03 TAM Omgevingsplan Torendijk 16 Regels.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxTorendijk16-VS10
TAMOMGEVINGSPLAN
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Algemene bepalingen Begrippen Wijze van meten Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod
4 4 12 13 14 15
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Functies en activiteiten Agrarisch met waarden Bos Natuur Wonen Waarde - Archeologische verwaching 1
16 16 20 22 24 27
Hoofdstuk 3 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene beoordelingsregels Algemene functieregels Algemene aanduidingsregels Algemene omgevingsplanactiviteiten Overige regels
29 29 30 32 33 34 37
Hoofdstuk 4 Artikel 17 Artikel 18
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
38 38 39
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
2
41 42
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Regels Dit TAM-IMRO omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een ruimtelijke ontwikkeling op de locatie Torendijk 16 in Ambt Delden en is als een nieuw hoofdstuk (Hoofdstuk 22ai) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van Hoofdstuk 22ai van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22ai gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22ai gelezen worden.
vastgesteld
3
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Algemene bepalingen
Begrippen Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
1.1
Begripsbepalingen De begripsbepalingen zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege zijn van overeenkomstige toepassing.
1.2
Aanvullende begripsbepalingen Voor toepassing van dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen zoals benoemd in lid 1.3 tot en met 1.81 (alle hieronder genoemde begrippen).
1.3
Plan Het TAM-omgevingsplan "TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden" met identificatienummer NL.IMRO.1735.BGxTorendijk16-VS10 van de gemeente Hof van Twente.
1.4
omgevingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regel en de daarbij behorende bijlagen zoals aangegeven in het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente.
1.5
aan huis verbonden beroep Een (para)medisch, juridisch, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede nevenactiviteiten in de vorm van kappers, autorijscholen, assurantiekantoren, verzekeringskantoren, schoonheidsspecialistes, hondentrimsalons, kindercrèches, pedicures en een naar de aard daarmee qua uitstraling op het woonmilieu vergelijkbare activiteiten en met uitzondering van detailhandel en webwinkels, maar inclusief internetverkoop, dat in de eigen woning en of bij de woning behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij ten hoogste 25% van het woonoppervlak wordt gebruikt met een maximum van 50 m2 en de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.6
aan- en uitbouwen Een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.7
aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.8
aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
4
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.9
aanpasbare woning Een woning die op de begane grond volledig rolstoeltoegankelijk is te maken, zonder uit- of aanbouwen te realiseren.
1.10
achtererfgebied Erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw.
1.11
afrastering De afrastering bestaat uit gekloofde eiken of kastanje houten palen met 2 puntdraden.
1.12
agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, met dien verstande dat gebruiksgerichte paardenhouderijen niet zijn toegestaan.
1.13
agrarisch medegebruik Een agrarisch gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie waarbinnen dit agrarisch gebruik is toegestaan.
1.14
archeolgische relicten Zaken welke zijn overgebleven uit een vroeger tijd en getuigen van een toestand die toenmaals was, en daarmee cultuurhistorisch waardevol zijn.
1.15
archeologisch deskundige De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg.
1.16
archeologisch onderzoek Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College van de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.
1.17
archeologische verwachting Een toegekende hoge, middelhoge of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
1.18
archeologische waarde Een toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
1.19
bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
vastgesteld
5
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.20
bed & breakfast Een kleinschalige overnachtingaccomodatie bestaande uit maximaal vier bedden, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot toeristische en kortdurend verblijf in de bestaande en legale woning in combinatie met het serveren van ontbijt, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte ten behoeve van bed & breakfast maximaal 50 m2 bedragen.
1.21
bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
1.22
bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde de bedrijfswoning.
1.23
bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die hoort bij en waarvan (een lid van) het huishouden functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein.
1.24
begane grondvloer De vloer van een gebouw, niet zijnde een keldervloer, op het peilniveau.
1.25
bestaand en legaal a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime, met dien verstande dat voor zover het gebruik betrekking heeft op nevenactiviteiten, deze nevenactiviteiten mogen worden uitgeoefend in de vorm en omvang zoals toegestaan op grond van het voorheen geldend planologisch regime;
1.26
bijgebouw Een bovengronds vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
1.27
bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.28
bouwgrens De grens van een bouwvlak.
1.29
bouwmassa Een verzameling bij elkaar horende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneen gebouwde hoofdgebouwen inclusief aan en uitbouwen.
6
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.30
bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.31
bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel.
1.32
bouwperceelgrens Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.33
bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.34
bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.35
calamiteit Een (natuur)ramp of een niet-verwachte gebeurtenis, die ernstige schade veroorzaakt.
1.36
caravanstalling Het stallen van caravans, campers, tentwagens en overige kampeermiddelen.
1.37
cultuur en ontspanning Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op cultuur en ontspanning, met uitzondering van prostitutie en een seksinrichting.
1.38
cultuurhistorische waarden De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt.
1.39
detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.40
ecologische waarden De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de onderlinge betrekkingen tussen dieren en planten en de omgeving waarin zij leven.
vastgesteld
7
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.41
erfensemble Het geheel van binnen een bouwperceel voorkomende bebouwing dat in samenhang zorgt voor een kenmerkend beeld van dat bouwperceel.
1.42
evenement Een georganiseerde gebeurtenis, (openlucht)manifestatie, themadag of -week in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak.
1.43
extensieve dagreactie Recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte.
1.44
functiegrens De grens van een functievlak.
1.45
functievlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
1.46
gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.47
gebruiksgerichte paardenhouderij Een bedrijf dat zich richt op het recreatief gebruik van paarden. Hieronder worden ook maneges en paardenpensions begrepen.
1.48
groepsaccommodatie Een gebouw dat is bestemd voor periodiek recreatief nachtverblijf door groepen, met permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen.
1.49
grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel zoals melkrundvee, schapen en paarden. Het biologisch houden van vee wordt geschaard onder een grondgebonden agrarisch bedrijf.
1.50
herbouw Het oprichten van een bouwwerk, waarbij van het bestaande bouwwerk meer dan 60% van het oppervlak aan bestaande buitenwerkse gevels en daken wordt gesloopt.
1.51
hobbymatig agrarisch gebruik Het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd.
8
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.52
hoofdgebouw Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
1.53
huishouden Een persoon die of groep personen die gezamenlijk een huishouding voert.
1.54
inrichtingsplan Een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven.
1.55
inwoning Maximaal drie huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen (zoals een gezamenlijke rioolaansluiting en/of hemelwatervoorziening en/of ruimte) en waarbij de woning uiterlijk uit één bouwmassa.
1.56
kampeermiddel Tenten, tentwagens, kampeerauto's of toercaravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover niet als bouwwerk aan te merken, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, niet zijnde een stacaravan, chalets of trekkershutten.
1.57
karakteristieke bebouwing Gebouwen die zijn aangewezen als Rijksmonument of gemeentelijk monument, alsmede gebouwen met een typisch Twentse bouwstijl of bebouwing die deel uitmaakt van een beeldbepalend ensemble, dan wel bebouwing die door de welstandscommissie of de ervenconsulent van het Oversticht als zodanig kan worden aangemerkt.
1.58
kas Een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal ten behoeve van het kweken van vruchten, bloemen en/of planten, zoals een schuurkas en een permanente boog-/tunnelkas.
1.59
kelder Een overdekte met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen.
1.60
landschappelijke waarden De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare -al dan niet begroeide- deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur.
1.61
landschapsmaatregelen Maatregelen ten behoeve van het versterken van het landschap c.q. de ruimtelijke kwaliteit.
vastgesteld
9
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.62
levensloopbestendige woning Een woning die volledig rolstoeltoegankelijk is.
1.63
manege Een inrichting waar paarden worden gehouden en rijlessen worden gegeven.
1.64
nevenactiviteit Een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel oppervlakte (m2), omzet (€ ) als de effecten op het woon- en leefklimaat op de omgevingskwaliteit.
1.65
niet-grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf dat niet geheel of hoofdzakelijk van de open grond als agrarisch productiemiddel afhankelijk is, maar waarvan de productie geheel of overwegend in gebouwen plaatsvindt, zoals varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij, champignonkwekerij en pot- en containerteelt. Hieronder worden hoveniers niet begrepen.
1.66
nieuwbouw Het geheel oprichten van een bouwwerk, op een plek waar nog niet eerder een bouwwerk heeft gestaan, dan wel op de plek waar een bestaand bouwwerk heeft gestaan maar waarvan de fundering is verwijderd.
1.67
ondergronds Onder peil.
1.68
overkapping Een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeetelijk met wanden is omgeven (hieronder mede begrepen carports). Een overkapping is geen overig bouwwerk en de oppervlakte hiervan wordt meegerekend bij de oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van overkappingen die zijn aangebouwd aan de woning.
1.69
paardenbak Een terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport.
1.70
peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 35 cm boven de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein.
1.71
recreatiewoning Een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor weekend en/of verblijfsrecreatie.
10
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1.72
solitaire boom Een solitaire boom heeft bij de plant een diameter van minimaal 10 cm. In het eindbeeld heeft de boom een minimale hoogte van 4 meter. Er dient gebruik gemaakt te worden van streekeigen soorten.
1.73
stacaravan Een caravan of soortelijk onderkomen op wielen, met één woon/bouwlaag, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.
1.74
teeltondersteunende voorzieningen Bouwwerken, niet zijnde kassen, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen; hieronder wordt mede begrepen afdekfolies en palen ten behoeve van wijnteelt.
1.75
traditionele bebouwing Bebouwing met een typisch Twentse bouwstijl die aansluit op de karakteristiek van ter plaatse aanwezige bebouwing en die wordt/is opgericht met gebruik van traditionele voor de streek kenmerkende materialen.
1.76
trekkershut Een recreatieverblijf van eenvoudige houtenconstructie en beperkte omvang, voor (nacht)verblijf en niet permanente bewoning door passanten.
1.77
uitvoeren Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.
1.78
verblijfsrecreatie Recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf in de vorm van kampeermiddelen, stacaravans of trekkershutten door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben.
1.79
voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van inwerkingtreding van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt.
1.80
voorkeursgrenswaarde Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.
1.81
woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van maximaal één huishouden dan wel meerdere huishoudens indien sprake is van inwoning.
vastgesteld
11
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 2 2.1
Wijze van meten de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.2
de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.3
de goothoogte van het bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.4
de inhoud van het bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.5
de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.6
de afstand tot de perceelgrenzen: tussen de grenzen van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
2.7
ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of functievlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. functiegrens, met niet meer dan 1 m wordt overschreden. Bij toepassing van deze regels wordt gemeten vanuit het hart van een lijn.
12
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 3
Toepassingsbereik 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder b, g, h, i of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Torendijk 16 te Ambt Delden en TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO. met identificatienummer NL.IMRO.1735.BGxTorendijk16-VS10 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
vastgesteld
13
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 4
Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
14
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 5
Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
vastgesteld
15
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Hoofdstuk 2 Artikel 6 6.1
Functies en activiteiten
Agrarisch met waarden Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Agrarisch met waarden'.
6.2
Functieomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bedoeld voor behoud van de aanwezige landschapswaarden zijnde: beeldbepalende landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, natuur en waterhuishouding. Daarnaast zijn ze bedoeld voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. hobbymatig agrarisch gebruik buiten het bouwvlak; c. de bestaande en legale nevenactiviteiten; d. aan huis verbonden beroepen; e. bed & breakfast; f. de bestaande en legale paardenbakken binnen het bouwvlak of direct aansluitend aan de bestemming 'Wonen'; g. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; h. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; i. de bestaande nutsvoorzieningen; j. detailhandel, met dien verstande dat uitsluitend verkoop van ter plaatse geproduceerde goederen is toegestaan; k. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven.
6.3
Beoordelingsregels
6.3.1
Bedrijfsgebouwen Het bouwen van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan.
6.3.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. sleufsilo's en kuilvoerplaten worden in, of direct aansluitend aan het bouwvlak gerealiseerd, waarbij de bouwgrens per zijde met maximaal 50 m wordt overschreden, op een afstand van minimaal 50 m tot een bestemming waar (bedrijfs)woningen zijn toegestaan, dan wel op de bestaande, kleinere afstand; b. bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak bedraagt maximaal: 1. mestsilo's, hooibergen, melksilo's, voedersilo's 15 m; 2. tribunes, ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' 6 m; 3. sleufsilo's en kuilvoerplaten 3 m; 4. zonnepanelen 1,5 m; 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m; c. bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak bedraagt maximaal:
16
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
1. sleufsilo's en kuilvoerplaten 3 m; 2. Teeltondersteunende voorzieningen,waarmee uitsluitend afdekfolie en palen ten behoeve van wijnteelt wordt bedoeld, 1,5 m 3. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 1 m. 6.3.3
Toepassing beoordelingsregels Bij het toepassen van de beoordelingsregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in Artikel 12 Algemene beoordelingsregels acht genomen.
6.4
Afwijken van de beoordelingsregels
6.4.1
Overschrijding bouwgrenzen Bij omgevingsvergunning kan ten behoeve van de functies genoemd in 6.2 onder a en b worden afgeweken van het bepaalde artikel 6.3.2 onder a voor het overschrijden van de bouwgrenzen aan maximaal twee zijden en mits: a. de bouwgrens per zijde met maximaal 25 m wordt overschreden; b. de overschrijding noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het bedrijf; c. de oppervlakte van het fictieve bouwvlak dat ontstaat niet groter is dan: 1. 2 ha ten behoeve van grondgebonden agrarische bedrijven; d. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan, bij het opstellen wordt een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
6.4.2
Vergroten bouwghoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.3.2 onder b ten behoeve van het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot een bouwhoogte van maximaal 7 m, met inachtneming van tenminste de volgende voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; c. het vergroten van de bouwhoogte is voor de bedrijfsvoering noodzakelijk.
6.5
Specifieke functieregels
6.5.1
Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de functie wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van: a. Bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
6.6
Omgevingsplanactiviteit
6.6.1
Wonen binnen agrarisch bouwvlak Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 voor het gebruik van een bestaande en legale agrarische bedrijfswoning als woning, niet zijnde een bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
vastgesteld
17
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
a. uitsluitend de bestaande en legale bedrijfswoning(en), met een maximum van twee woningen, mogen worden gebruikt als reguliere woning; b. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; c. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; d. ten behoeve van de woning de regels voor woningen van Artikel 9 van overeenkomstige toepassing zijn. 6.6.2
Paardenbakken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 onder f voor het toestaan van paardenbakken, mits: a. binnen het bouwvlak dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak, dan wel direct aansluitend aan de gronden met de functie Wonen met inachtneming van de volgende maten: 1. minimaal 30 m uit de as van de weg; 2. minimaal 30 m vanaf woningen van derden; b. voor zover de paardenbak direct aansluitend aan gronden met de functie Wonen is geprojecteerd, is deze uitsluitend toegestaan voor zover deze wordt gerealiseerd ten behoeve van de, op aangrenzende gronden gelegen, bestemming Wonen; c. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte binnen het bouwvlak maximaal 1.200 m2 mag bedragen; d. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd.
6.6.3
Kleinschalig kampeerterrein Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein op of aangrenzend aan het bouwvlak, mits: a. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt; b. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt; c. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het toepassen van de afwijking bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2; d. indien het onder c gestelde niet mogelijk is, de bebouwing ten behoeve van de (sanitaire) voorzieningen wordt opgericht binnen het bouwvlak; e. maximaal twee trekkershutten zijn toegestaan met een oppervlakte per trekkershut van 30 m2, een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 5 m; f. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; g. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; i. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; j.
een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente.
6.6.4
Tweede bedrijfswoning Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van tweede bedrijfswoning, mits: a. een tweede bedrijfswoning nodig is in verband met:
18
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
b.
c. d. e. f.
vastgesteld
1. constant toezicht en verzorging van het vee; 2. toezicht en onderhoud ter preventie van calamiteiten; 3. onregelmatige werktijden, bereikbaarheid en organisatorische efficiency; de omvang van het bedrijf zodanig is dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf (wat overeenkomt met een bedrijfsomvang in Volwaardige Arbeidskrachten (VAK) van tenmiste 2 die berekend is door rekenmethode van het LEI waarbij gerekend is met de standaard-opbrengst (SO)), waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan tenminste twee arbeidskrachten of aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten; wat dient te blijken uit een ondernemersplan dat is opgesteld door een agrarische adviesinstantie; de afstand van de bedrijfswoning tot één van de bedrijfsgebouwen niet groter is dan 25 meter; door de bedrijfswoning voor de naastgelegen bedrijven milieutechnisch geen belemmering voor hun ontwikkeling ontstaat; er slechts één bestaande en legale bedrijfswoning aanwezig is; er nog geen tweede bedrijfswoning bij het bedrijf is gebouwd, die vervolgens is afgezonderd;
19
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 7 7.1
Bos Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bos'.
7.2
Functieomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden mogen worden gebruikt voor: a. bos en multifunctionele bosbouw; b. extensieve dagrecreatie; c. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van algemene natuur- en landschapswaarden; d. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; e. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen functies; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en verhardingen, parkeervoorzieningen.
7.3
Beoordelingsregels Uitsluitend de volgende bebouwing is toegestaan: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m mag bedragen.
7.3.1
Toepassing beoordelingsregels Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in Artikel 12 in acht genomen.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 7.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van vijvers, poelen, kolken en waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
7.4.2
Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.
7.4.3
Uitzondering Geen omgevingsvergunning als bedoeld in 7.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud,
20
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van de een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.
vastgesteld
21
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 8 8.1
Natuur Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Natuur'.
8.2
Functieomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bedoeld voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke, ecologische waarden en natuurwaarden; b. multifunctionele bosbouw; c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; d. extensieve dagrecreatie; e. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden.
8.3
Beoordelingsregels Uitsluitend de volgende bebouwing is toegestaan: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het observeren van wild maximaal 4 m mag bedragen.
8.3.1
Toepassing beoordelingsregels Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in Artikel 12 in acht genomen.
8.4 Omgevnigsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 8.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van vijvers, poelen, kolken en waterlopen; d. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en/of aanleg- en vissteigers; e. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
22
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
8.4.2
Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.
8.4.3
Uitzondering Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van de een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.
vastgesteld
23
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 9 9.1
Wonen Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.
9.2
Functieomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bedoeld voor: a. woningen, waarbij maximaal één woning per bestemmingsvlak is toegestaan, waarbij inwoning is toegestaan; b. aan huis verbonden beroepen; c. caravanstalling, met dien verstande dat: 1. caravanstalling uitsluitend mag plaatsvinden in op het moment van inwerkingtreding van het plan aanwezige bebouwing; d. bed & breakfast; e. de bestaande en legale paardenbakken; f. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen bestemmingen; g. het uitvoeren en instandhouden van landschapsmaatregelen, conform het in Bijlage 1 bij de regels opgenomen erfinrichtingsplan; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.
9.3
Beoordelingsregels
9.3.1
Woningen Een woning voldoet aan de volgende kenmerken: a. goothoogte is maximaal 4 m; b. bouwhoogte is maximaal 10 m; c. inhoud is maximaal: 1. voor de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding inhoud' maximaal 900 m3, exclusief aangebouwde overkappingen; 2. voor overige woningen maximaal 750 m3.
9.3.2
Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m; b. oppervlakte per woning, niet zijnde gesplitste woning, maximaal 150 m2; c. in afwijking van het bepaalde onder b mag de gezamenlijke oppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlak bijgebouwen' maximaal de aangegeven oppervlakte bedragen; d. goothoogte maximaal 3 m; e. bouwhoogte maximaal 6 m.
9.3.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c. zonnepanelen 1,5 m; d. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m.
24
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
9.3.4
Toepassing beoordelingsregels Bij het toepassen van de beoordelingsregels zoals opgenomen in dit artikel, worden tevens de algemene beoordelingsregels, zoals opgenomen in Artikel 12, in acht genomen.
9.4
Specifieke functieregels
9.4.1
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing a. het is verboden om gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting' te gebruiken zonder dat binnen één jaar na het in werking treden van het omgevingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 bij deze regels opgenomen landschappelijk inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting' in gebruik worden genomen, indien binnen 24 maanden na onherroepelijk worden van dit TAM-IMRO plan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 bij deze regels opgenomen landschappelijk inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
9.5
Omgevingsplanactiviteit
9.5.1
Kleinschalig kampeerterrein Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein, mits: a. het kampeerterrein wordt gerealiseerd bij een karakteristieke of monumentale woning; b. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt; c. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt; d. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2; e. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; f. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; i. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente.
9.5.2
Paardenbakken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.2 voor het toestaan van paardenbakken, mits: a. de afstand van de paardenbak minimaal: 1. 30 m uit de as van de weg bedraagt; 2. 30 m vanaf woningen van derden bedraagt; b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt; c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een
vastgesteld
25
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
landschapsdeskundige wordt geraadpleegd. 9.5.3
Andere landschapsmaatregelen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.4.1 waarbij andere landschapsmaatregelen getroffen worden, met dien verstande dat deze minimaal gelijk zijn aan de genoemde landschapsmaatregelen als gesteld in Bijlage 1. Verder geldt het volgende: a. er wordt voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarde als gesteld in het inrichtingsplan; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
26
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 10 10.1
Waarde - Archeologische verwaching 1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologische verwaching 1.
10.2
Functieomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwaching 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
10.3
Beoordelingsregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende functies mogen geen nieuwe gebouwen en bestaande en legale gebouwen niet worden vergroot.
10.4
Omgevingsplanactiviteit
10.4.1
Afwijking gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende functies. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
10.4.2
Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld onder het bepaalde 10.4.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande en legale fundering wordt benut; c. de, voor het bouwen benodigde, grondbewerkingen niet dieper zijn dan 0,40 m vanaf maaiveld of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2.
10.4.3
Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld onder het bepaalde 10.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1
Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 10.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren. Hierbij gelden de volgende beoordelingsregels: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het verlagen van de bodem of afgraven van gronden;
vastgesteld
27
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; d. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; e. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; f. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; 10.5.2
Voorwaarde Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
10.5.3
Uitzondering Het in artikel 10.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 2.500 m2 of van bodemingrepen niet dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 of een ontgrondingvergunning; e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
10.5.4
Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundig omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en eventueel te stellen voorwaarden.
28
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld
29
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 12
Algemene beoordelingsregels
12.1
Bestaande maatvoering
12.1.1
Bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken die legaal tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de regels van dit plan is toegestaan, geldt de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
12.1.2
Bestaande afstand bouwwerken In die gevallen dat de bestaande afstand van bouwwerken minder bedraagt dan in de regels van dit plan is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan.
12.1.3
Bestaande dakhelling In die gevallen dat de bestaande dakhelling van gebouwen minder bedraagt dan in de regels van dit plan is voorgeschreven, geldt de dakhelling in afwijking daarvan als minimaal toegestaan.
12.1.4
Bestaande oppervlaktes Het bepaalde in lid 12.1.1 met betrekking tot de bestaande oppervlakte is niet van toepassing in geval van sloop en herbouw van bestaande bijgebouwen.
12.1.5
Bestaande inhoud Het bepaalde in lid 12.1.1 met betrekking tot de bestaande inhoud is niet van toepassing in geval van sloop en herbouw van bestaande woningen.
12.1.6
Bestaande dakhelling Het bepaalde in artikel 12.1.3 met betrekking tot de bestaande dakhelling is niet van toepassing in geval van sloop en herbouw van bestaande woningen.
12.2
Dakhelling gebouwen
12.2.1
Dakhelling gebouwen De dakhelling van gebouwen bedraagt minimaal 180 met uitzondering van boog- en serrestallen en ondergeschikte aan- en uitbouwen tenzij anders bepaald in hoofdstuk 2.
12.2.2
Afwijken dakhelling Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.2.1 voor het toestaan van een lagere dakhelling in het geval van bijzondere werkvormen die door de welstandscommissie als zodanig zijn aangemerkt.
12.3
Situering woningen
12.3.1
Afstand tot de weg De afstand van een woning tot de openbare weg bedraagt minimaal de bestaande afstand.
12.3.2
Afwijking afstand tot de weg Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.3.1 voor het toestaan van een kleinere afstand van een woning tot de openbare weg, mits een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
30
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
12.3.3
Afstand woning tot agrarisch bedrijf De afstand van een woning tot een bouwvlak van een agrarisch bedrijf bedraagt minimaal 50 m , dan wel de bestaande kleinere afstand.
12.4
Siturering bijgebouwen en paardenbakken Voor het bouwen van bijgebouwen en paardenbakken geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd op een afstand van minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de, op het betrokken bouwperceel gelegen woning.
12.4.1
Afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 12.4 voor het toestaan van het bouwen van bijgebouwen en paardenbakken voor de voorgevel van de, op het betrokken bouwperceel gelegen woning, mits er achter de voorgevel geen ruimte is vanwege bijvoorbeeld de ligging aan de openbare weg of de situering op het erf (cultuur)historisch gezien logischer is.
vastgesteld
31
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 13 13.1
Algemene functieregels Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met alle functies wordt in ieder geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van zodanige gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan de regels van de functies toestaan; e. een gebruik van recreatiewoningen, stacaravans, plattelandsappartmenten, boerderijkamers en trekkershutten ten behoeve van permanente bewoning en/of zorgvoorzieningen; f. het (zelfstandig) bouwen van vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen.
32
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
14.1
vrijwaringszone - radar
14.1.1
Aanduidingsomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede bestemd voor een radarverstoringsgebied.
14.1.2
Beoordelingsregels In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende functies mag niet hoger worden gebouwd dan 45 m.
14.1.3
Omgevingsplanactiviteit Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 14.1.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere functies. Hierbij geldt dat er advies moet zijn gevraagd aan de beheerder van het radarverstoringsgebied.
14.2
reconstructiewetzones Voor de gronden ter plaatse van de aanduidingen 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied', 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied', gelden de regels zoals opgenomen in de functies 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden' voor deze afzonderlijke gebieden.
vastgesteld
33
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
Artikel 15 15.1
Algemene omgevingsplanactiviteiten Afwijking vergroting bestaande en bestemde woningen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de maximale toegestane inhoudsmaat van een woning: a. tot een inhoud van 900 m3 met dien verstande dat de gebouwen landschappelijk worden ingepast, wat blijkt uit een in te dienen en door het bevoegd gezag goed te keuren beplantingsplan/inrichtingsplan of; b. tot een inhoud 1.500 m3, mits kan worden voldoen aan onderstaande staffelmethode ten opzichte van compensatie:
c. tot een inhoud 2.000 m3, mits minimaal 1.500 m2 (voormalige) (agrarische) bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid 15.1 onder b of 15.1 onder c zijn de volgende voorwaarden toepassing: 1. de oppervlakte te slopen is bebouwing is afkomstig uit de gemeente Hof van Twente; 2. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan, bij het opstellen wordt een landschapsdeskundige geraadpleegd; 3. de minimale investering in ruimtelijke kwaliteit is vastgesteld in een schetsplan van de bebouwing en erfinrichtings- en/of beplantingsplan met een instandhoudingstermijn van 10 jaar. Het erfinrichtings- en/of beplantingsplan met instandhoudingstermijn zijn onderdeel van de te verlenen omgevingsvergunning; 4. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden. 15.2
Afwijking bijgebouwen tot 450 m2 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor het herbouwen van één of meer bijgebouwen binnen een woonfunctie tot een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 150 m2, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen niet meer bedraagt dan 450 m2; b. voor iedere nieuw te bouwen vierkante meter boven de 150 m² de tweevoudige oppervlakte wordt gesloopt binnen de gemeente Hof van Twente; c. de op het erf bestaande karakteristieke bebouwing behouden blijft; d. de nieuw te bouwen bijgebouwen aansluiten bij de (karakteristiek van de) te handhaven bebouwing; e. uit een inrichtingsplan blijkt dat erfstructuur wordt gehandhaafd dan wel verbeterd, zowel ten aanzien van beplanting als bebouwing; f. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
34
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
15.3
Afwijking evenementen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het plan voor het tijdelijk gebruik van gronden voor evenementen, mits: a. er voldoende parkeerplaatsen al dan niet op eigen terrein aanwezig zijn; b. de aan te brengen voorzieningen tijdelijk zijn wat inhoudt dat het houden van een evenement niet mag leiden tot onomkeerbare voorzieningen en/of ingrepen; c. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt; d. de belangen van eigenaars en/of gebruikers van betrokken of nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad.
15.4
Afwijking zonnepanelen aansluitend of buiten woonfunctie Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het plan voor het toestaan van zonnepanelen aansluitend aan of buiten de woonfunctie mits: a. onderbouwd is dat plaatsing van de zonnepanelen op het dak en binnen het functievlak horende bij een woonfunctie niet de voorkeur van de eigenaar heeft; b. de overschrijding van het functievlak horende bij de functie Wonen, maximaal 25 meter is en de bouwhoogte van de zonnepanelen maximaal 1,5 meter is; c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.
15.5
Afwijking speciale gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de artikelen ten aanzien van de voorwaardelijke verplichting voor de uitvoering van de inrichtingsplannen, met dien verstande dat deze minimaal gelijk zijn van de genoemde landschapsmaatregelen als gesteld in het betreffende inrichtingsplan. Verder geldt het volgende: er wordt voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarde als gesteld in het inrichtingsplan; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige functies en waarden; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het gedinge zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
15.6
Algemene afwijkingsregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de regels en toestaan dat de bouwhoogte van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m; b. van de regels en de bouw toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een oppervlakte van ten hoogste 75 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 4 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, transformatorhuisjes, telefooncellen, vleermuizenkelders, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden, kleine religieuze bouwwerken en lichtmasten; gasdrukmeetstations en verkooppunten voor motorbrandstoffen uitgezonderd; c. de regels en toestaan dat een uitkijktoren gebouwd mag worden met een maximale hoogte van 15 m.
vastgesteld
35
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden
15.7
Voorwaarden algemene afwijkingsregels Afwijking als bedoeld in artikel 15.6 kan slechts worden toegepast, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.
36
vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden