CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - 1088237 - Verordenigen Wmo en Jeugdhulp 2026.pdf

Gemeenteraad 1 juni 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 10: Verordeningen Wmo en Jeugdhulp 20261.266 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp

Verordeningen Wmo en Jeugdhulo 2026

Datum collegebesluit 12 mei 2026 Zaaknummer

1088237

Portefeuillehouder

J. Rohaan-Vlijm

Team

Beleid Sociaal Domein

Voorstel 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente 2026 vaststellen. 2. De Verordening Jeugdhulp Hof van Twente 2026 vaststellen.

Doel Kaderstellend Besluiten of de aangepaste verordeningen Wmo en Jeugdhulp worden vastgesteld. Aanleiding en probleemstelling De verordeningen Wmo en Jeugdhulp worden ter vaststelling aangeboden om deze aan te passen aan de laatste stand van zaken in jurisprudentie. Daarnaast zijn in beide verordeningen tekstuele wijzigingen doorgevoerd, ook ter bevordering van de leesbaarheid en duidelijkheid. Argumenten De inhoudelijke veranderingen in de nieuwe Wmo verordening zijn: • PGB niet-professional: van CAO-loon naar 110% wettelijk minimumloon (plus vakantiebijslag en verlofuren) artikel 11 lid 4 onder 8, 9 en 10 • verduidelijking van de berekening vergoeding van eigen vervoer naar dagbesteding: artikel 11 lid 4 onder 14. De inhoudelijke wijzigingen in de nieuwe Jeugdhulp verordening zijn: • PGB niet-professional: van CAO-loon naar 110% wettelijk minimumloon (plus vakantiebijslag en verlofuren) zie artikel 15. Toelichting PGB Wmo en Jeugdhulp Als een cliënt recht heeft op jeugdhulp en/of maatschappelijke ondersteuning, heeft die inwoner ook de keuzevrijheid hoe de voorziening verstrekt moet worden. In natura dan wel via een persoonsgebonden budget (PGB).

Raadsvoorstel | 1088237 | Verordeningen Wmo en Jeugdhulo 2026

1

Op grond van de Wmo 2015 (artikel 2.1.3 lid 2 onder b) en de Jeugdwet (artikel 2.9 onder b) stelt de gemeenteraad bij Verordening regels vast over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget (hierna: PGB) wordt vastgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen PGB’s voor professionele hulp en niet professionele hulp. Een PGB voor professionele hulpverlening wordt verstrekt wanneer deze wordt ingekocht bij een instelling die aan onze kwaliteitseisen voldoet. De hulp of ondersteuning is dan vergelijkbaar met onze gecontracteerde zorg en hulp in natura. Een PGB voor niet-professionele hulp is van toepassing bij informele hulp, dat is alle hulp of ondersteuning die informeel, door niet-professionele personen wordt geboden. Hieronder vallen ook personen uit het netwerk van de cliënt, zoals een neef, nicht of buurvrouw. PGB voor niet-professionals De wijzigingen gelden alleen voor jeugdhulp en ondersteuning die wordt geboden door niet-professionals. Tot en met 2023 baseerden wij het PGB voor niet-professionele hulp en ondersteuning op maximaal 110% van het wettelijk minimumloon (WML), vermeerderd met vakantiebijslag en verrekening van verlofuren. 100% van het wettelijk minimumloon volstaat. Maar om toch de inspanningen van een niet-professional te waarderen, is destijds gekozen voor 110%.

Jurisprudentie Door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechtsprekende instantie in sociale zekerheidszaken, moest de hoogte van het PGB voor nietprofessionele hulp of ondersteuning worden gebaseerd op de hoogste periodiek uit de van toepassing zijnde CAO, vermeerderd met vakantiebijslag en tegenwaarde van verlofuren. Hierin was geen keuze. Immers, uitspraken van de Centrale Raad van Beroep zijn richtinggevend, hiervan mag niet in negatieve zin worden afgeweken. Om die reden zijn met ingang van 1 januari 2024 de Wmo- en de Jeugdhulpverordening aangepast aan de toen geldende uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze uitspraak en de gevolgen ervan leidden echter tot veel ophef. Ook de staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg heeft in een kamerbrief laten weten de gevolgen van de uitspraak onwenselijk te vinden. Immers, door bij een persoon uit het sociaal netwerk uit te gaan van het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de vergelijkbare geldende CAO, zal het zo kunnen zijn dat iemand uit het sociaal netwerk een hoger uurloon ontvangt dan een professioneel medewerker in dienst van een gecontracteerde aanbieder die vergelijkbaar werk verricht, maar nog niet in de hoogste salarisschaal wordt betaald.

Dit is onwenselijk, temeer daar de medewerker in dienst van een gecontracteerde aanbieder opleidingen volgt, dus beter is opgeleid dan een persoon uit het sociaal netwerk en waarvoor een werkgever ook meer kosten maakt. Het is dan ook evident dat voor een medewerker in dienst van een gecontracteerde aanbieder een ander (lees: hoger) uurtarief wordt berekend dan voor een persoon uit het sociaal netwerk van de budgethouder.

Raadsvoorstel | 1088237 | Verordeningen Wmo en Jeugdhulo 2026

2

Binnen twee jaar, namelijk op 20 september 2025, is de Centrale Raad van Beroep tot een ander inzicht gekomen. Dit mede op basis van de kamerbrief van de staatssecretaris. De Raad heeft toen geoordeeld dat het wettelijk minimumloon als PGB-tarief voor niet-professionele hulp en/of ondersteuning volstaat. Dit betekent dat het PGB (weer) berekend mag worden op basis van het minimumloon zoals dat in Hof van Twente ook voor 1 januari 2024 het geval was. In die zin was de verhoging van het PGB in 2024 niet gelegen in een andere visie van het college en/of uw raad op de waardering van hulp en ondersteuning vanuit het sociaal netwerk, maar was de verhoging noodzakelijk vanwege de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Inhoudelijk voorstel Het voorstel is om de hoogte van het PGB voor niet-professionele hulp en ondersteuning neerwaarts bij te stellen, conform de nieuwe jurisprudentie en overeenkomstig oud beleid. En net als in 2023 het beleid was, wordt voorgesteld hiervoor ook nu weer een tarief van 110% van het wettelijk minimumloon te hanteren. Dit doet recht aan de kamerbrief van de staatsecretaris en aan de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Het is fair om een niet-professionele hulp -dus hulp die niet aan dezelfde kwaliteitseisen (bv. opleidingsniveau) hoeft te voldoen als de wel professionele hulp- lager te belonen.

De nieuwe berekening van het PGB heeft dus ook een kostenverlagend effect Het gaat in totaal om 22 PGB's (17 Wmo en 5 Jeugdhulp) voor niet-professionele hulp en ondersteuning. Overgangsrecht: Cliënten aan wie al een PGB op basis van de CAO is toegekend, blijven dat recht houden. De nieuwe, dus lagere maximumtarieven gelden alleen voor nieuwe aanvragen. Dat zijn nieuwe cliënten, maar dus ook cliënten van wie het huidige recht op enig moment eindigt vervolgens een nieuw recht toegekend krijgen. Daarnaast zijn in beide verordeningen tekstuele wijzigingen aangebracht, met de bedoeling om duidelijker aan te geven wat met het desbetreffende artikel wordt bedoeld dan wel ter bevordering van de leesbaarheid van de verordening. In de verordening voor jeugdhulp zijn enkele zaken geschrapt die elders al bij wet geregeld zijn. Want wat al bij wet is vastgelegd, hoeft niet nogmaals bij verordening vastgelegd te worden. Als bijlage treft u een exemplaar van beide verordeningen aan waarin de wijzigingen in het groen zijn weergegeven. Financieel De uitgaven van de gemeente op het gebied van PGB-niet professioneel zullen iets lager uitvallen. Het past echter wel binnen de beweging die met het bezuinigingstraject, Spoor 2, gemaakt wordt.

Raadsvoorstel | 1088237 | Verordeningen Wmo en Jeugdhulo 2026

3

Communicatie Na besluitvorming wordt via www.overheid.nl duidelijk gecommuniceerd dat het PGB-tarief voor niet-professionele hulp wordt aangepast naar 110% van het wettelijk minimumloon. Ook wordt de tekst op www.hofvantwente.nl over het PGB-tarief geactualiseerd. Participatie Er heeft geen participatietraject plaatsgevonden. De wijzigingen zijn niet van dien aard dat een participatietraject nodig is. Risico’s Er zijn geen specifieke risico's verbonden aan dit besluit. Alternatieven Een of beide verordeningen niet vaststellen. Dit wordt afgeraden. Vervolg Na publicatie op voorgeschreven wijze treden de verordeningen in werking met ingang van 1 juli 2026.

Burgemeester en wethouders van Hof van Twente, de secretaris, de burgemeester,

ir. H.L. Dijksterhuis

drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM

Bijlage(n) 1. Verordening Jeugdhulp Hof van Twente 2026 met wijzigingen in groen 2. Verordening maatschappelijke ondersteuning Hof van Twente 2026 met wijzigingen in groen

Raadsvoorstel | 1088237 | Verordeningen Wmo en Jeugdhulo 2026

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4296/documents/60239