CConstaterende datHulst
Koppel je AI →
Document · PDF

A24Memo aan gemeenteraad mbt stvz ophoging 11-5-2022 (003)

Commissie Ruimte 24 mei 2022, gemeente HulstBij agendapunt: Ingekomen stukken1.404 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Memo Aan

: De raad van de gemeente Hulst

CC

:

Datum

: 11 mei 2022

Van

: College van Burgemeester en Wethouders

Betreft

: Ophoging Westelijke Perkpolder

Geachte raad, Zoals aangekondigd in de extra raadsvergadering van 10 mei jl. berichten wij u hierbij nader over de huidige stand van zaken m.b.t. de ophoging in de Westelijke Perkpolder. Deze memo gaat nader in op o.a. het besluit op het handhavingsverzoek van de Stichting Schone Polder, de kwaliteit van de aan te voeren ophooggrond en het extra controleprogramma. Besluit op handhavingsverzoek De Stichting Schone Polder heeft op 16 februari jl. een verzoek om handhaving ingediend tegen de voorgenomen ophoging van de Westelijke Perkpolder. Met dit verzoek wil zij de ophoging voorkomen, omdat zij bevreesd is dat er enerzijds voor de ophoging verontreinigde grond afkomstig uit de haven van Antwerpen - zal worden gebruikt en anderzijds er ook meer grond zal worden gebruikt dan voor de uitvoering van het plan noodzakelijk is. De Stichting verzoekt om handhaving van artikel 5 jo. 37 Besluit bodemkwaliteit, artikel 13 Wet bodembescherming en artikel 3 lid 1 van de Ontgrondingenwet. De gemeente is bevoegd gezag voor de handhaving van de artikel 5 jo. art. 37 van het Besluit bodemkwaliteit, Gedeputeerde Staten is bevoegd gezag t.a.v. artikel 3, lid 1 van de Ontgrondingenwet. Het college als Gedeputeerde staten is bevoegd gezag voor de handhaving van artikel 13 van de Wet Bodembescherming. T.a.v.

dit laatste is afgesproken met Gedeputeerde Staten dat het college van burgemeester en wethouders het verzoek om handhaving van artikel 13 Wet Bodembescherming in behandeling zal nemen. Omdat het verzoekschrift tot doel heeft om te voorkomen dat de hierboven genoemde artikelen worden overtreden, blijkt uit artikel 5:47 van de Algemene wet bestuursrecht dat het bevoegd gezag pas kan overgaan tot een preventieve herstelsanctie zodra er klaarblijkelijk gevaar op overtreding blijkt. Omdat er op dit moment nog geen aanvoer van grond plaatsvindt, is er nu ook nog geen sprake is van een klaarblijkelijk gevaar op overtreding van de voorschriften. Voordat met de aanvoer kan worden gestart dient Waterzande de ophoging te melden. Ook deze melding hebben we nog niet ontvangen. Kortom, nu een klaarblijkelijk gevaar op overtreding van de voorschriften ontbreekt zijn wij nu niet bevoegd om over te gaan tot handhavend optreden. Om die reden hebben wij het handhavingsverzoek dan ook afgewezen. Wel hebben wij de Stichting Schone Polder bericht dat wij intensief toezicht zullen uitoefenen op de werkzaamheden zodra deze starten. Dit zullen wij zowel op de locatie van herkomst als op de locatie van toepassing doen. Zoals u eerder is medegedeeld tijdens de vergaderingen van de Commissie Ruimte wordt er gewerkt aan een aanvullend controleprogramma bovenop de wettelijk verplichte handhaving.

Volledigheidshalve treft u hierbij een afschrift van het besluit aan.

Start ophoogwerkzaamheden Eerder bent u geïnformeerd dat de start van de ophogingswerkzaamheden zou plaatsvinden in april 2022. Waterzande heeft ons bericht dat de start van de ophogingswerkzaamheden is uitgesteld, omdat de planning van de werkzaamheden op de herkomstlocatie is gewijzigd. Volgens de huidige planning wordt het eerste schip met grond/zand vanaf 1 augustus 2022 verwacht. Daarvoor zal volgens de huidige planning in juli 2022 de losinstallatie worden gerealiseerd. De firma Aertssen zal alle werkzaamheden uitvoeren. De op te hogen percelen worden voorafgaand door Perkpolder Beheer BV aan Waterzande geleverd. Kwaliteit van de aan te brengen grond Het ophoogmateriaal voldoet aan de kwaliteit Achtergrondwaarde. Dit is gebleken uit de keuringsrapporten op grond waarvan door een erkend Nederlands certificeringsbureau kwaliteitscertificaten zijn afgegeven. Dit betekent dat het materiaal voldoet aan de normen voor een hele reeks van parameters/stoffen. Vanwege de herkomst van buiten Zeeuws-Vlaanderen is bovenop het in Nederland gebruikelijke standaardanalysepakket het aanvoerzand nog op een aantal extra stoffen onderzocht, zoals arseen en chroom. Ook op en rond het perceel waar het ophoogmateriaal wordt toegepast zijn alle bovenstaande stoffen in beeld gebracht en dan in het bijzonder voor het grondwater. Dit is gebeurd in een zogenaamde nulmeting.

Deze nulmeting is opgevolgd door periodieke monitoring welke ook nog na de ophoging gedurende een bepaalde periode ter controle zal worden voortgezet. Los daarvan is ook het zoutgehalte van het aan te brengen zand relevant. Aangezien heel veel polders onder invloed staan van zout water, geldt op grond van het Besluit bodemkwaliteit voor de zoutere delen in Zeeland geen maximale norm ten aanzien van het zoutgehalte in ophoogmaterialen. In ons eigen lokale beleid is echter opgenomen om toch vooraf te toetsen op zout. We zijn hierin dus strenger dan het landelijke beleid. Voor de toepassingslocatie is het zoutgehalte van het grondwater in beeld gebracht (nulmeting). Daarnaast is het aan te voeren zand onderzocht op het zoutgehalte en wordt dat vermeld in de keuringsrapporten. Voor de gehele Westelijke Perkpolder is vastgesteld dat er sprake is van een voldoende zoute bodemsituatie, waardoor het toepassen van niet ontzilt zand is toegestaan. Uit de toetsing van de te verwachten zoutvracht uit de gehele ophoging is vastgesteld dat de invloed naar de omgeving verwaarloosbaar is. Overigens is het aanvoerzand veel minder zout dan normaal gewonnen Noordzeezand, omdat deze winlocatie zich in het meer zoetere deel van de Westerschelde bevindt.

Om ervoor te zorgen dat er geen enkel negatief ‘zout’-effect vanuit de ophoging ontstaat wordt er onder de ophoging een drainage aangelegd, waarbij het ontziltende water via een verzamelleiding terechtkomt in een tijdelijke pompput. Vanuit deze pompput wordt het verzamelde water over de zeedijk in de Westerschelde gepompt. De ophoging zelf heeft door haar massa en ligging ten opzichte van de Westerschelde een positief effect op de bestaande en beschermde zoetwaterbel ten zuiden van de Kalverdijk. Dit blijkt uit een hydrologische modelstudie. De zoetwaterbel groeit ook door de ophoging, omdat zout water vanaf de Westerschelde minder makkelijk tot aan de zoetwaterbel kan doordringen. Zoet water verdringt zo het zoute water. Om bovenstaande redenen staan zowel de Provincie (bevoegd gezag grondwaterkwaliteit) als de RUD (uitvoerende dienst) volledig achter het op deze wijze uitvoeren van de ophoging. Controleprogramma Vanaf 1 augustus aanstaande zal Aertssen starten met het aanvoeren en verwerken van het ophoogmateriaal. Het ophoogmateriaal is voorzien van Certificatie naar Nederlandse normeringen uit het Besluit Bodemkwaliteit. Conform deze wettelijke normeringen heeft het ophoogmateriaal de kwaliteit Achtergrondwaarde.

Het ophoogmateriaal is afkomstig van de uitbreiding van het B2 Kanaaldok op Antwerpenrechteroever. Het zand komt deels uit bodemlagen tussen -0,8 en -7 meter diepte, maar voor het grootste gedeelte tussen -8 en -19 meter diepte (pleistocene zandlaag). Tussenin zit een onbruikbare veenlaag. Aertssen zal een complete registratie bijhouden van elke partij aanvoerzand, waarbij bijgehouden wordt waar het vandaan komt, in welk schip het wordt vervoerd en waar het in de Westelijke Perkpolder wordt toegepast. Tenslotte is door de gemeente opdracht gegeven aan ABO Milieuconsult om een programma op te stellen voor extra controles op de kwaliteit van het te gebruiken ophoogmateriaal. De RUD zal mede op basis van dit controleprogramma ook toezicht houden op de kwaliteit van het aangevoerde zand. De werkzaamheden van ABO Milieuconsult zullen onder meer bestaan uit: - visuele waarnemingen op de B2-site en administratieve controle bij het uitnemen van de grond en het laden van schepen; - visuele waarnemingen en indicatieve monstername in de haven van Perkpolder bij het lossen van schepen en toepassing van de grond in de Westelijke Perkpolder; - keuren van een aantal geselecteerde partijen d.m.v. officiële partijkeuringen. Bij indicatieve monstername is er 8 uur later al onderzoeksresultaat en kan er, indien nodig, meteen worden ingegrepen.

Tijdens de werkzaamheden zullen de gemeente en de RUD de resultaten van het complete controleprogramma op de voet volgen. Bij afwijkingen zal er gepaste actie worden genomen. ABO stelt het controleprogramma op aan de hand van het plan van aanpak van Aertssen. De verwachting is dat Aertssen dit plan van aanpak in de loop van juni 2022 zal overleggen. Nadat ook de RUD in de gelegenheid is geweest om zijn opmerkingen te plaatsen, zal het controleprogramma ter vaststelling worden aangeboden aan het college van B&W. Daarna kan ook de gemeenteraad worden geïnformeerd. Informatieverstrekking door derden Herhaaldelijk worden wij geconfronteerd met berichten in de media die de beeldvorming voeden dat de ophoging gebeurt met niet deugdelijk ophoogmateriaal. Recentelijk is dit o.a. gebeurd via een bericht op apache.be (apache.be is een in Antwerpen gevestigde nieuwswebsite). Ook informatie, die verstrekt wordt via de Stichting Schone Polder, roept die beeldvorming op. Wij hechten eraan u te informeren met feiten en betreuren het dat er via de media een, ons inziens, onjuist beeld wordt opgeroepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11489114/1