpassingen mogelijk te maken is een Projectplan Waterwet opgesteld en is een bestemmingsplanprocedure 1 doorlopen. De voorgenomen activiteit behelst de wijziging van de bestemming Water naar Agrarisch, waarbij geen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of gebruiks- of bouwmogelijkheden worden aanpast. Water-, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen zijn binnen zowel Water als Agrarisch toegestaan.
1Bestemmingsplan ‘Herinrichting Kruispolder’, vastgesteld 15 april 2021
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
2
Pr ojectgerelat eerd
De Kruispolder is een landbouwgebied met akkers, weilanden en laagstamboomgaarden. De waterlopen zijn deels uit oude kreekrestanten. Met het oog op een landbouwkundige structuurverbetering zal het krekenstelsel worden vervangen door een geometrisch stelsel van nieuwe watergangen. De herinrichting van de Kruispolder door aanleg/aanpassing en dempen van watergangen kan worden beschouwd als ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een waterbeheersingsproject voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van irrigatie- en droogleggingsprojecten’ als bedoeld in D13 uit de D-lijst van het Besluit-mer. De activiteit heeft betrekking op een kleiner oppervlakte dan 100 hectare en valt daarmee onder de drempelwaarde. Dit betekent dat er voor de voorgenomen uitbreiding een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is.
1.3
Leeswijzer
Deze notitie sluit aan bij de indeling zoals vermeld in Bijlage III van de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling Richtlijn 2011/92/EU. Hoofdstuk 2 bevat het wettelijk kader omtrent de m.e.r.-beoordelingsnotitie. Hoofdstuk 3 en 4 beschrijven achtereenvolgens de kenmerken en de plaats van het project. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de voorziene (milieu)effecten van het plan op de omgeving toegelicht. Tot slot zijn in hoofdstuk 6 de conclusies getrokken.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
3
Pr ojectgerelat eerd
2
WETTELIJK KADER m.e.r. -beoordeling
2.1
Algemeen
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt gebruikt om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer zijn de wettelijke bepalingen opgenomen voor de mer. In artikel 7.2 en 7.2a is beschreven wanneer een mer-plicht geldt. In de richtlijn mer (2011/92/EU) heeft de Europese Unie aangegeven bij welke activiteiten er zeer waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. In de Wet milieubeheer is in artikel 7.2 aangegeven dat voor dergelijke activiteiten mogelijk een mer-plicht geldt. De in de Europese Richtlijn genoemde activiteiten zijn door de Nederlandse wetgever overgenomen en verwerkt in het Besluit mer. De activiteiten zijn onderverdeeld in: Activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu en waarvoor het opstellen van een milieueffectrapport (MER) verplicht is (onderdeel C van de bijlage bij Besluit mer); Activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij Besluit mer). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer een activiteit is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit mer én de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een mer-plicht respectievelijk een mer-beoordelingsplicht.
De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) óók als de drempelwaarde niet wordt overschreden, maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (artikel 2 lid 5 Besluit mer). In dat geval is een vormvrije mer-beoordeling aan de orde. Sinds de meest recente wijziging van het Besluit mer (7 juli 2017) geldt dat voor een vormvrije mer-beoordeling nagenoeg dezelfde vereisten gelden als een formele mer-beoordelingsprocedure. Zie figuur 2.1 voor de schematische weergave hiervan.
Figuur 2.1: schematische weergave
2.2
Toetsing aan het Besluit mer: de procedure
De in hoofdstuk 1 beschreven voorgenomen activiteit is getoetst aan het in voorgaande paragraaf beschreven wettelijk kader. Hieronder volgt de uitgevoerde toetsing. Daarbij staan twee vragen centraal: 1. Staan de voorgenomen activiteiten in de onderdelen C of D van de bijlage bij het Besluit mer? En zo ja, overschrijden de activiteiten de genoemde (indicatieve) drempelwaarden? 2. Kan artikel 7.2a Wet milieubeheer aanleiding geven tot het opstellen van een plan-mer? Met andere woorden: zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden op voorhand uit te sluiten? Ad 1. Onderdeel C en D Besluit mer en drempelwaarden Voor het nemen van de besluiten over de voorgenomen ontwikkeling moet de procedure van een merbeoordeling worden doorlopen. Voor de mer-beoordeling zijn in voorliggend rapport de mogelijke milieueffecten van het project in beeld gebracht. De activiteiten als onderdeel van de integrale herziening worden genoemd als activiteit D13. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. in 2017 is voor veranderingen van activiteiten die zijn genoemd in de eerste kolom van D-lijst met een omvang lager dan grenswaarde die is genoemd in de tweede kolom een vormvrije mer-beoordeling vereist. 16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
4
Pr ojectgerelat eerd
Tabel 1: Toetsing relevante categorieën uit bijlage bij het Besluit mer 2 Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Activiteit Gevallen Plannen De aanleg, wijziging of In gevallen waarin de De structuurvisie, uitbreiding van een activiteit betrekking bedoeld in de waterbeheersingsproject heeft op een artikelen 2.1, 2.2 en voor oppervlakte van 100 2.3 van de Wet landbouwdoeleinden, hectare of meer ruimtelijke ordening, met inbegrip van en de plannen, irrigatieen bedoeld in de droogleggingsprojecten. artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
2.3
Kolom 4 Besluiten Het besluit tot vergunningverlening, bedoeld in een verordening van een waterschap, dan wel, bij het ontbreken daarvan, het besluit tot vergunningverlening, bedoeld in artikel 6.5, aanhef en onderdeel c, van de Waterwet, dan wel het projectplan, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet of, indien artikel 5.4, zesde lid, van die wet van toepassing is, de vaststelling van het tracé op grond van de Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
M.e.r.-beoordelingsplicht
Bij het uitvoeren van een mer-beoordeling worden de inhoudelijke vereisten zoals opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU (art. 4, lid 3) aangehouden. Bijlage III in Tabel 2 bevat een gedetailleerde beschrijving van de factoren en selectiecriteria die daarbij in aanmerking moeten worden genomen.
2
https://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/2020-12-18 QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE 16 maart 2023 BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
5
Pr ojectgerelat eerd
Tabel 2: BIJLAGE III EG-Richtlijn milieueffectbeoordeling BIJLAGE III EG-Richtlijn milieueffectbeoordeling 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, voornamelijk gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG; f. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h.
landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdende karakter van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
6
Pr ojectgerelat eerd
3
KENMERKEN VAN HET BESTEMMINGSPLAN
Bij de kenmerken van het bestemmingsplan dient in het bijzonder in overweging te worden genomen: de aard en omvang van het plan; eventuele cumulatie met andere projecten; gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, vooral gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
3.1
De aard en omvang van het plan
Het in 2013 vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied Hulst dient op onderdelen te worden gerepareerd. Daarbij gaat het om zaken die bij de vaststelling in 2013 niet juist zijn opgenomen. Daarnaast zijn in de loop der jaren diverse planologische procedures doorlopen die hebben geleid tot wijziging van de verbeelding. Deze wijzigingen worden vertaald naar één herziening. De wijzigingen van de verbeelding zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: Reparaties/correcties. Dit zijn situaties die bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Hulst niet of niet juist zijn overgenomen; Overnemen van reeds doorlopen en onherroepelijke planologische procedures; Wijzigingen als gevolg van aanpassing gemeentelijk en provinciaal beleid; Gelijktrekken van de planregels met het bestemmingsplan Kernen Hulst (inclusief eerste herziening) Daarnaast wijzigen een aantal planregels op een zodanige wijze dat deze beter op elkaar en op de hedendaagse praktijk aansluiten. Per saldo gaat het om een plan dat geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt en niet tot negatieve effecten leidt. Het betreft het wijzigen van een bestemming van enkele sloten.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
7
Pr ojectgerelat eerd
3.2
Cumulatie met andere projecten
Cumulatie betreft het samenvallen van de effecten met andere projecten in de omgeving. Door rekening te houden met cumulatie van effecten wordt beoogd te voorkomen dat een opeenstapeling van op zich kleine effecten uiteindelijk leidt tot significante negatieve effecten. Gelet op het in paragraaf 3.1 beschreven uitgangspunt van onderhavig bestemmingsplan is geen sprake van cumulatie met andere plannen en/of projecten.
3.3
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (ze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Nu dit verder niet aan de orde is, hoeft dat niet verder te worden onderzocht.
3.4
De productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder
Het gaat hier om een herziening van een bestemmingsplan waarmee geen afvalstoffen, verontreiniging en hinder is gemoeid.
3.5
Risico van ongevallen
Het planvoornemen maakt geen kwetsbare objecten en/of risicobronnen mogelijk. Derhalve zijn geen veranderingen/effecten te verwachten voor de component externe veiligheid.
3.6
Conclusie kenmerken van het project
Gelet op alle kenmerken van het plan ten opzichte van de referentiesituatie, is de verwachting dat het verschil tussen de milieueffecten van de voorgenomen planherziening en de milieueffecten van de referentiesituatie geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
8
Pr ojectgerelat eerd
4
PLAATS VAN HET PROJECT
4.1
Ligging van het plangebied
Het plangebied is het buitengebied van de gemeente Hulst, zie afbeelding 1.1.
4.2
Het bestaande en voorgenomen gebruik
De herziening van het bestemmingsplan heeft betrekking op de volgende punten: Aanpassing verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Hulst; Aanpassing planregels bestemmingsplan Buitengebied Hulst; Vertaling provinciaal en gemeentelijk beleid naar het bestemmingsplan Buitengebied Hulst; Gelijktrekken van de planregels met het bestemmingsplan Kernen Hulst (inclusief eerste herziening) De wijzigingen van de verbeelding zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: Reparaties/correcties. Dit zijn situaties die bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Hulst niet of niet juist zijn overgenomen. Overnemen van reeds doorlopen en onherroepelijke planologische procedures. Wijzigingen als gevolg van aanpassing gemeentelijk en provinciaal beleid. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De voorgenomen activiteit behelst de wijziging van de bestemming Water naar Agrarisch, waarbij geen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of gebruiks- of bouwmogelijkheden worden aanpast. Water-, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen zijn binnen zowel Water als Agrarisch toegestaan.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
9
Pr ojectgerelat eerd
4.3
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze quickscan is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de Richtlijn. Echter behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden krachtens nationale en provinciale regels waar in het kader van deze toetsing m.e.r.beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Overzicht gevoelige gebieden bijlage III Richtlijn Type gebied
Juridisch kader
Relevant voor het perceel
Wetlands
Conventie van Ramsar
Nee. Het plangebied maakt geen deel uit van Wetlands.
Kustgebieden
Conventie van Ramsar
Nee. Het plangebied maakt geen deel uit van Kustgebieden.
Berg- en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Nee. Het plangebied maakt geen deel uit van Berg- en bosgebieden.
Reservaten en natuurparken
Nationale Landschappen zijn Nee. Het plangebied maakt geen deel uit van en ligt ook niet in de nabijheid van benoemd in de Nota Ruimte Nationale Parken zijn onderdeel van Nationale landschappen en/of NNNgebieden de NNN
Speciale beschermingszones, door de Wet natuurbescherming lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)
Ja, de Westerschelde en het gebied Vogelkreek maken deel uit van het plangebied.
Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
Nee. Er zijn binnen het plangebied of in de nabijheid geen risicobronnen met een invloedsgebied over het plan. Externe veiligheid is niet relevant voor het plan.
Gebieden met bevolkingsdichtheid
een
Landschappen van historisch belang cultureel belang archeologisch belang
4.4
Wet geluidhinder Wet milieubeheer Besluit Externe Veiligheid Transportroutes
hoge Provinciale verordening
Verdrag van Malta Erfgoedwet Streekplan/ Provinciale verordening Gemeentelijk beleid
Het plangebied ligt in Zeeuws- Vlaanderen. Hier is geen sprake van een hoge bevolkingsdichtheid in dit gebied. Van toepassing. Het plan borgt aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden door middel van dubbelbestemmingen. Hierin verandert het plan niet ten opzichte van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Hulst. Op dit punt voldoet het plan ook aan provinciaa beleid.
Conclusie locatie van het project
De herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Hulst heeft geen negatieve gevolgen voor flora en fauna en de natuurlijke kenmerken van Natura-2000 gebieden. De mogelijke invloeden op waardevolle structuren of elementen in het gebied komen in hoofdstuk 5 aan de orde.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
10
Pr ojectgerelat eerd
5
KENMERKEN VAN DE POTENTIELE EFFECTEN
In dit hoofdstuk zijn de te verwachten milieueffecten en effecten op de aanwezig cultuurhistorie ten gevolge van de voorgenomen activiteit beschreven op hoofdlijnen. Het gaat hierbij om de effecten die kunnen optreden in de aanleg- en gebruiksfase.
5.1
Archeologie
De herziening maakt geen bouwtitels mogelijk waardoor eventuele archeologische waarden kunnen worden geschaad. Verder geldt dat de huidige regeling voor bescherming van archeologische waarden worden overgenomen. Het bestemmingsplan heeft dus geen negatieve effecten op archeologische waarden.
5.2
Bodem
De herziening maakt geen bouwtitels mogelijk die de bodemkwaliteit kunnen aantasten. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan en heeft geen negatieve milieueffecten.
5.3
Luchtkwaliteit
Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Daarbij geldt dat een plan moet voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Projecten die passen binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) hoeven niet te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Gelet op hetgeen het bestemmingsplan als nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt, is geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit. De herziening is derhalve aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit heeft geen negatieve milieueffecten.
5.4
Water
Het bestemmingsplan leidt niet tot negatieve effecten op de waterhuishouding. Het mogelijk maken van de waterbassins heeft juist een positief effect.
5.5
Ecologie
Hetgeen de herziening mogelijk maakt, is niet aan te merken als een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat een nader onderzoek op mogelijke effecten op beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) niet aan de orde is. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Zeeuwse deel van dit natuurnetwerk heet Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Binnen het plangebied liggen ook delen van het Natuurnetwerk Zeeland. Deze zijn ook als zodanig beschermd binnen het geldende bestemmingsplan Buitengebied Hulst. Activiteiten die negatieve effecten hebben op het NNZ zijn niet toegestaan. Onderhavige herziening brengt hierin geen verandering. Beschermde soorten
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
11
Pr ojectgerelat eerd
Hetgeen de herziening mogelijk maakt, is niet aan te merken als een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat een nader onderzoek op mogelijke effecten op beschermde soorten in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) niet aan de orde is. Natura 2000 Binnen het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Vogelkreek. Dit is geen stikstofgevoelig gebied. Het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe ligt eveneens binnen het plangebied. Dit is een stikstofgevoelig gebied. Een herziening van het bestemmingsplan kan derhalve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden en de aanwezige stikstofdepositie.
Figuur 5.1. Ligging van Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied.(Bron: www.natura2000.nl)
Effecten Natura 2000 Het bestemmingsplan bestaat grotendeels uit correcties en het overnemen van reeds vastgestelde bestemmingsplannen en -wijzigingsplannen. Daarnaast worden planregels gewijzigd en bestaand beleid overgenomen en vertaald naar planregels. Binnen het plan worden geen specifieke nieuwe ontwikkelingen met een verkeersaantrekkende werking opgenomen. De aanpassing van de planregels is overwegend juridisch/technisch van aard. De wijzigingen die mogelijk een verkeersaantrekkende werking, en daarmee mogelijk een toename in stikstofdepositie, kunnen hebben, zijn de aanpassing van de bestaande regeling voor Nieuwe Economische Dragers (NED-regeling) en de mogelijkheden voor kleinschalige horeca bij agrarische bedrijven en burgerwoningen in het buitengebied. Dit is bestaand beleid dat wordt overgenomen in de planregels. Onder voorwaarden is dan kleinschalige horeca toegestaan. Deze kleine horeca is overwegend gericht op wandelaars en fietsers, die seizoensgebonden is. De aantrekking van gemotoriseerd verkeer is derhalve 16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
12
Pr ojectgerelat eerd
zeer gering. Aanvullend is gebleken dat van deze mogelijkheid de afgelopen tien jaar minder dan vijf keer gebruik is gemaakt. Tenslotte geldt dat aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten onder voorwaarden rechtstreeks zijn toegestaan. In de praktijk geldt dat hier ook minimaal gebruik van wordt gemaakt. De verkeersaantrekkende werking betreft <10 mvt/etmaal jaargemiddeld. Met inachtneming van het vorenstaande kunnen we stellen dat de verkeersaantrekkende werking als gevolg van de wijzigingen binnen het bestemmingsplan zeer gering is. De mogelijke toename van gemotoriseerd verkeer valt ruim binnen de onzekerheidsmarges van verkeersfluctuaties en verkeersmodellen en daarmee is deze mogelijke toename als verwaarloosbaar te beschouwen. Negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie op deze gebieden kan vanwege de zeer geringe effecten van de bestemmingsplanherziening worden uitgesloten. Conclusie Significant negatieve effecten op de natuurwaarden van omliggende Natura 2000-gebieden en NNN als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling zijn op voorhand uitgesloten. Er hoeft voor de herziening geen Wnb-vergunning te worden aangevraagd in het kader van stikstofdepositie.
5.6
Mobiliteit
Gelet op de uitgangspunten van het bestemmingsplan en hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt zijn de mobiliteitseffecten beperkt en hebben deze geen negatieve effecten op de bestaande verkeersafwikkeling en capaciteit van de wegen. Op dit thema zijn geen negatieve effecten te verwachten.
5.7
Externe veiligheid
Als gevolg van het planvoornemen dient de potentiële effecten te worden beschouwd vanuit het milieuaspect externe veiligheid. Er wordt getoetst aan de normen die volgen uit de wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe kwetsbare objecten of risicobronnen mogelijk. Externe veiligheid is derhalve niet relevant voor het plan. Hiermee voldoet het planvoornemen aan de voorwaarden voor het milieuaspect externe veiligheid en zijn op dit punt geen negatieve effecten te verwachten.
5.8
Geluid
Als gevolg van de beperkte mobiliteitseffecten en het feit dat het bestemmingsplan geen nieuwe bedrijvigheid toestaat, zijn ten aanzien van geluid geen negatieve effecten te verwachten.
5.9
Landschap en cultuurhistorie
Kreekrestanten in de Kruispolder Een deel van de Kruispolder is te nat en met een combinatie van diverse maatregelen wil men in de polder het waterbeheer optimaliseren. Om de drooglegging in de polder te verbeteren wil het waterschap Scheldestromen waterlopen verdiepen en verbreden en duikers verlagen. De waterbeheermaatregelen worden aangegrepen om de Kruispolder te herverkavelen. Voor de herinrichting is het bestemmingsplan ‘Herinrichting Kruispolder’ opgesteld (vastgesteld 2021-04-15) en dienen verschillende nieuwe watergangen gegraven of verruimd te worden en enkele bestaande watergangen (deels oude kreekrestanten) te worden gedempt. Voor het project Kruispolder heeft Waterschap Scheldestromen nader onderzoek laten doen naar de waarde van de kreekrestanten 3. Met het oog op een landbouwkundige structuurverbetering zal het krekenstelsel worden vervangen door een geometrisch stelsel van nieuwe watergangen. Hierdoor wordt een deel van de bestaande kreekrestanten gedempt. De kreken hebben in de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland een waardering gekregen van ‘redelijk hoog’, maar geen beschermde status gekregen. 3 Aanmeldingsnotitie, M.e.r.-beoordeling voor uitbreiding van gemaal Paal en de herinrichting van de Kruispolder dd. 29 september 2020 van Royal HaskoningDHV
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
13
Pr ojectgerelat eerd
In de Aanmeldingsnotitie is geconstateerd dat de kreekrestanten al meer dan 100 jaar niet meer in hun oorspronkelijke staat verkeren en bovendien niet heel herkenbaar meer zijn in het landschap. De kreken zijn bovendien niet goed meer herkenbaar in het landschap. De voorgenomen activiteit behelst de wijziging van de bestemming Water naar Agrarisch, waarbij geen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of gebruiks- of bouwmogelijkheden worden aanpast. Water-, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen zijn binnen zowel Water als Agrarisch toegestaan. Alleen bij agrarisch zijn er ruimere gebruiksmogelijkheden, wat een herverkaveling van de polder makkelijker maakt. Het Waterschap blijft verantwoordelijk voor een goede waterafvoer. Bovendien worden de kreekrestanten in het bestemmingsplan ‘Herinrichting Kruispolder’ ook niet beschermd door middel van een dubbelbestemming of beschermde voorwaarden. De verbeelding en planregels van dit plan worden overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan ‘Buitengebied Hulst’. De demping van de kreekrestanten ter verbetering van de waterhuishouding en landbouwkundige structuur wordt acceptabel geacht. Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen directe effecten op de aanwezige landschapswaarden en cultuurhistorie. Het bestemmingsplan maakt onder voorwaarden wel waterbassins en hobbymatige schuilgelegenheden mogelijkheden.
Daar zijn echter voorwaarden aan verbonden die regelen dat de ruimtelijke kwaliteit is geborgd en zich geen negatieve effecten voordoen op grond van de aspecten landschap en cultuurhistorie.
5.10
Conclusie kenmerken van potentiële effecten
6
CONCLUSIE
Gelet op het vorenstaande kan worden uitgesloten dat het verschil tussen de milieueffecten van de beoogde situatie en de milieueffecten van de referentiesituatie belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu.
De gemeente is voornemens het bestemmingsplan Buitengebied te herzien. In deze m.e.r.-beoordeling is per milieuaspect bekeken wat de te verwachten effecten zijn van dit planvoornemen. In onderstaande tabel is de conclusie per effect aangegeven. Paragraaf
Effectstudie
Effect?
M.e.r. nodig?
§5.1
Archeologie
Geen nadelig effect
Nee
§5.2
Bodem
Geen nadelig effect
Nee
§5.3
Luchtkwaliteit
Geen nadelig effect
Nee
§5.4
Water
Geen nadelig effect
Nee
§5.5
Ecologie/stikstof
Geen nadelig effect
Nee
§5.6
Mobiliteit
Geen nadelig effect
Nee
§5.7
Externe veiligheid
Geen nadelig effect
Nee
§5.8
Geluid
Geen nadelig effect
Nee
§5.9
Landschap en cultuurhistorie
Geen nadelig effect
Nee
Tabel 6.1 Samenvatting van de effecten per thema
Samengevat is de conclusie dat gezien de kenmerken, locatie en potentiële effecten van de herziening geen negatieve op de beoordeelde milieuaspecten zijn te verwachten. Het voeren van een m.e.r.-procedure heeft gezien de beperkte omvang van de herziening en de voornoemde conclusies geen toegevoegde waarde voor de besluitvorming.
16 maart 2023
QUICKSCAN M.E.R.-BEOORDELINGSNOTITIE BUITENGEBIED HULST
BH5885TPRP2101291019
14
Auteur: A.J. Lindenbergh Datum: november 2023
Afweging veiligheidsrisico's bij vaststelling Bestemmingsplan "Buitengebied Hulst" Ten behoeve van bestemmingsplan buitengebied Gemeente Hulst
1
1 INLEIDING
5
2 BESLUIT EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN
6
2.1
Wettelijk kader
6
2.2
Inrichtingen
6
3 TRANSPORT EN EXTERNE VEILIGHEID
8
3.1
Wettelijk kader
8
3.2
Vaarwegen
8
3.3
Autowegen
9
3.4
Buisleidingen
9
4 CONCLUSIE EXTERNE VEILIGHEID
11
4.1
Conclusie inrichtingen
11
4.2
Conclusie transport
11
4.3
Verantwoording groepsrisico
11
BIJLAGE 1 QRA Hogedruk aardgas buisleidingen
BIJLAGE 2 QRA Ethyleen Transportleiding in de gemeente Hulst, DOW Benelux BV Terneuzen Uitgave datum: April 2021
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 4
1
Inleiding
Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Mede op basis hiervan is het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, bepaald.
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 5
2
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
2.1 Wettelijk kader Het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen) verplicht het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro) afstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Het Bevi heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is het Register Externe Veiligheid (REV1) als ook de Atlas Leefomgeving2 geraadpleegd. Daarnaast is gebruik gemaakt van de EV Signaleringskaart3. 2.2 Inrichtingen A.J. Tieleman Met betrekking tot deze inrichting is de provincie Zeeland Hulst het bevoegd gezag. Op basis van de EV signaleringskaart is bepaald dat de inrichting is gelegen binnen het plangebied. Het invloedsgebied ligt hierdoor over het plangebied. Uit de QRA, behorende bij de Wm-aanvraag, blijkt dat het PR 10-6 per jaar niet buiten de inrichtingsgrenzen is gelegen. Het invloedsgebied ligt op ca.
200 meter en ligt derhalve wel binnen het plangebied. Het maximaal berekende groepsrisico (GR) ligt onder de orienterende waarde. Bestemmingsplan Buitengebied Hulst is overwegend consoliderend van aard en leidt derhalve niet tot een toename van het aantal aanwezige personen binnen het plangebied. Het berekend groepsrisico wordt niet beïnvloed door het vaststellen van dit consoliderend bestemmingsplan. R van Wesemael BV Met betrekking tot deze inrichting is gemeente Hulst het bevoegd gezag. Op basis van de EV Signaleringskaart is bepaald dat de inrichting is gelegen binnen het plangebied. Het invloedsgebied ligt hierdoor over het plangebied. Uit de QRA, behorende bij de Wm-aanvraag, blijkt dat het PR 10-6 per jaar niet buiten de inrichtingsgrenzen is gelegen. Het invloedsgebied ligt op 141 meter en ligt derhalve wel binnen het plangebied. Het maximaal berekende GR ligt onder de oriënterende waarde. Bestemmingsplan Buitengebied Hulst is overwegend consoliderend van aard en leidt derhalve niet tot een toename van het aantal aanwezige personen binnen het plangebied. Het groepsrisico wordt niet beïnvloed door het vaststellen van dit consoliderend bestemmingsplan.
Het REV is een centraal landelijk register met gegevens over risicosituaties die in Nederland bestaan rond het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. 2 De Atlas Leefomgeving laat zien waar onder andere risicobronnen liggen. 3 De EV Signaleringskaart is ontwikkeld voor EV-specialisten van omgevingsdiensten, gemeenten, provincies, veiligheidsregio’s en andere overheden voor het uitvoeren van quickscans en analyses.
1
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 6
LPG tankstation aan de Gentsevaart 79 in Kapellebrug Met betrekking tot deze inrichting is de gemeente Hulst het bevoegd gezag. In de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is de doorzet aan LPG vastgelegd op maximaal 999 m3 per jaar. Het invloedsgebied, gemeten vanaf het vulpunt en het reservoir, bedraagt 150 meter en ligt gedeeltelijk over het plangebied met de bestemming Natuur en er is geen sprake van overschrijding van het groepsrisico.
Bestemmingsplan Buitengebied Hulst is overwegend consoliderend van aard en leidt derhalve niet tot een toename van het aantal aanwezige personen binnen het plangebied. Het groepsrisico zal niet toenemen en wordt derhalve niet beïnvloed door het vaststellen van dit consoliderend bestemmingsplan. LPG tankstation aan de Gentsevaart 8b in Kapellebrug Van dit tankstation zijn geen effecten op het plangebied te verwachten. Het invloedsgebied reikt niet tot het plangebied Propaantanks In buitengebied zijn talloze propaantanks aanwezig. De inhoud van deze tanks is kleiner dan 13 m3 en vallen niet onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen(Bevi) en daardoor ruimtelijk niet relevant.
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 7
3
Transport en externe veiligheid
3.1 Wettelijk kader Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, water en weg vindt plaats aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Hierin zijn grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen ( Bevb) regelt onder meer de externe veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het Bevb sluit aan bij het Bevi en gaat uit van PR en GR. Binnen de PR 10-6 mogen zich geen kwetsbare objecten bevinden en binnen het invloedsgebied (of inventarisatieafstand) dient het groepsrisico berekend en verantwoord te worden. De ligging van de buisleiding en de bijbehorende belemmeringenstrook dient in het bestemmingsplan te worden vastgelegd. In het Bevb is tevens een saneringsregeling opgenomen waarbij de saneringsverplichting bij exploitant van de buisleiding is gelegen. Dit geldt voor bestaande situaties en voor kwetsbare objecten die op grond van het bestemmingsplan zijn toegelaten (geprojecteerde kwetsbare objecten). Conserverende bestemmingsplannen waarin saneringssituaties aanwezig zijn (bestaand of geprojecteerd), worden beschouwd als bestaande situaties.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs wegen en vaarwegen die deel uitmaken van het Basisnet Weg of Basisnet Water kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor waterwegen kan overigens ook een PAG gaan gelden. In het BETV (Besluit Externe veiligheid Transportroutes) is beschreven aan welke voorwaarden het bouwen in een PAG moet voldoen. Indien binnen het invloedsgebied nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien en er een overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico of een significante stijging van het groepsrisico optreedt, dient bij de vaststelling van het ruimtelijke besluit, het groepsrisico te worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording dient niet alleen het invloedsgebied van de maatgevende vervoersklasse (GF3) voor het groepsrisico te worden beschouwd, maar ook het maximale invloedsgebied dat wordt gegenereerd door overige stoffen die over het wegvak worden vervoerd.
3.2 Vaarwegen Het plangebied is op meer dan 3 kilometer van het Rijn-Schelde kanaal gelegen waardoor deze niet relevant is voor het aspect externe veiligheid. Het plangebied grenst direct aan de Westerschelde. De Westerschelde is opgenomen in het Basisnet Water. Artikel 8 van het Bevt vereist dat indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen 200 m van een transportroute het groepsrisico vastgesteld dient te worden. Op basis van de EV Signaleringskaart blijkt dat het grondgebied van het bestemmingsplan niet binnen de 200 m valt.
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 8
3.3 Autowegen Het tracé N61/N290 Terneuzen- Terhole is onderdeel van het Basisnet. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In de Regeling Basisnet is dit wegvak aangeduid als Ze 22. Voor dit wegvak is het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar 0 meter. Voor dit wegvak is ook geen plasbrandaandachtsgebied aangewezen. In het plangebied zijn twee routes opgenomen in de route gevaarlijke stoffen welke is vastgesteld voor de gehele provincie Zeeland en in het bijzonder voor de gemeente Hulst in 2017. Het be treft: 1. De N290 Provincialeweg, N689 Hulsterweg tot kruising met HulsterwegBoudeloodijk, Hulsterweg ( gelegen naast N 689) tot kruising Oudeweg, Oudeweg 2. De Rondweg Terhole tot en met rotonde, Hontenissestraat, Zandstraat enkel in noordelijke richting, gedeelte Zeildijk, Veldstraat, gedeelte Zoutestraat vanaf kruising met Veldstraat tot en met Zoutestraat 109. Vanwege de vastgestelde route gevaarlijke stoffen mag ervan uitgegaan worden dat op overige wegen binnen de gemeente Hulst geen structureel vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. 3.4 Buisleidingen Door het buitengebied van de gemeente Hulst loopt vanuit het westen naar het oosten (en vice versa) een buisleidingenstrook waarbinnen hogedruk aardgasleidingen en een ethyleenleiding zijn gelegen. Vanuit de leidingenstrook is sprake van een drietal aftakkingen.
Voor alle voor externe veiligheid relevante aardgasleidingen gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Hulst is in 2012 een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd, QRA hogedruk aardgasleidingen d.d. 30 december 2012. Voor één aardgas- leiding gelegen in de buisleidingenstrook en een aardgasleiding gelegen te westen van de kern Hulst is een plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar berekend. Binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar van de in de buisleidingenstrook gelegen aardgasleiding (Gasunie A 530) waren op drie locaties kwetsbare objecten gelegen. Op grond van het Bevb dienden de saneringssituaties binnen 3 jaar na het van kracht worden van het besluit door de exploitant van de buisleiding te worden opgeheven. In 2017 zijn door Gasunie maatregelen uitgevoerd die tot gevolg hebben dat het plaatsgebonden risico van 10-6 is verkleind waardoor er geen noodzaak tot saneringsituaties meer zijn. Uit de QRA bleek tevens dat het groepsrisico voor alle aardgasleidingen ruim onder de oriënterende waarde waren gelegen. Dat wil zeggen dat het groepsrisico minder dan 0,1 van de oriënterende waarde bedraagt. Omdat er geen sprake was van een toename van het groeps- risico en het groepsrisico minder dan 0,1 van de oriënterende waarde bedraagt was een verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde.
De berekeningen zijn in 2012 door de toenmalige Regionale Milieudienst West-Brabant uitgevoerd. De RUD Zeeland heeft deze berekeningen beoordeeld en geconstateerd dat de resultaten van destijds ongewijzigd zijn. Het rekenmodel Carola, versie 1.2 waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd wordt nog steeds toegepast. Behalve de hogedruk aardgasleidingen ligt er ook een ethyleen-leiding. Het betreft een leiding van DOW. In april 2021 is een risicoberekening opgesteld, conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb versie 3.1 en Safeti Nl versie 8.3. Uit deze risicoberekening is gebleken dat er geen kwetsbare objecten zijn gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar.
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 9
Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook bedraagt tenminste 5 meter aan weerszijden van een leiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Binnen deze afstand is in beginsel geen bebouwing toegestaan. Hierop is een uitzondering voor hogedruk aardgasleidingen met een druk lager dan 40 bar. Hiervoor geldt een belemmeringenstrook van tenminste 4 meter aan weerszijden van een leiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. De ligging van de buisleidingen en de belemmeringenstrook zijn opgenomen op de verbeelding bij het bestemmingsplan. De voorschriften met betrekking tot de belemmeringenstrook zijn in de regels opgenomen.
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 10
4
Conclusie externe veiligheid
4.1 Conclusie inrichtingen Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen. Het PR van 10-6 per jaar veroorzaakt door deze inrichtingen levert geen beperking op ten aanzien van de planontwikkelingen. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het PR. Het groepsrisico is ruim onder de oriënterende waarde gelegen. Desondanks is een verantwoording van het GR noodzakelijk. De verantwoording is verder in deze paragraaf opgenomen. 4.2 Conclusie transport Er vindt beperkt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de N290 en N258. Er is geen sprake van een PR 10-6 per jaar. Het groepsrisico is ruim onder de oriënterende waarde gelegen. Ook omdat het bestemmingsplan Buitengebied conserverend van karakter is leidt dit eveneens niet tot een toename van het GR. Een verantwoording van het GR is daarom niet noodzakelijk. In verband met de bescherming en het beheer van de leiding, is de belemmeringen- strook bestemd. De belemmeringenstrook bedraagt tenminste 5 meter aan weerszijde van een leiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Binnen deze afstand is in beginsel geen bebouwing toegestaan. Voor de hogedruk aardgasleidingen zijn berekeningen uitgevoerd met Carola om het PR en het GR te bepalen. Hiervoor wordt verwezen naar de rapportage “ QRA hogedrukaardgasleidingen d.d. 30 december 2012”. De buisleidingen van de Gasunie hebben een PR 10-6.
Deze is over een aantal kwetsbare objecten gelegen. Op grond van het Bevb geldt voor Gasunie de saneringsverplichting vanwege de bestaande (en geprojecteerde) kwetsbare objecten. Op grond van het Bevb dienden de saneringssituaties binnen 3 jaar na het van kracht worden van het besluit door de exploitant van de buisleiding te worden opgeheven. In 2017 zijn door Gasunie maatregelen uitgevoerd die tot gevolg hebben dat het plaatsgebonden risico van 10-6 is verkleind waardoor er geen noodzaak tot saneringsituaties meer zijn. Op basis van de uitgevoerde GR-berekeningen (Carola) is geconcludeerd dat het groepsrisico kleiner is dan 0.1 x de oriënterende waarde. Overeenkomstig het Bevb is een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Een verantwoording is verder in deze paragraaf opgenomen. 4.3 Verantwoording GR Doordat er sprake is van een consoliderend bestemmingsplan is er geen sprake van toename van risico’s. In geen enkel geval is overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico aan de orde. In kader van het voortraject is Veiligheidsregio Zeeland in de gelegenheid gesteld advies uit brengen in verband met het groepsrisico over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van aanwezige inrichtingen en transportroutes.
De veiligheidsregio heeft hierin geen aanleiding gezien om advies uit te brengen. Met betrekking tot de verantwoording groepsrisico kan, bovenstaande in aanmerking genomen, worden gesteld dat aan alle aspecten van de verantwoording in voldoende mate is voldaan en dat maatregelen tot reductie van het groepsrisico niet nodig zijn.
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 11
Bijlage 1 QRA hogedruk aardgas buisleidingen
Afweging veiligheidsrisico’s bij vaststelling BP Buitengebied Hulst
Pagina 12
QRA hogedruk aardgas buisleidingen Ten behoeve van bestemmingsplan buitengebied Gemeente Hulst
2
Inhoudsopgave 1
ALGEMENE RAPPORTGEGEVENS
4
1.1
Administratieve gegevens
4
1.2
Reden opstellen QRA
4
1.3
Gevolgde methodiek
4
1.4
Peildatum QRA
4
2
ALGEMENE BESCHRIJVING VAN DE BUISLEIDINGEN
5
2.1
Gegevens van buisleidingen
5
3
BESCHRIJVING OMGEVING
6
3.1
Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
6
3.2
Risicoverhogende objecten
8
3.3
Weerstation
9
4
MOGELIJKE RISICO’S VOOR DE OMGEVING
9
4.1
Risico’s leiding
4.2
Invloedsgebieden
10
4.3 Plaatsgebonden risico 4.3.1 Leiding A-530 4.3.1.1 Saneringslocatie 1 4.3.1.2 Saneringslocatie 2 4.3.1.3 Saneringslocatie 3 4.3.2 Leiding A-503 4.3.3 Leiding A-530-06
11 11 12 13 14 15 16
4.4 Groepsrisico 4.4.1 Leiding A-530 4.4.2 Leiding A-642 4.4.3 Leiding A-503
17 17 18 19
4.5
19
Maatregelen
BIJLAGE I POPULATOR GEGEVENS
9
20
3
1 Algemene rapportgegevens
1.1
Administratieve gegevens
De hogedruk aardgas buisleidingen waarvoor in deze QRA de risico’s worden berekend, worden geëxploiteerd door: Exploitant De Nederlandse Gasunie N.V.
Adres Concourslaan 17, 9727 KC Groningen
Deze QRA is uitgevoerd door: Naam: Functie Bedrijf Adres Email Telefoonnummer
1.2
Niels den Haan Medewerker Externe Veiligheid Regionale Milieudienst West-Brabant Bovendonk 27, Roosendaal Postbus 16 4700 AA Roosendaal n.dhaan@rmd.nl (0165) 58 2000
Reden opstellen QRA
Binnen de gemeente Hulst zijn er verschillende bestemmingsplannen die op korte termijn herzien gaan worden. In veel van deze plannen zijn hogedruk aardgasleidingen gelegen waardoor inzicht in het plaatsgebonden risico en groepsrisico noodzakelijk is. De gemeente Hulst heeft ervoor gekozen om een QRA te laten opstellen voor de gehele gemeente. De resultaten uit deze QRA kunnen worden gebruikt in de ontwerpfase van een nieuw of herzien bestemmingsplan. Op basis hiervan kan worden ingeschat (of beoordeeld) welke gevolgen de beoogde ontwikkelingen hebben voor het groepsrisico van de onderzochte buisleidingen. Tevens kan voor de ruimtelijke onderbouwing en verantwoording van het groepsrisico worden verwezen naar dit onderzoek, waarmee een degelijke kwantitatieve onderbouwing voor de gevolgen van het groeprisico wordt gegeven.
1.3
Gevolgde methodiek
Bij de uitvoering van deze QRA is de rekenmethodiek gehanteerd, zoals deze beschreven staat in het document: “Handleiding risicoberekeningen Bevb” versie 1.0, 20 december 2010. De hierin beschreven rekenmethodiek is uitgewerkt door het Centrum Externe Veiligheid (CEV) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.51. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.2.
1.4
Peildatum QRA
De berekeningen zijn uitgevoerd op 9-1-2012 Het hiervoor opgevraagde leidingenbestand is geleverd door de Nederlandse Gasunie op 06-01-2012 en door de Zebra Gasnetwerk B.V. op 09- 01-2012
4
2 Algemene beschrijving van de buisleidingen 2.1
Gegevens van buisleidingen
Eigenaar N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie Zebra Gasnetwerk BV1 N.V. Nederlandse Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie
Leidingnaam A-530-04 A-530-06 A-530 A-642 A-667 A-503 A-530-08 A-642-02
Diameter [mm] 114.30 168.30 610.00 762.00 1219.00 711.20 610.00 610.00
Druk [bar] 66.20 66.20 66.20 79.90 79.90 79.90 66.20 79.90
Tabel 1: gegevens buisleidingen Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen. In het traject van west naar oost zijn drie buisleidingen parallel gelegen aan elkaar.
Figuur 1: Geografische ligging hogedruk aardgasleidingen
Figuur 2: Vervolg geografische ligging hogedruk aardgasleidingen
5
3 Beschrijving omgeving Om te bepalen waar het maximale groepsrisico (GR) ten opzichte van de oriënterende (OW) ligt, is voor iedere hogedruk aardgastransportleiding een GR-berekening uitgevoerd. Aan de hand van deze berekeningen is bepaald of en waar er sprake is van een GR-aandachtspunt. Er is namelijk sprake van een GR-aandachtspunt indien het GR groter of gelijk is dan de OW. Om een groepsrisicoberekening te kunnen uitvoeren is het noodzakelijk om in het computerprogramma CAROLA de populatie binnen het invloedsgebied (dat wordt begrensd door de 1% letaliteitafstand, zie paragraaf 4.2) van de leidingen in te voeren. In onderstaande hoofdstukken volgt een beschrijving van de hiervoor gebruikte uitgangspunten en aannamen.
3.1
Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Voor het vaststellen van de populatie binnen de diverse populatiepolygonen is er gebruik gemaakt van de professionele risicokaart. Via deze kaart is er specifiek voor de ingetekende vlakken informatie opgevraagd uit het nationale populatiebestand. Per populatiepolygoon is met deze informatie de populatie overdag en ’s nachts vastgesteld. Deze populatie is vervolgens geografisch ingevoerd in de CAROLA berekening. De ingevoerde populatiepolygonen zijn hieronder per deelgebied aangegeven. De opgevraagde gegevens zijn opgenomen in de bijlage.
P18
P19 P1
P2
P3
Figuur 3: ingevoerde populatiepolygonen in de invloedsgebieden.
6
P4
P7
P5 P14
P8 P15
P3
P9
P6
P10
P16
P17
Figuur 4: ingevoerde populatiepolygonen in de invloedsgebieden.
P12 P11
P13
Figuur 5: ingevoerde populatiepolygonen in de invloedsgebieden.
7
Populator gegevens Bij het vaststellen van de populatie binnen de hierboven gepresenteerde populatiepolygonen is gebruik gemaakt van de populator die beschikbaar is op de risicokaart. De gegevens uit de populator zijn hieronder per polygoon beschreven. De bevolkingsgegevens van de ingevoerde populatiepolygonen zijn hieronder samengevat weergegeven: Het aanwezigheidspercentage overdag en ’s nacht is aangepast conform het aantal wonende en werkende mensen binnen de populatiepolygoon. De kolom “percentage personen” bestaat uit verschillende percentages die zijn gescheiden door het “/” teken. Deze percentages, respectievelijk van links naar rechts houden het volgende in: Percentage aanwezigheid overdag, Percentage aanwezigheid ’s nachts, percentage buiten het gebouw op het perceel overdag (bv. in de tuin), percentage buiten het gebouw op het perceel ’s nachts, percentage aanwezig over het gehele jaar overdag percentage aanwezig over het gehele jaar ’s nachts Label P1 P2 P3 P4 P5 P6 P7 P8 P9 P10 P11 P12 P13 P14 P15 P16 P17 P18 P19
Type Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd
Aantal 65.0 22.0 31.0 28.0 18.0 18.0 7.0 3.0 20.0 127.0 15.0 31.0 3.0 7.0 12.0 10.0 496.0 8.0 2.0
Percentage Personen 69/ 77/ 7/ 1/ 100/ 100 100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100 60/ 74/ 7/ 1/ 100/ 100 78/ 86/ 7/ 1/ 100/ 100 59/ 66/ 7/ 1/ 100/ 100 65/ 89/ 7/ 1/ 100/ 100 57/ 57/ 7/ 1/ 100/ 100 67/ 67/ 7/ 1/ 100/ 100 64/ 85/ 7/ 1/ 100/ 100 61/ 94/ 7/ 1/ 100/ 100 64/ 73/ 7/ 1/ 100/ 100 52/ 45/ 7/ 1/ 100/ 100 67/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100 61/ 71/ 7/ 1/ 100/ 100 62/ 92/ 7/ 1/ 100/ 100 66/ 90/ 7/ 1/ 100/ 100 67/ 6/ 7/ 1/ 100/ 100 64/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100 64/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
Tabel 2: Invoergegevens populatiepolygonen
3.2
Risicoverhogende objecten
Met betrekking tot de invloed van windturbines en andere risicoverhogende objecten op buisleidingen is in de “Handleiding risicoberekening Bevb” het volgende opgenomen: Het is momenteel niet mogelijk om de invloed van windturbines en andere risicoverhogende objecten in de omgeving van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen als parameter mee te nemen in de risicoberekening. De methode om hier rekening mee te houden wordt nog tegen het licht gehouden. Resultaten uit dit project worden in een volgende versie van de handleiding en het rekenpakket opgenomen. De invloed van windturbines is daarom buiten beschouwing gelaten bij de risicoberekening. Het traject van de buisleidingen is echter wel geïnventariseerd op de aanwezigheid van windturbines binnen een afstand van 110 meter aan weerszijden van de buisleiding. Buiten deze afstand kan een windturbine geen risicoverhogend (domino)effect veroorzaken op een ondergrondse hogedruk aardgasleiding1. Uit die inventarisatie is gebleken dat er zich geen windturbines bevinden die een risicoverhogend effect hebben op deze buisleidingen 1