Transcript Raadsavond 27 oktober 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 27 oktober 2022
1.
Plenaire Besluitvormende vergadering (Raadzaal)
1.1 Opening De voorzitter: Dames en heren, er lopen een paar dingen naast elkaar. Ik krijg net even een telefoontje van mijn zoon dat zijn baby en mijn, dat is mijn kleinzoon, is geboren. Ik zal hem graag even, ja. Vindt u het erg als ik hem even vijf minuten bel? Dames en heren, dank dat u mij even de gelegenheid gaf om een telefoontje te doen. Ik kan u mededelen dat alles goed is dus het zijn goede berichten. Dat is wel even schakelen. Het is one of those days, zullen we maar zeggen. Maar goed, wel een vrolijke dag. Vrolijke dag omdat wij met de begroting vergadering beginnen maar voordat we dat gaan doen, hebben we eerst nog een andere vergadering te doen, een plenaire vergadering. Die open ik. Ik heet u van harte welkom en natuurlijk ook de kijkers, luisteraars en u hier op de publieke tribune. Ik deel u mede, oh nee dat ga ik zo doen. Ik denk dat we eerst even een moment van stilte moeten hebben want dat zijn we van ons gewend, even ter overdenking. Dank u wel. Ik deel u mede ter kennisgeving afwezig zijn mevrouw Rutgers en de heer Walda en de heer Pomper heeft aangegeven later te zullen aansluiten. Mevrouw Pullen-Muis: De heer de voorzitter, mag ik even uw schakeling onderbreken? De voorzitter: Ja. Mevrouw Pullen-Muis: Ik wou u graag namens de raad van harte feliciteren met het feit dat u opa bent geworden daarnet. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Pullen-Muis: Dat is toch een heel bijzonder uniek moment, dat maakt niet iedereen mee in zijn leven maar ik wens u met uw vrouw samen nog een hele mooie tijd. Zeker doordat uw zoon nu vader geworden is en dat u dat mag meemaken. Dus dat is onze felicitatie op dit moment. De voorzitter: Ja inderdaad, we hadden dat, heb dat in de wandelgangen, of nee net al even gedaan maar Martien zeg maar ook van harte gefeliciteerd want hij is ook vader geworden deze week, of nog vorige week. Vorige week. Nee, ze klappen niet. Nee, dank voor de felicitaties, het is allemaal even wennen. Als je denkt van nou je wordt nu alweer de volgende generatie terwijl je je nog heel jong voelt maar dan begin je toch te denken, nou ja derde generatie maar het is, belangrijkste is gewoon het kind is heel gezond en ik denk dat we er echt heel erg van gaan genieten. Ja, de naam is Charlie Mika. Ja, ja. Ja, ze zeggen dat het niet vernoemd is, maar ja. Ik beschouw het toch maar een klein beetje dat het zo is. Goed, dat gezegd hebbende, dank u wel, kunnen wij, geef nog even aan dat alle besluiten die we vandaag nemen ook digitaal een stemming met zich mee zal brengen. We zijn er al een beetje aan gewend maar dat zal ook gebeuren.
1.2 Vaststelling agenda De voorzitter: Dat begint al meteen bij het vaststellen van de agenda. Kunnen wij de agenda zo vaststellen? Daar moet u wel even over stemmen, krijgt u de gelegenheid voor. Kijken of alles ook goed gaat. Er wordt al gestemd. Dank u wel. Dan kijk ik naar de einduitslag, dat betekent 28 voor en nul tegen, dat betekent dat de agenda zo vastgesteld is. Dank u wel. Even nog in alle consternatie vergeten, u ziet dat niet de griffier Cindy Elke naast mij zit. Dat heeft ermee te maken dat zij vandaag positief testte op Corona dus dat betekent dat zij hier niet kan zijn. Ze had zich al de hele week in acht genomen dat haar dochter Corona had, dacht het nog net op tijd maar helaas het is toch gebeurd. Natuurlijk verstandig dat ze thuisblijft maar van deze kant ze heeft milde klachten gelukkig maar ook vanuit deze kant van harte beterschap gewenst. Ze kijkt wel mee dus dat is zeker. 1.3 Mondelinge vragen De voorzitter: Dan zijn we bij agendapunt 1.3 mondelinge vragen. Daar hebben een drietal mensen mondelinge vragen gesteld waarvan er twee over de opvang van asielzoekers en één over de wolf. Misschien is het goed om die twee vragen tegelijkertijd te combineren, als u dat goed vindt. Die vragen zijn gesteld door de fractie van de VVD en de fractie van de Gemeente Belangen.
Als eerste geef ik het woord voor het stellen van de mondelinge vraag over de opvang van asielzoekers aan de heer Klok. De heer Klok, gaat uw gang.
De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij als VVD schuwen ons voor het woord crisis. Tegenwoordig krijg je stel een stempel crisis. Gevolg hiervan is dat alles ook als een crisis opgelost dient te worden. Snelheid maakt plaats voor zorgvuldigheid. De definitie van crisis is zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel ernstig verstoord raakt. U begrijpt waarschijnlijk waar ik heen wil. Inmiddels praten wij over een asielcrisis en gerechtvaardigd, wat ons betreft. De instroom blijft bijzonder hoog en de opvangcentra barsten uit hun voegen. Er zijn te weinig plekken waardoor we nu zijn genoodzaakt door het rijk om crisisnoodopvangen in te richten. In tijden van crisis is communicatie de key. We moeten snel zaken oplossen en hierdoor is de kans dat we zorgvuldigheid verliezen. Communicatie met omwonenden en betrokkenen is daarom des te belangrijker.
Dan nu de vraag: kunt u aangeven hoe het communicatieproces is verlopen met betrekking tot de nieuwe crisisnoodopvang? Kunt u ook daarbij aangeven wat beter kon? Kunt u aangeven hoe het mogelijk is dat er een embargo op lag en toch de media hier eerder dan omwonenden weet van kregen? Kunt u aangeven wat u in het vervolg anders gaat doen om dit te voorkomen? Kunt u aangeven hoe het communicatieproces is verlopen met betrekking tot de verlenging van het AZC? Kunt u aangeven wat beter kon? Kunt u aangeven hoe u het rijk en onze Veiligheidsregio meeneemt in het Hoogeveense verhaal? Het Hoogeveense verhaal is wat ons betreft relatief veel asielzoekers ten opzichte van andere gemeentes. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Meulen van Gemeente Belangen over hetzelfde thema. Gaat uw gang. De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. De landelijke politiek in Den Haag is er nog steeds niet uit hoe ze om moeten gaan met de vluchtelingenomgang. Wat doen de gemeenten in Nederland voor hun inwoners en de vluchtelingen? Die leveren een verantwoordelijk deel en dat heeft effect op de lokale situatie. Zo ook in Hoogeveen. Gemeente Belangen Hoogeveen luistert naar het geluid van onze inwoners en stelt daarom de volgende vragen.
Bent u het met ons eens dat het inrichten van een crisisnoodopvang, een CNO, impact heeft op de sociale verbinding en de sociale uitdagingen in Hoogeveen? Zo ja, hoe gaat u hier aandacht aan geven?
Zo nee, wilt u dit uitleggen? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de CNO wordt gebruikt waarvoor deze is bestemd? Dus geen zogenoemde veilige landers, asielzoekers met een dubbeling status en alleenstaande minderjarige vreemdelingen, de AMV’ers. Als derde vraag: hoe gaat u betrokkenen, de omwonenden, ondernemers en werknemers, tijdig, duidelijk en doorlopend informeren over de stand van zaken van de CNO? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Als die mondelinge vragen gesteld zijn dan reageert eerst het college en namens het college zal ik dat doen, dus dat betekent dat ik als voorzitter mijzelf even het woord geef maar nu wel even de pet opzet als lid van het college zodat u weet in welke hoedanigheid ik nu hier de beantwoording doe. Eerst maar eens even de communicatie, daar is een, zijn een aantal vragen over gesteld. Communicatieproces met betrekking tot de nieuwe crisisnoodopvang. We hebben op basis van, het gaat hier eigenlijk om crisisnoodopvang, ik kan dat niet genoeg benadrukken, dat is iets heel anders dan AZC of wel noodopvang. Het is echt crisisnoodopvang valt ook onder de crisismaatregel van het rijk waarbij Veiligheidsregio’s de opdracht hebben gekregen om een x aantal plekken te realiseren voor deze categorie mensen die zich in Ter Apel melden en waar daar geen plek meer voor is.
Dus die crisisnoodopvang heeft op veiligheid, haar Veiligheidsregio niveau is dat besproken en daar is ook aangegeven u krijgt een taakstelling vanuit het rijk zoveel voor u, zoveel voor u. dat is gelijkelijk verdeeld over alle Veiligheidsregio’s. In Drenthe hebben de burgemeesters daar op basis van de wet die daarvoor was besloten van wij nemen een besluit om dat te doen en wij verdelen dat in een portie van vijftig per gemeente, dus twaalf keer vijftig. Dat is zeg maar gedaan. Daar hebben wij in het fractievoorzittersoverleg mededeling van gedaan. Tegelijkertijd hebben we daar ook gezegd: wij gaan ook nog een brief aan u schrijven over het hele zeg maar opvangbeleid, dus AZC, Oekraïners enzovoort. In die brief is ook aangegeven dat wij die opdracht hebben aangenomen en dat wij ook zoekende zijn naar een locatie en zo gauw wij die locatie hadden gevonden, dat we daarvan ook aan u die informatie zouden verschaffen. U als eerste, dat is afgesproken. Zo is het ook geschied. Het college heeft op dinsdag 11 oktober een besluit genomen en we hebben u daarna geïnformeerd als eerste over het feit dat er een locatie was gevonden aan de Stephensonstraat met daarbij het achterliggende collegebesluit.
Tegelijkertijd hebben we ook nadat we dat aan u hadden medegedeeld bijna tegelijkertijd daarna een brief aan de omwonenden, aan de ondernemers in de omgeving en aan de winkeliers van Krakeel gestuurd omdat wij van mening waren dat als er boodschappen gedaan zouden worden vanuit het centrum dat dan dat naar de winkeliers van Krakeel ging. We hebben ze uitgenodigd, in ieder geval een deel uitgenodigd voor een inloopavond op 13 oktober, die heeft plaatsgevonden. Zo is het communicatietraject met betrekking tot deze crisisnoodopvang gedaan. Overigens is dat dezelfde, nog even richting de volgende vraag over hoe is dat met AZC gelopen, dat hebben we in principe op dezelfde manier gedaan. Waarom zit dat zo dicht op elkaar? De raad en omwonenden en dan pas naar buiten. We hebben echt goed gekeken van hoe kun je dat op een zo goed mogelijke manier doen zonder dat bepaalde groepen het uit de krant moeten lezen. Want wij weten uit ervaring, helaas moet ik zeggen, dat als je zoveel mensen informatie geeft en vervolgens de raad als eerste wil bedienen dat je toch ziet dat heel kort daarna het in de pers, het bij de pers terechtkomt. Dan kun je je afvragen hoe gaat dat, ik weet het niet, ik ben daar niet bij geweest natuurlijk.
Het is jammer want daarmee voorkom je dat je, of in ieder geval dan maak je het in ieder geval moeilijk dat eerst omwonenden en anderen daarover geïnformeerd kunnen worden voordat het in de pers komt. Maar dat is dus de reden waarom het zo dicht op elkaar zit want als we u eerst informeren en dan zeg maar een heel traject even afwachten dan staat het volgende dag in de krant en dan krijg je het verwijt van de buurt van u heeft ons helemaal niet geïnformeerd. Ja, we hebben in die bijeenkomsten zowel bij de bewonerscommissie rond het AZC als op die inloopavond aan de Stephensonstraat heb ik ook tegen de bewoners die daar kritiek op hadden ook aangegeven: ik begrijp dat u dat zo voelt, ik begrijp ook dat dat lastig is, dat het heel kort op elkaar komt maar als u een betere methode heeft, als u beter weet hoe wij eerst de raad informeren en vervolgens nog ruimte en tijd kunnen creëren om anderen te informeren, zonder dat het meteen in de pers staat, ja dan houd ik mij
graag aanbevolen daarvoor. Nou, dat geldt nog steeds maar ik heb nog steeds geen betere manier gehoord. Ja, wat kon beter? Nou, in ieder geval zeg maar de inloopavond zagen we ook mensen die de uitnodiging helemaal niet hadden gehad, die waren niet uitgenodigd maar die waren uitgenodigd door derden. Niet door ons. Maar goed, dat is natuurlijk niet een reden om te zeggen van u mag niet binnenkomen maar dat was wel een gegeven. Daar hadden we misschien wat meer regie op moeten voeren in de zin van niet een totale massale bijeenkomst maar wat meer in groepjes. Dat is ook de bedoeling maar dat werd onmogelijk gemaakt omdat één van de aanwezigen zei dat doen we niet, we gaan eerst plenair. Dan kun je denk ik ook als dienstverlener niet zeggen van dat gaan we toch anders doen. Als mensen dat willen, nou dan zijn we ook bereid om dat op die manier dan ook te doen. Ja, ik heb ook al antwoord gegeven op de vraag van ja er ligt een embargo op, of in ieder geval een embargo, we hebben gevraagd ga daar verstandig mee om. Dat het toch naar buiten gebracht kan worden, ja dat weet ik ook niet hoe dat gegaan is. Ik heb het alleen geconstateerd dat het gebeurd is. Gelukkig, moet ik zeggen, hadden we toen wel de bewoners en de omwonenden verder kunnen informeren. Ja, hoe gaat u dat anders doen? Ik heb het net al gezegd ik heb geen betere methode.
Je zou het kunnen voorkomen door de raad geheimhouding te laten opleggen op datgene wat ze horen maar dit onderwerp is niet van dien aard dat de wet toestaat dat we daar geheimhouding opleggen. Ik zou het ook zo min mogelijk doen, willen doen overigens. Het gaat toch om in goed vertrouwen afspraken daarover te maken. Men is ervan overtuigd dat wij heel erg intensief zowel in de Veiligheidsregio in Drenthe als ook in het Veiligheidsberaad maar ook in de overleggen met het rijk daarover heel nadrukkelijk aangeven dat wij vinden dat de taakstellingen zoals die er zijn met noodopvang, crisisnoodopvang en AZC’s beter verdeeld moet worden over de gemeenten. Dat er nu een aantal gemeenten zijn die de taak op zich nemen en daar lopen we ook niet voor weg, we vinden ook dat we daar een verantwoordelijkheid in hebben, dat dat zou helpen als er wetgeving komt om ook andere gemeenten, als ze al niet willen te dwingen, om mee te werken aan de opvang van de groepen die ik net noemde. Dat is een goede ontwikkeling, alleen we moeten constateren dat in Den Haag de besluitvorming over dat proces nogal traag gaat. Als er een staatssecretaris had gelegen dan had het al wet geweest maar ja de Kamer en politieke rompslomp daar omheen maken op dit moment dat daar vertraging in zit. We hebben wel steeds een uitgangspunt gekozen dit is eindig, beste kabinet.
Wij leveren continue maar nu moet u leveren. Dat is de boodschap, zeg maar de centrale boodschap die we daarin meegeven. Dan de vraag van Gemeente Belangen als je kijkt naar de, ja heeft dat effect, zo zegt u, voor sociale uitdagingen en sociale verbindingen? Los even van het feit dat je, wat bedoelt u daar exact mee, maar het gaat hier om crisisnoodopvang. Het gaat om een beperkt aantal mensen. Het gaat om vijftig mensen die daar worden opgevangen gedurende drie maanden tijd. Wij zien niet dat dat een effect heeft, een negatief effect heeft op de sociale samenhang of welke vorm dan ook in de samenleving. Gaat u ervoor zorgen dat het CNO wordt gebruikt waarvoor deze is bestemd? Hij is bestemd voor crisisnoodopvang voor mensen die zich nieuw aanmelden bij Ter Apel, die zich nog niet gekwantificeerd hebben, nog niet zeg maar een stempel meegekregen en het COA bepaalt uiteindelijk van hoe die opvang geregeld gaat worden. We dringen er natuurlijk wel op aan om daar goed mee te gaan maar de COA is daarvoor verantwoordelijk. We kunnen geen groepen die u noemt daarop uitsluiten. Dat gaat niet. Dat konden we wel bij het AZC, die verlenging van dat contract daar hebben we deze groepen nadrukkelijk uitgesloten. Het gaat ook om veel grotere aantallen, structureel ook, dat heeft ermee te maken dat wij extra voorwaarden konden stellen omdat wij ook een HTL hebben.
Die extra voorwaarden zijn daaraan verbonden dus daar konden we de deal wel maken. Hier kun je de deal niet maken. Ik kan dat niet garanderen, het college kan dat niet garanderen dat dat kan omdat het COA daarover gaat. De betrokkenen informeren, ja zeker. Los van de inloopavond van de brief die ze daarover gehad hebben, hebben we ook aangegeven dat we nog apart met alle omwonenden, zowel particuliere bewoning als ondernemers, zouden spreken. Dat is gebeurd. Er is een ronde gedaan langs allen individueel. In de praktijk zie je dat de geluiden die op die avond naar voren kwamen heel anders zijn als je één op één met mensen of ondernemers daarover praat. De ervaring is ook dat op die avond worden, op die inloopavond waar
best wel heel veel kritische vragen zijn gesteld, ik vind ook terecht dat die vragen zijn gesteld en dat er angst is en dat er onzekerheid is, is ook aanwezig. Daar moet je echt ook rekening mee houden, ook als bestuurd, dat die vragen komen en die moet je ook zo goed mogelijk beantwoorden. Betekent dat dan dat je alles kunt waarmaken wat gevraagd wordt? Nee, natuurlijk niet. Maar je kunt wel afspraken maken over hoe je daar in de toekomst mee om wil gaan. Alle omwonenden weten nu wie ze moeten aanspreken als het nodig is, ze hebben het telefoonnummer. Ze worden ook nog in de loop van die drie maanden daarover bij gesproken. Ze kunnen zelf initiatief nemen, wij nemen initiatief. We hebben met heel veel ondernemers afspraken gemaakt over vragen die ze hadden van als we dit dan dat. Er zijn praktische oplossingen voor gekozen en op basis van vragen en ervaringen hebben wij ook besloten om de beveiliging die we op twee mensen hadden gezet, zeven keer 24 uur, naar een verdubbeling te plaatsen zodat ook mensen meer in de omgeving hun activiteiten kunnen doen als beveiliging ze in de gaten houden. Ervaring van de mensen die hier ook de beveiliging doen, die doen dat op tien locaties van dit soort crisisnoodopvang, is dat ze daar hele goede ervaringen mee hebben opgedaan en verwachten dat er geen problemen zullen ontstaan. Als ze er al ontstaan dat er snel gereageerd gaat worden.
Dat is als eerste instantie de beantwoording van de vragen zoals die gesteld zijn. Ik kijk even naar de heer Klok of u nog aanvullende vragen heeft. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, is het antwoord. De gemeente legt de verhuurder van het pand een embargo op en werd hier ook op die avond daardoor in een hoek gedrukt. Dit werd door hen maar ook door de zaal als zeer onprettig ervaren. Hoe denkt u erover om dat ook richting de verhuurder de volgende keer anders te doen? Een deel, u geeft zelf aan uw beantwoording, een deel werd uitgenodigd. De vraag die ik krijg, de eerste die in mij opkwam: waarom een deel? Maar de vervolgvraag is eigenlijk: kunt u aangeven wat, hoe die groep wordt bepaald? Wat is de selectiecriteria? U geeft ook aan we kunnen niet, omdat die mensen hier komen uit crisisnoodopvang, we weten dus niet wat voor mensen dit zijn. We kennen de situatie met oude AZC toen er nog geen HTL was, dus ook geen afspraken daar omtrent hadden. Mijn vraag is dan: hoe wordt die veiligheid gewaarborgd in deze nieuwe situatie? U geeft wel aan van die dubbele beveiliging maar is dat voldoende volgens u? Daarnaast, als laatste vraag met betrekking tot het embargo. Kunt u aangeven hoe wij hier als raad, als meer eigenlijk als een adviesvraag, hoe wij hier als raad wellicht een rol in hebben en hoe wij daar mee om moeten gaan. Dank u wel. De voorzitter: Sorry. Dank u wel.
Ik geef de heer Van der Meulen het woord. Aanvullende vragen. De heer Van der Meulen: Ja, aanvullende vragen. U heeft het erover dat het proces geëvalueerd is, dat u ervan geleerd heeft dat ze meer de regie hadden moeten voeren. Hoe ziet die transitie naar de toekomst en het verbeterplan er dan uit? Omdat meer regie te voeren daarop. Dat is één. U heeft het ook over als u het beter weet, heeft u gezegd, om te communiceren zonder dat de pers daarin betrokken is. Ziet u daarin ook een rol van de raad als volksvertegenwoordiger? Dat die dat mogelijk kan versterken. Tot zo ver. De voorzitter: Dan kijk ik of er aanvullende vragen vanuit de raad zijn. De heer, mevrouw. Er zijn twee, de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. U geeft aan dat in de Veiligheidsregio besloten is dat per gemeente vijftig personen zeg maar in die opvang opgenomen zullen worden. Maar wat ik niet helemaal gehoord heb, is van is er wel rekening mee gehouden dat Hoogeveen al een AZC hebben we heel veel, zeg maar opvangen. Is het niet zo dat we zeggen van nou Hoogeveen krijgt er maar tien en dan de rest verdelen we over de anderen want die doen al zoveel. Is daarover zo’n manier in die onderhandelingen over gesproken? Zou u daarop willen reflecteren? Dank u wel.
De voorzitter: Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Ja, mijn vraag is eigenlijk vrijwel identiek aan die van de heer Van Rijn. Want inderdaad speelt mij ook door het hoofd van gezien het feit dat we al bijna duizend mensen in een AZC opvangen en vijftig plekken hebben in een HTL, daarbij zoals u aangeeft we hebben geen zeggenschap over de samenstelling van de bewoners die drie maanden in een CNO terechtkomen in Hoogeveen. Heeft u in de Veiligheidsraad überhaupt aangegeven dat u vindt dat Hoogeveen op dit moment de kar op het gebied van opvang van asielzoekers wel al voldoende trekt? Dat zou ik graag nog willen weten. De voorzitter: De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Ook naar aanleiding van nou ja wat ingebracht is, los van de opmerking dat we wat mij betreft blijven kijken naar wat de verantwoordelijkheid van Hoogeveen is en ons niet voortdurend afzetten tegen wat andere gemeentes wel of niet doen. U maakte net de opmerking de inzet is eindig, wij hebben geleverd, nu is het aan het kabinet. Nu is het kabinet aan zet. Betekent dat dat wij op het moment dat per ongeluk die drie maanden voorbij zijn er geen goede oplossing is, deze mensen rucksichtslos weer laten overnachten in de buitenlucht van Ter Apel? De voorzitter: Anderen nog? Dit zijn de aanvullende vragen. Daar zal ik dan ook weer een antwoord op geven.
Kijk, op die avond was de verhuurder aanwezig en ik heb het zeer op prijs gesteld dat de verhuurder ook aanwezig was. Hij heeft het gevoeld als een embargo dat hij niet van tevoren al mijn zijn buren daarover kon praten. Dat klopt, wij hebben hem dat heel specifiek gevraagd. Meer om de reden dat je echt, je kunt het uittekenen dat het moment dat dat gebeurd was er iemand naar de pers was gezet en dan had u het uit de krant moeten lezen, dan hadden de bewoners het uit de krant moeten lezen en dan hadden we ook weer een heel ander communicatietraject gehad. Dat het vervelend is dat besef ik maar ik heb het die avond ook heel duidelijk gemaakt dat het niet de keuze van de verhuurder was maar de keuze van de gemeente om het op zo’n manier te doen. Dus als er dan ook kritiek is, dan kan die nooit naar hem toe geuit worden maar dan moet die naar de gemeente geuit worden. Dan de veiligheid, ja ik ga ervan uit dat op dit moment er voldoende, ook gezien de ervaringen die er elders met deze opvanglocaties, crisisnoodopvanglocaties, zijn dat dat voldoende is om de zaak gecontroleerd te kunnen houden. Dan naar de toekomst, de regie. Ik ga ervan uit dat dit eindig is want het kabinet moet, had op 1 oktober al een oplossing moeten hebben, had op 1 januari al een oplossing moeten hebben en zegt dat ze nu op 1 april een oplossing hebben.
Dan kunt u vragen heeft u er vertrouwen in dat dat dan ook gaat lukken. Daar is nu echt wel bij de burgemeesters wel het gevoel van eerst zien, dan geloven. We hebben ook gezegd ja nu moet het een keer stoppen. Is dan het risico dat je weer een probleem in Ter Apel krijgt als die structurele oplossing er niet is? Ja, die is er. Dat betekent ook dat als er geen structurele oplossing is en het eindigt, deze crisisnoodopvang eindigt hier dat deze vijftig mensen naar elders zullen moeten gaan. Wat het dan ook mogen zijn. Dan hopen we dat ook andere gemeenten inmiddels, buiten Drenthe moet ik zeggen want in Drenthe voldoen we allemaal nu aan deze afspraak, ook hun rol moeten gaan hebben. We hebben ook gezegd kijk het is vooralsnog tot 1 februari maar er is niet veel ruimte om daar anders op in te gaan. Wij gaan ervan uit dat dit voor deze drie maanden is. Dat zijn alle crisisnoodopvanglocaties, die zijn niet voor langdurige, dit is alleen maar omdat het kabinet nog niet een besluit genomen heeft. Ze moeten een besluit nemen anders hebben ze weer een probleem. Dat is nou eenmaal zo. Het is hun verantwoordelijkheid, het rijk en de COA zijn verantwoordelijk hier voor de opvang. Wij helpen uit medemenselijkheid en juist om dat te voorkomen wat u zegt maar ik sluit niet uit dat dat in de toekomst weer kan gebeuren. De vraag van wat is er nou precies aan argumenten uitgewisseld.
Ja, bij alle discussies wordt aangegeven wat er speelt maar je ziet in Drenthe, als je kijkt naar de hele provincie Drenthe, de
Veiligheidsregio Drenthe is hetzelfde gebied, voldoen wij aan alle taakstellingen die er in Nederland zijn. Wij kleuren groen, zal ik maar even zeggen. Nou, ik weet niet of je daar trots op moet zijn maar aan de ene kant betekent het wel dat wij gewoon leveren op het moment dat het nodig is. Dat doen we niet omdat het onze hobby is maar we vinden dat het onze verantwoordelijkheid voor een humane opvang van mensen nodig is, ook deze groep van mensen. Zit daar een eindigheid aan? Ja, natuurlijk. In die discussie is ook aangegeven van we doen dit nu wel maar we willen daarnaast ook absoluut nu in beeld gebracht krijgen wat doen alle gemeenten en wat betekent dat voor de toekomst. Een discussie overigens die ik me ook kan voorstellen, ik kom daar straks bij de motie ook nog wel op terug, die ook zeg maar in de raad gevoerd zou kunnen worden. Daar zie ik wel een rol voor de raad in, niet zo zeer hierover maar we komen er straks nog ter principale bij de motie op te spreken. Ik vind dit is echt een bevoegdheid van het college met achteraf verantwoording, niet vooraf verantwoording. Maar ik vind wel dat de raad, als ze dat willen, wel een keer een discussie kan beginnen om kaders te stellen en mee te geven aan een college over van als je nou naar de hele opvangketen kijkt wat vinden we dan nog wat we moeten doen of wat niet.
Dat vind ik juist een kader stellende taak die de raad op zich kan nemen. Dus dat hoor ik straks dan nog wel maar daar vind ik wel een rol voor de raad weggelegd. Niet zeg maar om hier vooraf een oordeel over te hebben. Achteraf mag natuurlijk altijd. Kom daar straks nog wel uitgebreid op terug. Ik kijk nog even naar de heer Klok of ik, volgens mij heb ik één vraag gemist. Misschien even via de microfoon. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Die criteria van uitnodigen. De voorzitter: Oh ja. De criteria van uitnodigen is heel simpel. Dat is echt de direct aanwonenden, dus echt die echt aan het pand of tegenover zitten en daar omheen een cirkel van, ja van een aantal honderd meter, tweehonderd meter. Er wordt een passer getrokken, dat doen we ook bij het AZC hebben we dat gedaan en daar hebben we ook dezelfde kritiek gehad. Ja, maar ik woon net in de straat erachter, val ik erbuiten. Ja, dat is zo. Je kunt niet de hele bevolking op zo’n avond uitnodigen. Die worden wel netjes via onze media en de pers geïnformeerd maar natuurlijk niet op zo’n avond want dat is alleen maar voor de direct belanghebbenden. Niet helemaal gelukt, zei ik net al. Er zijn ook mensen meegekomen die er helemaal niet wonen.
Maar dat is het criterium geweest en ik zie ook niet in staat om als je dat op dezelfde manier weer zou doen of je dat anders zou moeten doen want ik vind eigenlijk dat eerste instantie de direct aanwonenden echt intensief kennis moeten nemen van wat er gebeurt en welke invloed ze daarop kunnen uitoefenen en dan pas de rest van onze bevolking die er wat minder mee te maken zullen krijgen in verhouding. Zeker omdat het maar over drie maanden gaat. Volgens mij heb ik, ik kijk ook maar even of daar voldoende. De heer …: Ik mis nog één antwoord, zeg maar even richting, het advies richting de raad met betrekking tot het embargo. Wat wij daarin kunnen doen en wat onze rol daarin is. De voorzitter: Ja, het embargo, ja kijk als ik er zeker van kan zijn dat alles wat wij in, aan u meegeven dat dat voor een x periode dat hier afgesproken wordt binnenshuis blijft, wil ik u een maand van tevoren wel informeren. Maar ja, ik zeg maar even uit ervaring met eerdere processen, dat is niet alleen nu, houdt dat geen stand. Is dat verboden? Nee, want juridisch gezien is daar geen beletsel van u om daarover te praten. Het is alleen een onderlinge afspraak die we met elkaar maken om dat te doen.
Maar juist om dan niet het verwijt te krijgen wat ik ook heel belangrijk vind dat omwonenden niet geïnformeerd zijn maar via de pers moeten lezen, denk ik dat we het niet op een andere manier kunnen doen dan zoals we het gedaan hebben. Daar zullen we altijd tegen de eigenaar moeten zeggen van wij doen de communicatie en u gaat nog niet op pad want we willen eerst de raad informeren, dan de omwonenden en dan. Elke andere methode leidt ertoe dat groepen het uit de krant moeten lezen. Nou, er is niks vervelender dan dat. Dat was het antwoord. Dan
constateer ik dat deze ronde van beantwoording gebeurd is op deze vragen. Dan resteert nog een andere mondelinge vraag en die is gesteld door de fractie van de VVD, die gaat over de wolf. Daarvoor geef ik het woord aan de heer Kramer. De heer Kramer: Ja, dank u wel, voorzitter. De wolf blijft zorgen voor problemen. De onrust bij bewoners neemt toe maar vooral ook de angst neemt toe. De openbare orde en veiligheid is in het geding. Kijkend naar onze gemeente zorgt de wolf voor schade, overlast en met name leed in bijna al onze dorpen. Hollandscheveld, Pesse, Fluitenberg en recent ook in Elim en Nieuwlande. De vestiging van de wolf en dus de toenemende overlast moet in onze ogen beter beheersbaar worden. Daarom hebben wij samen met de Gemeente Belangen de volgende vragen aan het college. In de staten is er onlangs een motie aangenomen met een meerderheid: twintig voor en veertien tegen. Dat de Gedeputeerde de opdracht krijgt om in Den Haag kenbaar te maken dat de meerderheid van de Drenthe staatsleden vindt dat er beheer moet komen omtrent de wolf.
Hoe staat u als college hierin? Is er overleg met de buurgemeenten, de provincie en het rijk over deze wolvenproblematiek? Zo ja, wat is daaruit voortgekomen? Op welke wijze worden inwoners en ondernemers geïnformeerd over deze problematiek en gewaarschuwd voor het gevaar van de wolven? Hoe wordt er aangekeken tegen de situatie dat er tot voor kort alleen zichtmeldingen waren met telkens maar één wolf en nu inmiddels vaak meldingen van drie of vier wolven tegelijk, zoals in het gebied tussen Elim en Nieuw Moskou? Wanneer wordt er een wolf bestempeld als probleem wolf? Wat is de regeling als er een pony of een rund wordt aangevallen? Krijgen deze ook een vergoeding? Als laatste vraag: welke maatregelen worden genomen om de veiligheid van de mens en huisdieren te waarborgen? De voorzitter: Dank u wel. Dan zal van de kant van het college de beantwoording door twee leden van het college gaan plaatsvinden. Dat zal de heer Tuit zijn als het gaat over natuur en wetgeving daaromtrent. Die zal daarover het woord voeren. Ikzelf zal het woord voeren over de ombouwende veiligheid. Zo is het verdeeld. Dus ik zal eerst het eerste deel even doen.
Laat ik beginnen met niet zo zeer direct meteen een antwoord op één van die vragen maar wel in zijn algemeenheid te stellen dat inderdaad wij heel erg goed horen van wat er op dit moment, vooral nu een aantal dorpen in Hoogeveen, speelt en dat daar angst is. Dat er ook meerdere activiteiten worden afgezegd uit angst voor. Daar ga ik niet op in of dat allemaal terecht of niet terecht is maar het is wel een gegeven. Het is er. Mensen maken zich zorgen en daar moeten we iets mee, zo simpel is het wat dat betreft. Zo voelen we dat ook. We willen ook echt nadrukkelijk dat dit soort gevoelens van mensen ook overgebracht worden naar diegene die daar ook iets mee kunnen doen. Voor een heel groot deel zal dat op het terrein van de provincie en het rijk liggen. Dus we hebben daar ook echt absoluut contact over en we zullen het ook doen. Daar zal de heer Tuit misschien zo ook nog iets over zeggen. Als het gaat om, ja wat speelt er nu, dit speelt op meerdere gemeenten op dit moment. Er wordt elke dag komt er wel bijna een gemeente bij waar de wolf wordt gesignaleerd. Ook constateren wij ook dat de wolf zeg maar de andere dingen doet dan wat wij verwacht hadden dat hij zou doen toen wij een paar jaar geleden informatie over het intreden van de wolf kregen. Daar zullen we echt iets mee moeten doen. Daar zullen we antwoorden op moeten geven.
Dat begint bij een goede informatie van wat gebeurt er, bij de subsidieregelingen maar tegelijkertijd ook bij een aantal maatregelen die vanuit de provincie nog genomen kunnen worden om die veiligheid wat te vergroten. Daar zal de heer Tuit straks nog iets over zeggen. Inmiddels is het ook, als het gaat om de openbare en veiligheidsvraagstuk onderwerp van bespreking geweest in de kring van burgemeesters, zal ik maar even zeggen. Daar is ook deze lijn vastgelegd. We zullen er echt iets mee moeten want niemand, niemand wil dat er los van wat er nu gebeurt het nog verder gaat. Dus er zullen echt maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat mensen het gevoel van die veiligheid weer voor een groot deel terugkrijgen. Dat zullen we dan ook met de provincie en het rijk moeten doen. Er is ook aangegeven dat de, nou ja de druk ook vanuit die kant, vanuit die kant van de twaalf burgemeesters in Drenthe richting provincie
ook opgevoerd wordt en ook geïntensiveerd zal worden met de doelstelling zoals net geschetst. Laatste opmerking erover is dat er ook wordt gevraagd, dat is er nog niet omdat wij ook, ja dit is een problematiek waar we nog niet mee te maken hebben gehad, waar ook een eenduidige handelswijze voor burgemeesters moet worden aangemaakt. Want de een zegt van ja, de burgemeester, u mag hem zomaar neerschieten. Dat is heel makkelijk je moet gewoon een noodverordening. Nou, zo simpel is het niet. Maar die handelswijze moet er wel komen van wat mag er wel en wanneer en hoe. Zeker als de wolf een gevaar gaat worden dan moeten we echt een handelswijze hebben wat we op dat moment kunnen doen en mogen doen. Dat is wel een belangrijke. Kijk, als er direct gevaar is dan bestaat altijd net zoals bij hondsdolle honden, dan kan er altijd een maatregel genomen worden. Laat daar geen misverstand over ontstaan. Maar dan ben je te laat dus je kunt beter daarvoor zijn. Dat is de insteek zoals die burgemeesters dat hebben gekozen. De heer Tuit. De heer Tuit: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, in aanvulling op dat wat u gezegd hebt. Ook de angst en emotie ook vanuit mijn portefeuille, natuurlijk die is breder, willen wij ook met de provincie in overleg. Want we zien inderdaad in de vraagstelling ook dat heel erg de aandacht nu zit op beheer en maatregelen.
Nou, dat begrijpen wij ook want de angst en emoties die zijn ook bijvoorbeeld rond de tien jaar terug toen in Duitsland de wolf kwam op een soort gelijke manier hebben die plaatsgevonden. Daar kunnen we ook van leren. Maar in de rol en verantwoordelijkheid is de provincie op dit dossier verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheid gaan wij ook als college in een brief ook met de provincie daar neerleggen. Dan moet u denken echt aan het begin van de keten. Dus er zijn echt in Drenthe nog meer dingen te doen en dan moet u denken aan wolfwerende maatregelen. U stelt ook een vraag van hoe gaan wij om met compensatie wanneer er vee, want dat gebeurt ook breed, niet alleen schapen maar ook in de vraagstelling zegt u ook terecht dat is ook breder. Hoe gaan we om met compensatie? Kan dat ruimhartiger? Maar er hoort ook bijvoorbeeld nog meer elementen bij van het groot wild verhaal. In Drenthe leven veel reeën, dat is een natuurlijke prooi voor de wolf. Dat kan consequenties hebben van hoe wij met jacht omgaan in Drenthe. Want de wolf is een toppredator. Dat zijn allemaal elementen waar de gedeputeerden nog invloed op heeft en die elementen gaan wij ook vanuit onze gemeente aandragen op bestuurlijk niveau.
Dus het gaat op zeer korte termijn vanuit onze gemeente ook een brief met die strekking uit naar het provinciehuis om de provincie daar ook op te attenderen en daar verwachten wij ook een eerlijk antwoord op. Daarnaast, dan kom ik bij uw vragen weer terug, ik zal ze ook in de breedte beantwoorden, zien wij ook een rol van onze communicatie. Want er is nog heel veel onwetendheid over dit dier. Dat merken we ook dat, dat is ook, de angst is ook terecht, dat zien we in heel Europa wereldwijd. Maar communicatie helpt daarbij. Dat is niet van vandaag of morgen maar we hebben dus ook al vanuit onze rol als gemeente hebben we ook al op onze website extra informatie over die wolf neergezet en we gaan ook kijken met communicatie van hoe kunnen we dat nog op een bredere manier doen. Dat in aanvulling op uw vragen. De voorzitter: De heer Kramer, of hij nog aanvullende vragen heeft? De heer Kramer. De heer Kramer: Ja, dank u wel. Dank in ieder geval voor de duidelijke antwoorden. Ik ben nog wel even benieuwd, ik vind het nog niet heel concreet. Het is nu echt een probleem. Heel veel inwoners en ondernemers hebben er gewoon heel veel last van. Op Facebook is ook een filmpje verschenen van een boer die naar het provinciehuis ging met de koe/geit. Die heeft er gewoon echt onder te leiden. Die ligt er ’s nachts wakker van, die hoort elke nacht hoort die weer dingen.
Ja, het is gewoon echt een probleem aan het worden en dan vind ik het nog niet heel concreet want wanneer worden die stappen dan ondernomen? Wachten we dan weer twee, drie maanden of gaan we dit binnen een week ermee aan de slag? De voorzitter: Ik kijk even of er aanvullende vragen zijn. De heer Van Rijn.
De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Er zijn nog volgens mij twee veiligheidsaspecten die in deze vragen niet benoemd zijn. Het eerste is natuurlijk we hebben een mooi buitengebied waar heel veel mensen gebruik maken om te wandelen. Ze kunnen daar onbevangen wandelen tot nu toe maar nu lopen daar roofdieren rond en ieder mens heeft volgens de wet het recht om zich te beschermen. Is het nou wenselijk dat deze mensen zich gaan bewapenen als ze gaan wandelen om zich te beschermen tegen de wolf? Dat is het eerste veiligheidsaspect. Het tweede is wij hebben geen boswachters meer in dit gebied. Als deze beesten, u noemde het net al, hondsdol worden, wie neemt dat waar? En wie neemt dan actie om, want dat is levensgevaarlijk hondsdolle wolven? Nou, de ramp is niet te overzien als wij die zouden krijgen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Otten, CDA. De heer Otten: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde verder al wat over communicatie en veel onwetendheid.
Ik kan hem vertellen dat in het buitengebied en in plattelandsgebied hier in Drenthe en zeker ook in de omgeving van Hoogeveen die onwetendheid heel erg meevalt want als je geconfronteerd wordt met de wolf die jouw schapen doodbijt en jouw koeien doodbijt en het vee door de rassen jaagt ’s nachts en de boeren die hebben inmiddels al het jongvee allang op stal staan wat anders vaak nog buiten blijft lopen tot zeg maar, get gras groeit nog als kool op dit moment. Die kunnen tot december gras eten. Maar er loopt bijna geen dier meer buiten omdat de mensen de dieren op stal halen om ze te beschermen. Die onwetendheid en die communicatie die kunt u wel weglaten want er is kennis zat. Ik vind het een beetje bagatelliserend over de kennis die in het gebied is en in het veld is zeg maar over hoe de wolf zich gedraagt. De voorzitter: En de vraag is? De heer Otten: Ik wou daar graag een reactie op van de wethouder wat hij daarvan vindt want hij meent dat met communicatie maar dan blijft er nog wat buiten en doen dus daar wordt niks anders van. De voorzitter: Anderen nog? Dat is niet het geval. Ja, heel concreet. Natuurlijk lossen we dit probleem niet morgen op, laten we daar heel eerlijk in zijn. We hebben met wet- en regelgeving te maken. Maar het moet wel op korte termijn.
Zoals de wethouder al aangaf deze week, begin volgende week gaat die brief met deze inhoud richting gedeputeerden. De actie die ik net noemde vanuit de kant van de burgemeesters die zal ook begin volgende week gestalte krijgen. Dan is het wel zeg maar om die druk op te voeren en het voor elkaar te krijgen dat er dus een situatie ontstaat waardoor er in ieder geval het gevoel wat er nu heerst kan terugkeren dat men weer veilig zich voelt om in het buitengebied te gaan lopen. Ja, natuurlijk is het niet wenselijk om zich mensen zich te gaan bewapenen, zo is dat. Dat is natuurlijk niet het feit, ik besef me ook wel, ik heb met de agrariërs ook gesproken en met de lto-brief ook nadrukkelijk gezien en ik heb natuurlijk ook met betrokkenen waar u op doelde met die kruiwagen met die geit naar de provincie ook ter plaatse nadrukkelijk nog een gesprek gehad over hun gevoelens. Ja, ik weet het, het zit heel erg hoog en mensen zijn er klaar mee en zeggen ook van als u het niet doet, doen wij het wel. Dat is zo, dat speelt en dat hebben mensen ook. We hebben wel te maken, daar moeten we eerlijk in zijn, ik kan niet daar een zegening op geven en zeggen nou moet u vooral doen. Dit soort processen om tot, het is echt, het moet andere wetgeving of invulling van die wetgeving moet intensiever door die provincie gebeuren. Dat ligt toch bij de provincie in eerste instantie.
Wij moeten wel in de gaten houden van als het misgaat, ja dan, wie het ook constateert, of het nou de boswachter is zoals u zegt of ja dat als het echt direct, een echt direct gevaar voor mensen gaat betekenen, ja dan komt er een ander, dan hebben we wel wat bevoegdheden. Maar alleen dan. Dat moet je misschien veranderen, dat is de discussie. De heer Tuit, nog aanvullingen?
De heer Tuit: Ja, nog een korte aanvulling. De concreetheid waar de VVD om vraagt. Ja, ik denk dat iedereen dat wil. Wat onze burgemeester ook aangeeft, die verantwoordelijkheid ligt bij de provincie. Dat is in dossier de overheid die daarover gaat. Wat wij vanuit onze rol kunnen doen is, die zorgen die leven, die zijn ook terecht en dat gaan we dus ook in die bestuurlijke brief bij de provincie op zeer korte termijn ook aangeven. Dus dat over de concreetheid. Ja kijk, de vraag van de SGP heeft u beantwoord, burgemeester. Maar boswachters geven op dit moment ook aan dat ze op een manier benaderd worden die ook dreigend overkomt. Dus daar moeten we ook onze ogen niet voor sluiten. Dus hoe eerder die concreetheid op het dossier komt, dat zal ook in die brief naar de provincie gaan vanuit ons als college, hoe beter het is. De communicatie, de heer Otten, u heeft helemaal gelijk. Er is ook heel veel bekendheid ook in het buitengebied, ook bij natuurorganisaties, ook in Europees verband. Daar hebben we elkaar niet goed begrepen. Ook daar is de provincie verantwoordelijk voor maar daarvan hebben wij gezegd, ook op verzoeken van onze mensen, de informatie die ook op de website van de provincie staat die hebben wij deze week ook op de website van ons als gemeente gezet. Nou, zo moet u die vraag interpreteren. De voorzitter: Goed, dank u wel.
Dan hebben we de mondelinge vragenronde afgerond. 1.4 Vaststelling besluitenlijst 6 oktober 2022 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 1.4 vaststellen van de besluitenlijst. U moet daar weer over stemmen. Of ik vraag u om te stemmen. Dank u wel. Kijken we naar de uitslag. 28 voor en nul tegen. Betekent dat de besluitenlijst is vastgesteld. 1.5 Moties vreemd aan de orde van de dag De voorzitter: Komen we bij agendapunt 1.5 twee moties vreemd aan de orde van de dag. De eerste motie die op de agenda staat is de motie betrokkenheid raad bij beslissingen asielbeleid. Net natuurlijk een aantal mondelinge vragen over gesteld maar hier gaat het om een verzoek aan het college met een aantal overwegingen en onderbouwingen. Die zijn ingediend door de fracties van de VVD, Gemeente Belangen, CDA en SGP. Ik geef als eerste het woord aan de heer Klok. De heer Klok: Dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt de motie die oproept voor betrokkenheid van de raad bij beslissingen omtrent het asielbeleid. Wij als VVD Hoogeveen vinden wat van het huidige beleid, zowel landelijk als gemeentelijk. Echter als raad hebben we geen zeggenschap op dit beleid, over beiden niet. We kunnen de landelijke instroom vanuit de raad in Hoogeveen niet stoppen maar kunnen bijvoorbeeld ook niet zeggen waar, hoeveel en wie we willen als raad zijnde. Dat is een collegebesluit.
Wij vinden, met het in acht nemen van de gewenste bestuurlijke vernieuwingen waar we hier allemaal druk mee zijn, het niet meer dan normaal met de raad om de raad hier in haar kracht te zetten. Eén van de taken van de raad is het zijn van de oren en ogen in de samenleving. Hier moeten wij juist in onze kracht worden gezet. Met betrekking tot het asielbeleid is er veel onrust in de samenleving. Meest recente voorbeeld is de crisisnoodopvanglocatie aan de Stephensonstraat. Iedereen die daar was die weet waar ik over spreek. Dat zijn tevens de partijen die deze motie mede indienen. Wij vinden als VVD dat we hier als raad wat over te zeggen hebben. Liever in het voortraject al. Echter als dat niet meer mogelijk is in het voortraject dan pakken wij die mogelijkheid graag op het moment wanneer we moeten gaan verlengen. Vandaar deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meulen, Gemeente Belangen.
De heer Van der Meulen: Ja, ik sluit me zeker aan bij de vorige spreker. Daarom hebben we ook daarin goed samengewerkt en goed overlegd en was het ook van de indieners van de motie op die avond best wel indrukwekkend om dat allemaal te horen van de inwoners maar ook wat het bij de bestuurders en bij de ambtenaren allemaal naar binnen werd gegooid. Het punt dat wij als raad onze rol willen pakken als volksvertegenwoordiger geeft al aan dat wij meer als raad een volksvertegenwoordigers rol hebben, besturende rol en een kaderstellende rol. Dat daar best wel wat vernieuwing in mag komen. Dus die ruimte zit er wel, buiten dan dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheden, hebben wij als raad willen we daar graag over meedoen. We willen daar graag een advies over geven en het advies als doel heeft ook gewoon om ervoor zorg te dragen dat de besluiten van de bestuurders van een zo hoog mogelijke kwaliteit zijn. Daar doen wij graag aan mee. Tot zo ver. De voorzitter: Dank u wel. De heer Feenstra, CDA. De heer Feenstra-Paas: Voorzitter, vanuit het CDA kijken wij toch wel vanuit, met eigen perspectief naar wat er hier gebeurt. Allereerst zijn we geraakt door de ten hemel schrijnende situaties zoals die in Ter Apel hebben plaatsgevonden afgelopen periode. Weet je, dat kan geen mens onberoerd laten. Wij vinden dan ook dat we landelijk een opgave hebben om daar nood te ledigen.
Tegelijkertijd zeggen we ook wel van we moeten dat als samenleving wel waar kunnen maken. We moeten kijken naar onderwijs, we moeten kijken naar huisvesting maar als die nood zo acuut is, moet er geholpen worden. Dus het feit dat Hoogeveen vijftig mensen zijn toegewezen, vinden we op zichzelf logisch. Maar laten we wel zorgen dat er draagvlak is en ontstaat om elkaar te helpen. Als ik zie hoe dat met de Oekraïners is gegaan, vind ik dat echt een schoolvoorbeeld van hoe het ook kan. Daar zijn mensen hebben hun appartementen ter beschikking gesteld, er zijn mensen die hebben gezorgd dat ze begeleid worden om ook hier een plek in de samenleving qua werk in te kunnen nemen. Weet ja, dat is de manier waarop ik denk dat de kracht van een samenleving benut wordt. Nu kijk ik naar deze situatie en dan begint het voor mij op de donderdagavond dat we raad hebben en we even moesten nablijven en de burgemeester mededeelde van het college heeft besloten we gaan verlengen. Op dat moment was er al onvrede in de raad van oké, is dit het waar wij het mee moeten doen? Mijn verbazing nam nog meer toe toen ik die woensdag het bericht kreeg van oh ja by the way in de Stephensonstraat komt ook een crisisnoodopvang en morgenavond zeven uur is er een briefing aan de wijk. Ik dacht: oké, nou dit zou ik op school toch wel de overvalmethode hebben genoemd.
Maar laat ik daar eens gaan kijken en we waren met een aantal raadsleden daar en toen de burgemeester voorstelde dat we in groepjes het gebouw gingen bekijken toen pikte de omwonenden het niet meer en die zeiden: burgemeester wij hebben een verhaal en dat verhaal dat willen we hier aan u kenbaar maken. Dat vond ik ook terecht. Het volgende moment werd de verhuurder door de omwonenden in een kwaad daglicht gezet. Op dat moment kwam de verhuurder binnen en die werd door de burgemeester voor het blok gezet en werd als spreker opgevoerd. Ik vond dat op zijn zachtst gezegd … De voorzitter: Ja, punt van orde, ja. De heer Meesters De heer Feenstra-Paas: Sorry, ik zal hem even uitdoen. De heer Meesters: Ik begrijp dat de heer Feenstra graag wat meer vertelt over wat het is maar het gaat alleen hier om de onderbouwing waarom deze motie mede-ingediend wordt. Ik vind dat de heer Feenstra hier nu wel heel uitvoerig te werk gaat. We hebben nog een lange avond voor ons dus wat mij betreft zou dat echt wat beknopter moeten kunnen. De voorzitter: De heer Feenstra, zou u daar rekening mee willen houden?
De heer Feenstra-Paas: Zeker, voorzitter. Ik maak hem even korter. De held van die avond was wat mij betreft de ondernemer Graafland die zijn verantwoordelijkheid nam en de medewerkers van de COA die vertelden over hun werkwijze. Ik vond het opvallend, is ook een vraag van mij aan het college, dat hoewel er veel vragen kwamen over de verkeersveiligheid en over wat dit betekent voor hun ondernemerschap dat er niemand van het college, behalve de burgemeester, aanwezig was om hen te beantwoorden. Kortom: ik hecht eraan dat we als raad hier kaders stellen om te zorgen dat we draagvlak in de samenleving voor deze belangrijke taak van de overheid dat we die weten te realiseren en dat we dat draagvlak versterken in plaats verzwakken, middels de overvalmethode. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Instemming met alle vorige sprekers dus ik ga er niet langer over doen. Ik zou graag een reflectie van u willen wat er in de motie staat in de tekst van de vereniging van raadsleden, daar zou ik graag even een reflectie van u over willen horen. Dank u wel. De voorzitter: Ik schrijf het nog even op, ja zeker. Nadat de indieners het woord hebben gehad, reageert altijd het college even van hoe kijken zij tegen deze motie aan. Ik zal dus namens het college dat, die reactie ook geven. We gaan die pet weer even van lid van het college.
Ik denk dat ik bij de toelichting die ik net bij de mondelinge vragen heb aangegeven al heb aangegeven hoe het proces verder verlopen is maar er zijn een paar dingen gezegd die ik toch even, toch wel even wil rechtzetten. Kijk, op die avond, u heeft dat, meerdere hebben dat gezegd, ja er is onrust ontstaan. Ja, ik kan u verzekeren: elke avond die georganiseerd wordt in dit land over dit soort opvang levert ook deze reacties op. Vaak zie je dat het vier of vijf mensen zijn, al dan niet georganiseerd, die zeg maar heel veel van die vragen stellen en een bepaalde sfeer. Ik ben niet zo bang voor die sfeer want ik heb, sommige mensen vonden het ook dat er een bedreigende sfeer was, ik heb absoluut op die avond geen bedreigende sfeer gevoeld. Wel mensen die met heel veel vragen zaten en bepaalde ideeën hebben, dat mag. Het kan gelukkig in onze democratie. Mensen mogen daar heel kritisch op zijn en mogen dat ook bevragen. Ik heb ook zo goed mogelijk antwoord gegeven en de ondernemer waar het over ging, ik vond niet dat hij voor het blok gezet werd want hij kwam binnen en toen werden die vragen gesteld en hij had zelf aangegeven dat hij het woord wilde voeren. Ik heb naar hem gekeken en hij kwam naar voren, het is ook goed dat hij het gedaan heeft.
Laten we er wel bij zeggen dat als je daarna, daar ging het om, in kleine groepen met elkaar spreekt dat er heel ander ereacties naar voren komen. Ik heb ook appjes van ondernemers gehad, privacyoverwegingen kan ik natuurlijk niet zeggen wie dat geweest zijn want dat willen ze niet, maar die hebben zich geschaamd voor hun collega’s op die avond maar hebben, dat zie je ook vaker gebeuren, op zo’n avond dan helaas niet iets zeggen want dat zal dan ook in de pers verschenen zijn. Dus het beeld van er zijn mensen die het helemaal niet zien zitten, er waren ook heel wat mensen aanwezig die met enige nuance het verhaal wel goedkeuren alleen met vragen en angsten zitten. Maar die dus hun mond op die avond niet meer opendeden omdat de sfeer was er al een die gezet was. Nogmaals, geen bedreigende sfeer wat mij betreft. Dan de overvalmethode, nogmaals ook bij de beantwoording net heb ik aangegeven een ander proces ja. Ik blijf erbij, dat is ook ons bezwaar als college tegen deze motie, niet zozeer dat wij zeg maar de Drentse gemeenten nog eens oproepen om gezamenlijk aan het probleem enzovoort bij het rijk, prima. Punt twee, ja zeker. Informatie en communicatie te geven over ons asielbeleid, zeker. Maar punt één gaat het college veel te ver. Want wij spreken hier over crisisnoodopvang.
U moet beseffen dat daar bij dit soort maatregelen binnen een crisiswet, dat was al bij de Corona zo maar dat geldt ook voor crisisopvang in dit geval voor vluchtelingen, dan wordt er niet meteen naar het draagvlak gekeken maar wel meer naar daadkracht. Is het in Nederland zo geregeld dat dan een andere procedure wordt gevoerd, namelijk er wordt een besluit genomen, die wordt uitgevoerd, er wordt communicatie over gehouden, wordt uitgevoerd en u mag het college daarop
aanspreken maar dan achteraf en niet vooraf en niet tijdens het proces. Zo is het structureel in dit land juridisch ook geregeld, staatsrechtelijk ook geregeld. Wat u nu doet bij één is u een positie geven die niet kan en die het college ook niet zal overnemen. Dus wij ontraden daarom ook deze motie en ik kan u er meteen bij vertellen als u hem aanneemt, voeren we hem op dat punt niet uit. Wel op punt twee en wel op punt drie. Wat u eigenlijk wil, dan kom ik even bij waar de heer Van Rijn volgens mij, maar dat is mijn interpretatie dus ik hoor het graag van u, dat is dat u aan het begin van zo’n proces over asielbeleid veel meer in de kaderstellende rol wil komen. Dat u daar een positie in wil geven, dat u kaders mee wil geven van wat niet en wat wel of desnoods met hoeveelheden wel of niet en daar principieel een discussie met elkaar over wil voeren. Dat vind ik prima. Dat vindt het college ook prima. Dat is ook uw taak, dat is ook uw verantwoordelijkheid dus als u dat wil, hadden we meteen gezegd dat gaan we, met u gaan we dat faciliteren maar dat vraagt u niet. Volgens mij is dat laatste, ik proefde het ook al uit de mondelinge vragen, waar u naar zoekt van hoe kunnen wij als raad nou invloed uitoefenen op het asielbeleid. Dat is niet te doen.
Als u zegt: vindt u ook niet wat in dat advies van de vereniging van raadsleden zegt dat de raad, niet alleen op dit thema wat mij betreft, maar veel meer in de positie moet komen dat ze aan de voorkant van zo’n proces kaders stellen en dan praat ik niet over crisisnoodopvang want daar praten we hier over. Dat is een hele aparte categorie. Maar in brede zin dan zeg ik daar heeft u groot gelijk in en dan volgen wij, kan ik namens het college ook zeggen, dat advies van vereniging van raadsleden. Maar juist nou net niet op dit onderdeel, op alle andere onderdelen wel. Als laatste dan, die opmerking werd ook gemaakt. De verlenging van het AZC is een verlenging op basis van een uitspraak van de raad die er bij het begin van het AZC gedaan is dat men daarvoor kiest om die opvang in Hoogeveen te hebben. Dat is gewoon een uitvoering van datgene wat u al eerder heeft, dat kunt u veranderen. Ik bedoel, als u zegt van ik wil daar een uitspraak op maar dan is het in dezelfde categorie waar ik het net over had. Dus ik had het krachtiger gevonden als u dat had opgenomen in de motie en niet op dit kleine onderdeel over de verlenging waarbij de kans ook nog bestaat dat als u hem aanneemt het niet verlengd wordt dus überhaupt niet daar nog in die positie terecht gaat komen.
Dat is dan mijn advies van ik zou het veel breder trekken en u die positie gunnen, alleen op een breder terrein dan waar we nu over praten. Dat als aftrap. Ik kijk even weer naar degene, ja moet nu eerst, begrijp uw eagerness om daarop te reageren maar ik moet toch eerst even kijken naar degene die nog niet aan het woord zijn geweest. Dan geef ik eerst de heer Vos, FvD. De heer Vos: Dank u, voorzitter. Ook wij hebben natuurlijk de motie bekeken. Waar wij ook zeker, zeker na de ophef die ontstaan is, zeker voor de meer lokale inspraak ook hier in de raad zijn, viel het ons heel erg op dat er in de overwegingen dat er echt heel erg binnen de kaders van het huidige systeem werd gedacht. Zo staat er bijvoorbeeld dat er een goede verdeling van het aantal asielzoekers de norm moet zijn in de overwegingen en dat voor de daadkracht en draagvlak van binnen onze samenleving. Dit gaat van ons uit op een totaal verkeerde insteek want er is gewoon geen draagvlak en daarom moet het gewoon helemaal niet plaatsvinden. Wanneer er dus meegegaan wordt in het narratief dat er een verdeelsleutel moet worden gehouden dan gaan we gewoon de verkeerde kant op en dan ga je uiteindelijk ook niks voor elkaar krijgen. Dat zagen we natuurlijk ook al bij de bijeenkomst die er is gebeurd, er worden dan vaak lege woorden door bestuurders gegeven maar de bewoners willen het gewoon niet.
Als mensen, er moet niet naar mensen worden, die mensen moeten niet worden gehoord maar er moet een keer geluisterd worden naar de mensen. Ja, we hebben ook geen vertrouwen, zeker na het betoog van de raad, zeker vanuit het betoog van het college niet, hebben we geen vertrouwen dat ze überhaupt wat met ons advies gaan doen. Maar toch, zeker nadat we nu hebben gezien hoe eigenlijk het college met heel veel drukte ze uiteindelijk gewoon zeggen we gaan het niet uitvoeren, is het eigenlijk voor ons wel een reden om toch wel voor te gaan stemmen want we moeten toch wel ergens een teken afgeven en zeker als het college daar zo arrogant dat afwijst en ook zegt dat ze het niet gaan uitvoeren. Dus wij zullen uiteindelijk wel voor stemmen.
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pullen, ChristenUnie. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Op weg naar deze avond is ja mijn compassie met de mensen die in zware nood leven, ik denk dat dat helder is dat vanuit de ChristenUnie echt hoog weegt. Dus dat wil ik eerst zeggen. Ik hoor ook wel dat soort woorden van het CDA. Maar wat ons betreft is deze motie, niet omdat we het eens zijn met de structuur en met, even opnieuw beginnen. Deze motie, met name punt één daar hebben wij vanaf het begin gewoon heel veel moeite mee gehad. Wat ons betreft is het zo in Nederland geregeld dat wij ons ook binnen de wettelijke regelingen die er vanuit het rijk worden aangegeven ook vanuit naar de gemeente toe, dat we daarom dus met motie punt één niet mee konden gaan. Dus daarom gaan we sowieso niet instemmen met deze motie. Niet omdat we het, niet omdat dus nu de burgemeester dit zo heeft voorgelegd en ook niet gaat uitvoeren maar gewoon vanuit onze overtuiging dat deze procedure op deze manier niet kan. Zeker omdat het om crisiswetgeving gaat. Een ander punt vinden wij wel belangrijk en dat hebben we ook elke keer aan de indieners aangegeven, is dat we het gesprek over asielbeleid zeker willen voeren in deze raad. Ik denk dat dat ons allemaal aangaat. Ik bedoel je kunt niet je ogen sluiten voor wat er zich afspeelt, of in je nabije omgeving of in je verre omgeving.
Dus in die zin willen we dat gesprek met de raad, in de raad zeker over asielbeleid voeren, lijkt ons heel goed. Ik wil nog wel meegeven dat vanuit de kracht van de samenleving ik in mijn nabije omgeving zie hoeveel mensen zich nu inzetten voor de Stephensonstraat. Ik maak dat mee, ik zie dat en dan denk ik van ja dat hebben we ook gezien bij de Oekraïners, zoals het CDA net aangaf. Ik zie dat ook al vanaf het moment dat het AZC hier is. Mensen hebben hier gewoon een veilige plek en wij hebben vanuit Nederland daarin en vanuit het rijk wel de opgave gegeven, gekregen om daar in onze taak uit te voeren. Dus ik denk dat dat wel belangrijk is om nog even als extra argument aan te geven. Er staan heel veel mensen ook gereed nu als vrijwilliger voor de crisisopvang. Als dat drie maanden is, is dat drie maanden. Ik denk dat het ook nog goed is om ook nog even weer mee te geven: ik hoop dat het drie maanden is maar de spagaat die hier in de raad ontstaat op het moment dat een college dit niet gaat uitvoeren en ja een advies krijgt, ik denk dat dat gewoon niet kan. Dus dat is onze overweging om tegen deze motie te stemmen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meer, GroenLinks. De heer Van der Meer: Voorzitter, dank u wel. Toch een reactie wat mij betreft. Er staan al in de motie genoemd we gaan er niet over.