2. Concept jaarstukken 2025 SWB midden Twente.pdf
Tekst van het document
Concept Jaarstukken 2025 dd. 3 juli 2026
2
Inhoudsopgave 1. Jaarverslag 2025 .................................................................................................................................................. 4 1.1
De organisatie ............................................................................................................................................. 4
1.2
Verslag van het bestuur ............................................................................................................................. 6
1.3
Verslag van de directie ............................................................................................................................... 7
1.4
Algemeen ..................................................................................................................................................... 8
1.5
Financiële positie ........................................................................................................................................ 8
1.6
Personeelsbeleid ........................................................................................................................................ 8
1.7
Toekomstverwachting ................................................................................................................................ 9
1.8
Weerstandsvermogen & risicobeheersing ............................................................................................... 9
1.9
Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................................. 10
1.10
Financiering ............................................................................................................................................... 10
1.11
Verbonden partijen ................................................................................................................................... 10
1.12
Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 11
2. Jaarrekening 2025.............................................................................................................................................. 12
3.
2.1
Balans per 31 december ...................................................................................................................... 13
2.2
Overzicht van baten en lasten ............................................................................................................. 15
2.3
Grondslagen voor waardering en resultaat ....................................................................................... 17
2.4
Toelichting op de balans ..................................................................................................................... 21
2.5
Toelichting op de baten en lasten ...................................................................................................... 29
2.6
Wet Normering Topinkomens (WNT) .................................................................................................. 34
2.7
Bijlage taakvelden ................................................................................................................................ 36
2.8
Rechtmatigheidsverantwoording ....................................................................................................... 37
Overige gegevens ......................................................................................................................................... 39
3
1. Jaarverslag 2025 1.1 De organisatie Het Sociaal Werkvoorziening Bedrijf Midden Twente is op 1 januari 1970 opgericht als Openbaar Lichaam middels een gemeenschappelijke regeling ter uitvoering van de voormalige Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Na goedkeuring in de gemeenteraden van Borne, Hof van Twente en Hengelo is deze regeling per 14 december 2007 gewijzigd. Daarbij werd het doel verbreed tot “het begeleiden van mensen met een tijdelijke afstand tot de arbeidsmarkt naar een duurzame en zo regulier mogelijke baan passend bij hun talenten, waar nodig binnen de eigen organisatie”. De naam werd gewijzigd in “Sociaal Werk-leerbedrijf Midden-Twente”. In december 2016 werd de regeling opnieuw aangepast en werden de doelstellingen verder verbreed met uitvoeringstaken in het kader van “beheer en onderhoud van de openbare ruimte”. Het dagelijks bestuur heeft toen al aangegeven de behoefte te voelen om de GR-tekst in 2017 inhoudelijk aan te passen aan de nieuwe constellatie van de organisatie. De taken beheer en onderhoud openbare ruimte worden vanaf 1 januari 2017 door het Openbaar Lichaam uitgevoerd onder de merknaam Gildebor.
Per 1 mei 2018 is de GR tekst daarom aangepast, zo is onder andere uitvoering van Nieuw Beschut ondergebracht in artikel 3, de zittingsperiode van de adviseurs is gewijzigd, de financiële gevolgen voor toe- of uittreding is meer beschreven en het proces tot wijziging van de regeling is aangepast. De regeling wordt sindsdien aangehaald als ‘Regeling SWB Midden Twente’. Per 1 januari 2020 trad de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. Door de Wnra vallen ambtenaren niet langer onder een publiekrechtelijke rechtspositieregeling, maar krijgen zij te maken met het burgerlijk recht, bestaande uit het Burgerlijk Wetboek en een op het privaatrecht gebaseerde cao, al dan niet voorzien van aanvullende regelingen. De VNG heeft een werkgeversvereniging opgericht, zijnde ‘Werkgeversvereniging Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties’, met als doel om in een aparte cao dezelfde arbeidsvoorwaarden vast te stellen als in de Cao Gemeenten. Het lid van de werkgeversvereniging niet zijnde een gemeente, heeft een directe binding met de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (Cao SGO). De regeling is gewijzigd, zodat SWB Midden Twente lid kon worden van deze organisatie. In 2024 is opnieuw de tekst van de regeling aangepast.
Aanleiding hiervoor was de inwerkingtreding per 1 juli 2022 van de wet “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen”. De gewijzigde gemeenschappelijke regeling is na ontwerpbesluit aan de raden van de deelnemende gemeenten voorgelegd voor de zienswijze-procedure en hierop zijn geen zienswijzen ingediend. Deze gewijzigde regeling is per 1 juli 2025 van kracht worden. De naam voor het Openbaar Lichaam (SWB Midden Twente) is daarbij ongewijzigd gebleven. SWB Midden Twente voert vanaf 2017 de handelsnamen SWB en Gildebor. De organisatie Algemeen Bestuur (AB) Dhr. G.G. Gerrits
Hengelo
Lid - voorzitter
Geheel 2025
Dhr. B. Brand
Hengelo
Lid
Geheel 2025
Dhr. M. Geerdink
Borne
Lid
Geheel 2025
Dhr. A. Lammers
Borne
Lid
Geheel 2025
Mevr. H.A.M. Nauta-van Moorsel Dhr. E. Scheperman
Hof van Twente
Lid
Geheel 2025
Hof van Twente
Lid
Geheel 2025
Dhr. G.G. Gerrits
Hengelo
Lid - voorzitter
Geheel 2025
Dhr. A. Lammers
Borne
Lid
Geheel 2025
Mevr. H.A.M. Nauta-van Moorsel
Hof van Twente
Lid
Geheel 2025
Dagelijks Bestuur (DB)
4
Dhr. J.L. de Vries
Adviseur AB/DB
Werknemerszijde
Geheel 2025
Dhr. A.C. Blokhuis
Adviseur AB/DB
Werkgeverszijde
Geheel 2025
Mevr. J.H. ter Hofte-Visser
Secretaris AB/DB
Adviserende stem
Geheel 2025
Mevr. L. te Winkel
Controller
Vervanger secretaris
Tot 1 juni 2025
Dhr. R. Niehof
Controller
Vervanger secretaris
Vanaf 1 sept. 2025
Mevr. J.H. ter Hofte-Visser
Directeur
Voorzitter CMT
Geheel 2025
Mevr. L. te Winkel
Manager Bedrijfsvoering Manager bedrijfsvoering Manager BOR
Tot 1 juni 2025
Manager Arbeidsontwikkeling Manager Beschut Werk
Geheel 2025
Centraal Management Team
Dhr. R. Niehof Dhr. M. Goedhart Dhr. R. Bönhke Mevr. I.B. Visschedijk
Vanaf 1 sept. 2025 Geheel 2025
Geheel 2025
5
1.2 Verslag van het bestuur
Voor het jaar 2025 werd een licht positief financieel resultaat verwacht, welke ook is gerealiseerd. Daarbij moet worden vermeld dat het resultaat zoals al jaren het geval is voor een belangrijk deel wordt bepaald door incidentele of niet voorziene mee- en tegenvallers. In 2025 diende door een wijziging in het standpunt van de commissie BBV een dotatie te worden gedaan van 574 k€ aan de voorziening RVU voor de toekomstige RVU kosten van WSW-medewerkers. En zo hebben we ieder jaar met dit soort onverwachte ontwikkelingen te maken die het verwachte resultaat sterk beïnvloeden. Desalniettemin betekent dit dat het weerstandsvermogen toeneemt en inmiddels ruim boven de door onszelf vastgestelde grens terecht is gekomen. Daartegenover staat dat de veranderingen waar we als werkontwikkelbedrijf mee te maken hebben zich in rap tempo opvolgen en de risico’s daarmee ook aan verandering onderhevig zijn. Dit roept de vraag op of de normen die we onszelf gesteld hebben als het gaat om het weerstandsvermogen nog actueel en adequaat zijn. De directie is dan ook gevraagd een analyse te maken en dit ons bij de vaststelling van deze jaarrekening aan te bieden. Een veelheid aan onderwerpen heeft verder in 2025 de bestuurstafel gepasseerd.
Denk hierbij aan toekomstbestendige huisvesting, de toekomst van de sociale infrastructuur gezien de landelijke ontwikkelingen, de nieuwe opdracht met ingang van 2026 voor het beschut werk voor de gemeenten Oldenzaal en Losser en de benoeming van een nieuw directielid daar in 2025 is besloten het contract van de toenmalige controller/manager bedrijfsvoering is geëindigd. Met de directie is afgesproken dat de tweede helft van 2026 benut gaat worden van de herijking van de strategische koers, mede in het licht van de genoemde landelijke ontwikkelingen. Wij hechten hier grote waarde aan om de continuïteit van onze organisatie te borgen. Niet als doel op zich, maar als middel om onze inwoners met een ondersteuningsvraag op het gebied van werk de juiste ondersteuning en begeleiding te blijven bieden. Zeker in het licht van het feit dat we in de praktijk zien dat die ondersteuningsvraag alleen maar complexer is geworden. Wij zijn en blijven overtuigd van de kracht van werk. Niet alleen als bron van inkomsten, maar als fundament van zelfstandigheid, eigenwaarde en zingeving, sociale verbondenheid en gezondheid. Wij danken alle medewerkers van SWB en Gildebor voor hun inzet in 2025!
Gerard Gerrits Voorzitter Algemeen Bestuur
6
1.3 Verslag van de directie
2025 was voor de organisatie het jaar waarin een aantal grote en langlopende lijnen zijn uitgezet, waarmee we onze dienstverlening voor de burgers met een ondersteuningsvraag op het gebied van werk kunnen borgen voor de toekomst. Allereerst is er gewerkt aan een huisvestingsonderzoek. Enerzijds in het kader van de verduurzamingsopgave, maar anderzijds willen we hier ook een aantal andere doelen mee bereiken; een werkomgeving die modern is, uitnodigt tot innovatie, bijdraagt aan efficiënt en bedrijfsmatig werken, aantrekkelijk is voor de medewerker van de toekomst en bijdraagt aan de uitstraling van een modern werkontwikkelbedrijf. In totaal is een achttal scenario’s onderzocht. Eind 2025 heeft het bestuur de directie de opdracht verstrekt een haalbaarheidsonderzoek te doen naar het scenario van voorkeur. Medio 2026 moet dit leiden tot een go/no-go besluit. Als slot van de doorontwikkeling van onze organisatie is een plan gemaakt voor de doorontwikkeling van de afdelingen die vallen onder bedrijfsvoering. In het tweede kwartaal van 2026 zal het plan hiervoor worden geïmplementeerd. Daarmee is ook de ondersteuning op zodanige wijze georganiseerd dat de dienstverlening richting onze primaire processen voor de toekomst goed geregeld en geborgd is. In het najaar van 2025 is gestart met een cultuur- en leiderschapstraject.
Op basis van de thema’s hechtheid en helderheid is gestart met diverse sessies voor de leidinggevenden in onze organisatie, begin 2026 haken ook staf en ondersteuning hierop aan. Met als ondertitel “bouwen aan vertrouwen” creëren we met elkaar een organisatiecultuur waar het prettig werken is, waar talent zich door aangetrokken voelt en die ons in staat stelt onze opdracht op een goede wijze te vervullen. Hiermee leggen we met elkaar tevens de basis voor een nieuwe strategische koers voor 2027-2031, waarmee we in de tweede helft van 2026 aan de slag gaan. In 2025 hebben we intensieve voorbereidingen getroffen om op 1 januari 2026 samen met collega ontwikkelbedrijf DCW in Enschede het beschut werk en de daarbij behorende HR dienstverlening te organiseren voor de inwoners van Oldenzaal en Losser. In een unieke publiek-publieke samenwerking van twee ontwikkelbedrijven en twee gemeenten is het gelukt om op een vernieuwende manier deze samenwerking vorm te geven. Een mooie kans om naast dat de inwoners van Oldenzaal en Losser een beroep kunnen doen op de expertise van twee werkontwikkelbedrijven, ook als werkontwikkelbedrijven van elkaar te leren en samen te werken aan een toekomstbestendige sociale infrastructuur in de regio Twente.
Kortom, in 2025 hebben we een aantal ontwikkelingen in gang gezet die ons in staat moeten stellen het innovatieve werkontwikkelbedrijf te worden dat in het licht van alle ontwikkelingen nodig is om te blijven doen waartoe wij op aard zijn: het ondersteunen, begeleiden en creëren van maximale kansen voor mensen met een ondersteuningsvraag op het gebied van werk. Roy Niehof en Jessica ter Hofte Directie
7
1.4 Algemeen SWB Midden-Twente geeft invulling aan drie kerntaken, namelijk arbeidsontwikkeling, beschut werk en beheer openbare ruimte. De basis van ons werk is arbeidsontwikkeling: wij zijn er voor mensen met een ondersteuningsvraag op het gebied van werk. Onze dienstverlening bestaat uit het diagnosticeren of er sprake is van arbeidsvermogen, en als dat er is, om mensen via werken en leren te ontwikkelen zodat zij passend, loonvormend en duurzaam werk kunnen verrichten. Onze organisatie is een springplank om mensen zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers te plaatsen, en we zijn met ons beschutte werkomgeving een vangnet als dit (al dan niet tijdelijk) niet haalbaar is. Onze derde belangrijke taak is het beheer van de openbare ruimte. Het beheer van de openbare ruimte is daarbij niet alleen een doel, maar juist ook een belangrijk middel in het kader van arbeidsontwikkeling in het groendomein. Binnen de GR zijn de gemeenten regievoerder en nemen SWB en Gildebor de uitvoering ter hand. Al onze werkzaamheden voeren wij uit vanuit onze strategische koers die de titel draagt: Samen Werk maken van Werk. Dit plan is opgesteld door de vorige directie en vastgesteld door het algemeen bestuur en gedeeld met de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, het vigerende plan loopt formeel eind 2027 af.
De tweede helft van 2026 zullen we echter benutten voor het opstellen van een geactualiseerd nieuw strategisch plan voor de komende periode 2027-2031, zodat dit beter aansluit bij de koers van ons huidige CMT. 1.5 Financiële positie In 2025 zijn we verder gegaan met de uitvoering van het strategisch plan 2023-2027. SWB Midden Twente is een financieel gezonde organisatie. Boekjaar 2025 is in financieel opzicht wederom een goed jaar geweest. Deze uitgangspunten zijn een belangrijke basis voor de toekomst. In 2026 gaan we zoals gezegd aan de slag met een nieuw strategisch plan. Daarin zal aandacht zijn voor de uitdagingen van de toekomst. Deze uitdagingen zien we zowel buiten onze organisatie als binnen onze organisatie. De belangrijkste uitdagingen zijn: -
-
Hoe houden we onze financiële gezondheid op orde wetende dat we te maken gaan krijgen met een andere mix van medewerkers. We krijgen meer medewerkers met een grotere begeleidingsbehoefte terwijl deze medewerkers minder subsidie meebrengen en dus zelf een hogere toegevoegde waarde zullen moeten genereren; Hoe zorgen we er voor dat we aantrekkelijk blijven voor bedrijven in Twente om daarmee voldoende, gevarieerd en renderend werk voor onze medewerkers te organiseren; Hoe zorgen we voor het versterken van de samenwerking met onze belangrijkste stakeholders vanuit de gedachte dat je samen de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst op moet pakken; Het beter toekomstbestendig maken van onze interne organisatie, zowel op het gebied van cultuur als op het gebied van werkprocessen en informatievoorziening.
De toekomst is uitdagend maar wij zien deze met vertrouwen tegemoet. 1.6 Personeelsbeleid In 2025 bewoog het ziekteverzuim van de WSW-populatie rond de 15%, Nieuw Beschut rond de 11 % en ambtelijk rond de 8%. Voor 2026 blijft duurzame inzetbaarheid een belangrijk speerpunt. In het najaar van 2025 is aan al onze medewerkers een PMO aangeboden. De overall rapportage wordt begin 2026 verwacht en geeft ons weer belangrijke input voor ons duurzaam inzetbaarheidsbeleid. Daarnaast blijft ingezet worden op het thema sociale veiligheid; dit is ook voor de Arbeidsinspectie een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Voor onze organisatie is gedegen strategisch personeelsbeleid essentieel. Onze instroom is voortdurend aan verandering onderhevig; dit maakt het noodzakelijk om te denken in scenario’s. En een veranderende manier van denken: daar waar eerder mensen voor lange tijd aan onze organisatie verbonden waren, zal de nieuwe instroom kortere tijd bij ons zijn om in het kader van ontwikkeling ook weer uit te stromen. Dit vraagt een andere werkwijze en vormt een belangrijke uitdaging om onze sociale infrastructuur voor de lange termijn te borgen.
8
1.7 Toekomstverwachting Begin 2026 is er in Den Haag een nieuwe regering gevormd, het regeerakkoord biedt kansen waar het gaat om arbeidsontwikkeling. Vraagteken is nog wel hoe deze kansen gefinancierd kunnen worden. Financiering van onze activiveiten in de toekomst blijft eveneens een grote uitdaging. We zullen nog meer op zoek moeten naar de kansen en deze benutten. Dit kunnen we niet alleen, dat doen we in samenwerking met onze belangrijkste stakeholders. Dit vraagt een andere ‘mindset’ van ons. Wij zullen meer naar buiten gericht moeten zijn en laten zien wat we allemaal doen, welke toegevoegde waarde onze mensen kunnen leveren. Onder het motto “be good and tell it” willen we meer dan nu trots zijn op wie we zijn en wat we doen. Intern werken we aan een cultuuromslag die eraan gaat bijdragen dat we toekomstbestendiger zijn. Daarnaast werken we ook aan onze interne processen en informatie voorziening. Dat is nodig om in de nabije toekomst “scherper aan de wind” te kunnen varen. 1.8 Weerstandsvermogen & risicobeheersing Eind 2025 is een actuele risicoanalyse uitgevoerd en is de weerstandscapaciteit bepaald op € 4,55 miljoen. Het weerstandsvermogen is vervolgens door middel van een Algemeen Bestuursbesluit bepaald op een bandbreedte ter hoogte van 40-70% van deze weerstandscapaciteit.
Op balansdatum 31 december 2025 lag de feitelijke eigen vermogen positie hier nog ruim boven. Hieronder volgt een aantal kengetallen die van toepassing zijn. SWB Midden-Twente begroot geen balans, daarom is een aantal kengetallen niet van toepassing. Werkelijk
Begroting
Werkelijk
BBV-kengetallen
2025
2025
2024
1. 2. 3. 4. 5. 6.
1,42% n.v.t. 50% n.v.t. 0,69% n.v.t.
12,25% n.v.t. 35% n.v.t. 0,50% n.v.t.
0,21% n.v.t. 55% n.v.t. 2,33% n.v.t.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
De netto schuldquote is hoger dan vorig jaar. Een hogere schuldquote betekent een hogere schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De verandering ten opzichte van vorig jaar wordt onder andere veroorzaakt door een aanzienlijk hogere stand van de openstaande crediteuren. Dit is een momentopname op balansdatum en wordt mede veroorzaakt door forse investeringen in meubilair en airconditioning eind 2025. Daartegenover zijn de uitzettingen met een rente typische looptijd < 1 jaar maar iets hoger dan vorig jaar. In de begroting hadden we een fors hogere netto schuldquote verwacht. Dit komt doordat we bij het opstellen van de begroting (maart 2024) hadden verwacht een lening te moeten afsluiten, wat door de positieve resultaten in 2024 en 2025 nog niet nodig is gebleken. De solvabiliteitsratio is iets lager dan vorig jaar door een hoger saldo vlottende passiva, dit wordt zoals gezegd veroorzaakt door een hoger crediteurensaldo. De structurele exploitatieruimte is minder dan vorig jaar door een fors hoger gerealiseerd saldo van de lasten ten opzichte van een iets hoger gerealiseerd saldo van de baten, vorig jaar is er immers een fors positief resultaat gerealiseerd. De current ratio is ultimo 2025 minder dan het jaar daarvoor, namelijk 0,93 ten opzichte van 1,09 en is daarmee voldoende voor een gezonde financiële positie.
De lagere ratio wordt veroorzaakt door eveneens het hogere crediteurensaldo per balansdatum. De rentabiliteit op het eigen vermogen is uitgekomen op 5,44% en dat is lager dan vorig jaar (17,53%) maar fors beter dan in 2023 (1,34%), het verschil met vorig jaar wordt veroorzaakt door het hoge positieve resultaat 2024. Ook de rentabiliteit totaal vermogen is hierdoor lager dan vorig boekjaar, 3,26% ten opzichte van 9,22%. Beide zijn echter als prima aan te merken, daarbij in acht nemend dat SWB geen winstoogmerk heeft. 9
1.9 Onderhoud kapitaalgoederen SWB Midden-Twente liet in het verleden periodiek een onderhoudsinspectie uitvoeren door een gespecialiseerd extern bureau en op basis daarvan werd een onderhoudsvoorziening in de balans opgenomen. De laatste voorziening werd in 2007 gevormd en in 2010 is de laatste termijn van deze voorziening gebruikt. In 2010 heeft het bestuur van SWB besloten om geen (nieuwe) voorziening meer te vormen voor de toekomst. SWB houdt een facilitair jaarplan bij waar alle geplande onderhoudswerkzaamheden in worden opgenomen. Calamiteiten en defecten zijn hierin niet opgenomen maar worden met goedkeuring van het CMT uitgevoerd of opgenomen in het volgend jaarplan. 1.10 Financiering SWB Midden Twente voert, gelet op haar publiekrechtelijke taak, een risicomijdend treasury beleid. Binnen dit beleid vindt de financiering plaats met een portfolio aan instrumenten. Daarbij zijn minimalisatie van risico en optimalisatie van kosten de uitgangspunten. De daarvoor beschikbare instrumenten (leningen, kasgeld, rekening courant krediet, etc.) worden door de controller voorgesteld aan de directeur en het bestuur. Dit gebeurt op basis van het meerjarenplan, het jaarlijkse bedrijfsplan en de begrotingen. Op basis van het treasurystatuut en de “uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden” wordt een kasgeldlimiet vastgesteld.
Deze bedroeg 3.269 k€ (zijnde 8,2% van de initieel begrote bedrijfslasten à 39.868 k€). Deze kasgeldlimiet werd gedurende het jaar niet overschreden. Het renterisico is nihil, zowel de opgenomen gelden als de rentepercentages zijn dit boekjaar niet gewijzigd. 1.11 Verbonden partijen Sinds 19 september 2017 is door SWB Midden Twente (SWB) de Stichting SWB Beschut opgericht. De stichting heeft ten doel, namens SWB, het aangaan en in stand houden van arbeidsovereenkomsten met werknemers als bedoeld in artikel 10b van de participatiewet (Nieuw Beschut). Dit zijn medewerkers woonachtig in de gemeente Hengelo, Borne, Hof van Twente of Haaksbergen. De stichting is daarmee een verbonden partij voor SWB. De medewerkers nieuw beschut zijn aan de infrastructuur van SWB toegevoegd en worden begeleid door werkcoaches van SWB. Hiervoor factureert SWB een bedrag voor begeleidingsvergoeding aan de stichting SWB Beschut. Het productieresultaat verdiend binnen SWB door de medewerkers nieuw beschut, wordt vanaf 2025 op verzoek van de gemeenten overgeheveld vanuit SWB naar de stichting. Daarnaast betaalt de stichting een bedrag per medewerker voor overhead aan SWB.
De stichting ontvangt van de gemeente waar de deelnemer woonachtig is loonkostensubsidie, begeleidingsvergoeding en tot en met boekjaar 2020 een creatie- en continueringsbonus nieuw beschut voor iedere geplaatste deelnemer ter compensatie van de totale loonkosten. Zonder deze bonus is de businesscase Nieuw Beschut vanaf 2021 niet meer sluitend. Tot op heden hebben de gemeenten dit tekort aangevuld. Wij zijn hierover in gesprek met onze gemeenten, omdat dit een landelijk probleem is, wordt hier ook op landelijk niveau het gesprek over gevoerd. SWB Midden Twente is verbonden aan de Stichting Werken in Midden Twente (SWIMT). Deze stichting heeft ten doel “het aangaan en in stand houden van arbeidsovereenkomsten met personen met afstand tot de arbeidsmarkt en al hetgeen dat hier verband mee houdt”. De financiering vindt plaats door rechtstreekse bijdragen door de gemeenten Hengelo, Borne en Hof van Twente. SWB Midden Twente loopt dus geen direct risico. De enige dienstverbanden die nog in deze stichting worden aangehouden zijn die van de medewerkers die onder CAO Welzijn vallen en bij de wijkcentra worden ingezet. Financiering hiervan vindt plaats vanuit de gemeente Hengelo, aflopende dienstverbanden worden niet verlengd zodat dit een aflopend aantal is; ultimo 2025 zijn er nog vijf dienstverbanden.
Sinds 1 oktober 2016 is door de gemeente Haaksbergen de Stichting Wsw Haaksbergen opgericht, hierin zijn mensen met een Wsw-dienstverband geplaatst vanuit de gemeente Haaksbergen. Haaksbergen heeft ervoor gekozen om per die datum met de uitvoering van de Wsw uit de Hameland groep te treden en deze gemeentelijke taak te laten uitvoeren door SWB op basis van een dienstverleningsovereenkomst. De betreffende Wsw’ers zijn aan de infrastructuur van SWB toegevoegd, waarvoor SWB een inleenvergoeding betaalt aan de gemeente Haaksbergen. SWB voert op haar beurt de HR-taken en administratieve taken uit, waarvoor zij een vergoeding ontvangt van de gemeente Haaksbergen. De stichting Wsw Haaksbergen is voor SWB daarmee geen verbonden – maar wel een gelieerde partij. 10
1.12 Bedrijfsvoering Organisatiestructuur De organisatiestructuur zag er ultimo 2025 als volgt uit:
Onrechtmatigheden en/of onzekerheden In deze paragraaf bedrijfsvoering wordt een toelichting gegeven op de geconstateerde individuele afwijkingen (fouten of onzekerheden) groter dan € 100.000,-. In paragraaf 2.8. wordt de rechtmatigheidsverklaring door het dagelijks bestuur beschreven. Loyalis
€ 290.000,-
Werknemers lopen onbewust risico op forse inkomensdalingen indien zij te maken krijgen met (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, met verregaande gevolgen. SWB Midden Twente wil in het kader van goed werkgeverschap een belangrijke rol spelen in het voorkomen van deze schrijnende inkomensdalingen voor alle ambtelijke werknemers, door het faciliteren van een collectieve regeling omtrent inkomensverzekeringen. Dit ligt in lijn met de afspraken gemaakt in de cao SGO die per 1-1-2023 is ingegaan, waar een bijdrage vanuit de werkgever voor een dergelijke aanvullende inkomensverzekering per 1-1-2024 is voorzien. Voorheen bood SWB een semicollectieve regeling aan van Loyalis, waar slechts een beperkt deel van de werknemers (ambtenaren) aan deel neemt. Eind 2023 is de huidige verzekering bij Loyalis omgezet naar een volledig collectieve regeling waar alle werknemers aan deel zijn gaan nemen en waar SWB de besproken bijdrage aan de premie voor betaalt. Deze verzekering is aangegaan voor 3 jaren en is niet aanbesteed. De totale waarde van de opdracht bedraagt € 290.000,-, we kiezen er voor deze gehele fout in 2025 mee te nemen. De Arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt in 2026/2027 Europees aanbesteed, zodat deze fout niet opnieuw terug komt.
11
2. Jaarrekening 2025
12
2.1 Balans per 31 december
Omschrijving ACTIVA
x € 1.000 2025
2024
8.973
7.403
0 0 21 21
0 0 75 75
8.994
7.478
97 43 34 174
122 48 24 194
2.075 469 1.559 4.103
1.697 624 1.268 3.589
Liquide middelen
277
232
Overlopende activa
213
229
Totaal vlottende activa
4.767
4.244
Totaal generaal
13.761
11.722
Vaste activa Materiële vaste activa ■ Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa ■ Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen ■ Leningen aan deelnemingen ■ Overige langlopende leningen Totaal Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden ■ Grond en hulpstoffen ■ Onderhanden werk ■ Gereed product Totaal voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar ■ Vorderingen op openbare lichamen ■ Uitzettingen in 's Rijks schatkist ■ Overige vorderingen Totaal Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
13
Omschrijving
x € 1.000
2025
2024
Eigen vermogen ■ Algemene reserve ■ Bestemmingsreserves ■ Gerealiseerde resultaat Totaal eigen vermogen
3.954 2.516 361 6.831
2.957 2.499 997 6.453
Voorzieningen ■ Voorzieningen
1.629
1.043
Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar ■ Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
167
333
Totaal vaste passiva
8.627
7.829
Netto vlottende schulden ■ Rekening courant verhoudingen ■ Overige schulden Totaal netto vlottende schulden
452 2.756 3.208
237 1.832 2.069
Overlopende passiva
1.926
1.824
Totaal vlottende passiva
5.134
3.893
Totaal generaal
13.761
11.722
PASSIVA Vaste Passiva
Vlottende passiva
14
2.2 Overzicht van baten en lasten
15
Programmarekening in 1.000 € ArbeidsSWB Realisatie
Gildebor Realisatie
Herziene
ontwikkeling
Boekjaar
begroting
Begroting
Boekjaar
Realisatie
2025
2025
2025
2024
Omzet Inkoop variabele kosten
5.697
19.916
1.939
27.552
27.468
27.519
221
6.008
88
6.316
6.405
5.609
5.573
Netto Toegevoegde waarde
5.476
13.908
1.851
21.236
21.063
21.910
21.908
31
274
0
305
280
79
185
5.445
13.634
1.851
20.931
20.783
21.831
21.723
Rijksbijdrage Impulsbudget verbetering infrastructuur
19.612
19.592
17.899
18.829
381
381
0
718
Gemeentelijke bijdrage
363 20.356
363 20.336
363 18.262
363 19.910
Som der opbrengsten
41.287
41.119
40.093
41.633
Lonen en salarissen WSW Sociale lasten WSW
13.770
13.684
13.629
14.023
3.680
3.681
3.611
3.708
-32 697 878
-31 712 879
-40 590 795
-23 503 919
Personeelkosten WSW
18.993
18.925
18.586
19.130
Personeelskosten professionals
15.383
15.439
15.439
14.463
Afschrijvingen Dotatie voorzieningen
1.516
1.500
1.445
1.232
993
876
50
521
Overige bedrijfskosten
4.115
4.100
4.349
4.548
Som der bedrijfslasten
41.000
40.840
39.868
39.894
Bedrijfsresultaat
287
280
224
1.739
Incidentele baten en lasten
46
49
-100
53
Rentebaten Bankkosten en rentelasten
55 -9
53 -10
30 -106
90 -13
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
46
43
-76
77
Resultaat voor bestemming
378
372
48
1.869
Toevoeging/onttrekking aan de reserves
17
17
-207
872
Resultaat na bestemming
361
355
255
997
2.194
2.258
698
1.121
Direct variabel personeel Productieresultaat
Ontvangen WAO voor WSW Inleen Wsw derden en ASL Overige kosten WSW
Subsidieresultaat
27.481
Subsidieresultaat is Rijksbijdrage minus de Lonen en salarissen WSW, Sociale lasten WSW en Ontvangen WAO voor WSW.
16
2.3 Grondslagen voor waardering en resultaat Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans Vaste activa ■
Materiële vaste activa De waardering van de materiële vaste activa is gebaseerd op de verkrijging- of vervaardigingprijs, verminderd met de afschrijvingen. Bij de waardering van de materiële vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke waardevermindering niet plaatsgevonden. Op grond wordt niet afgeschreven. Voor het overige vindt afschrijving plaats op basis van de historische aanschafprijs volgens een consistent stelsel dat is gebaseerd op de economische levensduur. Er wordt afgeschreven volgens een lineaire methode vanaf het moment van ingebruikname van het actief. De volgende afschrijvingspercentages worden conform de financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Werkvoorzieningsbedrijf Midden Twente gehanteerd: Maximaal 40 jaar voor nieuwbouw bedrijfsgebouwen, maximaal 25 jaar voor renovatie, restauratie en aankoop van bedrijfsgebouwen, maximaal 15 jaar voor technische installaties in bedrijfsgebouwen, maximaal 10 jaar voor productiemachines en/of apparatuur, veiligheidsvoorzieningen, telefooninstallaties en kantoormeubilair, maximaal 7 jaar voor zware transportmiddelen, aanhangwagens, personenauto’s en lichte motorvoertuigen en maximaal 5 jaar voor automatiseringsapparatuur.
Geen van de onder de materiële vaste activa verantwoorde geactiveerde kapitaaluitgaven zijn in erfpacht uitgegeven.
17
■
Financiële vaste activa Het betreft een in een lening omgezette (ver)koopsom voor ons schildersbedrijf; deze wordt gewaardeerd op basis van de nominale waarde.
Vlottende activa ■
Voorraden De grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen standaard verrekenprijzen, gebaseerd op de gemiddelde betaalde inkoopprijs c.q. lagere marktwaarde. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen de vervaardigingprijs. De vervaardigingprijs omvat de verrekenprijzen van de grond- en hulpstoffen, de loon- en machinekosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De gerede producten worden gewaardeerd tegen de verkoopprijs. De fabricagekostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen, de loon- en machinekosten en overige kosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Incourante voorraden zijn afgewaardeerd tot marktwaarde.
■
Uitzettingen (< 1 jaar) en overlopende activa De uitzettingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor de verwachte oninbaarheid van uitzettingen (met name vorderingen) is een voorziening getroffen. De voorziening wordt als volgt bepaald: vorderingen die meer dan 122 dagen vervallen zijn worden volledig voorzien, vervolgens wordt op basis van geschatte inningskansen een eventuele verdere afwaardering van individuele vorderingen doorgevoerd.
■
Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen en omvatten bank- en kassaldi.
Eigen vermogen ■
Algemene reserve De algemene reserve dient als algehele buffer om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen.
■
Bestemmingsreserves en kapitaalegalisatiereserves Onder bestemmingsreserve en kapitaalegalisatiereserve wordt verstaan een reserve waaraan door het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven.
■
Gerealiseerde resultaat Het gerealiseerde resultaat is het resterende resultaat na reeds bestemde mutaties in de reserves.
Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden De vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Binnen SWB is slechts sprake van één programma. De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de niet aan de programma’s toe te rekenen baten zoals de rijksbijdrage en de gemeentelijke bijdrage.
18
■
Netto-omzet Netto-omzet is de opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten, exclusief de over de omzet geheven belastingen en onder aftrek van kortingen.
■
Grond- en hulpstoffenverbruik en kosten van derden en uitbesteed werk De kosten van grond- en hulpstoffen verbruik en uitbesteed werk aan derden worden berekend op basis van standaard verrekenprijzen. Resultaten op deze posten worden in het jaar verantwoord.
■
Rijksbijdrage (via de gemeenten) Dit betreft de subsidie voor de uitvoering van de voormalige Wet sociale werkvoorziening, die de gemeenten van het Rijk ontvangen in het kader van de Participatiewet. De gemeenten sluizen de van toepassing zijnde bedragen door naar SWB Midden Twente. Per 1 januari 2008 ontvangen de gemeenten deze bedragen en verantwoordt SWB Midden Twente jegens de gemeenten.
■
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage omvat de in de gemeenschappelijke regeling of anderszins overeengekomen bijdrage in het exploitatieresultaat.
■
Lonen en salarissen Wsw en ambtelijk Hierop worden de loon- en salariskosten van de Wsw medewerkers respectievelijk de salariskosten van het ambtelijk personeel verantwoord. Onder loon- en salariskosten wordt verstaan het brutobedrag van de aan het boekjaar toe te rekenen lonen c.q. salarissen, vermeerderd met de uitbetaalde vakantiegeldrechten.
■
Sociale lasten De sociale lasten betreffen de ter zake van de werknemersverzekeringen verschuldigde werkgeverslasten, alsmede het werkgeversaandeel in de pensioenvoorziening. Dit betreft tevens de aan het boekjaar toe te rekenen (ontvangen) WAO-gelden.
■
Afschrijvingen Dit betreft de afschrijvingskosten van de vaste activa. De afschrijvingstermijn bedraagt maximaal de economische levensduur.
■
Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten worden berekend op basis van historische kosten.
■
Rente De rentebaten betreffen onder meer de opbrengsten uit uitzettingen. De rentelasten bestaan in elk geval uit de rentelast van de vaste schulden en rekening courantrente bij debetsaldi.
■
Vennootschapsbelasting Overheidsondernemingen, waaronder ook de GR SWB Midden Twente, zijn sinds 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (vpb). Er is een aantal redenen waarom wij in deze jaarrekening geen vpb effect hebben opgenomen. Wij zijn van mening dat de activiteiten SW en arbeidsontwikkeling niet voldoen aan de ondernemingscriteria en SWB voor dit deel dus geen onderneming in fiscale zin is. De activiteiten beheer openbare ruimte (Gildebor) voor de deelnemende gemeenten zijn enkel onbelast en objectief vrijgestelde activiteiten. Sinds 2018 verrichten wij echter ook activiteiten in de openbare ruimte voor andere gemeenten dan de deelnemende gemeenten, deze activiteiten zijn vpb plichtig.
19
Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: ■
De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, en ook de baten en lasten over de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiëleverhoudingswet;
■
De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: ▪ ▪
▪
■
Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het ‘Normenkader 2025’ zoals op 20 december 2024 door het algemeen bestuur is vastgesteld; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld; Ten aanzien van het M&O criterium: omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV, het BADO alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: ▪ ▪
Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde 953 k€) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 100.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
20
2.4 Toelichting op de balans Materiele vaste activa (x €1.000)
2025
2024
684 0 -42 42 -1 683
685 0 0 0 -1 684
1258 8 -48 48 -180 1086
1441 4 -59 59 -187 1258
1028 811 -718 665 -186 1600
861 370 -78 75 -200 1028
254 217 -97 97 -41 430
213 80 -85 84 -38 254
4.179 2.138 -408 372 -1.108 5.173
3.343 1.735 -330 237 -806 4.179
7.403 3.174 -1.313 1.224 -1.516 8.973
6.543 2.189 -552 455 -1.232 7.403
Grond en terreinen Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december Gebouwen Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december Installaties aan gebouwen, machines en ICT Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december Inventaris Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december Vervoersmiddelen en werkmaterieel Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december Totaal Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Desinvesteringen Afschrijvingen Afwaardering Boekwaarde per 31 december
De investeringen in 2025 betroffen voornamelijk investeringen in vervoermiddelen, tractie en werkmaterieel (ruim € 2 mln.). Dit is ter vervanging van oud reeds afgeschreven tractie en materieel welke net zoals in de jaren hiervoor via een aantal online veilingen is verkocht. Hierdoor is wederom een ruime boekwinst van 178 k€ gerealiseerd (266 k€ opbrengst minus 88 k€ afboeking boekwaarde), maar zijn wij nog steeds met een inhaalslag bezig in het op peil krijgen en verduurzamen van ons wagenpark en werkmaterieel. 21
Daarnaast is er wederom veel geïnvesteerd in nieuw kantoormeubilair, machines voor zowel Gildebor als het werkleerbedrijf en meubilair voor het werkleerbedrijf. Dit zal de komende jaren nog doorlopen, waarbij ook een deel van de reeds toegezegde extra middelen vanuit het rijk voor de verbetering van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven, hiervoor is ingezet.
Financiele vaste activa (x €1.000) Overige leningen saldo 1 januari verstrekking aflossingen saldo per 31 december
2025
2024
75 0 -53 21
141 0 -66 75
Overige leningen SWB Midden Twente heeft in 2020 haar schildersbedrijf verkocht aan Belderink Midden Twente, waarbij de onderhanden werkpositie van de schilders contracten zijn omgezet in een lening ter hoogte van 403 k€. Hiervoor is een lening overeenkomst opgesteld met een aflossingsschema welke loopt van 2021 tot en met 2026. Het saldo van de lening staat ultimo 2025 na aflossing op 21 k€. Vlottende activa (x € 1.000)
2025
2024
Voorraden Grondstoffen Onderhanden werk Gereed product Totaal:
97 43 34 174
122 48 24 194
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist
2.211 469
1.697 624
Debiteuren Voorziening dubieuze debiteuren Rekening Courant WSW Haaksbergen Rekening Courant stichting SWB Beschut Overige vorderingen
1.055 0 0 368 1.423
1.160 -42 53 97 1.268
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Het saldo handelsdebiteuren ultimo 2025 bedroeg 9,8% van de omzet (36 dagen), tegenover 8,1% (29 dagen) ultimo 2024. Voor de berekening van de omloopsnelheid debiteuren hebben wij de vordering BCF buiten beschouwing gelaten De rekening courant stichting SWB Beschut is ontstaan doordat SWB Midden Twente het verlies van de stichting heeft voorgefinancierd. Begin 2026 is dit verlies vanuit de stichting gefactureerd aan de in de stichting deelnemende gemeenten en is deze voorfinanciering aan SWB terugbetaald. Liquide middelen (x € 1.000)
2025
2024
Kassen Banken Totaal
2 275 277
2 230 232
SWB heeft bij BNG Bank een kredietlimiet van € 1.000.000, en een intra-dag limiet van € 4.000.000. Bij het aangaan van de rekening courant met kredietlimiet zijn geen zekerheden verstrekt aan BNG Bank.
22
In het kader van Schatkistbankieren heeft SWB een drempelbedrag van € 1 mln. welke mag worden aangehouden als werkkapitaal. Door de BNG Bank wordt dagelijks het saldo boven de 250 k€ afgeroomd en op de werkrekening Schatkistbankieren gestort. Het saldo liquide middelen bestaat uit het kassaldo, de rekening courant BNG Bank en twee rekeningen-couranten bij de ABN-AMRO-bank. Een lopende rekening bij de ABNAMRO-bank wordt gebruikt voor de afhandeling van kasgeldtransacties en een geblokkeerde rekening wordt gebruikt door klanten die in het kader van hun certificering een deel van de factuur op een G-rekening dienen te storten. SWB kan niet vrij beschikken over dit saldo, deblokkering van deze rekening kan alleen door het indienen van een schriftelijk verzoek bij de belastingdienst. Als aan alle betalingsverplichting richting hen is voldaan, zal de belastingdienst het aangevraagde saldo deblokkeren en wordt dit overgeboekt naar de lopende rekening bij de BNG Bank. Wij zijn dan ook van mening dat het geblokkeerde saldo niet hoeft te worden meegenomen bij de berekening van het drempelbedrag. Ultimo 2025 was het saldo op deze G-rekening 55 k€, daartegenover staat een gemiddeld saldo in 2025 bij de ABN-AMRO van 10 k€, deze moet wel worden meegenomen bij de vaststelling van het drempelbedrag.
Dagelijks wordt het saldo van de BNG-rekening van SWB en SWIMT afgeroomd tot het drempelbedrag. Het gemiddelde saldo van SWIMT was in 2025 73 k€. Dit bedrag mag feitelijk buiten het Schatkistbankieren gehouden worden, omdat dit een rechtspersoon is die niet onder de verplichtingen van Schatkistbankieren valt, maar wel samen met de rekening van SWB als geconsolideerde bankrekening wordt beschouwd door BNG Bank. Hierdoor is het risico dat SWB boven het drempelbedrag uitkomt minimaal. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (x € 1.000) Kwartaal 1
Drempelbedrag Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 2
Kwartaal 4
1.000
1.000
1.000
190
210
165
165
810 -
Kwartaal 3
1.000
790 -
835 -
835 -
Per 1 juli 2021 is artikel 7 lid 2 van de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden aangepast en is de ondergrens van 250 k€ opgehoogd naar € 1 mln. Omdat de BNG Bank een te betalen creditrente berekende over een saldo boven de 500 k€ hebben wij in overleg met de BNG Bank besloten het drempelbedrag op 250 k€ te laten staan. Inmiddels ontvangen wij op de schatkistrekening een hogere rente dan op de lopende rekening bij de BNG Bank, daarom laten wij het drempelbedrag onverkort staan op 250 k€. Overlopende activa (x €1.000)
2025
2024
Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Overige overlopende activa
101 15 97
3 42 184
Totaal overlopende activa
213
229
De nog te ontvangen bedragen bestaan uit nog te ontvangen transitievergoedingen. Deze transitievergoedingen zijn eind 2025 uitbetaald aan de medewerker, en daarna geclaimd bij het UWV. In afwachting op de definitieve toekenning hebben wij alvast een inschatting gemaakt voor het nog te ontvangen bedrag. De vooruitbetaalde bedragen bestaat uit een factuur van Calibris met kosten voor schooljaar 2025-2026 voor Helpende Handen Hengelo. De overige overlopende activa bestaat uit aan werknemers uitbetaalde gelden in het kader van het fietsplan welke de komende maanden op het salaris worden ingehouden (25 k€) en de betaalde frictiekosten (14 k€) voor de oprichting van Uniqo, welke wij in januari 2026 hebben doorbelast naar de gemeenten Oldenzaal en Losser. Verder worden verkoopfacturen met factuurdatum 2026 en kosten 2025 in Afas transitorisch geboekt. Op deze wijze komen de opbrengsten in het juiste boekjaar maar ontstaat wel een transitorische post ultimo boekjaar. 23
Eigen vermogen (x €1.000)
2025
2024
Algemene reserve Bestemmingsreserve vakantiedagen Bestemmingsreserve vakantiegeld Bestemmingsreserve doorontwikkeling organisatie Bestemmingsreserve infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Bestemmingsreserve opleidingen Kapitaalegalisatiereserve infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Kapitaalegalisatiereserve arbeidsomstandigheden beschut Kapitaalegalisatiereserve Huisvesting Gerealiseerde resultaat Totaal
3.954 775 610 0 153 0 387 210 381 361 6.831
2.957 635 630 213 328 93 390 210 0 997 6.453
Het Eigen Vermogen ultimo 2025 bestaat uit een Algemene reserve, een drietal bestemmingsreserves, drie kapitaalegalisatiereserves en het in dit boekjaar gerealiseerde resultaat. Deze worden hieronder nader toegelicht. Algemene reserve (x € 1.000)
2025
2024
stand 1 januari toevoeging/onttrekking resultaat boekjaar stand 31 december
3.954 361 4.315
2.957 997 3.954
Bestemmingsreserves
2025
2024
Vakantiedagen Saldo 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo 31 december
635 140 0 775
635 0 0 635
Vakantiegeld Saldo 1 januari toevoegingen onttrekkingen Saldo 31 december
630 0 20 610
630 0 0 630
Doorontwikkeling organisatie Saldo 1 januari toevoegingen onttrekkingen Saldo 31 december
213 0 213 0
362 0 149 213
Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Saldo 1 januari toevoegingen onttrekkingen Saldo 31 december
328 0 175 153
0 328 0 328
Opleidingen Saldo 1 januari toevoegingen onttrekkingen Saldo 31 december
93 0 93 0
0 93 0 93
24
In de Algemene bestuursvergadering van december 2025 is besloten een toevoeging van 140 k€ te doen aan de bestemmingsreserve vakantiedagen en een onttrekking van 20 k€ aan de bestemmingsreserve vakantiegeld. Ondanks dat het onze aandacht heeft, hebben wij nog geen afbouw van het aantal verlofdagen kunnen realiseren. Sterker nog, door de uitstroom Wsw en hierdoor benodigde instroom ambtelijk en ASL, stijgt dit saldo. Vanwege uitstroom uit de WSW hebben wij wel een kleine afbouw van het vakantiegeld kunnen realiseren. De reserve dekt de volledige verplichting van het vakantiegeld dat de SW-medewerkers ultimo jaareinde hebben opgebouwd. De bestemmingsreserve doorontwikkeling organisatie is gevormd voor te maken kosten voor de op basis van de strategienota 2023-2027 te vormen nieuwe organisatie. In 2025 zijn hieruit loonkosten betaald van een drietal vanwege de doorontwikkeling boventallig geraakte medewerkers. Ultimo 2025 is deze bestemmingsreserve nihil. Vanuit het Rijk hebben wij in 2024 via de Rijksbijdrage extra middelen ontvangen voor het verbeteren van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. Omdat wij hiervoor een gedegen plan willen uitwerken, hebben wij het bestuur gevraagd hiervoor ultimo 2024 een bestemmingsreserve te vormen voor de te verwachten kosten en een kapitaalegalisatiereserve voor de afschrijvingen van te plegen investeringen.
Gedurende 2025 is er voor gemaakte kosten, 175 k€ onttrokken vanuit deze bestemmingsreserve en 3 k€ voor afschrijvingen vanuit de kapitaalegalisatiereserve. Ook hebben wij mede vanwege de doorontwikkeling ons opleidingsbudget in 2024 niet volledig benut, voor het niet benutte deel hebben wij ultimo 2024 een bestemmingsreserve gevormd welke in 2025 is ingezet voor opleidingskosten, ook deze reserve is ultimo 2025 nihil. Kapitaalegalisatiereserves (x €1.000) 2025
2024
Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven Saldo 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo 31 december
390 0 3 387
0 390 0 390
Arbeidsomstandigheden beschut Saldo 1 januari toevoegingen onttrekkingen Saldo 31 december
210 0 0 210
0 210 0 210
Huisvesting Saldo 1 januari toevoegingen onttrekkingen Saldo 31 december
0 381 0 381
0 0 0 0
Zoals hierboven aangegeven hebben wij extra middelen ontvangen voor de verbetering van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven; een deel van deze middelen hebben wij bestemd om kosten uit te betalen en een deel hebben wij gereserveerd om afschrijvingen uit te betalen. Deze kapitaalegalisatiereserve zal derhalve een langjarig karakter kennen. Voor het verbeteren van de werkomstandigheden van de doelgroep die werkzaam is in onze beschutte omgeving, hebben wij ten laste van het resultaat 2024 een kapitaalegalisatiereserve gevormd. De afschrijvingen hiervan starten in januari 2026 en deze zullen wij vanuit deze reserve moeten dekken, derhalve heeft ook deze reserve een langjarig karakter. Daarnaast ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget van het rijk om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. In de bestuursvergadering van december 2025 is besloten dit bedrag jaarlijks toe te voegen aan een nieuw te vormen kapitaalegalisatiereserve Huisvesting. De komende jaren vanaf 2026 zullen wij de (aanloop)kosten voor het project huisvesting vervolgens activeren en vanaf het moment van ingebruikname van de nieuwe huisvesting starten met afschrijven. De afschrijvingslasten kunnen dan deels vanuit deze reserve worden betaald. 25
Voorzieningen (x € 1.000)
2025
2024
Voorziening externe mobiliteit (WW en VSO) Saldo 1 januari Toevoegingen Onttrekingen Saldo 31 december
163 190 164 189
0 163 0 163
Voorziening afvloeiing personeel Saldo 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo 31 december
149 50 71 128
165 64 80 149
Voorziening RVU Saldo 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo 31 december
203 636 171 667
74 203 74 203
Voorziening spaarverlof Saldo 1 januari Toevoegingen Onttrekkingen Saldo 31 december
528 117 0 645
437 91 0 528
Totaal voorzieningen
1.629
1.043
Voorziening externe mobiliteit (WW en VSO) Ultimo 2025 is er een voorziening getroffen ter grootte van 189 k€, voor de kosten externe mobiliteit. Dit zijn de te verwachten toekomstige WW en ABP kosten die SWB als eigen risicodrager voor boventallig ambtelijk personeel zelf dient te betalen. Voorziening afvloeiing personeel In 2025 is er (via de loonkosten) een bedrag van 71 k€ onttrokken in verband met de in 2025 gemaakte kosten ten behoeve van de afvloeiing personeel. Ultimo 2025 is vervolgens een dotatie van 50 k€ aan de voorziening gedaan om aan de toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Voorziening RVU In 2025 is er 171 k€ onttrokken in verband met de in 2025 uitbetaalde loonkosten aan personeel die gebruik maakten van de RVU. Ultimo 2025 is een dotatie van 62 k€ gedaan voor een aantal ambtelijke medewerkers die in 2025 gebruik hebben gemaakt van de RVU en waarvan wij in 2026 en 2027 de kosten zullen moeten betalen. Daarnaast is er een dotatie van 574 k€ gedaan voor onze Wsw-medewerkers. Door een wijziging in het standpunt van de commissie BBV over RVU, is het vanaf 2025 namelijk verplicht om een voorziening te vormen voor de RVU-kosten van Wsw-medewerkers. Voorziening spaarverlof Voor zowel Ambtelijke medewerkers als Wsw-medewerkers is het mogelijk om spaarverlof op te bouwen. Hier wordt inmiddels volop gebruik van gemaakt.
BBV schrijft voor hier een voorziening voor op te nemen, ultimo 2025 hebben wij op basis van het saldo spaarverlof daarom een dotatie gedaan van 117 k€.
26
Vaste schulden (x €1.000)
2025
2024
Af: aflossingen Boekwaarde per 31 december
333 0 333 -167 167
500 0 500 -167 333
Aflossingsverplichting binnen 1 jaar
167
167
Binnenlandse banken en overige financiele instellingen Boekwaarde per 1 januari Aangetrokken geldleningen
Ultimo 2025 was de financiering vormgegeven middels een in 2011 en een in 2017 afgesloten lening via de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG Bank): Looptijd
Rente
Stand per 31-12-25(€)
15 jaar (tot augustus 2026)
3,9%
66.667
9,5 jaar (tot augustus 2026) 0,63%
100.000
Zowel bij het aangaan van de lening van € 1 mln. in 2011 als bij het aangaan van de lening van € 1 mln. in 2017 zijn geen zekerheden verstrekt aan BNG. De totale rentelast bedroeg 5 k€ in 2025 tegenover 8 k€ in 2024.
Vlottende passiva (x €1.000) Netto vlottende schulden Budget project vitaliteit Rekening Courant SWIMT Rekening Courant WSW Haaksbergen Crediteuren Overlopende passiva Belastingen en sociale premies Overige
Totaal vlottende passiva
2025
2024
98 338 114 2.658 3.208
98 237 1.734 2.069
1.716 210 1.926
1.671 153 1.824
5.134
3.893
Het hogere saldo Crediteuren is ontstaan door hoge investeringen in meubilair en airconditioning eind 2025, waarvan de facturen begin 2026 zijn betaald. De belastingen en sociale premies bestaan uit de over december nog te betalen loonheffingen voor Wsw- en ambtelijk personeel en de te betalen omzetbelasting over het vierde kwartaal. De overige overlopende passiva bestaan voornamelijk uit nog te betalen kosten, bijvoorbeeld de nog te betalen accountantskosten voor de controle 2025. Daarnaast worden facturen met factuurdatum 2026 en kosten 2025 in Afas transitorisch geboekt. Op deze wijze komen de kosten in het juiste boekjaar maar ontstaat wel een transitorische post op de balans ultimo boekjaar.
27
Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen: SWB Midden Twente heeft met de gemeente Hengelo een dienstverleningsovereenkomst (DVO) inzake ICTdienstverlening afgesloten. De duur van de overeenkomst is onbeperkt met als ingangsdatum 1 april 2017 en met een opzegtermijn van 1 jaar. Het tarief bestaat vanaf 2026 uit een tarievenstructuur gebaseerd op de indeling van de IT begroting van de gemeente Hengelo. Voor 2026 zou het totale tarief op basis van dit voorstel neerkomen op een bedrag van 920 k€ (2025 872 k€). SWB Midden Twente heeft met de gemeente Hof van Twente een drietal huurovereenkomsten afgesloten. De duur van de overeenkomsten is onbeperkt met als ingangsdatum 1 januari 2017 en met een opzegtermijn van 1 jaar. Voor 2026 komt het totale tarief neer op een bedrag van 187 k€. Met Atletiek Vereniging Haaksbergen (A.V.H.) heeft SWB Midden Twente in 2022 een huurovereenkomst afgesloten voor de periode van 1 jaar waarna de overeenkomst is verlengd met 3 jaar en vervolgens is omgezet in onbepaalde tijd met een opzegtermijn van 6 maanden. De huurprijs voor 2026 is voorlopig vastgesteld op een jaarbedrag van 10 k€, op dit moment dient de indexatie op de huurprijs 2026 nog te worden vastgesteld.
28
2.5 Toelichting op de baten en lasten Het resultaat na bestemming is over 2025 uitgekomen op 361 k€ positief, dat is iets beter dan de herziene begroting van 355 k€ positief. De herziene begroting 2025 is in de bestuursvergadering van december 2025 vastgesteld en vervangt de initiële begroting als vergelijkende cijfers in de uiteindelijke jaarrekening. Dit omdat de initiële begroting ieder jaar al in maart voorafgaand aan het boekjaar moet worden opgesteld, om mee te kunnen in de begroting van de gemeenten en voor het bepalen van het toezicht vanuit de provincie. Een zuivere inschatting is dan al erg moeilijk te maken waardoor er diverse aannames moeten worden gedaan. De herziene begroting wordt opgesteld met de tot dan bekende gegevens en geldt als vergelijkende cijfers in verband met de begrotingsrechtmatigheid. Naast een hogere omzet (+84 k€) staan lagere kosten voor grond- en hulpstoffen (-/- 89 k€) en iets hogere kosten voor inleen direct variabel personeel (+25 k€). Dit levert een beter productieresultaat op van +148 k€. De personeelskosten professionals zijn iets lager (-/- 56 k€) uitgevallen dan de herziene begroting, de overige bedrijfskosten zijn 15 k€ hoger uitgevallen en ook de dotatie voorzieningen zijn hoger uitgevallen (+117 k€). Al met al is de herziene begroting 2025 uitstekend ingeschat met de toen aanwezige kennis.
Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2025 (resultaat na bestemming van 255 k€) is vooral het subsidieresultaat fors beter door voornamelijk een hogere rijksbijdrage (+1.496 k€). Daartegenover staat een lager productieresultaat (-/- 900 k€) en hogere personeelskosten voor de WSW- en ASL-medewerkers (+407 k€) x € 1.000
Rijksbijdrage (via de gemeenten)
Boekjaar
Herziene Begroting