CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

Behoeftepeiling minimabeleid en schuldhulpverlening - Gemeente Hof van Twente - versie 12-23.pdf

Gemeenteraad 18 juni 2024, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: Minima- en schuldhulpverleningsbeleid10.016 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

28

Begeleiding/ maatwerk 27 respondenten geven aan behoefte te hebben aan meer (persoonlijke) begeleiding van de gemeente. De vraag naar begeleiding is divers, dit omvat de kwaliteit van de begeleiding maar ook specifieke hulpvragen zoals hulp naar het zoeken van een baan. De centrale boodschap van het thema begeleiding is dat deze respondenten behoefte hebben maatwerk en dat er samen wordt gezocht naar een oplossing.

“Maatwerk. Ik heb als ZZP'er wisselend inkomen en spaargeld, dan kan de gemeente niets voor me doen.” “Per individu kijken en niet de standaard normen hanteren.” “Begeleiding met ontvangsten/uitgaven patroon. Leren om met geld om te gaan.” “Niet altijd volgens de letter van de wet beslissen maar in de geest van de wet kan er toch ook maatwerk geleverd worden.” “Hulp voor het zoeken naar een baan met een hoger inkomen.”

Communicatie Het thema communicatie werd door 26 respondenten genoemd, hierbij noemen respondenten dat zij belang hebben voor een vast contactpunt en actieve benadering. Een vast contactpunt is belangrijk voor de inwoners omdat zij zo meer zekerheid krijgen voor waar en wanneer zij terecht kunnen voor hulp. Daarnaast hebben de respondenten de voorkeur voor een vast contactpersoon zodat de inwoners weten bij wie zij moeten zijn en de desbetreffende begeleider op de hoogte is van hun situatie. Daarnaast geven respondenten aan dat zij vinden dat de gemeente moet zorgen voor actieve (en preventieve) benadering voor mensen met geldzorgen. Zo worden vaste contact momenten genoemd zoals een gesprek naar aanleiding van een aanvraag. Deze contact momenten kunnen worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de hulpvraag van de inwoners. Tijdens het hulp traject is het ook belangrijk dat de gemeente goed communiceert met instanties waar de inwoner gebruik van maken zodat de hulp optimaal kan worden afgestemd met alle betrokken partijen.

“Er zou een vast aanspreekpunt moeten zijn bij de gemeente voor mensen met een laag inkomen, een vast contact praat wat makkelijker.” “Communiceren met andere instanties voor het zoeken naar een gepaste oplossing.” “Actief benaderen: zodat mensen die te oud zijn om het nog te begrijpen, worden geholpen” “Telefonisch contact opnemen na schriftelijke/internet aanvraag (ongeacht toekenning ja/nee).” “Alles draait om communicatie en informeren. Mensen schamen zich al dus neem ze bij de hand mee in wat ze kunnen doen.” “In gesprek gaan per scenario de behoefte in kaart brengen & daarmee ondersteunen.”

29

Bijlage 1. Kenmerken van de respondenten In deze bijlage geven we een aantal kenmerken van de respondenten van de enquête weer. Dit betreft de leeftijd, huishoudsamenstelling, inkomensbron en of de respondenten thuiswonende kinderen hebben. Leeftijd, woonsituatie en thuiswonende kinderen De meeste respondenten behoren tot de leeftijdsgroep 67 jaar en ouder (45 procent) en een derde is tussen de 46 en 67 jaar. Verder is de meerderheid alleenstaand (61 procent) en heeft een tiende van de respondenten (11 procent) kinderen onder de 18 jaar, dit betreft 53 respondenten. Figuur 8.1.1. Kenmerken van de respondenten: leeftijd (n = 483), samenstelling huishouden (n = 484) en thuiswonende kinderen <18 jaar (n = 475)

Heeft u thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar?

Leeftijd 3% 18 t/m 26 jaar

11%

16% 27 t/m 45 jaar

45%

Ja

46 t/m 66 jaar Nee

36% 89%

67 jaar of ouder

Huishoudsamenstelling 2%

2% Ik woon alleen

8% Alleenstaand met thuiswonende kinderen Samenwonend/gehuwd

20% 61% 7%

Samenwonend/gehuwd met thuiswonende kinderen Inwonend bij ouders Anders, namelijk:

30

Het inkomen van de meeste respondenten is een AOW-uitkering en/of pensioen Bijna de helft (44 procent) van de respondenten ontvangt een AOW-uitkering of pensioen als belangrijkste inkomensbron. Ruim een kwart (27 procent) ontvangt een uitkering en voor 15 procent is de inkomensbron loon uit werk. Daarnaast noemen respondenten andere inkomensbronnen zoals de ziektewet of een UWV-uitkering. Figuur 8.1.2. Inkomensbron (n = 480)

Inkomensbron

1%

12%

15%

Loon uit werk 1% Loon uit eigen onderneming Uitkering AOW en/of pensioen

27% 44%

Dit zeg ik liever niet Anders, namelijk:

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4070/documents/56977