CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Bijlage bij Inwoner over Nadeelcompensatie verbod sierteelt (1043873).pdf

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 5: Vaststellen adviezen ingekomen stukken1.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Nadeelcompensatie bij verbod op niet-biologische sierteelt In deze notitie wordt ingegaan op de vraag of bij een verbod op niet-biologische sierteelt, voorafgegaan door een voorbereidingsbesluit, een risico aanwezig is voor substantiële schadeclaims. Conclusie De kans op nadeelcompensatie is zo goed als nihil, omdat: - het voorbereidingsbesluit niet openstaat voor een schadeclaim; - een wijziging van het omgevingsplan ter bescherming van de volksgezondheid wordt gezien als eigen risico; - evenals een wijziging die ‘voorzienbaar’ was, en - indien belanghebbenden toch een ontvankelijke claim weten in te dienen, hoeft er geen sprake te zijn van inkomstenderving en ook grondwaardevermindering lijkt niet aan de orde te zijn.

Toelichting Verbod niet-biologische sierteelt in voorbereidingsbesluit Geen nadeelcompensatie bij een voorbereidingsbesluit Een voorbereidingsbesluit (VBB) staat niet open voor nadeelcompensatie (!). In de wet is een lijst opgenomen van besluiten waarbij vergoeding aan de orde kan zijn. In die lijst is het VBB niet opgenomen. Het betreft een limitatieve / uitputtende lijst: alleen die besluiten komen in aanmerking. Het gaat om artikel 6.1 lid 2 Wet ruimtelijke ordening / artikel 15.1 van de Omgevingswet. Er zijn juristen die hier vraagtekens bij plaatsen. Zij stellen dat het denkbaar is dat een VBB wèl in aanmerking komt voor schadevergoeding, omdat een VBB in principe het omgevingsplan wijzigt. En dat laatste is wel een besluit waar schadevergoeding kan spelen. De vraag is of een rechter hierin meegaat, omdat de wetgever bewust het VBB niet heeft opgenomen in de lijst van besluiten waar vergoeding aan de orde kan zijn. Hier is echter nog geen jurisprudentie over; er is dus ook nog niemand die nadeelcompensatie heeft geëist n.a.v. een VBB. Dit heeft ook te maken met het feit dat een VBB een tijdelijke situatie is. Stel dat iemand een claim indient n.a.v. een VBB en die claim toch in behandeling wordt genomen. Dan lijkt de kans op succes nog steeds zeer klein.

Ten eerste bevriest een VBB de huidige situatie; alleen nieuwe – ongewenste – ontwikkelingen worden verboden voor maximaal 1,5 jaar. Een VBB hoeft ook niet te leiden tot een wijziging in het omgevingsplan. Het besluit kan zelfs weer verlopen zonder dat er iets verandert. En als het omgevingsplan wel wordt gewijzigd, kan de uiteindelijke maatregel afwijken van de inhoud van het VBB. Er is dan immers sprake van een nieuw proces, met inspraakprocedure, etc. Zelfs als we al het bovenstaande terzijde schuiven, spelen bij het VBB dezelfde afwegingen als bij wijzigingen omgevingsplan, waar hieronder nader op wordt ingegaan. -1-

Verbod op niet-biologische sierteelt in het omgevingsplan Geen nadeelcompensatie bij bescherming volksgezondheid Schade wordt niet vergoed als de overheid maatregelen neemt ter bescherming van de volksgezondheid. Dit staat in de Memorie van Toelichting bij de invoering van de Omgevingswet. In de bijlage zijn de letterlijke teksten toegevoegd. De onderbouwing van de gemeente, dat het verbod is ingevoerd om de volksgezondheid te beschermen, is niet ingewikkeld. Een heldere redenatie daarvoor is te vinden in de uitspraak in de hoger beroepzaak 'Sevenum' van 22 juni 2025. Het gerechtshof licht stap voor stap toe waarom het voorzorgsbeginsel bij lelieteelt - ter bescherming van de volksgezondheid – moet worden toegepast. Het gaat om achtereenvolgens de identificatie van mogelijk schadelijke gevolgen, de beoordeling van het risico en - als laatste stap - het nemen van passende maatregelen. De redenatie wordt door het hof keurig juridisch opgebouwd. Het kan dus geen probleem zijn voor de gemeente om de onderbouwing van het besluit op basis van volksgezondheid te leveren. Waarmee een claim kan worden afgewezen op basis van het gestelde in de Memorie van Toelichting van de Omgevingswet.

Een opmerking terzijde: het gerechtshof geeft niet alleen aan dat de overheid op dit moment in gebreke blijft met het toepassen van het voorzorgsbeginsel, maar ook dat de gemeenten dit via de Ruimtelijke Ordening kunnen oppakken (!). In paragraaf 3.43, pagina 22, van het vonnis schrijft het gerechtshof: “Gemeenten kunnen in hun bestemmingsplannen bestrijdingsmiddelen in de buurt van woningen verbieden.”

Geen nadeelcompensatie als een verbod geen verrassing kan zijn Een tweede reden, waarom een claim kan worden afgewezen, is dat ondernemers rekening moeten houden met de ontwikkelingen in de maatschappij. Als het voorzienbaar is dat er een maatregel getro\en zal worden, wordt verwacht dat de ondernemer daarop anticipeert. In gemeente Hof van Twente is in februari 2025 al unaniem een motie aangenomen om een verbod op lelieteelt te onderzoeken en in mei nogmaals, maar nu met de opmerking dat het er gestreefd wordt naar verbod in 2026. Tenslotte heeft de raad in september gevraagd om een voorbereidingsbesluit met een onmiddellijk verbod. Wellicht zijn deze moties te recent om te stellen dat een verbod ‘voorzienbaar’ is. Maar de discussie over bestrijdingsmiddelen bij lelieteelt loopt al veel langer. Er zijn steeds meer gerechtelijke uitspraken waarbij lelieteelt wordt verboden om omwonenden te beschermen. In de hiervoor aangehaalde uitspraak van het gerechtshof kreeg de lelieteler zelfs te horen dat hij een ‘onrechtmatige daad’ begaat als hij binnen 250 meter van woningen bestrijdingsmiddelen zou gebruiken. Het gerechtshof stelt dat de lelieteler weet dat er voldoende signalen zijn over de e\ecten op de gezondheid van omwonenden van de bestrijdingsmiddelen die hij gebruikt. En dat hij daarmee rekening moet houden.

-2-

Kortom, een verbod op niet-biologische sierteelt is geen verrassing. Van de lelieteler en grondeigenaren mag verwacht worden dat zij zich hierop voorbereiden. Men kan voor andere gewassen kiezen of voor biologische teelt. Als dat niet gedaan is, is dat eigen risico en dan is er geen sprake van schadevergoeding. Dit wordt ‘actieve risicoaanvaarding’ genoemd. Stel dat bovenstaande redenaties geen standhouden en er wel sprake is van nadeelcompensatie. Waar gaat het dan over? Nadeelcompensatie gederfde inkomsten Bij nadeelcompensatie kan het gaan om directe en indirecte schade. Bij de directe schade gaat het bij sierteelt met name om gederfde inkomsten. Zorgt een verbod op niet-biologische sierteelt voor gederfde inkomsten? Voor agrariërs en grondeigenaren, die tot op heden geen sierteelt hebben, is dat in principe niet het geval. De Omgevingswet spreekt over ‘passieve risicoaanvaarding’. Dat houdt dit in dat een agrariër/grondeigenaar geen recht heeft op nadeelcompensatie als hij/zij de afgelopen drie jaar geen sierteelt heeft gehad. Dit geldt voor verreweg de meeste agrariërs en grondeigenaren in onze gemeente. Voor lelieteler en de grondeigenaren die wel deze teelt hebben, hangt een mogelijke schadevergoeding af van hoe wordt omgegaan met ‘bestaand gebruik’, een overgangstermijn en het uitfaseren van de teelt. De schade kan dus geminimaliseerd worden.

Belangrijk is tenslotte ook het verschil in inkomsten vergeleken met andere teelten; hoeveel minder brengt de grond op als er voor een ander gewas gekozen wordt? Nadeelcompensatie waardevermindering grond Tenslotte kan er gekeken worden naar indirecte schade; het gaat dan over waardedaling van de grond omdat de mogelijkheden beperkt worden. Hiervoor is in de Omgevingswet een regeling opgenomen. Belangrijk daarbij is dat een waardevermindering tot 4% wordt gezien als normaal maatschappelijke risico. Deze schade wordt niet vergoed. Het gaat bij schade dus alleen om een waardevermindering die meer is dan 4% van de huidige waarde. Dit lijkt niet aan de orde te zijn. Het is niet zo dat grond, waar sierteelt is verboden, zoals in gemeenten Haaksbergen, Opsterland of – sinds 1 oktober – De Friese Meren, minder waard is dan de grond in naastgelegen gemeenten waar dat verbod niet geldt. Bij een taxatie zou het verschil in de mogelijkheid voor sierteelt een rol moeten spelen voor meer dan 4%; dat is niet zo. De grondprijs van agrarische grond wordt met name bepaald door locatie, bereikbaarheid, kwaliteit van de grond e.d. Bij advertenties van te koop staande agrarische percelen wordt niet vermeldt dat er wel of geen sierteelt is toegestaan. De kans op nadeelcompensatie door waardevermindering van de grond lijkt daarom nihil.

-3-

Bijlage Teksten uit Memorie van Toelichting bij Invoeringswet Omgevingswet Kamerstukken II 2017–2018, 34 986, nr. 3, p. 20 Memorie van Toelichting Invoeringswet Omgevingswet De toepassing van het égalitébeginsel leidt ertoe dat niet iedere schade die het gevolg is van een schadeveroorzakend overheidshandelen op grond van dit hoofdstuk voor (volledige) vergoeding in aanmerking komt. Dat is onder meer afhankelijk van de ontwikkeling die met het besluit mogelijk wordt gemaakt, de inbreuk die op het genot van de eigendom wordt gemaakt en de omvang van de schade, in verhouding tot anderen die behoren tot dezelfde referentiegroep. In de regel zal schade als gevolg van het voldoen aan eisen met het oog op een betere bescherming van het milieu (als het gaat om het aanpassen van de beste beschikbare technieken), de archeologie of de volksgezondheid niet voor vergoeding in aanmerking komen (zie hiervoor nader de artikelsgewijze toelichting bij artikel 15.2). Omgekeerd sluit het égalitébeginsel niet uit dat vanwege de rechtstreekse inbreuk die op het genot van de eigendom wordt gemaakt, schade volledig wordt vergoed. Kamerstukken II 2017–2018, 34 986, nr. 3, p. 234 Memorie van Toelichting Invoeringswet Omgevingswet Het vereiste van de abnormale last houdt in dat alleen de schade die buiten het normale maatschappelijke of normale bedrijfsrisico valt, voor vergoeding in aanmerking komt.

Dit betekent dat wanneer degene die vanwege het verrichten van activiteiten schade of hinder aan de fysieke leefomgeving veroorzaakt, wordt geconfronteerd met kosten of schade als gevolg van (aangescherpte) verplichtingen (op grond van de vergunning of regelgeving), deze schade of kosten in beginsel binnen het normale maatschappelijke of normale bedrijfsrisico vallen. Als voorbeeld kan worden gedacht aan het aanscherpen van vergunningvoorschriften vanwege de best beschikbare technieken of voorschriften die met het oog op de bescherming van archeologische of monumentale waarden aan een omgevingsvergunning worden verbonden. De kosten of schade die het gevolg zijn van het kunnen voldoen aan de vergunningvoorschriften of verscherpte regelgeving en die niet boven het normale maatschappelijke of normale bedrijfsrisico uitstijgen, komen vanwege het vereiste van de «abnormale last» in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking.

-4-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4181/documents/59364