CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

220119 TVW Hof van Twente - Hoofdtekst.pdf

Gemeenteraad 8 februari 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 14: Warmtetransitievisie gemeente Hof van Twente12.148 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

-

Recente woningen

Om het betaalbaar te houden zijn alleen woningen met een goede isolatiegraad geschikt om in één

keer de stap naar een warmtepomp te maken. Woningen met een slechte isolatiegraad dienen eerst maatregelen te nemen om deze te verbeteren. ‘Energie’ in de wijk

Er zijn geen initiatieven of andere verbanden gevonden die hebben bijgedragen aan de keuze voor dit gebied.

Belangrijkste aandachtspunt 

26

De woningcorporatie kan een belangrijke rol als inspirator en initiatiefnemer hebben. Het is daarom van belang om in het vervolgproces na de TVW gezamenlijk op te trekken en elkaar te versterken.

5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie is complex en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. Er zijn aanpassingen aan gebouwen en infrastructuur nodig, er zijn duurzame energiebronnen nodig en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven en de provincie. Het vraagt tevens om veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele partners. Enerzijds moet er coördinatie plaatsvinden op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering. Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk naar de eerste stappen richting uitvoering.

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In Hof van Twente onderscheiden we een gemeentebrede doelgroepenaanpak en een gebiedsgerichte aanpak in een aantal buurten met startkansen. 5.1.1 Gemeentebreden doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat er in veel transitiepaden maatregelen nodig zijn die vragen om een doelgroepgerichte aanpak. Een dergelijke aanpak is bedoeld om individuele gebouweigenaren te faciliteren en motiveren bij de keuzes die zij moeten maken voor het nemen van individuele stappen zoals isolatie of een warmtepomp. Elke woningeigenaar is anders en heeft een eigen type woning en beslismoment. Het is mogelijk om hierin een aantal verschillende doelgroepen te formuleren als we kijken naar de meest logische stappen

27

die een gebouweigenaar kan zetten, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar van de woning. Met deze doelgroepenaanpak maken we onderscheid in een aanpak voor het isoleren van gebouwen en een aanpak voor de overstap naar (hybride) warmtepompen. Bij het categoriseren van doelgroepen onderscheiden we de volgende groepen: Isolatieaanpak 

Gebouwen voor 1950: focus op isolatie, maatwerk i.v.m. grote diversiteit

Gebouwen van 1950-1975: isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70 graden)

Gebouwen van 1976-1990: isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed.

Aanpak (hybride) warmtepompen 

Gebouwen voor 1990: hybride warmtepomp

Gebouwen van 1990 - 2005: afhankelijk van isolatieniveau hybride warmtepomp of all-electric

Gebouwen na 2005: all-electric (voldoende geisoleerd)

Gebouweigenaren maken hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Uiteraard hangt het van de gebouweigenaar af of er al maatregelen aan het gebouw zijn getroffen. Het verkrijgen van meer informatie over reeds genomen renovatiemaatregelen en over een mogelijk Cv-ketel vervangingsmoment, kan helpen om gerichter inzichtelijk maken waar de komende tijd stappen gezet kunnen worden. Een analyse is noodzakelijk om op basis van de actuele situatie van een gebouw te kunnen beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn. Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om het daadwerkelijk nemen van maatregelen te stimuleren. Het nemen van deze individuele maatregelen vindt dus plaats op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de

juiste boodschap en middelen willen we de verschillende benoemde doelgroepen stimuleren om toch de stappen richting transitiegereed te gaan zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2.

haalbaarheidsstudie om de kansen voor het aardgasvrij maken van woningen en ander vastgoed in de startgebieden verder te verkennen.

De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren. Zij maken tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten, de overstap door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur.

Een wijkuitvoeringsplan (WUP) beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welke aardgasvrije warmteoplossing deze gebieden overgaan en (indien al mogelijk) per wanneer. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om de stap naar aardgasvrij te maken en welke partijen daarbij een rol spelen. Het wijkuitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of de aardgasvrije warmteoplossing voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties.

Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs te doen. Ten eerste omdat er nog innovaties worden verwacht, zoals warmteopslag in de woning, en warmtepompen die nog steeds efficiënter worden. Daarnaast liggen in deze gebieden relatief nieuwe woningen waar gasleidingen nog niet zijn afgeschreven. Bovendien is de klimaatwinst in deze gebieden beperkt omdat deze al vrij goed geïsoleerd zijn en elektriciteit op dit moment nog vooral fossiel wordt opgewekt. Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen moet het elektriciteitsnet extra worden verzwaard. De netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is en zij kiest, samen met de gemeente, een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te verzwaren. 5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak in de startwijken Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan de slag te gaan. De gebiedsgerichte aanpak wordt ingezet in de wijken die in paragraaf 4.7 zijn benoemd als kansrijke wijken om in te starten met de warmtetransitie. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken.

Door middel van de gebiedsgerichte aanpak willen we ons gezamenlijk met inwoners en partners inzetten om zo de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar en uitvoerbaar te kunnen houden. Dit betekent dat we hier samen met de betrokken partners gaan beginnen met het maken van wijkplannen. Dit doen we onder andere door het uitvoeren van een

28

Uitvoeringsplannen

Naast de wijken die in paragraaf 4.7 zijn benoemd als startkansen zijn er vanuit onze kijk op de warmtetransitie verschillende aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen de andere buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen: 1. Clustering Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar, kennen vaak een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, is het behulpzaam om voor een gebiedsgerichte aanpak te kiezen. De aandachtsgebieden in de warmtetransitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all-electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet kan worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Collectiviteit zou tevens kunnen door middel van een buurtwarmtepomp gekoppeld aan een lokaal bronnetwerk. Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Deze isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn

gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de warmtetransitiekaart. We lichten dit in het kader op de volgende pagina verder toe. 2. Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf. Vaak zijn er andere opgaven op het gebied van renovatie, vergroening, veiligheid en andere thema’s die ook spelen in een wijk. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles verknopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er vindt afstemming plaats met en over de volgende onderdelen: 

Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, biodiversiteit en mobiliteit;

Opgaven in de openbare ruimte, zoals herstructurering en rioleringsvervangingsopgaven;

Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;

Bestaande plannen, zoals de ambities op het gebied van duurzaamheid opgenomen in het coalitieprogramma 20182022 ’De kracht van samen’;

Plannen van andere partners, zoals de woningcorporaties.

Een woningcorporatie en de gemeente kunnen samen verkennen waar kansen liggen voor de warmtetransitie. Bijvoorbeeld waar renovatieplannen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Bij een dergelijke ontwikkeling kan ook verkend worden of er isolatie kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, wijk of dorp. Hier ligt dus een koppelkans om bij een verduurzamingsproject van de woningcorporatie met gestippeld bezit de particuliere eigenaren een aanbieding te doen om mee te kunnen liften

29

Van aanknopingspunten naar startkansen Op basis van de aanknopingspunten kunnen we in Hof van Twente de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen. Een voorbeeld hiervan is de Energie Transitie Atlas om inzichtelijk te maken of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken. De atlas maakt het mogelijk om op kleinere schaal naar kansen te kijken dan het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de warmtetransitiekaart. Op dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering van vergelijkbare woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk maken en over elkaar heen leggen. Op dat niveau wordt ook de kaartlaag interessant met isolatiekansen per deelgebied en zelfs op blokniveau, om te verkennen waar een gebiedsgerichte isolatieaanpak voor de hand ligt.

Een voorbeeld van een gebied uit een andere gemeente waar deze aanknopingspunten samenkomen is de wijk Dullaert, die hierboven is gevisualiseerd.

De kaart is een illustratie van een wijk waar de verschillende aanknopingspunten samenkomen. Zo zien we op verschillende plekken isolatiekansen en een verouderd gasnet. Daarnaast zijn er in de wijk verschillende inwonersinitiatieven die kunnen bijdragen om hier met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Deze inzichten kunnen helpen om gebieden op kansrijkheid te beoordelen. De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om de aanknopingspunten verder aan te vullen en uit te diepen. Tegelijkertijd blijven het data en modellen die zijn gevisualiseerd in kaarten, en ziet de wereld er in het echt complexer en genuanceerder uit. We zien de kaarten daarom als basis voor de belangrijkste vervolgstap, namelijk het gesprek blijven voeren om de kaarten met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken over welke startkansen we wanneer verder willen verkennen.

5.2 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? Communicatie Communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp leeft onder inwoners, omdat de bijbehorende werkzaamheden en aanpassingen zich voor een deel achter de voordeur afspelen. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten:

30

Communicatie via verschillende kanalen: in algemene zin (periodiek) over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie en in specifieke zin over isoleren en andere praktische maatregelen die gebouweigenaren kunnen nemen;

Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over

handelingsperspectieven op de gemeentelijke website of via de loketten. Deze informatie is eenduidig en bij voorkeur regio-breed afgestemd. We bouwen hierbij voort op bestaande structuren en op wat al goed gaat, en vullen aan waar verbetering mogelijk is. 

Zelf inwoners binnen de doelgroepenaanpak actief benaderen toegespitst op hun situatie. Bewoners kunnen ook worden gestimuleerd en ondersteund via een energiecoach.

Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt door verschillende stappen die in de gemeente worden gezet in de warmtetransitie. Vroegtijdig communiceren in buurten waar vervolgstappen in de transitie voorzien worden.

Inspirerende voorbeelden delen. Terugblik inwonersavond 26 oktober 2021 Op 26 november 2021 hebben we een inwonersavond georganiseerd over de Transitievisie Warmte voor de inwoners van Hof van Twente. Tijdens deze inwonersavond kregen de bijna 70 aanwezigen informatie over de overstap naar duurzaam verwarmen in Hof van Twente, zijn we met elkaar in gesprek gegaan over de aanpak en werd meegedacht over de vervolgstappen die nodig zijn in de komende periode. De concept warmtetransitiekaart is besproken en via live gesprek en de online tool mentimeter konden inwoners tips en input meegeven. Deze feedback is meegenomen in het schrijven van deze gehele TVW, maar een aantal onderdelen we in het bijzonder uitlichten. Individueel aan de slag Een groot deel van de aanwezige bewoners zijn zelf al bezig met het verduurzamen van hun woning. Zes aanwezigen gebruiken zelfs al geen aardgas meer. Aanwezigen willen graag individueel aan de slag met hun eigen woning. Dit sluit aan op de inhoud van deze Transitievisie Warmte. De meeste inwoners moeten eerst zelf isoleren, ventileren en elektrisch koken voordat de vervolgstappen gezet worden. Daarna wordt verdiepend onderzoek gedaan naar een passende, duurzame warmtebron. Een persoonlijke benadering is nodig in de gemeente, want de inwoners moeten uiteindelijk zelf aan de slag. Een aantal inwoners willen dit ook graag bleek uit de inwonersavond.

Er is behoefte aan persoonlijk en onafhankelijk advies en inzicht in de investering. Een keukentafelgesprek met een adviseur, wooncoach of Dichtbij Duurzaam kan daarbij goed helpen. Men wil graag meer weten over de technische mogelijkheden, de duurzame warmtebronnen en de tarieven. Er is onduidelijkheid over de terugverdientijd, de beschikbaarheid van aardgas en de mogelijkheden voor een warmtenet. De visie geeft hier een richting voor en in de uitvoeringsplannen wordt dit concreter gemaakt. Bewoners graag betrokken De aanwezigen tijdens de inwonersavond zijn erg betrokken bij de warmtetransitie en willen ook in de toekomst graag betrokken blijven. Richting de uitvoering worden de inwoners van startwijken nauwer betrokken. Inwoners die al eerder betrokken willen worden kunnen dit aangeven bij ons. De overstap naar aardgasvrij gaat uiteindelijk namelijk vooral de woningeigenaren zelf aan en zij weten het beste waar behoefte aan is en in welke vorm. Vervolgstappen Vanuit de behoefte van inwoners aan praktische informatie willen we een beurs organiseren met informatie over concrete maatregelen. Met standjes van organisaties als Duurzaam Thuis Twente, Dichtbij Duurzaam, Poen voor Groen, gemeente, installateurs, aannemers, isolatiebedrijven, subsidieverstrekkers of -bemiddelaars, etc.

Participatie Hoe verder we komen richting uitvoering, hoe concreter de plannen worden en hoe belangrijker de inbreng van inwoners wordt om mee te denken en te beslissen in de planvorming voor hun wijk of dorp. We stellen daarom een participatiestrategie op waarin we kaders beschrijven over wanneer inwoners op welke manier kunnen meedenken (inwonersparticipatie). We zien steeds vaker dat lokaal eigendom een kritische succesfactor kan zijn in collectieve oplossingen. Een van de mogelijkheden om te verkennen is daarom om inwoners te laten participeren in collectieve oplossingen in de vorm van gedeeld eigenaarschap. Tegelijkertijd ontstaan er ook steeds meer initiatieven

31

vanuit inwoners en organisaties waarbij een samenwerking met de gemeente wordt gezocht. De participatiestrategie moet daarom ook laten zien op welke manier wij bereid zijn om te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie). Financiering Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. We willen kansen voor gemeenteoverstijgende constructies verkennen, te denken valt aan een provinciale lening, provinciale gebouwgebonden financiering, provinciale collectieve inkoop en samenwerking met Twentse installateurs. Daarnaast willen we gemeentebreed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.

5.3 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit 5.3.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We geven deze regierol invulling door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘trekker van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons grote bezit in de gemeente. We zien daarbij partijen als Viverion en Wonen Delden als partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Als concrete vervolgstap op de TVW, zien wij dan ook het voortzetten van de projectgroep als lokale ‘TVW-tafel’. Een belangrijke taak van deze tafel is het verder verkennen en opstarten van uitvoeringsplannen voor de meest kansrijke startgebieden. Belangrijke tweede taak is het monitoren van de voortgang en de relatie tussen de voortgang en het gestelde doel voor 2030.

Daarnaast zien wij een rol in het vertalen van de doelgroepenaanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Hof van Twente. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zie we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. 5.3.2 Gemeentelijke capaciteit Tot slot vraagt de warmtetransitie veel van de gemeente én betrokken partijen. Het rapport Van Parijs naar praktijk9 (verder ROB rapport) laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. De indicaties uit het rapport zijn één onderdeel van de totale kosten die de uitvoering van het Klimaatakkoord met zich meebrengt. Het rapport laat zien dat er veel uitvoeringskracht nodig is – van planvorming tot uitvoering. Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt onder andere sterk af van het aantal (wijk)uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Om de transitie echt in een stroomversnelling te brengen zijn dan ook financiële middelen vanuit de Rijksoverheid een noodzaak. Tenslotte is naast de inzet van de gemeente ook inzet van andere partijen nodig.

Ook daar moet nog worden gewerkt aan de uitbreiding van de capaciteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de netbeheerders, de corporaties maar ook de installatie- en bouwbranche.

9 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-

praktijk

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3861/documents/52931