CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

02 TAM Omgevingsplan Blokstegenweg 20 Motivering en Regels.pdf

Gemeenteraad 1 juni 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 13: TAM Omgevingsplan gemeente HvT Hoofdstuk 22 v Blokstegenweg 20 Ambt Delden32.807 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxBlokstegenweg20-VS10

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldend omgevingsplan 1.4 Doelen van de wet 1.5 TAM-IMRO Omgevingsplan 1.6 De bij het plan behorende stukken 1.7 Leeswijzer

6 6 6 7 9 9 10 10

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Ontstaansgeschiedenis Azelo 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie

11 11 11 11

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 16 26

Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Soortenbescherming en gebiedsbescherming 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geluid 4.6 Geur 4.7 Omgevingsveiligheid 4.8 Trilling 4.9 Archeologie 4.10 Bodem 4.11 Waterbelang 4.12 Gezondheid

31 31 33 34 38 39 42 43 46 47 48 49 51

Hoofdstuk 5 Toelichting op de regels 5.1 Inleiding 5.2 Opzet regels

52 52 52

Hoofdstuk 6

56

Kostenverhaal

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Voorkantsamenwerking 7.2 Participatie 7.3 Zienswijzen

57 57 57 57

Bijlagen bij de motivering

59

Bijlage 1

Landschapsplan

60

Bijlage 2

Quickscan natuurwaarden

63

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

105

2

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Bijlage 4

Wateradvies

154

Bijlage 5

Participatieverslag

156

Bijlage 6

Zienswijzennotitie

161

Regels

173

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Algemene bepalingen Begrippen Toepassingsbereik Wijze van meten Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod

174 174 181 182 183 184

Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Functies en activiteiten Agrarisch met waarden Natuur Water Wonen - Azelo Wonen - Eswoning Leiding - Water Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3

185 185 188 190 192 194 196 198 200 202

Hoofdstuk 3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene beoordelingsregels Algemene functieregels Algemene aanduidingsregels Algemene omgevingsplanactiviteiten Overige regels

204 204 205 206 207 208 210

Hoofdstuk 4 Artikel 21

Overgangsrecht Overgangsrecht

211 211

Bijlagen bij de regels

213

Bijlage 1

214

vastgesteld

Landschappelijk inrichtingsplan

3

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

4

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Motivering

vastgesteld

5

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor de locatie Blokstegenweg 20 in Ambt Delden (Azelo) is een plan opgesteld waarbij een van de bestaande bestaande bouwvlakken wordt verplaatst naar een locatie elders op het perceel en een half-ondergrondse woning wordt gerealiseerd. Volgens het geldende omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente is dit momenteel niet toegestaan. Het plan staat ter plaatse van de beoogde nieuwbouwlocatie uitsluitend een agrarische functie toe. Wel is het op grond van de Rood voor Rood-regeling zoals opgenomen in de beleidsnota KGO beleid 2023-2028 'Grond voor gebruik, ontwikkel nu de erfenis voor de toekomst' van de gemeente Hof van Twente mogelijk om onder de voorwaarde van sloopcompensatie een woning in het buitengebied toe te voegen. Daarom is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. De gemeente Hof van Twente heeft aangegeven onder bepaalde voorwaarden bereid te zijn mee te werken aan deze ontwikkeling. De gemeente Hof van Twente heeft in haar principebesluit aangegeven dat in ruil voor de sloop van 850 m2 één nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd mag worden, waarbij de inhoud van nieuwe woning met bijgebouw maximaal 1.000 m3 mag bedragen, waarbij uitsluitend inpandige bijgebouwen zijn toegestaan.

Om de woning mogelijk te maken worden door initiatiefnemer sloopvouchers ingebracht met een sloopoppervlak van 1.009 m2, afkomstig van de sanering van landschapsontsierende bebouwing op de volgende locaties: Suetersweg 15 Bentelo (369 m2); Kluunvenneweg 5 Markelo (212 m2); Dijkerhoekweg 4 Markelo (428 m2). Van de sloopoppervlakte wordt 850 m2 ingezet voor het bouwen van een woning met inpandig bijgebouw. De gemeente Hof van Twente heeft in haar principebesluit van 4 juni 2025 aangegeven dat de inhoud van de nieuwe woning met inpandig bijgebouw maximaal 1.000 m3 mag bedragen ter compensatie van de sloop van 850 m2. Aangezien initiatiefnemer 1.009 m2 sloopt, worden de overige sloopmeters (159 m2) ingezet voor het vergroten van de woning met inpandig bijgebouw naar maximaal 1.100 m3. Op grond van de algemene afwijkingsregels is het immers mogelijk om de inhoud van bestaande woningen te vergroten. Ter compensatie van 150 m2 aan sloopmeters kan een woning met 100 m3 vergroot worden. Derhalve bedraagt de inhoud van de nieuwe woning met aangebouwd bijgebouw 1.100 m3. Om de gewenste woonfunctie mogelijk te maken, wordt een TAM-omgevingsplanprocedure opgestart. Voor het indienen van een dergelijk plan moet worden aangetoond dat aan de gestelde voorwaarden van de gemeente wordt voldaan.

Tevens moet blijken dat de wijziging voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). In dat kader is het voorliggende TAM-omgevingsplan opgesteld, dat voorziet in een set aan juridisch-planologische regels met de ruimtelijke motivering om aan te tonen dat deze ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

1.2

Ligging en begrenzing

De planlocatie is gelegen aan de Blokstegenweg 20 in Ambt Delden, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente en het buurtschap Azelo. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

6

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Openstreetmap) Het plangebied staat kadastraal bekend als DDN01 sectie B nummers 2284, 2285, 1804, 2233 en 2297 met een gezamenlijke oppervlakte van circa 6,5 hectare. Het perceel ter plaatse van de beoogde bouwlocatie staat kadastraal bekend als DDN01 sectie B nummer: 1804 (12.874 m2). In figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied, globaal, weergegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat het bestaande woonerf Blokstegenweg 10a tot en met f geen onderdeel uitmaakt van het plangebied van dit TAM-omgevingsplan evenals de adressen Engelbertinkstraat 2 en 4. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Figuur 1.2: Globale begrenzing plangebied (bron: Tuuulk.)

1.3

Geldend omgevingsplan

Voor het plangebied geldt het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, onderdeel 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023 (vastgesteld op 4 juni 2024). Voor de verbeelding is het onderdeel 'Buitengebied Hof van Twente' (vastgesteld op 9 december 2015) van toepassing. Het te verplaatsen bouwvlak kent op haar huidige locatie de functie 'Wonen-Azelo' met de specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2, waarbinnen momenteel nog geen woning is gerealiseerd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken kan op grond van het principebesluit van de gemeente Hof van Twente aansluiting worden gezocht bij de wijzigingsbevoegdheid die in het bestemmingsplan 'Buitengebied Hof

vastgesteld

7

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

van Twente' (vastgesteld op 9 december 2015) was opgenomen. Daarin was immers de volgende wijzigingsbevoegdheid opgenomen: Artikel 26.4.1 Extra woning bij sloop van voormalige agrarische bebouwing Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor de bouw van één extra woning, uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'specifiek e bouwaanduiding - nieuwe woning 1' en 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2', in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ter compensatie moet minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing worden gesloopt, met dien verstande dat de voormalige bedrijfsbebouwing binnen de gemeente Hof van Twente moet zijn gelegen; b. de inhoud van de nieuw te realiseren woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 1' heeft een maximale inhoud van 1000 m3 en de nieuw te realiseren woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2' heeft een inhoud van maximaal 750 m3; c. uitsluitend inpandige bijgebouwen zijn toegestaan; d. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; e. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een landschapsplan dient te worden opgesteld; f. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; g.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. De gewenste locatie van de woning, door middel van de verplaatsing van het bouwvlak, kent de functie 'Agrarisch met waarden', met een waarde – archeologische verwachting 2. Ook gelden op de planlocatie de volgende gebiedsaanduidingen: 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' en 'vrijwaringszone – radar'. Het tijdelijke deel van het omgevingsplan kent geen ontheffingsmogelijkheid om een nieuwe woning te realiseren. Wel is een wijzigingsbevoegdheid in de planregels opgenomen om ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2' een nieuwe woning te bouwen mits voldaan wordt aan de voorwaarden. Een wijzigingsbevoegdheid wordt onder de Omgevingswet aangemerkt als beoordelingsregels voor het college van burgemeester en wethouders. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. In figuur 1.3 is een uitsnede van de geldende plankaart opgenomen, waarop de functies en gebiedsaanwijzingen zijn weergegeven.

8

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding (bron: Regels op de Kaart/Omgevingsloket)

1.4

Doelen van de wet

Het vaststellen van een omgevingsplan staat volledig in het teken van het bereiken van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Artikel 1.3 van de Ow geeft aan dat de wet, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Artikel 2.1, eerste lid, van de Ow schrijft voor dat bestuursorganen, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.

1.5

TAM-IMRO Omgevingsplan

Een TAM-IMRO omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat los staat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Een TAM-IMRO Omgevingsplan maakt gebruik van de techniek voor planvorming zoals dat gebruikt werd onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. De TAM-IMRO plannen maken deel uit van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het is immers een wijziging van het omgevingsplan van rechtswege, alleen wordt die opgesteld, bekendgemaakt en beschikbaar gesteld met de IMRO-techniek. TAM-IMRO plannen hebben weliswaar de technische vorm van de bestemmingsplannen die deel zijn van het tijdelijk deel, maar juridisch gezien vallen ze onder het nieuwe deel. Ze moeten dus ook voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en van de provincie.

vastgesteld

9

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

1.6

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige TAM-IMRO omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden' bestaat naast deze motivering uit de volgende stukken: Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxBlokstegenweg20-VS10); Bijlagen bij de motivering; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.7

Leeswijzer

De motivering van dit TAM-omgevingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleids- en wettelijke kader van het rijk, provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten belicht. In hoofdstuk 5 wordt het omgevingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

10

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Ontstaansgeschiedenis Azelo

Azelo, een buurtschap gelegen tussen Borne, Bornerbroek en Delden, kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Oorspronkelijk was het een marke met boerderijen rond kampen. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een kleine dorpskern. De naam Azelo is waarschijnlijk afgeleid van de Oudnederlandse woorden "Aso" (een persoonsnaam) en "lo" (licht bos)

2.2

Huidige situatie

In de huidige situatie betreft de gewenste locatie van de woning een agrarisch gebied omgeven door open bos met een parkachtig karakter. De locatie van het huidige bouwvlak waarvoor de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nieuwe woning 2' geldt kent een woonfunctie waar momenteel nog geen woning is gerealiseerd, en ziet eruit zoals is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1: Aanzicht erf Blokstegenweg 20 Ambt Delden (bron: foto initiatiefnemer)

2.3

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer wenst met respect voor het unieke karakter van het bestaande landgoed een nieuw toekomstgericht plan te realiseren voor het landgoed. Door de verplaatsing van het huidige bouwvlak naar de gewenste locatie, wordt ruimte gecreëerd op de huidige locatie om te vergroenen en het beter te laten aansluiten bij het geheel. Het doel is om een toekomstige situatie te creëren dat naadloos integreert in het Twentse landschap, een landschap waar initiatiefnemer zich de laatste jaren veel waarde aan heeft gehecht en waaraan jarenlang met zorg en toewijding is gewerkt. Initiatiefnemer wenst het bestaande bouwvlak van de niet gerealiseerde woning te verplaatsen naar de zuidzijde van het erf om aldaar ter compensatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing een half-ondergrondse woning te realiseren die onderdeel uitmaakt van het landschap. In figuur 2.2 is een

vastgesteld

11

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

impressie van de beoogde woning weergegeven.

Figuur 2.2: Impressie beoogde woning (bron: Studio.NL) Het te verplaatsen bouwvlak kan worden mogelijk gemaakt door deelname aan de Rood voor Rood-regeling. In dit kader worden sloopvouchers ingebracht met een sloopoppervlak van 1.009 m2, afkomstig van de sanering van landschapsontsierende bebouwing op de volgende locaties: Suetersweg 15 Bentelo (369 m2); Kluunvenneweg 5 Markelo (212 m2); Dijkerhoekweg 4 Markelo (428 m2); Van de sloopoppervlakte wordt 850 m2 ingezet voor het bouwen van een woning met inpandig bijgebouw. De gemeente Hof van Twente heeft in haar principebesluit van 4 juni 2025 aangegeven dat de inhoud van de nieuwe woning met inpandig bijgebouw maximaal 1.000 m3 mag bedragen ter compensatie van de sloop van 850 m2. Aangezien initiatiefnemer 1.009 m2 sloopt, worden de overige sloopmeters (159 m2) ingezet voor het vergroten van de woning met inpandig bijgebouw naar maximaal 1.100 m3. Daarnaast wordt in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving aanvullend geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Initiatiefnemer wenst het open landschap te accentueren zodat de kenmerken van het jong ontginningslandschap weer kenbaar zijn en worden.

Er worden nieuwe laanbomen aangeplant om de laanstructuur langs de Blokstegenweg te herstellen en rondom de nieuw te bouwen woning wordt een boomweide met parkachtig karakter met water en kruidenrijk grasland aangelegd. Daarnaast wordt het open landschap geaccentueerd en worden in het omliggende landschap laagtes afgegraven met natte vegetatie en/of ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Tevens worden wandelpaden aangelegd om een bijdrage te leveren aan de recreatieve mogelijkheden zodat het nieuwe landschap beleefbaar wordt (zie figuur 2.3). Het landschapsplan (de visie voor het landgoed) is als Bijlage 1 bij deze motivering opgenomen.

12

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Figuur 2.3: Landschapsplan beoogd landgoed (bron: Tuuulk.) Het volledige landschappelijke inrichtingsplan biedt niet alleen kansen voor het behoud van de natuurlijke schoonheid van het landgoed, maar draagt ook bij aan de financiële duurzaamheid ervan.

vastgesteld

13

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied.

Vrijkomende agrarische bebouwing kan gebruikt worden voor het ontwikkelen van nieuwe functies en woonconcepten. Een aantrekkelijk landschap maakt dat mensen daar willen wonen, werken en recreëren. Vrijkomende agrarische bebouwing kan bijvoorbeeld met provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen omgevormd worden tot aantrekkelijke nieuwe woon- of werklocaties, waarbij de vrijkomende agrarische grond zo veel mogelijk kan worden ingezet voor een grotere grondgebondenheid van de omliggende agrarische bedrijven, of worden gebruikt voor agrarisch natuurbeheer. Ook wordt in de NOVI ingegaan op de aspecten 'economie en landschap'. Landschap is immers een belangrijk onderdeel van het vestigingsklimaat, zowel voor de meer verstedelijkte gebieden als voor de landelijke regio's. Voor een hoogwaardige kenniseconomie als de Nederlandse, is de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het omringende landschap van groot belang in de concurrentie met andere landen. Een aantrekkelijke leefomgeving is tevens een randvoorwaarde voor toerisme. De aantrekkelijkheid van de leefomgeving is vaak de reden dat bezoekers naar een regio komen. Een aantrekkelijk landschap maakt dat mensen daar willen wonen, werken en recreëren.

Vrijkomende agrarische bebouwing kan zoals hierboven al eerder aangegeven bijvoorbeeld met provinciale ruimte-voor-ruimteregelingen omgevormd worden tot aantrekkelijke nieuwe woon- of werklocaties, waarbij de vrijkomende agrarische grond zo veel mogelijk kan worden ingezet voor een grotere

14

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

grondgebondenheid van de omliggende agrarische bedrijven, of worden gebruikt voor agrarisch natuurbeheer. Rijk en regio's werken samen uit hoe kan worden omgegaan met de opgave van agrarische leegstand en herbestemming in relatie tot het combineren van functies in het landelijke gebied, behoud en versterking van de leefbaarheid op het platteland en het voorkomen van verdere aantasting van het landschap. Toets Voorliggend plan betreft een lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid en waarbij geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Wel draagt de ontwikkeling bij aan opgave 4 "Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied". Initiatiefnemer wenst een bestaand woonrecht (bouwvlak) op een voormalig vrijgekomen agrarisch erf te verplaatsen naar een locatie elders op het perceel, teneinde een nieuwe kwaliteitsimpuls aan het landgoed te geven. Door de nieuwe woning deels onder het maaiveld te realiseren vindt er minder verstening plaats, wat bijdraagt aan het behouden van het natuurlijke karakter van de omgeving. Tevens wordt de woning op een duurzame en energie-efficiënte manier gebouwd, wat bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van de woning. Tot slot wordt, zoals in paragraaf 2.3 is beschreven, aanzienlijk geïnvesteerd in het landschap.

Er worden nieuwe landschapselementen aangelegd waarbij de bestaande kenmerken en identiteit van het landschap en de omgeving in het landschapsplan centraal zijn gesteld (zie Bijlage 1). Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan past binnen de in de Nationale Omgevingsvisie gestelde ambities. Voorts geldt dat het plan eveneens voldoet aan het provinciale en gemeentelijke beleid. De NOVI vormt geen belemmering voor deze ontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). De laddertoets is in ieder geval van toepassing op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Toets De Ladder voor duurzame verstedelijking is beleidsneutraal overgegaan van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) naar het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is

vastgesteld

15

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Volgens de Nota van toelichting van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening) werden ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals bijvoorbeeld Ruimte-voor-Ruimteregelingen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het reduceren van bebouwing (sloop in het kader van een Rood voor Rood-regeling waarbij sloopvouchers van reeds gesloopte bebouwing worden ingezet) en het verplaatsen van een bestaand bouwvlak (waar geen woning is gerealiseerd) naar een locatie elders op het perceel. De bebouwde oppervlakte en het ruimtebeslag neemt als gevolg van deze ontwikkeling af waardoor (onder meer vanwege de beleidsneutrale overgang van de Ladder naar het Besluit kwaliteit leefomgeving) geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voorts geldt ten aanzien van het bouwen van nieuwe woningen dat artikel 5.129g lid 1 invulling geeft aan het begrip stedelijke ontwikkeling, waarbij de term substantieel wordt gebruikt. Ook de jurisprudentie is duidelijk hierin, vanaf 11 woningen is pas sprake van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet niet in meer dan 11 woningen.

Al met al kan geconcludeerd worden dat dit project niet voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook wanneer de ladder niet van toepassing is moet gemotiveerd worden dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze motivering voorziet hierin.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet. In de omgevingsvisie bekijkt de provincie zaken als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

16

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt het er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Waar – Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

vastgesteld

17

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel) Wanneer het plan wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn de volgende artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang: Artikel 4.4 Principe van concentratie (lid 1) In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van één nieuwe woning door middel van het verplaatsen van een bestaand bouwvlak naar een locatie elders op het perceel. Er wordt voorzien in een lokale ontwikkeling die voorziet in een lokale behoefte aan een nieuwe woning (zie ook paragraaf 3.3.4), waarbij geldt dat er planologisch geen sprake is van een toename van het aantal woningen. De ontwikkeling is in overeenstemming met de principes van concentratie.

Artikel 4.5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Omgevingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaak datt: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwdgebied;

18

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Lid 2 Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: a. (her)benutten van bestaande bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en b. mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: Op grond van de Omgevingsverordening Overijssel wordt onder Groene Omgeving verstaan: dat deel van de fysiek e leefomgeving waarvan de gronden niet vallen binnen bestaand bebouwd gebied. Het bestaand bebouwd gebied is gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut worden voor stedelijke functies op grond van een geldend omgevingsplan en op grond van een (voor)ontwerp voor zover de provincie daarover een positief advies heeft uitgebracht in het kader van het vooroverleg. Daarnaast zijn stedelijke functies gedefinieerd als: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen.

Het voorgenomen plan voorziet in het verplaatsen van een bestaand bouwvlak op het perceel Blokstegenweg 20 in Ambt Delden naar een locatie elders aansluitend aan het bestaande woonerf. De beoogde bouwlocatie is voorzien van de functie 'Agrarisch met waarden' waardoor er ruimtebeslag wordt gelegd door het bouwen en verharden op de Groene Omgeving. Vanwege sociaal economische of maatschappelijke redenen kan er aanleiding zijn om een uitzondering te maken op de algemene regel 'inbreiding voor uitbreiding' mits het verlies van ecologisch en landschappelijk kapitaal in voldoende mate wordt gecompenseerd (artikel 4.11 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving). Het te verplaatsen bouwvlak kan worden mogelijk gemaakt door deelname aan de Rood voor Rood-regeling. In dit kader worden sloopvouchers ingebracht met een sloopoppervlak van 850 m2, afkomstig van de sanering van landschapsontsierende bebouwing aan de volgende locaties: Suetersweg 15 Bentelo; Kloetenweg 1 Ambt-Delden; Dijkerhoekweg 4 Markelo; Hoewel er erfverharding wordt aangebracht, neemt de oppervlakte aan bebouwing en verharding in het buitengebied van Hof van Twente (en daarmee de provincie Overijssel) per saldo fors af. Daarnaast wordt de ontwikkeling mogelijk gemaakt doordat er in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving aanvullend wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit.

Zoals in paragraaf 2.3 en in Bijlage 1 is beschreven worden zowel op het bestaande erf, rondom de nieuw te bouwen woning en het aansluitende omliggende landschap forse investeringen gedaan. Er worden nieuwe laanbomen aangeplant om de laanstructuur langs de Blokstegenweg te herstellen en rondom de nieuw te bouwen woning wordt een boomweide met parkachtig karakter met water en kruidenrijk grasland aangelegd. Daarnaast wordt het open landschap geaccentueerd en worden in het omliggende landschap laagtes afgegraven met natte vegetatie en/of ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Tevens worden wandelpaden aangelegd om een bijdrage te leveren aan de recreatieve mogelijkheden zodat het nieuwe landschap beleefbaar wordt. Daarmee wordt het verlies van ecologisch en landschappelijk kapitaal in voldoende mate gecompenseerd, waardoor de ontwikkeling niet in strijd is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 4.6 Toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus:

vastgesteld

19

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plan betreft de verplaatsing van een bouwlocatie en de realisatie van een nieuwe half-ondergrondse woning. Het plan is gericht op het tegengaan van verstening en het bevorderen van biodiversiteit. Ook op de lange termijn draagt de woning bij aan het welzijn van mensen en levert het een waardevolle bijdrage voor toekomstige generaties. Daarmee is sprake van een duurzame en evenwichtige ontwikkeling die bijdraagt aan het maatschappelijk belang. Er kan dan ook worden gesteld dat wordt voldaan aan artikel 4.6 van de omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Artikel 4.8 Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9 Onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b.

wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagen benadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling draagt aanzienlijk bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het (bestaande) erf en de omgeving. Er is een landschapsplan opgesteld waarin de landschappelijke maatregelen die genomen worden zijn omschreven. Hiervoor wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze motivering. Zowel op het bestaande erf, rondom de nieuw te bouwen woning en het aansluitende omliggende landschap worden forse investeringen gedaan. Er worden nieuwe laanbomen aangeplant om de laanstructuur langs de Blokstegenweg te herstellen en rondom de nieuw te bouwen woning wordt een boomweide met parkachtig karakter met water en kruidenrijk grasland aangelegd. Daarnaast wordt het open landschap geaccentueerd en worden in het omliggende landschap laagtes afgegraven met natte vegetatie en/of ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Tevens worden wandelpaden aangelegd om een bijdrage te leveren aan de recreatieve mogelijkheden zodat het nieuwe landschap beleefbaar wordt.

Het landschapsplan en de daarbijbehorende landschapsmaatregelen houden rekening met het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering), het geldende ontwikkelingsperspectief en de catalogus gebiedskenmerken. Daarmee wordt eveneens voldaan aan artikel 4.9 'onderbouwing ruimtelijke kwaliteit' van de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4.11 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het

20

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Doorwerking voor voorliggend plan: Het voorgenomen plan voorziet in het verplaatsen van een bestaand bouwvlak op het perceel Blokstegenweg 20 in Ambt Delden naar een locatie elders aansluitend aan het bestaande woonerf. Het te verplaatsen bouwrecht is in het verleden tot stand gekomen door middel van de sloop van 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing van de volgende locaties: Suetersweg 15 Bentelo; Kluunvenneweg 5 Markelo; Dijkerhoekweg 4 Markelo. Initiatiefnemer wenst het bouwvlak te verplaatsen naar een locatie elders op het perceel om daar een half-ondergrondse woning te realiseren die onderdeel uitmaakt van het landschap. Zoals bij de toets aan de principes van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' is beschreven kunnen er vanwege sociaal economische of maatschappelijke redenen aanleiding zijn om een uitzondering te maken op de algemene regel 'inbreiding voor uitbreiding' mits het verlies van ecologisch en landschappelijk kapitaal in voldoende mate wordt gecompenseerd. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt doordat er in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving aanzienlijk wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit.

Zoals in paragraaf 2.3 en in Bijlage 1 is beschreven worden zowel op het bestaande erf, rondom de nieuw te bouwen woning en het aansluitende omliggende landschap forse investeringen gedaan. Er worden nieuwe laanbomen aangeplant om de laanstructuur langs de Blokstegenweg te herstellen en rondom de nieuw te bouwen woning wordt een boomweide met parkachtig karakter met water en kruidenrijk grasland aangelegd. Daarnaast wordt het open landschap geaccentueerd en worden in het omliggende landschap laagtes afgegraven met natte vegetatie en/of ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Tevens worden wandelpaden aangelegd om een bijdrage te leveren aan de recreatieve mogelijkheden zodat het nieuwe landschap beleefbaar wordt. Daarmee wordt het verlies van ecologisch en landschappelijk kapitaal in voldoende mate gecompenseerd. Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met artikel 4.11 van de provinciale Omgevingsverordening. Waar - Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang, oftewel Groene Omgeving. Voor het plangebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.

Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied, waar de landschappelijke inpassing ten behoeve van het bos plaatsvindt, het ontwikkelingsperspectief 'Natuurnetwerk Nederland'. In figuur 3.2 is een uitsnede van de kaart met ontwikkelingsperspectieven weergegeven.

vastgesteld

21

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Figuur 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is. Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken.

Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) staan in Overijssel de kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is binnen het natuurnetwerk geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het ‘nee, tenzij’-principe). Daarbij hanteren we zogenaamde NNN-spelregels. Binnen de gebieden waar de komende jaren natuurrealisatie plaatsvindt, is medegebruik mogelijk. Voorwaarde is wel dat initiatieven actief bijdragen aan realisatie van het robuuste en samenhangende netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het plan doet geen afbreuk aan de kenmerken van het gebied en past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief.

Binnen het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' is immers ruimte voor het wonen, zolang de landbouw niet wordt beperkt. Aangezien er in de directe omgeving geen agrarische functies aanwezig zijn, wordt geconcludeerd dat agrarische bedrijven niet in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden.

22

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt doordat er in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving aanzienlijk wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Zoals in paragraaf 2.3 en in Bijlage 1 is beschreven worden zowel op het bestaande erf, rondom de nieuw te bouwen woning en het aansluitende omliggende landschap forse investeringen gedaan. Er worden nieuwe laanbomen aangeplant om de laanstructuur langs de Blokstegenweg te herstellen en rondom de nieuw te bouwen woning wordt een boomweide met parkachtig karakter met water en kruidenrijk grasland aangelegd. Daarnaast wordt het open landschap geaccentueerd en worden in het omliggende landschap laagtes afgegraven met natte vegetatie en/of ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Tevens worden wandelpaden aangelegd om een bijdrage te leveren aan de recreatieve mogelijkheden zodat het nieuwe landschap beleefbaar wordt. De landschapsmaatregelen ter plaatse van het Natuurnetwerk Nederland doen geen afbreuk aan de kwaliteitsambities van de natuur maar dragen juist bij aan het behoud en versterking van de natuur. Daarmee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de geldende ontwikkelingsperspectieven.

Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Aangezien het plangebied is gelegen in het buitengebied is de stedelijke laag niet van toepassing. Op grond van de laag van de beleving gelden geen specifieke kenmerken. Deze blijft derhalve ook buiten beschouwing. Natuurlijke laag Het plangebied kent op grond van de natuurlijke laag het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen'. In figuur 3.3 is een uitsnede van de natuurlijke laag weergegeven.

Figuur 3.3: Uitsnede natuurlijke laag (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd.

vastgesteld

23

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met 'natuurlijke' soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)- richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt doordat er in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving aanzienlijk wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij zijn de natuurlijke kenmerken van het landschap in de afweging betrokken. Zoals in paragraaf 2.3 en in Bijlage 1 is beschreven worden zowel op het bestaande erf, rondom de nieuw te bouwen woning en het aansluitende omliggende landschap forse investeringen gedaan. De kenmerken van de natuurlijke laag zijn op het bestaande woonerf aan de Blokstegenweg 20 nauwelijks meer aanwezig.

Als gevolg van het landschapsplan wordt het open landschap geaccentueerd en worden in het omliggende landschap laagtes afgegraven met natte vegetatie en/of ruimte geboden voor natuurontwikkeling. Daarmee wordt rekening gehouden met de kenmerken van de 'dekzandvlakte en ruggen' en worden de kenmerken zelfs versterkt c.q. teruggebracht. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Op grond van de laag van het agrarisch cultuurlandschap geldt voor het plangebied het kenmerk 'jong heide- en broekontginningslandschap' ter plaatse van het bestaande woonerf en ter plaatse van de nieuwe woning het kenmerk 'oude hoevenlandschap' . In figuur 3.4 is een uitsnede van de laag van het agrarisch cultuurlandschap weergegeven.

Figuur 3.4: Uitsnede laag agrarisch cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) Het jong heide- en broekontginningslandschap wordt gekenmerkt door grote open ruimten, rechte lanen, verspreide erven langs ontginningswegen en bosstroken met heiderelicten. De erfstructuur is van oorsprong kleinschalig met carrébeplanting. Wegen zijn vaak lange rechte lijnen, erfbeplanting sluit het erf af van de open ruimte. De ruimtemaat is grootschalig, met lineaire structuren als visueel raamwerk. Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt als landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld

24

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschaps elementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Op de topografische kaart van 1905 (zie figuur 3.5) is te zien dat zich op de nieuwbouwlocatie een es bevond. Dankzij het glooiende landschap kan de geplande half-ondergrondse woning op een natuurlijke wijze in de omgeving worden ingepast, waarbij tevens de mogelijkheid ontstaat de oude es te herstellen.

Figuur 3.5: Historische kaart 1905 (bron: Tuuulk. en Topotijdreis.nl) De locatie van het bestaande bouwvlak bestaat momenteel uit een gazon dat wekelijks wordt gemaaid, wat de biodiversiteit niet ten goede komt. Nadat de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd is zal het gebied dat in figuur 3.6 blauw is aangegeven (ca. 9.000 m²) worden omgevormd van een kunstmatig gazon naar een inrichting met natuurlijke grassen en inheemse beplanting. Het achterliggende perceel (ca. 27.500 m²) krijgt een vergelijkbare landschappelijke inrichting en er wordt een waterberging aangelegd (rood aangegeven), zodat regen- en grondwater langer op de locatie wordt vastgehouden. Hierdoor ontstaat een natuurlijke overgang naar het achterliggende landschap, terwijl het plan tevens bijdraagt aan het bevorderen van biodiversiteit en het verminderen van verstening.

vastgesteld

25

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

Figuur 3.6: Uitsnede landschapsplan (bron: Tuuulk.) Het landschapsplan en de landschapsmaatregelen zijn in Bijlage 1 bij deze motivering opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de kenmerken van het 'jong heide- en broekontginningslandschap' en het 'oude hoevenlandschap'. Conclusie Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Overijssel.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030

Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Voor ontwikkelingen in het buitengebied zijn met name streefbeeld 10 en 14 van belang. Hieronder worden deze toegelicht. Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld. Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat.

In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinder veroorzakende bedrijven in het buitengebied,

26

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22v Blokstegenweg 20, Ambt Delden

zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Streefbeeld 14: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de mark t/behoefte van inwoners,maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.

In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming. Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp. De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken. Toets Voorliggend plan maakt de realisatie van een nieuwe woning mogelijk aan de Blokstegenweg in Azelo. Daarbij wordt een bestaand bouwrecht (bouwvlak) van het perceel verplaatst naar een locatie elders in het plangebied. Het te verplaatsen bouwvlak kan worden mogelijk gemaakt door deelname aan de Rood voor Rood-regeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4296/documents/60192