2. bijlage-1_model-verordening-uitvoering-en-handhaving-omgevingsrecht-toel_20211108 (2).pdf
Tekst van het document
Model Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) (nieuw model, November 2021) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente OF provincie in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 6, tweede lid. - [iets OF iets] = door gemeente OF provincie te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 2. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente OF provincie, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d, dat facultatief is, maar waarbij er ook een keuze gemaakt moet worden als het wordt overgenomen. - Eventuele nadere toelichting bij te maken keuzes is opgenomen in de toelichting. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief.
Besluit van [[de raad van de gemeente [naam gemeente] OF provinciale staten van de provincie [naam provincie]] tot vaststelling van de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) [naam [gemeente OF provincie] en eventueel jaartal] (Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) [naam [gemeente OF provincie] en eventueel jaartal]) [De raad van de gemeente [naam gemeente] OF provinciale staten van de provincie [naam provincie]]; gelezen het voorstel van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 18.20, [tweede OF derde lid], en 18.23, eerste lid, aanhef en [onder a OF b], van de Omgevingswet en [artikel 149 van de Gemeentewet OF artikel 145 van de Provinciewet]; gezien het advies van de [naam commissie]; [besluit OF besluiten] vast te stellen de volgende verordening: Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) [naam [gemeente OF provincie] en eventueel jaartal] Artikel 1. Definities In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt onder betrokken wetten verstaan: Omgevingswet en Wet milieubeheer, voor zover paragraaf 18.3.3 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing is verklaard. Artikel 2. Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]. Artikel 3.
Betrokkenheid van [de raad OF provinciale staten] [De raad ziet OF Provinciale staten zien] toe op de hoofdlijnen van het door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten. Artikel 4. Kwaliteitsdoelen 1. [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten] beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen gestelde doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie. 2. De doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de betrokken wetten hebben in ieder geval betrekking op: a. de dienstverlening; b. de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten; c. de financiën; [d. [… (andere onderwerpen)]]. Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
Artikel 5. Kwaliteitsborging 1. Op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkeld en beschikbaar gesteld zijn inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast. 2. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] jaarlijks mededeling aan [de raad OF provinciale staten]. 3. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doen [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] daarvan gemotiveerd opgave. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt OF [datum]]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) [naam [gemeente OF provincie] en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare [raadsvergadering OF vergadering van provinciale staten] van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
Toelichting NB Deze toelichting is ook geschreven met het oog op de (mogelijke) keuzes die in de Model Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemaakt zijn. Als een individuele gemeente OF provincie op onderdelen andere keuzes maakt dan de modelverordening, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan de toelichting als basis dienen voor een door de gemeente OF provincie zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze modelverordening in samenhang met de hierbij behorende ledenbrief gelezen te worden. Algemeen Deze verordening regelt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht door en in opdracht van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] . Achtergrond en aanleiding In 2015 kwamen de VNG en het IPO met een uniforme modelverordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Deze uniforme modelverordening werd opgesteld omdat gemeenten, provincies en de gemeenschappelijke diensten die in hun opdracht werken, zich voor een gezamenlijke opgave gesteld zagen. De opgave was om in landelijk verband de kwaliteit van de uitvoering en handhaving te bevorderen, te borgen en te beoordelen bij de gedeelde zorg voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving (zie VNG ledenbrief Lbr. 15/055 van 7 juli 2015).
De grondslag van deze verordening werd destijds opgenomen in de artikelen 5.4 en 5.5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Sindsdien zijn de kwaliteitscriteria 2.1, en later per 1 juli 2019, kwaliteitscriteria 2.2, voor de uitvoering van de Wabo ontwikkeld en beschikbaar gesteld in brede samenwerking tussen bevoegde gezagen. Het uitgangspunt voor de kwaliteitsbevordering is de in landelijke samenwerking opgestelde kwaliteitscriteria 2.2, die op basis van technische en maatschappelijke ontwikkelingen met betrokken partijen in landelijke afstemming zullen worden aangepast. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) vervalt de Wabo als grondslag voor de verordening. De Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht)heeft de artikelen 18.20 en 18.23 van de Ow als grondslag en is om die reden opnieuw vastgesteld. De hierbij door [de raad OF provinciale staten] vast te stellen verordening volgt de Model Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht), die voor gemeenten en provincies gelijkluidend door de VNG en het IPO is opgesteld. Reikwijdte: een brede verantwoordelijkheid voor kwaliteit Deze verordening gaat uit van een brede verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies voor kwaliteit.
Dat wil zeggen dat als vertrekpunt wordt genomen dat alle uitvoerings- en handhavingstaken van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] op grond van de Ow, onderwerp van de verordening vormen. Het gaat dan om thuistaken, die [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] “in eigen huis” verrichten, de basistaken die krachtens artikel 18.22 van de Ow in opdracht van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]door omgevingsdiensten worden verricht [en de plustaken, die [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] naast de basistaken hebben belegd bij de omgevingsdienst]. Behalve milieutaken betreft het dus ook uitdrukkelijk de zogenaamde "BRIKS-taken" (inzake bouw-, reclame-, inrit-, kap- en sloopvergunningen). Deze verordening stelt regels die voor alle gemeenten en provincies gelijk zijn. In alle gevallen zullen [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] beleid moeten voeren over de kwaliteit (zie ook artikel 3). Dit beleid komt tot uitdrukking in de uitvoerings- en handhavingsstrategie, bedoeld in artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. Deze verordening regelt waarover de doelen van dit beleid ten minste moeten gaan.
Deze verordening regelt bovendien dat de verrichtingen van [de gemeentelijke OF de provinciale] organisaties en de omgevingsdiensten, waar het de uitvoerings- en handhavingstaken betreft, in het licht van die doelen worden beoordeeld. Tot slot regelt de verordening dat [de raad OF provinciale staten], in het kader van het horizontale toezicht, inhoudelijk debat [voert OF voeren] over de hoofdlijnen van het meerjarige kwaliteitsbeleid dat [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] voeren. Samenhang met andere domeinen Onderwerpen die tot het bereik van de verordening behoren, kunnen onderdeel blijven uitmaken van andere thema's dan die van de fysieke leefomgeving alleen. De verordening belemmert bijvoorbeeld niet dat onderwerpen met betrekking tot fysieke veiligheid ook aan de orde kunnen komen in Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
beoordelingen of rapportages op andere domeinen. Zoals bij de openbare orde en veiligheid binnen gemeenten, waar raakvlakken bestaan tussen bijvoorbeeld de Ow en de Alcoholwet, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur en andere bijzondere wetten. De uniforme regeling van de verordening betekent ook dat voor bijvoorbeeld de taken op grond van artikel 18.22, tweede lid, van de Ow geen specifieke, aanvullende eisen worden gesteld. Ook hier is het relevante kader breder dan de Ow alleen en vindt taakuitoefening plaats in samenwerking met andere bevoegde gezagen. De basis van de kwaliteitscriteria blijven ook hier de afspraken die in het kader van het Programma Uitvoering met Ambitie (PUMA) zijn gemaakt. De criteria voor de omgevingsdiensten met taken, bedoeld in artikel 18.22, tweede lid, van de Ow, zijn in Nederland hetzelfde. In afstemming met de andere bevoegde gezagen kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden. Hoofdlijnen van de verordening De verordening vormt het kader voor de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken op het terrein van de Ow door [de gemeente OF de provincie] en in opdracht daarvan handelende (omgevings)diensten. De verordening drukt commitment uit van [de raad OF provinciale staten] aan kwaliteit.
De verordening verbindt daarmee inhoudelijke ambities voor kwaliteit aan bestaande, deels in ontwikkeling zijnde, andere kaders die door procedurele of inhoudelijke normering van uitvoering en handhaving bijdragen aan deze kwaliteit. Denk bijvoorbeeld aan de Gemeentewet, de Provinciewet, de Ow, de Wet milieubeheer (hierna: Wm), de Algemene wet bestuursrecht en de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Bij ontwikkeling en bekendmaking van de kwaliteitscriteria worden deze kaders ook betrokken. Van deze kaders is de Ow en daarop gebaseerde regelgeving wellicht de belangrijkste. Zo bevat artikel 13.5 e.v. van het Omgevingsbesluit procedurele regels voor het uitvoerings- en handhavingsbeleid en de vergunningverlening door het bevoegd gezag. Dit houdt in dat [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] verplicht zijn tot het stellen van doelen, het identificeren van activiteiten ter uitvoering daarvan, de inrichting van de uitvoeringsorganisatie, het monitoren en het rapporteren daarover. In de praktijk zijn bovendien verschillende kaders gebruikelijk voor het beoordelen van de kwaliteit door de omgevingsdienst (respectievelijk de eigen diensten), door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] en tot slot door [de raad OF provinciale staten].
Vertrekpunt zijn de actuele kwaliteitscriteria (waarvan de toepassing is verankerd in artikel 5, zie de toelichting aldaar) en andere standaarden en methoden die door het bevoegde gezag al veel worden gehanteerd. Deze zijn ontwikkeld en worden verder ontwikkeld met als doel de kwaliteit van uitvoerings- en handhavingstaken te waarborgen en te bevorderen. Of deze kaders gerealiseerd zijn en hoe deze bijdragen aan de kwaliteit van de uitvoering- en handhavingstaken, moet jaarlijks worden beoordeeld door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]. Hiervoor is input nodig van de omgevingsdiensten en van de interne [gemeentelijke OF provinciale] organisatie. [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten] zullen dus beoordelen "of het goed gaat" op basis van de door henzelf geformuleerde beleidsdoelen voor in ieder geval de dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en diensten of de financiën (artikel 4, tweede lid, onder a tot en met c). Daarnaast zijn ook andere doelen mogelijk. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de veiligheid of de duurzaamheid (in de zin van natuur en een goede omgevingskwaliteit) met inbegrip van daarvoor geselecteerde indicatoren. Uiteindelijk zullen [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]hierover verantwoording afleggen aan [de raad OF provinciale staten] (horizontale verantwoording).
De leden van [de raad OF provinciale staten] vormen immers ook een eigen oordeel "of het goed gaat” in het licht van de kwaliteit van de leefomgeving. De politiek-bestuurlijke overwegingen van [de raad OF provinciale staten] zullen betrekking hebben op de meerjarige hoofdlijnen van het beleid, niet op de organisatorische kwesties van bezetting die tot de competentie van de directeuren van de diensten behoort. Daarbij zal ook het verband gelegd kunnen worden tussen de strategische plannen en visies over de hoofdlijnen van het omgevingsbeleid binnen [de gemeente OF de provincie], zoals vastgelegd in de omgevingsvisie. [De raad oefent OF Provinciale staten oefenen] invloed uit op de formulering van doelen en indicatoren door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] en op de bijstelling daarvan zoals bijvoorbeeld welke informatie [de raad wil OF provinciale staten willen] terugzien in de verantwoordingsrapportages van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
staten]. In die zin worden de kaders voor de beoordeling van [de raad OF provinciale staten] overgelaten aan het politieke debat. Zo ordent de verordening de kwaliteit van uitvoering en handhaving, door de betrokken actoren met elkaar te verbinden vanuit ieders competentie: - De organisaties werken overeenkomstig de actuele kwaliteitscriteria met betrekking tot deskundigheid en beschikbaarheid, en leggen rekenschap af aan [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] die hiervoor verantwoording afleggen aan de raden en provinciale staten. - [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten] zijn, als bevoegd bestuursorgaan, belast met het stellen van beleidsdoelen voor de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken overeenkomstig de procesregels van het Omgevingsbesluit, - [De raad oefent OF Provinciale staten oefenen] horizontaal toezicht uit op [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] en [gebruikt OF gebruiken], waar nodig, de - krachtens de [Gemeentewet OF Provinciewet] en de Wgr] - aan [haar OF hen] toekomende mogelijkheden. Impact van deze verordening: meer dan regels alleen Deze verordening is een blijvend kader voor het bevorderen, beoordelen en borgen van de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Blijvende goede verrichtingen in dit kader vergen meer dan regels alleen.
De kwaliteitscriteria zijn in dat kader in 2019 geactualiseerd naar een versie 2.2. Om de kwaliteitscriteria up-to-date te houden zullen deze op termijn in brede samenwerking met [andere gemeenten en provincies en omgevingsdiensten OF andere provincies en gemeenten en omgevingsdiensten] geactualiseerd moeten worden. Hetzelfde geldt voor de doelen en de daarvoor gehanteerde indicatoren, die door bevoegde gezagen worden gebruikt. Interbestuurlijke regeldruk, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid Deze verordening beoogt zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande rapportage- en informatiestromen, op basis van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit en de organieke wetgeving (Gemeentewet, Provinciewet en Wgr). De verordening introduceert geen nieuwe rapportageverplichtingen maar vereist wel extra input voor bestaande rapportages. Een goede, tijdige en transparante uitvoering van de bestaande verplichtingen faciliteert ieders rol in de kwaliteitsketen. De verordening is vanuit deze bestaande competentieverdeling gericht op horizontaal toezicht. Van regeldruk voor burgers en bedrijven is geen sprake. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn geen begrippen opgenomen die al zijn gedefinieerd in de Ow.
Als betrokken wetten worden aangemerkt de Ow zelf, en de Wm, voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat paragraaf 18.3.3 van de Ow van overeenkomstige toepassing is. Dat de Wm van toepassing is, is bepaald in artikel 18.1a van de Wm. Op de uitvoering of handhaving van een geheel andere wet, zoals bijvoorbeeld de Alcoholwet, is deze verordening niet van toepassing (wat onverlet laat dat over overlappende onderwerpen elders wordt gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting). Het begrip omgevingsdienst is niet apart gedefinieerd omdat hiervoor is aangesloten bij de omgevingsdiensten waarvan melding wordt gemaakt in artikel 18.21 van de Ow. Artikel 2. Reikwijdte De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag. Ten eerste moet het gaan om de uitvoering of handhaving van de betrokken wetten. De terminologie “uitvoering en handhaving” duidt op de uitvoerings- en handhavingstaak, bedoeld in artikel 18.20 van de Ow. “Uitvoering en handhaving” betekent dan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat wil zeggen alle taken tot uitvoering of handhaving van de Ow en van de Wm, voor zover dat in die wet is bepaald. Zie daarover de toelichting bij artikel 1. Ten tweede moet het gaan om de uitvoering of handhaving door of in opdracht van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten].
De verordening is dus van toepassing als het gaat om de uitvoering van de betrokken wetten door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] zelf of, in opdracht van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] door een omgevingsdienst of een private partij (maar vanwege [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]). Uitvoering van de Ow of de Wmdoor andere bevoegde gezagen, zoals [het provinciebestuur en andere gemeentebesturen OF de Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
gemeentebesturen of andere provinciebesturen] die hun verordeningen op basis van hetzelfde model vaststellen, het waterschapsbestuur of de minister van Infrastructuur en Waterstaat of de minister van Economische Zaken en Klimaat, valt buiten het bereik van deze verordening. Waar hier wordt gesproken over de uitvoering of handhaving van taken door of in opdracht van het bevoegd gezag wordt gedoeld op de uitvoering door [gemeentelijke OF provinciale] diensten en regionale uitvoeringsdiensten. Nadere toelichting bij te maken keuze In dit artikel moet een keuze gemaakt worden tussen burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten. Artikel 3. Betrokkenheid van [de raad OF provinciale staten] Dit artikel is van belang voor de rolverdeling tussen [de raad en burgemeester en wethouders OF provinciale staten en gedeputeerde staten]. Ingevolge de systematiek van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit, is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voor het bevoegd gezag. Dat wil zeggen: [ burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]. Bezien vanuit [de Gemeentewet OF de Provinciewet], is kaderstelling juist de taak van [de raad OF provinciale staten]. De kaderstellende rol krijgt allereerst gestalte door de vaststelling van deze verordening als geheel.
Daarnaast is het echter, gelet op de samenhang met afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit, van belang uitdrukking te geven aan het feit dat [de raad OF provinciale staten] vooral vanuit de hoofdlijnen betrokken zijn bij het beleid en zullen toezien op de continuïteit van de kwaliteit over meerdere jaren. Het horizontale toezicht door [de raad OF provinciale staten] op het (regionale) uitvoerings- en handhavingsbeleid door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten], zal daarom plaatsvinden in het licht van het strategische beleid dat op hoofdlijnen wordt gevoerd voor de fysieke leefomgeving, zoals omgevingsvisies, milieubeleidsplannen en structuurvisies. Artikel 3 richt zich tot [de raad OF provinciale staten]. Indirect is het artikel eveneens van belang voor [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten], en de omgevingsdiensten die in hun opdracht werken, omdat de rol van [de raad OF provinciale staten] zich juist bij de meerjarenprogrammering en hoofdlijnen laat gelden. Voor het waarmaken van deze rol, [beschikt de raad OF beschikken provinciale staten] reeds over de mogelijkheden die de organieke wetgeving biedt en de kaders die op strategisch niveau voor de fysieke leefomgeving in plannen en visies zijn vastgelegd.
Om deze rol waar te kunnen maken is het vanzelfsprekend van belang dat [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] [de raad OF provinciale staten] daartoe door tijdige informatieverstrekking in staat stellen. Dat daarvoor eveneens informatie van de omgevingsdienst van belang kan zijn, spreekt voor zich en is op grond van de Wgr en de opdrachten aan de omgevingsdiensten voldoende gewaarborgd. Nadere toelichting bij te maken keuzes In dit artikel moet een keuze gemaakt worden tussen de raad OF provinciale staten én tussen burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten. Artikel 4. Kwaliteitsdoelen Afdelingen 13.2 en 13.2 van het Omgevingsbesluit verplichten het bevoegd gezag (lees: [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten]) om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaken. Er is dan sprake van een uitvoeringsbeleid en handhavingsbeleid, waarover onderlinge afstemming plaats dient te vinden tussen de bevoegde gezagen op het niveau van de omgevingsdienst. Welk beleid moet worden geformuleerd laat het Omgevingsbesluit inhoudelijk open. Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen.
Ten eerste door voor te schrijven dat [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] naar de kwaliteit van de uitvoering en handhaving kijken in het licht van het geformuleerde (regionale) beleid, waarbij de doelen van dat beleid betrekking moeten hebben op een aantal voorgeschreven inhoudelijke thema's. Het gaat er daarbij telkens om die doelen te zien, niet vanuit elke mogelijke factor die daaraan kan bijdragen, maar vanuit het perspectief van de prestaties en kwaliteit van de uitvoering van de eigen organisaties. Het gaat dan in ieder geval om dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en diensten en financiën. Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
Er is voor gekozen in deze verordening geen voorschriften te geven over de te gebruiken indicatoren. Dat is in de eerste plaats een taak voor de bevoegde gezagen, die daarmee in de praktijk al ruime ervaring hebben. Nadere toelichting bij te maken keuze eerste lid Hier moet een keuze gemaakt worden tussen burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten. [Nadere toelichting bij te maken keuze tweede lid, onder d Hier kunnen ook andere onderwerpen worden opgenomen en zo nadere invulling worden gegeven aan de kwaliteitsdoelen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de veiligheid of de duurzaamheid (in de zin van natuur en een goede omgevingskwaliteit) met inbegrip van daarvoor geselecteerde indicatoren. Als een individuele gemeente OF provincie ervoor kiest om de verplichting van artikel 4, tweede lid, uit te breiden met andere onderwerpen, dan zullen zij zelfstandig de toelichting hier overeenkomstig aan dienen te passen.] Artikel 5. Kwaliteitsborging Dit artikel geeft een verankering aan de kwaliteitscriteria 2.2 en de opvolgers daarvan. De kwaliteitscriteria worden door bevoegde gezagen in brede samenwerking opgesteld. De kwaliteitscriteria hebben betrekking op de deskundigheid van de uitvoerende en handhavende organisaties. De meest actuele versie van de kwaliteitscriteria worden door de VNG en het IPO (en andere organisaties) bekendgemaakt.
Op het moment van vaststellen van deze verordening is de meest actuele set (kwaliteitscriteria 2.2 van 1 juli 2019) te vinden op: https://vng.nl/sites/default/files/vth_wabo_kwaliteitscriteria_versie_2.2_2019_deel_b.pdf. Vanwege de verdere ontwikkeling van de kwaliteitscriteria wordt dynamisch verwezen. Bij een volgende versie van de kwaliteitscriteria hoeft de verordening niet te worden aangepast. Artikel 5 strekt ertoe te regelen dat van die kwaliteitscriteria voor de uitvoering van uitvoerings- en handhavingstaken in de praktijk gebruik gemaakt wordt. Het gaat immers om kwaliteitscriteria waaraan zorgvuldig en met grote deskundigheid is gewerkt door de betrokken bevoegde gezagen. Van belang is dat deze kwaliteitscriteria relevante input leveren voor de kwaliteit. Dat geeft vanzelfsprekend geen garantie dat de doelen die door [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] zijn gesteld op grond van artikel 4 ook zonder meer in alle gevallen worden gehaald. Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn van de goede verrichtingen van de uitvoerende organisaties. Van de naleving van de kwaliteitscriteria zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan [de raad OF provinciale staten].
Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de kwaliteitscriteria (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden waarom de kwaliteitscriteria niet toegepast zijn, of konden worden, en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. De kwaliteitscriteria zijn derhalve een cruciaal richtsnoer waarvoor, op grond van het derde lid, geldt: pas toe of leg uit, “comply or explain”. Nadere toelichting bij te maken keuzes eerste tot en met derde lid In het eerste tot en met derde lid moet een keuze gemaakt worden tussen burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten. In het tweede lid dient ook een keuze gemaakt te worden tussen de raad OF provinciale staten. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Overgangsrecht is niet nodig gelet op de aard van de gestelde regels. Nadere toelichting bij te maken keuze eerste lid Hier moet een keuze gemaakt worden voor de bepaling van de inwerkingtreding van deze verordening.
Bij de tweede variant moet ook een datum worden ingevuld, gelijk aan of na de datum van inwerkingtreding van de Ow. Nadere toelichting bij te maken keuze tweede lid Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021
Hier moet een keuze gemaakt worden tussen naam gemeente OF naam provincie en eventueel het jaartal worden ingevuld.
Bijlage 1/2 bij VNG ledenbrief, november 2021