4a Samenvatting Omgevingsdienst Twente.pdf
Tekst van het document
Samenvatting Datum Aan Kopie aan Van Onderwerp
25 mei 2026 Gemeenteraad Nafasj Weekhout Omgevingsdienst Twente: Samenvatting jaarstukken 2025 en begroting 2027
Jaarstukken 2025 De Omgevingsdienst Twente (ODT) is een samenwerking tussen de 14 Twentse gemeenten en de provincie Overijssel voor de uitvoering van milieutaken. De ODT biedt aan gemeenten, inwoners en bedrijven specialistisch advies over de wettelijke milieutaken, zoals vergunningen, toezicht en handhaving (de VTH-taken) en is gespecialiseerd in toezicht en handhaving op het gebied van veiligheid, lucht, geluid, energie, afval en bodem. 2025 was een ondernemend jaar waarin verschillende ontwikkelingen zijn geweest. Hierbij kan gedacht worden aan het feit dat er belangrijke stappen zijn gezet op het gebied van groei, innovatie en effectiviteit. In 2024 is de Omgevingswet geïmplementeerd. Dit is mede door een zorgvuldige voorbereiding en nauwe samenwerking met de (keten)partners voorspoedig verlopen. De ICT-systemen en processen zijn na eerste ervaringen geoptimaliseerd, waarbij verdere verbeteringen in 2025 doorgevoerd zijn. De nieuwe wetgeving heeft wel gezorgd voor inhoudelijke uitdagingen en discussies. Vooral de druk op de juristen was hoog, door de specifieke bepalingen rondom het overgangsrecht. Daarnaast heeft de ODT in 2024 vanuit de landelijk vastgestelde robuustheidscriteria verdere stappen gezet in de ontwikkeling van een Innovatie- en Ontwikkelagenda. Hierin wordt beschreven hoe de ODT innovatie gefaseerd als structureel proces willen implementeren.
Innovatie wordt niet alleen als thema benoemd, maar het wordt duurzaam verankerd in het primaire proces. De ODT heeft over 2025 een positief saldo gerealiseerd van € 1.750.000. Dit resultaat is voornamelijk gerealiseerd door een voordeel op de personeelskosten. Daarnaast heeft de ODT rentebaten ontvangen, incidentele bijdragen voor projecten ontvangen en lagere onvoorziene kosten gehad. De ODT heeft voorgesteld dit volledige resultaat aan de deelnemers, naar rato, terug te storten. Begroting 2027 De financiële begroting voor 2027 is gebaseerd op de vastgestelde Programmabegroting 2026 en de vastgestelde Kadernota 2027. De doelstelling van deze begroting is om tot een duurzame en reële begroting te komen met een passende financiering voor de OD Twente. Het is van belang dat de inhoud en omvang van de taakuitvoering leidend is en dat de uitvoering efficiënt blijft. De volgende ontwikkelingen hebben een financiële consequentie voor de Programmabegroting 2027: De begroting is opgesteld aan de hand van het aantal benodigde (productieve) uren per deelnemer, gebaseerd op de regionaal vastgestelde ambities omtrent de VTHsamenwerking. De formatie voor het primaire proces passen we hierop aan.
Binnen het primaire proces is sprake van een structurele uitbreiding voor advies. Het betreft een urenstijging voor reguliere werkzaamheden die de afgelopen jaren -1-
in omvang zijn toegenomen. Het betreft geen nieuwe taak of werkzaamheden die voortkomen uit nieuw beleid (zie de toelichting onder ontwikkelingen). De toename is ondergebracht onder overige baten en nog niet toegewezen aan de deelnemersinbreng. Dit zal opgenomen worden in de evaluatie van de financiering. Op basis van de formatie voor het primaire proces beweegt de formatie voor de overhead ook mee. Het formatieve overheadpercentage komt uit op 17%. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2026. Het integrale uurtarief is gebaseerd op het totaal van de structurele exploitatiebegroting, gedeeld door het aantal structurele productieve uren. Op basis van onze daadwerkelijk gemaakte uren wordt aan het einde van het jaar per deelnemer afgerekend. Na deze individuele afrekening vindt bij overschotten of tekorten nog een collectieve afrekening plaats, op basis van het percentage van de begrote deelnemersbijdrage. De bedragen in de tabellen worden weergegeven in duizendtallen. Hierdoor kunnen afrondingsverschillen ontstaan in de tellingen.
Overige ontwikkelingen zijn: Opvolging Toekomstvisie 2030+ In 2025 is de Toekomstvisie OD Twente 2030+ bestuurlijk vastgesteld. Deze visie wordt in 2026 samen met de partners vertaald naar een Strategische meerjarenagenda 2026– 2030. Dit is een concreet sturingsdocument met duidelijke keuzes, ontwikkellijnen en besluitmomenten. Centraal staat de ambitie om als omgevingsdienst maximaal bij te dragen aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving door te sturen op maatschappelijke effecten. De agenda bundelt de richtinggevende keuzes van de toekomstvisie in vijf samenhangende thema’s: • Outcome- en opgavegericht sturen (U&H-strategie) • Concentratie milieutaken en uniforme Twentse aanpak • Kennisknooppunt, data en informatiepositie • Actieve advisering (beleid en ruimte) • Strategische (keten)samenwerking De agenda fungeert als dynamisch sturingsinstrument tot en met 2030 en is gekoppeld aan de planning- & control cyclus. Hierbinnen zijn expliciet bestuurlijke besluitmomenten aangewezen bij onderwerpen met relevante bestuurlijke, financiële of organisatorische impact. Per thema zijn einddoelen, tussendoelen, ontwikkellijnen, kernacties en concrete producten uitgewerkt, ondersteund door een integrale meerjarenplanning.
Bedrijfsvoering, cultuur, governance, monitoring en risicomanagement (zoals capaciteitschaarste en bestuurlijke gevoeligheden) zijn expliciet benoemd als essentiële randvoorwaarden. Deze worden tussentijds geëvalueerd in 2028. Zo biedt de meerjarenagenda een samenhangend kader voor prioritering, uitvoering en verantwoording richting het bestuur en de deelnemers. -2-
Kaderrichtlijn water: Vanaf 2027 is Nederland verplicht om aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen. De KRW vereist verbeterde waterkwaliteit maar Nederland loopt achter. Omgevingsdiensten voeren taken uit met betrekking tot ‘indirecte lozingen’ en doen dit namens het bevoegd gezag. Dit leidt tot verscherpte vergunningen en geïntensiveerd toezicht op lozingen, met focus op PFAS en bestrijdingsmiddelen. Verbeterde monitoring en meetmethoden zijn nodig om vervuiling beter te controleren. Dit vraagt extra middelen en gespecialiseerde kennis. In scenario 3 van de Kadernota 2026 Omgevingsdienst Twente is een benodigd voorbereidingskrediet geadviseerd van € 100.000. Het bestuur heeft gekozen voor het uitvoeren van scenario 2 en daarom wordt in 2026 geen budget opgenomen voor de KRW.
Bijdrage deelnemers De financieringssystematiek die tot de Programmabegroting 2024 leidde, sluit mede door de invoering van de Omgevingswet niet meer aan op de huidige praktijk. In de afgelopen periode hebben accounthouders, beleidsmedewerkers en de OD Twente intensief samengewerkt om de gevolgen hiervan in kaart te brengen. Een eerste uitwerking hiervan is verwerkt in deze begroting met de toevoeging van de 12.000 extra uren voor adviesproducten. Voorafgaand aan de Programmabegroting 2028 starten we de volledige evaluatie van de financiering op. In dit traject beoordelen we de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en onderzoeken we of de ureninbreng van de deelnemers en de daarbij behorende begroting nog aansluit op de actuele uitvoeringspraktijk. Deze evaluatie voeren we in gezamenlijkheid uit met de accounthouders en financials van de deelnemers. Zodat de uitkomsten breed zijn gedragen en passen bij de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een realistische en toekomstbestendige financiering. De totale begroting 2027 heeft een omvang van € 22,6 mln. Het aandeel vanuit de gemeenten daarin is geraamd op € 19,7 mln. De deelnemersbijdrage van Hof van Twente stijgt van € 1.961.000 in 2026 naar € 2.035.000 in 2027.
Dit betreft hoofdzakelijk de loon- en prijs ontwikkeling conform gemaakte afspraken over de te hanteren uitgangspunten Risico’s In de eerste paragraaf van de Ontwerp Programmabegroting ODT 2026 zijn de belangrijkste risico’s opgenomen. Risico’s kunnen een externe of interne oorzaak hebben. Externe risico’s zijn toe te schrijven aan de ontwikkelingen op regionaal, provinciaal of landelijk niveau. De interne risico’s hangen hiermee samen of kunnen gericht zijn op de bedrijfsvoering.
-3-
De ratio weerstandsvermogen is op basis van de omvang van de geïnventariseerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit berekend. De weerstandsratio komt uit op 1,38 dat volgens de waarderingstabel weerstandsvermogen (Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement), als “voldoende” wordt aangemerkt. Tevens voldoet de weerstandsratio hiermee aan het streven van de ODT. De ODT streeft naar een minimaal risico voor de deelnemers. Dit betekent dat een weerstandsratio wordt beoogd van tussen de 1,0 en 1,4. Kernpunten QuickScan Gemeenschappelijke Regelingen Twente In dit onderdeel zijn de vragen uit de Quickscan en bijbehorende antwoorden weergegeven. De antwoorden zijn geformuleerd door de gemeenschappelijke regeling. De term ‘wij’ ziet dus toe op “wij als gemeenschappelijke regeling” en niet op de gemeente Hof van Twente. De samenwerkende Twentse Rekenkamers plaatsen bij de begroting van de Omgevingsdienst enkele bestuurlijke en financiële aandachtspunten. Allereerst is door de Omgevingsdienst een toekomstvisie 2030+ vastgesteld, die nog moet worden uitgewerkt in een strategische meerjarenagenda. De Rekenkamers wijzen erop dat deze uitwerking mogelijk financiële consequenties heeft voor deelnemende gemeenten. Geadviseerd wordt gemeenteraden tijdig te betrekken en hen gelegenheid te geven wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
Daarnaast vragen de Rekenkamers aandacht voor de voorbereiding op de Kaderrichtlijn Water, die in 2027 volledig van kracht wordt. Volgens hen blijft in de begroting onduidelijk of de Omgevingsdienst hiervoor tijdig voldoende voorbereid is. Daarbij wordt verwezen naar recente berichtgeving over het verdwijnen van sloten en de mogelijke gevolgen daarvan voor toezicht en handhaving, mede in relatie tot de waterschappen. Verder wordt stilgestaan bij de inzet van drones door de Omgevingsdienst. De Rekenkamers merken op dat in de begroting geen aandacht wordt besteed aan toepassing van kunstmatige intelligentie. Ook stellen zij de vraag in hoeverre besluitvorming over inzet van drones, met name boven woonwijken, bestuurlijk en maatschappelijk afstemming met gemeenteraden vraagt. Ambtelijk is aangegeven dat bij inzet van drones rekening wordt gehouden met privacywetgeving. Ten aanzien van advisering door de Omgevingsdienst wordt benadrukt dat deze dienstverlening plaatsvindt op basis van uurtarieven. Gemeenten wordt geadviseerd goede contractuele afspraken te maken om kosten beheersbaar te houden. Financieel signaleren de Rekenkamers dat het lagere uurtarief mede voortkomt uit spreiding van vaste lasten over meer uren. Dit kan kwetsbaar zijn wanneer het takenpakket in de toekomst afneemt. Tevens wordt gewezen op het risico van een -4-
toenemend aandeel vaste lasten, wat kan leiden tot hogere positieve jaarrekeningresultaten. Ook wordt gewezen op een mogelijke uitbreiding van de formatie, onder meer vanwege datakwaliteit en extra capaciteit voor reguliere taken. De Rekenkamers adviseren eventuele groei van de organisatie integraal te koppelen aan de toekomstvisie en meerjarenagenda en dit ter bespreking aan raden voor te leggen. Tot slot constateren de Rekenkamers dat het aantal uren voor lokale projecten aanzienlijk is afgenomen, terwijl regionale projecten stabiel blijven. Indien advisering steeds meer afhankelijk wordt van landelijke projecten en rijksbijdragen, achten zij het wenselijk om opnieuw te kijken naar de risicohouding en tariefstelling van dergelijke projecten.
-5-