CConstaterende datHoogeveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 02 02 SWO de Wolden Hoogeveen Gemeenteraad Hoogeveen

Raadsavond 2 februari 2023, gemeente Hoogeveen9.649 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE HOOGEVEEN d.d. 2 februari 2023

2.

Debatronde (Raadzaal) De voorzitter: Goeienavond allemaal. Welkom bij deze debatronde over carbidschieten.

2.1 Opening debatronde De voorzitter: Welkom aan de kijkers thuis, mensen op de publieke tribune, college en uiteindelijk ook de raadsleden. Zoals gezegd, we gaan met elkaar vanavond in debat over carbid, een traditie binnen onze gemeente. Het college heeft een voorstel gedaan om de APV, de Algemene Plaatselijke Verordening op dit punt te wijzigen door een meldplicht in te voeren voor het afschieten van carbid en de mogelijkheid tot het stellen van nadere regels door het college in verband met de veiligheid. Het is dus de bedoeling dat het, de raad over deze punten met elkaar in debat gaat. Aan het einde van de debatronde bepalen we of het besluit ook rijp is voor besluitvorming. En dat zal dan op 16 februari plaatsvinden. Er hebben zich geen insprekers gemeld, dus dat betekent dat we direct aan het debat kunnen beginnen. 2.2 Spreekrecht De voorzitter: Ja, u kent de spelregels. De eerste termijn, voorlopig standpunt, geen interrupties en geen vragen. Vervolgens gaan we per debatpunt in de tweede termijn met elkaar aan de slag. En dan kan het college indien nodig reageren. En we hebben denk ik, zo'n beetje een uur voor dit onderwerp. 2.3 Wijziging artikel 38c. Carbid in de APV 2007 De voorzitter: Wie mag ik het woord geven? Ik zie nou, ik zie dat mevrouw Hooijer zich als eerste heeft gemeld. Mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer-Everts: Ja, voorzitter, dank u wel.

Mijnheer Van Marijn wou hem al afschieten, maar daar mag ik mee beginnen. Voor ons ligt het raadsvoorstel om in te stemmen met de wijziging van artikel 38c. Carbid in de APV 2007. Kleine wijziging met wellicht grote gevolgen. Als Gemeentebelangen hebben wij tradities, maar vooral hoog in het vaandel. En carbidschieten is daar één van. Daarnaast staat veiligheid ook hoog op onze prioriteitenlijst, maar ook onnodige regelgeving. Al jaren roepen we om minder regelgeving. En ja, helaas is het omgekeerde steeds het geval. Wanneer we dan kijken naar het aantal ongelukken die gebeuren bij het afsteken van carbid, dan is het voor ons geen reden om hier strengere regels aan te gaan stellen. Het is een traditie die van generatie tot generatie overgaat en dat willen we graag zo laten bestaan. Uiteraard zijn we wel blij met de wijziging van artikel 39 en dat betekent dus eigenlijk dat we deels wel en deels niet eens zijn met het raadsvoorstel en dat er dus eigenlijk een amendement zou moeten komen. Maar goed, dat amendement is er al, ligt er al van het CDA. We dachten dat het een stilzwijgende afspraak was om tijdens het debat met het amendement te komen, maar ja, de verkiezingen komen eraan en dat zou wellicht een, kunnen zijn dat het ook zelfs al in de pers gedeeld is. Maar goed, ik kan me niet voorstellen dat het onwetendheid is van het CDA, want dat is het zeker niet.

Maar, als Gemeentebelangen en voorstander van deze wijzigingen in het amendement die genoemd zijn, zijn wij ook wel benieuwd naar de standpunten van de andere partijen hierin. Want wij kunnen ons helemaal vinden in het amendement wat hier voorligt. We hebben daarnaast nog een vraag voor het college en dat is wat de participatie betreft, of er ook groepen

meegenomen zijn, carbid schietende groepen die misschien wellicht al bekend zijn en hoe die hierin meegenomen zijn. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hooijer. Geen debatpunten, begrijp ik? Mevrouw Hooijer-Everts: Nou ja, de vraag hoe andere partijen erin staan over die regelgeving. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Klok, VVD. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. We debatteren vandaag over een traditie, over cultuur. Dit soort onderwerpen liggen altijd beladen. Carbid is een traditie die met name sterk leeft in de regio waarin wij leven. Carbid is meer dan enkel een melkbus, Carbidbal en dan de knal. Het gaat om spontaan samenkomen. Gezelligheid, het jaar afsluiten. Waar wij als politiek voor moeten waken landelijk, provinciaal en ook gemeentelijk is dat wij is dat van tradities afschaffen of inperken geen traditie gaan maken. Zoals ik zojuist aangaf, gaat carbidschieten om het spontaan samenkomen, gezelligheid en het jaar afsluiten en juist die spontaniteit staat met deze verdere inperking onder geding. Laten we onze regionale traditie koesteren. We hebben contact gehad met de groep Stichting Carbidschieten Drenthe. Zij geven ook aan, Hoogeveen is een gemeente waar nog veel mag en ook veel kan. Maar is dit fout, vindt Stichting Carbidschieten Drenthe dit onwenselijk? Nee, juist niet. Laten we dit koesteren.

Carbidschieten hoort bij Hoogveen, hoort bij oud en nieuw, laat dat duidelijk zijn. Wij zullen tegen dit voorstel stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar mevrouw Pullen van de ChristenUnie. Mevrouw Pullen-Muis: Dank u wel, voorzitter. Nou, ChristenUnie kan heel kort zijn. Wij waren in principe gewoon voor dit voorstel, we hadden als voorlopig standpunt ook om dit te accepteren en daar positief op te reageren. Dus dat is ons voorlopig standpunt. We hadden ook geen debatpunten, maar nu inmiddels het amendement van CDA en ook de reactie van Gemeentebelangen hoor ik en van de VVD, denk ik dat we gaan instemmen met het amendement wat al voorligt, wat we straks gaan nog, misschien nog gaan bespreken. Maar in ieder geval de meldplicht vinden we wel belangrijk, dat moet blijven wat ons betreft, zeker omdat dat dat toch om veiligheid gaat. En nou, persoonlijk ben ik zelf niet zo van Carbid, een beetje doof ervan worden, maar wij kunnen op zich dan wel leven met wat het CDA wil inbrengen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik eerst naar de heer Van Rijn en dan naar de heer Feenstra. De heer Van Rijn: Dank u wel, voorzitter. Wij begrijpen het voorliggende raadsbesluit heel goed, daar zullen wij ook mee instemmen. Wij vinden dat juist een hele goeie zin die het college daarin zet. Het is helemaal niet betuttelend, het is ook niet helemaal beperkend.

Het is alleen om te weten op welke plaatsen wordt de carbid geschoten? En als er wat gedoe door komt, dan weet je ze ook te vinden. Want daar en die hebben zich moeten melden, die hebben daar nou, dus dan weet je ze gewoon te vinden. Dat vind ik gewoon een hele logische besluit om dit zo te doen. Dus wij zullen voor dit raadsbesluit zijn. En ik heb toch, ik had eerst ik doe geen, maar ik ga toch een debatpunt. Mooie traditie, knallende traditie. Hoe denken wij daarover over onze fauna? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de overkant, de heer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Dank u wel, voorzitter. Als nieuw raadslid zit je soms te kijken naar stukken en dan lees je iets en dan denk je, ja, daar zit best iets in. En soms denk je, nou, dat kan ook wel een tikkeltje anders. Maar

dit was een voorstel waar werkelijk mijn mond open viel van verbazing, dat ik dacht, moet dit nu in Hoogeveen gaan gebeuren. Toen ik jong was studeerde ik in Kampen en in Kampen hebben ze ook carbidschieten. Nou, dat gaat wel iets anders dan in Hoogeveen. Dan gaan ze met melkbussen door de oude straat. Als u ooit in Kampen bent geweest, weet u dat dat ook een smalle straat is. En in de volkswijk Brunnepe, daar schieten ze ook carbid, maar daar gaat het nog met deksels die niet eens aan een touw vast zitten, die knallen er allemaal op los. Dus ik kan mij voorstellen dat je op zo'n moment moet denken: Moet dit hier wel zo? Maar dit voorstel, je moet je gaan melden. Nou, ik heb daar wel eens vaker van gehoord, dat hooligans zich moeten melden als Feyenoord komt voetballen, want ja, dan kun je beter niet in het stadion zitten als je die persoon bent. Maar het meldplicht bij carbidschieten. Hoe moet ik me dat voorstellen? Dat zijn eigenlijk hele laagdrempelige clubs, die komen bij elkaar, die nemen wat mee te drinken, ze organiseren het goed zodat er geen ongelukken plaatsvinden. En ik zie ook gewoon gebeuren hier, dat dat eigenlijk heel keurig gaat in Hogeveen. Dus dit kan niet de bedoeling zijn, zou ik zeggen.

Want afgelopen maandag hadden we een avond met de directeur van de gemeente en die vertelde ja, we moeten ook nieuwe prioriteiten stellen, want we kunnen niet alle taken zo uitvoeren zoals we dat graag willen. Ja, dan denk ik: Is dit dan iets waar de gemeente zich moet gaan bezighouden? Alsjeblieft, laten wij deze regeldruk afwenden en zorgen dat de APV op orde komt. Maar ook zo'n formulering als van jaren Burg, er kunnen extra regels gesteld worden door het college. Nee, beste mensen, dan gaan we echt de verkeerde kant op. De overheid moet zich concentreren op de kerntaken. En dit is er wat mij betreft niet één. Ik kan me wel voorstellen dat we die regel van die vijfenzeventig meter op afstand van waar mensen wonen, dat die regel ook wat strakker kan worden gehandhaafd. Ik ben sowieso heel erg benieuwd hoe dit handgehaafd moet gaan worden als we deze nieuwe regels krijgen. En ik zou er eerder een voorstander van zijn, dat we wat meer handhaven op die periode vóór oudjaar en de periode na oudjaar, want dan gaat er nog heel wat de lucht in en dat is vaak geen carbid. Maar laten we ons met deze regels beperken en zorgen, die regels die we stellen, dat we die dan ook kunnen handhaven.

We hebben twee discussiepunten: Voor welk probleem is dit eigenlijk een oplossing? En, hoe moeten we dat voorstellen bij die aanvullende bevoegdheden? Want de burgemeester heeft toch altijd de bevoegdheid om een noodverordening toe te passen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Feenstra. Wie mag ik dan, de heer Baalman van de SP. De heer Baalman: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben hier echt heel goed naar gekeken. Wij zijn ook wel tegen de regeldrift van de overheid, alleen sommige dingen moet je reguleren. Ik kom zelf regelmatig in de provincie, in de gemeente Emmen en omgeving. Is ontzettend veel overlast geweest met carbidschieten. Is nu gereguleerd en gaat stukken beter. Maar ik vind ook, carbidschieten in Drenthe, dat is een mooie traditie en die moeten we ook in stand kunnen houden. Maar carbidschieten met één bus zoals de traditie eigenlijk was, of met een kanon, waar je eenenzestig bussen op volautomaat de hele nacht laat door stampen, is een heel groot verschil. En er wordt nu gezegd van ja, het gaat zo goed. Ja, het gaat nu heel goed. Maar vergeet niet, dit jaar, afgelopen jaarwisseling was er een dode door carbidschieten. Ik heb even nagezocht, in Heerenveen ziekenhuis twaalf gewonden door carbidschieten, waarvan zes zwaargewonden. Denk ik van ja, het gaat goed, maar het kan ook heel snel veranderen.

Dan moeten we nog eens nadenken over de overlast bij mensen met, die dieren hebben of mensen die een oorlogstrauma hebben. Daar denken we niet na. Ze hebben al zoveel last van het vuurwerk en dan dit er ook nog extra bij. De afstand van vijfenzeventig meter tot de bebouwing, echt wel een minimale afstand. Wij hebben, liever hadden we hem nog veel en veel groter gehad. Want als je vijfenzeventig meter van een zeg een flat of een verzorgingscentrum afzit, dat knalt zo hard door dat mensen daar met angst en beven bij de ramen zitten. Door deze meldingen, door deze meldplicht in te voeren, het is een eenvoudige melding, zeggen waar, hoeveel en hoe je kan organiseren met publiek en dat soort dingen, denk ik dat we de handhavers een mogelijkheid geven om te reguleren en te handhaven. Wij denken dat hier

minder overlast en hogere mate van veiligheid wordt ingevoerd. Wij zijn ook voornemens om met deze wijziging in te stemmen. In debat zou ik nog graag een keer over die vijfenzeventig meter willen hebben, want wij willen hem wel, eigenlijk nog veel langer hebben. Dank u wel. De voorzitter: Ja, u ook bedankt. Dan ga ik nu door naar de heer Van Eck van de PvdA. De heer Van Eck: Dank u wel, voorzitter. Ruim voor dit debat deelde het CDA al mee wat haar standpunt is ten aanzien van carbid, onder meer op Twitter. Op Twitter lazen wij, CDA Hoogeveen is van plan om tegen het voorstel van het college te stemmen waarin een meldplicht wordt ingesteld voor het afschieten van #carbid op #oudjaarsdag, lees verder op onze website. Maar als je dan op die link klikte, dan kreeg je de melding, oeps, we zitten er even naast. Dat is niet voor het eerst, dacht ik. En we kunnen ons voorstellen dat binnen de CDA ook wel een flinke discussie gevoerd is. We hebben nu een beetje soort anarchistische gedoogsituatie en dat wil het college omzetten in heldere law and order regels, dus daar zal het CDA best wel moeite mee hebben gehad. En hun voorman, een van, sorry, een van de fractieleden is de voorman van de carbidcampagne in Drenthe. Overigens niet te verwarren met wietcampagne. Dat is weer wat anders, ook daar weet hij wel wat van.

Maar ook in onze fractie is uitvoerig gediscussieerd over dit onderwerp. Een van onze fractieleden woont in het buitengebied en kon vertellen over in brand gestoken bankstellen, in brand gestoken autowrakken, overvloedig alcoholgebruik door minderjarigen bij carbidfeesten op oudjaarsdag. Die luide knallen, die dringen vanuit het buitengebied tot diep in het centrum van Hoogeveen door, wist een ander fractielid te vertellen. Moeten we dat carbidschieten dan maar verbieden? De situatie is, dat in onze gemeente op oudejaarsdag massaal met carbid wordt geschoten en het staat zelfs op de inventarislijst immaterieel erfgoed Nederland. En het hoeft niet met overlast gepaard te gaan. Maar, vroegen we ons dan af, zorgt dan een meldingsplicht ervoor dat iedereen keurig binnen de lijntjes kleurt? Er wordt nu ook buiten de lijntjes gekleurd. En als de handhavers willen weten waar, dan hoeven ze maar op hun gehoor af te gaan. En de bevoegdheid van het college om nadere regels te stellen, wanneer treedt die bevoegdheid in en welke nadere regels worden dan al gesteld? We waren er nog niet uit, we waren nog volop in discussie en toen werden we gered door het CDA. Strap lid 3, nadere regels en strap lid 4, meldingsplicht was het voorstel van het CDA. Dat leek ons wel wat.

Maar dat lijkt dus een mooi voorstel, maar als je dan gaat kijken naar de oude tekst in de APV en het voorstel van het college en je haalt daar lid 3 en lid 4 uit, dan hebben we het toch eigenlijk over de oude tekst van de APV. Dus mijn vraag, mijn debatpunt hier aan mijn collega's is en vooral aan de CDA … De voorzitter: De heer Van Eck, zou u het tot uw eigen punt even willen beperken? Dan straks in de tweede termijn gaan we wel over het amendement debatteren. De heer Van Eck: Maar mocht toch een debatpunt inbrengen? De voorzitter: Oh, dat bent u nu mee bezig. Dat is prima, dan wacht ik nog even. De heer Van Eck: Mijn vraag, mijn debatpunt is: Hoe duiden collega’s dat, de wijzigingen, de voorgestelde wijzigingen van het CDA ten opzichte van de huidige tekst van het APV? De voorzitter: Dan ga ik door naar mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, is goed, dank u wel. Nou, en op die vraag van mijnheer Van Eck zal ik aan het eind van mijn betoog een reactie alvast geven. En ik wou ook alvast opmerkingen, gelukkig nog maar twee raadsvergaderingen en dan zijn de verkiezingen weer voorbij. Ja, een raadsvoorstel over het verplichten van

het doen van een melding van carbidschieten met oud en nieuw. Het lijkt best wel logisch, want je wilt als gemeente weten waar dit plaatsvindt, zodat je het een beetje in de gaten kunt houden. En meerdere gemeenten in Drenthe hebben al een meldplicht ingesteld. Als wij dit ook doen, standaardiseren we het beleid in Drenthe. Klinkt best aanlokkelijk, maar toch roept het veel vragen op, eigenlijk vooral vragen aan het college maar ook aan de raad. Net als het CDA vragen wij ons af: Welk probleem lost dit voorstel nou eigenlijk op? Is er een probleem dat opgelost moet worden? Verplicht melden en een college dat aanvullende eisen kan gaan stellen, staat dat niet haaks op elkaar? Of hou je het zoals het nu is? Of zeg je dat mensen een vergunning moeten aanvragen, want bij een vergunning kun je eisen stellen. Kan dat ook bij een melding? Wij weten niet of dat juridisch ook hout snijdt. Maar, wat je dan ook verplicht stelt, een vergunning aanvragen of het melden, dan moet je het ook wel gaan handhaven. Gaan we dat ook doen, hebben we daar capaciteit voor? En als we dat niet gaan doen, ja, wat voegt melden dan eigenlijk toe? En wat is het gevolg van niet melden? Krijg je dan een boete, leggen we de bijeenkomst stil? Daarnaast vraag ik me nog af wie zich zou gaan melden. De mensen die elk jaar op dezelfde plek carbid afschieten met wat vrienden, die gaan zich vast wel melden.

Maar de enkeling die in misschien een opwelling denkt, ik ga eens midden in de straat dus op een gevaarlijke plek en misschien ook op een gevaarlijke manier carbid afschieten, die gaat zich niet melden en dat is ook nog eens heel lastig te handhaven. Afhankelijk van de reactie van het college zullen wij ons definitieve standpunt bepalen in het dossier, maar op dit moment zien we nog niet de toegevoegde waarde van het voorstel. En we horen dan ook of hebben we net gehoord van de andere fracties, of zij wel de noodzaak zien. Het amendement. Ja, dat klinkt dan aanlokkelijk, want daarmee wijzig je het raadsvoorstel. Maar als we met dat amendement in zee gaan, dan doen we eigenlijk alleen een technische aanpassing van de huidige APV. Dan klopt het raadsvoorstel ook niet meer met de achtergrond, achtergrondbeschrijving van het voorstel, want daarin wordt de link gelegd van die standaardisering in Drenthe en nog een argument wat ik even niet voor de bril heb. Dus, moet dan niet even het hele raadsvoorstel terug naar de tekentafel, zodat er een technische wijziging wordt voorgesteld van de afstandsbepaling en het artikel wat toegevoegd moet worden? Dat lijkt mij dan logischer, anders wordt het zo'n rommelig voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U had wat vragen aan het college. Oké. Dan ga ik door naar de buurman, de heer Van Hoorn van GroenLinks.

De heer Van Hoorn: Ja, dank u wel, voorzitter. Veel van wat GroenLinks vindt, is al gezegd door de heer Van Eck, de heer Baalman en de heer Van Rijn. Wij zijn in principe voornemens om in te stemmen met het raadsvoorstel. Ik kan ook veel van de debatpunten van de andere partijen, heb ik ook een mening over. Ik wil nog wel graag aan de medepartijen meegeven, dat ik heb, naar aanleiding van dit voorstel contact gehad met verzorgingsgroep Philadelphia en Vanboeijen. En hoe zij er nou precies tegenover stonden met die vijfenzeventig meter, hoe dicht dat op hun instellingen zijn. Zij hebben, gaven toch wel aan dat hun bewoners en ook de medewerkers best wel veel last hebben van de geluidsoverlast die carbid en ook, onder andere ook vuurwerk met zich meebrengt. Dus ik wil wel inderdaad ook nog graag nog wel kijken naar vijfenzeventig meter afstand. Is dat niet te dichtbij bij verzorgingsinstellingen of eventueel inderdaad dierenklinieken? Dat is het enige, voor de rest geen vragen. De voorzitter: Dank u wel. Dan sluit u aan bij het debatpunt van de SP. De heer Van Hoorn: Yes. De voorzitter: Dan ga ik door naar Forum, de heer Vos.

De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik kan hier weer een heel verhaal gaan ophangen ook over dat het een culturele traditie is die voor de ja, volgende, de zoveelste culturele traditie eigenlijk die achter mekaar eigenlijk de nek om wordt gedraaid langzamerhand. En dat hebben andere partijen ook al gedaan, dus dat zal niet, denk ik niet heel veel nieuws zijn. Maar ook in het kader van het debat zouden we eigenlijk als FvD, omdat we ook kijken eigenlijk naar grotere trends - vandaag is eigenlijk een beetje de dag van de grotere trends natuurlijk die we proberen te beschrijven – willen we eigenlijk een fundamentelere vraag stellen: Waarom moeten we nou alles vastleggen? De heer Van Rijn had het er net natuurlijk ook al over. Het is handig als de overheid het weet waar het nou allemaal plaatsvindt. Maar waarom is dat toch zo? Hoe wij dat heel erg zien is dat het eigenlijk een beetje, ja, de drang eigenlijk een beetje van de moderne mens en de overheid dat alles maar moet, beteugeld moet worden en moet vastgelegd worden in procedures en systemen. Ja, wat gebeurt er dan eigenlijk wanneer dat zo wordt vastgelegd? Dan, zoals de VVD net ook al zei, dan vernietig je eigenlijk de hele spontaniteit van een evenement, van eigenlijk een menselijke uiting. De vitaliteit van de mens.

Ja, FvD is eigenlijk van mening, dat die vitaliteit en die spontaniteit nou juist de mens definiëren, dat we daar plezier uithalen in ons leven. Dat zijn de mooie dingen en die hebben wij verankerd in een cultuur. Ja, ik denk dat we zeker vanuit, na de nasleep van, ja, na de coronacrisis heel erg hebben gezien dat er echt een hyperfocus is ontstaan op de kwantiteit van leven en op het veiligheidsaspect. Dat werd eigenlijk boven alles neergezet. Dus dat is ook niet heel raar, dat het college denk ik nu met dit soort verordeningen komt. Ja, de culturele focus ligt daar natuurlijk ook wel heel erg op. Maar dan wil ik eigenlijk voor het, ook voor het debat, maar ook een vraag aan het college, hoe zij hierin staan. Wat is voor zowel de rest van de partij als voor het college nou belangrijker, de kwaliteit of de kwantiteit van het leven? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we eerst even naar het college, naar de heer Loohuis. Ik heb een aantal vragen genoteerd vanuit Gemeentebelangen over participatie, D66 over het verschil tussen melding en vergunning en de handhaafbaarheid van de meldingen en tot slot de vraag van Forum voor Democratie, wat het college belangrijk vindt, kwaliteit of kwantiteit van het leven. De heer Loohuis. De heer Loohuis: Ja, dank u wel. Laat ik even de context nog even en dan heel specifiek de beantwoording passend daar wel in.

Want ik hoor verschillende opmerkingen maken, wat absoluut niet past bij het voorstel wat het college aan uw raad doet. Het gaat niet om het de nek omdraaien van een culturele traditie, het gaat niet om het bemoeilijken van de culturele traditie, het gaat niet om de traditie in de weg te staan of onder een vooruitgang van eigen creativiteit. De voorzitter: De heer Loohuis. De heer Loohuis: Ja, ik vind het toch belangrijk dat ik deze context … De voorzitter: De heer Loohuis, wilt u zich beperken tot de vragen die hier gesteld zijn? De heer Loohuis: Ja, maar het college mag ook voorzitter, in, als zij vinden dat er niet, onjuiste beweringen worden gedaan, dan mag het college daar wel iets van vinden. Ik vind dat dat niet juiste beweringen zijn die hier gedaan worden. Het gaat hier niet om, de context die geschetst wordt is, voor een, door een deel van de partijen gezegd, wij maken het carbid schieten steeds moeilijker en onmogelijk. Dat is niet het geval. Integendeel. De voorzitter: Dan wil ik u verzoeken om het zo kort mogelijk te houden.

De heer Loohuis: Dit was, goed, voorzitter. En dan, want de meeste vragen gaan toch over van, ja, laat het college nou eens reageren op de noodzaak van, wat los je nou op. Laat ik twee dingen daarvan zeggen. Eén, het gaat hier niet om vergunningen of dergelijke. Als er evenementen zijn, dan is er een vergunning nodig. Daar gaat het hier helemaal niet om. Als er carbid geschoten wordt met honderd man met een tent en bier en wat is meer zijn, dan is er een vergunning nodig, ander regime. Waar het hier om gaat is, dat wij en dat is een antwoord op mevrouw Hooijer, die zegt van ja, zijn die groepen die bekend zijn, zijn die daarbij betrokken. Nou, daar gaat het nou juist, daar gaat het nou juist om. Want we willen juist die groepen leren kennen door ze te laten melden en dat is het enige wat ze moeten doen. Wij gaan schieten, we gaan met één, twee, drie bussen schieten, waar gaan we schieten. Dan maken we een inventarisatie, we nodigen ze uit voor gesprekken in het gemeentehuis, leggen ze uit wat carbid schieten is als dat nodig is. Dan gaat er dus een contract komen met de Stichting Carbid en veilig carbid schieten, zodat ze daar ook gebruik van kunnen maken. En vervolgens hebben wij een overzicht waar ze zijn. Dat is alles en meer is er niet van.

En wat voor probleem los je daar nu mee op? Daarmee los je op dat je die kennis hebt, dat je aan de preventieve kant wat kunt doen en dat je ook weet welke route je moet lopen om al die groepen eens te bezoeken. En niet om te, meteen te handhaven en de knoet erover, maar juist om eens in gesprek te komen en te zeggen van, goh, leuk dat jullie het doen. Doe het nou even zo, doe het anders. En het geldt ook voor de groepen die zich niet gemeld hebben. Er gaat niet meteen een boete bonnetje naar buiten, helemaal niet. Laat ik daar heel duidelijk in zijn. Dan kwaliteit of kwantiteit. Ja, die vraag is niet zo moeilijk te beantwoorden. Altijd voor kwaliteit, nooit voor kwantiteit. Kwaliteit gaat altijd boven kwantiteit, maar dat geldt denk ik voor iedereen hier. En is het dan zo, dat we die kwaliteit hiermee schaden? Ja, voor mijn gevoel niet. En de oplossingen die mevrouw Rutgers nog vraagt, een aantal vragen van niet alleen zeg maar, voor welk probleem zit nou de oplossing. Ja, het college heeft een aantal argumenten genoemd en de ervaringen ook in andere gemeenten nog eens daarnaast gelegd - daar hebben ze ook dit systeem ingevoerd - om ook zicht te krijgen. Dat is positief opgevat, ook voor degenen die carbid schieten zelf. Dus niet alleen voor de overheid, maar ook de groepen waar, die het betreft.

Die ervaren dat niet als een soort van controle en onmogelijk maken, maar juist in gesprek te zijn met elkaar om het erover te hebben. Dat is alleen maar een voordeel, daar gaat het over. En handhaven. Ja, we zullen die handhavers langs sturen. Hebben we de capaciteit? Ja. Maar we kunnen ze juist dan veel efficiënter inzetten. Dus niet door de hele gemeente laten rennen, maar specifiek naar plekken toe te sturen waar het gebeurt. En dan nog een vraag van de heer Feenstra van ja, maar ja, is de prioriteit niet veel beter aan de voorkant hè? Niet alleen op die dag, maar dagen daarvoor dat er geknald wordt. Ja, dan zeg ik, ja, daar heeft hij gelijk in. Alleen, dat is toch iets anders dan carbid schieten. Vuurwerk moet je je constateren wie het afsteekt. En helaas is het altijd vaak donker en als de knal geweest is, de mensen blijven er niet bijstaan tot de politie er is. En dat is het grote probleem. Maar zijn wens, ja, die kan ik wel onderstrepen, want wij horen natuurlijk ook in de weken voor oud en nieuw. Ja, en dat is dus in feite denk ik, de hoofdmoot van de beantwoording van de vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan, levert dat nog vragen op bij de raadsleden, de beantwoording? Nee. Dan kunnen we doorgaan naar debat. Ik heb zes debatpunten genoteerd.

Ik wil voorstellen om te beginnen bij het debatpunt, voor welk probleem is dit een oplossing? Ik wil daarvoor het woord geven aan de heer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Dank u wel, voorzitter. Ik zit de discussie met interesse te volgen van, waar gaat dit nu naartoe hè? Want als we denken dat de mensen niet te vertrouwen zijn, ja, dan moeten we ze zoveel mogelijk betuttelen en zoveel mogelijk regels gaan toepassen en daarna zeggen van, ja, maar handhaven is toch wel heel lastig. Ik zou er veel meer voorstander van zijn als we een cultuur hebben dat we vertrouwen hebben in de mensen, dat we vertrouwen hebben dat dit op een zorgvuldige manier gebeurt. Want ik zat al te denken, straks krijgen we de regel dat ze examen moeten afdoen als erkend carbid schieter en dan wordt de

examinator Bert Otten of zo iemand. Nou ja, en dank denk ik, waar gaan we dan naartoe als gemeente? Dus ik zie gewoon niet, dat hier een oplossing is voor een probleem wat misschien kan ontstaan. Nee. Laten we hier zorgen dat het particuliere initiatief van mensen die dat met elkaar op de buurt weten te regelen. En als er uitwassen zijn dan vind ik absoluut, dan moet er opgetreden worden. En als er biertenten aangerukt worden of grote kanonnen, dan vind ik ook zonder enige twijfel, dat past niet. Maar dat staat er ook duidelijk in: tot vijftig liter, niet met deksels, maar met ballen. Ja, ik vind dat het heel verantwoord nu gaat. En deze regeling zou ik eerder denken, zal tot een verdere afstand leiden tussen de inwoners en het bestuur dan dat het een aanleiding zou zijn voor het goed, voor een goed gesprek. De voorzitter: Dank u wel. De heer Feenstra, dat riep al meteen reactie op bij de heer Van Rijn van de SGP. Wilt u daarop reageren? De heer Van Rijn: Ja, nou, mijnheer Feenstra zegt, dat het een soort wantrouwen is naar de carbid schieters. Denk het juist niet. Het is juist gewoon, wij willen met jullie in contact komen, wij willen wel graag weten waar jullie zijn. Dat is helemaal niet erg. Dat is gewoon een, we hebben het gehoord, dan kun je efficiënter handhaven als het nodig mocht zijn. Dus dat is helemaal niet het verschil. Kijk, kwaliteiten of kwantiteit.

We gaan voor kwaliteit. Maar als wij ons, in het verkeer hebben we ook allerlei regels. De voorzitter: De heer Van Rijn, wilt u zich beperken tot dit debat? De heer Van Rijn: Ja, nee, maar ik geef alleen even het voorbeeld aan waarom hier ook regelgeving voor nodig is. Want je moet ergens een voorbeeld kunnen gebruiken. Nou, ik zie dit gewoon als een hele goeie. En u hebt gehoord, de andere gemeentes, die hebben het wel toegepast en het werd gewoon fantastisch, helemaal geen … Nou, waarom zouden wij het dan niet doen? De voorzitter: Ik ga door naar mevrouw Hooijer van Gemeentebelangen. Mevrouw Hooijer-Everts: Nou, om bij uw laatste opmerking te beginnen. Waarom zouden we het wel doen? We hoeven niet hetzelfde te doen als andere gemeenten, we moeten kijken naar onze eigen gemeente. Maar waarom ik als eerste het woord wou hebben, u zegt dat het niet gaat vanuit wantrouwen. Maar als we dan wel vertrouwen hebben en dat het geen wantrouwen is, waarom moet het dan vastgelegd worden in een voorstel, in regelementen? Dan zou ik zeggen van, laten een algemene oproep doen van: Jongelui, vinden jullie het leuk als wij bij jullie langskomen? Waar gaan jullie carbid schieten? Kunnen we eens even meekijken? Wie dat wil, dan doe je het vrijblijvend en dan laat je het aan de groep zelf over. De voorzitter: Dank u wel.

U werd een vraag gesteld: Waarom moeten we de andere gemeentes volgen? De heer Van Rijn: Nou, kijk, dat is zo heel simpel. Als ergens iets goed werkt, dan moet je dat gewoon ook hier toepassen en man, dan werkt het hier ook goed. En als gewoon het hele carbidschieten, afgezien dat ik daar helemaal geen voorstander van ben, maar als dat hele carbid schieten daardoor geordender, veiliger en al … Dan zeg ik: Doen. De voorzitter: Sorry. Ik ga eerst even naar mevrouw Hooijer, dan naar de heer Klok. Mevrouw Hooijer-Everts: Nou, een hele korte reactie. Wat bij de één goed werkt, wil niet zeggen dat het bij de ander goed werkt. Kijk maar naar het opvoeden van kinderen, dat kan ook heel verschillend zijn.

De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik ga door naar de heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij dwalen we ook weer af van het debatpunt. Want het debatpunt is: Voor welk probleem is dit een oplossing? En volgens mij kunnen we daar heel helder in zijn, er is geen probleem. We worden met zijn allen preuts en ik vind het betutteling wat we hier mee bezig zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dat is heel helder. Dan ga ik door naar de heer Vos. En dan naar mevrouw Rutgers. De heer Vos: Dank u, voorzitter. In tegenstelling tot de heer Klok vinden wij dat er wel een probleem is. Dit probleem is overheidsbemoeienis en dat is dit zeker geen oplossing voor. De voorzitter: Oké, twee verschillende, maar toch. Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel. Gek genoeg ben ik het wel een beetje met Forum eens, want dit gesprek doet mij heel erg denken nu aan het landelijke gesprek over het verbieden van mobieltjes in de klas. Is dat iets wat je bij wet moet gaan regelen? En dat vraag ik me hier ook af. Moeten wij dit in de APV vastleggen? Want als, was trouwens een nieuw argument van de burgemeester, staat niet in het voorstel, dat het doel is in gesprek komen met carbid schieters.

Ja, sorry, dat hoeft toch niet in een soort wet vastgelegd? Dat kunnen we toch wel via ons netwerk in gang gaan zetten? Dus ja, de vraag, welk probleem lost dit op? Ik heb nog niet een argument gehoord waardoor ik overtuigd ben. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik of er nog andere zijn die willen reageren. Ik zie mevrouw Hooijer nog. Mevrouw Hooijer-Everts: Nou, naar aanleiding van wat mevrouw Rutgers zegt, want de burgemeester wil in gesprek of het college of de handhavers. Dat was nou net wat die participatie betreft, ik vond dat de omgekeerde volgorde. Je gaat eerst in gesprek en dan kijken of het nodig is dat je dat moet vastleggen. Maar we gaan eerst vastleggen, om dan in gesprek te kunnen. Dus wat dat betreft, hoeft dat van ons ook niet. De voorzitter: Dank u wel. Ik denk zo te zien dat dit debatpunt klaar is, tenzij PvdA nog wil reageren? Nee. Die knopjes ook allemaal. Dan ga ik door naar het tweede debatpunt. Beetje in het verlengde hiervan, ik denk dat er misschien ook al wel genoeg over gezegd is, maar waarom willen we alles vastleggen? Dat is een debatpunt wat ingebracht is door Forum. De heer Vos: Ja, dank u, voorzitter. Eigenlijk, het zijn nu eigenlijk twee punten, maar het gaat eigenlijk wel met mekaar samen met het vitaliteitspunt en het kwaliteit versus kwantiteit punt.

Ja, volgens onze visie bestaat het leven uit hoge pieken en diepe dalen en dat compenseert uiteindelijk elkaar weer. Daaruit ontstaat een soort levenskracht waar wij als mens ons in kunnen uiten en waar wij plezier uithalen. Waar wij misschien ook negatieve dingen hebben, maar dat is wel wat het definieert om mens te zijn. Maar aan de andere kant zien we dus heel erg dat, we proberen natuurlijk zeker in deze tijd heel erg de negatievere kant van het leven weg te nemen. Maar uiteindelijk zeker in bijvoorbeeld, in zo’n voorbeeld als nu, zien we eigenlijk dat we elkaar, onszelf er eigenlijk heel erg in beperken. Ja, tot hoever moeten wij gaan om onszelf te beperken? Tot hoe ver is het nog wel leuk om hier in te leven? De voorzitter: Dank u wel. Een hele filosofische vraag, maar ik probeer hem wel te koppelen aan carbid als u het goed vindt.

De heer Van Rijn: Ja, u zegt dat dit een beperking is om, laat ik maar eventjes zeggen de carbid vreugde te beleven. Ik zie de vreugde, maar goed, u noemt dat zo. Levensvreugde, levensplezier in het carbid. Maar ik hoor juist het college zeggen, nou, ze hebben dat in die andere gemeentes, hebben ze dat toegepast en dat wordt helemaal niet, daar hebben ze net zoveel carbid schietplezier als hiero. Dus, ik zie niet echt dat u, dat dat nou hier een beperking gaat opleveren. Nee, het plezier wordt niet anders, het wordt alleen een beetje gereguleerd. Dat wil ik er alleen even op zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u daarop reageren? De heer Vos: Ja, regulatie leidt altijd tot dat de scherpe randjes er vanaf gaan. Dat gaat altijd ten koste van het plezier. De voorzitter: Dank u wel. Eerst naar mevrouw Pullen en dan naar de heer Klok. Mevrouw Pullen-Muis: Ja, Forum vraagt naar de beperking, zeg maar. Maar voor mijn gevoel is de, deze regeling en dit voorstel wat hier voorligt, gaat vooral ook om veiligheid. Daar waar de overheid verantwoordelijkheid heeft voor de zorg voor de mensen, denk ik van nou ja, dan kan ik gewoon … Als je dan vraagt een beperking, dan is dat een beperking. Op het moment dat het om veiligheid gaat, is dat voor ons de beperking. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar de heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter.

We weten dat de heer Vos graag lezingen geeft, maar dat hoeft wat mij betreft niet in het debat over carbid. Dank u wel. De voorzitter: Oké. De heer Van Hoorn. De heer Van Hoorn: Ja, we hebben het hier dan over, waarom moet het vastgelegd worden, dat dat ten koste gaat van plezier. Wij brengen het dan toch weer graag terug naar de groepen waar ik mee gesproken heb, Philadelphia en Vanboeijen. Zij wonen dicht in de buurt, waar plekken, waar mensen carbid afschieten. Hoe denkt FvD dan over hun plezier? Hun woonplezier kan teniet worden gedaan in die tijd dat er, dat zij hun verstoring krijgen door het harde geluid en de harde knallen. Tellen hun plezier dan niet mee of is het al alleen van de carbid schieter, die het plezier meetelt? De heer Vos: Nou, het is natuurlijk altijd een … Ja, ja, dank u, voorzitter. Dat is natuurlijk altijd een afweging die er moet worden gemaakt. Maar dat zien we dus heel vaak, dat in het kader van veiligheid of anders, van veiligheid maar ook van geluidsoverlast, dat er heel erg veel beperkende maatregelen worden opgelegd. En uiteindelijk zo’n … Het gaat meer om een beetje het filosofisch debat over ja, tot hoever gaan we, willen we beperken om rekening te houden met bepaalde mensen, maar ook met veiligheid en zo. Dat was ook mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel.

Misschien is het ook een mooi bruggetje, ook naar het volgende debatpunt over die vijfenzeventig meter. Tenzij u nog meer wil zeggen? Nee. Dan wil ik de heer Baalman vragen om zijn punt nog even toe te lichten over die vijfenzeventig meter. De heer Baalman: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, die vijfenzeventig meter is maar een, als je het uitzet is het een hele korte afstand naar bebouwing. Een harde knal die weerkaatst tegen de woningen en dat geeft een

ontzettend harde aanslag op de woongenot van anderen. Als je kijkt naar mensen die voor ons gediend hebben in het leger in het buitenland waar ze in een oorlogsgebied hebben gezeten, die hebben regelmatig, een heleboel mensen hebben daar trauma's van overhouden. Harde knallen levert weer een vernieuwing van het trauma op. Ook daarin moeten we rekening houden. Dus die vijfenzeventig meter vinden wij veel te dichtbij de bewoning. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u reageren mevrouw Pullen over die vijfenzeventig meter? Mevrouw Pullen-Muis: Ja, dat klopt, heel concreet op die vijfenzeventig meter. Wij waren sowieso als ChristenUnie al blij dat het gewoon ten aanzien van verzorgingshuizen. Nou de heer, oh help, nou ik versta het niet, maar goed. Van GroenLinks, Van Hoorn, ja. Mijnheer Van Hoorn zegt ook van ja, aandacht voor mensen met beperking die in een bepaalde leef- en woonomgeving dat geluid zeg maar, bij zich ja, moet verdragen. Nou, wij zijn als ChristenUnie gewoon heel blij met dat die, ieder geval die vijfenzeventig erin staat. Maar het zou best te overwegen zijn, om dat wat meer te verbreden. Dus daar zou ik nog best wel in mee willen gaan met het voorstel van de SP. De voorzitter: Dan ga ik eerst naar de heer Klok. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter.

Elke keer bij dit soort punten denk ik: Waar is de eigen verantwoordelijkheid van de mensen? We kunnen toch zelf ook met zijn allen nadenken, dat we niet vijfenzeventig meter van een verzorgingshuis carbid gaan afschieten? Laten we dat alsjeblieft, laten we alsjeblieft uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van een mens. Ik vind het echt nog steeds een betutteling. Dank u wel. De voorzitter: U bent dus niet voor die vijfenzeventig meter uitbreiding. De heer Van Eck. De heer Van Eck: Dank u. Die vijfenzeventig meter is geen uitbreiding hè. Als je naar de huidige APV kijkt, staat gewoon vijfenzeventig meter in. Dat is niet nieuw; dat is een regel die op dit moment, die al jarenlang geldt. De voorzitter: Dank u wel. De heer van Den Hoorn, u wilde nog reageren. De heer Van Hoorn: Ja, de heer Klok van de VVD heeft het over betutteling. Maar nogmaals, eigen verantwoordelijkheid voor mensen niet, die weten dat ze niet dichter dan … Uitgepraat? Dank u wel. Mensen die niet weten dat ze dichter dan vijfenzeventig meter bij een verzorgingsinstelling, dat dat eigen verantwoordelijkheid van die mensen moet zijn. Ik moet toch nageven, dat als die instelling, nu al klagen dat het nu al gebeurt en het is al inderdaad in de regelgeving vastgelegd dat nu al die vijfenzeventig meter moet zijn, dan is dat dus niet vertrouwd.

Of mensen houden zich er niet aan of die vijfenzeventig meter is niet voldoende, omdat al die mensen er nog steeds last van hebben. Dat kunnen we dus kijken, moet het niet meer zijn dan die vijfenzeventig meter in de buurt bij verzorgingsinstellingen? Dat wil ik graag meegeven. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik eens naar de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, want ik sloeg wel effe aan op de heer Klok over de zeg maar, dat de mensen hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Natuurlijk moeten ze dat doen, maar als alle mensen echt hun eigen verantwoordelijkheid zouden nemen dan konden we de helft van de wetgeving schrappen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik door naar mevrouw Hooijer.

Mevrouw Hooijer—Everts: Ja, of het nou vijfenzeventig meter, dat staat er dus al in. U vraagt om meer. En ik ben het wel wat dat betreft met mijnheer Klok eens: Waar is de eigen verantwoording? En aan de andere kant is het is het ook zo, als mensen dan toch te dichtbij en mensen hebben er last van, ik neem aan dat er toch op zo'n dag wel rondgereden wordt. Waarom ga je dan niet in gesprek met zo'n groep? Ja, we hadden, mijnheer Feenstra zei, van voor oud en nieuw hè, dat er meer gedaan wordt dan vuurwerk. Nou, dat dat ben ik helemaal met hem eens en ik weet dat het moeilijk te handhaven is. Maar we hadden een hond en het was oktober en er was vlak naast ons, werd dan steeds geschoten door jongelui. Ik ga erheen. Ach jongens, alsjeblieft, de hond heeft er zo last van. Nou ja, ik heb het probleem waarschijnlijk verplaatst, maar ze waren wel weg. Hadden ze best begrip voor. Dus ga in gesprek. De voorzitter: Nou. De heer Feenstra, wilt u daarop reflecteren? De heer Feenstra-Paas: Wat mijnheer Baalman zegt, vind ik ook iets waar je over moet nadenken. Wat voor impact heeft dat? En wij kennen een grote groep Oekraïners en wij dachten ook van hè, het is de eerste keer dat ze met oud en nieuw zijn, we praten even met elkaar. Dus we zeiden: Let op, je woont hier en hier hebben ze de traditie van carbid schieten. Dus schrik niet, gebeurt niks.

Het is van tien uur 's ochtends tot twee uur ’s nachts en morgen doet niemand het meer. En dat is ook wel een beetje wat het CDA wil, dat we met elkaar verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. Dat kan in hele kleine gemakkelijke dingen zitten. Als je mensen kent, informeer ze, betrek ze erbij en in goed overleg los je het op. De voorzitter: Dank u wel. Nog één keer Klok en dan wil ik terug naar de heer Baalman. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wilde nog even reageren op de heer Van Rijn. Want stelde hij nou voor om de helft van de wetgeving te schrappen? Dat vind ik wel heel fors, maar een deel zou best wel goed zijn wellicht. Dank u wel. De voorzitter: Nou, wie weet komt er een, samen een initiatiefvoorstel. De heer Baalman, komt u met een amendement om de vijfenzeventig meter uit te breiden? De heer Baalman: Wij gaan daar zeker even over praten intern en waarschijnlijk komen we dan met een amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door naar het volgende debatpunt. Even pieken op mijn briefje. Oh ja, dan, het CDA had een debatpunt ingebracht over aanvullende regels ten opzichte van de bevoegdheid die de burgemeester al heeft. De heer Feenstra. De heer Feenstra-Paas: Ja. Dit vond ik een redelijk vaag artikel waar het mee uitgebreid ging worden. Kijk, als er dan met de raad geconsulteerd moet worden, moeten we niet aanvullende regels gaan creëren.

Dan had ik daar ook wel een mening over gehad. Maar nu geeft het college zichzelf de bevoegdheid om allerlei aanvullende regels te maken. En dan denk ik: Gaat het hier wel de goede kant uit? Ik zou zeggen, de burgemeester heeft al bevoegdheden en als er situaties zijn die uit de hand dreigen te lopen waarvan je denkt, dit is onredelijk, dan kan de burgemeester altijd optreden. En ik denk, deze mensen hoeven zich niet te melden. Want ze maken al zoveel lawaai, dat als je op de fiets rondgaat nou, dan kom je ze wel tegen. En nou, ik zou bijna zeggen, neem iets te drinken mee en je hebt overal een goed gesprek.

De voorzitter: Is ook een beetje denk ik al richting het amendement. Wil iemand hier nog op reageren? Ja. Iedereen is het daarmee eens. Dat gaat heel snel. Dan gaan we door naar het een na laatste debatpunt ingebracht door de SP. De heer Van Eck: Voorzitter? U zei, iedereen is het ermee eens. Maar dat zijn volgens mij twee verschillende dingen. Als je niet reageert, wil dat niet zeggen dat je het ermee eens bent. De voorzitter: Nee, daar heeft u helemaal gelijk in. In die zin, dat iedereen eens is om er geen debat over te voeren. De heer Van Eck: Dat ben ik met u eens. De voorzitter: Ja, ja, klopt. Ja. Dan wilde ik doorgaan naar de SGP, over de knollentraditie in relatie tot fauna. De heer Van Rijn: Ja, dank u wel voorzitter. Ik woon dus in een mooi buitendorp. Groepen jongelui, die gaan daar behoorlijk schieten. En ja, als je dat apparaat gezien hebt, wasem inschieten, dan word je wel een beetje bang. Want het is, ik heb nog nooit zo'n groot kanon gezien, maar daar schieten ze dus mee. Dat dreunt zo hard. En ja, gelukkig hebben wij in Drenthe natuurlijk schone lucht hè, dat moeten we, daar moeten we ook heel zuinig op blijven. Maar vanwege die schone lucht plant zich het geluid sneller voor, dus je hoort dat geluid ook heel lang zeg maar door de lucht weer gaan. Vanaf dat hun beginnen te schieten, zie je geen beest meer nergens in de natuur.

Huisdieren moeten een medicijn hebben, want die vergaan. Ik noem het maar angst, ik weet niet of je dat angst kan noemen. Maar die vergaan. Ik heb ook een hond, die moet ik echt heel kalmerend toespreken, maar hij kan dat niet handelen, hij wordt daar ook heel zenuwachtig van. Dan denk ik: Is dat het ons waard? U hebt het dan over, mijnheer Feenstra had het erover, we gaan de Oekraïners uitleggen: Let op jongens, we gaan schieten. En dat lijkt wel knallen van de oorlog, maar dat is het niet. We zijn juist plezier aan het maken met mekaar, dat is niet, maar dat kunnen we die beesten niet vertellen. Maar die hebben er net zoveel last van. En dat willen, is het ons het waard dat wij zo knalplezier hebben en tegelijkertijd de hele fauna daarmee, alle beesten daardoor ja, in een positie gedrongen worden waar ze geen raad mee weten? Dus dat was even mijn inbreng. Dank u wel. De voorzitter: U ook bedankt. Wat vindt u van de fauna en de traditie? De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan me in ieder geval één dier wensen, die ik wel graag weg zou, weg zou willen gaan door carbid. Dat is de wolf, voor de duidelijkheid. Nee. Maar in de, om te reageren op de heer Van Rijn. In de APV staat al het een en ander over hoeveel liter maximaal een melkbus mag zijn, dus daar zijn al regelgevingen voor. Over de kanonnen waar u over praat, die mogen al niet.

Dus dan kunt u dat aangeven, want het gebeurt elk jaar op dezelfde plek, geeft u aan. En daarnaast, als we dan hebben over die melkbussen die wel mogen, het is zestien uur in het jaar en het is een traditie. Weet je, laten we dat koesteren, laten we dat in stand houden. Dankjewel. De voorzitter: Dan ga ik door naar mevrouw Hooijer. Mevrouw Hooijer—Everts: Ja, nou mijnheer Klok heeft mij het gras voor de voeten al weggemaaid. Dus ik heb niets meer om aan te vullen. De voorzitter: Nou, we blijven echt bij de flora en de fauna. Feenstra.

De heer Feenstra-Paas: Van Rijn, ik heb ook een vraag aan u. Wil je dan eigenlijk niet überhaupt al het vuurwerk afschaffen? De voorzitter: Dat is wel een hele andere discussie, maar toch. De heer Van Rijn: Ja. Want A, we vertesten meer, sorry, dat woord mag ik niet gebruiken. Wij vernielen ook ons milieu daarmee als wij gewoon de stikstof en de CO2, die berekeningen en de fijnstof zien, dat is schrikbarend. En dat doen we gewoon eenmaal voor ons plezier, gewoon effe voor ja, we gaan effe … Dan denk ik, nou ja, net als paasvuur, ik heb daar wel eens van … Waarom gaan we niet een groot scherm doen, mooi paasvuur op dat scherm? De voorzitter: Voorzitter. Of voorzitter, de heer Van Rijn bedoelde ik. Het gaat hier over carbid, niet over paasvuren en ook niet over vuurwerk. De heer Van Rijn: Hij vraagt van … De voorzitter: Nee, ook richting de heer Feenstra, niet over vuurwerk. De heer Van Rijn: Er zijn ook alternatieven te bedenken. Dat je misschien dezelfde sfeer kunt kweken, maar waar je niet zeg maar, de natuur mee schaadt. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik nog even door naar de heer Klok en dan naar mevrouw Rutgers. De heer Klok: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik verbaas me soms over wat de heer Van Rijn zegt met de gedachte van, de filosofie van de partij. Maar er zijn op dit moment twee partijen aan het fuseren, wellicht dat u er nog bij kunt. Dank u wel.

De voorzitter: Mevrouw Rutgers. Mevrouw Rutgers: Ja, dank u wel. Ik was niet van plan om een sneer uit te delen. Het was een serieuze vraag hè, over de fauna met name. Natuurlijk maken wij ons daar zorgen over, ook over het milieu. Ik denk dat we, ik heb begrepen dat we later dit jaar nog te spreken zijn over milieu en aanverwante zaken. Dus wellicht kan het dan ter tafel komen. Ik moest ook denken aan wat de heer Klok zei hè, meld misdaad anoniem. Nou, u heeft het dan iets minder anoniem gemeld net. Want zo'n kanon mag natuurlijk sowieso niet. En in aanvulling op de heer Klok, ik zou de steenmarter of de boommarter graag willen toevoegen aan de wolf. Dank u wel. De voorzitter: Geef ik even het woord aan de heer Van Rijn, want die wil even reageren op de heer Klok. De heer Van Rijn: Ja, want de heer Klok zegt, u kunt in die fusie meedoen. Nee. Kijk, de SGP zegt, deze hele aarde, die is geschapen door God en die heeft Hij ons gegeven om te bewaren en te bouwen. Dat bewaren, we moeten er zuinig mee omgaan en niet voor ons plezier het milieu gaan bederven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan komen we bij het laatste debatpunt aan. Dat is ingebracht door de PvdA over hoe de rest van de partijen staan tegenover de voorgestelde wijzigingen die het CDA in wil brengen met dit amendement. De heer Van Eck: Ja, ik denk dat ik dat niet uitgebreid hoef toe te lichten.

Maar met het schrappen van de door het CDA genoemde leden, lid 3 gaat over nadere regels, lid 3, lid 4 gaat over de meldingsplicht. Volgens mij zijn

we dan terug bij APV tekst zoals die nu ligt, met een klein verschil toevoeging verzorgingshuis, ziekenhuis. Is dat, is dat de bedoeling inderdaad van het CDA, de oude tekst handhaven? De voorzitter: Dan kijk ik naar de heer Feenstra. Wilt u daarop reageren? De heer Feenstra-Paas: Ja. Kijk, er staat een inconsistentie in de APV tussen twee artikelen. Die inconsistentie willen we er graag uithalen, dus daarom. Want we hebben ook wel gedacht: Moeten we niet gewoon tegenstemmen hè? Dat had ook gekund. Toen zeiden we, nee, die verbetering die het college voorstelt in de APV, daarvan zeggen we, die steunen wij. Maar die twee andere artikelen zorgen alleen maar voor extra regeldruk. Laten we dat schrappen en dan kunnen we die aanpassingen honoreren. De voorzitter: De heer Van Eck, is dat voldoende antwoord of wilt u daarop reageren? De heer Van Eck: Ja, ik wil graag even reageren. Wat bedoelt u dan met de inconsistentie, bedoelt u dat artikel 39 niet van toepassing wordt verklaard? Oké dan, ik zie ja knikken, dus dan is dat helder. Ja, dank u. De voorzitter: Wilt u verder nog debat over het amendement, of … ? De heer Van Eck: Nou, ik heb nu rechtstreeks de vraag aan het CDA gesteld, de indieners van of tenminste de aankondigers van dit amendement. Maar ik ben wel benieuwd hoe andere partijen daarover denken. De voorzitter: Dan ga ik door naar mevrouw Rutgers.

Mevrouw Rutgers: Ja, zoals ik net al bij de eerste termijn zei, het raadsvoorstel is niet geschreven richting het amendement. Dus als we het amendement zouden aannemen, dan zou ik eigenlijk ook wel willen dat het raadsvoorstel daarop aansluit. En dat doet het niet, als we het amendement aannemen. Dus daar worstel ik nog een beetje mee. Moet dan niet het raadsvoorstel eerst even herschreven worden voor we dat amendement in stemming brengen? Ik zie de voorzitter van nee schudden, maar ja, het hele raadsvoorstel is natuurlijk op iets heel anders geënt en daar stemmen we over, over het raadsvoorstel. De voorzitter: Als u mij toestaat? Mevrouw Rutgers: Ja. De voorzitter: Wij stemmen over het raadsbesluit en niet over het raadsvoorstel. Het raadsbesluit wordt geamendeerd en niet het raadsvoorstel an sich. Mevrouw Rutgers: Oké, prima, ja. Nee, u heeft gelijk. Ik ziet, er staan andere dingen. Meestal is dat ongeveer een op een hetzelfde. Ik had niet verder gekeken dan mijn neus lang was. Bedankt voor de correctie. De voorzitter: Dan wil ik doorgaan naar de heer Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, een antwoord op de heer Van Eck van de PvdA. Wij zullen dit amendement ook niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is kort maar krachtig. Wil iemand anders daar nog op reageren? Mevrouw Pullen.

Mevrouw Pullen-Muis: Nou, heb ik net ook al gezegd, we zijn juist heel blij dat ook zeg maar, ten aanzien van verzorgingshuizen en ziekenhuizen, dat dat er wel expliciet in staat. Dus daarom zeggen we, zijn we daar heel positief over. De voorzitter: Positief over het amendement, begrijp ik. Oké. De heer Klok nog of? Dan zie ik verder geen reacties. Wilt u nog wat zeggen, de heer Van Eck, als uitsmijter? De heer Van Eck: Nee, die heb ik zo een-twee-drie niet voorhanden. Maar debat is om mening te vormen. Wij waren nog volop in discussie, dus bedankt voor de reacties. Die nemen we mee voor onze besluitvorming. 2.4 Sluiting debatronde en vergadering De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van dit, debatpunten gekomen. Kan ik, denk dat ik kan concluderen dat het voorstel rijp is voor besluitvorming. Dat staat gepland op even spieken, op 16 februari. Ieder geval, een amendement aangekondigd dus door het CDA over een aantal dingen te schrappen. En wellicht dat SP met een amendement komt over de verruiming van die vijfenzeventig meter. Dan wil ik iedereen bedanken voor de inbreng en iedereen ook een fijne avond wensen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12424638/1