CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

02 TAM Omgevingsplan Torendijk 16 Motivering en Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 1 juni 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: TAM Omgevingsplan gemeente HvT Hoofdstuk 22ai Torendijk 16 Ambt Delden22.884 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Toets In het kader van de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Daarnaast is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Het volledige verkennend bodemonderzoek is toegevoegd als Bijlage 3. Uit het onderzoek zijn de volgende resultaten naar voren gekomen. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters en in de ondergrondmengmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen boven de interventiewaarde. De waarde voor nader bodemonderzoek (index >0,5) wordt niet overschreden. In de grondwatermonsters zijn geen verhogingen aangetoond.

Vml dieseltank In het bovengrondmengmonster zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster zijn geen olie-gerelateerde verhogingen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. Gehele locatie

vastgesteld

29

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters is analytisch geen asbest aangetoond of het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Druppelzones Ter plaatse van de druppelzones zijn twee inspectiesleuven gegraven. Het gewogen asbestgehalte van DZ1 ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In de analyse van DZ2 is analytisch geen asbest aangetoond. Algemeen Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De waarde voor nader bodemonderzoek (index >0,5) wordt niet overschreden. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'bodem' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.21 van het Bkl zijn de geluidsgevoelige gebouwen aangewezen. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond de woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een geoubw met een: woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan.

Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een

30

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in artikel 5.78t van het Bkl. Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen, dan gelden de afstanden uit artikel 17.5 Omgevingsregeling: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 meter; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 meter. In het Bkl zijn eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. In onderstaande tabel zijn de standaardwaarden en grenswaarden weergegeven. Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

60 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

Industrieterreinen

50 Lden 40 Lnight

55 Lden 45 Lnight

Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden. Meer geluid dan de standaardwaarde kan echter als aanvaardbaar beoordeeld worden (artikel 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Een grenswaarde is een uiterste grens waar niet van mag worden afgeweken. Er zal bij de voorbereiding van een omgevingsplan of omgevingsvergunning, onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten, wanneer deze zich binnen het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen bevinden. In de Bruidsschat (BS) is het onderdeel 'geluid' geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

Toets Met het voorliggende plan wordt een nieuwe woonfunctie mogelijk gemaakt. Daarmee is sprake van een nieuwe geluidgevoelige functie. Om die reden is de geluidskaart

vastgesteld

31

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

wegverkeer van Atlas leefomgeving geraadpleegd. In figuur 4.1 is een uitsnede van de geluidskaart wegverkeer weergegeven met het plangebied in het rood omkaderd.

Figuur 4.1: uitsnede geluidskaart wegverkeer (bron: Atlas Leefomgeving) Uit het raadplegen van de geluidskaart wegverkeer blijkt dat de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied minder dan 45 dB bedraagt. Daarmee wordt de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentewegen niet overschreden. Nader onderzoek naar wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen of geluidgezoneerde industrie-/bedrijventerreinen aanwezig. Om die reden is nader onderzoek naar spoorweglawaai en industrielawaai niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Geluid' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Luchtkwaliteit Ter bescherming van de gezondheid zijn onder paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl instructieregels opgenomen voor de luchtkwaliteit. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; De vergunningverlener toetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het rijk beoordelingsregels over emissies naar de lucht en de beoordeling van de luchtkwaliteit opgenomen in het Bkl. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze gaan over: beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden; ammoniakemissies van veehouderijen;

32

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

geologische opslag van CO2. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. In artikel 5.54 staan standaardgevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een plan binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen valt, is het alsnog mogelijk om via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Een andere manier om aannemelijk te maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt is een kwalitatieve berekening. Met de NIBM-tool kan bekeken worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Toets Gelet op het bepaalde in artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl wordt gesteld dat voorliggend plan aangemerkt moet worden als een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Aangegeven wordt dat er pas sprake is van een ontwikkeling die in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging bij 1.500 woningen met een enkele ontsluitingsweg of 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen. In voorliggend geval wordt slechts één nieuwe woning toegevoegd en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Nader onderzoek is in dit geval niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Luchtkwaliteit' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een omgevingsplan in acht genomen. Dat geldt ook voor standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).

vastgesteld

33

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Toets Aan hand van de kaarten met betrekking tot het thema 'Veilige omgeving' zoals opgenomen in de Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op deze kaarten staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Figuur 4.2 toont een uitsnede van de risicokaart met het plangebied zwart omkaderd.

Figuur 4.2: Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas van de Leefomgeving) Op de kaart is te zien dat ten noorden van het plangebied een activiteit met gevaarlijke stoffen aanwezig is. De afstand tussen het plangebied en deze risicobron bedraagt ca. 420 m. Het plangebied ligt niet binnen een risicocontour of aandachtsgebied van deze risicobron. Er is dan ook sprake van voldoende afstand. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Omgevingsveiligheid' geen belemmeringen vormt voor de realisatie van het voorgenomen plan.

4.8

Water Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

34

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem.

Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie is doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zijn het beleid en de maatregelen opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld.

Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we

vastgesteld

35

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem.

Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Weging van het waterbelang in voorliggend plan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de watertoets vervangen door de term 'weging van het waterbelang'. Het begrip houdt in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente is verplicht om de waterbelangen mee te nemen in het omgevingsplan. Dit is een instructieregel van het Rijk die volgt uit artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de opvattingen van de waterbeheerder betrokken worden bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: grondwater; oppervlaktewater; regenwater en; afvalwater. Toets Op 28 augustus 2025 is op www.hetwateradvies.nl de digitale watertoets, die als Bijlage 4 uitgevoerd en is het plan voorgelegd aan het Waterschap Vechtstromen. Hieruit is gebleken dat er sprake is van de 'korte procedure'. Het Waterschap Vechtstromen heeft laten weten dat de ruimtelijke relevante wateraspecten van dit plan gering en/of tijdelijk van aard zijn. Waterschap Vechtstromen heeft geen bezwaar tegen dit plan. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Water' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

36

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

4.9

Natuurwaarden Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk. Het Besluit activiteiten leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.

De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten; De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden.

Natuurnetwerk Nederland In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere

vastgesteld

37

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel. Soortenbescherming In de Omgevingswet (Bal; Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 Bal); Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); Andere soorten (artikel 11.54 Bal). Tevens geldt een specifieke zorgplicht op grond van de Omgevingswet. Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten.

Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. Toetsing In het kader van de beoogde ontwikkeling is een Quickscan natuurwaarden uitgevoerd, zoals opgenomen in Bijlage 5. Uit deze quickscan zijn de volgende resultaten naar voren gekomen. De Quickscan is uitgevoerd om in het werkterrein een onderzoek te doen naar mogelijke beschermde soorten, rode lijst soorten en andere niet beschermde soorten waar ook zorgvuldigheid in acht moet worden genomen. Rekening houden met broedseizoen en paring is nu niet van toepassing. Tijdens de werkzaamheden in de toekomst is er wel een broedseizoen, maar de locatie is klein in verhouding met de omringende gunstige omgeving. Op afstand van de locatie is een klein natuurgebied waar een beschermde omgeving is gecreëerd. Hierdoor is de kans op nesten klein. Starten voor de start van het broedseizoen met het slopen van de gebouwen is echter wel een pré. Er is twee keer een observatie gedaan in het gebied, op woensdag 22 oktober 11:00 uur en op dinsdag 4 november 2025 8:00 uur. Vanuit de Nationale Databank Flora en Fauna is ook gebleken dat ook hier geen bijzonderheden te melden zijn. In soortenoverzicht zijn veel observaties gedaan in 100 km2.

Dit is echter zo'n groot gebied dat, hoewel de planlocatie binnen het gebied licht, deze niet als struikelblok meegenomen kunnen worden in de eindbeoordeling. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'Natuurwaarden' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

38

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

4.10

Archeologie en cultuurhistorie In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is vooruitlopend op de Omgevingswet opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek.

Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Toets Archeologie In het 'Omgevingsplan Hof van Twente', onderdeel 'Buitengebied Hof van Twente' is er plaatse van het plangebied de functie 'Waarde - Archeologische verwachting 1' opgenomen. Voor de gronden met deze functie geldt dat er een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden wanneer gebouwen worden opgericht met een oppervlakte van 2.500 m² of meer en grondwerkzaamheden dieper dan 0,40 m plaatsvinden. Met het voorliggende plan wordt de oppervlakte van 2.500 m² niet overschreden. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat in de directe omgeving van de plangebieden geen cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn waarop het voorliggende plan mogelijk een negatieve impact heeft. Binnen het plangebied aan de Torendijk 16 te Ambt Delden zijn geen rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten aanwezig.

Ook in de nabijheid van het plangebied zijn geen relevante monumentale gebouwen waar rekening mee gehouden moet worden aanwezig. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de aspecten 'Archeologie en cultuurhistorie' geen belemmeringen veroorzaken voor de beoogde ontwikkeling.

vastgesteld

39

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

4.11

Verkeer en parkeren De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functie aan locaties (artikel 2.1 Omgevingswet). Bij een voorgenomen ontwikkeling moet daarom onder meer beoordeeld worden wat de effecten zijn op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid binnen en rond het plangebied. In het kader van ruimtelijke plannen dient verder te worden aangetoond dat het plan niet leidt tot ongewenste situaties ten aanzien van parkeren. Om de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie te bepalen, wordt doorgaans de CROW-publicatie ‘'Toekomstbestendig parkeren" gehanteerd. Voor deze locatie is het gemiddelde kencijfer voor ‘buitengebied’ en ‘weinig stedelijk’ van toepassing. Verkeer Voorliggend plan maakt de realisatie van één compensatiewoning mogelijk. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Op basis van de meest recente CROW publicatie (744) geldt voor een vrijstaande woning in het buitengebied, met een niet-stedelijke stedelijkheidsgraad, een maximale verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de twee woningen komt dit neer op een verkeersgeneratie van afgerond 18 verkeersbewegingen per etmaal. Gelet op de inrichtingen en eigenschappen van de omliggende infrastructuur kan de verkeersgeneratie gemakkelijk opgevangen worden.

Deze relatief lage verkeersgeneratie kan gemakkelijk opgevangen worden met de huidige infrastructuur. De om te zetten bedrijfswoning wordt ontsloten aan de Torendijk en de nieuwe compensatiewoning wordt ontsloten aan de Nijlandsweg. Parkeren Voor een vrijstaande woning in het buitengebied met een niet-stedelijke stedelijkheidsgraad, geldt een parkeernorm van minimaal 2,4 parkeerplaatsen. Voor de twee woningen zijn er afgerond 5 parkeerplaatsen benodigd. Gelet op de omvang van de woonpercelen kan het benodigde aantal parkeerplaatsen gemakkelijk gerealiseerd worden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de aspecten 'Verkeer en parkeren' geen belemmeringen veroorzaken voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

40

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 5 5.1

T oelichting op de regels

Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het TAM-IMRO omgevingsplan ‘TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden’ wordt het slopen van twee landschapsontsierende pluimveeschuren, de realisatie van één nieuwe compensatiewoning met bijgebouw en het omzetten van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning met bijgebouw mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

5.2

Opzet regels Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.

Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een

vastgesteld

41

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Torendijk 16 in Ambt Delden, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 5.2.1

Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

5.2.2

Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: artikel 1.1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 1.2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. artikel 1.3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. artikel 1.4 Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. artikel 1.5 Algemeen gebruiksverbod: Dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt.

5.2.3

Functies en activiteiten In het hoofdstuk Functies en Activiteiten is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan.

5.2.4

Algemene bepalingen Het hoofdstuk Algemene bepalingen bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti dubbeltelbepalingen: Algemene bouwbepalingen: dit artikel bevat regels ten aanzien van het bouwen van ondergrondse bouwwerken en de voorwaarde tot het voorzien in voldoende

42

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

parkeergelegenheid in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Algemene gebruiksbepalingen: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies. Beschermen van waarden: Dit artikel bevat bepalingen voor het beschermen van specifieke waarden die binnen het werkingsgebied van het omgevingsplan voorkomen. Het gaat daarbij voor dit plan specifiek om de bescherming van archeologische waarden. Algemene aanduidingsbepalingen: In dit artikel worden gebieden aangeduid waarvoor specifieke, sectorale regels gelden. Dit betreffen onder meer voorwaardelijke verplichtingen voor beeldkwaliteit, aanvullend bodemonderzoek en onderzoek gevelwering. Algemene afwijkingsbepalingen: Dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte afwijkingen ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden. Voor deze afwijkingen geldt een omgevingsvergunningplicht. 5.2.5

Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een ‘ja, mits’-principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). Toelichting op de regels Functies en activiteiten Agrarisch met waarden De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bedoeld voor het behoud van de aanwezige landschapswaarden zijnde: beeldbepalende landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, natuur en waterhuishouding. Daarnaast zijn de gronden onder andere bedoeld voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf en hobbymatig agrarisch gebruik buiten het bouwvlak. Het bouwen van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan. Bos De voor 'Bos' aangewezen gronden mogen onder andere worden gebruikt voor bos en multifunctionele bosbouw en het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van algemene natuur- en landschapswaarden. Tevens zijn onstluitingsvoorzienignen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen functies toegestaan.

Qua bebouwing zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van 2 m toegestaan. Natuur De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn onder andere bedoeld voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke, ecologische waarden en natuurwaarden, multifunctionele bosbouw en waterhuishoudkundige doeleinden. Qua bebouwing zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte

vastgesteld

43

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

van 2 m toegestaan. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor woningen, waarbij het maximaal aantal woningen op de verbeelding is aangegeven. In onderhavig geval zijn 2 woningen toegestaan. Daarnaast zijn onder andere aan huis verbonden beroepen en een bed & breakfast toegestaan. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen bedragen respectievelijk 4 m en 10 m. De inhoud van de woningen mag maximaal 750 m³ bedragen, danwel de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt. Voor de bijgebouwen geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 m en 6 m met een maximale oppervlakte van 150 m². Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag de oppervlakte aan bijgebouwen 328 m² bedragen. Waarde - Archeologische verwachting 1 De voor 'Waarde - Archeologische verwaching 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Bij grondbewerkingen die dieper zijn dan 0,40 m vanaf het maaiveld of wanneer de op te richten bebouwing groter is dan 2.500 m², dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden.

44

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 6

Financiële uitvoerbaarhied

Kostenverhaal Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zal de overheid vaak kosten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. De wettelijke regeling voor kostenverhaal is niet van toepassing voor gronden die de gemeente in eigendom heeft of in erfpacht uitgeeft, omdat kostenverhaal dan wordt verrekend via de gronduitgifte of de erfpachtcanon. Voor de overige gronden (vol eigendom) bevat afdeling 13.6 van de Omgevingswet de regeling voor kostenverhaal. De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. Bij het opnemen van nieuwe bouw- of gebruiksmogelijkheden in het omgevingsplan wordt gelijktijdig bepaald of een kostenverhaalsgebied moet worden aangewezen. Van belang is of er sprake is van een bouw- of gebruiksactiviteit waarvoor kostenverhaal verplicht is (artikel 13.11 Ow). In artikel 8.13 Omgevingsbesluit (Ob) zijn deze activiteiten limitatief aangewezen. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of transformatie van gebouwen naar een andere functie, zoals een kantoor- of een winkelfunctie. In sommige gevallen zijn de te verhalen kosten gering. Deze gevallen zijn opgesomd in artikel 8.14 Ob.

Het bestuursorgaan kan besluiten in die gevallen geen kosten te verhalen (artikel 13.11 Ow). Als de activiteit niet onder deze uitzondering valt is kostenverhaal verplicht. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een functiewijziging van een deel van het perceel van 'Agrarisch met waarden' naar 'Wonen'. Daarmee is het plan kostenverhaalsplichtig. Een kostenverhaalsbijdrage kan voldaan worden via afspraken die worden vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst of op basis van de regels voor een kostenverhaalsgebied in het omgevingsplan. Als kostenverhaal verplicht is wordt bij voorkeur een privaatrechtelijke anterieure overeenkomst afgesloten met een initiatiefnemer (artikel. 13.13 Ow). Deze moet zijn afgesloten voordat het omgevingsplan wordt vastgesteld. Voor aanvang van een activiteit wordt vervolgens de verschuldigde kostenverhaalsbijdrage betaald op basis van de afgesloten anterieure overeenkomst. Nadeelcompensatie In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft.

Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Toetsing Onderhavig plan betreft een particulier initiatief. De gemeente Hof van Twente zal een

vastgesteld

45

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

overeenkomst over nadeelcompensatie sluiten met de initiatiefnemer, waardoor de eventuele kosten die hieruit voortkomen worden afgewenteld op initiatiefnemer. Verder worden ook leges geheven in het kader van de planvorming. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid gewaarborgd.

46

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 7

Voorbereiding en participatie

In dit hoofdstuk is de procedure van het TAM-omgevingsplan beschreven. In de eerste plaats is een toelichting gegeven van de verschillende stappen die in deze planprocedure onderscheiden kunnen worden. Vervolgens zijn de resultaten van de doorlopen participatie toegelicht.

7.1

Procedurestappen Dit plan kent de volgende procedurestappen:

7.1.1

Ontwerp Het ontwerp TAM-omgevingsplan wordt behandeld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders. Een wijziging van het omgevingsplan ligt vervolgens gedurende zes weken ter inzage met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bij de gemeenteraad.

7.1.2

Vaststelling De gemeenteraad stelt het plan vast. De ingediende zienswijze heeft geen aanleiding gehad om het plan te wijzigen.

7.1.3

Beroep Nadat de raad het plan heeft vastgesteld, wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Daarna bestaat nog de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2

Vooroverlegpartners Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in april 2023 een uitzonderingslijst gepubliceerd van categorieën plannen en projectbesluiten waarvoor vooroverleg wel of niet noodzakelijk is. Het plan valt onder een plan op basis van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Hiervoor dient de gemeente een kennisgevingsformulier te sturen aan de provincie, waarop de provincie zal reageren. Hiermee wordt voldaan aan het vooroverleg. Waterschap Vechtstromen Op 28 augustus 2025 is op www.hetwateradvies.nl de digitale watertoets, die als Bijlage 4 uitgevoerd en is het plan voorgelegd aan het Waterschap Vechtstromen. Hieruit is gebleken dat er sprake is van de 'korte procedure'. Het Waterschap Vechtstromen heeft laten weten dat de ruimtelijke relevante wateraspecten van dit plan gering en/of tijdelijk van aard zijn. Waterschap Vechtstromen heeft geen bezwaar tegen dit plan.

vastgesteld

47

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

7.3

Participatie Het plan is aan de omwonenden voorgelegd. De reacties waren positief en er worden dan ook geen bezwaren verwacht.Bijlage 6.

7.4

Zienswijzen Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk of mondeling. Het ontwerp-omgevingsplan heeft met ingang van 18 december 2025 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit omgevingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijzen binnengekomen. De beantwoording van de zienswijze is opgenomen in Bijlage 7.

48

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Bijlagen

vastgesteld

49

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

50

vastgesteld

Legenda

Verharding Bestaand inrit Torendijk Bestaand inrit Nijlandsweg

Bebouwing Te slopen pluimveeschuur - 1200 m2 Te slopen schuur - 156 m2 Bestaande woning - Torendijk 16 Nieuw te bouwen woning Nieuw te bouwen schuur Bestaande bebouwing aan pluimveeschuur behouden

Groen Bestaand bos / houtsingel, Laurier verwijderen Zie markering in G1 Bomenlaan - Zomereik Nieuw te planten inheemse gemengde haag, strak geschoren

haagbeuk, veldesdoorn en wilde liguster Nieuw te planten inheemse houtsingel Meidoorn, Sleedoorn, Veldesdoorn, Vuilboom, Hazelaar

ijk

nd

re

To

Zomereik, Lijsterbes Nieuw te planten inheemse boomgroep

Eiken, Linde, Walnoot

N

O

W

Z

Nijlandsweg

Opdrachtgever: Project: Fase: Tekening: Datum: Formaat: Schaal:

Rene Jannink Rood voor Rood - (compensatie) woning & extra bijgebouw V1 Erfinrichtingsplan 28-11-2025 A2 1:500

Alle maten en hoeveelheden dienen in het werk te worden gecontroleerd. Hoeveelheden zijn exclusief snij- en breukverlies.

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Bijlage 2 Ruimtelijk kwaliteitsplan

52

vastgesteld

Ruimtelijk Kwaliteitsplan Torendijk 16 te Ambt Delden Datum: 28-11-25

1

Inleiding Inleiding Voor u ligt het ruimtelijk kwaliteitsplan voor het perceel aan de Torendijk 16 te Ambt Delden. Dit document is opgesteld in het kader van een Rood-voor-Roodontwikkeling, waarbij landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en vervangen door zorgvuldig ingepaste nieuwbouw. Het doel is een landschappelijke en ruimtelijke onderbouwing te geven bij de beoogde ontwikkeling.

Het erfinrichtingsplan is reeds beoordeeld en akkoord bevonden door de gemeente; dit document vormt de toelichtende tekst waarin beleidscontext, landschapstype en keuzes voor erfstructuur en beplanting worden toegelicht.

2

Inhoudsopgave 1. Aanleiding 2. Huidige situatie / landschapstype 3. Beleid 4. Structuurvisie en landschapsontwikkelingsplan (LOP) 5. Uitgangspunten – Erfinrichting Torendijk 16 6. Beplantingslijst 7. Conclusie

3

1. Aanleiding De eigenaar van het perceel aan de Torendijk 16 te Ambt Delden heeft van de gemeente Hof van Twente medewerking gekregen voor de ontwikkeling van een woning en bijgebouw via de Rood-voor-Roodregeling. Voor deze ontwikkeling is een wijziging van het bestemmingsplan vereist, waarvoor een ruimtelijk kwaliteitsplan onderdeel van de procedure vormt. Het plan omvat een analyse van de landschappelijke context en een concreet voorstel voor herinrichting van het erf. De ontwikkeling betreft de sloop van een voormalige pluimveeschuur (ca. 1.200 m²) en een schuur (ca. 156 m²), waarna een nieuwe woning en een bijgebouw worden gerealiseerd.

4

2. Huidige situatie / Verspreide ontginningen Het perceel bevindt zich in het buitengebied van Ambt Delden, nabij Landgoed Twickel. Landschappelijk maakt het gebied deel uit van het landschapstype Verspreide Ontginningen. Dit landschap is ontstaan uit losse, kleinschalige agrarische ontginningen op hogere zandgronden. Het wordt gekenmerkt door afwisseling van open agrarische percelen, boomgroepen, houtwallen en singels, en verspreide erven langs oude zandwegen.

Historisch bestond het gebied uit gemengde agrarische bedrijven met zowel akkerbouw als grasland. De structuur is opener geworden, maar waardevolle landschapselementen zoals houtwallen en bosjes zijn nog aanwezig. De ligging nabij Twickel maakt zorgvuldig omgaan met beplanting, erfstructuur en zichtlijnen essentieel.

5

3. Beleid Voor het opstellen van een erfinrichtingsplan en de landschappelijke inpassing van een nieuwe woning is het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Haaksbergen & Hof van Twente het leidende beleidskader. Dit plan, vastgesteld in 2005, vormt samen met de gemeentelijke structuurvisie de basis voor het beoordelen van ruimtelijke initiatieven in het buitengebied. Daarnaast is ook de welstandsnota van de gemeente van toepassing. Deze stelt eisen aan vormgeving, situering en materialisering van nieuwbouw op erven, met als doel de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen en het karakter van het landschap te behouden. De Rood-voor-Roodregeling is bedoeld om landschapsontsierende bebouwing te saneren in ruil voor de realisatie van een woning, mits er een aantoonbare kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvindt. Dit plan voorziet daarin.

6

4. Structuurvisie en landschapsontwikkelingsplan (LOP) De structuurvisie voor het buitengebied van de gemeente Hof van Twente richt zich op het behoud en herstel van kleinschalige landschappen, het versterken van ruimtelijke kwaliteit en het combineren van functies als landbouw, natuur, recreatie en wonen. In het LOP worden vier hoofdthema’s gehanteerd: - Behoud en versterking van waardevolle elementen - Landschappelijke versterking van het watersysteem - Zorg voor het agrarisch werklandschap - Inpassing van kernen en routes

Voor Verspreide Ontginningen gelden specifiek: - Behoud en herstel van houtwallen en singels - Aanvulling van erfbeplanting met boomgroepen en solitaire bomen - Behoud van halfopen karakter: afwisseling van zichtlijnen en groenstructuren - Gebruik van gemengde hagen of streekeigen erfafscheidingen - Natuurlijke overgang van erf naar omliggende percelen Deze uitgangspunten vormen de basis voor het erfinrichtingsplan van de Torendijk 16 te Ambt Delden.

7

5. Uitgangspunten – Erfinrichting Torendijk 16 De voorgestelde erfinrichting is afgestemd op de bestaande erfstructuur en versterkt de landschappelijke kenmerken van het perceel. De beplanting en inrichting dragen bij aan ecologische meerwaarde, erfbeleving en de visuele inpassing in het omliggende landschap. Sloop van opstallen: - Pluimveeschuur ca. 1.200 m² - Schuur ca. 156 m²

Behouden elementen: - Bestaande woning Torendijk 16 - Een deel van de bestaande bebouwing naast de schuur

Nieuwbouw: - Nieuwe woning en bijgebouw in passende architectuur

Beplanting: Gemengde hagen (strak geschoren) langs erfgrenzen en oprijlanen — maat 60-80 cm bij aanplant: - Haagbeuk - Veldesdoorn - Wilde liguster

Houtsingels (maat 80-120 cm bij aanplant): - Meidoorn - Sleedoorn - Veldesdoorn - Vuilboom - Hazelaar

8

Boomgroep (maat 16-18 cm stamomtrek): - Zomereik - Linde - Walnoot

Bomenlaan: - Zomereik (Quercus robur), maat 16-18 cm stamomtrek langs de inrit

Bos- en houtsingelbeheer: - Verwijderen van laurier uit bestaande bosstroken

Erfverharding: - Gebakken klinkers voor paden en rijlijnen

De erfbeplanting is afgestemd op de kenmerken van het ontginnigslandschap en draagt bij aan de ecologische en visuele kwaliteit van het buitengebied.

9

Conclusie De voorgestelde herontwikkeling van het erf aan de Torendijk 16 te Ambt Delden leidt tot een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing. Door de sloop van verouderde bebouwing en de toevoeging van zorgvuldig ingepaste nieuwbouw met passende erfbeplanting wordt aangesloten bij het karakter van het ontginningslandschap. Het plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten van de gemeente Hof van Twente en sluit aan bij de doelstellingen van de Rood-voor-Roodregeling. De inrichting versterkt het landschap, draagt bij aan biodiversiteit en zorgt voor een erf dat toekomstbestendig is én past bij de omgeving

10

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek

vastgesteld

63

Verkennend Bodemonderzoek Project:

2024-270

Locatie:

Torendijk 16 te Ambt Delden

Verkennend bodemonderzoek Torendijk 16 te Ambt Delden

Verkennend Bodemonderzoek

Torendijk 16 te Ambt Delden

Opdrachtgever:

Mts. Jannink-Schabbink Torendijk 16 7495 PX Ambt Delden

Adviesbureau:

Dumea Bornsestraat 24 7597 NE Saasveld

Status:

Definitief

Versie:

1

Datum versie:

16 oktober 2025

Projectnummer:

2024-270

Auteur:

Joost Stevelink*

Paraaf:

Kwaliteitscontrole:

Niek Hesselink*

Paraaf:

Veldwerkers:

Mark Morsink, Ruud Steggink*

*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.

2024-270

16-10-2025

Pagina 2 van 24

Verkennend bodemonderzoek Torendijk 16 te Ambt Delden

Inhoudsopgave

Pagina

1

Inleiding

4

2

Vooronderzoek

5

3

4

5

2.1 Locatie gegevens

5

2.2 Algemene informatie locatie

5

2.3 Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

6

2.4 Directe omgeving locatie

6

2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie

7

2.6 Vooronderzoek PFAS

7

2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest

8

2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest

8

Onderzoeksprogramma

9

3.1 Hypothesestelling

9

3.2 Onderzoeksopzet

10

3.3 Analysestrategie

10

Onderzoeksresultaten

12

4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

12

4.2 Analyseresultaten

13

4.3 Toetsing van de hypothese

15

4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

15

Samenvatting en conclusie

17

Bijlage I:

Situering van de locatie

Bijlage II:

Situering van de locatie

Bijlage III:

Overzichtstekening boorpunten

Bijlage IV:

Boorstaten

Bijlage V:

Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen

Bijlage VI:

Foto's

2024-270

16-10-2025

Pagina 3 van 24

Verkennend bodemonderzoek Torendijk 16 te Ambt Delden

1

Inleiding

In opdracht van Mts. Jannink-Schabbink heeft Dumea een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Torendijk 16 te Ambt Delden. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is in het kader van de voorgenomen omgevingsplanwijziging, sloop- en nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: •

NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2023);

•

NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2023);

•

NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN

•

5707+C2:2017) BRL SIKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4296/documents/60186