Transcript Raadsavond 3 juni 2021
Tekst van het document
We willen het wel breder trekken dan dat, want dat gaat natuurlijk over starters die iets kunnen kopen. Maar als je als starter iets wil huren heb je een net zo groot probleem in Hoogeveen. Ik denk 55 plus dat valt nog mee om een huurwoning te vinden. Maar als starter sta je minimaal vijf jaar op een wachtlijst. Dus ik denk dat we ook daar iets aan moeten gaan doen. Ja en daarnaast denken we ook van want er wordt nu heel veel input opgehaald bij allerlei partijen niet politieke partijen maar partijen uit het veld van wat is er nodig, wat is de woonbehoefte. We vroegen ons af, ja willen een woonvisie die daar met name op inspeelt of willen we niet een woonvisie maar meer een visionair plan op wonen in Hoogeveen? Waarbij je ook misschien dingen kaders vastlegt voor wonen voor nieuwe woonvormen waar nog niet direct behoefte aan is maar waarvan je kan voorzien in andere gemeentes speelt dat al wel dus wellicht over vijf of tien jaar ook in Hoogeveen. En daar al in je visionaire visie op inspelen. En daarmee ook nog een kleine vraag. Eerder deze week stond in het Dagblad van het Noorden een artikel over dat in Assen nu men bezig is om als iemand een huis koopt dat dan de regel wordt dat je daar een X aantal maanden of jaren eerst zelf in moet gaan wonen voordat je het in de huur kan zetten.
Of dat ook iets zou kunnen zijn om in Hoogeveen te overwegen? Nou zo zijn er nog allerlei andere punten inhoudelijk voor de woonvisie. Maar dit is wat wij daar over wilden zeggen nu. De voorzitter: Dank u wel. De heer Meesters.
De heer Meesters: Ja dank u wel voorzitter. Nou eigenlijk maait mevrouw Rutgers me bijna het gras voor de voeten weg. Want als het gaat om die visionaire woonvisie nou daar kunnen we van harte mee instemmen. Dat vinden we ook een goed punt. Maar inderdaad een van de grote problemen van de starterswoningen is dat de betaalbare starterswoningen op dit moment vooral worden gebruikt of vooral worden gebruikt in ieder geval voor een deel worden ingezet als belegging. Sparen is lastig, dus mensen gaan een huis kopen en gaan die verhuren. Daarmee wordt een deel van de koopwoningen onttrokken uit de markt. En wat dat betreft zou de oproep aan het college zijn om inderdaad te kijken in de woonvisie wat de mogelijkheden zijn om een woonplicht in te voeren voor woningen die ook vanuit Domesta bijvoorbeeld vrijkomen, woningen uit de huur die in de koop worden gezet. Maar wellicht ook gewoon voor sowieso nieuwe woningen. Dus in die zin haak ik daar precies bij mevrouw Rutgers in aan. De starterslening daar heb ik in die zin de vraag over van welk geld moet dat? Want dat vraagt natuurlijk hoe groter de startersleningenpot wordt hoe meer wij als gemeente zelf daar ook iets in moeten hebben. Dus daar heb ik nog enige twijfel bij. Maar dat punt met betrekking tot het niet bewonen of niet verhuren van nieuwe woningen daar zou ik graag een onderzoek naar willen doen.
De voorzitter: De heer Bertels. De heer Bertels: Ja dank u wel voorzitter. Ten aanzien van nou dat is wat mevrouw Rutgers ook al aangaf op 8 maart 2021 is de woningwet in behandeling genomen zijn ze besproken. Daar staat dat zelf bewoningsonderdeeltje dat als mensen een woning kopen dat ze er minstens vijf jaar in moeten wonen en niet mogen beleggen om te verhuren. Ten aanzien van de starterslening, er is in juni 2019 hebben we hier een motie aangenomen om de huidige startersleningen te onderzoeken. En volgens mij zal wethouder Zwiers binnenkort of na de zomer nog met een oplevering komen van hoe het zit met die startersleningen en hoe we daar in het vervolg verder invulling aan kunnen geven. Ik denk dat het zeker goed is om daar naar te kijken, want startersleningen bouwen geen woningen. We kunnen nog zoveel leningen verstrekken, maar je ziet gewoon de hele markt is overspannen. En misschien is het dan beter te kijken hoe kunnen we bepaalde criteria zodat starters in een woning terecht kunnen komen. En niet dat ze extra kunnen lenen, dat ze al op de torenhoge prijs een extra lening krijgen om nog horen in de schulden te moeten komen om een woning te kunnen kopen. Bij deze mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sieders. De heer Sieders: Ja dank u wel voorzitter. Nou wij hebben het stukje woningnood ook al benoemd, stukje over de woningvisie of visionair document.
Wij zijn daar ook voorstander van om dat te koppelen. En het stukje om een halt toe te roepen wat dan in de woningwet staat over het vijf jaar in wonen, als gemeente kun je daar nog een stap bovenop zetten. Daar zijn wij ook voorstander van. Want we zien gewoon dat prijzen echt opgedreven worden. En toch moeten we ook aansluiten bij het punt van het CDA. Een van de grootste problemen van de woningnood is dat er zo weinig woningen zijn. Dus er zal moeten worden gekeken naar plekken waar de woningen gebouwd kunnen worden, want we kunnen wel allemaal zeggen prijzen, startersleningen, ik heb trouwens nog wel een leuk idee. Zes jaar terug inderdaad hebben we een bepaald bedrag bij de starterslening besloten. De nationale hypotheekgarantie is gekoppeld aan de gemiddelde woningwaarde. Misschien kunnen wij ook daar wat aan doen. Dat je niet elk jaar opnieuw naar de waardes hoeft te kijken, maar dat je ook daaraan koppelt. Dan zijn de startersleningen zullen dan ook nog steeds op van toepassing zijn op de huizen die nou als starterslening worden aangemerkt. En daarnaast hebben wij nou ja vooral de grootste oproep is, volgens mij moet er gewoon gekeken worden naar nieuwe plekken. Misschien wel een nieuwe woonwijk, om ook die huizen te bouwen. Want we moeten de mensen wel kwijt. En de huizen zijn er niet. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn.
De heer Van Rijn: Ja dank u wel voorzitter. Ook wij hadden dit punt in debat ingebracht. Ja stilstand is achteruitgang. Dat is overal zo. In bedrijf zo, maar dat is ook met de woningmarkt zo. Wij maken ons echt oprecht zorgen vooral met de buitendorpen dat die gaan vergrijzen vanwege dat de jeugd wegtrekt omdat er geen woningen beschikbaar zijn. En als wij gehoord hebben laatst in een informatieronde dat er maar beperkt zeg maar gronden beschikbaar zijn dan denk ik ja wij moeten toch wel eens kijken of daar geen plannen ontwikkeld kunnen worden waar weer woningen gebouwd kunnen worden. Zodat ook jeugdigen en vooral in de zelfbouw daar praat ik eigenlijk nu over dat de jeugdigen zelf woningen of in beheer zelf eigen beheer kunnen gaan bouwen. Zodat ze ook gewoon in die buitendorpen kunnen blijven wonen. Maar goed datzelfde is ook voor de plaats Hoogeveen an sich aan de orde. Want als hier geen woningen gebouwd worden dan vergrijst het hier ook. En dan en ook hier bemerken wij dat dus ja de voorraad waar gebouwd kan worden dus wel op een laag niveau is. En daar zouden wij dus graag verandering in willen hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers en daarna de heer Dekker en dan de heer Steenbergen.
Mevrouw Rutgers: Ja in aanvulling eigenlijk op de heer Sieders en de heer Van Rijn, wij zijn er ook voorstander van om te gaan verkennen niet alleen in het dorp Hoogeveen of de stad zoals sommigen zeggen, maar ook in de dorpen om te kijken waar je kunt uitbreiden. In de woonvisie die er nu ligt gaan we met name op zoek naar inbreiding. Maar ja dat is denk ik niet voldoende voor de lange termijn. We moeten echt op zoek gaan naar nieuwe plekken om te bouwen. In welke vorm dan ook zoals de heer Van Rijn al aangaf. De voorzitter: Meneer Dekker. De heer Dekker: Een boel gezegd al voorzitter. Ook wij zijn wel voor een visionaire visie zoals mevrouw Rutgers het zo mooi omschreef. Waarbij je aan de andere kant wel een beetje de balans natuurlijk in de gaten moet houden dat het ook geen dromerij wordt. Want dan moet ik nog weer denken aan ‘…’ die met ons droomde over hoe Hoogeveen moest worden in het verleden. Nou daar is maar voor een heel klein deel iets van terecht gekomen. Starters ja dat blijft een groot probleem. Wij vragen ons met de ChristenUnie af of we dan de startersleningen en met het CDA of dan de startersleningaanpassing of dat daarvoor een goed instrument zou zijn of dat je misschien toch maar eens naar wat anders zou moeten kijken. Ja als dan kijkt naar andersoortige huizen en de toekomst, wat ons betreft zou je dan ook kunnen denken aan generatiehuizen.
Daar is denken wij ook wel behoefte aan. En je hebt ook een hele poos gehad dat mensen het hadden over tiny houses. Maar zijn ook wel weer wat verschillende onderzoeken naar dat er eigenlijk helemaal niet zoveel vraag naar is. Dus voor iemand die iets meer op afstand staat wel lastig te beoordelen. Ja grote woonopgave, dan zou je denken inderdaad van geef ook aandacht aan die buitendorpen. ‘…’ heeft bijvoorbeeld een onderzoek gedaan ja er zijn best veel inwoners en jonge mensen ook die daar graag willen bouwen en willen blijven wonen. Goed voor de leefbaarheid uiteindelijk op den duur ook in het dorp. Nou ga daarmee in gesprek en kijk wat je kan doen. En tot slot, ja ik las pas dat was weer een ander onderzoek dat cohesie bij bouwen heel belangrijk is hoe je een wijk neerzet, hoe je gebouwen, huizen met elkaar verbindt en hoe ze eruit zien zeg maar. Je kunt aan de ene kant mensen heel veel vrijheid geven en dat is mooi, maar het wordt soms ook een beetje een ratjetoe vergeef me het woord, want iedereen vindt zijn of haar huis natuurlijk hartstikke mooi. Maar toch blijft uit onderzoek dat als er enige binding is in hoe je zo'n wijk opbouwt dat dat ook iets doet met de cohesie op de lange termijn in de buurt. En hoe mensen samen leven.
Dus ik zou wel willen zeggen van vergeet dat soort aspecten niet nog los van natuurlijk ook het groene aspect dat je genoeg groen in wijken moet aanleggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Steenbergen.
De heer Steenbergen: Ja voorzitter, er is natuurlijk van alles aan de hand met betrekking tot de woningbouw en het bouwen. Bouwen, bouwen, bouwen, dat vinden we als partij natuurlijk ook. Alleen we leven wel in een andere tijd. Als ik even terugkijk dan zie ik dat we in alle dorpen prachtige plannen hebben ontwikkeld van bouwen in de dorpen. Dat die vijf, zes jaar lang hebben stilgelegen omdat er geen huis werd gebouwd vanwege de financiële crisis. Dit bouwen is nu wel aan de gang. En je ziet dat ook hard gaan. En vervolgens zien we ook dat er nu door het thuis werken en dat is dan het corona-effect misschien wel, door het thuis werken dus grotere afstanden overbrugt dus de markt is groter. Huizen zijn zo duur dat de jeugd ze niet kan kopen, dus dat we daar op een bepaalde manier dat we daar naar kijken. Dat we mogelijkheden zien. Dat willen we graag ondersteunen. Maar ik lees ook in de kaderbrief van als we willen bouwen, bouwen, bouwen en veel grond willen aankopen dat daar weinig ruimte voor is. Dus aan de ene kant moeten we een oplossing zoeken en aan de andere kant is de levensduur van de huizen die gaan langer mee dan de gemiddelde snelheid momenteel in de generaties. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Ja dank u wel voorzitter. Er werd net ook al even aangekaart dat er verschillende andere typen woonvormen zijn zoals tiny houses.
En ik denk dat dat een goede ontwikkeling is. En ook dat we daar in de woonvisie ook met name aandacht aan geven. Je hebt ook de ‘…’ die de combinatie geven van mensen die bij elkaar wonen en kangoeroewoningen ook de uitbreiding van mantelzorgers die bij hun ja de vorige generatie zorgt laten we maar zeggen. Daar zijn we ook wel voorstander van. En ik begreep uit de laatste recente onderzoekscijfers dat er in Hoogeveen een wachtlijst is van vijf jaar en drie maanden voor sociale huurwoningen. En we vinden dat erg lang. En we hopen dat ook in de woonvisie daar ook nou ja de nodige aandacht voor is. Ja verder kan ik me aansluiten bij wat de meeste mensen hier gezegd hebben. En ik sta ook open voor het voorstel van D66 om ook binnen de woonvisie te gaan voor een meer visionair beeld. En dus ruimte voor vernieuwende initiatieven. Dat tot zover. De voorzitter: Ja wat ik constateer is in feite alweer een behoorlijke inkleuring van wat er in element in die woonvisie zou moeten zijn. Dat wordt natuurlijk niet in de kaderbrief an sich behandeld. Maar u geeft die suggesties mee. Maar ik zou ook nog even voor het proces en de woonvisie even het woord willen geven aan wethouder Tabak. Mevrouw Tabak: Ja dank u wel voorzitter. Nou ja alles wat u noemt herkennen wij. En daar hebben wij ook over gesproken. In het college spreken we zelfs vaak over in het college.
Want wat je ziet op landelijk niveau is dat er enorme woningnood. En dat er ook voor het bouwen, bouwen, bouwen adagium dat geldt wordt gekeken naar verschillende regio's. En nou ja de regio noord plus Flevoland die heeft een deltaplan ingediend. Dus er ligt in deze regio ook een grote opgave vanuit dat deltaplan. Er ligt ook een opgave vanuit de verstedelijkingsstrategie vanuit de regio Zwolle. Want ook daar zie je dat er niet genoeg ruimte is om te bouwen. Dus daar wordt ook gekeken naar onze regio. En gisteren of eergisteren kwam naar voren dat er een woonakkoord is gesloten tussen VWS en Binnenlandse Zaken. En in dat woonakkoord samen met de corporaties is ook gesteld dat van die enorme bouwopgave zeker 100.000 woningen beschikbaar moeten zijn voor mensen met een zorgvraag/ouderen. Dus daar ligt ook een hele grote opgave voor gemeenten. Dus als je dan kijkt naar ja wat betekent dat allemaal nu voor Hoogeveen, dan zien wij in Hoogeveen ook een drukte op de woningmarkt in zowel huur als de koopmarkt. Als ik kijk naar de wachtlijsten, mevrouw Van Hien noemt een aantal ja het is heel moeilijk te zeggen of dat exact dat aantal is. Want als je kijkt hoe dat gemeten wordt dan wordt gekeken naar de inschrijfduur. Dus wanneer schrijft iemand zich in en wanneer krijgt iemand een woning? Maar woningcorporaties zelf kijken naar de actieve zoektijd.
Dus mensen kunnen zich inschrijven, maar er zijn heel veel mensen die dan een tijd lang niks doen omdat
ze eigenlijk geen woning nodig hebben. En dan ineens gaan ze actief zoeken en dat moment dat is dan meetbaar. Maar Hoogeveen heeft net de corporaties hebben net een nieuw woonruimteverdeelsysteem in het leven geroepen. Dat bestaat nu een jaar. En het is nog moeilijk om daar de exacte cijfers uit te halen. Maar als je kijkt naar wat er nu beschikbaar is nou wat de mutatiegraad is, dan is de constatering wel dat er een krapte zit op die huurmarkt. Daarover kunnen we gewoon heel kort zijn. Er spelen op dit moment een aantal zaken naast elkaar die ook wel een soort van volgordelijkheid hebben. Wat we doen is het uitvoeren van een woonbehoefteonderzoek. Dat doen we met meerdere gemeenten. En daarbij kijken we naar goh wat is nou wat wil de koper, wat wil de huurder, wat wil iemand met een zorgvraag, wat hebben mensen nodig om langer thuis te blijven wonen? Dat soort vragen worden in dat woonbehoefteonderzoek onderzocht. En wij verwachten daar in het najaar, september, u over te kunnen rapporteren. Dan zijn we op dit moment ook bezig om te kijken naar keiharde plancapaciteit. Oh kijk dat is ik ben even afgeleid. We zijn ook bezig om te kijken naar plancapaciteit. Want vanuit de huidige woonvisie moeten we nog steeds ook zoeken naar plekken om te kunnen bouwen. Want uiteindelijk je kan allerlei maatregelen bedenken. Maar waar het vooral aan ontbreekt is aan woningen.
Dus we moeten gaan toevoegen en we zijn op zoek naar een uitleglocatie. En daar vertelt wethouder Zwiers zo meteen meer over. Dus dat is de wat er nu op dit moment gaande is. Wij hopen in het najaar te kunnen starten met een woonvisie. En ik klink een beetje voorzichtig en dat komt omdat heel Nederland deze urgentie voelt. En omdat het ook moeilijk is. Want we hebben daar externe capaciteit voor nodig om daar externe expertise op in te huren. Want die wordt op dit moment overal ingezet. Dus wij hopen dat we iemand kunnen vinden of een bureau kan vinden dat ons hierbij kan helpen. En die woonvisie dat zou natuurlijk geen visie zijn als die niet visionair is. Dat gaat natuurlijk over hoe wij de komende jaren willen wonen in Hoogeveen. Dat gaat niet alleen over beschikbaarheid en betaalbaarheid. Maar dat gaat ook over levensloopbestendigheid, dat gaat over duurzaamheid, dat gaat over leefbaarheid in de wijken. Dat gaat over woonmilieus. Leuk karretje. En maar dat gaat dus over allerlei zaken die te maken hebben met wonen. En dat is natuurlijk een visie die je maakt voor de lange termijn. En dat moet dus ook visionair zijn. Dus wij verwachten daar in het najaar te kunnen starten. En met alle partijen te kunnen spreken die daar iets over te zeggen hebben. Want uiteindelijk als het gaat over de huurmarkt dan kunnen wij niet zonder die corporaties.
Wij hebben maar beperkte mogelijkheden om erin te sturen. De corporaties moeten daar in leveren. En alles wat jullie noemen aan instrumenten zoals de starterslening, de huidige starterslening hebben we al geconstateerd die is eigenlijk veel te beknot. Je kan een starterslening kan je inzetten als je een woning koopt ik doe het even uit mijn hoofd hoor maar aankoopbedrag is zo laag daar krijg je op dit moment gewoon geen woning meer voor in Hoogeveen. Dus die wordt gewoon nu niet benut. En het is eigenlijk vrij eenvoudig om die uitgangspunten gewoon wat te verruimen. Dus dat nemen we mee in de woonvisie. Wat we ook meenemen in de woonvisie is wat u net aangeeft van moeten we het een woonplicht gaan invoeren. Moeten we dat dan doen over de hele gemeente of moeten we dat dan doen op bepaalde gebieden? Ik noem maar even wat de binnenstad. Dus daar moeten we in die woonvisie naar kijken. En daar moeten we in die woonvisie ook keuzes over maken. Ja de planning heb ik denk ik al wat over gezegd. Nou als alles mee zit dan hopen we die woonvisie te kunnen vaststellen in Q1 zodat we daarna ook de plancapaciteit kunnen gaan uitrollen. En het is dus niet alleen een woonvisie, het is een woonzorgvisie. Want ook die zorgcomponent moet daarin meegenomen worden. Dit was mijn verhaal en ik kijk even naar de buurman. De heer Zwiers: Ja ik denk dat ik het op zich relatief kort kan houden.
Want wij kijken uiteraard naar plancapaciteit niet alleen Hoogeveen maar ook in de dorpen. Daar zijn we ook al mee bezig. Er zijn ook al wat locaties zeg maar waar in ieder geval binnenkort wel gebouwd gaat worden. Dus en dat zijn ook niet altijd gronden van ons. En dat hoeft ook niet altijd zo te zijn. Dus daar waar het gaat om dat wij zeer terughoudend of liever geen grond willen aankopen, ja dat hoeft soms ook niet. Dus wij gaan wij zijn bezig met te onderzoeken waar we zouden kunnen gaan bouwen. Ja daar doen we natuurlijk
verder geen mededelingen over waar dat is. Want u begrijpt vast wel waarom. Ik hoorde ook nog even voorbij komen bijvoorbeeld een dorp als Elim. Nou dat is nou net een mooi voorbeeld. Want daar zijn we en dat is ook al dat is niet meer geheim of zo. Want daar heeft ook wel iets over in de krant gestaan. Dat is gewoon openbare informatie. En die gesprekken met Elim die lopen volgens mij en die signalen hebben we ook teruggekregen die lopen bijzonder voortvarend moet ik zeggen. Dus dat gaat eigenlijk goed. Het zijn ook ik zie een opgetogen SGP-fractielid ineens. Dus en als het gaat om stedenbouwkundige inrichting ja je zult voor alle milieus zal je iets moeten bedenken. En het gaat niet alleen om huur. Het gaat niet alleen om sociale woningbouw. Het gaat ook om de goede combinatie. En dat betekent dat we daar stedenbouwkundigen voor hebben die we daarop raadplegen en dat we natuurlijk altijd kijken naar wat de actualiteit vraagt. Overigens gaat de zoektocht naar grond niet alleen over woningbouw als het over de verstedelijkingsstrategie gaat. Die gaat ook over industriegrond. Want wonen en werken ja als dat ook hier booming wordt dan moeten we zeker ook naar werken kijken. De voorzitter: Dank u wel. Ik constateer dat in ieder geval aangegeven is welke onderdelen er straks ook in die woonvisie komen.
Overigens is dat woonzorgvisie, laten we het een woon- en zorgvisie meteen een woonzorgvisie meenemen. Ja ja ik zie de heer Bertels dank u wel voor de kijkers, luisteraars ik word even toegezwaaid dat iemand nog het woord wil. Dat kan u zeker krijgen. Alleen ik wou even beperken dat we nou niet weer opnieuw zeg maar suggesties gaan doen. Want dat komt in het proces straks nog wel weer aan de orde. U heeft veel gezegd. En we hebben nog een drietal, viertal punten die we nog even moeten bespreken. Dus ik zou willen zeggen, we gaan naar de afronding. Maar ik kijk eerst naar de heer Bertels. De heer Bertels: Ja dan toch even een suggestie aan wethouder Tabak. Naar aanleiding van die opgave van noord en Flevoland. In Noord- en West-Drenthe, Noordwest-Drenthe wil men niet zoveel bouwen omdat daar men het landschap wil behouden. Nou bij ons is het landschap redelijk nou ja vlak en niet een heel spannend landschap. Dus wij hebben hier volop kansen om dat naar ons toe te trekken. Dat is ook weer een coronamogelijkheid om dan veel mensen hier weer naartoe te halen om wel die woningen te bouwen en daarmee blijven we dan ook weer een aantrekkelijke dorp of stad voor de mensen. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik constateren dat we dit agendapunt in die zin dat u invulling of mede suggesties heeft gegeven die natuurlijk in dat proces straks ook nog wel weer op deze tafel terugkomen.
En dan kan die zeg maar die dat in de kadernota wordt geschreven is dan wat meer handen en voeten gegeven. En wordt dan ook meer handen en voeten gegeven. Dan gaan we nu naar de dienstverlening en participatie. Een onderwerp wat door Gemeentebelangen en Lijst van Hien is ingediend. En we kijken nu want net zei mevrouw Van Hien van ik zit altijd even aan het eind van de tafel. Wilt u de aftrap doen? Mevrouw Van Hien: Ja dank u wel voorzitter. Volgens mij heeft Gemeentebelangen iets andere invulling van dit onderdeel. Maar dat horen we zo meteen wel eventjes. Ik zag bij de strategische beschouwingen van de andere partijen dat er eigenlijk partij participatie wel van belang vindt. En Lijst van Hien wil er graag met de raadscollega's verder invulling aan geven naast de reeds bestaande middelen hiervoor. Dus ik heb eigenlijk een hele korte ja voorstel eigenlijk. We willen graag dat de inwoners ja de burgers en ondernemers en de organisaties direct betrokken worden bij de raadsagenda. En ons voorstel is dat het voor hun mogelijk wordt gemaakt dat zij zelf een punt op de raadsagenda gaan plaatsen. Dus dat zij een thema of een onderwerp of een dossier wat zij graag besproken willen hebben dat zij dat zelf hier gaan plaatsen. En voor ons geldt dat als fractie dat er minimaal drie fracties een verzoek moeten indienen om een punt op de agenda te krijgen.
En die voorwaarde kunnen we eventueel ook stellen aan de inwoners of burgers. Dus de invulling kunnen we
zelf ja invullen. Of de voorwaarden kunnen we zelf invullen. Maar ik was eigenlijk even benieuwd hoe in dat kader van participatie en iedereen erbij betrekken op raadsbreed hoe de collega's daarover denken. De voorzitter: Hooijer. Mevrouw Hooijer: Ja ik had zijdelings participatie en eigenlijk met dienstverlening. Ik denk dat ik ja eigenlijk wil ik hier dan eigenlijk wel op inhaken. Ik denk dat dat toch een andere discussie is. Ik begrijp uw behoefte om die inwoners te betrekken. Maar wij vinden het geen goed idee om het op deze manier te doen. Als burgers of inwoners iets hebben kunnen ze bij ons als raadsleden aankloppen. We hebben ook die inloopavonden waar men met agendapunten kan komen en op die manier zou iets ook op de agenda kunnen. En dan kan het via het presidium. Dus ja wij zijn hier geen voorstander van om op deze manier de participatie uit te leggen. Wel op andere gebieden om mee te nemen, maar niet qua dit voorstel niet. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja dank u wel voorzitter. Ja ik vind het op zichzelf wel een goed initiatief. Maar het is heel in de praktijk heel lastig uit te voeren. En mevrouw Hooijer haalde ook al die inloopspreekuur wordt soms goed bezocht. Maar er is soms gewoon geen tijd om dat goed aandacht aan te geven om dat uit te werken. Ik heb nog een punt op de agenda staan dat moet nog helemaal uitgewerkt worden.
Maar er is geen ruimte bij ons in de agenda om dat er ergens bij te plaatsen. Dus ja wat moet je dan nog met meer mensen die hier agendapunten wat gaan we dan met die agendapunten vervolgens doen? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen: Dacht dat ik netjes op mijn beurt moest wachten. Dat deed ik ook wel, maar dat iemand anders voor. Maar ik heb een vraag aan mevrouw Van Hien. Hebt u bewijzen of informatie waaruit blijkt dat mensen zeg maar of burgers onvoldoende kunnen participeren? De voorzitter: Dat is een vraag. De heer Bertels. De heer Bertels: Ja dank u wel voorzitter. Zoals wethouder Reneman net al bij het debatpunt vier al had benoemd over het kaderstellen rondom sociaal domein heeft hij het al gehad over participatie. En in de kaderbrief is ook al een paar keer aangegeven dat er een nota van participatie die komt naar de raad. Dus daar kunnen we het ook met elkaar over hebben van hoe en op welke manier zien we dat dan. En daarnaast hebben we richting ons als raad hebben we gewoon ons inloopspreekuur wat we gewoon periodiek evalueren. Hoe staat het ermee, komen er mensen op af.
Dus ik denk dat die twee gecombineerd denk ik dat we dan gewoon bij die nota van participatie dan dus gewoon dan met elkaar moeten bespreken oké wat zijn dan dan hebben we het ook een tijdje gehad, kunnen we zien hoe het loopt, wat zijn dan de wijzigingen die we door moeten voeren om dat te moeten doen. En even een ander punt, ik kijk nu deze kant op. Want ik kreeg al reactie van in beeld ben ik alleen op mijn rug te zien. Ik zeg ja ik wil daar wel in de camera kijken maar dat is gewoon heel vervelend. Want dan keer ik de raad de rug toe. Dus bij deze keer ik publiek even de rug toe zodat ik de rest van de raad wel even toe kan spreken. De voorzitter: Ja en dat is niet uit zeg maar onwil. Maar het is puur uit noodzaak vanwege de positie van de camera. En het ligt niet aan de heer Bertels, maar aan de cameraopstelling. Op dit moment in deze corona-opstelling. Mevrouw Van den Oord.
Mevrouw Van den Oord: Ja ik ben het eigenlijk eens met de heer Bertels dat hij aangeeft dat participatie nog uitgebreid de aandacht zal kunnen krijgen van of onder de aandacht gebracht wordt van de raad. En dat we daar dus met elkaar over in debat moeten. Het voorstel van mevrouw Van Hien overviel mij dan ook enigszins. En ‘…’ mij natuurlijk inloopspreekuur, insprekers die komen mogen hem onderling komen toelichten. En ze hebben ons als vertegenwoordigers vanuit de Hoogeveense bevolking gekozen om spreekbuis voor hun te zijn. Dus ik zie op dit moment niet en ik ben dan ook heel benieuwd als we dit uitgebreid met elkaar gaan bespreken of u dan met een uitgewerkt voorstel kunt komen. Want op dit moment zie ik daar de toegevoegde waarde zeer zeker niet van. De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja voor mij lopen nu twee dingen door elkaar die wel aan elkaar gelieerd zijn. Dat is enerzijds participatie en anderzijds bestuurlijke vernieuwing. We zijn er wel voorstander van om te verkennen hoe we bestuurlijk kunnen vernieuwen. Dat hebben we ook al eerder gepolst in de raad. En daar was op dit moment geen animo voor. Dus wat ons betreft laten we dat punt even rusten. Maar participatie is denk ik wel belangrijk. Maar dat is net even wat anders dan bestuurlijke vernieuwing.
Bestuurlijke vernieuwing dan zoek je ook echt naar nieuwe vormen, nieuwe werkwijzen om hoe wij als raad en college het samenspel hebben om daar iets in te veranderen. En participatie gaat voor mijn gevoel meer over bij nieuw beleid bijvoorbeeld of ja het uitwerken van nieuw beleid om daar inwoners bij te betrekken. En dingen aan te kunnen toetsen. En dat vinden we heel belangrijk dat dat goed gebeurt. In het verleden is dat naar onze mening ook wel wat tekort geschoten. Maar hoe het college dat op dit moment oppakt vinden wij goed. Dus ja het voorstel zoals mevrouw Van Hien nu doet ik denk ja dat hoort echt voor mij bij bestuurlijke vernieuwing. En parkeer ik even richting een volgende raadsperiode. De voorzitter: Meneer Dekker. De heer Dekker: Ja ik zag mevrouw Van Hien ook. Maar ik weet niet wie nou het eerst mag. Ja ik toch maar? Ja dan moet ik even denken wat ze ook alweer voorstelde. Oh ja mensen, burgers laten de agenda laten bepalen zeg maar. Wij zijn daar wat terughoudend in. Ik denk niet dat dat het eerste idee van ons zou zijn als je het zou hebben over hoe je mensen beter zou moeten betrekken bij het werk wat de gemeenteraad doet. Wij denken dat is net ook al gezegd dat het college als ze bezig zijn met plannen dat ze wel heel goed inwoners wel meenemen.
En we willen natuurlijk in wat breder verband willen we nog wel spreken met hoe we burgers nog misschien op andere en misschien nieuwere manieren kunnen betrekken. Maar op ja nu zo eens even sec dit voorstelletje eruit halen en zeggen van dat lijkt ons een goed idee. Nee dat lijkt ons niet. De voorzitter: Mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Fijn dank u wel. Ik wilde dus net al heel graag reageren. Want er zijn natuurlijk veel mogelijkheden waarop de inwoners natuurlijk al bij ons kunnen reageren. Ze kunnen ons de fracties zelf benaderen. Er is inloopspreekuur. We zijn bij de bestuurlijke vernieuwing zijn we zelf ook op pad gegaan. We zijn zelf naar de mensen toe gegaan. Dus zijn we eigenlijk heel toegankelijk. De insprekers hebben de mogelijkheid om hier terecht te kunnen. Maar ik zou het zo leuk vinden dat zijn de achterliggende gedachten om het eens een keer wat anders aan te pakken. Mevrouw Rutgers zei al van nou het gaat over bestuurlijke vernieuwing. Uiteraard, daar heeft het ook mee te maken. En dat parkeren we dan even. Of dat kunnen we parkeren. Maar in het kader van wil je het anders doen dan zou je daar ook over kunnen denken dat onze raadsagenda niet alleen maar bestaat uit punten hoe druk die of hoe vol die agenda ook is wat de heer Van Rijn zegt. Maar punten die aangedragen worden door de bewoners. Ik vind dat een andere insteek eigenlijk.
Want wat wij belangrijk vinden of hoe vol
onze agenda is met verschillende punten dat hoeft natuurlijk niet de beleving van de burgers of inwoners of ondernemers wat dan ook te zijn. Dus dat is eigenlijk ik denk ik gooi hem er even in. Kijken hoe de reacties zijn. Dus maar ik voel hem al dat het hem niet gaat worden. En wellicht dat in een ander moment met de bespreking van de nota participatie daar misschien nog iets mee kunnen doen. Want wat mij betreft ik vond het een ja iets ander idee dan normaal gangbaar is. En mevrouw Pullen had volgens mij nog een vraag of even kijken hoor of ik een beeld had dat er behoefte aan is als ik het wel heb. Mevrouw Pullen: Ja ik wou weten of u aanwijzingen of hebt zeg maar om zeg maar dit in te brengen. Dus ‘…’ het besluit al genomen om niet verder te ontwikkelen, maar ik wou ook wel weten de achtergrond ervan. Mevrouw Van Hien: Nou dit is wat ik net eigenlijk aangaf. Ik zou het leuk vinden om het eens een keer een andere vanuit een andere invalshoek dingen te laten bepalen. En als wij ja en misschien ook een beetje die drempel over kunnen om vanuit de samenleving ja mensen de gelegenheid te geven om een deel van onze agenda te bepalen. Ja dat vind ik dat wij daarmee een bepaalde drempel overgaan. Maar ik begrijp ook dat ik begrijp al hoe de vlag hangt.
De voorzitter: Nee maar goed, kijk het was natuurlijk even de bedoeling om dat zij hier ook om het hier het heeft ‘…’ direct raakvlak met de kaderbrief. Het is een even een idee wat er in... en in het kader van de nota participatie komt er natuurlijk wel zeker weer zeg maar ideeën ook weer terug. En daar dat heeft u ook in de kaderbrief kunnen lezen. College en raad zullen gezamenlijk daar een rol in hebben. Dus ik zou hem ook zeg maar ook de suggesties nu heeft u deze suggestie gedaan maar er zijn anderen die ideeën hebben. Het gaat er inderdaad om dat heeft het college denk ik ook gezegd, participatie is onderdeel van alle portefeuilles. En wordt op diverse manieren ook inhoud aan gegeven. Daar kunnen nieuwe ideeën bij helpen. Maar dat is meer uitwerking dan dat het nu in de kaderbrief een positie gaat krijgen. Ik zag de heer Zwiers, wethouder. De heer Zwiers: Nou kijk ik wil de raad misschien toch nog iets meegeven. En misschien ook wel mevrouw Van Hien. Ga eens vragen in Coevorden. Want daar hebben ze dat namelijk geprobeerd. En dat kun je gewoon even navragen. En dat is één. En als u het niet wil doorzetten ook prima. Twee is eigenlijk meer een vraag. Of de raad denkt dat participatie gaat lukken door inwoners naar het gemeentehuis te halen. En denk daar eens over na van hoe je dat dan anders zou kunnen gaan doen. En dat kan als je een inloopspreekuur hebt allemaal prima.
Maar mijn ervaring met participatie die deel ik graag met u. En die gaat toch echt wel in de wisselwerking met inwoners, maar dan ook dicht bij de inwoners in hun leefomgeving. De voorzitter: Goed, dus ik denk zelf hoor dat dit een vraag is die u nu niet hoeft te beantwoorden. Maar dat het is meer ter overdenking. En zeg maar ter ondersteuning van de discussie die u intern dan wel straks ook met elkaar blijft voeren hierover. Ik kijk nog even naar de fractie van Gemeentebelangen, het punt over de dienstverlening. Wilt u dat nog inbrengen? Mevrouw ...: Ja nou als wij bij het kopje dienstverlening kijken in de kadernota dan zien we wat we daar zien staan dan denk je dat is allemaal prima in orde. Helaas is voor ons de realiteit van wat wij horen is tot nu toe in ieder geval toch heel anders. En dat was dan ook een beetje participatie dat is het betrekken van mensen en samenwerking. Want het college staat daar achter, wij als raad horen we vaak genoeg van elkaar hoe belangrijk wij het vinden dat die dienstverlening goed is. Maar goed, heel veel mensen die aankloppen krijgen iemand van de ambtenaren aan de lijn of daar spreken ze mee. En dan is het maar net wie je treft en welke verantwoording ze hebben. En als ik nou hoor van de vraag van meneer Zwiers, participatie moet je daarvoor naar het gemeentehuis? Nou dat past nou net
bij die dienstverlening, want nee er wordt heel vaak gevraagd door mensen van kom nou even kijken dan hier bij die bouw dat gaat helemaal niet goed. En dan komt er niemand. En dat frustreert mensen. Dus daar lopen mensen tegenaan. Of dat dingen heel lang duren. En dan denk ik het staat hartstikke goed op papier. Als college zijn we het eens, als raad zijn we het eens. En hoe bereiken we nou dat die mensen dan toch goed geholpen worden zoals zij en wij dat eigenlijk zouden willen. Dus dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: De heer Bertels. De heer Bertels: Ja dank u wel voorzitter. Dan heb ik eigenlijk een vraag aan Gemeentebelangen van waar is het niet goed met de dienstverlening. Nu lijkt het een beetje het gevoel van op persoonlijke ervaringen. De visie dienstverlening 2021-2025 is hier uitgebreid behandeld in de raad op 18 februari. Nou er zijn toen veel vragen gesteld aan het college. Het college heeft aangegeven van over het meenemen van de raad en inwoners. En die hebben aangegeven dat medio 2021 dat uitvoeringsplan hier op tafel zou komen. En dan denk ik wacht dat gewoon even af. En volgens mij is het college daar echt gewoon serieus mee bezig om dat op te pakken.
Dus ik ben wel even benieuwd van zoals u dit nu brengt van nou is het dan op basis van een klacht, want u had ook kunnen zeggen tegen degene die dat bij u heeft aangegeven ja het kan misschien kloppen maar we zijn er als raad en college zijn we gezamenlijk goed mee bezig om met een nieuwe visie te komen over die dienstverlening. Dus ik hoor graag van u. De voorzitter: Ja ik zou toch even willen voorstellen want kijk want ik zie nu dat andere mensen natuurlijk ja als je een discussie begint over een punt dat we ook hier zeg maar nadrukkelijk in een uitvoeringszaak gaan terechtkomen. Op basis van beleid zijn de zaken vastgesteld. Daar heeft de heer Bertels al iets over gezegd. Kijk en we zijn natuurlijk ik wil er twee dingen van zeggen. Eén is, natuurlijk zijn wij zeker benieuwd op het moment dat er dit soort dingen spelen maar dan ook even man- en rugnummer. Niet hier in deze vergadering, maar wel bij de personen die daar dan ook iets over kunnen doen. Hetzij bij leidinggevenden, bij de gemeentesecretaris om aan te geven wij horen dat, wij willen daar graag iets aan doen. Dan krijgt u meer een ombudsfunctie als raadslid dan dat u zeg maar nu als raadslid dat heeft. Dus dat zou ik echt willen voorstellen om dat uit elkaar te halen. Want hier gaat het om beleid. En de hoofdlijnen. En die hebben we vastgesteld conform wat de heer Bertels daarvan zei.
En mocht het inderdaad zo zijn dat er structureel iets opvalt ja dan is het natuurlijk wel een moment dat het hier komt. Maar dan moet het ook echt met waar gaat het dan mis. Want dan kun je er ook iets aan doen. Ik zou dat willen voorstellen, anders gaan we nu heel uitvoerig zeg maar dit onderwerp bespreken terwijl die heel erg goed opgelost kan worden door heel snel te schakelen naar degenen die er ook echt iets aan kunnen doen. En als de zorg er is dan ik bedoel ik ontken hem niet, ik bedoel u zult het horen. Maar we zijn wel benieuwd dat we toch even wat meer informatie daarover krijgen. Dat zou ik willen voorstellen, want dan wordt het heel moeilijk hier dan kom je in de uitvoering terecht. En nou we zitten hier voor beleid. Ja? Mag ik dat zo voorstellen? Dan ga ik met u naar de kostenverdeling SWO of SWO, het zijn twee aparte punten volgens mij. Want zowel de SP als de VVD had dat aangekaart. Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord: Ja ik wou ook graag inderdaad even als eerste het woord omdat de SP inderdaad niet de kostenverdeling SWO had ingebracht. Sterker nog, daar distantiëren we ons op dit moment verre van. Wat wij de laatste tijd geleerd hebben is dat we kennelijk de medewerkers van de SWO het idee hebben gegeven dat wij geen vertrouwen meer in hun hebben. En dat ze maar wat doen en dat we daarom eens met de kaasschaaf moeten gaan kijken.
Dat we dat uitknijpen. Terwijl we van de wethouders ook terug krijgen dat mensen soms echt drie slagen zich in de rondte aan het werken zijn om alle nieuwe plannen en bedenksels vanuit de raad en college ook te kunnen vormgeven. En ik moet eerlijk zeggen dat komt uit mijn koker. Dat heb ik niet zo in de fractie besproken, maar wij
hebben ons wellicht een beetje mee laten slepen door de heer Bisschop als het gaat om bezuiniging op de SWO. Dat was het financiële plaatje. Terwijl wij veel meer zaten op de geluiden over langdurig zieken door problemen in werksfeer. En wij heel veel problemen hadden met de taak die de vorige gemeentesecretaris had die dus zowel gemeentesecretaris van De Wolden was als van Hoogeveen. En daarnaast directeur van de SWO. Die zaken zijn inmiddels aangepakt en wij vinden dus als SP eigenlijk heel erg belangrijk om de medewerkers een hart onder de riem te hoe zeg je dat ook alweer een hart te steken. Een hart onder de riem te steken omdat wij juist hun het vertrouwen willen geven dat zij in staat zijn om de taken die wij hen iedere keer toebedelen dat ze die goed uit kunnen voeren en dat wij veel meer belang hechten aan hen in hun krachten zetten. En te zorgen dat bijvoorbeeld door de transformatie van het sociaal domein men beter in staat is om zijn taken ook met plezier uit te voeren. En ik wil me dus nogmaals als SP distantiëren van het woord kostenverdeling. Omdat dat bij ons geen prioriteit heeft. De voorzitter: Nee dat is duidelijk. Daarom maak ik even het onderscheid inderdaad tussen kostenverdeling en SWO. Want dat zijn ze zijn hier gekoppeld, maar het zijn twee wel het gaat over de SWO maar het zijn twee aparte invalshoeken. Nou dat is wat u daarover gezegd heeft.
Dan ga ik even naar de heer Bisschop want die had heel expliciet wel over die kostenverdeling iets gevraagd. De heer Bisschop: ‘…’ expliciet, maar ik sluit me wel aan bij de woorden van mevrouw Oord in ieder geval ten aanzien van dat wij een ambtenarenapparaat hier hebben zeg maar de organisatie die over het algemeen heel hard werkt om de zaken om orde te krijgen. En ik sluit me daar ook bij aan om ook die complimenten aan die organisatie te geven. Laat niet verlet dat wij als VVD natuurlijk altijd wel heel erg kritisch op die samenwerkingsorganisaties zijn. Omdat wij als VVD een efficiënt werkend overheidsapparaat voor staan die voor ons effectief en efficiënt, efficiënt houdt ook in dat het ook tegen zo laag mogelijke kosten kan opereren. Nou wij hebben hier te maken met een samenwerkingsorganisatie met De Wolden waarin een bepaalde verhouding. En hier zijn we dus toch al een aantal jaren ook al vragen we daar aandacht voor. En nu helemaal omdat Hoogeveen ook op een behoorlijke wijze aan het ombuigen is. In ieder geval aan het bezuinigen is. Ook op de kosten van de SWO. En wij dat ook graag in een verdeling van de kosten terug willen zien. En we willen graag ook zeker richting het college aangeven van ja heb daar oog voor, heb oog voor de belangen van Hoogeveen in dat verhaal.
Met name op het financiële plaatje en dan praten we niet over de inzet van de mensen hier maar op het financiële verhaal. En daar praten we ook vanavond over de kaders die we mee willen geven. En daar vragen we als VVD gewoon aandacht voor. En neem dat mee. Wij buigen significant meer om dan onze samenwerkingspartner. En ja dat zouden we toch wel ook in verdelingspercentage terug moeten zien. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja dank u wel voorzitter. Ja even eerst op mevrouw Van de Oord. Kijk wij hadden ook in onze bijdrage er gaat daar ook veel goed in het besturen van de gemeente Hoogeveen mede door de inzet van de organisatie. En de SGP wil dan ook de medewerkers bedanken voor hun inzet. Dus wij hebben dus wel eerst even een compliment gemaakt. Maar wij hadden nog een vraag aan het college over deze SWO. En daar hebben we geen antwoord op gekregen. Ik lees even de vraag voor en ik hoop dat we daar nu wel antwoord op krijgen. Van het college vernemen we graag of er op dit moment na de recente bestuurswijziging en daarmee gepaard gaande nieuwe ontwikkeling een compleet bestaat van het functioneren van de organisatie en de kostenontwikkeling. We willen daarbij nadrukkelijk aangeven dat wij hiermee niet doelen op het persoonlijk functioneren van de medewerkers.
We willen slechts graag van het college vernemen of zij de SWO nog steeds als de beste optie voor onze gemeente beschouwt. Tot zover, dank u wel voorzitter.
De voorzitter: En deze vraag heeft u absoluut nodig voor de beoordeling straks of u... De heer Van Rijn: De beantwoording van deze vraag hadden we graag even wat nodig ja. De voorzitter: Nee is goed. De heer Meesters. De heer Meesters: Ja voorzitter dank u wel. Ik hoor de heer Bisschop wederom over de SWO. Dat wordt wel een beetje een topic bij hem. Maar wat ik vooral even wil weten is concreet welke verandering van de kaderbrief zou u willen voorstellen? Want er ligt een kaderbrief voor ons. Ik hoor u weer het een en ander zeggen over de SWO. Ik heb u eerder gehoord dat daar tonnen aan geld te halen viel. Nou ja goed dat viel uiteindelijk toch een beetje tegen om het maar zo te zeggen. Ja en nu komt u weer met dit punt op. En ik vraag me gewoon even af, wat wilt u nu eventueel als voorstel indienen om de kaderbrief aan te passen? Want dat is waar we het nu over hebben. De voorzitter: De heer Dekker. De heer Dekker: Ik was pas bij zo'n online bijeenkomst die ging ook over de SWO. En ik dacht dat VVD daar ook gevraagd had naar de ombuigingen zeg maar, het percentage en of dat niet wat evenrediger moest. Ik heb het antwoord niet helemaal onthouden. Maar ik weet daar wel van dat ik het heel plausibel vond. Jullie hebben zelf het antwoord vast wel onthouden. Dus ik vroeg mij ook even af wat nu de reden is om dit zeg maar hier nu weer te berde te brengen.
De voorzitter: De heer Bisschop. De heer Bisschop: Nou ja goed, dit gaat over de kadernota waar SWO eigenlijk vinden wij onderbelicht is geweest. Er wordt een zinnetje in de kadernota over de SWO gezegd. En wij dit toch als kader van VVD mee willen geven aan het college. Maar ook aan de raad om over dat soort zaken na te denken. De voorzitter: Ja misschien is het goed om even ook even dan te kijken naar het college. Mevrouw Tabak en daarna de heer Reneman. Mevrouw Tabak: Ja ik zal ingaan op de SWO-organisatie en de heer Reneman gaat dan even in op de kostenverdeling. U heeft in schone lei het college de opdracht gegeven om te onderzoeken hoe college, gemeente bediend wil worden door de SWO. En dan ging het vooral om het kijken naar inrichtingen, processen en attitude van de organisatie. Nou dat onderzoek hebben we gedaan. En de conceptrapportage is ook af. En we hebben afgesproken dat we u medio juni dat rapport doen toekomen, de aanbevelingen doen toekomen. Maar ook het plan van aanpak en de routekaart die erbij horen doen toekomen. En een tipje van de sluier, er valt wel wat te doen. Maar dat zijn geen redenen om te twijfelen aan de SWO als samenwerkingsorganisatie. Geen enkele reden, want je ziet dat taken van de gemeentes steeds complexer worden. En je hebt gewoon een bepaalde schaalomvang nodig om dat op een goede manier te kunnen doen.
Ik denk dat het heel fijn dat u ook dank uitspreekt en waardering uitspreekt voor onze medewerkers. Ik weet dat dat heel erg gewaardeerd wordt. Want het tempo ligt heel erg hoog in de organisatie. De turbulentie is groot. Het is werken als het ware in een snelkookpan. Want ik zei net, er is nog veel te doen. Maar er wordt ook heel veel gedaan. En zie je maar eens te rooien onder die omstandigheden. En er zijn heel veel medewerkers die het op dit moment gewoon ja die hun echt hun beste beentjes voor zetten en ik ben vlij dat u daar waardering voor uitspreekt. Dus voor ons geen enkele reden om te twijfelen aan de SWO-samenwerkingsorganisatie. We hebben daar ook afgelopen week nog over gesproken met het college van De Wolden. Dat het samen zijn wij het SWO-bestuur. En dat is bij De Wolden eigenlijk idem dito. En voor de kostenverdeling kijk ik even naar collega Reneman.
De voorzitter: En die gaat dat doen. De heer Reneman: Ja dank u wel voorzitter. Nog even een stap terug. Dat ging over de vraag die de SGP stelde over of wij nu zicht hebben op het functioneren van SWO. Ik denk dat we dat hebben. En dat de voorstellen die we gaan doen om het functioneren van de SWO te verbeteren dat die ook echt een route gaan maken naar een nog betere organisatie. En ik zeg dat terwijl ik op dit moment weet dat mensen zich ook driekwart in de rondte voor u allen werkt en voor ons ook om het allemaal te rooien. En dat zit wel dat is wel zwaar. Dat je wil veranderen en dat iedereen toch ook nog heel hard moet werken. Dus ik ben blij vanuit de raad dat daar ook aandacht voor is. En ik stel voor dat we dat de komende jaren ook vasthouden. Want dat is de enige sfeer waarin we succesvol kunnen zijn. Ja de heer Bisschop vraagt of het college daar aandacht voor heeft, dat hebben we zeker want het was een van de eerste vragen die wij stelden toen de begroting van SWO op ons af kwam en de verdeelsleutel nauwelijks veranderd leek te zijn. Dus daar hebben we nadere uitleg over gevraagd. Ik heb ook navraag gedaan over hoe is eigenlijk die verdeelsleutel tot stand gekomen. Nou die is in 2013 tot stand gekomen op grond van een aantal principes om maar wat te noemen het moet duidelijk zijn, het moet te begrijpen zijn, hij moet toekomstbestendig zijn de verdeelsleutel.
Redelijk en billijk zijn. En er is ook afgesproken dat die na twee jaar geëvalueerd zou worden en dat is ook gebeurd. En toen is in 2018 is de verdeelsleutel is ook weer aangepast. En de eerstvolgende moment dat die weer geëvalueerd wordt in 2022, vier jaar na 2018. En ik stel voor dat u dan ook nog een keer met elkaar zich buigt over systematiek onder die verdeelsleutel. En of die nog steeds voor u begrijpelijk is, duidelijk is, en of die nog steeds voor u ook aanvaardbaar is en dat u daarmee uit de voeten kan. Dus dat zit in het systeem dat we hebben samen met de SWO. En dat kan over een jaar kan u dat prima bespreken met elkaar. En dan zal het college dat er dan zit zal dat voor u voorbereiden. En dat zal ongetwijfeld een hele mooie voorbereiding worden. De voorzitter: Akkoord. Dit als aanvulling op datgene wat net gezegd is. De heer Bisschop. De heer Bisschop: Dank u wel voorzitter. Dank wethouder voor de toelichting. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Ik rond dit punt ook met u af. Dat is het geval. Ik kijk even naar de fractie van de SGP naar aanleiding van de discussie net. Bij agendapunt 1 hebben het gehad over de financiën of over de brandweerkazerne nog apart weer moet worden gesproken. Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord: Nee eigenlijk geldt daarvoor hetzelfde als bij het zwembad.
Wij hebben deze opgezet omdat we van mening zijn dat we niet langer kunnen blijven uitstellen. En iedere keer komt de brandweerkazerne voorbij. En zelfs al kunnen we dat misschien financieel op dit moment moeilijk trekken... De voorzitter: Maar nou gaat u toch even... Dus u wil er toch iets over zeggen begrijp ik. Mevrouw Van den Oord: Nou ja twee seconden, ik ben zo klaar. Ach ja. Ja tellen kan de VVD goed. Dat weet ik. Maar om het even af te ronden. Wij willen eigenlijk alleen maar vragen aan de raad, zijn jullie het met ons eens dat wij toch over ons graf heen regerend moeten gaan bekijken wanneer we nou eigenlijk de brandweerkazerne en de bouwconstructie gaan aanpakken? En of dat nou renovatie is of een nieuwbouw, maar dat we in ieder geval de focus daarop hebben. Net als voor het zwembad. De voorzitter: Maar u heeft net het college wel horen zeggen dat nadrukkelijk en u heeft dat ook in de tekst kunnen lezen...
Mevrouw Van den Oord: Toen dacht ik op dat moment toch nou dan is dat punt ook niet meer nodig. Maar ik moest dat wel vond ik voor mezelf even uitleggen waarom wij het geagendeerd hebben. De voorzitter: U heeft van mij de gelegenheid gekregen om dat te doen. De heer Van Rijn. Nou dat kan nog niet want de heer Van Rijn heeft nog... De heer Van Rijn: Dank u wel voorzitter. Ja wij hebben hier ook nog een vraag bij staan. Daar hebben we ook nog geen antwoord op gekregen. We willen graag weten de status van de brandweergarage nu heel precies en compleet. Is het in een gevarenzone? Of daar hadden wij een vraag over gesteld. Wij hebben dus ook gezien in de dat het voor 2023 in de uitvoering staat. Moeten we dat zo zien dat er ook in 2023 gebouwd gaat worden of beginnen wij in 2023 pas plannen te ontwikkelen? Dat antwoord op die vraag zou ook heel belangrijk voor ons willen zijn. Want wij willen wel graag dat er toch plannen in ontwikkeling gaan komen. En als er dan financiën zijn dat je dan niet nog een keer moet wachten op we gaan nog eens een keer een half jaar of driekwart jaar plannen ontwikkelen enzovoort. Maar dat we dan ook sneller bouwen.
De voorzitter: Maar ik heb net al tegen mevrouw Van den Oord sorry hoor mevrouw Van den Oord gezegd van er is net gezegd, er staat in de stukken die het college naar de raad heeft gestuurd dat er na de zomer wordt begonnen met een zeg maar met het uitwerken en het op een rij zetten van de situatie om uiteindelijk vervolgens in de kadernota 2022 dus dat is februari, maart of op collegeniveau volgend jaar er een plan klaar moet liggen uitgewerkt met welke richting we uit gaan. Dat is wat er gesteld is. En dat is dat hebben we volgens mij ook helder gecommuniceerd. Mevrouw ...: Ja mag ik een punt van orde maken ook naar de heer Van Rijn als collega-raadslid? U stelt een aantal uitvoerig technische vragen. Die volgens mij niet in deze ronde horen. Die had u vooraf ook kunnen stellen. Dus dat is mijn punt even. De voorzitter: Ik stel voor dat wij voordat wij gaan discussiëren over wel of niet. Mevrouw ...: Nee ik constateer het alleen maar. De heer ...: Voorzitter, die vragen zijn ook vooraf gesteld. Heb ik zelfs nog apart naar het college gestuurd. De voorzitter: Ja misschien is het ook wel goed dat het college ook even aan kan geven we hebben wel een soort van afweging gemaakt van wat is technisch en wat is beleidsmatig. Maar goed ik denk van dat de opmerking over het beleid en hoe dat dat voldoende toegelicht is. En in de kadernota.
Dus daar is geen woord Spaans bij en dat ook geen Frans en ook geen andere. Het is gewoon Nederlands wat er staat. Akkoord? Zwembad was al van bespreekpunt gehaald. En we zitten dan bij punt 10, de stand van zaken onderwijshuisvesting. Dat is het laatste punt wat voor debat is voorgesteld. Daar heeft de SGP aangegeven dat hier nog aan de orde te willen stellen. Meneer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja dank u wel voorzitter. Ik geloof dat het eind 2019 was dat wij verblijd werden dat we eindelijk met de college met de schoolbesturen zeg maar tot een ja een langetermijnvisie gekomen waren om de financiering van de onderwijshuisvesting. Bij schone lei werd die afspraak anders geïnterpreteerd. Daar werden in een keer andere bedragen gezet. Want zeiden zij dat kun je gebruiken om kapitaal aan te trekken. En even ik zeg het maar gewoon allemaal globaal, er was 2 miljoen per jaar gereserveerd daarvoor. En met 150.000 euro kon je kapitaal aantrekken ook zijnde ongeveer 2 miljoen. Nou dat was een eenzijdige verandering waar de schoolbesturen niet van op de hoogte waren. Dat hebben wij altijd al vreemd geworden. Doe wat je zegt. En dat moet denk ik toch ook voor de gemeente wel gelden. En dat is daar eigenlijk niet aan de orde geweest. Nu hebben wij
dus een vraag gesteld, is het die geldbedragen die nu zeg maar ze staan nu niet maar voor de lange termijn ingeboekt. Zijn die nou bedoeld om om te zetten in stenen of kunnen die schoolbesturen met dat geld op de kapitaalmarkt kapitaal aantrekken? Want daar hebben ze veel meer belang bij voor een langetermijnvisie over wat ze willen. Dus dat was mijn vraag en ik dacht dat we daar ook nog geen antwoord op gekregen hadden. De voorzitter: Excuus ik moet even mijn microfoon aanzetten. Ik zal zo ook even de heer Ten Kate ook even vragen om daar een toelichting op te geven. De heer Bertels. De heer Bertels: Ja ik heb wel een vraag aan de heer Van Rijn of die ook de reactie van het college op de strategische beschouwingen heeft gelezen. Want daarin staat volgens mij keurig de vraag, de antwoorden van het college op uw vragen. De voorzitter: De heer Van Rijn die pak ik er even bij en de heer Meesters had... Nee dat is dezelfde vraag. De heer ...: Ik vroeg me alleen even af... De voorzitter: Geef ik alvast het woord aan de heer Ten Kate om de situatie even scherp te zetten vanuit de kant van het college. De heer Ten Kate: Ja dat wordt dan een uitdaging.
Want ik heb geprobeerd of wij hebben als college geprobeerd om op de antwoorden op de vragen van de heer Van Rijn ook van andere fracties overigens om in de beantwoording die al door een aantal fracties net werden aangehaald om daar uitvoering antwoord op te geven. Ik zal proberen even in vogelvlucht en misschien een klein beetje in Jip-en-Janneke-taal samen te vatten. Op 9 februari 2020 heeft u als raad een besluit genomen. En overigens voor de goede orde, de gemeenteraad gaat uiteindelijk over de budgetten en de invulling die u geeft aan onderwijshuisvesting. Dat probeert u via het college overeenstemming met de schoolbesturen over te krijgen. Maar uiteindelijk is het de bevoegdheid van u als raad. Dat was een drieledig besluit. Instemmen met de visie, dat heeft u besloten en dat is ook de basis waaruit we nu werken. Samen werken aan het afronden van een integraal huisvestingsplan omdat daar ook meerjarig wordt geschetst welke opgave er ligt. We hebben u geschetst dat we daar een heel eind mee op streek zijn, dat we daar nog wel een paar hobbels te nemen hebben. Daar hebben we voor de zomer nog een keer overleg over met de schoolbesturen en kort na de zomer nog een keer overleg over met de schoolbesturen. En wij hopen dat we dat richting afronding kunnen koersen.
En het derde en dat was het meest heikele punt ging over niet zo zeer de financiering, maar over de dekking van de kosten. Om hoeveel geld hebben we het dan? En hebben we dat op de begroting staan? En het besluit van februari 2020 was er wel een met veel mitsen en maren en compromissen. Want eigenlijk staat daar dat we dus gemeente en schoolbesturen samen gaan kijken hoe we dat vorm kunnen geven. Daarna was een schone lei. En werd ook duidelijk dat financiële speelruimte relatief gering was. Overigens de bedragen die u noemde zijn een veelvoud daarvan. De gedachte in het voorjaar van 2020 was dat met een jaarlijks bedrag van 2 miljoen euro ordegrootte 40 tot 50 miljoen euro door de schoolbesturen aangetrokken zou kunnen worden. Nou dat soort ordegrootte bedragen is op dit moment we hebben het net ook uitgebreid over investeringen gehad totaal niet aan de orde op dit moment. En daarnaast komt ook nog dat hebben we volgens mij ook aangegeven in de beantwoording dat zo'n soort discussie over waar leg je de verantwoordelijkheid ook heel erg gaat over waar gaat u als gemeente over. En waar gaan de schoolbesturen over en wie ‘…’ risico's. Op dat spoor zitten inmiddels de schoolbesturen ook. En we proberen binnen de mogelijkheden die we hebben afspraken te maken voor de korte en voor de lange termijn.
En het mooie is u heeft bij het vaststellen van de begroting voor dit jaar voor 2021 heeft u daar toch een behoorlijke ruimte geschapen. Een kapitaallast van 2,5
ton per jaar. En daarmee kunnen we in de eerstkomende vier jaar een investering doen van 10 miljoen euro. Nou daar kunnen we best behoorlijke stappen mee zetten en de discussie met de schoolbesturen gaat nu vooral over ja welke hoe gaan we die 10 miljoen euro het meest verstandig besteden in de eerstkomende vier jaar. En misschien maar ik weet niet of dat nodig is ja de wethouder financiën wil nog iets zeggen over het aantrekken van kapitaal op de externe markt. De voorzitter: Ja de heer Reneman. De heer Reneman: Ja want in de gesprekken die met de onderwijsbestuurders zijn gehouden is ook het idee geopperd dat wij geld lenen. En dat vervolgens de schoolbesturen weer kunnen gebruiken om daarmee ook geld te lenen. En dat is een soort hefboom die je echt niet wil. Dat mag ook überhaupt niet. Maar om het maar even heel scherp te zeggen ik ga liever met gemeentekapitaal de aandelenmarkt op en de termijnmarkt op dan dat ik dat doe. Want dat is echt een heel slecht idee. Want je hebt met een hefboom van 10 misschien wel 15 keer op je risico's. En nu ‘…’ college zoals u gezien heeft in de stukken die we over de gemeentegaranties hebben gestuurd dat levert een algemene reservenoodzaak van 9,6 miljoen op. Dit idee levert dan meteen 100 miljoen op aan algemene reserve die je nodig hebt om het af te dekken. En dit is echt zo een slecht idee.
En daarom hebben wij er ook niet op gereageerd wil ik ook wel even richting de SGP zeggen. Omdat wij niet zeker wist dat dit het idee was. En als je dan heel hard reageert in de tekst en het is toch niet het idee dan is het misschien niet zo'n heel goed idee om dat te doen. Vandaar dat we een beetje terughoudend waren. Maar nu u de toelichting weer geeft denken we echt wel dat u nu met een hefboom bezig bent dat u echt niet moet willen. En dat moet u echt zelf niet willen. De voorzitter: Oké. Een korte reactie toch even terug van de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja nou even een vraag uit de toelichting van het college. Het college zegt daar dat ze de laatste maanden nu juist met de schoolbesturen is ingezet om te komen tot een afronding. Hoe ver is het daarmee de laatste maanden? Is dat heel recent of hoe moet ik dat zien? En wethouder nee ja Ten Kate sorry ik mag geen voornamen gebruiken. Die zegt er is 250.000 euro. En hij geeft wel aan dat het is om kapitaal aan te trekken. En ik hoor meneer Reneman zeggen dat het juist daar niet voor bedoeld is. Dus ik ben even een beetje in verwarring. De voorzitter: We gaan dat ophelderen. De heer Ten Kate. De heer Ten Kate: Het laatste is vrij simpel. Net zoals het bij alle andere investeringen in de gemeentebegroting werkt. In de begroting heeft u opgenomen 250.000 euro kapitaallasten.