A02Beantwoording consultatie verdeelmodel VNG Zeeland
Tekst van het document
Vragen in verband met consultatie verdeelmodel Beschermd Wonen Kan over worden gegaan tot invoering van het model Beschermd Wonen inclusief voorgestelde ingroeipaden per 2023? Er is geen bezwaar tegen het verdeelmodel op zich. Een belangrijke kanttekening hierbij is wel dat we de transformatie in de regio (Zeeland) moeten kunnen uitvoeren zoals we dat voor ogen hebben. Wanneer de transformatie van beschermd wonen - waaronder de ombouw, afbouw en spreiding van voorzieningen - onvoldoende wordt gerealiseerd, dan kan dit behoorlijke financiële consequenties hebben voor een aantal gemeenten in onze regio. Eventuele nadelige uitkomsten in een bepaald jaar voor een bepaalde gemeente vangen we gezamenlijk op door middel van onze Partnerschapsafspraken 2023-2025 die onderdeel uitmaken van de Norm voor Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen – Maatschappelijke Opvang. Het ingroeipad is in Zeeland effectief zo’n 6 jaar, dit korte tijdpad hangt samen met de hoge uitname uit de rijksbijdrage Beschermd Wonen (BW) door de overgang van een groot aantal cliënten BW naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Welke punten zou de VNG moeten meegeven aan de fondsbeheerders met betrekking tot de invoering van het verdeelmodel voor Beschermd Wonen? Het rapport van AEF over de gevolgen van de uitname Wlz voor het ingroeipad is onder embargo op donderdagmiddag 18 november verstuurd.
Dit is te laat om zo’n rapport grondig te bestuderen en er gezamenlijk (zowel vanuit beleid als vanuit financiën) goed onderbouwde conclusies aan te verbinden. Een belangrijk aandachtspunt is ook de herijking van het gemeentefonds sociaal domein. In de ideale situatie worden beide verdeelmodellen tegelijkertijd gepubliceerd zodat gemeenten (en zeker ook de gemeenteraden) het financieel kader voor hun gemeente volledig in beeld hebben. Nu worden we geacht een advies uit te brengen over het verdeelmodel BW zonder de kennis van de definitieve uitkomst van de herijking gemeentefonds voor het sociaal domein. Dit laatste, hoeveel gelden ontvangt de gemeente voor het sociaal domein, bepaalt immers voor een groot deel de financiële slagkracht van een gemeente om de transformatie op een verantwoorde en duurzame manier vorm te geven. We hebben solidariteitsafspraken voor de periode 2023-2025, we weten echter nog niet hoe we de samenwerking in Zeeland vanaf 2026 gaan voortzetten. Voor Vlissingen als centrumgemeente is hier een (groot) risico aan verbonden. Volgens het ingroeipad hebben we in 2025 al het omslagpunt bereikt: in dat jaar is de geldstroom BW die binnenkomt bij de centrumgemeente Vlissingen via de ‘oude’ rijksbijdrage BW, ongeveer gelijk aan de optelsom van de 13 nieuwe rijksbijdragen BW die de 13 gemeenten gezamenlijk ontvangen.
In 2028 is de ‘oude’ rijksbijdrage BW heel gering en in 2029 staat deze op nul, alle gelden voor BW komen dan direct bij de 13 gemeenten binnen. De achterliggende gedachte is dat op dat moment ook alle zittende cliënten (hier blijft de centrumgemeente financieel verantwoordelijk voor) uitgestroomd zijn. Het is de vraag of dit in Zeeland ook daadwerkelijk het geval zal zijn. We hebben immers in ieder geval voor 2023-2025 een breed BW pakket, inclusief het product Intensieve Begeleiding Thuis (IBT). Hierdoor kan iemand dus na de overstap van intramuraal BW naar Geclusterd BW en vervolgens naar IBT, lange tijd onder de noemer ‘zittende BW cliënt’ vallen. Voor een aantal gemeenten in onze regio geldt dat zij ook een financieel risico lopen wanneer de transformatie van beschermd wonen onvoldoende wordt gerealiseerd, gezien het vanuit historie hoog aantal aanwezige voorzieningen binnen hun gemeente. Verder hebben we nog steeds geen volledig beeld van onze resterende BW cliënten (na de overgang Wlz). De conclusie dat de ‘zwaarste’ en ‘duurste’ cliënten uitgestroomd zijn naar de Wlz is naar alle waarschijnlijkheid slechts gedeeltelijk waar.