1. Verordening commissie bezwaarschriften 2026, versie met wijzigingen zichtbaar.pdf
Tekst van het document
Verordening commissie bezwaarschriften 2026 Intulé Verordening commissie bezwaarschriften 2026 De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Hof van Twente; ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van het college; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de Gemeentewet; besluiten vast te stellen de volgende verordening: Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Hof van Twente, 2026. Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. verwerend orgaan: gemeentelijk bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt; b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften; c. bezwaarmaker: de indiener van een bezwaarschrift; d. college: college van burgemeester en wethouders. Artikel 2. Inleidende bepaling commissie 1. Er is een commissie, genaamd commissie bezwaarschriften, ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2. De commissie fungeert als adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. 3. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet onroerende zaken. Artikel 3. Samenstelling van de commissie 1.
De commissie bestaat uit een kamer burgerzaken en een kamer ruimtelijke zaken. 2. Elke kamer bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden. 3. De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, herbenoemd, geschorst en ontslagen. 4. De voorzitter en leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Hof van Twente. 5. Het college benoemd zo nodig een aantal vervangende leden. 6. De commissie regelt de vervanging van de voorzitter of een lid. Artikel 4. Secretaris 1. De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen ambtenaren
1
2. Het college kan één of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen. Artikel 5. Taakverdeling kamers 1. De kamer burgerzaken is belast met de behandeling van en advisering over bezwaarschiften en administratieve beroepen op het gebied van sociale zaken, welzijn, onderwijs, bevolking, algemeen bestuurlijke zaken en personeel. 2. De kamer ruimtelijke zaken is belast met de behandeling van en advisering over bezwaarschriften en administratieve beroepen op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, milieu economische zaken en bomenbeleid. 3. Er kan worden afgeweken van de vaste taakverdeling tussen de kamers als de agenda van de kamers hier aanleiding toe geeft of wanneer dit noodzakelijk is voor een tijdige afhandeling van een bezwaar. Artikel 6. Samenstelling commissie bij bezwaren personeel 1. In geval een bezwaarschrift is ingediend door een personeelslid van de gemeente en betrekking heeft op diens rechtspositie, wordt aan de commissie een door het Georganiseerd Overleg (GO) aangewezen adviseur toegevoegd. 2. In uitzonderlijke gevallen kan besloten worden de behandeling van een bezwaarschrift dat is ingediend door een personeelslid over te dragen aan een andere commissie bezwaarschriften. Artikel 7. Zittingsduur 1.
De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd door het college voor een periode van vier jaar en kunnen daarna eenmaal herbenoemd worden voor eveneens vier jaar. 2. De leden worden voor maximaal tweemaal een periode herbenoemd. De eerste termijn vangt aan met ingang van de datum van het eerste benoemingsbesluit. 2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijke mededeling aan het college. 3. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel 8. Vergoeding werkzaamheden commissie 1. Voor de vergoedingen van de commissieleden wordt per 1 januari 2027 aansluiting gezocht bij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De daarin genoemde vergoeding per vergadering voor gemeentelijke commissieleden van een gemeente met een inwonertal tussen de 20.001 – 50.000 inwoners, is leidend bij het bepalen van de vergoeding. De in het Rechtspositiebesluit genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. 2. De voorzitter van de commissie of van een van de kamers ontvangt voor het voorbereiden en bijwonen van een vergadering een vergoeding van 2,5 x het in lid 1 bedoelde bedrag. 3.
Een lid van de commissie of van een van de kamers ontvangt voor het voorbereiden en bijwonen van de vergadering een vergoeding van 2 x het in lid 1 bedoelde bedrag. Artikel 9. Ingediend bezwaarschrift 1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. De ontvangst van het
2
bezwaarschrift wordt zo spoedig mogelijk bevestigd aan bezwaarde en eventuele andere belanghebbenden. Artikel 10. Hoffelijke aanpak 1. Het bestuursorgaan onderzoekt of het bezwaarschrift op informele wijze, de zogenaamde Hoffelijke aanpak, kan worden afgehandeld alvorens het verder in behandeling te nemen. 2. De Hoffelijke aanpak start door kort na ontvangst van het bezwaarschrift hierover contact op te nemen met bezwaarde en de voorbereider van het primaire besluit. 3. Als het bezwaar in der minne wordt geschikt, legt het bestuursorgaan de gemaakte afspraken schriftelijk vast en neemt het zo nodig een nieuw besluit. 4. Als de Hoffelijke aanpak niet leidt tot een gezamenlijke oplossing dan wordt het bezwaarschrift zo snel mogelijk ter advisering voorgelegd aan de commissie. Artikel 11. Uitoefening bevoegdheden Naast de in artikel 7:13, lid 4 van de Awb genoemde bevoegdheden, worden de bevoegdheden die volgen uit onderstaande artikelen van de Awb, voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie of namens de voorzitter door de secretaris van de commissie: a. artikel 2:1, tweede lid (verzoeken om een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde); b.
artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn, waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld.; c. artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; d. artikel 7:2, tweede lid (uitnodigen voor de hoorzitting); e. artikel 7:4, tweede lid (het ter inzage leggen van het bezwaarschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken, dan wel toezending daarvan aan belanghebbenden); f. artikel 7:6, vierde lid (al dan niet op verzoek van een belanghebbende afzien van het op de hoogte stellen van hetgeen aan de orde is geweest tijdens het horen van een andere belanghebbende, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden). Artikel 12. Vooronderzoek 1. De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten winnen. 2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen voor de hoorzitting. Als daaraan kosten zijn verbonden, dient het college daar vooraf mee in te stemmen. Artikel 13. Hoorzitting 1.
De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2. De voorzitter beslist over toepassing van artikel 7:3 van de Awb (afzien van horen).
3
3. Als de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van horen, doet hij daarvan mededeling aan bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel 14. Uitnodiging hoorzitting 1. De voorzitter nodigt de bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk uit. 2. Binnen drie werkdagen na de uitnodiging kunnen bezwaarmaker, eventuele andere belanghebbenden of het bestuursorgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de hoorzitting te wijzigen. 3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt zo snel mogelijk maar uiterlijk één week voor het tijdstip van de hoorzitting aan bezwaarmaker, eventuele belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4. Bij de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het derde lid, betrekt de voorzitter, naast de opgegeven redenen, ook de tijdigheid waarmee het verzoek is ingediend, de urgentie van het betrokken bezwaarschrift en de mogelijkheid van verzoeker om zich te laten vertegenwoordigen tijdens de hoorzitting door iemand anders. 5. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen, genoemd in het eerste tot en met derde lid. Artikel 15. Quorum 1.
Voor het houden van een zitting is vereist dat ten minste één lid en de voorzitter of zijn plaatsvervanger, aanwezig zijn. 2. Bij de beraadslaging zijn minimaal 2 leden en de voorzitter of zijn plaatsvervanger, betrokken. Artikel 16. Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich dan zo nodig vervangen. Artikel 17. Openbaarheid hoorzitting 1. De hoorzittingen van de commissie zijn openbaar, tenzij het bezwaar gericht is tegen een besluit op het gebied van sociale zaken, welzijn, onderwijs, bevolking en personeel. 2. In afwijking van het eerste lid kan worden besloten de hoorzitting eveneens achter gesloten deuren plaats te laten vinden als de voorzitter van de commissie of één van de aanwezige leden dit vanwege gewichtige redenen nodig acht of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. Artikel 18. Verslaglegging Het verslag van de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb, kan zowel schriftelijk als digitaal worden vastgelegd. 1. In de regel wordt de hoorzitting alleen digitaal vastgelegd tenzij bezwaarde of een andere belanghebbende hiertegen bezwaar heeft. In dat geval wordt het besprokene schriftelijk vastgelegd. 2. De digitale geluidsopname kan op verzoek aan de belanghebbende(n) ter beschikking worden gesteld. 3.
De secretaris maakt, op basis van de digitale geluidsopname, een schriftelijk verslag van het besprokene wanneer het bestuursorgaan dat nodig acht voor
4
zijn besluitvorming of wanneer een belanghebbende daar om verzoekt dan wel een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure. 4. Het schriftelijk verslag geeft een korte, zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder is voorgevallen tijdens de hoorzitting. 5. Het schriftelijk verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. 6. Als de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbende(n) respectievelijk de gemachtigde(n) niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het schriftelijke verslag dan wel het digitale verslag hiervan melding. Artikel 19. Nader onderzoek 1. Als na afloop van de hoorzitting, maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verzoek van de andere commissieleden dit onderzoek houden. 2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden, kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie, aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het houden van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek. 4.
Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel 20. Raadkamer en advies 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. b. Als bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 2. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 3. Wanneer een hoorzitting heeft plaatsgevonden, vermeldt het advies de namen van de aanwezigen en de hoedanigheid waarin zij de hoorzitting hebben bijgewoond. 4. Als er op grond van artikel 7:3 van de Awb is afgezien van het horen van belanghebbenden, wordt dat gemotiveerd vermeldt in het advies van de commissie. 5. In het geval een hoorzitting achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden of wanneer belanghebbenden niet in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, wordt dit met opgave van redenen in het advies vermeld. 6. Als tijdens de hoorzitting nog nadere stukken worden overgelegd, wordt dit in het advies vermeld; voor zover de voorzitter dat nodig acht worden deze stukken als bijlage bij het advies gevoegd. 7. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel 21. Uitbrengen advies en verdaging
5
1. Het advies wordt, eventueel met het schriftelijke verslag, en door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2. Als naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en belanghebbenden een afschrift. Artikel 22. Intrekking oude regeling De Verordening commissie bezwaarschriften 2019, vastgesteld op 7 mei 2019 wordt ingetrokken op de in artikel 23 bepaalde datum. Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 13 mei 2026. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Hof van Twente d.d. 12 mei 2026. De raad van Hof van Twente, De griffier, de voorzitter drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM
6
Toelichting Algemeen In de verordening is bepaald dat de bestuursorganen van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat de raad de verordenende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben deze bevoegdheid niet maar nemen hiermee het besluit tot het instellen van de commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de bestuursorganen samen één en dezelfde commissie instellen om te adviseren op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 5. Taakverdeling kamers In de vorige verordening uit 2019 is opgenomen dat de beide kamers ook belast zijn met de advisering over ingediende administratieve beroepen. Administratief beroep is een procedure waarbij een besluit van een bestuursorgaan wordt aangevochten bij een hoger bestuursorgaan. Het is een vorm van bezwaar, maar dan gericht tegen een ander orgaan dan die het besluit heeft genomen. Het administratief beroep is niet algemeen toegestaan maar moet in een bijzondere wet zijn geregeld. Dit komt in de praktijk bijna niet meer voor.
In principe hebben de kamers elk een eigen categorie bezwaarschriften waarover ze adviseren. Met de toevoeging van het derde lid wordt het mogelijk gemaakt dat wordt afgeweken van de vaste taakverdeling. Dat kan nodig zijn voor een tijdige afhandeling van bezwaarschriften en/of ter voorkoming van een te hoge belasting van één kamer terwijl de andere kamer ruimte over heeft. Artikel 6. Samenstelling commissie bij bezwaren personeel Dit artikel ziet op de toevoeging van een door het Georganiseerd Overleg (GO) aangewezen adviseur aan de commissie, in die gevallen dat er door een personeelslid bezwaar is ingediend dat betrekking heeft op diens rechtspositie. Deze adviseur bezit vaak specifieke rechtspositionele kennis en kan de commissie ondersteunen bij de totstandkoming van het advies.
7
Artikel 8. Vergoeding werkzaamheden commissie De hoogte van de geldelijke vergoeding voor de leden van de commissie was opgenomen in de op 1 juni 2008 vastgestelde Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden. De in die verordening opgenomen vergoeding bedroeg € 140,- voor een lid van de commissie en € 160,- voor de voorzitter van de commissie. Genoemde bedragen zijn sinds 2008 niet geïndexeerd en lopen niet meer gelijk met de in den lande gebruikelijke vergoedingen voor bezwarencommissies. Om de vergoedingen aan te passen aan de huidige normen, is ervoor gekozen aan te sluiten bij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De in dit besluit genoemde bedragen worden jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid. Een lid van de commissie ontvangt 2 x het in het Rechtspositiebesluit vastgelegde bedrag per vergadering en de voorzitter 2,5 x dat bedrag. Dit komt overeen met de gemiddelde vergoeding die in de omliggende gemeenten wordt verstrekt aan de leden en de voorzitter van bezwaarschriftencommissies. Artikel 10. De Hoffelijke aanpak De bezwaarprocedure is een formele procedure die is vastgelegd in de Awb. Niet elke bezwaarmaker is gebaat bij deze formele afhandeling.
Het is immers een aan regels gebonden procedure die niet altijd leidt tot wederzijds begrip. Soms heeft een bezwaarmaker alleen behoefte aan een nadere uitleg van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt en soms wil een bezwaarmaker slechts laten weten wat hij van een besluit vindt, zonder de bedoeling dat deze formeel als bezwaarschrift wordt opgepakt. Door contact op te nemen met bezwaarmaker kan een beeld gevormd worden van een eventueel aan het bezwaar ten grondslag liggend probleem. Soms kunnen daardoor direct al gerichte acties worden uitgezet die de bezwaren wegnemen zonder dat daarbij de rechten van anderen worden geschaad. Met de Hoffelijke aanpak wordt er geïnvesteerd in een goed relatie met, en dienstverlening aan onze burgers. De Hoffelijke aanpak wordt al veelvuldig toegepast maar door hem nu op te nemen in de Verordening wordt het belang ervan onderstreept Artikel 11. Uitoefening bevoegdheden Dit artikel regelt bevoegdheden die zelfstandig door de voorzitter kunnen worden uitgeoefend. De bevoegdheden kan de voorzitter mandateren aan de secretaris. Mandateren betekent het in naam van de mandaatgever (de voorzitter) uitoefenen van de bevoegdheden. De voorzitter is verantwoordelijk voor de in mandaat verrichte handelingen van de secretaris en blijft ook bevoegd om deze bevoegdheden zelf uit te oefenen.
In deze Verordening is de bevoegdheid tot het uitnodigen voor de hoorzitting toegevoegd aan dit artikel. Feitelijk werden bezwaarmaker en belanghebbenden al uitgenodigd door/namens de voorzitter van de commissie. Met het opnemen van deze bevoegdheid in de Verordening is deze werkwijze geformaliseerd. Artikel 15. Quorum Het horen gebeurt normaal gesproken door de voorzitter en twee leden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat een lid of de voorzitter niet of niet tijdig bij de zitting aanwezig kan zijn en er ook geen vervanging meer kan worden
8
geregeld. Voor die gevallen is de mogelijk opgenomen van horen met twee leden. Uitgangspunt is dat het derde lid dan wel alsnog bij de beraadslaging betrokken wordt. Artikel 17. Openbaarheid hoorzitting De hoorzittingen van de commissie zijn in principe openbaar, tenzij er gehoord wordt over zaken die betrekking hebben op bijvoorbeeld de Participatiewet, de Jeugdwet en andere privacygevoelige onderwerpen. Deze hoorzittingen vonden altijd al plaats achter gesloten deuren. Met de specifieke opname ervan in artikel 17 wordt ook deze werkwijze geformaliseerd. Artikel 18. Verslaglegging Het uitgangspunt is dat hoorzittingen digitaal worden opgenomen. Dit wordt vooraf aan de aanwezigen meegedeeld. Als één van de aanwezigen hiertegen bezwaar heeft, wordt de opname gestopt en maakt de secretaris een schriftelijk verslag. Een schriftelijk verslag kan ook later alsnog gemaakt worden op basis van de digitale opname. In artikel 18 is dit vastgelegd alsook de eisen waaraan het verslag moet voldoen.
9