Verslag gemeenteraad 8 april 2021
Tekst van het document
Dus dat is het tijdpad waar het college in zit, voor de zomer met de gemeenteraad bespreken, er zal ongetwijfeld nog een bespreking na de zomer nodig zijn over het herontwerp van het sociaal domein. En dan kan u ook zien wat we allemaal opgehaald hebben bij de professionals en in het veld, en wat de haalbaarheid zijn van allerlei ideeën die er zijn omtrent het sociaal domein. En dan kunnen we het er ook gewoon uitvoerig en ook gewoon concreet over hebben, want we zitten nu heel erg op een visionair niveau en daar probeert u misschien ons te overtuigen en wij doen een beetje aan verwachtingsmanagement vanuit het college. Maar het lijkt me goed dat we dat gewoon goed voorbereid voor en na de zomer met elkaar bespreken, en dat dan weer verder brengen richting de begroting van 2022 en verder. De voorzitter: Dank u, mijnheer Reneman. Voor het gevoel van het presidium denk ik dat het nog wel een hele opgave wordt om dit voor de zomer op een juiste manier te kunnen bespreken. Maar dat is een andere. Ik zie nog een paar handjes, ik kijk even, zullen we deze de drie, Inge Oosting, mevrouw Van Hien, mevrouw Van den Oord, nu komen er meer bij, om nog even een reactie te vragen voordat we nog weer teruggaan naar de heer Koekoek.
De heer Van Rijn: Voorzitter, voorzitter, ik weet niet of u mijn handje gezien hebt, maar die staat al vanaf het begin dat de heer Koekoek geëindigd is. De voorzitter: Klopt, maar ik moest even scrollen, mijnheer Van Rijn. Dan zal ik ook deze keer onderaan het lijstje beginnen. Mijnheer Van Rijn, gaat uw gang. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel, want ik had het ook zeg maar mij aangesloten bij zijn debatpunt, en ik had ook dat paradigmashift hier in het debat wil maar dat had mevrouw Rutgers al gebracht. Even het volgende over de paradigmashift, ik haalde dat toen straks ook aan, toen dat ter sprake kwam, eerst in de Tamboer die informatie, nou, het was zowat een magisch iets, dat paradigmashift. Later kwam het terug in de besprekingen, het komt in Schone lei te staan. Ik heb daar diverse keren gevraagd, jongens, gaan we dat wel redden met dat paradigmashift? Diverse malen is ons verzekerd, nee, dat kwam echt goed, dat was gewoon de methode, en je zien als we ermee, dan ging het werken. Dan vervolgens horen we nu van de wethouder, ja, let op, het is geen kip die gouden eieren gaat leggen. Nou, dat werd ons eigenlijk wel een beetje anders voorgesteld, en dat is het eerste punt. De voorzitter: Nou, mijnheer Van Rijn, voordat u alles gaat herhalen wat zojuist is gezegd.
De heer Van Rijn: Nee, dat is nog helemaal niet aan de orde geweest dit punt, het gaat mij om de informatievoorziening die wij gekregen hebben, die dan niet juist is geweest. En misschien kunnen we wel even gauw eens vragen of mevrouw Tabak in contact kan gebracht kan worden met die Janny Bakker, dan kan ze dat misschien nog eventjes in hoofdlijnen even van haar horen wat zij daar verteld heeft, dan weet zij misschien waar wij allemaal over spreken, dat was ook even mijn punt. En ja, wat de heer Koekoek verder aangeeft, er moet iets gebeuren. Hij haalt al die punten gewoon even aan, zeven jaar op rij moest het minder, minder bezuinigen, en feitelijk, we schieten niet op. Er is iets wezenlijks mis en daar moet verandering in komen. En dan kunnen we niet zeggen van, ja, dan gaan we nog eens een keer dit doen of dan gaan we een keer dat doen. En dan volgend jaar in de begroting komen we weer tot de ontdekking dat het weer niet gelukt is. Nee, er moet nu iets in het werk gezet dat we zeggen van, oké, daar kunnen we met … Nou, laten we … U mag zeggen met een jaar moet daar resultaat te meten zijn. Dat is even mijn punt, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Rijn, ik constateer wel dat er heel erg de behoefte is om heel erg ver in de toekomst hiernaar te kijken, wat het komende jaar aan de orde is, dat, nou goed, dat merken we dan over veertien dagen bij de besluitvorming.
Mevrouw Tabak, u werd aangesproken en ik zag u ineens in beeld komen dus u wilt hierop reageren? Maar wel kort graag. Mevrouw Tabak: Nou, ja, ik denk dat we er gewoon op moeten terugkomen straks voor de zomer. Maar u kunt zien, het verhaal van Janny Bakker is een proefschrift, maar die mevrouw is ook wethouder in een gemeente die net als de gemeente Hoogeveen ook geldzorgen heeft in het sociaal domein. Dus daar blijkt al wel dat haar eigen proefschrift ook voor haar eigen gemeente geen ei van Columbus is. Dus het is ook geen ei van Columbus voor de gemeente Hoogeveen. De voorzitter: Dank u, mevrouw tabak. Mevrouw Oosting. Mevrouw Oosting: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik had net iets gevraagd aan het college zeg maar over een soort plan van aanpak, met betrekking tot die paradigmashift. En ik hoor wethouder Reneman net zeggen van, ja, we gaan praten met partijen in het veld en voor de zomer komen we bij de raad terug. Maar ik vind dat toch te globaal, en wel om twee redenen, ik vind het gewoon niet voldoende en niet concreet genoeg. En wat is
daarvan de achterliggende gedachte om te voorkomen dat de raad zeg maar op enig moment weer zegt van, ja, maar we hadden beter zus of zo in gesprek kunnen gaan, of we hadden dat of dat mee moeten nemen. Dus ik heb echt, en ik hoor ook graag van mijn collega’s wat ze daarvan vinden, maar de Partij van de Arbeid heeft er echt belang bij zeg maar om te weten van, hoe verhoudt zich dat tijdstraject? Met wie wordt … Met welke beleidsterreinen wordt in gesprek gegaan en met welk doel? Ik vind het gewoon echt te globaal, we gaan in gesprek en voor de zomer komen we terug. Dus ik zou graag van andere partijen horen of desnoods een meer concrete toezegging van de wethouder. De voorzitter: Die vraag ligt dan nog voor aan de wethouder. Ik ga verder met het lijstje. Lijkt me verstandig om even alle reacties te doen of wil de wethouder hier graag direct op reageren? Mijnheer Reneman. Mevrouw Oosting: ‘…’. De heer Reneman: Hi. Ja, voorzitter, wij hebben met de raad, hebben we uitvoerige sessies al gehad over het herontwerp. En hebben we ook gedeeld met de raad wat de planning is en welke stappen we gaan nemen met het veld ook. En ja, ik voel er niet veel voor om die informatiestroom dan nog een keer daar bovenop te gooien.
Dus ja, ik weet eigenlijk niet wat er nu gevraagd wordt, voorzitter? Mevrouw Pullen-Muis: Voorzitter, mag ik daarop reageren, nog even? De voorzitter: Mevrouw Pullen, gaat uw gang. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, kijk, ik begrijp dat Inge, mevrouw Oosting hiermee komt, maar dat klopt wel want er zijn een aantal avonden geweest waar een stuk informatie is maar misschien heeft ze dat gemist dus dat zou best kunnen. De voorzitter: ‘…’. Mevrouw Oosting: Nou ja, goed, ‘…’ … De voorzitter: Mevrouw Oosting, gaat uw gang. Mevrouw Oosting: Kijk, het gaat mij erom dat vanavond worden er heel veel dingen aangehaald door diverse partijen, de Tamboer is daar bijvoorbeeld wel een voorbeeld van. Dat we zeggen van, ja maar dit had misschien anders gemoeten, of dat hebben we niet goed geweten. En het gaat mij erom, op het moment dat we daarover in gesprek gaan, dat daar besluiten moeten worden genomen, dat ook iedereen zeg maar, nou ja, het ermee eens is dat het gelopen of het gevoerde proces, dat dat goed is gegaan, maar dat we ook op de juiste momenten van informatie zijn voorzien. Dus het is echt een goed bedoeld iets zeg maar om, nou ja, iedereen tot zijn recht te doen komen. De voorzitter: De discussie zal in ieder geval richting de zomer meegenomen worden dan. Mijnheer Reneman. De heer Reneman: Ja, voorzitter, dat is ook absoluut de bedoeling van het college.
En wij houden u ook dicht bij ons in onze zoektocht naar het herontwerp van het sociaal domein. En ja, ik weet eigenlijk niet wat wij nog als college meer zouden kunnen doen nu eigenlijk. Ik denk dat … Ja. De voorzitter: Uw antwoord is in ieder geval duidelijk. Ik wil nu verder met het lijstje, en dan sta …
Mevrouw Van Hien: Ja, graag, voorzitter. De voorzitter: Ik bij de heer Sieders. Mevrouw Van Hien: Voorzitter, ik wil graag nog reageren op de heer Koekoek. De voorzitter: Iedereen reageert volgens mij ook nog op de heer Koekoek, met betrekking tot het onderwerp van wat hij heeft aangevoerd. Maar ik ga toch eerst naar de heer Sieders en daarna kom ik bij u terecht. Mijnheer Sieders. De heer Sieders: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog wel even benadrukken wat ik net heb gezegd, dat ligt ook in lijn met wat mevrouw Oosting zegt, daarom gaf ik ook aan dat bij de Tamboer inderdaad de huidige wethouder er niet bij aanwezig was. En ik denk dat het heel handig is dat we op voorhand beter op één lijn komen te liggen, want na de woorden van de wethouder over paradigmashift, denk ik dat het nu iets te ver uit elkaar ligt. Ik snap ook wat de heer Reneman bedoelt over het feit dat we al worden meegenomen, maar ik denk voor het vervolgtraject dat het echt wel handig is, minimaal, om die informatievoorziening in ieder geval weer op één lijn te krijgen met elkaar. De voorzitter: Dank u voor de inbreng. Dan gaan we naar mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Ah, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Graag gedaan, mevrouw Van Hien.
Mevrouw Van Hien: Ja, ik wilde alsnog, in de tussentijd zijn er weer andere mensen tussendoor gekomen, ik wilde alsnog even reageren op de heer Koekoek want die wilde graag weten wat de fracties vonden van zijn idee. Ja, natuurlijk, er zijn meerdere dingen die hier meespelen en er zijn al heel veel dingen gezegd. GroenLinks is het ermee eens dat er in de basis iets moet veranderen, en dat is een van die dingen die meespelen. Er moet inderdaad een grondige herziening komen, een cultuuromslag is natuurlijk wel anders dan een paar dingetjes veranderen, meerdere mensen hebben dat al aangegeven. Maar wat ik begrepen heb van ook de gesprekken die we gehad hebben over ontwerp van het sociaal domein, is dat we er eigenlijk nu al mee bezig zijn. En ik verwacht eigenlijk dat dit hele verhaal, de hele omwenteling laten we zeggen, hoe je het ook noemen wilt, herontwerp sociaal domein, paradigmashift, dat heeft natuurlijk allemaal met elkaar te maken. Er moet iets veranderen want we willen het graag anders doen, het moet ook anders. En de gesprekken die we hier nu aan het voeren zijn, of de bijeenkomsten die we erover gehad hebben, die leiden daar naartoe. Tenminste voor mijn gevoel wel. En ik neem aan dat al deze gesprekken en al die bijeenkomsten die we hebben, al die informatie die opgehaald wordt, dat dat ook meegenomen wordt in die visie.
En volgens mij is dit nu het punt waar u het nu over heeft, mijnheer Koekoek van, ja, hoe gaan we daarmee om en dergelijke? En volgens mij zijn we daar al mee bezig, dat gevoel heb ik wel. En ik had eigenlijk nog wel één opmerking, of dit debatpunt nog wel echt toegevoegde waarde heeft voor dit raadsvoorstel, voor ons besluitvoering over dit raadsvoorstel? En het heeft er wel mee te maken, maar voor mijn gevoel kunnen we dit debat ook wel op een ander moment voeren omdat we nu moeten beslissen over, over twee weken over dit raadsvoorstel. Dus ik kom er graag op een ander moment, als visie klaar is en dergelijke of vooruitlopend daarop, gezamenlijk op terug. Dat was even wat ik nog kwijt wil. De voorzitter: Dank u voor de tip. We hadden hem ook al een paar keer benoemd hè, het raadsvoorstel gaat over het komend jaar, en alles wat we willen met het sociaal domein, wordt meegenomen bij de visie op het
sociaal domein, en met alle informatie die het college daarvan heeft. Dat heeft hij volgens mij ook zojuist toegezegd. Ik ga nu naar mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Dank u wel. Ja, ik voel een beetje een vergelijkbare verwarring als de heer Reneman van, ja, wat kunnen we nou nog meer doen? En dat gevoel heb ik ook, maar dan op een ander vlak want als raad hebben we al heel vaak gesproken over een kerntakendiscussie, over goed kijken naar welke koers willen we nou varen, welke keuzes maken we? Die discussie, ja, en volgens mij heb ik daar met de heer Sieders onder andere bijvoorbeeld al drie jaar geleden over gesproken. Als raad hebben we al allerlei beleid en kaders vastgesteld, en het wordt niet uitgevoerd.
Dus ja, dan sta je ook een beetje van, ja, wat kunnen we nou nog doen om ervoor te zorgen dat het gewoon beter wordt? En ja, ik denk, hoe komen we nou uit deze impasse? Het lijkt mij, maar goed, dat is mijn suggestie, misschien kunnen we ook een keer als fractievoorzitters het hier over hebben, want dit betekent gewoon ook iets voor, hoe gaan we naar de verkiezingen, hoe kijken we naar de toekomst? Zodat we niet vanuit een tegenover elkaar staan aan een nieuwe periode gaan beginnen, maar dat we vooraf samen bepalen, waar gaan we nou deze vier jaar aan werken? En dat iedereen vanaf hetzelfde moment daarbij betrokken is en hetzelfde idee erover heeft, dan kunnen we daar ook op sturen. Want nu, met allerlei wisselingen van de wacht, met partijpolitiek die alle kanten op vliegt, ik heb gewoon niet het idee dat we samen een koers op dit dossier hebben gevoerd, en daarom hebben we nu ook geen niet voldoende grip erop. Dus dat is wel mijn oproep, laten we een keer met het fractievoorzittersoverleg ook bespreken van, hoe kunnen we nou iets verder naar de toekomst samen kijken, hoe gaan we, ja, echt wel richting geven als raad, hoe komen we weer in control ook als raad op onder andere dit dossier? De voorzitter: Dank u, ook voor de oproep. Ik denk ook dat het goed is om als raad daarnaar te kijken.
Ik stel voor, ik ga naar mevrouw Van den Oord, u stond bovenaan het lijstje en daar was ik van onder naar boven. En dan geef ik het laatste woord aan de heer Koekoek, en dan kijken we nog even naar het raadsvoorstel voor over veertien dagen. Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Nou, dank u wel, voorzitter. Normaal gesproken, u kent mijn milde kant, ben ik zeer vergevingsgezind maar ik moet zeggen dat ik ongeveer, nou, een half uur met gekromde tenen heb gezeten omdat ik direct na mevrouw Rutgers op de heer Sieders had willen reageren, en we kregen allerlei sub discussies. Ik hou het kort. Ik ben het helemaal eens met de heer Koekoek, ook wij hebben dat al meerdere keren aangegeven, ook bij klankbordbijeenkomsten met de medewerkers van sociaal domein, en we hebben daar suggesties voor gedaan. Maar vervolgens kregen we te horen dat die niet overgenomen zijn, dus er zit een kink in de kabel van het protocol, of het uitrollen van het beleid wat wij voorstaan en de uitvoering. En ik ben het er helemaal met iedereen mee eens dat dat een discussie waard is, dat dat niet meer op dit moment kan gebeuren omdat dat dat niet het doel van dit debat is.
Maar ik wil het wel even opnemen voor het huidige college want het verwijt dat we al vijf, zes jaar op dezelfde manier bezig zijn, kunnen we dit college niet nadragen want die zijn in zeer korte termijn met een opdracht aan de gang gegaan. Alleen moet ik zeggen, herontwerp sociaal domein, roept bij mij juist op dat we aan de gang gaan met hoe gaan we de zaken anders voorbereiden, hoe gaan we de mensen op uitvoering in hun kracht zetten zodat ze op de manier die ook voor hun gewenst is en voor de inwoners, ja, de beste service gaan leveren aan onze inwoners? Maar we zijn bezig steeds, vandaar dat ik er ook mijn bijdrage mee begon, met alleen maar te kijken naar financiële consequenties. Dus in dat opzicht ben ik het helemaal met de heer Koekoek eens, dat we toch weer een beetje, ja, met de kaasschaafmethode nu aan het oprollen, aan het kijken zijn, de begrotingsproblematiek. Maar dat voor ons als fracties feitelijk heel erg op de voorgrond staat dat die herontwerp, en ik ben het met mevrouw Tabak eens, het is een cultuuromslag, dat doe je niet van de een op de andere dag, maar ik hoop wel dat we inderdaad dit op korte termijn kunnen agenderen om mee te gaan denken hoe we dat voorstel van
mevrouw Oosting, plan van aanpak, hoe dat eruit moet gaan zien en wat de verschillende ideeën van fracties zijn over wat de juiste werkwijze zou kunnen zijn. Nou, en daar wou ik het voor nu bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Bedankt, mevrouw Van den Oord, ook voor het feit dat u het echt kort hebt gehouden in de laatste ronde, maar het zij u vergeven. Ik zie nog twee handjes. Ondertussen nog één, en ik had aan de heer Koekoek sowieso beloofd om hier uiteindelijk na alles wat hij gehoord heeft, en hoe breed het onderwerp is, ook ten opzichte van het raadsvoorstel waar het over zou moeten gaan, daar toch nog op reageren. Want eigenlijk proef ik wel een eensgezindheid van, hoe kijken we naar de problematiek en hoe gaan we daar in de toekomst mee om? Mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Nou, voorzitter, om daarmee te beginnen, dat voel ik natuurlijk ook, want het is vrij uitgesproken allemaal. Dus dat is wel helder, dat we allemaal eigenlijk hetzelfde over denken. En dan zeg ik in de richting van D66 ook, volgens mij is het oponthoud dan ook niet in de raad geweest de afgelopen jaren, en zijn we het in de raad steeds wel eens welke kant het op moet. Tenminste, niet op maatregelniveau maar wel op het hogere niveau zeg maar. We hebben een enkele weken geleden zelfs nog raadsbreed een motie Jeugdzorg aangenomen en ingediend en geschreven, raadsbreed.
Dus daar zit het hem denk ik niet zo erg. En richting het college zou ik vooral willen zeggen, ja, wij maken ons hier zorgen over, ook bij dat herontwerp. Want wij horen de collegeleden toch steeds de verwachting temperen. En dat zegt de heer Reneman, de wethouder Reneman ook letterlijk, dat het college de verwachtingen managet. Ja, en dat hebben wij ook wethouder Ten Kate bij Radio Hoogeveen horen doen, daar horen we dan vooral verwachtingen temperen en zeggen van, ja, het is allemaal niet zo makkelijk en er zijn veel beren op de weg. Maar ja, wij pleiten toch voor echt een veel ambitieuzer niveau. En dat hoor ik ook in de raad. En ik wil ook nog zeggen over die rapporten, uiteraard hebben wij die rapporten gelezen, natuurlijk. Wij hebben heel veel rapporten de afgelopen jaren gelezen, wij hebben allerlei onderzoek gedaan, we hebben cijfers opgevraagd, we hebben, nou ja, noem het allemaal op. Maar even over die rapporten, daar staat onder andere in, dat zei wethouder Tabak ook, dat het moeilijk is om met maatregelen het onder controle te krijgen. Nou, dat heb ik net ook in mijn inbreng gezegd, dat er vaak naar juridische mogelijkheden en onmogelijkheden wordt gekeken, maar dat we juist naar andere oplossingen moeten kijken.
Dat we bijvoorbeeld in gesprek moeten met een Roeli Mossel, maar ook noem ik er dan maar bij, Sigrid Hartman, die ook buiten de wettelijke kaders aan het zoeken is naar oplossingen en daar succesvol in is. En dan tot slot, er wordt heel vaak gezegd, ja, kijk naar de andere gemeenten, die hebben het ook moeilijk dus het is niet een Hoogeveens probleem. Ja, dat zien wij ook. Maar nou wil het geval dat ik de afgelopen jaren door mijn werk bij heel veel gemeenten over de vloer ben geweest, en dat inderdaad ook zag, maar daar zie ik ook dezelfde problemen. En al die gemeenten wijzen naar elkaar, kijk, het is niet ons probleem wat de anderen hebben er ook last van. Maar al die gemeenten hebben dat cultuurprobleem en daar moeten we met zijn allen iets aan gaan doen. En zolang we dat niet doen bij de overheid, bij de gemeente, ja, dan krijgen we het gewoon niet voor elkaar. De voorzitter: Dank u, mijnheer Koekoek. Ik zie echt de behoefte bij de heer Reneman om hier nog op te reageren. Eventueel nog wat tips en adviezen mee te geven. En ik stel dan ook voor, omdat dit wel ongeveer het laatste punt is van dit debat, dit gaat over veertien dagen staat het wel op besluiten wat hier voorligt.
En ik denk wel dat alles wat we met elkaar hebben gedeeld, er uiteindelijk toe zal bijdragen dat we toch met een andere bril op kijken naar het sociaal domein maar vooral over de bezuinigingen die wel in de begroting staan en die wel een bepaalde … En die ook noodzakelijk zijn. Mijnheer Reneman.
De heer Reneman: Ja, voorzitter, ik denk dat de observatie dat het college aan verwachtingenmanagement doet en verwachtingen tempert, dat dat een juiste observatie is. Ik denk alleen niet dat de observatie juist is dat er afstand is tussen de ambitie van het college om dat herontwerp serieus aan te pakken en de raad in positie te brengen om serieus met dat herontwerp aan de gang te gaan en uw raad. En ik denk dat we dat goed voor ogen moeten houden. Dus het verzoek aan ons om duidelijkheid te geven over de stappen die we nemen, nou, wij hebben heel veel bijeenkomsten met u waarin we die stappen met u doornemen. Maar het lijkt mij goed, gehoord hebbende de discussie die u heeft, om vanuit het college ook een goed tijdpad te maken tot aan de zomer en na de zomer, hoe wij dat herontwerp voor ons zien. Ik denk dat wij met die toezegging een deel van uw onrust om zelf te willen interveniëren, dan ook weg kunnen nemen. Wij, ik denk dat we binnen twee, drie weken, moeten we dat voor u goed kunnen uitlijnen, dus dat zullen we dan ook voor u doen. Maar ik wil nog een keer benadrukken dat wij … U heeft een college dat met u in discussie gaat, en u heeft een college dat ook zijn ervaring en zijn kennis inzet om te spiegelen wat u zelf vindt. Dat is, ik noem dat verwachtingenmanagement, maar daarmee stappen we niet over uw ambitie heen.
En dat betekent niet dat wij niet aan de slag zijn met uw ambitie. En ik denk dat het belangrijk is om dat te benadrukken. En u hoeft ook niet te interveniëren om dat mogelijk te maken, daar zijn we mee bezig. En ik denk als wij over een week of drie een goed tijdpad aan u voorgeven, dat u ook precies ziet waar we mee bezig zijn. De voorzitter: Dank u, wethouder Reneman. Ik heb gehoord ook deze discussie, en ik heb ook gehoord dat er eventueel moties en amendementen worden klaargestoomd ook, met de oproep om dat ook vooral in overleg te doen met het college in de komende twee weken. En ook dat de totale moties en amendementen op het juiste ruime tijd ook aan de hele raad beschikbaar gemaakt worden zodat we daar ons oordeel over kunnen vormen. Hoe het raadsvoorstel zich verhoudt in de voorlopige standpunten met voors en tegens, daar kan ik momenteel eigenlijk geen uitspraak over doen want daar zal nog wel wat gebeuren moeten in de komende veertien dagen en daar zijn we dan ook erg benieuwd naar. 2.4 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Het was inderdaad een hele zit.
Ik vind wel dat er een aantal dingen gedeeld zijn, ook waar de raad naar elkaar komt om te zien van, hoe kunnen we verder met het sociaal domein? Er is ook kritiek gespuid, ook over het hele verhaal van vanuit de begroting van, hoe gaan we hiermee om en hebben we de juiste dingen wel gedaan? En hoe kijken we daar in de toekomst naartoe? Ik hoop dat ik op een redelijke manier dit heb samengevat. Ik ben ook echt benieuwd hoe de moties en amendementen er over veertien dagen uit komen te zien, en hoe dan de reacties en dat in overleg met het college. Mag ik jullie allemaal nog een … Ik zie nog een laatste opmerking van mijnheer Koekoek. De heer Koekoek: Ja, heel kort even, niet inhoudelijk hoor, maar ik wil richting u, voorzitter, toch nog een compliment maken want ik heb het af en toe wel met u te doen gehad vanavond, en u hebt het toch maar gedaan. Dus, nou ja, bedankt voor het voorzitten. De voorzitter: Bedankt voor het compliment zou ik bijna zeggen, maar laat ik het heel eerlijk zeggen, zo voelt het niet want het is best wel een hele lastige discussie. En ook omdat iedereen er zo in zit om dit op een juiste manier … Maar ook jullie dank natuurlijk voor de inbreng. En met betrekking … En ik hoop dat het toegevoegde waarde heeft gehad om tot een goed besluit te komen, tot over veertien dagen. Dank voor jullie inbreng.
Voor de rest van de avond nog veel plezier, en ik hoop u volgende week terug te zien. Dank u zeer. De heer …: Tot ziens.
Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Fijne avond. Doei doei, dag dag. De heer Sieders: Fijne avond.