CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

A39Raadsinformatiebrief Rapportage Wvggz en Apvg 2020

Commissie Samenleving 22 september 2021, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken2.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsinformatiebrief Implementatie Wet verplichte GGZ Geachte leden van de gemeenteraad, Op 1 januari 2020 zijn de Wet Verplichte ggz (Wvggz) en Wet Zorg en Dwang (Wzd) in werking getreden. De dertien Zeeuwse colleges B&W hebben het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland de opdracht gegeven tot het inrichten van één regionaal meldpunt: het Advies- en meldpunt verward gedrag (Meldpunt). Hierin komen de wettelijke taken van de Colleges B&W in het kader van de Wvggz (Meldfunctie, triage, verkennend onderzoek, aanvraag voorbereiding zorgmachtiging) en de meldingen en triage in het kader van de Aanpak personen met verward gedrag (Aanpak) samen. Per oktober 2020 is aanvullend het Landelijk meldpunt zorgwekkend gedrag aangesloten op dit Meldpunt. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de implementatie in 2020. Advies- en Meldpunt verward gedrag - Eén jaar onderweg 1. Wet verplichte ggz Op 1 januari 2020 trad de Wet verplichte ggz (Wvggz) in werking. Een nieuwe wet die het mogelijk maakt om verplichte zorg ook poliklinisch of bij iemand thuis te verlenen. De rechtspositie van de cliënt en de familievertrouwenspersonen zijn versterkt en de cliënt heeft meer mogelijkheden om verplichte zorg te voorkomen gedurende het traject en alsnog open te staan voor vrijwillige zorg. Ook zorgverleners hebben meer instrumenten gekregen voor zorg op maat.

Wettelijk is de benodigde ketensamenwerking vastgelegd. Meer dan voorheen wordt samen met de gemeenten gekeken naar wat iemand nodig heeft om verplichte zorg op grond van ‘ernstig nadeel’ te voorkomen en is samenwerking op een integraal zorgplan wettelijk verankerd. Meldingen Op 31 december 2019 kwam meteen de eerste melding in het kader van de Wvggz. Inmiddels zijn we een jaar, 58 meldingen en 93 consulten verder, en kijken we terug op een jaar waarin alle ketenpartners hard gewerkt hebben aan de rechtspositie van de cliënt, aan ketensamenwerking en aan het voorkomen van verplichte zorg. In 2020 hebben de meldingen geleidt tot 49 Verkennende onderzoeken. Het verkennend onderzoek is gericht op de onderbouwing van drie kernvragen: (vermoeden van) ernstig nadeel, (vermoeden van) psychische stoornis en de noodzaak van verplichte zorg. De bereidheid van de cliënt om al dan niet (alsnog) vrijwillige zorg te accepteren, wordt gedurende het gehele traject getoetst. De verkennende onderzoeken leidden 17 keer tot een aanvraag voorbereiding zorgmachtiging bij de Officier van Justitie. De overige clienten werden toegeleid naar de lokale procesregisseur, naar passende zorg buiten het sociaal domein. Voor een aantal cliënten was er geen verplichte zorg nodig of werd de zorgmachtiging voorbereid door Emergis.

Zorgmachtigingen en crisismaatregelen In 2020 was er Zeeuws breed een stijging van het aantal zorgmachtigingen en crisismaatregelen ten opzichte van 2019. Zeeuws breed zijn er in 2020 209 zorgmachtigingen toegekend door de rechter. In 2019 registreerde Emergis 101 rechterlijke machtigingen. Rechterlijke machtiging was onder de BOPZ de benaming van de huidige zorgmachtiging. Een duidelijke stijging van het aantal machtigingen. De onderliggende aanleiding van deze stijging is nog niet éénduidig weer te geven. In 2020 werden Zeeuws breed 241 besluiten tot een crisismaatregel binnen de Wvggz genomen. Aanvullend zijn er ca 23 inbewaringstellingen toegekend onder de Wet Zorg en Dwang. Bij elkaar gaat het om ca 224 maatregelen die worden ingezet om acuut gevaar, voortvloeiend uit een psychiatrische of verstandelijke handicap of dementie, terug te dringen. Een stijging ten opzichte van 2019, waarin Emergis 207 inbewaringstellingen BOPZ registreerde. In 2020 is in de gemeente Hulst zes keer een crisismaatregel afgegeven en één keer een inbewaringstelling toegekend.

Toch is het niet mogelijk beide jaren één op één met elkaar te vergelijken. In 2019 was er binnen de BOPZ een minder strakke scheiding op onderliggende problematiek, waardoor er ook clienten met beginnende dementie en/of een verstandelijke handicap meegeteld werden in de GGZ registratie. In 2019 werden eveneens voorlopige en voorwaardelijke machtigingen geregistreerd. Tevens zijn er in de eerste maanden van 2020 meerdere crisismaatregelen uitgeschreven bij dezelfde persoon, als gevolg van onduidelijkheden in de uitvoering en interpretatie van de wet. Deze dubbelingen op persoonsniveau komen niet meer voor.

Regio-overleg Wvggz Het regio-overleg is een wettelijk geregeld overleg waarin de officieren van justitie, colleges en de geneesheerdirecteuren van de zorgaanbieders van verplichte zorg periodiek overleg voeren met elkaar, met de politie en het Zorg- en Veiligheidshuis. Het betreft een periodiek overleg over de uitvoering en het aanbod van verplichte zorg en eventuele knelpunten die daarbij aan de orde zijn. We werken hierin samen op arrondissementsniveau met West-Brabant, Breda en Hart van Brabant, onder coördinatie van het Openbaar Ministerie. In 2021 werken we toe naar een regio- overleg op Zeeuws niveau, aanvullend op de bovenstaande inrichting. Hierdoor kunnen we beter aansluiten op het Zeeuwse zorglandschap en de praktische uitvoeringsvragen. Uitdagingen De uitvoerbaarheid van de wet kent nog uitdagingen. Er is een forse toename van de werkdruk door de administratieve inrichting en een forse toename van personele kosten. Voor de uitvoering van de wet zijn er extra GGZ-behandelaren en onafhankelijke psychiaters nodig. In de gemeenten zijn procesregisseurs benoemd om de aansluiting te maken met de maatwerkondersteuning binnen het sociaal domein en wonen, aanvullend op de taken van het centrale meldpunt bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Ook nu nog zijn er veel onduidelijkheden in het toepassen en uitvoeren van de wet.

Landelijk worden ervaringen gedeeld en wordt de wet op onderdelen gefaseerd aangepast. Dit is een meerjarig traject. Kansen De wet biedt ook kansen om uiteindelijk de verplichte zorg terug te dringen. Door intensievere samenwerking tussen Emergis, het Zorg- en Veiligheidshuis, het sociaal domein, het Openbaar Ministerie en de patiënt vertrouwenspersonen, krijgen we knelpunten beter in beeld en worden afspraken gemaakt over de praktische toepasbaarheid van de wet om cliënten passende zorg te geven. Aansluiting op de Wet Zorg en Dwang De verplichte zorg voor clienten met een verstandelijke beperking of dementie, vindt plaats onder de Wet Zorg en Dwang. In de toegang tot de Wet Zorg en Dwang zijn er twee hiaten geconstateerd in de zorgcontinuïteit aan cliënten met een verstandelijke beperking: • •

er zijn regionaal onvoldoende bedden beschikbaar om de crisiszorg voor zowel de volwassenen als jeugdigen met een verstandelijke beperking te borgen. kennis over deze wet bij verwijzers, in combinatie met tijdige diagnostiek en borging van de zorgcontinuïteit in de overgang 18-/18+.

Deze hiaten zijn zowel regionaal als landelijk actueel en urgent. Alleen door een vroegtijdige signalering, een tijdige diagnose en het maken van een goede verbinding tussen partners, dossiers en stelsels kunnen we de zorg continuïteit borgen en veiligheidsescalaties reduceren. Randvoorwaardelijk is dat er voldoende zorg wordt ingekocht door de zorgverzekeraars en het zorgkantoor. Binnen de Wet Zorg en Dwang verloopt de samenwerking met de sector Verpleging en verzorging bij de doorstroom van cliënten met dementie goed. Dat geldt ook voor de samenwerking bij meldingen in het kader Wvggz. 2. Regionale Aanpak personen met verward gedrag

In 2020 zijn er totaal 1697 meldingen geregistreerd in het Zorg- en Veiligheidshuis. Dit is een stijging van 13% ten opzichte van 2019 (1479 meldingen). Ook het aantal uniek gemelde cliënten is opgelopen van 635 in 2019 naar 785 in 2020. In 2020 zijn in de gemeente Hulst 87 meldingen gedaan, waarvan 75 geregistreerd als E33, GGZ of OGGZ meldingen. In 2019 waren er 147 meldingen. De 75 meldingen in 2020 gingen over 21 unieke personen. Op basis van de door de politie geregistreerde incidenten, kunnen we een beeld geven van vijf jaar (2016 – 2020) inzet op overlast door personen met verward gedrag. Zeeuws breed is het aantal incidenten met overlastgevend verward gedrag in de laatste vijf jaar 34% gestegen, waarvan ruim 17% in het laatste jaar. Een groot verschil met het landelijk beeld. Landelijk was er afgelopen jaar 5% stijging van het aantal incidenten. Een afvlakking van de voorgaande jaren. Net als het aantal meldingen bij het meldpunt is ook het aantal politiemeldingen in Hulst gedaald van 191 in 2019, naar 171 in 2020. Ook het aantal ‘pogingen tot zelfdoding’ is in het laatste jaar met 62% gestegen (van 142 naar 230), sinds 2016 ( 117) is het aantal pogingen bijna verdubbeld. Daartegenover staat dat het aantal geregistreerde incidenten door overlast van zwervers in Zeeland, de afgelopen vijf jaar gereduceerd is met 52%.

Ten opzichte van 2019 zijn er regionaal 4% minder incidenten. Helaas zijn deze cijfers in Hulst wel sterk gestegen. In 2019 waren er slechts drie incidentmeldingen van poging tot zelfdoding van de politie. In 2020 waren dit er 16. Ook is in Hulst het aantal meldingen van overlast door zwervers gestegen van 7 in 2019 naar 22 in 2020. Duiding van de meldingen De meldingen zijn steekproefsgewijs geduid in samenwerking met het Advies- en Meldpunt verward gedrag van het Zorg- en Veiligheidshuis en de politie Zeeland-West-Brabant. Hieruit kwam naar voren dat in 2020 er 230 meldingen gekoppeld zijn aan ‘poging tot zelfdoding’ en 1467 meldingen aan (overlastgevend /onveilig) verward gedrag. We zien ook een grote diversiteit aan onderliggende problematiek van overlastgevend en/of onveilig verward gedrag of bij pogingen tot zelfdoding. Ongeveer 40% van de meldingen in het kader van verward gedrag is gekoppeld aan onderliggende psychiatrische of psychische problemen, 35% aan (beginnende) dementie en 25% aan sociaalmaatschappelijke problemen. De psychiatrische, psychische of sociaal- maatschappelijke problemen kunnen op zichzelf staan of gecombineerd voorkomen, al dan niet met gebruik van verdovende middelen en/of alcohol. Veel cliënten met een ‘poging tot zelfdoding’ melding zijn niet (meer) actief bekend bij professionals.

De onderliggende problematiek bij poging tot zelfdoding is heel divers, met de nadruk op sociaalmaatschappelijke problemen, gebruik van verdovende middelen en alcohol, psychische problematiek of trauma’s uit het verleden. Deze problemen kunnen op zichzelf staan of gecombineerd voorkomen. Wicked problems De aanpak van deze cliëntgroep betreft een complex vraagstuk, waarbij het gaat over een brede doelgroep met zeer diverse problematiek, veel beïnvloedende kaders en partners binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Tegelijkertijd zijn er nog grote uitdagingen waarbij de echte oplossingen in de wijk, binnen gemeenten of op regionaal en landelijk niveau liggen. Het is duidelijk dat sommige veranderingen tijd nodig hebben, maar op enkele onderdelen is een extra impuls noodzakelijk om een stijging van de problematiek in intensiteit, aantal en financiële effecten op korte en middellange termijn beheersbaar te houden. Wat gaan we doen? De stijging van het aantal meldingen en terugkerende meldingen bij dezelfde clienten, vragen om stevig en met elkaar door te pakken. Achter elk cijfer gaat veel menselijk leed schuil, aangevuld met maatschappelijke onrust en maatschappelijke vraagstukken. Zeker omdat we weten dat deze meldingen

een fractie zijn van de feitelijke problemen bij inwoners die verward gedrag vertonen, maar niet in aanraking komen met de politie. Inzicht Op regionaal niveau brengen we, voor zover mogelijk binnen de wettelijke gegevensdelingskaders, de onderliggende beïnvloedende factoren in 2021 verder in beeld, maken we meer gerichte afstemmingsafspraken met de zorgaanbieders die reeds betrokken zijn bij de verificatie van deze meldingen en stimuleren we kennisdeling over de beïnvloedende factoren en de samenhang tussen deze factoren. Deze cliëntgroep staat immers niet op zich, maar komen we eveneens tegen in bijvoorbeeld de veelplegersaanpak, woonoverlast, de levensloopfunctie, Veilig Thuis, Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en andere aanpakken of ondersteuningsaanbod. Meer inzicht in de beïnvloedende factoren van deze cliënten, geeft niet alleen inzicht in hoe we kijken naar en omgaan met verward gedrag. De inzichten dragen ook bij aan een oplossing, aan de-escalaties in de persoonlijke en sociale omgeving en aan prioritering van inzet op het voorkomen van verward gedrag. De implementatie van het integrale risicotaxatie instrument Zorg en Veiligheid in 2021 zal een waardevolle bijdrage leveren aan het verkrijgen van het benodigde inzicht. Los van het instrument is ‘samen doorpakken’ het motto voor elke ketenpartner in het belang van deze kwetsbare cliënten.

Vroegtijdige aanpak De steekproefsgewijze duiding van de (recidiverende) meldingen in het kader van de aanpak verward gedrag en Wet verplichte ggz, onderstreept het belang van meer focus op vroegsignalering en een vroegtijdige aanpak van maatschappelijke en functioneel beïnvloedende factoren. De gemeentelijke klantmanagers, huisartsen en ondersteunende professionals spelen hierin een belangrijke rol. Een vroegtijdige aanpak met meer balans in de herstelgerichte ondersteuning en een samenhangende domeinoverstijgende cliënt aanpak , biedt een stevig fundament om de complexe zorg- en veiligheidsvragen te reduceren. Alle betrokken partijen hebben hierbij een individuele rol en een samenwerkingsbelang. De stijging van het aantal meldingen ‘poging tot zelfdoding’ en de steekproefsgewijze duiding van de meldingen, onderstreept het belang van het programma ‘Zeeland zonder Zelfmoord’. In 2021 versterken we de samenwerking met deze programma aanpak.

3. Van Spoedeisende Psychiatrische OnderzoeksRuimte (SPOR) naar toeleiding passende zorg Eerder was gesteld dat bekostiging van de triage en beoordeling bij de SPOR (ook voor de genoemde cliëntgroep) buiten de gemeentelijke verantwoordelijkheid valt. Echter, er is een cliëntgroep die op de SPOR wordt beoordeeld, waarbij sprake is van psychosociale problematiek al dan niet in combinatie met genotmiddelengebruik. Een groep die veelvuldig drukt op het zorg- en veiligheidssysteem, met bijkomende kosten en personele inzet van diverse ketenpartners. Zo komt het voor dat een cliënt met deze problematiek zich meerdere malen per nacht meldt bij de SPOR. Een ‘nachtje in de cel’ lost het probleem voor de korte termijn wellicht op, maar niet voor de langere termijn. De time-out plek biedt rust aan de client en er wordt ingezet op het accepteren van ondersteuning. Het is een plek voor een inwoner waarvoor niet vanzelfsprekend een hulpverlenings-traject kan worden gestart. Een traject met expertise op het gebied van psychosociale problematiek in combinatie met verslavings- (en andere) problemen. Deze pilot draagt bij aan het hoofdlijnenakkoord GGZ. Bedoelt om de GGZ beter bereikbaar, sneller inzetbaar en efficiënter te maken voor inwoners die zorg nodig hebben.

Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van gemeente Hulst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10518126/1