Printversie verslag
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 11 maart 2021
1.
19:30 Besluitvormende vergadering
1.1 Opening De voorzitter: Dames en heren, het is half acht. Ik open de vergadering van uw raad en ik vraag even alvast aan de raadsleden om hun camera’s nu aan te zetten, want we zullen straks de presentielijst gaan afronden en dan is het handig als u uw camera al heeft aanstaan. Ik vraag even de raadsleden om hun camera aan te zetten, zodat ik u ook in beeld heb straks. Dank u wel alvast. En we beginnen zoals u van ons gewend bent altijd even met een moment van stilte. Dank u wel. Degene die niet aan het woord zijn en hun microfoon nog hebben aanstaan, of ze die microfoon alvast nu even willen uitzetten, zou dat fijn zijn. Ik geef even aan dat met kennisgeving afwezig zijn vanavond mevrouw Bisschop en mevrouw Oosting. Die zijn vanavond met kennisgeving afwezig. En even ook een woord van welkom natuurlijk naar onze luisteraars en kijkers, kijkers en luisteraars tegelijkertijd. Die hebben we ook. Van harte welkom bij deze raadsvergadering en zoals u ook, misschien als u vaker kijkt, meemaakt zullen we eerst de presentielijst doornemen. Normaliter om de omstandigheden dat corona ons niet tot de digitale snelweg veroordeeld, hebben we die altijd beneden leggen en zijn ze afgetekend. Maar in de digitale wereld gaat het anders en zal ik om er zeker van te zijn die mee mag stemmen ook aanwezig is, de presentielijst langsloop. Dat gaat per persoon.
Als ik de naam van de persoon noem dan wil ik u vragen om even de microfoon aan te zetten en het zou fijn zijn als u dan even wacht, want er is altijd even wat vertraging op de lijn, dat u dan vervolgens zegt “aanwezig” of “present”. Maar in ieder geval zodanig dat ik ook weet dat u er in, niet alleen in beeld, maar ook in geluid aanwezig bent. Ik ga beginnen met de fractie van Gemeentebelangen, mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Mevrouw Hooijer is present. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jan Giethoorn. De heer Giethoorn: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Prins. Mevrouw Prins-Vosmeijer: Aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. De heer Knol. De heer Knol: Aanwezig. De voorzitter: De heer Sieders. De heer Sieders: Aanwezig. De voorzitter: De heer Van der Sleen. De heer Van der Sleen: Aanwezig.
De voorzitter: De heer Steenbergen. Jan Steenbergen. De heer Steenbergen: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En de heer Vos. De heer Vos: Aanwezig. De voorzitter: Dank u. Dan ga ik naar de fractie van het CDA. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Aanwezig. De voorzitter: Mevrouw Bisschop is afwezig. Dan de heer Bertels. De heer Bertels: Aanwezig. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Aanwezig. De voorzitter: De heer Koekoek. De heer Koekoek: Aanwezig. De voorzitter: De heer Kroezen. De heer Kroezen: Aanwezig. De voorzitter: En de heer Otten. De heer Otten: Ook aanwezig. De voorzitter: Dan de fractie van de VVD. De heer Arend Steenbergen. De heer Steenbergen: Aanwezig. De voorzitter: De heer Bisschop. Ik hoor de heer Bisschop niet. U bent wel in beeld hier. De heer Bisschop: Aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Blenkers. Mevrouw Blenkers-Noordzij: Aanwezig. De voorzitter: Dank u. En de heer Strolenberg. De heer Strolenberg: Voorzitter, aanwezig. De voorzitter: Dank u. Dan de fractie van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen.
Mevrouw Pullen-Muis: Aanwezig. De voorzitter: De heer Meesters. De heer Meesters: Ja voorzitter, ik ben aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. En de heer Warrink. De heer Warrink: Voorzitter, ik ben ook aanwezig. De voorzitter: Dank u. Dan de fractie van de SP. Mevrouw Van den Oord. Mevrouw Van den Oord-van der Bie: Aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Oosterlaak. De heer Oosterlaak: Aanwezig. De voorzitter: De heer Pomper. De heer Pomper: Ook ik ben aanwezig. De voorzitter: Ja, dank u wel. Dan de fractie van de Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille. Mevrouw Schonewille: Aanwezig. De voorzitter: Dank u. Fractie van D66. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Aanwezig. De voorzitter: De heer Scheffers. De heer Scheffers: Ik ben erg, voorzitter. De voorzitter: Gezien, dank u wel. De fractie van GroenLinks, mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Ik ben aanwezig, voorzitter. De voorzitter: Dank u. En ten slotte de fractie van de SGP. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, aanwezig. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we daar mee geconstateerd dat de overige 29 raadsleden aanwezig zijn. 1.2 Vaststellen agenda De voorzitter: En zijn we bij agendapunt 1.2, het vaststellen van de agenda. Kunnen we de agenda zo vaststellen?
De heer Van Rijn: Ik had twee punten, voorzitter. De voorzitter: De heer Van Rijn, aan u het woord. De heer Van Rijn: Dank u wel. Het ene kan heel kort en dat is agendapunt 1.4. Daar willen wij een amendement indienen, maar omdat er nogal belanghebbenden zijn over dit onderwerp vinden wij het goed om daar een hoofdelijke stemming over te houden. De voorzitter: Dat kondigt u nu alvast aan en dan houden we daar dan op dat moment rekening mee. De heer Van Rijn: Ja, daar kan een beetje voorbereiding voor zijn. De voorzitter: Ja, moeten we even wat formulieren weer uit de kast halen. Ja. Maar dat gaat lukken. Mijnheer Van Rijn, ga uw gang. De heer Van Rijn: Agendapunt 1.6, daar is van de week een rondvraag over geweest of wij daar geen debat over zouden voeren, maar doorschuiven naar besluiten. Maar nu is er gisteren een brief, een inspreker heeft een brief gestuurd. En ik meende dat wij afgesproken hadden in deze tijd dat als er een inspreker die zou insturen, dat dat aan de agenda gehangen zou worden. En ik zou hier dan willen vragen of wij voordat de hamer op dit stuk valt, dat wij misschien met de andere collega’s toch nog even iets over deze brief kunnen hebben. Dat was even mijn voorstel, om dat een beetje recht aan te doen aan die inspreker. Anders wordt het gewoon onbehandeld gelaten.
De voorzitter: Ja, dan moet ik het even opvatten, mijnheer Van Rijn, even als een voorstel. Want op het moment dat het een voorstel wordt, dan toch een debatronde in te lassen over dit punt, omdat in het kader van de besluitvormende ronde er geen vragen of discussies meer kunnen zijn. Dus dan batterij ik even uw opmerking onder aan een voorstel aan de vergadering om 1.6 niet in het besluitvormende deel meteen aan de orde te stellen, maar eerst daarover een gesprek met elkaar te hebben. De heer Van Rijn: Nou ja, als daar behoefte aan is, dan … Ik zou vinden dat er meer recht aan gedaan werd als dat we er gewoon stilzwijgend aan voorbij gaan, want er zijn meerdere partijen die belangen hebben hierbij en we hebben nog maar één partij gehoord en die wist waarschijnlijk niet dat het debat doorgegaan is naar besluiten. Dus ja, ik vind dat we dan wel recht doen als die er even met elkaar over spreken als er behoefte aan is. De voorzitter: Nee, helder. Dan betekent het dat we even gaan ‘…’ het voorstel om het op die manier te behandelen. Dan zullen we, als het voorstel wordt aangenomen, hem uit dit blok halen even en dan weer terug naar de debatronde om daar een apart agendapunt van te maken. Maar dan gaan we eerst ook een ronde doen om even aan te geven of dat lukt.
Ik kijk even, want iedereen die heeft nu de mogelijkheid om volgens mij, ik kijk even naar de techniek, om aan te geven via het indrukken van het handje … En dan moet ik even naar de deelnemerslijst. Ik word nu meteen gecorrigeerd. Vorige keer was dat wel zo, maar dat is nu niet zo. Dus ik ben nu van u afhankelijk dat u uw hand inderdaad opsteekt en dat wij dan bijhouden van wie dat u dat heeft gedaan. Ik zie zelfs de heer Kreuze. Die krijgt van mij het eerste woord, want die heeft zelfs twee handen nu opgestoken. Mijnheer Kreuze, ga uw gang. De heer Kreuze: Ja, je moet je best doen om zichtbaar te zijn in deze tijd. Voorzitter, zou ik collega Brand van Rijn overigens respect voor zijn inbreng ook ten aanzien van de brief. Die hebben we ook natuurlijk kennis van
genomen. Maar zou ik de collega Van Rijn ook kunnen voorstellen dat hij dit document in een stemverklaring meeneemt? Of wil hij echt daarover debatteren? Want voor mij is de zaak wel goed duidelijk. Dus ik heb geen behoefte aan een debat, ondanks dat ik dus respect heb voor het rekening houden met de ingezonden brief of de ingezonden, ja, hoe noemen we dat. Het is geen inspreker, maar in schriftelijke inspreker. Werkt dat zo, voorzitter? De voorzitter: Dank u wel voor de vragen. Mevrouw Van Hien. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb in principe ook niet echt behoefte aan een debat over de brief, of over deze brief, sorry. Maar ik ben wel benieuwd wat de reactie van het college is op deze later ingezonden brief. De voorzitter: Ja. De heer Oosterlaak, SP. De heer Oosterlaak: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Op zich lijkt het ons goed om over het punt wat deze FNV bestuurder aanreikt, om het daarover te hebben. Dat hoeft niet per se op dit moment. Wij hebben wel behoefte aan een stemverklaring in ieder geval. En als er een debat over gevoerd zou kunnen worden, is wat ons betreft prima. De voorzitter: Mevrouw ‘…’. Mevrouw …: Ja, er is bij ons niet direct behoefte aan debat hierover. Wij hebben namelijk te brief uiteraard meegenomen in onze afweging hierover. Maar ik kan me wel vinden in wat mevrouw Van Hien van GroenLinks hierover zei.
Het zou wel wenselijk zijn wanneer er een reactie van de wethouder komt of van het college. Ik denk dat dat ook recht doet aan het feit dat deze insprekers, noem ik het maar even, ingesproken heeft als het ware. De voorzitter: Dank u wel. De heer Steenbergen, VVD. De heer Steenbergen: Ja voorzitter, dank u. Ook wij hebben niet echt directe behoefte aan debat. De brief hebben wij natuurlijk gelezen en ook nu meegewogen, dus wat dat betreft is het voor ons voldoende duidelijk. Vrijwilligers, die zijn er al jaren. Dus dat hier nu op gereageerd wordt met dit punt, dat snap ik, maar voor ons is het wel duidelijk en hoeft er geen debat. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Nou, wij hebben ook kennisgenomen van de brief. Wij snappen de positie ook wel vanuit het perspectief van de FNV. Wij hebben daar kennis van genomen en wij hebben geen behoefte aan om daar verder nu in het debat over door te spreken. De voorzitter: Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Wij sluiten ons aan bij de woorden van onder andere de heer Kreuze en mevrouw Pullen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sieders, Gemeentebelangen. De heer Sieders: Wij sluiten ons ook aan bij die woorden.
De voorzitter: Even kijken of ik niemand overgeslagen heb op dit moment. Dat is niet het geval. Even terug naar de heer Van Rijn. U heeft de reacties gehoord en zeker even over de concrete vraag. Kan het ook een stemverklaring zijn? De heer Van Rijn: Ja, nou kijk, ik vond mevrouw Van Hien het recht doen, want daar ging mij eigenlijk ook even om. Wij hoeven er ook eigenlijk geen debat over, maar wij willen wel graag recht doen aan deze inspreker. Wij willen graag een reactie van het college op deze brief. De voorzitter: Is het dan goed dat … Kijken we even naar de andere die dat ingebracht hebben, dat wij dus concluderen dat het wel gewoon op deze besluitvormende ronde blijft staan. En op het moment dat wij het agendapunt behandelen even kort een reactie van het college vragen op die brief en dat we vervolgens tot de besluitvorming kunnen overgaan. Doe ik dan recht aan degene die daar iets … Klopt, dat is het geval. Dan zullen we het op zo’n manier gaan doen. En dan met deze twee opmerkingen, aanpassingen, is de agenda dan vastgesteld. De heer Van Rijn: Dank u wel. De voorzitter: Klopt. Alstublieft. Dan is die bij deze vastgesteld. 1.3 Mondelinge vragen De voorzitter: Dan gaan we over naar het onderdeel 1.3, mondelinge vragen. Eén fractie heeft aangegeven een mondelinge vraag te willen stellen, fractie van Gemeentebelangen, over de sluiting van de fietsenstalling.
En daarvoor geef ik het woord aan de heer Jan Giethoorn. De heer Giethoorn: Ja, dank u voorzitter. Ja, de fietsenstalling. Op 20 december vorig jaar hebben we als gehele raad eigenlijk een motie aangeboden aan het college om te zien wat de mogelijkheden zijn om die bewaakte fietsenstalling toch, ondanks de bezuiniging die erop staat, om die te behouden. Nou, onder die motie stond een verzoek aan alle partijen om tot collectieve oplossingen te kunnen komen ter behoud van die fietsenstalling. De reactie van het college daarop, met monde van wethouder Reneman, heb ik even nageluisterd in het geluidsverslag van die raadsavond en de wethouder zei toen letterlijk: de motie is dus uitvoerbaar, past in de begroting en sterker nog, er zijn al gesprekken gaande. Nou, dat stelde ons natuurlijk weer gerust. Maar vorige week vrijdag belde mij een medewerker van Stark en die had van Stark te horen gekregen dat het klaar was met het werk aan de fietsenstalling en dat de gemeente Stark een paar dagen voor de beëindiging van het contract, dat zou zijn op 1 maart, zo heb ik dat van een leidinggevende van Stark begrepen, dat het dan beëindigd zou zijn. Nou, formeel is de reactie van het college natuurlijk op zo’n motie. Als politici snappen wij dat allemaal.
We weten wat een motie is en wat een amendement is, maar als je naar de uitzending hebt geluisterd van de raadsavond en je hebt ook nog de krant gelezen, RTV Drenthe erbij gezien, dan zou je toch echt op kunnen vatten dat de fietsenstalling behouden blijft. Dus formeel is het allemaal juist, maar ik kan me heel goed voorstellen dat mensen die luisteren naar onze vergaderingen, die daar toch een andere beleving bij hebben. Wij hebben hierover een aantal vragen voor het college. En de eerste vraag is of het college ons kan zeggen welke gesprekken er tot nu toe zijn gevoerd over dit onderwerp en wat de stand van zaken daarvan is. De tweede vraag: hoe kijkt het college aan tegen de reacties van mensen die dan zo’n uitzending zien en die dit opvat als, nou, het is voor elkaar? De derde vraag: wil het college ons bij volgende gesprekken over dit onderwerp meenemen over die fietsenstalling? De vierde vraag: wat vindt het college ervan dat het contract met Stark op zo’n korte termijn is opgezegd? En vraag 5, een hele
belangrijke, heeft het college nog steeds de intentie om die functie van bewaakte fietsenstalling aan de Hoofdstraat te behouden? En daaraan gekoppeld ook de medewerking van Stark. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Giethoorn, hartelijk dank. En voor de beantwoording van deze vragen namens het college geef ik het woord aan wethouder Zwiers. De heer Zwiers: Ja, dank u wel voorzitter. Terecht dat de heer Giethoorn zich in ieder geval bezorgd maakt over de fietsenstalling en sowieso over de bewaking van de fietsenstalling, want het is zo dat de fietsenstalling uiteraard zelf wel blijft, maar het gaat vooral over dat element van bewaakte fietsenstalling. En de heer Giethoorn vat dat ook wel goed samen in zijn inleiding, van hoe dat is gegaan. En het feit dat er gezegd wordt dat het past binnen de begroting dat had natuurlijk alles te maken met het feit dat er geen geld gevraagd werd voor het openhouden. En gewone bezuiniging, die was ingeboekt en die werd qua geld gewoon gehandhaafd. En er zal gezocht moeten worden naar een collectieve oplossing met partijen. En dat klopt ook inderdaad, dat er toen al gesprekken waren, want uiteraard diende het zich aan dat die fietsenstalling niet meer bewerkt horen.
En in de loop van, of eigenlijk in de tussentijd, in de behandeling van de begroting richting de vaststelling, de besluitvormende vergadering om de begroting waren er al gesprekken gaande. En er waren vooral gesprekken van het CM, het Centrum Management, met een partij in Hoogeveen. Maar goed, pas na besluitvorming hebben wij natuurlijk als college daarin wat gedaan en hebben we ook met CM van gedachten gewisseld over de fietsenstalling en we waren dus ook samen met CM wel bezig om dat verder invulling te geven. Alleen, daarin heb je ook met allerlei zaken te maken die je niet aan kunt u duwen, onder andere corona. En op dit moment lopen er nog gesprekken en de gemeente heeft ook nog een gesprek in voorbereiding met een partij, maar daarvoor is het ook van belang dat het andere gesprek wat CM heeft en de uitkomsten van de gesprekken die CM heeft ook bekend zijn. En hoe kijken wij dan aan tegen de reactie van mensen die geluisterd hebben en zeggen, ja, dat blijft toch open? Nou, tuurlijk vinden we dat zeer spijtig wanneer mensen dat concluderen. Maar goed, dat verandert natuurlijk niets aan de situatie ansicht, want we hebben nadrukkelijk in de motie staan dat we een poging doen om te zorgen dat de fietsenstalling openblijft. En we hebben niet beloofd om die fietsenstalling open te houden. Althans, de bewaking daarvan te handhaven. Zo moet ik het steeds zeggen.
En dat mensen dat dan op die manier interpreteren, dat vinden we vervelend, maar ik neem aan dat u als raad dat ook vervelend vindt, want wij hebben in gezamenlijkheid voor deze formuleringen gekozen. En dat is dan ook jammer, maar dat is wel zoals het is. En misschien schept deze vergadering daar alleen maar duidelijkheid. En als u mij vraagt van, wilt u mij dan op de hoogte houden van de gesprekken? Ja kijk, ik wil alles, maar ik vind niet dat ik u op de hoogte moet houden van individuele gesprekken met private partijen. Dat lijkt mij niet de bedoeling. Wat ik wel graag doe, is dat wanneer er resultaten zijn, of wanneer wij denken dat we het niet tot resultaat brengen en dat er geen resultaat zal zijn, dat natuurlijk bewaking op de fietsenstalling toch terugkeert, dat wij u daar dan zo spoedig mogelijk van een kennis stellen. Maar ik denk dat dat belangrijk is. En verder vindt het college niet dat we zomaar een paar dagen van tevoren het contract hebben opgezegd. Op 24 september is er een brief gegaan naar Stark met de aankondiging dat de bewaking niet meer langer door de gemeente zal worden betaald. Dat was in de veronderstelling en de duidelijkheid daarover zou plaatsvinden bij de begroting. Vervolgens was er ook een contract. Voor zover mij bekend is het gewoon een contract dat eindigt op 31 december 2020. Eindigde op 31 december 2020.
En dat contract, dat is niet opgezegd, maar dat eindigt dan van rechtswegen. Dus het was ook bekend dat dat bij besluitvorming op die manier zou gaan. En is het dan nog steeds de intentie van het college om de stalling met medewerking van Stark open te houden? Ja, dat is nog zeker de intentie. Maar daar kunnen wij dus op dit moment nog geen resultaat van laten zien. Tot zover, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, wethouder Zwiers. Dan ga ik even kijken of de heer Giethoorn nog aanvullende vragen heeft. Mijnheer Giethoorn. De heer Giethoorn: Nee, niet zozeer aanvullende vragen. Misschien maak ik toch eventjes nog over dat onderwerp van hoe mensen er dan tegenaan kijken hoe wij een motie in stemming brengen en zo. De voorzitter: Misschien kunt u dat formuleren en de vorm van een vraag, dan voldoet het weer aan onze afspraken en de regels. De heer Giethoorn: Ja, dan hou ik het hierbij, want de wethouder heeft dat volgens mij ook wel aangestipt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Giethoorn: Maar geen vragen voor de verdere behandeling. Bedank hem hartelijk voor zijn beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. En ik kijk even of andere raadsleden nog aanvullende vragen hebben. Ik zie nu al de heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja voorzitter, ik mocht met de heer Giethoorn optrekken in het kader van deze motie voor onze begroting en wij zijn niet over enig ‘…’ gegaan.
Wij hebben echt partijen gesproken die welwillendheid hebben uitgesproken, dus ik was wel benieuwd van onze wethouder of er alleen met Centrum Management gesproken is in de zin van om bijdrage te leveren, of zijn er meer partijen? En in concreet nog was ik wel benieuwd wat de bijdrage was die Stark zou kunnen gaan leveren en wat de wethouder daarover maar ons kan delen, want wij hadden daar echt concrete andere signalen van. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen dat de intentie is om dus die fietsenstalling met die beveiligers open te houden. Ze zijn daar in gesprek, maar kan hij al concreet iets aangeven dat hij zegt van nou, met één maand of twee maanden weten wij echt daar echt wel iets meer over en dan kunnen we dat met de raad delen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Scheffers, D66. De heer Scheffers: Voorzitter, een beetje aansluitend op de vraag van de heer Kreuze over die bijdrage. Het zou misschien mogelijk kunnen zijn dat ook een bijdrage van degenen die haar fiets stallen gevraagd kan worden bijvoorbeeld van een euro. Ik denk dat we dan ook een heel eind er zijn om kostendekkend te zijn.
De voorzitter: En de vraag is of de wethouder het daarmee eens is? Is dat dan de vraag? De heer Scheffers: Nou, de vraag is of hij dit mee wil nemen in de gesprekken met het Centrum Management en noemt u maar op, met Stark en ga zo maar door. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zie geen andere die zich melden voor aanvullende vragen. Dan ga ik weer terug naar de heer Zwiers voor de beantwoording.
De heer Zwiers: Nou, in de eerste plaats zou ik willen zeggen, wanneer we met Centrum Management in gesprek zijn en er worden partijen gezocht, dan wachten we ook even geduldig tot dat daar uitkomsten in zijn. Ik weet dat de heer Giethoorn nog contact heeft gehad met de voorzitter van Centrum Management en daar ook antwoord heeft gekregen op de vraag van gok, hoe staat het er nu mee? Nou, die heeft ook gezegd: ja, wij kunnen geen ijzer met handen breken. Was zijn conclusie. We moeten al veel en ja, daar zitten wij misschien ook een beetje in de wacht. Maar er ligt nog een ander gesprek in het vooruitzicht. Ik ga daar geen namen bij noemen. Dat vind ik ook niet juist om dat te doen. Maar goed, dan vervolgens even de termijn waarop wij denken wel duidelijkheid te hebben. Nou, niet denken, maar ik wil gewoon duidelijkheid hebben voor het zomerreces, zodat wij dan ook heel concreet kunnen zijn in hoe we verder gaan met de fietsenstalling, bewaakt, onbewaakt. Of dat er wellicht zich nog andere mogelijkheden aandienen waar ook mogelijk Stark een rol in zou kunnen spelen. Dus dat willen we graag … Voor het zomerreces zullen we dat willen. De optie die aangereikt wordt om één euro te vragen, die staat ook al in de motie als suggestie. Dus die nemen we zeker mee, want dat kan een deel van de oplossing zijn. En ik geloof er ook echt wel in dat mensen bereid zijn om die euro te betalen.
Maar ik ga niet verder in op met welke partij concreet in gesprek zijn. Dat doe ik niet. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er mensen zich weer melden om nadere vragen te stellen, maar wij hebben altijd de gewoonte om één, of twee rondes te doen. Eén de vragen stellen en daarna de aanvullende vragen. We gaan nu niet een tweede of derde ronde aan toevoegen. Dus mocht u nog nadere vragen hebben, dan kan dat op een andere manier. We gaan hier dan niet meer in die mondelinge vragenronde. Daarmee is de ronde afgerond op dit moment. De heer Kreuze: Voorzitter, ik heb nog een vraag die niet beantwoord wordt. De heer Zwiers: Heb ik uw vraag niet beantwoord, mijnheer Kreuze, dan hoop ik dat u hem nog even wel herhalen. De voorzitter: Mijnheer Kreuze, dan is dat de vraag voor wethouder Zwiers nog een keer te herhalen. De heer Kreuze: Ik heb gevraagd of er meer partijen waren. Ik begrijp dat er meer partijen zijn. Maar ik heb ook expliciet gevraagd of Stark bereid was om een bijdrage te leveren. De voorzitter: De heer Zwiers. De heer Zwiers: Nou, dat hebben we nog niet met Stark besproken, omdat we eerst een verkenning hebben willen doen en ook aan het doen zijn of andere partijen bereid zijn. En daarna zullen we kijken wat het resultaat is samen met de euro de gevraagd kan worden, of we ook nog iets van Stark moeten vragen.
Maar we hebben Stark niet als externe partij op die manier betrokken. De heer Kreuze: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwiers. Dan hebben we de mondelinge vragenronde afgerond. 1.4 Evenementenverordening, beleidsregels evenementen 2021 De voorzitter: En komen we bij agendapunt 1.4, de evenementenverordening. De vaststelling daarvan en de regels die dat met zich meebrengt en de wijzigingsvoorstellen rond de APV die dat met zich meebrengt. We hebben de vorige keer een debat gehad. En op dit voorstel is een amendement ingediend door de SGP. Een
amendement betekent dat er een voorstel voor komt liggen tot wijziging van het voorstel zoals het nu bij de raad ligt. En dat is ingediend door de fractie van de SGP en voor een toelichting geef ik het woord aan de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij denken als dit vastgesteld wordt en iemand wil een evenement gaan organiseren in Hoogeveen die nog nooit hier een evenement georganiseerd heeft, die gaat eerst eventjes dit stuk downloaden van de site om te kijken van oké, wat staat er in de verordening over die evenementen? Dus wij hadden gedacht bij artikel negen, twee piketpaaltjes erbij te zetten, dat als mensen deze verordening lezen. Het staat er niet dwingend, het staat er gewoon in, in principe of met een verwijzing naar. Dus wij dachten gewoon, dit hoort hier ook gewoon even in te staan. Hier geeft de gemeente Hoogeveen direct mee aan dat deze aandachtspunten de gemeente wel serieus neemt. Dan hebben we bij punt tien, en dat is wel echt een aandachtspunt, ja, daar willen wij al die grenswaarden van die equivalente geluidsmetingen, dat zijn de metingen buiten. Dat staat in het raadsvoorstel helemaal omschreven. Dat ga ik niet herhalen. Die willen wij graag eventjes op allemaal naar beneden zetten op die tachtig dBc. Dat zijn de metingen buiten gemeenten en op de gevel van het eerste gebouw die daar het dichtste bij is op drie meter hoogte.
Dan spreken wij dus over het publieke domein waar deze geluiden plaatsvinden. Ik zou graag even aan de griffie willen vragen of ze bijlage één van de kno-arts even op het scherm kunt zetten. De voorzitter: Ik krijg hier de mededeling dat dat nu technisch niet gaat lukken, dus … De heer Van Rijn: Oké, dat is jammer. Dat hadden we vooraf … De voorzitter: De tekst van het amendement staat wel in beeld overigens. De heer Van Rijn: Ja ja, daarom. Maar dat geeft niet. Dat hadden we eigenlijk van tevoren even afgesproken dat dat zou gebeuren. Maar goed, als je het over gehoor en gehoorschade hebt, dan moet je daar eerst bij de expertwezen en dat is in dit geval de kno-arts. Die gaat over de gehoororganen. Nou, je kunt zien wat ik daar gestuurd heb. Dat is ook meegestuurd. Daar hebben we ook allemaal kennis van kunnen nemen. En iedereen zegt: let op, als je hoger geluid gaat produceren als tachtig dB, dan kan er gehoorschade optreden. En hij geeft dus duidelijk aan op pagina twee van dit ding, ik zal even een klein stukje citeren: het klinkt allemaal heel heftig en dramatisch, maar dat is het ook echt. Je wil toch niet op je veertigste met een gehoorapparaat, maar wanneer dan de muziek zo hard staat en tachtig decibel kan het dan er echt schadelijk zijn. Dat is de kno-arts. Ik heb ook even bij de GGD een stukje opgevraagd en ja, het laatste vond ik echt heel zorgelijk.
Dat stuk is bijlage twee van de GGD. Heb ik even onderstreept en dan zegt de GGD dat juist harde muziek tijdens het uitgaan geschat wordt dat één op de vijf jongeren gehoorschade en beginnend gehoorverlies heeft. Nou, ik zou zeggen, in het raadsvoorstel stond dat de gemeente dat juist wilde voorkomen. Vandaar dit voorstel om al die waarden terug te brengen op tachtig dB. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u, mijnheer Van Rijn. Wij hebben ook de afspraak dat op een moment dat er een motie is ingediend en toegelicht, is door uw fractie nu toegelicht, dat we even een reactie zullen gaan vragen hoe het college tegenover dit amendement staat. Dus daarvoor geef ik het woord aan de heer Zwiers. De heer Zwiers: Ja, ik begrijp uiteraard de zorg van de heer Van Rijn en het is ook goed dat hij die zorg heeft, maar er zijn toch ook wel wat kanttekeningen erbij te plaatsen mij betreft. In de eerste plaats is het zo dat de tachtig dB geldt, als het om gehoorschade gaat, wanneer je daar tenminste acht uur aan blootgesteld wordt. En als dat geluidsniveau wat hoger wordt, ja, met 83 dan is het geloof ik vier uur en zo bouwt zegt dat op. Dus het is niet zo dat per definitie overigens ook gehoorschade ontstaat, want dan zouden we denk ik allemaal zo
ongeveer gehoorschade hebben. We zijn allemaal wel eens uit geweest en het is ook niet zo dat dat van de een op de andere dag gebeurde over het algemeen. Er zijn risico’s aanwezig dat als u langdurig en frequent en dus bijvoorbeeld meerdere dagen in de week en een bepaald geluidsniveau blootgesteld wordt, dat je dan gehoorschade zou kunnen krijgen, maar dat is niet zeker. Vervolgens is het zo dat in het evenementenbeleid staat dat de normen realistisch en eenduidig handhaafbaar moeten zijn. Realistisch, dat is ook dat je evenementen wil kunnen organiseren. En met tachtig dB, ja, dan zou er eigenlijk weinig animo zijn voor muziekevenementen en die hebben we daarom ook op die manier zoals het in de verordening is opgenomen uitgezonderd en moeten daar ook hogere normen mogelijk zijn. Wij denken dat dat ook verantwoord is. En er wordt dus ook onderscheid gemaakt tussen evenementen waar over het algemeen, ook in de literatuur, waarin de activiteit, de hoofdactiviteit, muziek is en wat festivals betreft. Want ja, dan zouden we die immers niet meer hoeven organiseren. En vanuit daar waar de muziek ondersteunend is, gelden ook nu lagere normen over het algemeen. Dus vervolgens is het ook nog zo dat die 85 dB, geldt ook de regels van de dichtstbijzijnde woning en dat betekent ook iets.
Dat betekent dat er in de omgeving waar de tent staat of waar zich een feesttent bijvoorbeeld bevindt, daarbinnen zullen die geluidsniveaus hoger zijn. En daar waar die geluidsniveaus bij muziekconcerten hoog zijn, daar wordt organisatoren ook gevraagd, en zo staat het ook in het evenementenbeleid, zich te conformeren aan het convenant preventie gehoorschade muzieksector. En dat betekent ook niet, want dat betekent dat er voorlichting gegeven moet worden over de mogelijkheden, het risico, dat je gehoorschade zou kunnen oplopen. Dus ik denk dat het in die zin alleszins goed is en ook in vergelijking tot andere gemeenten, dat wij met deze verordening en deze normen, deze geluidsnormen, ons goed kunnen verhouden tot de omgeving en tot andere gemeenten. Dus ik zou ook als reactie willen geven om hierin niet mee te gaan en om dit ook niet over te nemen. Als het gaat om de opbouw en afbouw op zondag, daar start wel in principe, dus dat is ook een uitgangspunt. Ja, dat zou ook betekenen bijvoorbeeld dat organisatoren voor hogere kosten komen te staan, omdat ze daar nou eenmaal zaken die gehuurd worden langer moeten laten staan en dat kost gewoon geld. Ik denk dat dat niet goed is. Dat is een van de zaken die mij nog wel eens bezighield. En ik denk dat we dat met evenementen vooral moet toestaan. Ik begrijp wel de achtergrond van de vraag van de heer Van Rijn en dat respecteer ik ook.
Maar ik denk dat het mogelijk moet zijn, ook in de gemeente Hoogeveen, om op zon- en feestdagen evenemententerreinen op te bouwen en ook weer op diezelfde dag afspreken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik een ronde doen waarin ik de fracties die niet direct het amendement hebben gesteund, dat zijn de overige fracties, behalve dan de SGP. Ik kom bij de raad, daarna bij de fractie van de SGP terug. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Voorzitter, dank u wel. Ja, wederom spreek ik respect uit voor de inzet van de SGP op dit punt. Het CDA heeft geen behoefte aan beide amendementen. Ik zal het heel kort toelichten. Artikel negen amendement zien wij een onnodige toename van regeldruk en de drank- en horecawet is wat ons betreft duidelijk. Daar zitten voldoende voorwaarden in. En wij weten ook, aan de lijven ervaren wij dat dat organisaties op zon- en feestdagen volop proberen rekening te houden met bijvoorbeeld de kerkgangers. Zelf slalom ik op de Cascade dag ook tussen de rekken door naar de kerk en dat lukt altijd nog. Dus dat is een punt. Punt twee, artikel 10, het amendement. Jullie hebben ook het convenant preventie gehoorschade opgezocht en daarin lezen wij toch dat het, zoals het nu in ons beleid staat, acceptabel is.
En mevrouw Aaf-Tineke Bisschop afwezig, maar die dit voor mij voorbereid heeft, nog even uitgezocht dat een stofzuiger toch al zeventig dB is en een föhn 83 dB. En ik lees in het Reformatorisch Dagblad van november 2007 dat de gemeentezang met orgelbegeleiding ook al over de 85 dB gaat, dus dan moeten we nog wel heel wat ingrijpen doen. Dus wat het CDA betreft zijn deze amendementen niet nodig.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Steenbergen van de VVD. De heer Steenbergen: Ja voorzitter, dank u wel. Ook de VVD zullen de amendement niet steunen. Ten eerste hebben wij ook voor twee weken of voor drie weken terug zelfs een debat gehad hierover. Daar is ruimte genoeg geweest om de voelhorens hierover uit te leggen. Dus wat dat betreft had de heer Van Rijn en de SGP, de fractie SGP, ook al kunnen weten wat de meeste reacties waren. Wij vinden het voorstel zoals het er ligt een prima voorstel. En als de heer Van Rijn dit nu had opgenomen in een stemverklaring dan had het ook gekund. Alleen nu moet er ook nog hoofdelijk gestemd worden, dus dan denk ik, waar doen we dit dan allemaal voor als er al heel veel van tevoren bekend is? Dat is een beetje de reactie van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pomper, de SP. De heer Pomper: Ja, dank u voorzitter. De SP zal dit amendement ook niet steunen, al hebben we wel respect voor wat de heer Van Rijn doet. We begrijpen ook zijn standpunt betreffende de zondagsrust. Maar goed, wij, de SP, is van mening dat de zondag ook echt een mooie dag is voor evenementen. Ik noem bijvoorbeeld ook de Cascade Run. Hopelijk gaat die snel weer van start. Ook het gedeelte over de handhaving, wat de heer Kreuze ook zei, dat hoort niet in deze verordening thuis. Dan komen we nog op de geluidsniveaus.
Ik vond het heel leuk dat de heer Kreuze aangaf dat ook met het kerkzang veel decibels te halen zijn, waar het … Ik hoor dat mijn geluid slecht is. De voorzitter: Ja, ik hoor dat … Misschien dat het iets harder kan, dan bent u wel verstaanbaar. Tenminste, hier wel, maar … De heer Pomper: Ja, ben ik wel beter te verstaan? De voorzitter: Ja, en volgens mij is het ook nog binnen de tachtig dBa, dus dat is helemaal goed. De heer Pomper heeft het woord. De heer Pomper: Ja, hier is het wel iets hoger, hoor. Maar dat is maar goed. Ik heb een beetje tinnitus. Even zonder gekkigheid, de geluidsniveaus, daar is ook veel over gezegd. Dit gaat om de geluidsniveaus buiten het evenement om. Dat betekent dus dat geluidsniveaus op het evenement zelfs nog hoger zijn. Juiste SP vindt het juist belangrijk dat er goede voorlichting wordt gegeven, wat ook in de verordening staat, aan mensen die evenementen bezoeken. Buiten het evenemententerrein om zou de kans op gehoorbeschadiging ook echt stukken minder zijn. Bovendien ga je ook het aantal dB’s op het evenement omlaag brengen, kan het zelfs zijn dat je de akoestische sterkte instrumenten boven de ‘…’ uit gaat horen en dat is ook niet echt de bedoeling. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel voorzitter.
Wij zullen ook deze amendementen niet steunen en de heer Kreuze van het CDA heeft daar wat ons betreft inhoudelijk onderbouwing voor gegeven die wij kunnen steunen daarin. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Rutgers, D66. Mevrouw Rutgers: Wij sluiten ons aan zowel bij de woorden van de heer Kreuze als die van de heer Steenbergen en willen er op dit moment verder ook niet te veel aan toevoegen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Meesters, ChristenUnie.
De heer Meesters: Ja voorzitter, dank u wel. Ik sluit me eigenlijk aan bij de vorige sprekers. Hoe de verordening voor ons ligt is goed, is duidelijk. We hebben geen behoefte om dat verder te reguleren. Alleen de hoofdelijke stemming, die bevreemdt ons enigszins. Dat vinden we jammer dat het op die manier moet. Oké, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Hien, GroenLinks. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Wat betreft artikel negen, opbouwen zon- en feestdagen, zal ik even op ingaan wat de heer Van Rijn graag wil bespreken. Dat artikel negen, wat betreft opbouwen zon- en feestdagen. GroenLinks heeft daar geen problemen mee en we begrijpen ook dat bepaalde evenementen, dat je daar gewoon niet onderuit komt. Wat betreft provinciehandhaving en drank- en horecawet, volgens mij is dat volgens ons zelfs voldoende geregeld in andere reglementen. En ook in deze verordening staat het eigenlijk, valt het buiten de orde. Wat betreft geluidsoverlast, wij vinden het natuurlijk ook belangrijk dat er geen geluidsoverlast is voor de omgeving, maar het verhaal van de heer Zwiers, van de wethouder, is voor ons duidelijk genoeg en wij kunnen ons daar ook in vinden. Dus wij zullen niet meegaan met dit amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik nog niet gehoord, de fractie van Gemeentebelangen. Maar ik weet niet of daar … Mevrouw …: Ja. Ik ben niet in beeld.
De voorzitter: Nee, maar dat is even het punt. Want ik zag u niet in beeld komen. Mevrouw …: Nu ook nog niet, hoor. De voorzitter: Ja, nu wel. Nu is er bij mij wel. Mevrouw Hooijer, ga uw gang. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, dank u wel voorzitter. Nou ja, als laatste denk ik valt er niet zoveel meer toe te voegen. Ik kan natuurlijk wel zeggen dat wij als Gemeentebelangen ook niet meegaan in het amendement. Wat de wethouder, tot dezelfde conclusie waren wij ook gekomen. En voor de rest kan ik zeggen dat wat de heer Kreuze zei, de heer Pomper, ja, zo’n goed verhaal vertelt. Daar kunnen wij ons ook helemaal in vinden. En ik sluit me aan onder andere bij de heer Meesters dat ik me afvraag, waarom moeten we deze hoofdelijke stemming hebben? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, even eerst een korte reactie. De meeste hebben het over die tachtig dB, over het geluid binnen, maar dit is het geluid buiten. Dus dan praat je over publiekdomein. Mensen die zich daar we geven die moeten zich vrij en vrank zonder lawaai, dus zonder lawaai moeten ze zich daar kunnen begeven. Dat is even het eerste. Ja, ik heb het gehoord voorzitter, en ik ga ook niet speciaal hier verder op in. Wij trekken dit amendement nu in, dus hoeven geen hoofdelijke stemming te houden. Het is duidelijk. We zijn er wel over teleurgesteld.
Wij hadden gedacht dat dit toch echt wel een verbetering zou zijn en vooral omdat er ook in het raadsvoorstel staat dat bij overlast van geluid voor omwonenden willen reduceren. Nou ja, met wat er hier staat, lijkt ons dat niet. Maar goed, ik heb het gehoord hoe de meerderheid daarover denkt, dus wij trekken hem bij deze weer in.
De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is het amendement ingetrokken en is aan de orde het oorspronkelijke voorstel, vaststellen van de evenementenverordening en de wijzigingsverordening APV. Dat is aan de orde. De heer Scheffers: Voorzitter? De voorzitter: Ik kijk … De heer Scheffers. De heer Scheffers: Ik wilde graag nog even een stemverklaring hebben en … De voorzitter: Ga uw gang. De heer Scheffers: Ja. De voorzitter: Ga uw gang, mijnheer Scheffers. De heer Scheffers: Ja, ik had niet begrepen dat ik een stemverklaring kon afgeven. Voorzitter, wij zijn overigens akkoord met deze verordening. Dat is wat ons betreft eigenlijk geen enkel punt. Maar waar het om gaat is dit. We weten niet hoe het deze zomer gaat met de coronabeperkingen. Ik hoop wat ons betreft dat die over twee maanden helemaal niet meer van toepassing zijn en ik zou eigenlijk aan het college willen vragen om alles in werk te stellen om de beslistermijn van acht weken, die in deze verordening staat, om die in ieder geval voor deze zomer zo kort mogelijk te houden. Want het kan best zo zijn dat er organisaties zijn die een evenement willen organiseren, maar het gewoon, die de vergunning niet aanvragen, omdat zij niet weten hoe het met de coronabeperkingen gaat en hoe het met de beslistermijn van acht weken is. Dan kan het bewijzen van spreken in september zijn dat we pas iets kunnen organiseren.
Dus mijn vraag is, misschien kan er toezegging komen dat die beslistermijn zo kort mogelijk is. In ieder geval voor deze zomer. De voorzitter: Dank u wel. De heer Pomper, SP. De heer Pomper: Dank u, voorzitter. Ja, ik wil graag ook een stemverklaring afleggen. Ten eerste, het verhaal van de heer Scheffers ondersteun ik van harte. Ook de SP zal de evenementenverordening ondersteunen, dus we stemmen daarmee in. We zijn ook heel blij met het beperken van de overlast, dat wij ook ruimte geven en goed georganiseerde activiteiten, evenementen, en dat we ook hiermee inzetten op voorkomen van gehoorschade. Echter, wij hadden ook graag gezien dat juist in de verordening toch een paragraaf over dierenwelzijn en duurzaamheid toegelicht zou gaan worden. Dat is niet gebeurd. Maar goed, daar kunnen wij het in een toekomstig evenementenbeleid alsnog over gaan hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel voorzitter. Ik zou ook graag een korte stemverklaring willen afleggen. Zal ook geen verrassing zijn denk ik. Voor Partij van de Arbeid is dierenwelzijn zeker ook van groot belang. Dat geldt tevens ook voor duurzaamheid. Evenementen moeten niet alleen voor mensen een feestje zijn, maar zeker ook voor dier en natuur.
We hadden dan net als de SP eigenlijk ook graag gezien dat ten aanzien van deze onderwerpen een meer stellende houding vanuit de gemeente gesteld zou worden. Op het moment dat het evenementenbeleid voorligt, zullen wij daar dan ook zeker zorg voor dragen. Voor nu stemmen we wel in met deze verordening, al is het dus wel met een heel klein beetje pijn in ons hart ten aanzien van dierenwelzijn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Steenbergen.
De heer Steenbergen: De VVD stemt gewoon in met de verordening, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij begrijpen dus best wel dat daar een verordening voor evenementen moet zijn in de gemeente, dus wij zullen wel voor stemmen. Maar wij hadden toch liever die wijziging die wij erin hadden. Dat zou onze voorkeur gehad hebben. En ik sluit mij dus ook echt aan bij degenen die over dierenwelzijn bij de evenementen, want ook dat punt hebben wij nu niet willen noemen. Wij hebben ook niet willen noemen, de stikstofberekeningen bij evenementen. Maar dit zijn toch wel allemaal punten die aandacht moeten hebben. Sus wij zullen wel voor stemmen, zij het in beetje met pijn in het hart. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kreuze. De heer Kreuze: Ja voorzitter, heel kort. Omdat deze stemverklaring toch ook iets van adhesiebetuiging is. Met het door de heer Scheffers voorgestelde wil het CDA dat ook graag doen. Die acht weken termijn, dat is geen verplichting om dat te halen. Kortom, het kan sneller. En het CDA weet ook dat, er zit hier normen in en ook uren, tijdstippen. En wat dat betreft zijn we ook voorstander van goede handhaving. Het beleid is nu mooi en goed tot stand gekomen en nu is het ook zaak om dat met zijn allen goed na te leven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Hien, GroenLinks.
Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Allereerst willen we aangeven dat wij het eens zijn met de heer Scheffers van D66 om die beslistermijn zo kort mogelijk te maken van de zomer. En ook GroenLinks vindt het een gemiste kans dat in deze verordening dierenwelzijn en duurzaamheid niet is opgenomen, maar wij zullen op een later moment daar uitgebreider op ingaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Meesters, ChristenUnie. De heer Meesters: Ja voorzitter, dank u wel. Namens onze partij wil ik dan ook maar zeggen dat wij ook voor deze verordening zijn en dat we hier ons goed kunnen aangeven. Met betrekking tot het dierenwelzijn en de duurzaamheid, is vorig debat al gezegd dat het niet in deze verordening thuishoort, maar we hebben beleid. Daarom vinden wij het geen probleem dat dat op dit moment er niet in staat en dat dat op een later termijn terugkomt. Maar wat ons betreft, goede verordening en dat kan onze zegen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik op dit moment geen meldingen meer in het scherm verschijnen en kan ik concluderen dat uw raad unaniem dit voorstel heeft aangenomen. De heer …: Voorzitter? Voorzitter? De voorzitter: Ja? Oh, de heer Zwiers. Ja, ik had even gedacht, want ik had u wel in beeld, maar ik denk, hij gaat vast zwaaien als hij nog wil reageren. Maar ik zag geen handje verschijnen, maar ga uw gang.
De heer Zwiers: Nou ja, kijk, een stemverklaring is natuurlijk geen vraag stellen, maar er is ook een vraag gesteld en ik denk dat het goed is dat we die ook beantwoorden alsnog. Kijk, het is voor ons heel lastig om daarin een toezegging te doen, omdat we niet weten wat er komt. En het is ook niet zo dat we onnodig kunnen rekken, maar we hebben die termijn ook juist wat lager gemaakt, omdat we zorgvuldig willen zijn. En dat wilt u volgens mij ook, dus daar moeten we wel rekening mee houden. Dus ik kan in feite niet verder weten wat er allemaal komt, kan ik niet zeggen: we gaan die beslistermijn verkorten. Maar daar waar het
sneller kan, zullen we niet aarzelen. Maar ik kan daar niet een vaste toezegging in doen. En ik sluit me graag nog even aan bij wat de heer Meesters zei. Dat heb ik volgens mij in de vorige vergadering ook al gedaan, dat die er wel zijn en nu dus niet in de verhoudingen thuishoort, maar in het beleid. En daar hebben meerdere fracties ook al gewag van gemaakt, dat ze dat bij een volgende beleidsnotitie zullen meenemen. En dat is ook het juiste moment, denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we dit punt behandeld en concludeer ik dat uw raad unaniem instemt met het voorstel zoals het hier voorlegt. Dat is het geval. 1.5 Visie Dienstverlening gemeente Hoogeveen 2021-2025 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 1.5, de visie Dienstverlening gemeente Hoogeveen 2021-2025. Voorstel is om deze vast te stellen. U gaat daarmee akkoord? De heer Steenbergen, VVD. Mijnheer Steenbergen, ik hoor u niet. Misschien uw geluid? De heer Steenbergen: Ja voorzitter, nu? De voorzitter: Dank u wel. Ja. De heer Steenbergen: Ik had hem helaas niet aangezet, klopt. Mijn stemverklaring die ik graag wil afgeven namens de fractie is dat, uiteindelijk zal de visie duidelijkheid moeten verschaffen welke dienstverlening door de gemeente geleverd wordt. In een plan van aanpak hoort daarbij rekening te houden geworden met de kerntakendiscussie. Die hebben wij in het debat ook aangevoerd.
De raad wat ons betreft ook meegenomen moet worden met het opstellen van het plan van aanpak en vervolgens, we gaan verder gewoon akkoord met de voorliggende visie. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nu even of ik niemand oversla. Als ik … De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja voorzitter, wij zullen ook voor deze verordening zijn. Visie, sorry. Ik had de vorige nog in mijn gedachte. Maar wij sluiten ons ook aan bij de VVD in deze. De voorzitter: Dank u. Dan concludeer ik dat met deze stemverklaring een u van mening bent dat u, u gaat akkoord met het voorstel zoals het voorligt. Dus ook dan unaniem door uw raad aangenomen. Dank u wel. 1.6 Terugdraaien bezuinigingen De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 1.6, het terugdraaien van de bezuiniging. Daar is ook al aangegeven dat er eventueel stemverklaringen voor zouden worden gegeven. Mevrouw Pullen. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Nou, de ChristenUnie, die ziet in dit voorstel dat het college maatschappelijke kracht waardeert. Het gaat hier echt om een inzet van 56 vrijwilligers die een bijdrage leveren aan de mentale en fysieke gezondheid van vrijwilligers in Hoogeveen. Daar zijn wij blij mee. Dragen wat ons betreft echt bij aan de sociale cohesie. Wat ons betreft laat dat ook een blijvend leerpunt steeds zijn bij bezuinigen.
Er moet steeds ook in de bezuinigingen evenwicht zijn tussen wat de effecten zijn, wat de maatschappelijke gevolgen zijn, wat doet hij met mensen, wat doet het met de samenleving. En dat heeft onze voorkeur in eerste instantie meer dan dat we de cijfers belangrijk vinden. En natuurlijk zijn de euro’s belangrijk, maar we moeten dat wel in balans brengen met elkaar. En daarom zullen we ook zeker instemmen met dit voorstel. Daar zijn we ook blij mee.
De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Rijn, SGP. De heer Van Rijn: Ja, ik had dus al aangegeven over die brief. Kunnen wij daar een reactie van het college op krijgen nog voordat de hamer valt? De voorzitter: Dank u wel. De heer Steenbergen, VVD. De heer Steenbergen: Ja voorzitter, wij vonden als VVD dat mevrouw Pullen dit eigenlijk perfect verwoord had. Dat is hoe wij er ook in zitten. Dus dat steunen wij van harte. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Hien, GroenLinks. Mevrouw Van Hien: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, we zijn blij dat het, op zich met het terugdraaien van deze bezuiniging. Toen dit ter sprake kwam van de zomer, waren wij eigenlijk als enige tegen deze bezuiniging, omdat wij het zagen als een aanvulling ook erbij. Dus wij zijn blij dat dit nu gewoon niet meer doorgaat. Wij zullen uiteraard ook instemmen met dit voorstel. De voorzitter: De heer Oosterlaak, SP. De heer Oosterlaak: Ja, dank u wel mijnheer de voorzitter. Op zich vinden wij het prima dat de bezuiniging teruggedraaid wordt. Het is natuurlijk een nuttige voorziening, het vrijwilligersvervoer. Tegelijkertijd zijn wij ook zeer bezorgd over de manier waarop eigenlijk niet nadenken over, wat is op een gegeven moment toch ook verdringing in dit kader van wmo-vervoer? Ja, je kunt zelfs spreken van broodroof op een gegeven moment.
Op het moment dat mensen hun baan verliezen, omdat vrijwilligers het overnemen. Of er zijn natuurlijk ook voorbeelden bekend van mensen die eerst een baan hadden en vervolgens dat op vrijwillige basis moeten gaan uitvoeren in de bijstand. Dat zijn allemaal ontwikkelingen waar we denk ik ook in Hoogeveen niet op zitten te wachten, dus wij denken dat het goed is om nog eens … De voorzitter: Ik constateer dat de heer Oosterlaak … In ieder geval bij mij staat het beeld nu stil en het geluid is weg. Is uitgepraat. Mag ik de heer Van Rijn even vragen om zijn microfoon even uit te zetten? Dank u wel. Ik ga even naar de volgende en we appen even met de heer Oosterlaak om aan te geven dat die inderdaad op dit moment even buiten beeld is, maar we kijken of hij nog weer terug in de vergadering komt. Mevrouw Bouius. Mevrouw Bouius-Feyen: Ja, ook het CDA wil eventjes iets zeggen, maar mevrouw Pullen heeft, het zal in de naam zitten, eigenlijk precies hetzelfde verteld wat wij ook op papier hadden en wij gaan hier dus mee akkoord. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Schonewille, Partij van de Arbeid. Mevrouw Schonewille: Ja, dank u wel voorzitter. Bij de Partij van de Arbeid zijn we blij met het voorstel. Niet aan aanzien inderdaad van per se de euro’s, zoals mevrouw Pullen ook al aangaf, maar juist specifiek ook ten aanzien van die inhoud.
We kunnen ons goed voorstellen dat het vrijwilligersvervoer goed werkt voor de mensen die daar gebruik van maken en dat het dus prettig is dat dat behouden blijft of weer terugkomt. En we zien wel graag een reactie dus inderdaad van de wethouder op het stuk. Zoals de heer Oosterlaak het noemt, broodroof, dat vind ik iets overdreven, want het gaat hier om een voorziening die al iets langer loopt. Maar we zien wel graag een reactie van de wethouder op dat onderdeel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Scheffers.
De heer Scheffers: Sorry voorzitter, ik had niet het woord willen hebben, maar nu ik het toch krijg, wil ik nog wel even wat zeggen. Ik heb gesproken met verschillende vrijwilligers van Hoogeveen Vervoerd en eigenlijk heb ik de indruk gekregen dat het een perfect draaiende organisatie is die al enige jaren loopt in Hoogeveen en waar wij alleen heel blij mee moeten zijn. Dus wij zullen ongetwijfeld, wij zullen voor stemmen voor dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er gevraagd om een reactie van de kant van de wethouder, dus ik geef het woord even aan wethouder Tabak. Tenminste, zij appte net dat ze ook nog graag wat wilde zeggen. Ze krijgt haar microfoon niet aan krijg ik nu in beeld. We gaan even wachten, want ja, u wilde toch graag een reactie van de wethouder. Mevrouw Hooijer-Everts: Voorzitter? De voorzitter: Ja, ik weet niet wie nu voorzitter roept. Ik kan het nu niet zien, maar … Mevrouw Hooijer-Everts: Ik ben blijkbaar weer niet in beeld, maar ik ben mevrouw Hooijer van Gemeentebelangen. De voorzitter: Ja, mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: En ik wilde ook nog even, nou, het meeste is alweer gezegd … De voorzitter: Oh sorry, sorry dat ik u even onderbreek. U bent nog met een stemverklaring ronde bezig begrijp ik. U wilt daar nu bij aansluiten. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja. De voorzitter: Ja, nee, is goed.
Geef ik in ieder geval de wethouder even de kans om opnieuw in te loggen. Dus die logt nu uit en die gaat opnieuw inloggen. Dus als u uw stemverklaring zolang houdt tot dat de wethouder werd terug is, dan gaat het naadloos in elkaar over. Mevrouw Hooijer, ga uw gang. Mevrouw Hooijer-Everts: Nou ja, ik kan me aansluiten bij de vorige sprekers dat wij ook blij zijn hoe deze ontwikkeling zich voltooid. Alleen wij hebben wel moeite met dat de bezuinigingen worden teruggedraaid en dat er staat dat mensen denken, goh, gaan die bezuinigingen niet door? Maar het is dus eigenlijk, levert dat geld op. Maar los daarvan, zoals ook al gezegd is, gaat het ook om de inhoud dat we blij zijn en zullen we ook zeker hierin meestemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Tabak: Volgens mij ben ik inmiddels wel te horen. De voorzitter: Ja, nu wel ja. Ja, het is heel duidelijk. Wethouder Tabak is weer in the house, dus ik geef graag het woord aan de wethouder. Ga uw gang. Mevrouw Tabak: Ja, ik was wel in the house, maar ik had eventjes geen geluid. Ja, er is gevraagd om een reactie naar aanleiding van de brief die is gestuurd. En eigenlijk die brief, die geeft drie aandachtspunten aan. Er zou sprake zijn van werkverdringing/ oneerlijke concurrentie, maar er wordt ook gesproken van onveiligheid. Nou, wij hebben hier goed naar gekeken en onze indruk is dat het vrijwilligersvervoer niet te
vergelijken is met een commercieel taxibedrijf. Het is echt een vrijwilligersinitiatief. De organisatie wordt ook geleid en gerund door vrijwilligers. Er komen geen professionele krachten bij aan te pas, dus het is helemaal niet de bedoeling om werk te verdringen. Daar hebben ze ook helemaal de capaciteit niet voor en dat is ook niet de wens van de organisatie. De vrijwilligers, die worden allemaal getraind. Die worden ook getest voor hun rijvaardigheid en ook hebben ze allemaal een verklaring omtrent gedrag. Dus dat is belangrijk voor wat betreft de veiligheid van het vervoer. En de bedoeling is ook om dit uit te breiden met EHBO en reanimatie. En ten slotte is het ook belangrijk om te weten dat de stichting gewoon verzekerd is. De stichting beperkt zich tot een doelgroep die normaal gesproken niet gauw de deur uitgaat. Dus het is ook niet de reguliere doelgroep die gebruik maakt van een taxi. De stichting is al langer actief. Dat is ook al eerder door sommige raadsleden aangegeven. Dus de stichting deed eigenlijk al wat ze nu weer gaat doen. En vrijwilligersvervoer biedt ook gewoon een service die de taxi niet kan bieden. En een van de belangrijkste dingen, en dat vind ik eigenlijk een heel bijzonder initiatief, is dat vrijwilligersvervoer van kamer tot kamer gaat.
De vrijwilligers begeleidt de cliënt ook binnenskamers, binnen het gebouw waar hij of zij moet zijn, biedt ook een luisterend oor. Nou, dat zijn allemaal zaken, die zijn bij een taxibedrijf helemaal niet aan de orde. Het is gewoon geen commercieel vervoer. Je moet bijvoorbeeld twee dagen van tevoren bellen om te reserveren. Het is een mooi initiatief en een zijspoor is dat het de gemeente geen geld kost, maar geld oplevert als we die subsidie in stand houden. Vandaar dit voorstel, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk ook nog even, want de heer Van Rijn had aangegeven dat hij nog even een eerste reactie van het college zou willen horen. Die reactie is geweest, dus ik geef het woord aan de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Ja, fijn dat er toch even aandacht aan deze brief gegeven is, als zijnde een inspraak. Wij zijn ook helemaal voor dit voorstel. Wij vinden ook juist het initiatief met vrijwilligers, vinden wij een heel mooi concept en wij vinden gewoon, daar moeten wij gewoon heel zuinig op zijn en koesteren en als het kan nog wat uitbreiden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat uw raad akkoord gaat met het voorstel onder 1.6. Dat gebeurt weer unaniem. Dank u wel. 1.7 Kadernota Recreatieschap Drenthe 2022 De voorzitter: Dan komen we bij 1.7, de kadernota Recreatieschap Drenthe van 2020.
Kennis te nemen daarvan. Geen beleidsinhoudelijke zienswijze indienen, maar wel een financiële. De heer Steenbergen, VVD. De heer Steenbergen: Ja voorzitter, de VVD gaat akkoord met de zienswijze. Wat we daar nog bij op willen noemen, is eigenlijk dat natuurlijk het college veel succes wensen om die zienswijze erdoor te krijgen, omdat er meerdere gemeentes in deze gemeenschappelijke regeling meedoen. Daarnaast vinden we het Recreatieschap van groot belang voor Hoogeveen, maar ook gezien de begroting en de resultaten die we hebben gezien van het Recreatieschap zou deze verhoging eigenlijk best binnen de begroting opgelost kunnen worden. Maar wij steunen de zienswijze die het college graag wil inleveren. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even of er nog meer verklaringen zijn. Dat is niet het geval zoals ik nu zie. Dan constateer ik dat uw raad ook met het voorstel onder 1.7, dat u daar allen mee akkoord gaat. Dat is het geval.
1.8 Vaststelling besluitenlijst 18 februari 2021 De voorzitter: Dan kom ik bij 1.8, het vaststellen van de besluitenlijst van 18 februari jongstleden. U kunt daarmee akkoord gaan? Dat is het geval. 1.9 Sluiting besluitvormende ronde en vergadering De voorzitter: Daarmee zijn we aan het einde van de vergadering gekomen, de sluiting van het besluitvormende deel en de vergadering. Ik dank u allen en wens u nog een prettige avond. De heer Van Rijn: Allemaal hetzelfde. Mevrouw …: Fijne avond.