6.a Samenvatting Stadsbank Oost Nederland.pdf
Tekst van het document
Samenvatting
Datum Aan Kopie aan Van Onderwerp
15 mei 2023 Gemeenteraad Jeroen Te Molder Stadsbank Oost Nederland: Samenvatting jaarstukken 2022 en begroting 2024
Jaarstukken 2022 In 2022 is samen met de deelnemende gemeenten een gezamenlijke, vernieuwde ambitie voor de Stadsbank neergezet waar in 2023 verder aan de slag wordt gegaan. Om samen mensen met schulden beter en sneller te kunnen helpen. Tegelijkertijd kwam in 2022 de koopkracht- en energiecrisis op. Dit vertaalde zich nog niet in een toename van het aantal klanten over de hele linie, maar voor de bestaande klanten is, samen met gemeenten, ingezet op het voorkomen van noodsituaties voor onze inwoners. Mede door extra bijdragen van gemeenten ten behoeve van opvang van de lagere omvang van de dienstverlening met daardoor lagere inkomsten van de deelnemende gemeenten en uitsluitsel over een fiscaal vraagstuk (btw-vrijstelling op het onderdeel Beschermingsbewind) is 2022 afgesloten met een incidenteel positief financieel resultaat van € 365.900. Het jaarrekeningsaldo wordt ten gunste gebracht van de algemene reserve. De weerstandsratio komt daarmee uit 1,2 en daarmee binnen de vastgestelde bandbreedte (1,0 en 1,4). Invloed noodzakelijke inhuur op accountantsverklaring Door de arbeidsmarktkrapte en het open einde karakter van onze dienstverlening is in 2021 de Europese aanbestedingsgrens met betrekking tot inhuur overschreden. Als gevolg hiervan heeft de accountant voor het verslagjaar 2021 een oordeel met beperking afgegeven.
Deze situatie is inmiddels opgelost, maar liep noodzakelijkerwijs nog enigszins door in 2022, zoals in de jaarrekening 2021 is aangegeven. Dit leidt voor 2022 nog tot een beperking in de controleverklaring ten aanzien van rechtmatigheid. In 2023 is dat niet meer het geval. Begroting 2024 Deze nieuwe begroting is gebaseerd op de vernieuwde strategie; ‘Samen lossen we schulden op’, bekrachtigd door het bestuur in november 2022. De vernieuwde strategie is vertaald in een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening (klantreis), die in 2023, met bijbehorende financiering, is ingezet. In verbinding met en faciliterend naar gemeenten en hun regie op het sociaal domein. Met deze begroting wordt ook het aangepaste en toekomstbestendige bekostigingsmodel geïmplementeerd. Een model dat zoals voorheen is gebaseerd op solidariteit, gemeenschappelijkheid en flexibiliteit, maar met meer voorspelbaarheid, minder productdifferentiatie en meer ruimte voor ontwikkeling.
Tevens is de herijking van de verhouding van gemeenten in de standaarddienstverlening verwerkt. De bestaanskosten van de Stadsbank worden via een vaste verdeelsleutel over de deelnemende gemeenten verdeeld (25% huishoudens, 75% omvang standaard dienstverlening). Daarbij wordt in een periode van 2 jaar naar de nieuwe verhouding toegegroeid. Bij de opstelling van de uitgangspunten en richtlijnen voor de begroting is rekening gehouden met de gebruikelijke systematiek die vanuit de deelnemende gemeenten is meegeven. Voor 2024 leidt dat voor alle gemeenschappelijke regeling tot een forse stijging. Voor de prijsontwikkeling is dat 12,7% en de loonkosten 10% (inclusief de cao voor 2023 van 8%). Het geraamde saldo van lasten en baten zal zowel voor 2024 als voor de jaren 2025-2027 leiden tot een positief resultaat. Deze saldi betreffen de bijdrage van de gemeente Aalten conform de overeengekomen regeling voor het uittreden van deze gemeente uit de gemeenschappelijke regeling en de terugverdieneffecten van het Project Procesoptimalisatie BBR. Na het toevoegen van de saldi aan de Algemene Reserve sluit elke jaarschijf van de begroting 2024-2027 op nul. De totale geraamde bijdrage van alle gemeenten in 2024 is daarbij € 9,93 miljoen. Het aandeel van Hof van Twente is € 335.539. Dit past, bij toepassing de eigen uitgangpunten voor loon- en prijsontwikkeling 2024 binnen het budget.
Kernpunten QuickScan Gemeenschappelijke Regelingen Vraag een bestuurlijk oordeel over de verdeling van schulden en budget-beheer taken over verschillende leeftijdsgroepen en welke gevolgen dat volgens het bestuur heeft voor werkwijzen en bekostiging van de Stadsbank. Beantwoording: De Stadsbank ziet geen grote veranderingen in de samenstelling van de populatie die aanklopt voor schuldhulp, die gevolgen heeft voor onze werkwijze in het algemeen. Met de inzet van een meer klant- en resultaatgerichte dienstverlening met meer tijd en aandacht voor de klant, wordt juist ingezet op maatwerk en de best passende dienstverlening voor de klant (klant voorop). In samenwerking met gemeenten wordt wel op projectbasis gekeken en ervaren of bepaalde doelgroepen meer aandacht behoeven. Vraag een meer inhoudelijke onderbouwing van risico’s in relatie tot het eigen vermogen van de Stadsbank alvorens in te stemmen met het verder opbouwen van de algemene reserve. Beantwoording: De hoogte van het begrotingstotaal in de ontwerp begroting is niet direct bepalend voor de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. Het klopt dat enkel een stijging van de ontwerpbegroting niet persé leidt tot een verandering van de risico’s. Bij de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van een integrale risicoanalyse op basis van de gangbare ‘NARIS’ methode.
Per onderwerp wordt het risico in beeld gebracht en de frequentie waarin deze op zou kunnen treden. Vervolgens wordt dit risico financieel vertaald. De -2-
wijzigingen in risico’s komen door aanpassingen in de bekostigingssystematiek. In de begroting (pag.14) worden de risico’s toegelicht en onderbouwd. Vraag een toelichting op de onderbouwing van de personeelskosten in relatie tot de gestegen loonkosten en de ambitie om extra personeel in te zetten. Beantwoording: De begroting 2023 is begin 2022 opgesteld. Later dat jaar is met de nieuwe Strategische Agenda ingezet op een klant- en resultaatgerichte dienstverlening, optimale verbinding met en faciliterend naar gemeenten en hun regie op het sociaal domein, met daarbij een passende toekomstbestendige bekostiging. Dit betekent meer inzet en tijd voor de klant bij de start van schuldhulp in samenwerking met en bij de gemeenten. Dit verklaart de stijging van de formatie. In de begrotingen 2023 en 2024 is uitgegaan van richtlijnen die echter voor die jaren verschillende uitgangspunten kennen. Een direct vergelijk van de cijfers van de jaarschijf 2024 in de primitieve begroting 2023 met de cijfers in de begroting 2024 is daarom niet mogelijk. In de begroting 2023 waren de personeelslasten al geïndexeerd voor de jaarschijf 2024 (4,2%+2,8%, totaal 7%) voor jaarschijf 2024. In de begroting 2024 zijn de personeelslasten geïndexeerd met 10% (8%+2%). Dit is een stijging van 3% in vergelijking met de jaarschijf 2024 in de primitieve begroting 2023.
-3-