08e Bijlage 2 - BBV Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Rekening 2025
Procentuele afwijking Rek.-Begr.
Onroerende zaakbelasting (OZB)
16.154
17.144
17.410
1,6%
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
4.559
4.766
4.679
-1,8%
Rioolheffing
6.106
6.391
5.957
-6,8%
Toeristenbelasting
4.285
3.835
3.178
-17,1%
Baten reclamebelasting
98
87
93
6,6%
Baten precariobelasting
33
25
35
40,5%
Baten marktgelden
18
20
18
-11,4%
Baten begraafplaatsrechten
16
15
9
-37,2%
Overige heffingen
2.988
2.340
2.428
3,8%
Totaal inkomsten uit heffingen
34.257
34.622
33.807
Totaal inkomsten begroting/rekening
172.174
186.723
179.465
Nb. de procentuele afwijking rekening/begroting zijn berekend op niet afgeronde bedragen. In de tabel zijn de bedragen wel afgerond op duizendtallen. Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de inkomsten uit gemeentelijke heffingen in 2025 ongeveer € 815.000 lager zijn dan begroot. De lagere opbrengsten zijn met name veroorzaakt door de lagere opbrengsten uit de Toeristenbelasting (€ 657.000) en de rioolheffing (€ 434.000). Beleid gemeentelijke heffingen De gemeentelijke heffingen vormen een integraal onderdeel van het gemeentelijke beleid. In het collegeprogramma 2022-2026 is bepaald dat we de gemeentelijke lastendruk voor inwoners en bedrijven zo verantwoord mogelijk in balans houden. Eventuele aanpassing van tarieven bekijken we in samenhang met onze ambities. Voor 2025 is voor de tarieven een inflatiecorrectie van 2,8% gehanteerd. Bij de OZB niet-woningen, de rioolheffing en de vermakelijkhedenretributie is hiervan afgeweken. Nadere uitleg over de tarieven van deze heffingen volgt later in deze paragraaf. Kostendekkendheid Vanaf de begroting 2017 is iedere gemeente verplicht in de paragraaf lokale heffingen de kostendekkendheid van de tarieven die op basis van de Gemeentewet maximaal kostendekkend mogen zijn, inzichtelijk te maken.
Per heffing wordt in deze paragraaf dan ook op hoofdlijnen inzicht gegeven hoe bij de berekening van de tarieven van heffingen de werkelijke baten de werkelijke lasten niet overschrijden. Voor Horst aan de Maas gaat het hierbij om: • afvalstoffenheffing; • reinigingsrecht; • rioolheffing; • rioolaansluitrecht; • marktgelden; • lijkbezorgingsrechten; 59
•
leges.
Per heffing worden de directe kosten, overhead, btw en opbrengsten weergegeven. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Directe kosten zijn de kosten die direct aan een heffing kunnen worden toegerekend en ook als zodanig in de financiële administratie staan (bijvoorbeeld directe personeelslasten, rijksleges, geleverde diensten t.b.v. de heffing en kapitaallasten). • De overhead is op basis van de hierboven vermelde directe personeelslasten aan de heffing toegerekend. • De inkoop-btw is als last meegenomen. • De opbrengsten zijn gebaseerd op de tarieven 2025 zoals die in de paragraaf genoemd worden. Voor de toerekening van de overhead heeft iedere gemeente een eigen beleidsvrijheid. De kostentoerekening van de overhead heeft net als bij de begroting 2025 plaatsgevonden op basis van de personeelslasten. Deze methode sluit het meest aan op de kostentoerekeningen zoals we die in het verleden ook hebben gehanteerd. In deze paragraaf wordt de kostendekkendheid per heffing op basis van deze toerekening van de overhead inzichtelijk gemaakt. De systematiek van toerekenen van de overhead via de personeelslasten betekent dat een relatief groter bedrag toegerekend wordt aan arbeidsintensieve taken. De rechtvaardiging hiervoor is dat de ondersteuning en de aansturing voornamelijk zijn gericht op de mensen die de taken uitvoeren.
Onroerende Zaak Belasting (OZB) De OZB wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. OZB bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Tarief Ozb-eigenaar woningen
0,1290%
0,1234%
-4,3%
Tarief Ozb-eigenaar niet-woningen
0,2915%
0,3121%
7,1%
Tarief Ozb gebruiker niet-woningen
0,2330%
0,2494%
7,0%
€ 437,31
€ 454,11
3,8%
€ 2.129,47
€ 2.319,00
8,9%
Gemiddelde aanslag woning (woz-waarde 2024 € 339.000) Gemiddelde aanslag niet woning / eigenaar en gebruiker (woz-waarde 2024 € 406.000)
De tarieven voor de OZB zijn geïndexeerd met 2,8% waarbij tevens de waardeontwikkeling in de tarieven is verdisconteerd. Hierbij zijn de tarieven voor niet-woningen met 5% extra verhoogd conform de Begroting 2025. Reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing) De reinigingsheffingen bestaan uit de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing wordt geheven van huishoudens om de kosten te dekken voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. Dit zijn niet alleen de kosten voor de wekelijkse afvalinzameling, maar ook kosten voor de inzameling van glas, oud papier, klein chemisch afval en dergelijke. Reinigingsrechten worden geheven van bedrijven die gebruik maken van de gemeentelijke afvalinzameldienst. De tarieven voor de afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) en de reinigingsrechten zijn gelijk.
60
Uitgangspunt is dat de reinigingsheffingen kostendekkend zijn. De basisheffing stijgt met 3,1% in 2025. Omdat de overige tarieven voor restafvalzakken en dergelijke gelijk blijven, stijgt de gemiddelde lastendruk voor de reinigingsheffingen met 2,8% (inflatiecorrectie). Dit heeft in 2025 voor de tarieven en de afval gerelateerde lastendruk het volgende betekend: Reinigingsheffingen bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Basisheffing per jaar meerpersoonshuishouden Basisheffing per jaar éénpersoonshuishouden Restafvalzak
€ 245,16 € 180,96 € 1,70
€ 252,72 € 186,60 € 1,70
3,1% 3,1% 0,0%
Gemiddelde lasten (1) Gemiddelde lasten meerpersoonshuishouden (1) Gemiddelde lasten éénpersoonshuishouden (1) (1) inclusief kosten voor restafvalzakken, big bags etc.
€ 247,13 € 265,19 € 189,64
€ 254,15 € 272,62 € 194,95
2,8% 2,8% 2,8%
De gemiddelde lastendruk voor een gebruiker van een woning (meerpersoonshuishouden) in onze gemeente bedraagt in 2025 € 272,62. Het gemiddelde van alle Limburgse gemeenten ligt op € 326,92 (volgens de berekeningsmethodiek van de provincie). De gemiddelde lastendruk voor een meerpersoonshuishouden is in Horst aan de Maas dus 16,6% (€ 54,30) lager dan het provinciale gemiddelde.
61
Rioolheffing De (verbrede) rioolheffing heeft het karakter van een bestemmingsheffing. Hiermee worden kosten verhaald van collectieve maatregelen, die de gemeente noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering. Ook de kosten voor de maatregelen die nodig zijn ten aanzien van hemelwater en grondwater worden hiermee verhaald. Tot en met 2023 is de rioolheffing in Horst aan de Maas als een vast bedrag per eigendom van de eigenaar geheven. Op 20 december 2022 heeft de raad besloten de huidige eigenaarsheffing met ingang van 2024 uit te breiden met een gebruikersheffing voor woningen en bedrijven met een hoog waterverbruik. Het kostendekkingsplan, de onderlegger van het gemeentelijk rioleringsplan, is hiervoor geactualiseerd. Uitgangspunt voor de rioolheffing zijn kostendekkende tarieven. Het tarief voor de rioolheffing 2025 is echter niet kostendekkend en daardoor is de egalisatievoorziening ingezet om de stijging in de heffing op te vangen. De tarieven zijn gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan en zijn gelijk aan die van 2024. In het onderstaande overzicht staat de ontwikkeling van de rioolheffing aangegeven. Rioolheffing bedragen in hele euro's
Vast tarief per eigendom Variabel tarief gebruik waterverbruik > 500m³ Waterverbruik van < 500 m³ Waterverbruik van 500 m³ t/m 999 m³ Waterverbruik van 1.000 m³ t/m 1.999 m³ Waterverbruik van 2.000 m³ t/m 2.999 m³ Waterverbruik van 3.000 m³ t/m 3.999 m³ Waterverbruik van 4.000 m³ t/m 4.999 m³ Waterverbruik van 5.000 m³ t/m 9.999 m³ Waterverbruik van 10.000 m³ t/m 49.999 m³ Waterverbruik > 50.000 m³
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
€ 280
€ 280
0%
€€ 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800
€€ 280 € 560 € 840 € 1.120 € 1.400 € 2.800 € 8.400 € 16.800
n.v.t. 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
62
Het tarief van de rioolheffing van woningen en bedrijven in 2025 ligt in Horst aan de Maas ca. 12,7% hoger (€ 31,56) dan het gemiddelde tarief in de provincie Limburg. Het tarief loopt wel in de pas met vergelijkbare gemeenten, zoals Peel en Maas € 288,62 en Venray € 253,81.
Rioolaansluitrecht Het rioolaansluitrecht is een éénmalige vergoeding van de eigenaar van een pand dat op de riolering wordt aangesloten. De indexatie van de tarieven zijn voor 2025 bepaald op de onderstaande tarieven:
Rioolaansluitrecht bedragen in hele euro's
2024
Type riolering Drukriolering buitengebied Vrijverval-riolering
Stijging 2025 t.ov 2025 2024
€ 4.881
€ 5.018
2,8%
€ 256 + € 185 per m¹ perceelaansluitleiding
€ 263 + € 190 per m¹ perceelaansluitleiding
2,7%
63
De kostendekkendheid van het rioolaansluitrecht ligt in 2025 op 155%. De reden hiervoor is dat er in 2024 veel aansluitingen zijn gemaakt die uiteindelijk in 2025 zijn aangesloten. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van degene die tegen een vergoeding gelegenheid geeft tot overnachten. De belasting wordt geheven voor alle overnachtingen van personen die niet in de gemeentelijke basisregistratie staan ingeschreven. Dit kunnen zowel toeristen als arbeidsmigranten zijn. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat de gemeente vrij is in de besteding van de inkomsten. Ook bij verblijf op/in ligplaatsen en watervilla’s wordt (water)toeristenbelasting geheven. Het verblijf op vaartuigen wordt geheven op basis van etmalen verblijf en niet op basis van overnachtingen. Conform de begroting 2025 is het tarief voor de toeristenbelasting 2025 verhoogd van € 1,60 naar € 1,65 per overnachting. De tarieven voor vaste plaatsen en seizoenplaatsen zijn in lijn hiermee aangepast. De tarieven van de toeristenbelasting 2025 zijn bepaald op de onderstaande tarieven:
Toeristenbelasting bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Tarief per persoon per overnachting
€ 1,60
€ 1,65
3,1%
Vaste plaats, vast bedrag per jaar
€ 249,60
€ 257,40
3,1%
€ 6,40
€ 6,60
3,1%
€ 1,60 € 249,60 € 6,40
€ 1,65 € 257,40 € 6,60
3,1% 3,1% 3,1%
Seizoensplaats / arrangement per week Watertoeristenbelasting per persoon per etmaal (1) Vaste ligplaatsen voor een vaartuig, per jaar (1) Seizoenligplaats voor een vaartuig, per week (1) (1) Vaartuigen & watervilla's
64
Vermakelijkheden De vermakelijkhedenretributie is in Horst aan de Maas per 2021 ingevoerd. Dit is een heffing voor het gebruik van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Het tarief € 0,10 per betalende bezoeker en/of deelnemer is niet gewijzigd. Vermakelijkheden met minder dan 10.000 bezoekers (ongewijzigd) worden niet in de heffing betrokken. Bij de vermakelijkhedenretributie geldt geen maximaal 100% kostendekkendheidsvoorschrift, zoals bij de rechten en leges. Een vermakelijkheid moet profiteren van een gemeentelijke voorziening die voor de gemeente lasten met zich meebrengt. De gemeente hoeft echter niet aan te tonen welk bedrag van de met de voorziening gemoeide lasten is toe te rekenen aan de vermakelijkheid. De gemeente hoeft ook niet aan te tonen dat geen winst wordt gemaakt. De tarieven voor de vermakelijkhedenretributie 2025 zijn bepaald op de onderstaande tarieven: Vermakelijkhedenretributie bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Vast bedrag per betalende bezoeker c.q. deelnemer van de vermakelijkheid
€ 0,10
€ 0,10
0,0%
Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8 zijn voor 2025 de volgende tarieven vastgesteld: Precariobelasting terrassen bedragen in hele euro's 2024
Terrassen binnen de bebouwde kom van Horst, Sevenum of Grubbenvorst per m² per jaar Overige terrassen per m² per jaar
Stijging 2025 2025 t.o.v. 2024
€ 10,55
€ 10,85
2,8%
€ 7,00
€ 7,20
2,9%
Door afrondingen op bedragen van € 0,05 stijgen de tarieven tussen de 2,8% en 2,9%. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van een standplaats tijdens de weekmarkt. In Meerlo, Swolgen en Tienray zijn geen marktdagen en is de heffing van marktgelden niet aan de orde. De promotiegelden die door de marktlieden in het centrum van Horst worden betaald, zijn vanaf 2011 in de heffing van de marktgelden meegenomen. De promotiegelden worden doorbetaald aan de stichting Centrummanagement Horst aan de Maas die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.
65
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% zijn voor 2025 de volgende tarieven vastgesteld: Marktgelden bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
€ 12,40
€ 12,80
3,2%
- per strekkende meter
€ 20,05
€ 20,65
3,0%
- vast bedrag (promotiegelden alleen in Horst)
€ 25,05
€ 25,85
3,2%
Voor het innemen van een standplaats per dag Voor het innemen van een vaste standplaats per kwartaal
Door afrondingen op bedragen van € 0,05 stijgen de tarieven tussen de 3,0% en 3,2%.
Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven voor openbare aankondigingen (reclameobjecten) in het centrum van Horst, die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Deze heffing is in 2008 op verzoek van de ondernemers van het centrum van Horst ingevoerd. De opbrengst van de reclamebelasting wordt, onder inhouding van € 5.000, doorbetaald aan de Stichting centrummanagement Horst aan de Maas, die hier vervolgens collectieve activiteiten t.b.v. het promoten van het centrum van Horst mee bekostigt.
66
Met toepassing van een inflatiecorrectie van 2,8% zijn voor 2025 de volgende tarieven vastgesteld: Reclamebelasting centrum Horst bedragen in hele euro's
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Zone A (woz-waarde kleiner dan of gelijk aan € 150.000)
€ 582
€ 597
2,6%
€ 582+ € 3,50 per € 1.000 woz-waarde 2023 boven de € 150.000
€ 597+ € 3,60 per € 1.000 woz-waarde 2024 boven de € 150.000
€ 1.077
€ 1.107
2,8%
€ 582
€ 597
2,6%
Zone A (woz-waarde range € 151.000 t/m € 291.000)
Zone A (woz-waarde groter dan of gelijk aan € 292.000) Zone B
Voor de reclamebelasting 2025 wordt de woz-waarde 2024 (waardepeildatum 1-1-2023) gehanteerd. Voor de reclamebelasting 2024 wordt de woz-waarde 2023 (waardepeildatum 1-1-2022) gehanteerd. Bij woon-/bedrijfspanden wordt alleen de woz-waarde over het bedrijfsgedeelte meegenomen. Door afrondingen op hele euro's stijgen de tarieven tussen de 2,6% en 2,8%. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten zijn vergoedingen voor diverse diensten die de gemeente verricht in het kader van de lijkbezorging. De hoogte van de lijkbezorgingsrechten wordt in overleg met het kerkbestuur vastgesteld.
Leges Met het heffen van leges dekt de gemeente de kosten die de gemeente maakt voor het leveren van bepaalde diensten. De tarieven zijn gebaseerd op maximaal kostendekkendheid. De kostendekkendheid van de leges 2025 wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt:
67
Titel 1: Algemene dienstverlening zoals o.a. huwelijksvoltrekkingen/partnerschapsregistratie, inlichtingen uit de basisregistratie personen (BRP), reisdocumenten en rijbewijzen; Titel 2: Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen; Titel 3: Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn. Onder de laatstgenoemde titel vallen o.a. aanvragen in het kader van de drank- en horecawet en kinderopvang.
68
Kwijtschelding Voor de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. Of iemand voor kwijtschelding in aanmerking komt hangt af van een aantal factoren. Aan de hand van de financiële situatie beoordeelt de gemeente of iemand voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt. Als basis gebruiken we hiervoor wetgeving, de door de gemeenteraad vastgestelde verordening kwijtschelding en de door het college vastgestelde Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Horst aan de Maas. Kwijtschelding is mogelijk voor de volgende heffingen: • OZB • Rioolheffing • Afvalstoffenheffing De gemeente biedt de mogelijkheid een verkort aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen (inlog via DigiD).Twee keer per maand worden de ontvangen kwijtscheldingsverzoeken bij Bureau InformatieDiensten Nederland getoetst. Als deze toetsing een afwijzing oplevert is het nog altijd mogelijk een volledig aanvraagformulier kwijtschelding in te vullen dat door de gemeente zelf wordt beoordeeld. Het is daardoor mogelijk dat een inwoner zowel een verkorte aanvraag als een volledig aanvraagformulier invult. Er zijn in 2025 minder kwijtscheldingsaanvragen, een daling van 3 %, ontvangen dan in 2024. Het aantal toekenningen is met 18 afgenomen. Eind 2025 waren er nog 2 aanvragen in behandeling.
Het verleende kwijtscheldingsbedrag is ten opzichte van 2024 met ongeveer € 1.000 gestegen. Ondernemers kunnen ook voor kwijtschelding in aanmerking komen als ze aan de voorwaarden voor kwijtschelding voldoen. In 2025 is er geen enkele aanvraag ontvangen.
69
Kwijtschelding 2023
2024
2025
Stijging 2025 t.o.v. 2024
bedragen in hele euro's Verzoeken om kwijtschelding
493
Kwijtschelding ondernemers
466
452
-3,0%
0
0
0
Kwijtschelding excl. ondernemers
355
352
334
-5,1%
Geen kwijtschelding
138
112
116
3,6%
0
2
2
€ 70.413
€ 72.442
€ 73.571
In behandeling Verleende kwijtschelding
1,6%
Invordering In 2025 zijn er 12 invorderingsrondes geweest. Eén meer dan in 2024. In 2025 zijn er ten opzichte van 2024 ongeveer 150 aanmaningen meer verzonden. Het aantal betekende dwangbevelen is gestegen met 68. Dit is o.a. een gevolg van de stijging van het aantal verstuurde aanslagen. Het oninbaar afgeboekte bedrag is in 2025 ruim € 12.000 lager dan in 2024.
Kengetallen invordering 2023
2024
2025
bedragen in hele euro's
Stijging 2025 t.o.v. 2024
Aantal aanslagen (excl. verminderingen)
22.305
21.806
22.960
5,3%
Geïncasseerd via automatische incasso
54,3%
53,0%
60,0%
13,2%
Betaling en incasso binnen de betalingstermijn
92,9%
92,1%
91,8%
-0,3%
Aantal aanmaningen
1.593
1.724
1.876
8,8%
Aantal kennisgeving dwangbevelen
802
830
942
13,5%
Aantal dwangbevelen
472
498
566
13,7%
0,06%
0,09%
0,05%
-44,4%
€ 18.045
€ 28.612
€ 16.047
-43,9%
Percentage oninbaar Horst aan de Maas Bedrag oninbaar Horst aan de Maas
70
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV. Risico-inventarisatie algemene risico's Voor de jaarrekening 2025 hebben we de risico’s opnieuw in kaart gebracht. Daarbij hebben we gekeken naar twee punten: • Zijn de eerder vastgestelde risico’s nog steeds actueel? We hebben opnieuw beoordeeld hoe groot de kans is dat deze risico’s zich voordoen en wat het maximale financiële gevolg is. • Zijn er nieuwe risico’s bijgekomen die we moeten meenemen? De actualisatie van de risico's leidt tot de hier onderstaande risicomatrix. Financiële klasse 6) x > € 1.000.000
2
2
5) € 500.000 < x < € 1.000.000
3
7
1
4) € 100.000 < x < € 500.000
16
16
10
3) € 25.000 < x < € 100.000
18
13
13
1
2) x < € 25.000
16
13
5
2
1) Geen financiële gevolgen
2 30%
50%
70%
10%
2 1
90%
In de bovenstaande risicomatrix zijn 143 risico's opgenomen. Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000. In de bovenstaande risicomatrix zijn enkele risico's vetgedrukt en onderstreept. Dit zijn de risico's met de hoogste kans en/of de grootste financiële gevolgen. In de tabel hieronder lichten we deze toe.
71
Omschrijving risico 1 Beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet. De capaciteit op het elektriciteitsnet is onvoldoende. Door netcongestie kunnen nieuwe plannen niet doorgaan of lopen ze flinke vertraging op. Extra kosten als gevolg hiervan zijn zo veel mogelijk in de begroting meegenomen. Het risico bestaat echter dat ook nieuwe projecten met hogere kosten door netcongestie te maken krijgen of niet door kunnen gaan.
Kans Financiële percentage klasse 50% 5
2 Langere wachttijden bij doorverwijzing naar zorgaanbieders voor WMO en Jeugdwet. Door onder andere personeelsgebrek bij de zorgaanbieders en het feit dat zowel WMO- als Jeugdcasussen zwaarder van aard zijn, zijn er langere wachttijden. De verwachting is niet dat het aantal of de zwaarte van aanvragen voor zorg en ondersteuning zal afnemen: Mede door de wachttijden kunnen zorgkosten in individuele casussen toenemen.
90%
5
3 Implementatie van een nieuwe applicatie voor Werk en inkomen en Schuldhulpverlening. De gemeente werkt aan de invoering van een nieuwe applicatie voor Werk en Inkomen en Schuldhulpverlening. Deze overgang brengt een aantal risico's met zich mee:
90%
4
-
Extra inzet en kosten: Het aanpassen van processen en het invoeren van een nieuw systeem kost tijd en geld. We houden hier rekening mee door extra capaciteit in te plannen. Toch bestaat het risico dat dit meer capaciteit vraagt dan waarmee we rekening gehouden hebben en dit tot hogere kosten leidt. Ook kunnen de wachttijden voor inwoners tijdelijk iets oplopen.
-
Risico op dataverlies: Bij de overgang van de oude naar het nieuwe systeem bestaat de kans dat er gegevens verloren gaan. In dat geval moeten we herstelwerkzaamheden uitvoeren, wat extra kosten met zich meebrengt.
-
Onzekerheid over levering software: De leverancier kan op dit moment niet garanderen dat het volledige softwarepakket op tijd beschikbaar is. Vooral voor Schuldhulpverlening is er nog onduidelijkheid. Mogelijk moeten we tijdelijk een tussenoplossing gebruiken, waarbij bestaande onderdelen worden aangepast totdat het volledige pakket beschikbaar is.
Risico's grondexploitaties Op 11 maart 2025 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Het uitgangspunt van die nota is dat de gemeente streeft naar een situationeel grondbeleid met een actieve basishouding. De gemeente kiest er daarmee voor om zelf actief gronden te verwerven en te ontwikkelen op vlakken waar ze dat belangrijk vindt en/of waar het niet door marktpartijen wordt opgepakt. Aan een actief grondbeleid hangen altijd risico’s. Risico’s houden we zo klein mogelijk en in elk geval beheersbaar door zorgvuldige overweging voorafgaand aan en goede sturing voor en tijdens de uitwerking en uitvoering. Financiële buffers De gemeente heeft voor de grondexploitaties een eigen reserve ingesteld, namelijk de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARGE) voor de winsten en verliezen op grondexploitaties. Die reserve kent een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-
72
completion) heeft de raad in oktober 2018 ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten. Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project verandert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het gebeuren dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project. Risico's bij stikstof. In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Ook het op een andere manier bouwen dan vooraf is gecommuniceerd, kan leiden tot een risico op stikstof. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen. Benodigde weerstandscapaciteit voor algemene risico's De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s bedraagt € 52,3 miljoen.
Dit is het bedrag dat nodig zou zijn als alle risico’s die we als gemeente lopen zich tegelijkertijd en volledig voordoen. In de praktijk gebeurt dit nooit. Daarom gebruiken we een Monte Carlo-simulatie om te bepalen hoeveel financiële ruimte we écht nodig hebben. Deze methode houdt rekening met de kans dat risico’s zich voordoen en met hun maximale omvang. De gemeenteraad heeft in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 vastgesteld dat we 90% zekerheid willen dat ons weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Op basis van de Monte Carlo-simulatie is berekend dat hiervoor minimaal € 9,30 miljoen nodig is. Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene reserve basis Onder de beschikbare weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onvoorziene, niet-begrote kosten te kunnen betalen. We hebben hier de volgende middelen voor beschikbaar: •
Algemene reserve basis;
•
Algemene reserve vrij aanwendbaar: flexibel inzetbaar;
•
Stille reserves: bezittingen zoals gebouwen en gronden die meer waard zijn dan in de boekhouding staat.
Voor de berekening van de beschikbare weerstandcapaciteit nemen we op basis van de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 alleen de algemene reserve basis mee. Bij de jaarrekening 2024 is de algemene reserve basis op € 9,12 miljoen. gebracht. Het weerstandsvermogen is bij de begroting 2026 verhoogd naar € 9,4 miljoen. Deze wijziging is echter niet doorgevoerd in 2025 daarom is het weerstandsvermogen in deze jaarrekening lager dan de norm die we hebben gesteld.
Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit Om te beoordelen of de gemeente voldoende financiële ruimte heeft, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekening is als volgt: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Ook de provincie Limburg gebruikt deze ratio om te beoordelen of een gemeente financieel weerbaar is. In onderstaande tabel staat hoe de provincie de ratio weerstandsvermogen classificeert:
73
Waardering A B C D E F
Weerstandsnorm ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 <0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
In de jaarrekening 2025 komt het weerstandsvermogen uit op 0,98. Dit is net onder de door ons gestelde norm van 1,0. Doordat in de begroting 2026 er wel een verhoging van de Algemene reserve basis is opgenomen is het weerstandsvermogen in 2026 weer voldoende, namelijk 1,01. Kengetallen , , Kengetallen
Verloop van de kengetallen Jaarr. Begr. Jaarr. Gestelde 2024
2025
2025 norm*)
1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten
23%
54%
26%
68%
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = Alle schulden m.u.v. kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, GR en overige verbonden partijen
18%
50%
22%
61%
3. Solvabiliteitsratio = Totale eigen vermogen / totaal van de passiva
37%
37%
40%
33%
4. Grondexploitatie = (Totaal activa van NIEGG + activa in exploitatie genomen gronden) / saldo van de baten
-3%
1%
-2%
7%
5. Structurele exploitatieruimte = ((structurele baten – structurele lasten) + (structurele onttrekkingen reserves – structurele toevoegingen reserves)) / totaal saldo van baten
2%
2%
6%
2%
6. Belastingcapaciteit = (OZB lasten gezinnen + rioolheffing gezinnen + afvalstoffenheffing gezinnen - eventuele heffingskorting gezinnen) / woonlasten landelijk gemiddelde voor gezinnen
97%
97%
95%
97%
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 19-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024. Normering van financiële kengetallen (GTK 2020 gemeenten). De provincies gebruiken het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK2020) om te beoordelen hoe financieel gezond een gemeente is. In dit kader zijn normen vastgesteld voor de belangrijkste financiële kengetallen. Voor elk kengetal zijn er 3 categorieën: •
Categorie A: weinig risico (goede financiële positie)
•
Categorie B: gemiddeld risico
•
Categorie C: veel risico (zwakke financiële positie)
74
Deze indeling helpt om snel te zien of een gemeente financieel sterk genoeg is om tegenvallers op te vangen.
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belasting capaciteit
Categorie A < 90%
Categorie B 90% - 130%
Categorie C > 130%
< 90% > 50% < 20% >0% <95%
90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%
> 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
Conclusie kengetallen • Ratio 1 en 2. Netto Schuldquote Deze ratio’s laten zien hoeveel schulden de gemeente heeft in verhouding tot haar eigen vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie en voldoen we aan de door ons zelf gestelde norm. De netto schuldquote stijgt ten opzichte van de jaarrekening 2024 van 23% naar 26% in de jaarrekening 2025. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen stijgt van 18% (jaarrekening 2024) naar 22% in 2025. De schulden blijven nagenoeg gelijk terwijl de uitzetting dalen, dit zorgt er voor dat er een lichte stijging is van de schuldquota. •
Ratio 3. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio laat zien hoeveel eigen vermogen de gemeente heeft in verhouding tot vreemd vermogen. Dit geeft aan hoe goed we onze financiële verplichtingen kunnen nakomen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 stijgt deze ratio van 37% naar 40%. De verbetering van deze ratio wordt vooral veroorzaakt door een stijging van het eigen vermogen. Dit is een positieve ontwikkeling voor ons weerstandsvermogen. We blijven hiermee in de middelste risicocategorie (klasse B) van de provincie en zitten ruim boven de norm die wij zelf gesteld hebben (33%).
•
Ratio 4. Grondexploitatie Deze ratio laat zien hoe afhankelijk de gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties brengen risico's met zich mee en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Daarom is het beter als deze ratio laag is. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is er een kleine verslechtering te zien, deze neemt van -/- 3,3% naar -/- 2,1% maar is daarmee nog heel positief vanuit risico-oogpunt.
•
Ratio 5. Structurele exploitatieruimte Deze ratio laat zien of onze vaste inkomsten voldoende zijn om onze vaste uitgaven te betalen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. In 2025 is dit percentage (6%) hoger dan de jaarrekening 2024 (2%) dit is een positieve ontwikkeling. Dat betekent dat we in die jaren genoeg structurele inkomsten hebben en dus in de laagste risicoklasse (klasse A) volgens de norm van de provincie vallen.
•
Ratio 6. Belastingcapaciteit woningen: Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. Ten opzichten van de jaarrekening 2024 verbetert deze ratio van 97% naar 95%. We voldoen hiermee ook aan de door ons zelf gestelde norm van maximaal 97% en vallen hiermee in middelste risicocategorie (B) van de provincie. De gemiddelde OZB in HADM is in 2025 nagenoeg gelijk aan het landelijke gemiddelde, onze 75
rioolheffing is hoger en de afvalstoffenheffing is een stuk lager dan het landelijke gemiddelde. Alle drie opgeteld ligt de gemiddelde lastendruk in HADM onder het landelijke gemiddelde. Samenvattende conclusie De gemeente Horst aan de Maas heeft op dit moment een goed financieel weerstandsvermogen. In 2025 vallen vier van de zes financiële ratio’s in de laagste risicoklasse van de provincie. Twee ratio’s vallen in de middelste risicoklasse. We voldoen bij alle ratio's aan de door ons zelf gestelde norm. Bij de schuldquota geldt dat er een lichte verslechtering is ten opzichte van de jaarrekening 2024, echter alle andere ratio's laten een verbetering zien. Per saldo kunnen we dus stellen dat de financiële situatie van de gemeente is verbeterd. We zijn daarmee in control op het gebied van risicobeheersing. We hebben een systeem dat tijdig anticipeert op een toename van risico’s van buitenaf en hebben voldoende financiële ruimte in onze begroting en ons eigen vermogen om financiële tegenvallers op te vangen.
76
C. Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voorzieningen in de openbare ruimte. Het gaat hierbij om wegen, riolering, groen en gemeentelijke gebouwen. De kapitaalgoederen leveren een bijdrage aan de realisatie van gemeentelijke doelen op het gebied van wegen, milieu en duurzaamheid, openbaar groen, onderwijs en dienstverlening. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de onderhoud en beheerprogramma’s de keuze uit kwaliteitsniveaus. Daarmee heeft zij een afwegingskader voor de inzet van financiële middelen, voor zover deze passend zijn binnen de financiële positie van de gemeente. In deze paragraaf hebben we ook de doelstellingen en maatregelen voor de (gemeentelijk)gebouwen weergegeven. Ook hebben we doelstellingen en maatregelen van wegen, riolering en openbaar groen in de betreffende programma's opgenomen. Wegen
De hoofddoelstelling is een openbare ruimte die schoon, heel, veilig en goed toegankelijk is. Om invulling aan deze doelstelling te geven zorgen wij voor een adequaat beheerplan wegen. Dit betekent dat ook de hierin aanwezige civiele kunstwerken en openbare verlichting efficiënt en doelmatig beheerd worden. Het Wegbeheerplan 2024-2027 geeft inzicht in de huidige kwaliteit en de situatie van de verhardingen die bij de gemeente Horst aan de Maas in beheer zijn. Daarnaast geeft het Wegbeheerplan inzicht in de benodigde budgetten voor het onderhouden van de wegen op een veilig en functioneel niveau en brengt het de financiële gevolgen op korte en middellange termijn (tot en met 2027) in beeld. We onderhouden de wegen op kwaliteitsniveau ‘basis, welke de ondergrens vormt voor rationeel wegbeheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Het onderhoud is 2025 volgens, de planning uitgevoerd. Het beheerplan wegen, bermen en sloten buitengebied is gecombineerd uitgevoerd met het onderhoud wegen. De budgetten voor het onderhoud van de wegen zijn opgenomen onder de kostenplaatsen algemeen wegbeheer, wegen en trottoirs, bermen en bermsloten en straatreiniging. Daarnaast vindt er een jaarlijkse storting plaats in de voorziening onderhoud wegen.
Voor het onderhoud van de civieltechnische kunstwerken is het noodzakelijke onderhoud vastgelegd in een meerjarige onderhoudsplanning voor de periode 2020-2029. Hierin wordt een overzicht gegeven van de huidige staat en noodzakelijke budgetten/ investeringen voor een verantwoord onderhoud en beheer. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en in 2025 is onderhoud, in overeenstemming met de planning uitgevoerd. We onderhouden de civieltechnische kunstwerken op een veilig en heel niveau. De budgetten voor het beheer en onderhoud zijn opgenomen onder de kostenplaatsen bruggen/viaducten/kades en kunstwerken. De budgetten zijn gekoppeld aan het vastgestelde beleidsplan. Hetzelfde geldt ook voor het onderhoud en vervangingen van de openbare verlichting. De middelen volgend uit het beheer- en beleidsplan zijn opgenomen in de meerjarenbegroting en het onderhoud en vervangingen zijn in 2024 in overeenstemming met de planning uitgevoerd. Er wordt ingezet op het verduurzamen van het areaal, door het vervangen van oude verlichtingsarmaturen voor LEDarmaturen. Grote vervangingsinvesteringen worden geactiveerd en afgeschreven.
77
Beheerplannen
Datum vaststelling
Kwaliteitsniveau
Wegbeheerplan 2024-2027
06-02-2024
Basis
Ecologisch bermbeheerplan 20212025
26-07-2021
Ecologisch
Meerjaren onderhoudsplan Civiele Kunstwerken 2020-2029
15-12-2020
Veilig en heel
Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2025
15-12-2015
Basis
Begroting Begroting na wijziging 2025 2025 Wegen en trottoirs Exploitatie Storting in de voorziening Kapitaallasten Totaal Wegen en trottoirs Straatreiniging Exploitatie Totaal Straatreiniging Bermen en bermsloten Exploitatie Kapitaallasten Totaal Bermen en bermsloten Bruggen / viaducten / kades Exploitatie Totaal Bruggen / viaducten / kades Openbare verlichting Exploitatie Kapitaallasten Totaal Openbare verlichting
Realisatie 2025
-70 -1.935 -706 -2.711
364 -2.123 -707 -2.465
372 -2.131 -710 -2.469
-125 -125
-125 -125
-168 -168
-142 -255 -397
-144 -255 -399
-146 -258 -404
-73 -73
-73 -73
-9 -9
-750 -94 -844
-755 -94 -848
-548 -95 -643
Riolering
Klimaatadaptatie en Kaderrichtlijn water Gemeentelijk rioleringsplan & Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Horst aan de Maas Eind 2021 heeft de gemeenteraad het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) met bijbehorend kostendekkingsplan (KDP) voor de periode 2022 tot en met 2026 vastgesteld. Samen met de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie is hiermee het beleid voor deze periode op het gebied van water en klimaatadaptatie vastgelegd. In 2023 hebben we het kostendekkendheidsplan herijkt.
78
Uitdagingen 2026-2029 Met inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt er geen nieuw Gemeentelijk rioleringsplan meer gemaakt maar worden beleidsmatige aspecten en ambities in het Programma Groen, Blauw en Klimaatadaptatie opgenomen. Dit programma geeft begin 2026 input voor een nieuw kostendekkingsplan. Riolering Één van de hoofddoelstellingen is de zorg voor een goed werkend rioolstelsel en een doelmatig rioolbeheer. Om dit te bereiken stellen we jaarlijks inspectie- en onderhoudsschema’s op. De afgelopen jaren hebben we vooral ingezet op het relinen van riolen. De ervaring hiermee leert dat het echter soms beter is om een riool te vervangen ipv te relinen. Vooral als een straat er toch uit moet. Vervangen van de riolering geeft ook meer kansen voor het afkoppelen van hemelwater. In het nieuw kostendekkingsplan gaan we hier rekening mee houden. Kwaliteit rioolstelsel Ieder jaar inspecteren en reinigen we 10% van ons rioolstelsel. Ook in 2025 hebben we dit gedaan. Op basis van deze inspectie zijn waar nodig maatregelen genomen, zoals reparatie, relining of vervanging van het riool. Bij de voorbereiding van de reconstructie en het klimaat adaptief maken van de Schoolstraat in Horst is gebleken dat de riolering van het oostelijk gedeelte slecht was. Nu de straat toch eruit ging is dit gedeelte van de riolering vervangen.
Grondwater Het jaar 2025 werd gekenmerkt door veel en langdurige neerslag. Terwijl andere jaren weer droog verlopen. We onderzoeken de gevolgen daarvan voor de grondwaterstanden en brengen in beeld wat dit betekent voor beleidsmatige en operationele zaken. KaderRichtlijn Water (KRW) Het terugdringen van riooloverstorten is op basis van de KRW een wettelijke verplichting waar we in 2027 aan moeten voldoen. Sinds 2017 stimuleren we inwoners met een subsidieregeling om regenwater van de riolering af te koppelen en geven we zelf het goede voorbeeld door bij reconstructies in de openbare ruimte door regenwater standaard af te koppelen. We verwachten tot 2028 nog 8 tot 9 hectare aan verhard oppervlak af te koppelen. Daarnaast maken we een tiental Groene Bergingen achter riooloverstorten. Ondanks alle inspanningen verwachten we eind 2027 niet geheel aan de KRW-opgave te voldoen. Met het Waterschap Limburg zijn hierover intensieve overleggen geweest en afspraken gemaakt. Ook na 2027 blijft het dan ook noodzakelijk om aan de KRW opgave te werken en de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Klimaatadaptatie In 2021 hebben we een aantal (urgente) knelpunten wateroverlast gedefinieerd. Projecten hiervoor zijn in voorbereiding of in uitvoering. Voor de komende jaren brengen we nieuwe knelpunten in beeld en pakken we deze aan. Het onderzoek hiervoor loopt.
Om hittestress te voorkomen hebben we de afgelopen jaren ruim 300 bomen in stedelijk gebied aangeplant. Voor de komende jaren voorzien we een toename in het aantal te planten bomen. Met het programma Groen, Blauw en Klimaatadaptatie zorgen we voor een beleidsmatige en structurele aanpak. Ons streven is de werkzaamheden die volgen uit het GRP zoveel mogelijk volgens planning uit te voeren. De praktijk is dat dit door diverse omstandigheden waaronder, capaciteitsgebrek bij adviesbureaus, moeilijke verwervingen van gronden, niet altijd lukt. De uitvoering van het jaarlijkse onderhoud verloopt volgens planning. Beheerplannen
Datum Vaststelling
Kwaliteitsniveau
GRP 2022-2026
23-11-2021
n.v.t.
GRP 2022-2026
24-10-2023 herijking
n.v.t.
79
Begroting Begroting na wijziging 2025 2025
Realisatie 2025
Riolering Exploitatie
-2.616
-2.582
-2.332
Kapitaallasten Storting voorziening Totaal lasten riolering Baten rioolheffing Rioolaansluitrecht Storting voorziening Totaal baten riolering
-909 4.817 1.292 6.333 58 -2.764 3.628
-898 4.782 1.302 6.333 58 -2.764 3.628
-921 -606 -3.859 5.886 71 0 5.957
Groen
De zorg voor het openbare groen vinden wij belangrijk. Groen draagt bij aan de 'quality of life' en het welzijn van mensen. Groen zorgt voor een goede woon- en leefomgeving, verfraaiing van de kernen, hittestressreductie, een verhoging van het waterbergend vermogen en een grotere biodiversiteit. Onderhoudsniveaus Niet al het groen binnen de bebouwde kom in onze gemeente onderhouden we even intensief. De verschillende onderhoudsniveaus voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom liggen vast in de groenstructuurvisie. De onderhoudsniveaus zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen van CROW: • Niveau A: Hoog onderhoudsniveau. Groen is strak en verzorgd, met weinig tot geen onkruid. • Niveau B: Basisniveau. Groen is netjes maar niet perfect. Er mag beperkt onkruid voorkomen en het onderhoud is regelmatig maar niet intensief. • Niveau C: Sober onderhoud. Er is meer onkruid toegestaan en het groen oogt minder verzorgd. Voor de hoofdgroenstructuren en groene parels hanteren we onderhoudsniveau A, voor woonwijken onderhoudsniveau B, en voor bedrijventerreinen onderhoudsniveau C. Beheerplannen groen Voor het beheer en onderhoud van ons groen hebben we 4 beheerplannen. 1. Beheerplan openbaar groen. Het Beheerplan openbaar groen 2020 - 2023 heeft als doel de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren en te zorgen voor een gezonde, aantrekkelijke en klimaatbestendige leefomgeving.
Belangrijke speerpunten zijn: • Versterking van biodiversiteit en ecologisch beheer van bermen en plantvakken. • Klimaatadaptatie, zoals vergroening van stedelijke gebieden en wateropvang. • Samenhang met andere disciplines, zoals riolering en wegenonderhoud. • Verduurzaming, o.a. circulaire economie zoals compost uit eigen afvalstroom groen. • Participatie van inwoners en integratie van maatschappelijke meerwaarde. Begin 2026 (Q2) leggen we een nieuw Beheerplan Openbaar Groen (2026-2030) voor aan de Raad. In dit beheerplan zal ook een financiële paragraaf opgenomen zijn voor eventuele aanpassingen in de begroting. 2. Bomenbeheerplan 2025 Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving
80
Het bomenbeheerplan 2025 vormt de leidraad voor het beheer van gemeentelijke bomen. Het biedt duidelijke kaders en richtlijnen die richting geven aan de communicatie en samenwerking tussen bestuurders, beheerders, uitvoerders en inwoners. Het plan is opgebouwd rond de drie centrale ambities: 1. Betere bomen: gericht op kwaliteit en vitaliteit. 2. Meer en beter beschermde bomen: voor behoud en versterking van het bomenbestand. 3. Betere samenwerking rondom bomen: om kennis, betrokkenheid en draagvlak te vergroten. Deze ambities sluiten aan bij bredere maatschappelijke thema’s zoals biodiversiteit, identiteit & cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid & welzijn. Er wordt gewerkt volgens het Bomenbeleidsplan Horst aan de maas 2025. Hierin is aandacht voor groenstructuren, biodiversiteit, klimaat en cultuurhistorie. Het plan fungeert als bouwsteen voor het programma “Groen, Blauw en Klimaat” binnen de omgevingswet. Bij het omvormen, vervangen en nieuw aanplanten van bomen geven we prioriteit aan bomen op hittestress- en waterproblematiek locaties, ook langs openbare wegen planten we bomen om belangrijke boomstructuren te behouden. Het boomareaal groeit hierdoor aanzienlijk, wat zorgt voor meer werk en uitdagingen in ons boombeheer. Door klimaatverandering, met name de natte winters en droge zomers, gaat de gemiddelde conditie van onze volwassen bomen achteruit. 3.
Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-2033 Het Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-203 is thematisch ingedeeld. Belangrijke sturingsmechanismen hierin zijn houtoogst, bosverjonging en beheer van kleine landschapselementen. We bevorderen biodiversiteit door het behouden en versterken van natuurwaarden, het inrichten van begrazingsgebieden, het aaneensluiten bos en natuur in beheerclusters en pakken exoten in natuurgebieden ecologisch aan. Bossen en natuurterreinen maken we toegankelijk voor recreatie waarbij veiligheid een belangrijk item is. Bijvoorbeeld door veiligheidsinspecties langs drukker bezochten routes. Binnen het bos- en natuurbeheer verlagen we de risico’s op natuurbranden door integratie van landelijke richtlijnen zoals de Risico Index Natuurbranden. Daarnaast zoeken we samenwerking met de Veiligheidsregio Noord-Limburg. De financiële middelen voor bos- en natuurbeheer in de huidige begroting zijn op dit moment voldoende. Aandachtspunt is dat door klimaatverandering, monotonie van de bossen en extreme weersomstandigheden, de conditie van onze bossen achteruitgaat. We zoeken naar middelen en manieren om de bossen klimaatbestendiger in te richten en te zorgen voor robuuste groene verbindingen, waarin kansen met ‘blauw’ gezocht worden. 4.
Speelbeheerplan Het Speelbeheerplan 2020-2024 heeft als doel om een veilige, inclusieve en uitdagende speelomgeving te creëren die aansluit bij de behoeften van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen. Belangrijke speerpunten zijn: • Kwaliteit van speellocaties behouden: Afgeschreven speeltoestellen vervangen door uitdagende speeltoestellen en -aanleidingen. • Leeftijdsgerichte inrichting: Speelvoorzieningen worden zoveel mogelijk aangepast aan de behoefte van diverse leeftijdsgroepen. • Klimaatadaptief en natuurlijk spelen: Meer aandacht voor groen, water en natuurlijke elementen op speelplekken. • Inwonersparticipatie: inwoners en kinderen worden actief betrokken bij het ontwerp en beheer van speelplekken. • Gezondheid en leefbaarheid: Spelen wordt gezien als essentieel onderdeel van de fysieke en sociale ontwikkeling van kinderen en de leefbaarheid in de dorpen. Het onderhoud van de speelvoorzieningen voeren we zodanig uit, dat het voldoet aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS 2023). Het beschikbare onderhoudsbudget is meerjarig toereikend en er is geen sprake van achterstallig onderhoud. We vervangen speeltoestellen op basis van technische levensduur. Bij vervanging wegen we af of het noodzakelijk is om een nieuw toestel te plaatsen. Bij noodzakelijkheid maken we mede gebruik van de reserve Speelvoorzieningen.
We plaatsen, onder voorwaarden, natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien en boomstammen in de openbare ruimte. We wijken hiermee af van het WAS.
81
In het 2e kwartaal van 2026 leggen we een nieuw Speelbeheerplan voor de periode 2026-2029 voor aan de Gemeenteraad. Overzicht beheerplannen Groen Beheerplannen Datum vaststelling Beheerplan Openbaar Groen 11-02-2020 2020-2023 Bomenbeheerplan 2025 08-07-2025 "Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving" Bos- en natuurwerkbeheerplan 2023-2033 Speelbeheerplan 2020 -2024
Kwaliteitsniveau A, B en C N.v.t.
20-03-2023
N.v.t.
23-03-2021
N.v.t.
Begroting Begroting na wijziging 2025 2025 Landschapselementen Exploitatie Bomenbeheer Exploitatie Openbaar groen/plantsoenen/parken Exploitatie Totaal beheerplan openbaar groen
Realisatie 2025
-117
-117
-119
-442
-467
-518
-1.507 -2.067
-1.527 -2.111
-1.641 -2.277
Gebouwen De gemeente Horst aan de Maas beschikt over divers vastgoed dat wordt ingezet voor de volgende doeleinden: 1. Eigen gebruik; 2. Verhuur aan verenigingen en organisaties voor hun activiteiten; 3. Realiseren van toekomstige strategische doelen; 4. Overige eigendommen (restcategorie). Wij streven ernaar om kwalitatief voldoende en kwantitatief passend vastgoed te bezitten dat aansluit bij de maatschappelijke vraag. De kwaliteit bewaken we met de BOEI-methodiek (Brandveiligheid, Onderhoud, Energie & Duurzaamheid, Informatie wet- en regelgeving). Hiermee sturen we op veiligheid, duurzaamheid en voldoen we aan wet- en regelgeving. In november 2025 heeft de gemeenteraad het geactualiseerde Meerjarig Onderhoudsplan (MJOP) en Meerjarig Investeringsplan (MIP) vastgesteld voor de periode 2026-2030. Ontwikkelingen en onderhoud 2025 In 2025 hebben wij conform beleid ingezet op het behoud van conditiescore 3 voor onze gebouwen. Bij natuurlijke vervanging van installaties is waar mogelijk direct gekozen voor verduurzaming. Belangrijke acties en investeringen zijn: • BMV Broekhuizenvorst: vervanging van klimaatinstallaties door duurzame varianten. • MFC ’t Haeren en De Wingerd: verduurzaming van atriums, verbetering van constructies en toepassing van isolatieglas. • Openbare werken: realisatie van laadpalen voor het verduurzamen van het wagenpark.
• Verlichting: op diverse locaties is traditionele verlichting vervangen door energiezuinige LEDverlichting. • Gebouwenbeheer: uitbreiding van het gebouwbeheersysteem om prestaties beter te monitoren en direct bij te sturen. Dit draagt bij aan energiezuinige exploitatie en optimalisatie van comfort en veiligheid. 82
Met deze maatregelen zetten wij stappen richting een toekomstbestendig, duurzaam en efficiënt vastgoedbeheer, in lijn met onze strategische doelstellingen en wettelijke verplichtingen.
83
D. Financiering Inleiding In deze paragraaf worden de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet. De Wet Financiering Decentrale Overheden (wet FIDO) schept een kader voor de treasuryfunctie, levert een bijdrage aan de kredietwaardigheid van de openbare lichamen en bevordert de transparantie van de treasuryfunctie. Deze wet introduceert twee instrumenten op het gebied van de treasuryfunctie: • het treasurystatuut • de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening van de gemeente. Het treasurystatuut In het treasurystatuut worden de doelstellingen, uitgangspunten en richtlijnen van de financieringsfunctie opgenomen zodat de gemeenteraad beter invulling kan geven aan zijn verordenende en controlerende bevoegdheid. In de door de raad op 18 november 2025 vastgestelde financiële verordening 2025, artikel 20 van onze gemeente is bepaald dat het college een treasurystatuut vast stelt. Voor het verslagjaar 2025 is het vastgestelde "treasurystatuut 2023-2026" leidend. In 2026 herijken we het huidige Treasurystatuut. De financieringsparagraaf De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor treasury en bevat informatie op het gebied van risicobeheer, de financieringspositie en de leningen- en uitzettingenportefeuille.
Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak Steeds vaker melden partijen zich bij de gemeente met het verzoek voor gemeentelijke garanties of geldleningen om hun doelen op gebied van sport, onderwijs / educatie, cultuur en welzijn te kunnen verwezenlijken. Het verstrekken van garanties en geldleningen is een belangrijk instrument om initiatieven met een publiek doel in de gemeente Horst aan de Maas te kunnen verwezenlijken. Als subsidiëring om welke reden dan ook niet aan de orde is, zou zonder deze facilitering dit doel niet bereikt kunnen worden. Om alle aanvragen op een uniforme wijze te beoordelen is in 2021 de "Regeling garantstelling en verstrekking van geldleningen voor een publieke taak" opgesteld. Met deze regeling wordt beoogd het creëren van transparantie en eenduidigheid van beleid met betrekking tot het verstrekken van gemeentelijke garantstellingen en/of geldleningen. Tegelijkertijd wordt daarmee een ongewilde willekeurige beoordeling van inkomende aanvragen voorkomen. Daarnaast heeft deze regeling tot doel het beperken van de risico’s die de gemeente loopt bij verstrekking van garantstellingen en geldleningen. Deze regeling is een verdiepingsslag op het huidige treasurystatuut. In de raadsvergadering van 21 september 2021 is de regeling door de raad unaniem aangenomen.
In Europees verband zijn afspraken gemaakt om de overheidsuitgaven nu en op langere termijn houdbaar te laten blijven. Deze maatregelen zijn vertaald naar Nederlandse wetgeving. Zoals de invoering van het verplicht schatkistbankieren (Wet Fido) en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). Schatkistbankieren (Wet Fido) Gemeenten (maar ook provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) zijn sinds 2013 verplicht om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het rijk. Ze mogen alleen positieve banksaldi voor het betalingsverkeer op eigen bankrekeningen aanhouden. Voor de omvang daarvan was een drempelbedrag ingesteld. Dat drempelbedrag is sinds 2021 gesteld op 2 procent van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 mln. Als over een periode van 3 maanden de positieve saldi van de bankrekeningen dat drempelbedrag dreigen te overschrijden, dan moet een gemeente het meerdere storten op de rekening bij de schatkist van het rijk. Doel van het schatkistbankieren is: 1. Een lagere EMU-schuld van Nederland. Die EMU-schuld hoort volgens het Verdrag van de Europese Unie lager te zijn dan 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp). 85
2. Het voorkomen van onveilige beleggingen door decentrale overheden. Door de overtollige liquide middelen bij de schatkist aan te houden, lopen ze geen risico dat dit geld door bijvoorbeeld een faillissement van een financiële instelling in rook op gaat. Nadeel is wel dat decentrale overheden minder rendement halen. Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) / EMU saldo Om hun financieringstekort te beheersen en terug te brengen, hebben de landen van de Eurozone (Europese Commissie) in het Verdrag van Maastricht een norm afgesproken. Het nationale financieringstekort mag niet meer bedragen dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waarbij de overheidsschuld / staatsschuld niet hoger mag zijn dan 60% van het BBP. Per 1 januari 2014 is de Wet Houdbare overheidsfinanciën ingevoerd. Daarin worden Europese afspraken over de beheersing van de schuldenlast en het begrotingstekort vertaald naar nationale wetgeving om te waarborgen dat het begrotingstekort binnen de perken blijft. Het aandeel van de landelijke decentrale overheden in de berekening van het begrotingstekort van 3% bedraagt omstreeks 0,5%. Alle gemeenten samen nemen daarvan momenteel circa 0,38% voor hun rekening. In de wet staat dat gemeenten een gelijkwaardige bijdrage moeten leveren aan het terugdringen van het EMU-tekort.
De EMU-tekortruimte voor decentrale overheden is voor jaren 2024 tot en met 2026 vastgesteld op -0,5% van het bruto binnenlands product per jaar. Deze ruimte is vervolgens onderverdeeld tussen gemeenten, provincies en waterschappen. Het aandeel voor de gemeenten is vastgesteld op -0,34% procent van het bruto binnenlands product. Er wordt aan de gemeenten geen sancties opgelegd als er toch sprake is van overschrijdingen. Daarnaast gelden de regels voor het maximale begrotingstekort niet voor elke gemeente apart, maar voor alle gemeenten samen. Dat betekent dat een gemeente of provincie die in een jaar fors investeert dat gewoon kan doen als alle gemeenten samen maar binnen de norm blijven. De vier grote gemeenten samen hebben een aandeel van 85% op de grootte van het tekort. Het aandeel van onze gemeente is uitermate gering. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 20) is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken over het voorafgaande jaar, het actuele jaar en het volgende jaar. Met ingang van 2017 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De individuele overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) verstrekken onderstaande gegevens jaarlijks aan het CBS.
Indien hieruit blijkt dat op macroniveau het EMU-saldo overschreden wordt, zullen de gemeenten, provincies en waterschappen hierover worden geïnformeerd. Zoals al eerder beschreven worden gemeenten (nog) niet afgerekend op een eventueel hoger EMU-tekort.
86
EMU-Saldo 2025 Omschrijving 1 Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserve (zie BBV, artikel 17c)
5.402
+2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
5.193
+3
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
6.915
-4
Uitgaven aan investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
-24.015
+5
De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van het Rijk, de Provincies, De Europese Unie en overigen
820
+6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa
193
-6b Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa -7 Uitgaven aan aankoop van grond en de uitgaven van bouw, woonrijp maken e.d.
-5.101
+8a Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs)
3.405
-8b Boekwinst op grondverkopen -9 Betalingen ten laste van de voorzieningen
-941 5.158
-10 Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de andere genoemde posten
-
-11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen
-35
Berekend saldo
-3.006
Financieringspositie Voor een duidelijk beeld van de mogelijke risico's bij de financiering geven we aan welke omvang de financiering binnen onze gemeente heeft. Daarbij wordt de verhouding weergegeven tussen het Eigen en Vreemd Vermogen. Financieringspositie Vaste activa 169.751 Grondexploitatie -3.688 Totaal vaste activa 166.063 Eigen vermogen 88.482 Voorzieningen 19.285 Vreemd vermogen 72.418 Totaal vermogen 180.185 Financieringspositie 14.122 Verhouding: Eigen vermogen 49,11% Vreemd vermogen 50,89% Financieringsoverschot 7,84% Een tekort aan financieringsmiddelen wordt met externe financieringsmiddelen “kort of lang” gefinancierd. Het keuzemoment voor het aantrekken van een vaste geldlening (‘lang-geld”) wordt naast het inzicht in de geldstromen bepaald door: • de marktverwachtingen • de wettelijke bepalingen en • de toetsingscriteria van de provincie m.b.t. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (wet FIDO). 87
In 2022 is er vroegtijdig geanticipeerd, door het aantrekken van een tweetal langlopende leningen voor een totaalbedrag van € 35 miljoen, rekening houdende met de verwachtte forse investeringsbedragen en de stijgende rente. In onderstaande grafieken ziet u de ontwikkeling van de langlopende schulden in de afgelopen jaren.
Het is niet toegestaan alles met “kort geld” - een kasgeldlening - te financieren. Er zijn criteria opgesteld voor de lokale overheden om te voorkomen dat in de toekomst men bij herfinanciering met financiële tegenvallers wordt geconfronteerd. De kasgeldlening is een instrument waar door de lokale overheden veel gebruik van wordt gemaakt omdat er in de markt een lagere rente op wordt gegeven door de verstrekkers van de lening. Risicobeheer: kasgeldlimiet en rente-risiconorm De gemeente verstrekt enkel leningen of garanties aan derden uit hoofde van haar publieke taak. Hiervoor is een besluit van de raad noodzakelijk. Om de budgettaire risico's te beperken, zijn twee normen op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheden van belang: de kasgeldlimiet en de rente-risiconorm. Kasgeldlimiet Deze limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar (max. 8,5% van het bedrag van de begroting). Het gaat hierbij om renterisico’s van de vlottende schuld. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en de kredietlimiet op rekening-courant. Met het in werking treden van het schatkistbankieren moeten overtollige gelden boven de normgrens van schatkistbankieren in de schatkist gestort worden. Van andere uitzettingen was in 2025 geen sprake.