CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Zonnepark Joh Poststraat 8 Nieuwlande

Raadsavond 5 juli 2021, gemeente HoogeveenBij agendapunt: Omgevingsvergunning zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande22.418 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

36 alinea's met “inventarisatie”: 54 297 298 304 306 561 609 611 612 615 620 624 633 642 647 652 654 659 664 665 670 672 677 679 686 690 691 694 696 708 726 731 750 760 764 801

In het plangebied zijn verblijfplaatsen van enkele algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals veldmuis, haas, ree of vos te verwachten, hoewel deze niet zijn waargenomen tijdens het veldbezoek. Voor deze soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Effectbeoordeling Verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter zijn niet aanwezig in het plangebied. Voor zover vleermuizen en steenmater gebruikmaken van het plangebied als foerageergebied, zal dit vrijwel uitsluitend de watergangen en bosranden betreffen die bij de ontwikkeling behouden blijven. Er

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

8

komt geen verlichting of een andere verstorende bron voor vleermuizen of grondgebonden zoogdiersoorten in het plangebied. De ecologische waarde van de watergangen kan naar verwachting zelfs toenemen vanwege het veel extensievere gebruik van de tussenliggende percelen met zonnepanelen en grasstroken. Negatieve effecten op vleermuizen en steenmarter door verlies van foerageergebied kunnen worden uitgesloten. Het bosje binnen het plangebied is onderdeel van het leefgebied van eekhoorn, maar hier zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Dit bos maakt deel uit van een veel groter leefgebied in het aangrenzende bos buiten het plangebied, waar ook veel voedsel zoals eikels beschikbaar is. De aangetroffen nesten liggen op enige afstand van het plangebied. De dichtheid aan eekhoorns is laag gezien het kleine aantal nesten, en het feit dat geen eekhoorns zijn waargenomen gedurende 2,5 uur veldbezoek onder gunstige waarnemingsomstandigheden. Er gaat geen essentieel foerageergebied verloren. Een negatief effect op eekhoorn kan worden uitgesloten. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.

3.3

Vogels

Inventarisatie Door het ontbreken van bebouwing en bomen op de akkers kunnen verblijfplaatsen van broedvogels met jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen hier worden uitgesloten. In het bosje binnen het plangebied zijn geen zijn geen nesten van deze soorten aangetroffen. Tijdens het veldbezoek is een van deze soorten waargenomen, namelijk buizerd. In het bos binnen het plangebied is een plukrest van een gepredeerde houtduif aangetroffen, dit duidt er op dat havik het gebied gebruikt als foerageergebied. Daarnaast zijn soorten als kerkuil en sperwer foeragerend te verwachten. Voor de genoemde soorten roofvogels en uilen vormt het plangebied door het intensieve gebruik geen hoogwaardig foerageergebied. Van de overige vogelsoorten zijn binnen het plangebied enkele algemene akker- en weidevogels broedend te verwachten. Langs de watergangen zijn enkele wilde eenden en meerkoeten waargenomen die hier eveneens kunnen broeden. Voor zeldzamere akkervogels vormen de intensief gebruikte akkers geen geschikt broedbiotoop. Effectbeoordeling Als gevolg van de ontwikkeling gaan geen nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Het plangebied verandert als foerageergebied voor soorten als havik, kerkuil of buizerd, maar dit zal eerder tot verbetering dan tot verslechtering leiden.

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

9

Door de ontwikkeling verandert het broed- en foerageergebied ook voor andere vogelsoorten waarvan nesten niet jaarrond zijn beschermd. Voor de meeste van deze algemene soorten zal het plangebied ook in de nieuwe situatie geschikt zijn als broedgebied. Voor deze vogelsoorten kan men ervan uitgaan dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als vernietiging en verstoring van broedgevallen van vogels wordt voorkomen. Dit kan plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. Tevens kunnen bij veel werkzaamheden tijdig voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen het plangebied. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli duurt. Samenvattend worden als gevolg van de ontwikkelingen negatieve effecten op de soortengroep vogels uitgesloten, indien rekening wordt gehouden met het broedseizoen.

3.4

Amfibieën

Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied is het voorkomen bekend van de amfibieënsoorten bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander (Quickscanhulp.nl). Tijdens het veldbezoek zijn enkele exemplaren van bruine kikker waargenomen. Vooral de brede watergangen langs de randen van het plangebied vormen geschikt voortplantingsbiotoop voor deze algemene soorten. Voor algemene soorten geldt in de provincie Drenthe bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Uit iets wijdere omgeving van het plangebied (1-5 km) zijn vier niet-vrijgestelde amfibieënsoorten bekend. Dit betreft poelkikker, rugstreeppad, heikikker en alpenwatersalamander. De Zevende Wijk tussen het middelste en zuidelijke blok is mogelijk geschikt als voortplantingswater en leefgebied voor poelkikker. In het plangebied ontbreken kleine geïsoleerde wateren die kunnen dienen als voortplantingsbiotoop voor rugstreeppad, heikikker en alpenwatersalamander. Ook als landbiotoop is het gebied voor de meeste van deze soorten niet geschikt, met uitzondering de oevers van de bredere wateren voor poelkikker. Deze kan wellicht ook overwinteren in de huidige akkers van het plangebied. Effectbeoordeling Het gebied is geschikt als leefgebied en overwinteringsgebied voor de niet-vrijgestelde soort poelkikker.

Na inrichting van het gebied met zonnepanelen ontstaan juist betere leefomstandigheden voor deze soort en andere vrijgestelde amfibieënsoorten, door het extensievere grondgebruik in combinatie met de instandhouding van de watergangen. Echter tijdens werkzaamheden bij de inrichting is negatief effect op poelkikker niet uit te sluiten. Als de optionele natuurvriendelijke oever langs Zevende Wijk wordt gerealiseerd, levert dit eveneens een verbetering van het biotoop voor poelkikker (en ander waterleven) op. In dat geval is echter tijdens werkzaamheden bij de inrichting negatief effect op leefgebied van poelkikker niet uit te sluiten.

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

10

Andere beschermde, niet-vrijgestelde soorten amfibieën zijn niet waargenomen en niet te verwachten in het plangebied. Als gevolg van het plan kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.

3.5

Overige soorten

Inventarisatie Uit de NDFF (Quickscanhulp.nl) volgt dat in en rond het plangebied enkele beschermde soorten vissen, reptielen, dagvlinders en libellen bekend zijn. Twee van deze soorten zijn uit de nabije omgeving (0-1 km) bekend, namelijk grote modderkruiper en groene glazenmaker. De enige beschermde vissoort die regelmatig in sloten wordt aangetroffen, is grote modderkruiper. De Zevende Wijk tussen het middelste en zuidelijke blok is mogelijk geschikt als leefgebied voor deze soort. Verder kan grote modderkruiper ook voorkomen in de watergangen langs de randen van het plangebied en de sloot in het middenblok. De slootjes langs de oost, zuid- en westrand van het bosje bevatten weinig plantengroei en zijn daarom niet geschikt als leefgebied. Groene glazenmaker komt uitsluitend voor in stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden. Krabbenscheer is niet waargenomen in en langs de randen van het plangebied. Het plangebied is daarmee niet geschikt als leefgebied voor deze soort. Voor de beschermde soorten dagvlinders en reptielen die bekend zijn uit de wijdere omgeving (1-5 km) van het plangebied (Quickscanhulp.nl) ontbreekt geschikt leefgebied in en om het plangebied. Toetsing Van de overige beschermde diersoorten is het mogelijk dat grote modderkruiper voorkomt langs de randen net buiten het plangebied, in de dwarssloot in het middenblok en in de Zevende Wijk.

De watergangen die leefgebied kunnen bieden, blijven bij de ontwikkeling in stand. Er zullen in het plangebied geen verstorende activiteiten plaatsvinden voor vissen als gevolg van het voornemen. De ecologische waarde van de watergangen kan naar verwachting toenemen vanwege het veel extensievere gebruik van de percelen tussen de watergangen. Als de optionele natuurvriendelijke oever langs Zevende Wijk wordt gerealiseerd, levert dit eveneens een verbetering van het biotoop voor grote modderkuiper op. Echter bij aanleg van de eventuele verbreding moet verstoring van grote modderkuiper worden voorkomen. Dit kan worden gedaan door bij het afgraven eerst een smalle strook grond tussen oever en water in stand te houden en deze pas op het laatst te verwijderen. Indien deze maatregel wordt uitgewerkt in een ecologische

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

11

4

werkprotocol en wordt uitgevoerd volgens de Gedragscode van de Unie van Waterschappen , dan is een ontheffing niet noodzakelijk. Als de oever uitsluitend boven de waterlijn wordt vergraven treedt geen negatief effect voor grote modderkruiper op. Beschermde soorten reptielen en ongewervelden komen niet voor in het plangebied en zijn ook niet te verwachten. Als gevolg van de ontwikkelingen zijn negatieve effecten op deze overige beschermde diersoorten uitgesloten.

4

Gedragscode Wet Natuurbescherming Voor Waterschappen, Onderdeel Soortbescherming Bestendig beheer en onder-

houd. Unie van Waterschappen, Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 22 januari 2019.

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

12

4

Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming en de provinciale structuurvisie en verordening. Wet natuurbescherming In de Wet natuurbescherming is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wet natuurbescherming een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het provinciale NNN is uitgewerkt in de Omgevingsvisie Drenthe en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe. Het NNN in Drenthe kent geen externe werking.

Inventarisatie Het plangebied is geen onderdeel van en grenst niet aan een in het kader van de Wet natuurbescherming beschermd gebied. Het dichtstbijzijnde in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde gebied ligt op 5,5 km ten noorden van het plangebied en betreft Natura 2000-gebied Mantingerzand. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand. Het grootste deel van het plangebied, namelijk de akkers, is geen onderdeel van het NNN. De bossen die grenzen aan de akkers maken wel deel uit van het NNN. Ook het kleine bosje in het plangebied maakt deel uit van het NNN. Toetsing Wat betreft de akkers kunnen, gezien de aard van de ontwikkelingen, negatieve effecten in het kader van de Wet natuurbescherming en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde natuurgebieden op voorhand worden uitgesloten. Als ook het bosje in het zuidelijke blok wordt opgenomen in de ontwikkeling en wordt geveld ten behoeve van aanleg van zonnepanelen, dan treedt een negatief effect op het NNN over een oppervlakte van circa 0,5 ha op. In dat geval is het plan in strijd met het natuurbeleid zoals vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening.

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

13

5

Conclusie Ten aanzien van soortenbescherming op grond van de Wnb is aanvullend onderzoek noodzakelijk naar de aan- of afwezigheid van poelkikker in het plangebied. Aan de hand van de resultaten van het nader onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing op grond van de Wnb noodzakelijk is. Voor andere soorten is de ontwikkeling in het plangebied niet in strijd met soortenbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming. Voor andere dan bovengenoemde beschermde soort is een voldoende beeld ontstaan van de aanwezige natuurwaarden. Indien de optionele natuurvriendelijke oever wordt aangelegd en onder de waterlijn wordt gegraven dient wel een ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt volgens de Gedragscode van de Unie voor Waterschappen. Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing voor beschermde soorten of een vergunning op grond van de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming voor de beoogde activiteiten op voorhand niet nodig. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat een aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. De ontwikkeling is niet in strijd met gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden).

De ontwikkeling is niet in strijd met de Omgevingsverordening Drenthe, tenzij het bosperceel in het plangebied wordt betrokken bij de ontwikkelingen en als NNN blijft aangeduid. Dit perceel bos van circa 0,5 ha ligt momenteel binnen de begrenzing van het NNN, maar de begrenzing wordt mogelijk gewijzigd. Als het perceel NNN blijft, dan is een nadere analyse van de gevolgen van het plan voor NNN aan de orde.

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

14

6

Bronnen 6.1

Veldbezoek

Het plangebied en de omgeving zijn op 28 augustus 2018 door de heer ir. H. Kloen van BügelHajema Adviseurs bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Tijdens het bezoek zijn plantensoorten genoteerd en mogelijke nest- en verblijfplaatsen en diersporen van beschermde diersoorten geïnventariseerd. º

Tijdens dit bezoek was het geheel bewolkt, windstil en circa 21 C . Een tweede bezoek ten behoeve van aanvullend onderzoek naar eekhoorn is door ir. H. Kloen gedaan op 29 maart 2019, van 9.30 - 12.00 uur. Tijdens dit bezoek was het onbewolkt, zwakke wind en º

circa 14 C .

6.2 1.

Internetbronnen Quickscanhulp.nl soorteninformatie uit de Nationale Database Flora en Fauna. (© NDFF - quickscanhulp.nl 23-08-2018 14:22:48).

2.

Gedragscode Wet Natuurbescherming Voor Waterschappen, Onderdeel Soortbescherming Bestendig beheer en onderhoud. Unie van Waterschappen, Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 22 januari 2019.

Ecologische inventarisatie zonnepark Hoogeveen A37 - 21 juni 2019

15

Colofon Opdrachtgever HerBo GroenLeven bv Contactpersoon De heer M. Mosterman

Rapport De heer H. Kloen BügelHajema Adviseurs Projectleiding Mevrouw H. Vegelin BügelHajema Adviseurs Projectnummer 951.00.02.02.00

BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401 GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort

Bijlage 4

Nader ecologisch onderzoek

Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 86

10 juni 2021

Notitie Opdrachtgever: Herbo Groenleven

projectnummer: 951.00.02.02.00

Van:

BügelHajema Adviseurs bv

Onderwerp:

Notitie nader ecologisch onderzoek Zonnepark langs A37 bij Nieuwlande

Datum:

24-07-2019

Aanleiding In december 2018 heeft BügelHajema Adviseurs een ecologisch inventarisatie uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van een zonnepark langs de A37 bij Nieuwlande. Uit deze inventarisatie is naar voren gekomen dat op de locatie het voorkomen van de beschermde amfibieënsoort poelkikker niet kan worden uitgesloten. Om na te gaan of deze soort daadwerkelijk in het plangebied voorkomt en poelkikker gebruikmaakt van de locatie (voortplanting, verblijf etc.), is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Voorliggende notitie beschrijft de resultaten van dit aanvullend onderzoek. Onderzoeksmethode Voor het inventariseren van poelkikker worden twee methoden gebruikt, zoals beschreven in het 1

kennisdocument poelkikker (BIJ12, 2017 ): -

inventariseren op basis van kooractiviteit bij voortplantingswater;

-

inventariseren door het zoeken naar volwassen dieren met behulp van een schepnet.

AD 1. KOORACTIVITEIT Tijdens twee inventarisatiemomenten in de periode mei-juni wordt bij potentieel voortplantingswater geluisterd naar de kooractiviteit van (poel)kikkers. Inventarisatie kan plaatsvinden bij een temperatuur van minimaal 10 à 12 °C. Dit kan dan ’s avonds, overdag bij warm zonnig weer of (optimaal) op een dag met regen na een periode van droogte. De inventarisatiemomenten worden gekozen zo goed mogelijk aansluitend bij deze weersomstandigheden. AD 2. ZOEKEN NAAR VOLWASSEN DIEREN Indien tijdens de kooractiviteit-inventarisatie wel activiteit wordt waargenomen maar deze geen uitsluitsel geeft over de specifieke soort, dan wordt de inventarisatie aangevuld met een inventarisatie waarbij volwassen dieren met behulp van een schepnet of met de hand worden gevangen. Vangen

1

BIJ12, 2017. Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae Versie 1.0 juli 2017, BIJ12, Utrecht

van volwassen dieren wordt overdag uitgevoerd en vindt plaats in de periode half april tot en met eind september. Tabel 1. Omstandigheden tijdens de poelkikkerinventarisatie Datum

Tijdsduur

Zon onder

Weer

Temperatuur

05/06-06-2019

23:30 – 02:30

21:57

Droog, helder, wind 3-4; (vanaf

17 °C

10/11-07-2019

23:00 – 02:00

22:01

2:30 u onweer en regen) Droog, bewolkt, korte tijd lichte

15°C  12 °C

regenbui, wind 1-2

Resultaat beschrijving INVENTARISATIE 5 / 6 JUNI 2019 Tijdens de eerste inventarisatie zijn poelkikkers op geluid geïnventariseerd. Poelkikkers waren verspreid door de waterhoudende watergangen duidelijk actief in kleine “koren”. De watergangen langs de bosschages stonden nagenoeg droog. Hier is geen (poel)kikkeractiviteit waargenomen. Behalve poelkikker is ook de sterk gelijkende bastaardkikker geïnventariseerd. Voor bastaardkikker geldt in de provincie Drenthe een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming (Wnb) bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soort is in tegenstelling tot poelkikker dan ook geen ontheffing van de Wnb nodig. In totaal zijn naar schatting 37 roepende poelkikkers en 21 roepende bastaardkikkers waargenomen. De dichtheden zijn niet hoog, maar beide soorten komen verspreid door vrijwel het gehele gebied voor in de waterhoudende watergangen. Op de kaarten hieronder is aangegeven waar poelkikker (figuur 1) en bastaardkikker (figuur 2) zijn waargenomen.

datum 24-07-2019

projectnummer 951.00.02.02.00

2

Figuur 1. Locaties van waargenomen poelkikker in en grenzend aan het plangebied, 5-6 juni 2019 (kaart: NDFF).

Figuur 2. Locaties van waargenomen bastaardkikker in en grenzend aan het plangebied, 5-6 juni 2019 (kaart: NDFF).

In bijlage 1 is een tabel met aantallen en coördinaten van de desbetreffende waarnemingen opgenomen.

datum 24-07-2019

projectnummer 951.00.02.02.00

3

INVENTARISATIE 10 - 11 JULI 2019 De tweede inventarisatieronde heeft verlaat plaatsgevonden vanwege minder gunstige weersomstandigheden. Tijdens het veldbezoek was er weinig activiteit van kikkers. Wellicht hield dat verband met de relatief lage temperatuur, hoewel deze wel voldoet aan de inventarisatie-voorwaarden. Op twee plaatsen zijn enkele korte roepjes van bastaard- of poelkikker gehoord, op basis waarvan de soort niet was vast te stellen. Tevens zijn verspreid in de watergangen met een Ravon-schepnet enkele larven van bastaard- of poelkikker (in totaal zeven exemplaren) aangetroffen. Bij larven zijn de soorten niet te onderscheiden. Dit betreft plekken waar op 5 juni al roepende kikkers waren aangetroffen. Functie van het plangebied voor poelkikker Het kennisdocument poelkikker van BIJ12 onderscheidt voor poelkikker twee typen van verblijfplaatsen: -

Voorplantingsplaatsen. De voortplantingsplaats van poelkikker is water (poelen, vennen, sloten, e.d.) waarin de kooractiviteit plaatsvindt, de eieren worden afgezet en de jongen (larven) opgroeien. Het water is hiervoor in gebruik van half april tot half september (periode van kooractiviteit/paren tot en met het verlaten van het water door de juveniele dieren). In zachte winters kunnen de dieren al vanaf half maart naar het voortplantingswater trekken.

-

Winterverblijfplaatsen. In de winter bevinden de meeste poelkikkers zich individueel op het land: in de grond ingegraven, in muizenholletjes, onder stronken, in dammetjes waar puin aanwezig is, en dergelijke. Ze verblijven hier van half oktober tot en met half april. Van jaar tot jaar kunnen de verblijfplaatsen binnen het leefgebied wisselen. Genoemde perioden kunnen afhankelijk van de weersomstandigheden per jaar eerder of later beginnen en eindigen.

De functionele leefomgeving is de omgeving in en rond de voortplantingsplaats en de rustplaats die nodig is om deze als zodanig te laten functioneren. Een voortplantingsplaats van poelkikker kan alleen succesvol functioneren, als het voortplantingswater van voldoende kwaliteit is en als er voldoende geschikt habitat aanwezig is voor de adulte exemplaren om voedsel te vinden. Een winterverblijfplaats kan als zodanig succesvol functioneren, als er geen bevriezing van de dieren gaat optreden. Het landhabitat waar overwinterd wordt, bevindt zich veelal op minder dan 100 à 200 meter van de oever van het voortplantingswater. Op basis van de hierboven beschreven inventarisaties kan worden geconcludeerd dat in alle grotere watergangen in en grenzend aan het plangebied voortplantingswater van poelkikker aanwezig is. De oevers van deze watergangen dienen tevens als voedselgebied. Als overwinteringsgebied zijn vooral de oevers van de watergangen en de bossen grenzend aan het plangebied geschikt, echter ook de huidige akkers binnen het plangebied kunnen hiervoor worden gebruikt. In de watergangen direct

datum 24-07-2019

projectnummer 951.00.02.02.00

4

grenzend aan de bossen is geen poelkikker aangetroffen. Deze watergangen vallen voor een groot deel droog en zijn niet van belang als leefgebied. Toetsing In het plan blijven de watergangen en oevers gehandhaafd, zodat voortplantingswater en het aangrenzende landbiotoop behouden blijven. Indien aanvullend de optionele natuurvriendelijke oever wordt aangelegd en onder de waterlijn wordt gegraven kan een negatief effect optreden ten aanzien van poelkikker. Het is niet uit te sluiten dat poelkikkers overwinteren in het plangebied (de huidige akkers). Als gevolg van de plannen voor het zonnepark zullen de huidige akkers als leefgebied wijzigen. Na inrichting blijft het plangebied geschikt als overwinteringsplaats, en zal naar verwachting zelfs in kwaliteit verbeteren vanwege het beheer dat veel extensiever is dan in de huidige akkers. Indien de aanleg van het zonnepark plaatsvindt in de overwinteringsperiode (half oktober tot en met half april) kunnen echter dieren worden verstoord of gedood. Een negatief effect bij aanleg kan worden vermeden door buiten deze kwetsbare periode te werken. Conclusie In de watergangen grenzend aan de geplande zonnevelden is poelkikker aangetroffen verspreid door het gebied. Het is niet uit te sluiten dat poelkikkers overwinteren in de akkers waar de zonnevelden zijn gepland.

In de gebruiksfase blijft het plangebied geschikt als overwinteringsplaats, en zal naar verwachting zelfs in kwaliteit verbeteren. Indien aanleg van het zonnepark in de overwinteringsperiode (half oktober tot en met half april) plaatsvindt, kunnen individuen van poelkikker worden verstoord of gedood. Verstoren of doden van poelkikker is in strijd met artikel 3.5 lid 2 van de Wnb. Met de volgende maatregelen wordt negatief effect ten gevolge van aanleg van het zonnepark voorkómen: -

Indien aanleg van het zonnepark buiten de overwinteringsperiode (half oktober tot en met half april) plaatsvindt en geen oevers van watergangen worden vergraven, treedt ook in de aanlegfase geen negatief effect op.

-

Aanvullend dient, om te voorkomen dat incidenteel door de akkers trekkende dieren worden gedood, een week voorafgaand aan de werkzaamheden een amfibieënscherm tussen watergang en akker te worden geplaatst. Een dergelijk amfibieënscherm dient minimaal 50 cm hoog te zijn en moet tevens minimaal 10 cm in de grond worden ingegraven. Door deze voorzorgsmaatregelen treedt ook in de aanlegfase geen negatief effect op. Vanwege broedvogels dient aanleg ook buiten de broedtijd (ongeveer april-juli) plaats te vinden.

datum 24-07-2019

projectnummer 951.00.02.02.00

5

Indien aanvullend op het plan voor zonneakkers ook oevers van een of meerdere watergangen worden vergraven, kan voortplantingsbiotoop en voedselgebied worden verstoord waarbij mogelijk individuen van poelkikker worden verstoord of gedood. Dit is in strijd met artikel 3.5 lid 2 van de Wnb. Er dient op basis van artikel 3.8 van de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd voor uitvoering van deze optie. De conclusie is dat een ontheffing niet nodig is indien de aanleg van de zonnevelden plaatsvindt in de periode augustus – half oktober, én indien geen oevers van watergangen worden vergraven . Voor bastaardkikker geldt een vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Drenthe. Voor deze soort hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt ook voor deze soort de zorgplicht van de Wet natuurbescherming.

datum 24-07-2019

projectnummer 951.00.02.02.00

6

Bijlage 1. Aantallen van waargenomen poelkikker s en bastaardkikkers AANTALLEN EN XY-COÖRDINATEN VAN WAARNEMINGEN 6 JUNI.

Poelkikker. Pelophylax lessonae aantal stadium lat

long

2 adult 52,70946083 6,606860161 3 adult 52,71001984 6,588642597 7 adult 52,70991584 6,590713263 5 adult 52,70972733 6,59525156 3 adult 52,70965908 6,59806788 3 adult 52,70930959 6,605847141 2 adult 52,70940233 6,603673697 3 adult 52,70951283 6,601163149 3 adult 52,71237929 6,600932479 2 adult 52,71190644 6,598700881 4 adult 52,71090709 6,60705328 Bastaardkikker, Pelophylax klepton esculentus aantal stadium lat long 3 adult 52,70972083 6,596104503 2 adult 52,70964933 6,597601175 2 adult 52,70926907 6,606688499 1 adult 52,70952583 6,60078764 2 adult 52,70944133 6,602869034 2 adult 52,71227855 6,602796614 1 adult 52,71237279 6,601007581 3 adult 52,71196981 6,598706245 2 adult 52,71119471 6,606975496 3 adult 52,71080309 6,607047915 AANTALLEN EN VAN WAARNEMINGEN 10 JULI. Zeven larven poel- of bastaardkikker gevangen met RAVON-net, op vier locaties verspreid in de watergangen. Twee adulte poel- of bastaardkikker gehoord op twee locaties.

datum 24-07-2019

projectnummer 951.00.02.02.00

7

Bijlage 5

Onderzoek stikstofdepositie

Buitengebied Zuid Hoogeveen, zonnepark Joh Poststraat 8 te Nieuwlande vastgesteld

NL.IMRO.0118.2020PB9000003-VG01 94

10 juni 2021

HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings

Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie:

Marjolein Verheijen (GroenLeven) Remco Drewes en Martin Nomden 12 december 2019 BG1754-102-141 Projectgerelateerd

Onderwerp:

Groenleven - Zonnepark Hollandscheveld Joh. Poststraat

1

Inleiding

GroenLeven is een bedrijf dat grootschalige zonne-energieprojecten realiseert. Dit specifieke project betreft een zonnepark ten oosten van Hollandscheveld, met een totale oppervlakte van 23 ha waarvan 14,6 ha wordt gebruikt voor de aanleg van zonnepanelen. Hiervoor worden ca. 44.000 zonnepanelen opgesteld. Het bouwproject zal in totaal 10 weken duren en wordt op zijn vroegst gestart in 2020. Als gevolg van de bouwactiviteiten van dit zonnepark worden stikstofoxiden (NOx) naar de lucht geëmitteerd1. In het kader van de Wet Natuurbescherming dienen de effecten van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden als gevolg van deze activiteiten te worden onderzocht. Het dichtst bijgelegen N2000-gebied is Mantingerzand dat op ca. 8 km ten noorden van het plangebied ligt. GroenLeven heeft Royal HaskoningDHV verzocht dit onderzoek uit te voeren. De berekening van de stikstofdepositie is uitgevoerd in week 50 van 2019 met het rekenmodel AERIUS Calculator (versie 2019). In deze notitie worden de uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositie onderzoek gepresenteerd.

2

Emissie inventarisatie

2.1

Mobiele werktuigen op bouwlocatie

Om de stikstofdepositie tot een minimum te beperken is het merendeel van de werktuigen op het terrein reeds geëlektrificeerd. Deze elektrische mobiele werktuigen leveren geen bijdrage aan eventuele stikstofdepositie in nabijgelegen natuurgebieden. Er zijn ook mobiele werktuigen aanwezig die worden aangedreven door een dieselmotor (emissieklasse IIIB, bouwjaar 2011). Gedurende ongeveer 2,5 maanden (= 10 weken van 40 werkuren) worden een mobiele graafmachine en een verreiker fulltime (worst case benadering) op het bouwterrein gebruikt. Een overzicht van de emissies is te zien in tabel 1. Tabel 1. NOx emissies uitgestoten door mobiele werktuigen. werktuig

vermogen (kW)

emissie klasse

dieselverbruik liter/uur

werkuren

Graafmachine

130-560

IIIB

20

Verreiker

130-560

IIIB

15

dieselverbruik (liter)

Totale emissie (kg NOx)

400

8000

88,70

400

6000

66,53

Totaal:

1

155,23

Emissie van NH3 is verwaarloosbaar.

12 december 2019

BG1754-102-141

1/2

2.2

Transportbewegingen

Naast de beoogde bouwwerkzaamheden door GroenLeven is het wegverkeer van en naar de bouwlocatie ook een lokale bron van stikstofemissies. Het gaat in dit geval om een totaal van 10 personenauto’s, gedurende een periode van 10 weken (50 werkdagen). Dit resulteert in 1000 transportbewegingen met lichtverkeer. Daarnaast doen er 125 vrachtwagens het projectgebied aan. Dit resulteert in 250 transportbewegingen met zwaar vrachtverkeer. Aangenomen wordt dat al het verkeer de locatie aan- en afdoet via de Joh. Poststraat, vanaf het kruispunt A37. De afstand van het kruispunt tot aan de bouwplaats (rekeninghoudend met de langgerekte vorm van het park) bedraagt circa 1,9 kilometer. Voorbij het bovengenoemde kruispunt is het verkeer opgenomen in het autonome verkeer. In tabel 2 is een overzicht gegeven van de emissies afkomstig van de persoonsauto’s en vrachtwagens die de inrichting aandoen in de aanlegfase. Tabel 2.

NOx-emissies ten gevolge van transportbewegingen op de ontsluitingsweg. Emissievracht 1) [kg NOx/jaar]

transportbewegingen

Traject [km]

Personenauto’s (licht wegverkeer)

1000

1,9

<1

Vrachtverkeer (zwaar vrachtverkeer)

250

1,9

1,47

Vervoersemissies

Totaal:

2,03

1) Emissies zijn automatisch door AERIUS Calculator berekend (verkeerstype: buitengebied - filefactor 0%). Dit emissiepatroon past goed bij een gemiddelde snelheid van 30 km/u.

In de bedrijfsfase zal maandelijks voor onderhoud het park bezocht worden door een auto danwel bus. Het aantal vervoersbewegingen is dermate laag dat dit niet zal leiden tot een wezenlijke verhoging van de stikstofemissie.

3

Resultaten, interpretatie en conclusie

De berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jaar. Voor meer details zie de AERIUS-bijlage.

Bijlagen Bijlage 1: AERIUS-bijlage

12 december 2019

BG1754-102-141

2/2

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Joh. Poststraat Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RmzMnzW3Eofz (12 december 2019) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Groen Leven

Nabij - Joh. Poststtraat 10, 7918AC Niieuwlande

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Zonnepark Hollandscheveld

RmzMnzW3Eofz

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

12 december 2019, 19:30

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

157,26 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanleg zonnepark (bouwfase)

Joh. Poststraat

RmzMnzW3Eofz (12 december 2019) pagina 2/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10325139/1