CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

6a Samenvatting Stadsbank Oost Nederland.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 13: Ontwerpbegrotingen Gemeenschappelijke regelingen 20271.232 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting Datum Aan Kopie aan Van Onderwerp

25 mei 2025 Gemeenteraad Lotte Dijkers Stadsbank Oost Nederland: Samenvatting jaarstukken 2025 en begroting 2027

Algemeen De schuldhulpverlening verkeert in een transitie. Waar voorheen uniformiteit, wetgeving en regels veelal centraal stonden, zien we nu meer preventie, maatwerk, werken vanuit vertrouwen en het uitbouwen van de financiële redzaamheid van inwoners. Het schuldendomein in Nederland beweegt zich naar het sneller en slimmer regelen van schulden enerzijds en het werken aan de oorzaak van schulden en begeleiding naar redzaamheid anderzijds. Dit vraagt een continue doorontwikkeling van onze dienstverlening in het verlengde van onze klantreis en de ‘basisdienstverlening'. Jaarstukken 2025 De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 270.000. Het positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere personeelslasten. Dit komt voor een deel door een te ruime begroting van de te verwachten aanpassing van de lonen. Ook zijn er voordelen op huisvestingskosten en algemene beheerskosten. Het jaarrekeningsaldo wordt ten gunste gebracht van de algemene reserve. Hierdoor komt de weerstandsratio uit op 2,01 (niveau ‘Uitstekend’). Dit is boven de gewenste hoogte van het weerstandsvermogen met de kwalificatie ‘voldoende’ (tussen 1,0 - 1,4). Begroting 2027 In 2027 staat verdere doorontwikkeling van de schuldhulpverlening centraal, met meer focus op de inwoner en duurzame oplossingen voor onderliggende problematiek.

De samenwerking met gemeenten en lokale partners wordt versterkt, met extra aandacht voor bereik, preventie en toegankelijke dienstverlening. Daarnaast wordt financiële expertise breder ingezet, onder andere voor ondersteuning van inburgeraars en jongeren. De primaire begroting 2026, de jaarrekening 2025 en de Kaderbrief SON 2027 vormen gezamenlijk de leidraad voor de primitieve begroting 2027-2030. De deelnemende gemeenten in de GR en de Stadsbank (SON) hebben gezamenlijke richtlijnen gemaakt over de jaarlijks toe te passen systematiek voor loon- en prijsontwikkeling in de primitieve begroting en meerjarenraming. De begroting 2027–2030 is opgebouwd uit een onderscheid tussen directe (variabele) kosten per dienst en indirecte (vaste) kosten die via de bestaansbijdrage worden gefinancierd. De kosten van de klantreis worden bepaald op basis van de keuzes van gemeenten en de benodigde personele inzet. Aanvullende afspraken met gemeenten worden alleen meegenomen als deze voor de betreffende periode zijn vastgelegd. Het geraamde saldo van lasten en baten laat voor 2027 een resultaat van € 0,- zien. Voor de meerjarenraming 2027-2030 is er sprake van een sluitende raming. Hierbij wordt gestuurd op beheersing van kosten via realistische personeelsramingen (incl.

krapte arbeidsmarkt), een flexibele schil en inzet op efficiëntie, terwijl vervangingsinvesteringen binnen bestaande middelen worden opgevangen. -1-

De weerstandsratio komt voor 2027 uit op 1,56 (niveau ‘Ruim voldoende’). Dit is boven de gewenste hoogte van het weerstandsvermogen met de kwalificatie ‘voldoende’ (tussen 1,0 - 1,4). QuickScan Gemeenschappelijke Regelingen Inhoudelijke opmerkingen: 1. Er wordt in 2027 een toename van het aantal aanmeldingen verwacht terwijl gelijktijdig het aantal mensen dat zelf betaalt voor de dienstverlening van de Stadsbank afneemt (pagina 15 begroting). Wat zijn de gevolgen hiervan voor de Stadsbank en indirect voor de bijdragen van gemeenten aan de dienstverlening? Reactie GR: De toename van het aantal aanmeldingen wordt veroorzaakt doordat wij vanaf 2026 de aanmeldingen verzorgen voor de gemeente Rijssen-Holten, waar voorheen uitvoering hiervan bij de gemeente lag. Bij het opstellen van de primaire begroting 2026 was dit nog niet bekend. Het aantal mensen wat wij duiden als zelfbetalers daalt inderdaad. Deze mensen betalen zelf voor de dienstverlening. Dit is afhankelijk van gemeentelijk beleid en kan bijvoorbeeld gelden voor mensen die hun schulden hebben afgelost. Hierin zit wel een dilemma: als dienstverlening voor eigen rekening komt, wordt sneller de afweging gemaakt om hiermee te stoppen, hoewel wij in een groot deel van deze situaties anders adviseren. 2. Uit de prestatie-indicatoren blijkt verder dat de afhandelingssnelheid voor het eerste gesprek steeds verder daalt.

In 2020 (jaarverslag 2022, p. 21) was nog 88% van de klanten binnen de termijn geholpen, in 2025 is dat 65%. Wat zijn de maatschappelijke gevolgen hiervan en hoe gaat de Stadsbank hierop bijsturen? Reactie GR: De maatschappelijke gevolgen van afhandelingssnelheid zijn niet alleen aan deze indicator te koppelen. Vanuit Zorgen weg, waarde terug is het belangrijk hoeveel mensen wij bereiken die succesvol een traject doorlopen. Dat betekent enerzijds schuldenvrij als er sprake is van schulden en anderzijds financieel redzaam. Daarvoor is het uiteraard belangrijk dat we aan de voorkant snel en goed in contact komt en daarom volgen wij deze indicator ook nauwlettend, samen met onze 21 gemeenten. Tegelijkertijd zien we dat situaties van inwoners complexer worden, waardoor er meer tijd nodig is voor een goede opstart, zowel op verbinding als aanpak van de schuldenproblematiek. We zitten nog binnen het landelijk beeld en de wettelijke termijnen, maar als dit beter kan en moet, zullen we hier uiteraard actie op ondernemen. Overigens kan dit per gemeente verschillen en is het ook mogelijk dat de wachttijd langer duurt doordat de inwoner afspraken opschuift of afzegt. De stap naar schuldhulp wordt in Nederland nog vaak als een drempel ervaren. We doen er alles aan om, o.a. door de samenwerking met vrijwilligersorganisaties, het maatschappelijk veld en -2-

gemeenten, het lokaal aanwezig zijn en algemene voorlichting deze drempel weg te nemen. 3. De cijfers over opgeloste schulden (pagina 82 jaarverslag) laten een toename van het oplossen van schulden via bemiddeling of de wettelijke regeling (Wet Schuldsanering; Wsnp) zien. Wat verder terugkijkend in de stukken ontstaat een ander beeld, namelijk van een daling in absolute termen, maar ook ten opzichte van het aantal indicatiestellingen in een jaar. Zie afbeelding 1 hieronder. Hoe is dit te duiden: werkt preventie wellicht, bereikt de Stadsbank sommige groepen wellicht niet (meer), heeft het te maken met schulden bij overheden en wat betekent dit voor toekomstige taken en budgetten voor de organisatie? Reactie GR: De derde vraag is een macro-economische vraag en ook het landelijk beeld. We bereiken nog slechts een deel van de inwoners met geldzorgen. Zie ook het IBO-rapport ‘Naar een beter werkende schuldenketen’. Naar een beter werkende schuldenketen - met bijlagen 1 t/m 10 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Veelal werken we als Stadsbank tweedelijns en zijn we afhankelijk van het aantal inwoners dat naar ons wordt doorgeleid. Dit kan harder gaan stijgen als methoden als vroegsignalering nog effectiever worden, maar omgekeerd kan ook een daling optreden. E.e.a. is ook afhankelijk van de algemene economische ontwikkeling.

In beide gevallen beweegt de Stadsbank als organisatie mee in omvang en in bekostiging die voor een groot deel op omvang van de dienstverlening is gebaseerd.

-3-

Financiële opmerkingen: 1. De Stadsbank haalde een financieel resultaat van € 270.000 op € € 14,4 miljoen gerealiseerde lasten. In de toelichting op het financiële resultaat blijft de op basis van een gerechtelijke uitspraak terugbetaalde BTW wat onderbelicht. Behalve dat er sprake is van een onttrekking aan de reserve is niet te herleiden wat er nu in de najaarsnota voor was begroot, wat er nu feitelijk is betaald en onder welke kostensoort het is verwerkt (pagina 75). Dat is relevant omdat uit het overzicht op pagina 75 ook blijkt dat de personeelslasten tussentijds omhoog zijn bijgesteld en zelfs nog lager uitvallen dan oorspronkelijk begroot. Dat komt bij huisvesting en overhead als geheel (pagina 76) ook voor. Reactie GR: In de Voorjaarsnota is opgenomen dat de incidentele last als gevolg van de afwikkeling btw teruggave over beschermingsbewind €320.000 bedraagt. Deze teruggave is verantwoord onder de beheerskosten. Inmiddels is er € 285.000 terugbetaald en staat het restant nog open omdat nog niet alle teruggave geclaimd is.

-4-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4300/documents/60350