CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

-RV Zienswijze ontwerpwijziging GR Hecht.pdf

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 22: Zienswijze ontwerpwijziging GR Hecht2.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsvoorstel Besluitvormend Zienswijze ontwerpwijziging gemeenschappelijke regeling Hecht aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-23-304308 datum collegevergadering: 9 mei 2023 datum raadsvergadering: 29 juni 2023 agendapunt: portefeuillehouder: Jan van Rijn behandelend ambtenaar: Mathijs Gerards e-mailadres: M.Gerards@HLTSamen.nl telefoon: 14 0252

Wij stellen voor: −

Een zienswijze naar voren te brengen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht.

Inleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is op 1 juli 2021 gewijzigd. Door die wetswijzing heeft de raad meer mogelijkheden om grip te krijgen op de werking van de gemeenschappelijke regelingen. Die mogelijkheden moeten verwerkt worden in de tekst van de gemeenschappelijke regeling. De GR Hecht heeft daarom een conceptvoorstel opgesteld om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen. Naast de verplichte wettelijke wijzigingen is ook de naamswijziging van de Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden (RDOG HM) in Hecht doorgevoerd. Ook wordt de gemeenschappelijke regeling aangepast in verband met een aantal taken van het Zorg- en Veiligheidshuis. Op grond van de Wgr vraagt het college aan de raad haar zienswijze over het ontwerp van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht. Het college heeft het raadsvoorstel aan de raad voorgelegd, waarin de raad is voorgesteld om een zienswijze naar voren te brengen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht. Bestaand kader en context Er zijn drie aanleidingen voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling: 1. De naamswijziging van RDOG HM naar Hecht. 2. Enkele wijzigingen in de Wgr.

Gemeenschappelijke regelingen hebben: • enerzijds tot 1 juli 2024 de tijd om de wetswijzigingen te implementeren door de regelingen aan te passen en • anderzijds is een aantal verruimingen van wettelijke termijnen per 1 juli 2022 ingegaan. 3. Het ontbreken van de verwijzing naar een aantal wetten in de huidige gemeenschappelijke regeling, die voor de legitimering van een aantal taken van het Zorgen Veiligheidshuis nodig is.

1

Beoogd effect Een gemeenschappelijke regeling die voldoet aan de wettelijke vereisten en die waarborgen biedt voor het uitvoeren van de bij Hecht belegde taken. Argumenten 1.1. Algemene uitgangspunten bij het uitwerken van de aanpassingen De tekst van de GR wordt zo algemeen mogelijk gehouden, zodat deze niet bij het minste of geringste hoeft te worden aangepast. Specifiekere bepalingen worden opgenomen in verordeningen, besluiten en andere bij de GR horende documenten. Deze documenten staan op de website van Hecht: https://www.rdoghm.nl/documenten-rdog-hm Een aantal van deze documenten wordt nog aangepast. 1.2 Invoeren zienswijzeprocedure bij het wijzigen en treffen van een regeling Bij het treffen van een GR (maar ook bij het wijzigen en toetreden) krijgen gemeenteraden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen over het ontwerp van een GR die colleges of burgemeesters willen treffen. De zienswijzetermijn bedraagt acht weken. Afweging: Deze procedure komt bovenop de bestaande werkwijze en de huidige GR, waarbij de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders toestemming geeft om een wijziging van de GR te treffen. Eerst is de zienswijzeprocedure en daarna moet de instemmingsprocedure langs college en gemeenteraad worden gevolgd.

Mede gelet op de uiteenlopende vergadercycli en de ervaringen met de toestemmingsprocedure kan het doorlopen van beide verplichte procedures oplopen tot een jaar. Conclusie: De directe gevolgen voor aanpassingen zijn in de wijziging van de GR opgenomen. 1.3. Invoeren zienswijzeprocedure omtrent besluiten In de GR worden bepalingen opgenomen omtrent de besluiten van Hecht waarover de gemeenteraden een zienswijze geven. Vóór het nemen van het besluit moet het DB van Hecht schriftelijk en gemotiveerd een oordeel geven over de zienswijzen en de conclusies die Hecht daaraan verbindt. (In beginsel het DB tenzij het gaat om een besluit van het AB. Dan dient het AB schriftelijk en gemotiveerd te reageren op de zienswijze.) Zie artikel 10 lid 6 Wet GR. Het is mogelijk om geen besluiten van Hecht op te nemen die vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze. Uitzondering geldt voor het vaststellen van de begroting en besluiten waarop afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Bijvoorbeeld: het vaststellen van een rampbestrijdingsplan, omdat daar al via een andere weg in een zienswijzeprocedure voorzien is. Voor de belangrijkste en verplichte besluiten rondom de begrotingscyclus was het opvragen van een zienswijze al opgenomen in de GR. Afweging: Het invoeren van een zienswijzeprocedure omtrent besluiten werkt vertragend op het nemen van besluiten.

Gelet op de vergadercycli van DB, AB en de gemeenteraden kan dit ertoe leiden dat besluiten niet meer tijdig worden genomen en dit leidt tot het inplannen van extra vergaderingen. Binnen de agenda’s en de bestuurlijke drukte voor Hecht en de colleges is dat vaak problematisch. Voorgesteld wordt om geen extra besluiten aan te wijzen, waarvoor zienswijzen verplicht zijn, dan die nu al opgenomen zijn in de huidige GR. Het grootste deel van de overige besluiten betreft de bedrijfsvoering en interne organisatie van Hecht, oftewel het ’hoe’. Daarnaast worden de gemeenten bestuurlijk en ook ambtelijk betrokken bij de vaststelling van belangrijke besluiten. Extra zienswijzen bovenop de al bestaande zienswijzen voor bepaalde besluiten, leidt tot meer institutionele vertraging en extra bestuurlijke drukte. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen op welke besluiten zienswijzen worden ingebracht en dit voldoet aan de Wgr.

2

1.4. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie De vernieuwde Wgr geeft gemeenteraden de mogelijkheid om gezamenlijk een regionale raadscommissie in het leven te roepen. Hierin hebben raadsleden zitting. De raadscommissie assisteert de gemeenten bij de voorbereiding van de besluitvorming en richt zich op het adviseren van het AB. Indien alle gemeenten daartoe gezamenlijk besluiten, stelt het AB de commissie in. Het is aan de raden van de deelnemende gemeenten om te bepalen of behoefte is aan een dergelijke commissie. De raden stemmen dan unaniem in met het gezamenlijk voorstel aan Hecht. Indien de raden hiertoe besluiten, dan regelt het AB de instelling en de bevoegdheden, taken, samenstelling en werkwijze van de commissie. Afweging: Het is niet noodzakelijk om de instelling van een raadscommissie in de GR op te nemen. Invoering kan ook, als de behoefte bij de gemeenten bestaat, via een instellingsbesluit en vaststelling van een commissiereglement. Dit is nu ook de werkwijze bij de huidige bestaande bestuursadviescommissies (de BAC Publieke Gezondheid, de BAC Zorg- en Veiligheidshuis en de Auditcommissie). Het is belangrijk om bij het instellen van een raadscommissie ook te kijken naar de regeling rondom vergoedingen hierbij uit de Wgr.

Conclusie: In de huidige GR is opgenomen dat het AB commissies kan instellen en is een extra verwijzing opgenomen naar de mogelijkheid van een raadscommissie in de Wgr. 1.5. Afspraken over burgerparticipatie In de vernieuwde Wgr is een verplichting opgenomen om in de GR te bepalen of en hoe ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van beleid betrokken worden. De wijziging van de Wgr introduceert de mogelijkheid om burgers (ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR (is toegevoegd als zevende lid aan artikel 10 Wgr). Afweging: Het is niet verplicht om de ingezetenen en belanghebbenden rechtstreeks te betrekken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid. Gekozen kan worden om de inspraak te laten verlopen via de reeds bestaande adviesorganen. De gemeenteraad kan het advies van de GASD en GCR meenemen in de zienswijze of meegeven aan de wethouder als AB-lid. Hecht voert taken uit in opdracht van de eigen wettelijke taken én is het uitvoerend orgaan van de gemeenten en hun wettelijke taken. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen dat de burgerparticipatie wordt geregeld via de reeds bestaande inspraakmogelijkheden van lokale adviesorganen. 1.6.

Actieve informatieplicht De Wgr bepaalt dat het bestuur de gemeenteraden alle inlichtingen verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De GR bevat bepalingen over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. Afweging: Op grond van artikel 16 Wgr waren al artikelen in GR opgenomen met betrekking tot verantwoording en verstrekken van inlichtingen. De nieuwe bepalingen in de Wgr breiden de inlichtingenplicht uit naar een actieve informatieplicht naast de bestaande passieve informatieplicht. Conclusie: In de GR zijn de aanvullende bepalingen opgenomen en daarmee in overeenstemming gebracht met de Wgr. 1.7. Recht van enquête In de Wgr wordt voorzien in de introductie van een gemeenschappelijk enquêterecht. Gemeenten kunnen ten aanzien van collegeregelingen gezamenlijk een gemeenschappelijke onderzoekscommissie instellen om onderzoek te doen naar eventuele misstanden bij de GR als geheel. Een gemeenschappelijke onderzoekscommissie wordt ingesteld als alle gemeenteraden hiermee instemmen. De gemeenten dienen een

3

gemeenschappelijk orgaan in te stellen waarvoor de instemming van iedere gemeente nodig is. Afweging: Omdat Hecht een collegeregeling is, geldt het recht van enquête ook ten opzichte van Hecht. Conclusie: Het recht van enquête kan door gemeenten worden ingeroepen, maar heeft geen directe gevolgen voor de tekst van de GR. 1.8. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Met de wetswijziging wordt duidelijk gemaakt dat lokale of gezamenlijke rekenkamers van de gemeenten de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Afweging: Het betreft hier slechts een bevestiging dat deze mogelijkheid bestaat en verandert niets aan de huidige situatie. Conclusie: Het heeft derhalve ook geen nieuwe consequenties voor Hecht. Ook geen gevolgen voor de tekst van de GR. 1.9. Afspraken over evaluatie (nieuw artikel 11a Wgr) De Wgr verplicht tot het opnemen van bepalingen in de GR omtrent evaluatie van de regeling. Niet bepaald is waar de evaluatie specifiek op moet zijn gericht, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Gekozen kan worden om niet te evalueren, maar de gemeenteraden moeten daar dan mee instemmen. In de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat: “De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling.

Daarnaast kan een evaluatiemoment een ijkpunt in de samenwerking zijn.” Afweging: De wetsbepalingen omtrent een evaluatie bieden alle mogelijkheden om het zelf in te vullen. Er is geen verplichting als gemeenten instemmen niet te evalueren. In de GR wordt dan opgenomen dat niet geëvalueerd wordt. Voorgesteld wordt het voorstel van een vierjaarlijkse evaluatie op te nemen in de GR. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen dat er eens per vier jaar een evaluatie plaatsvindt halverwege de collegeperiode door het AB. 1.10. Aanscherping afspraken uittreding De Wgr verplicht ertoe om de artikelen in de GR inzake uittreding aan te scherpen (wijziging artikel 9 Wgr). Er wordt niet meer volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het AB de uittreedvoorwaarden vaststelt. Er moet een bepaling worden opgenomen over: • de voorwaarden waaronder wordt uitgetreden en • de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Afweging: Omdat het een verplichting van de Wgr is zijn de artikelen in de GR met betrekking tot uittreding verder uitgewerkt en aangescherpt. Conclusie: De uittredingsbepalingen zijn aangepast, zodat deze aan de eisen van de Wgr voldoen. 1.11.

Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus Financiële bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente, die in de eigen begroting van de gemeente worden verwerkt. Het is de bedoeling van de nieuwe Wgr om de gemeenteraden meer tijd te geven en om beter aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingscyclus. Om de begrotingscycli beter op elkaar aan te laten sluiten worden de uiterste termijnen aangepast • voor indiening van de jaarrekening en kadernota bij gemeenten: was 15 april, wordt 30 april; • het toezenden van de ontwerpbegroting aan gemeenten: was acht weken voor

4

vaststelling, wordt 12 weken; en • het toezenden van de begroting aan Gedeputeerde Staten: was 1 augustus, wordt 15 september. Nieuw is dat het DB de gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over de zienswijze die de gemeenteraden naar voren hebben gebracht alsmede de conclusies die het daaraan verbindt voorafgaande aan de vaststelling van de begroting. Afweging: Doordat de uiterste datum van het indienen van de begroting bij Gedeputeerde Staten wijzigt en de zienswijzeprocedure wijzigt, is de planning van de begrotingscyclus aangepast. Een punt van zorg daarbij is de (on)mogelijkheid om in de periode half juli – half september de bestuurlijke cyclus te plannen. Ook voor de raden kan het zomerreces voor problemen in de planning zorgen. Per jaar wordt gekeken naar een zo goed mogelijke planning binnen de afspraken en wettelijke termijnen. Conclusie: De artikelen in de GR met betrekking tot de begrotingscyclus gelden onverkort en hoeven niet te worden opgenomen in de GR, maar zijn omwille van de leesbaarheid wel in de GR opgenomen. 1.12. Overig de Kadernota Er is geen zienswijzeprocedure nodig voor de kadernota. De kadernota Hecht is een informatieve (kader)brief waarin de gemeenten op de hoogte worden gesteld over: 1. de verwachte ontwikkeling van het financiële kader; 2.

eventuele beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect. De verwachte ontwikkeling van het financiële kader betreft vooral de technische actualisatie op basis van de meest recente circulaires ten aanzien van het gemeentefonds en de rijksbijdrage. Zo blijven de gemeenten tijdig over de benodigde financiële informatie beschikken om te verwerken in hun eigen begroting. Het opnemen van beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect is bedoeld om gemeenteraden zo vroeg mogelijk te informeren over relevante ontwikkelingen. Eventuele financiële effecten worden pas in de ontwerpbegroting verwerkt nadat daar expliciete besluitvorming door het AB over heeft plaatsgevonden. De gemeenteraden worden op dat moment via de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting in de gelegenheid gesteld om daarop een zienswijze te geven. Dit sluit ook aan bij de werkwijze van andere grote gemeenschappelijke regelingen in de regio. Kanttekeningen 1. Het oprekken van de wettelijke termijn voor de P&C cyclus geeft een uitdaging voor de besluitvormingsprocessen bij gemeenten Het zienswijzeproces voor bijvoorbeeld de conceptbegroting komt uit in het zomerreces. Dat wordt qua planning een uitdaging.

Ook de latere oplevering van de jaarrekening heeft gevolgen voor de opname van informatie in de eigen jaarrekening van gemeenten, omdat de Verbonden Partijen daarvan onderdeel uitmaken. Financiële consequenties De aanpassing van de regeling heeft geen financiële gevolgen. De kosten van de naamswijziging worden door Hecht gedragen en geven geen aanleiding tot grote kostenposten. Aanpak, uitvoering en participatie De gemeenschappelijke regeling RDOG HM aanpassen en actualiseren. Aan de raad wordt gevraagd om een zienswijze hierop te geven. De raad brengt haar zienswijze uit aan het college en het college informeert vervolgens het bestuur van Hecht. Deze zienswijze wordt in de besluitvorming over de definitieve conceptregeling door Hecht betrokken, samen met de zienswijzen van de andere 17 gemeenteraden. 5

Na besluitvorming bij Hecht wordt in september de aan te passen regeling door het college aan de gemeenteraad voor instemming voorgelegd. Het uiteindelijke resultaat is een aangepaste gemeenschappelijke regeling Hecht na definitieve vaststelling door het Algemeen Bestuur van Hecht. Duurzaamheid N.v.t. Hillegom-Lisse-Teylingen Dit voorstel is bestemd voor Hillegom. Een gelijkluidend voorstel wordt voorgelegd aan Lisse en Teylingen. Urgentie Op 19 april hebben wij de aangepaste Gemeenschappelijke Regeling Hecht ontvangen. De Gemeenschappelijke Regeling Hecht biedt de gemeenteraad de gelegenheid om binnen 8 weken na het ontvangen van de aangepaste Gemeenschappelijke regeling Hecht door het college, een zienswijze in te dienen. Evaluatie De bijgevoegde processchets van de jurist uit gemeente Gouda geeft inzicht in het vervolgproces. Bijlagen en achtergrondinformatie 1. De zienswijzebrief aanpassing GR Hecht 2. Brief aan colleges Nieuwe tekst GR Hecht 3. Nieuwe tekst GR Hecht 4. Processchets jurist gemeente Gouda 5. Was-wordt-lijst nieuwe GR Hecht

het college van burgemeester en wethouders, Mevr. drs. C.B. Baauw secretaris

Dhr. A. van Erk burgemeester

6

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Hillegom, gelezen het voorstel van het college van 9 mei 2023 met als onderwerp Aanpassing GR Hecht - Hillegom gelet op de behandeling in de raadscommissie- en raadsvergadering, gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

besluit: − Een zienswijze naar voren te brengen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht.

Aldus besloten in de raadsvergadering van 29 juni 2023,

Mevr. drs. Y.P.A. Hermans griffier

Dhr. A. van Erk voorzitter

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1560/documents/19868