Db08 Bijlage 1 - Programma van Eisen.pdf
Tekst van het document
In afwijking van het vorige lid en de in artikel 7.3.1 genoemde outputnormen is het de Concessiehouder toegestaan op Ritten van Stadslijnen de aangeboden vervoercapaciteit te bepalen op grond van het aantal zitplaatsen plus: (i)
buiten de Spits: 50% van het aantal voor Reizigers beschikbare staanplaatsen in het desbetreffende Voertuig;
(ii) tijdens de Spits: 100% van het aantal voor Reizigers beschikbare staanplaatsen in het desbetreffende Voertuig. 4.
De in lid 1 en 2 geformuleerde eisen gelden voor concessiegrensoverschrijdende Lijnen alleen voor het Traject binnen het Concessiegebied.
5.
De Concessiehouder gaat voor de bepaling van het aantal voor Reizigers beschikbare staanplaatsen in een Voertuig als bedoeld in lid 2 uit van de helft van het maximaal aantal staanplaatsen overeenkomstig de opgave van de RDW in het kader van de voertuigkeuring van het desbetreffende type Voertuig dan wel de kentekenregistratie van het desbetreffende Voertuig. Ter toetsing van de bepaling van het aantal staanplaatsen, levert de Concessiehouder ten minste vier weken voordat hij het desbetreffende (type) Voertuig voor de eerste keer voor de uitvoering van de Concessie gaat inzetten, aan de Concessieverlener een kopie van het rapport van de voertuigkeuring van het desbetreffende type Voertuig dan wel de kentekenregistratie van het desbetreffende Voertuig.
Artikel 4.3.3 Rituitval 1.
Een Rit die niet of niet volledig is uitgevoerd wordt aangemerkt als uitgevallen Rit ongeacht de reden van de rituitval zoals een technisch defect, een werkonderbreking of een lokale, regionale of landelijke staking.
2.
Het risico van rituitval is volledig voor rekening van de Concessiehouder. De Concessieverlener heeft het recht om uitgevallen Ritten in mindering te brengen op de Exploitatiebijdrage, behoudens in geval van Overmacht.
3.
De voertuiglogbestanden (volgend uit het rittenregistratiesysteem) van de Concessiehouder dienen als basis voor de uitvalregistratie van de Concessiehouder. De Concessiehouder beschikt daartoe over een incidentmanagementsysteem en koppelt deze aan de gegevens uit zijn voertuiglogbestanden. De Concessiehouder neemt daarbij de bepalingen in bijlage B13 in acht.
Artikel 4.3.4 Gegarandeerde Aansluitingen 1.
De Concessiehouder spant zich blijvend maximaal in om in ieder geval alle in de Dienstregeling vastgelegde Gegarandeerde Aansluitingen te realiseren.
2.
In afwijking van de in artikel 7.3.1 genoemde outputnormen betreffende punctualiteit is het de Concessiehouder toegestaan in geval van vertraging van een Rit waarop een Rit (niet zijnde een Rit van een hoogfrequente Lijn zoals bedoeld in artikel 4.3.5) volgens de Dienstregeling Aansluiting biedt, laatstgenoemde Rit meer dan drie minuten na de in de Dienstregeling vastgelegde vertrektijd te laten vertrekken/aankomen ten behoeve van de Aansluiting, voor zover dit geen gevolgen heeft voor de andere Aansluitingen van deze Rit. Indien de Concessiehouder hiertoe besluit en dit heeft geregistreerd in de voertuiglogbestanden dan
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 43 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
wel het incidentenmanagementsysteem als bedoeld in lid 3 van artikel 4.3.3, wordt de betreffende Rit niet meegenomen bij de beoordeling van de realisatie van de in artikel 7.3.1 genoemde outputnormen. 3.
De Concessiehouder ziet erop toe dat indien een Gegarandeerde Aansluiting niet wordt of dreigt te worden gehaald het Personeel Reizigers proactief en onverwijld informeert.
4.
Indien de laatste Gegarandeerde Aansluiting niet wordt gehaald (bijvoorbeeld door vertraging of het uitvallen van de laatste Rit), zorgt de Concessiehouder ervoor dat gedupeerde Reizigers naar hun eindbestemming (tot de deur) worden gebracht, dan wel naar een OVKnooppunt indien een gedupeerde Reiziger vanaf het betreffende OV-Knooppunt nog met Openbaar Vervoer naar zijn/haar eindbestemming kan reizen.
5.
In afwijking van het vorige lid is het de Concessiehouder toegestaan om gedupeerde Reizigers als alternatief een hotelovernachting (inclusief gratis vervoer naar en van het hotel) aan te bieden, indien hun eindbestemming zich meer dan 50 kilometer buiten het Concessiegebied bevindt.
Artikel 4.3.5 Hoogfrequente Lijnen In afwijking van de in artikel 7.3.1 genoemde outputnormen betreffende punctualiteit zorgt de Concessiehouder er ten behoeve van een goede regelmaat bij hoogfrequente Lijnen (Lijnen met acht of meer Ritten per uur) tijdens de uitvoering van de Dienstregeling voor dat de tijd tussen twee opeenvolgende Ritten van een Lijn of van een bundel van Lijnen (d.w.z. twee of meer Lijnen die met elkaar in een evenredig over het uur verdeeld patroon op een Traject rijden en die op dezelfde Haltes langs het Traject halteren) vanaf het Beginpunt, OV-Knooppunt en Overstaphaltes: a.
bij een frequentie van acht Ritten per uur tussen de 6,5 en 8,5 minuten bedraagt;
b.
bij een frequentie van tien Ritten per uur tussen de 5 en 7 minuten bedraagt;
c.
bij een frequentie van twaalf Ritten per uur tussen de 4 en 6 minuten bedraagt; en
d.
bij een frequentie van veertien of meer Ritten per uur tussen de 3 en 5 minuten bedraagt.
Artikel 4.3.6 Overmacht 1.
Onder Overmacht wordt verstaan elke gebeurtenis die de Concessiehouder beperkt of hindert in de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge de Concessie en die niet te wijten is aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het maatschappelijke verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt, zoals extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld ijzel en/of hevige sneeuwval waarbij het KNMI code Rood afgeeft), epidemieën/ pandemieën met ernstige gevolgen voor het maatschappelijk verkeer, een plotselinge aanwijzing van bevoegd gezag, een natuurramp, een catastrofe of een andere Calamiteit of ernstig Incident buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder (bijvoorbeeld een ongeval met als gevolg een ongebruikelijke file).
2.
Onder Overmacht wordt in ieder geval niet verstaan: a.
tekort aan Personeel en/of Materieel als gevolg van ziekte van Personeel, mankementen aan het Materieel, uitvoering van opdrachten voor andere opdrachtgevers of anderszins, en
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 44 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
b.
lokaal, regionaal of landelijk afgekondigde stakingen, niet afgekondigde stakingen en/of werkonderbrekingen van Personeel van de Concessiehouder (en/of eventuele Onderaannemers).
3.
In geval van een situatie van Overmacht spant de Concessiehouder zich maximaal in om zoveel mogelijk aan dit Programma van Eisen te blijven voldoen en de Dienstregeling zo volledig mogelijk te blijven uitvoeren. De Concessiehouder spant zich daarnaast in, en neemt waar mogelijk maatregelen, om de negatieve gevolgen van Overmacht voor Reizigers en de Concessieverlener zoveel mogelijk te beperken, zowel in ernst als in duur. De Concessiehouder stelt de Concessieverlener onverwijld op de hoogte van een situatie van Overmacht, en toont de Concessieverlener aan welke maatregelen hij neemt om de negatieve gevolgen van Overmacht voor Reizigers zoveel mogelijk te beperken. De Concessiehouder treedt in overleg met de Concessieverlener over de kosten van de maatregelen.
4.
Indien er naar het oordeel van de Concessieverlener sprake is van extreme weeromstandigheden, gelden de eisen in artikelen 4.3.1 tot en met 4.3.5 ten aanzien van de uitvoering van de Dienstregeling niet. Ritten die gepland waren en al dan niet uitgevoerd zijn ten tijde van deze omstandigheden worden niet meegenomen bij de beoordeling van de realisatie van de in artikel 7.3.1 genoemde outputnormen.
5.
In geval van een situatie van Overmacht meldt de Concessiehouder dit onverwijld aan de Concessieverlener en doet hij in elk geval binnen 2 Werkdagen nadat de betreffende situatie zich voordeed een verslag aan de Concessieverlener toekomen dat ten minste een beschrijving omvat van: a.
de aard en (verwachte) duur van de situatie van Overmacht;
b.
de gevolgen die de situatie van Overmacht heeft gehad voor de mogelijkheid voor de Concessiehouder om de Concessie ten uitvoer te leggen;
c.
de maatregelen die de Concessiehouder heeft genomen/zal nemen teneinde de situatie van Overmacht (voor de tenuitvoerlegging van de Concessie) zoveel als mogelijk op te heffen dan wel de gevolgen daarvan te beperken; en
d.
alle andere feiten en omstandigheden die redelijkerwijs van belang geacht kunnen worden in verband met de ontstane situatie van Overmacht.
Artikel 4.3.7 (Weg)werkzaamheden 1.
In geval van (weg)werkzaamheden spant de Concessiehouder zich maximaal in om de Dienstregeling te kunnen blijven uitvoeren
2.
De (praktische en financiële) gevolgen - waaronder in ieder geval begrepen de kosten voor en een eventuele opbrengstenderving als gevolg van maatregelen ten behoeve van de uitvoering van de Dienstregeling (zoals langere rijtijden en het laten vervallen van Haltes) en/of de inzet van Vervangend Vervoer – van: a.
voorziene en onvoorziene (weg)werkzaamheden;
b.
tijdelijke of definitieve infrastructurele wijzigingen; en
c.
(tijdelijke wijzigingen als gevolg van) Evenementen, Incidenten en/of Calamiteiten;
komen (met uitzondering van het gestelde in het volgende lid) geheel voor rekening en risico van de Concessiehouder.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 45 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
3.
Indien een wijziging en/of een omstandigheid zoals bedoeld in het vorige lid leidt tot een toename van het aantal Gewogen Dienstregelinguren (bijvoorbeeld door omrijden of het inzetten van Vervangend Vervoer) en dit tot een kostenverhoging leidt van meer dan
€ 15.000 (berekend door het extra aantal Gewogen Dienstregelinguren te vermenigvuldigen met het meerwerktarief zoals beschreven in de Concessiebeschikking), treden de Concessiehouder en de Concessieverlener met de desbetreffende verantwoordelijke Wegbeheerder(s) in overleg over mogelijke maatregelen om de kostenverhoging te beperken
dan wel over de verdeling van de meerkosten boven € 15.000. 4.
Indien het overleg als bedoeld in het vorige lid niet tot een voor alle partijen aanvaardbare uitkomst leidt, kan de Concessieverlener: a.
de Concessiehouder opdracht geven om Haltes van een Lijn die door een omleiding niet meer kunnen worden aangedaan, alsnog te bedienen, bijvoorbeeld door de inzet van Vervangend Vervoer of Deur-Halte Vervoer, om alsnog aan de bedieningseisen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 te voldoen;
b.
de Concessiehouder, uitsluitend na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener, toestaan het aanbod aan Openbaar Vervoer en/of Deur-Halte Vervoer dat gebruikt maakt van Infrastructuur die als gevolg van de hinder niet (volledig) beschikbaar is, te verminderen ook wanneer dit ertoe leidt dat de Concessiehouder daarmee niet aan de bedieningseisen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 voldoet.
5.
Het is de verantwoordelijkheid van de Concessiehouder dat hij steeds op de hoogte is van, en rekening houdt (ook in zijn Inschrijving) met (grootschalige) tijdelijke of definitieve infrastructurele wijzigingen, tijdelijke wijzigingen als gevolg van Evenementen en wegwerkzaamheden. Hieronder vallen in ieder geval de wijzigingen zoals benoemd in Bijlage B@ bij het Bestek.
Artikel 4.3.8 Vergoedingsregeling Reizigers 1.
De Concessiehouder hanteert, overeenkomstig artikel 33 lid 3 onder sub b van het Bp2000, een vergoedingsregeling. De vergoedingsregeling omvat ten minste compensatie van: a.
de helft van de prijs van de gemaakte Rit indien de uitvoering van de Dienstregeling door de Concessiehouder tekortschiet waardoor een Reiziger meer dan 30 minuten vertraging oploopt; en
b.
maximaal zes keer per Kalenderjaar het teveel betaalde bedrag indien één en dezelfde Reiziger vergeten is uit te checken met de OV-Chipkaart of een Nieuwe OV-Betaalwijze.
2.
De Concessiehouder stelt Reizigers in de gelegenheid om door middel van een gebruiksvriendelijke procedure, bestaande uit ten minste met een online in te vullen en een telefonisch of schriftelijk te bestellen formulier, een beroep te doen op de vergoedingsregeling.
Artikel 4.3.9 Communicatie met de Centrale Verkeersleiding en exploitant(en) van Mobiliteitsdiensten en tussen Rijdend Personeel onderling 1.
De Concessiehouder beschikt over een Centrale Verkeersleiding die over voldoende lokale kennis beschikt om, ook in geval van verstoringen, Incidenten en Calamiteiten, de uitvoering van de Dienstregeling in goede banen te kunnen leiden.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 46 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
2.
De Concessiehouder zorgt dat alle in te zetten Voertuigen zijn voorzien van goed functionerende communicatiemiddelen waarmee: a.
rechtstreeks, onopvallend en onmiddellijk contact mogelijk is tussen Rijdend Personeel en de Centrale Verkeersleiding; en
b.
rechtstreekse, dat wil zeggen zonder tussenkomst van de Centrale Verkeersleiding, mondelinge communicatie mogelijk is, bijvoorbeeld in geval van vertragingen en overstappers, tussen het Rijdend Personeel en, voor zover de technische voorzieningen in de Voertuigen van concessiehouders van aangrenzende concessies dit toelaat, met chauffeurs op Lijnen die tot aangrenzende concessies behoren (kort verkeer).
3.
De Concessiehouder spant zich maximaal in om ook met de exploitant(en) van Mobiliteitsdiensten, waaronder CVV zoals genoemd in lid 1 sub i van artikel 2.1.1, afspraken te maken over onderlinge communicatie inzake overstappen (indien van toepassing), waaronder de wijze waarop het Rijdend Personeel in geval van een vertraging de chauffeur van een aansluitende Mobiliteitsdienst kan informeren.
4.4
Personeel Artikel 4.4.1 Dienstverlening 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel dat in contact staat met Reizigers betrokken, verzorgd, herkenbaar en klantvriendelijk is, goed Nederlands spreekt en dienstverlenend optreedt.
2.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel Reizigers veilig, comfortabel en in overeenstemming met de Dienstregeling vervoert en toeziet op de rust en orde in het Voertuig.
3.
De Concessiehouder instrueert het Personeel bekend over de te volgen procedures en te nemen maatregelen in geval van Incidenten en/of Calamiteiten. Dit houdt in ieder geval in dat het Personeel bij een nog niet gemeld Incident en/of Calamiteit direct contact opneemt (al dan niet via de Centrale Verkeersleiding) met bevoegd gezag en eventuele andere belanghebbenden (bijvoorbeeld de Wegbeheerder).
4.
De Concessiehouder instrueert het Personeel over de omgang met Reizigers met een Functiebeperking, waarbij de Concessiehouder er in ieder geval voor zorgt dat chauffeurs of andere medewerker(s) van de Concessiehouder, indien een Reiziger hierom verzoekt, Reizigers met een Functiebeperking helpen bij het betreden en verlaten van het Voertuig en het vinden van een zitplaats.
5.
De Concessiehouder instrueert het Personeel over de toelating en het zo nodig vastzetten van (elektrische) rolstoelen en andere hulpmiddelen in het Voertuig.
6.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat het Personeel in ieder geval voldoende kennis heeft van het lijnennet, de Dienstregeling en eventuele omleidingen om routes zelfstandig te kunnen rijden en op voor Reizigers belangrijke overstappunten aan te kunnen geven welke (aansluitende) Bus/Auto welke bestemming heeft, en in staat is om vragen over verkrijgbaarheid van kaartsoorten, tarieven en serviceverlening adequaat te beantwoorden.
7.
De Concessiehouder ziet erop toe dat het Personeel zorgt voor de correcte instelling van de apparatuur in het Voertuig.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 47 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
Artikel 4.4.2 Goed werkgeverschap 1.
De Concessiehouder zorgt dat hij gedurende de gehele looptijd van de Concessie over voldoende Personeel beschikt om, ook bij een wijziging in de (vervoer)omvang, de Concessie goed uit te kunnen voeren.
2.
De Concessiehouder voert een personeelsbeleid gericht op bevordering van de vitaliteit van het Personeel, leidend tot beperking van ziekteverzuim en duurzame inzetbaarheid van het Personeel.
3.
De Concessiehouder voert personeelsbeleid dat een bijdrage levert aan het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt, waarin iedereen participeert naar vermogen (= Social Return on Investment, SROI).
4.
De Concessiehouder beschikt over een door zijn ondernemingsraad goedgekeurde klokkenluidersregeling voor zijn werknemers voor situaties waarbij een werknemer het vermoeden heeft dat sprake is van een ernstige misstand. De klokkenluidersregeling stelt de betreffende werknemer in staat om hier melding van te maken bij een daarvoor speciaal door de Concessiehouder intern benoemde vertrouwenspersoon, en omvat een beschrijving van de wijze waarop de melding intern wordt afgewikkeld. Dit voor zover het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer in zijn dienstbetrekking bij de Concessiehouder heeft opgedaan of die voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij de Concessiehouder, en waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij in ieder geval: a.
de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift;
b.
een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid;
c.
een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen;
d.
een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu; en
e.
een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van een openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten.
Artikel 4.4.3 Opleidingen 1.
De Concessiehouder faciliteert het Personeel zodanig dat zij hun taken goed kunnen uitvoeren door in ieder geval aandacht te besteden aan opleiding, aansturing en (het gevoel van) veiligheid.
2.
De Concessiehouder zorgt er op ieder willekeurig moment gedurende de looptijd van de Concessie voor dat het Personeel over een gedegen en juiste opleiding en de vereiste kwalificaties en/of certificaten beschikt.
3.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle chauffeurs binnen drie maanden na indiensttreding (voor zover dit van toepassing is): a.
getraind zijn in ‘Het Nieuwe Rijden’ (zie http://www.hetnieuwerijden.nl) en in comfortabel en veilig rijden;
b.
getraind zijn in het omgaan met agressie en het beheersen van en kunnen optreden tijdens risicovolle situaties gedurende een Rit en daarbij Reizigers en/of zichzelf in veiligheid te brengen;
c.
getraind zijn in het omgaan met de voor de betreffende tunnels geldende veiligheidsvoorschriften, indien zij op routes rijden waarin tunnels voorkomen waarvoor
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 48 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
aanvullende veiligheidsvoorschriften gelden (zie Bijlage @ van het Bestek voor de aanvullende veiligheidsvoorschriften voor de Abdijtunnel bij Schiphol). d.
getraind zijn in het klant- en servicegericht werken, waaronder het omgaan met Reizigers met een Functiebeperking;
e. f.
verplichte medische keuringen met goed gevolg hebben doorstaan; en beschikken over een geldig EHBO-diploma of een training voor levensreddend handelen met goed gevolg hebben afgelegd.
4.
In aanvulling op het vorige lid zorgt de Concessiehouder voor de (herhalings)training, (herhalings)opleiding, medische keuring en begeleiding van alle chauffeurs, zodanig dat de chauffeurs in staat zijn en blijven om hun taken naar behoren in te vullen.
5.
De Concessiehouder draagt er samen met de buurtbusverenigingen zorg voor dat alle chauffeurs van Buurtbuslijnen de benodigde training(en) krijgen, waaronder de certificaten als bedoeld in lid 2 en de trainingen als bedoeld in lid 3, medisch gekeurd en adequaat verzekerd zijn, opdat zij hun taken naar behoren in kunnen vullen.
4.5
Materieel Artikel 4.5.1 Algemeen voor Bussen en Auto’s 1.
Het door de Concessiehouder ten behoeve van de exploitatie van de Concessie in te zetten Materieel dient op ieder willekeurig moment gedurende de duur van de concessie te voldoen aan de onderstaande voorwaarden:
Tabel 4.1 Type Materieel
Reguliere
Nulemissie
Minimale
Maximale
maximale
maximale
lengte
lengte
leeftijd
leeftijd
Gelede Bussen
11 Jaar
16 Jaar
n.v.t.
19 meter
Bussen, niet zijnde Gelede
11 Jaar
16 Jaar
9,0 meter
15 meter
8,5 Jaar
11 Jaar
n.v.t.
n.v.t.
Bussen
Auto’s, waaronder Buurtbussen
Daarbij is de eerste afgifte van het kentekenbewijs deel 1 in geval van een in Nederland nieuw afgegeven kenteken maatgevend. Indien het Voertuig voorheen in het buitenland eerder is toegelaten, geldt de eerste toelating in het buitenland. 2.
De Concessiehouder stemt het Materieel dat hij inzet af op de capaciteit en beperkingen van de Infrastructuur, onder andere waar het gaat om lengte, breedte, hoogte, draaicirkel, afstand tot het wegdek, toegestane aslast en aandrijving 15.
3.
Het is de Concessiehouder niet toegestaan om voor uitvoering van de Concessie Materieel in te zetten dat is uitgevoerd als dubbeldekker of als dubbelgelede Bus.
4.
R-net Bussen en Bussen die de Concessiehouder inzet op HOV-lijnen hebben een lengte van minimaal 12,8 meter.
5.
Alle Bussen hebben zowel een instapdeur als een uitstapdeur die toegang geeft tot het lagevloer gedeelte van het Voertuig en die in een dusdanig tempo opent dat Reizigers niet
15
Bijlage @ van het Bestek bevat informatie over kenmerken van de Infrastructuur die door Wegbeheerders ten behoeve van de aanbesteding is aangeleverd.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 49 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
onnodig lang hoeven te wachten bij het in- en uitstappen en halteringstijden beperkt blijven. Onder in- dan wel uitstapdeur mag worden verstaan: een dubbele (tweeblads-)deur. 6.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat Reizigers van gemiddelde lengte vanaf alle zitplaatsen in Voertuigen een vrij gezichtsveld door de zijruiten hebben dat niet wordt belemmerd door horizontale balken in de ruiten.
7.
De Concessiehouder voorziet alle in te zetten Bussen van een functionerend en registratief digitaal camerasysteem en een voor Reizigers goed leesbare tekst, waarmee wordt aangegeven dat de chauffeur geen toegang heeft tot de videobeelden.
8.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat camera’s in de Bussen en indien van toepassing Auto’s (inclusief Buurtbussen en eventuele Voertuigen van Onderaannemers) zodanig geplaatst zijn dat ze alle zit- en staanplaatsen waarnemen en dat de opnames van voldoende kwaliteit zijn om zo nodig door de politie voor opsporing te kunnen worden gebruikt. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat de camera's tijdens de dienstuitvoering te allen tijde zijn ingeschakeld en opnames in kleur en met audio maken.
9.
De Concessiehouder beschikt over een protocol voor het opslaan en beheren van
videobeelden die door camera’s als bedoeld in lid 7 zijn gemaakt. Het protocol is dusdanig opgesteld dat het gebruik voor opsporingsdoeleinden (lid 8) optimaal faciliteert (met inachtneming van de toepasselijke privacywetgeving). 10. De Concessiehouder legt de gereden dienstregelingkilometers en hiervoor ingezette Dienstregelinguren vast voor alle Voertuigen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet. 11. De Concessiehouder voorziet alle Bussen en Auto’s (met uitzondering van Bussen die uitsluitend voor Vervangend Vervoer en Auto’s die voor Deur-Halte Vervoer worden ingezet) van een functionerend IVS. Indien de Concessieverlener dit wenselijk acht, kan hij gedurende de gehele concessieduur toezicht houden op en inzage krijgen in de werking van het IVS, inclusief het voertuigvolgsysteem bij de Concessiehouder.
Artikel 4.5.2 Eigendom, beheer en nieuw Materieel tijdens de Concessie 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de aanschaf/lease, het stallen en het in goede staat houden van voldoende Materieel, en houdt daarbij een voldoende technische reserve aan, zodat de Dienstregeling met de in dit Programma van Eisen vereiste kwaliteit kan worden uitgevoerd.
2.
De Concessiehouder mag een nieuw type Voertuig pas inzetten nadat hij: a.
het ROCOV Hollands Midden (RHM) en andere, voorafgaand aan de start en tijdens de looptijd van de Concessie door de Concessieverlener aan te wijzen partijen, in de gelegenheid heeft gesteld hierover advies uit te brengen en wel op een zodanig moment dat het advies nog meegenomen kan worden bij het besluit over het nieuwe type Voertuig;
b.
heeft aangegeven hoe hij omgaat met het advies zoals bedoeld in sub a en een gedegen onderbouwing heeft gegeven wanneer hij van (delen van) dit advies afwijkt;
c.
uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de ingebruikname van het nieuwe type Voertuig met ten minste twee exemplaren van dit type Voertuig ten minste twee weken heeft proefgereden en daarbij ten genoegen van de Concessieverlener aantoont het type Voertuig zonder problemen voor de uitvoering van de Concessie in te kunnen zetten; en
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 50 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
d.
uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de ingebruikname van het nieuwe type Voertuig ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat het nieuwe type Voertuig voldoet aan alle wettelijke eisen (zie ook lid 2 van artikel 4.5.11) en overige eisen die op grond van het Programma van Eisen hieraan worden gesteld, alsook aan de specificaties opgenomen in de Inschrijving van de Concessiehouder.
Artikel 4.5.3 Reiscomfort en faciliteiten 1.
De Concessiehouder voorziet de Bussen en Auto ’s van: a.
Voldoende beenruimte in de zin dat de Steek van in dezelfde rijrichting geplaatste stoelen ten minste 68 centimeter bedraagt, met dien verstande dat (i) de Steek in R-net Bussen en Bussen die de Concessiehouder inzet op HOV-lijnen bij ten minste 80 procent van de zitplaatsen ten minste 72 centimeter bedraagt en (ii) indien gebruik gemaakt wordt van vis-a-vis opstellingen, de afstand tussen de rugleuningen minimaal 105 centimeter bedraagt;
b.
comfortabele stoelen, waarbij geldt dat: i.
de dikte van de bekleding op de zitting ten minste 3 centimeter bedraagt;
ii.
de dikte van de bekleding op de rugleuning ten minste 2 centimeter bedraagt;
iii.
de stoelbekleding bestaat uit duurzaam, antistatisch en comfortabel materiaal;
iv.
de stoelbreedte (zitting) ten minste 44 centimeter bedraagt;
v.
plaatsing van twee individuele stoelen naast elkaar dient met minimaal 2 centimeter tussenliggende afstand te geschieden; en
vi.
de zittinghoogte in onbelaste toestand ten minste 44 centimeter bedraagt. Stoelen die op vaste interieurdelen, waaronder wielkasten, worden geplaatst, mogen op afwijkende hoogten worden geplaatst maar dienen goed toegankelijk te zijn.
c.
voldoende bagageruimte voor onder meer het meenemen van koffers of een vouwfiets;
d.
goede vering;
e.
een vanaf alle zitplaatsen niet door horizontale balken of beplating onderbroken uitzicht naar buiten16;
f.
goed functionerend draadloos internet (wifi) met voldoende capaciteit en datasnelheid voor regulier gebruik, waarvan Reizigers gratis en veilig gebruik kunnen maken zonder dat zij daarvoor persoonsgegevens hoeven aan te leveren om een internetverbinding tot stand te brengen;
g.
een goed functionerend Klimaatbeheerssysteem, dat voorziet in verwarming, continue ventilatie en koeling. Ten behoeve van de Reizigers en chauffeur mag gebruik worden gemaakt van een aanvullend verwarmingssysteem (standkachel). In geval van Nulemissievoertuigen zorgt de Concessiehouder er voor dat het Klimaatbeheersysteem en een eventuele standkachel volledig uitstootvrij zijn; en
h.
17
een goed functionerende en goed bereikbare USB-aansluiting bij elke zitplaats.
In dat geval wordt onder Materieel mede verstaan: de in het kader van een Mobiliteitsdienst aangeboden transportmiddelen. Hierbij kan men denken aan (elektrische) (bak)fietsen, (elektrische) steps en zelfrijdende voertuigen.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 51 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
2.
Het gestelde in het vorige lid sub e, f, g en h is niet van toepassing op Bussen die de Concessiehouder uitsluitend voor Vervangend Vervoer en Versterkings- en/of Verdichtingsritten inzet.
Artikel 4.5.4 Toegankelijkheid 1.
De Concessiehouder ziet er op toe dat alle Bussen die hij voor uitvoering van de Concessie inzet beschikken over de volgende eigenschappen: a.
een nagenoeg vlakke vloer vanaf de instapdeur(en) (zijnde de eerste deur(en) gerekend vanaf de voorzijde van de Bus) tot en met ten minste de eerste uitstapdeur(en) en een maximum vloerhoogte ter plaatse van de deuren van 34 centimeter ten opzichte van het straatniveau;
b.
een dusdanige inrichting dat ten minste vier zitplaatsen als stoelen voor Reizigers met een Functiebeperking zijn aangemerkt die zich allen bevinden in de voorste helft van de Bus en vanaf de voorste instapdeur(en) zonder opstapje bereikbaar zijn;
c.
een rolstoelplaats voor ten minste één rolstoelgebruiker waar een (al dan niet elektrische) rolstoel die voldoet aan de NEN-ISO 7176-19 norm veilig kan worden vastgezet. Indien niet in gebruik door een rolstoel dient de ruimte minimaal plaats te
bieden aan twee uitgeklapte buggy’s. De Concessiehouder mag alleen bij de rolstoelplaats(en) klapstoelen aanbrengen, mits deze automatisch opklappen wanneer er geen gebruik van wordt gemaakt. De Concessiehouder voorziet de rolstoelplaats van een knop waarmee de rolstoelgebruiker contact kan opnemen met de chauffeur, en plaatst ten minste één Display in het zicht van de rolstoelgebruiker; d.
een tweepuntsgordel op de voor de rolstoel gereserveerde plaats van voldoende lengte om een passagier in de rolstoel te kunnen borgen tegen onbedoeld verplaatsen;
e.
een dusdanige inrichting, kleurstelling en contraststelling voor onder andere in- en uitstapdeuren, handgrepen stopknoppen en eventuele traptreden/verhogingen, opdat Reizigers met een visuele handicap hun weg in de Bus weten te vinden; en
f.
een oprijplaat die betreding van de Bus met een rolstoel mogelijk maakt, die in voorkomende gevallen wordt bediend door de bestuurder van de Bus, de rolstoelgebruiker of de begeleider van een rolstoelgebruiker. Indien de oprijplaat wordt bediend door anderen dan de bestuurder van de Bus, blijft de Concessiehouder verantwoordelijk voor de veiligheid van zowel de rolstoelgebruiker als voor anderen die deze Reiziger helpen.
2.
De Concessiehouder voorziet alle Taxibussen van een lage instap en (een) brede openschuivende deur(en) aan de zijkant, waardoor de Voertuigen geschikt zijn voor rolstoelen.
3.
In alle in te zetten Bussen en Taxibussen is vanaf alle zit- en staanplaatsen een stopknop binnen handbereik (met uitzondering van Taxibussen die worden ingezet voor Deur-Halte Vervoer). Stopknoppen zijn voorzien van brailleaanduidingen. Wanneer Reizigers een stopknop indrukken, wordt in de Bus een visueel en geluidsignaal afgegeven.
4.
Het gestelde in lid 2 en lid 3 is niet van toepassing op Taxibussen die de Concessiehouder uitsluitend voor Deur-Halte Vervoer inzet, maar wel van toepassing op Taxibussen die de Concessiehouder voor de uitvoering van Buurtbuslijnen beschikbaar stelt.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 52 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
5.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de naleving van alle relevante wet- en regelgeving en landelijk overeengekomen richtlijnen op het gebied van toegankelijkheid. De Concessiehouder zorgt ervoor dat eventueel tijdens de duur van de Concessie in te zetten Nieuwe Voertuigen voldoen aan de laatste inzichten op het gebied van toegankelijkheid en voorzieningen.
6.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat: a. b.
de chauffeur de Bus zo dicht mogelijk halteert langs de perronrand/stoeprand, en de Bus knielt indien een Reiziger met een zichtbare Functiebeperking op de Halte staat of indien een Reiziger in de Bus hierom verzoekt,
zodat deze Reiziger (eventueel met behulp van een oprijplaat en met hulp van anderen) de Bus in en uit kan. 7.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat Taxibussen kunnen halteren bij zowel verhoogde als niet-aangepaste Haltes.
8.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat rolstoelgebruikers die niet in aanmerking komen voor een OV-begeleiderskaart eenvoudig en zelf (zonder actieve hulp van anderen) gebruik kunnen maken van het Openbaar Vervoer. Dit laat onverlet dat indien een Reiziger hierom verzoekt, de rolstoelgebruiker door de chauffeur wordt geholpen bij het betreden, vastzetten en/of verlaten van het Materieel (zie ook lid 4 van artikel 4.4.1).
Artikel 4.5.5 Informatievoorzieningen 1.
De Concessiehouder voorziet het Materieel, met uitzondering van Voertuigen die hij inzet voor Deur-Halte Vervoer, van een op een afstand van ten minste 30 meter op ieder tijdstip goed leesbare (ook in het donker als een Voertuig dan wordt ingezet) actuele lijn- en bestemmingsaanduiding aan zowel de voor- als de rechterzijde van de Bus en Auto.
2.
De Concessiehouder voorziet de achterzijde van het Materieel, met uitzondering van Voertuigen die hij inzet voor Deur-Halte Vervoer, van een op een afstand van ten minste 30 meter op ieder tijdstip goed leesbare actuele lijnaanduiding.
3.
De Concessiehouder voorziet elke Bus van een functionerend systeem van automatische halteafroep met regelbaar volume, zodat de naam van de eerstvolgende Halte en de belangrijkste overstapmogelijkheden (indien van toepassing) goed verstaanbaar zijn. Het systeem mag gedurende de tijd dat een Bus wordt gebruikt voor uitvoering van de Dienstregeling niet worden uitgezet.
4.
De Concessiehouder brengt in elke (Gelede) Bus ten minste twee functionerende Displays aan (één in de voorste helft en één in de achterste helft van de Bus, bij een Gelede Bus achter de geleding), waarbij hij de Displays zodanig aanbrengt dat in ieder geval Reizigers die in de rijrichting zitten de informatie op de Displays kunnen lezen zonder dat zij gehinderd worden door lichtinval van buiten.
5.
De Concessiehouder voorziet elke Auto, met uitzondering van Auto’s die hij inzet voor DeurHalte Vervoer, van één Display voorin de Auto, dat hij zodanig aanbrengt dat alle Reizigers de informatie op het Display kunnen lezen.
Artikel 4.5.6 Uitstraling en reinheid 1.
Al het Materieel dat de Concessiehouder voor uitvoering van de Concessie inzet is herkenbaar als Openbaar Vervoer en in één uniforme kleurstelling uitgevoerd. Deze
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 53 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
verplichting geldt niet voor R-net Bussen en Voertuigen die de Concessiehouder uitsluitend inzet op Lijnen die hij volgens een Productformule uitvoert. De Concessiehouder voert zowel het exterieur als het interieur van de R-net Bussen uit conform de R-netproductformule. 2.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, is het de Concessiehouder toegestaan om, uitsluitend na schriftelijke toestemming van de Concessieverlener, Materieel dat de Concessiehouder uitsluitend inzet op Scholierenlijnen en Toeristenlijnen, of uitsluitend voor Vervangend Vervoer, Versterkingsritten en Deur-Halte Vervoer, in een afwijkende kleurstelling of huisstijl uit te voeren.
3.
De Concessiehouder zet Materieel enkel in op die Ritten waarvoor de kleurstelling van de Voertuigen voldoet aan het bepaalde in lid 1, of waarvoor hij op grond van lid 2 toestemming van de Concessieverlener heeft verkregen.
4.
Het is de Concessiehouder uitsluitend na schriftelijke toestemming van de Concessieverlener toegestaan om als (tijdelijke) vervanging een Voertuig in te zetten dat is uitgevoerd in een andere kleurstelling of huisstijl dan het (tijdelijk) te vervangen Voertuig.
5.
Ingeval de Concessieverlener een eigen huisstijl en/of branding ontwikkelt, verleent de Concessiehouder hier onvoorwaardelijk medewerking aan en voert hij zowel het exterieur als
het interieur van de Bussen en eventueel Auto’s in deze huisstijl en/of de branding uit. De te maken kosten voor aanpassing van de Voertuigen zijn voor rekening en risico van de Concessieverlener. 6.
De Concessiehouder werkt onvoorwaardelijk mee aan initiatieven van de Concessieverlener voor een gezamenlijke opzet en uitvoering van de “front office” (waaronder de klantenservice) voor de concessies van de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie. De hiervoor te maken kosten zijn voor rekening en risico van de Concessieverlener.
7.
De Concessiehouder draagt er zorg voor dat de uitstraling van de Nulemissievoertuigen het nulemissiekarakter van de Voertuigen benadrukt, onder de voorwaarde dat de kleurstelling van de Voertuigen past bij die van de andere Voertuigen.
8.
Het is de Concessiehouder wel toegestaan Uitingen van Reclame, al dan niet van Derden, aan de binnen- en/of buitenzijde van het Materieel aan te brengen, mits deze niet onbetamelijk, niet aanstootgevend en niet religieus zijn. De Concessieverlener zal hierop toezien. Ingeval de Concessieverlener oordeelt dat Uitingen van Reclame de regels van het betamelijke overschrijden, aanstootgevend en/of religieus van aard zijn, dan verwijdert de Concessiehouder de Uitingen van Reclame onverwijld en voor eigen rekening. Het is de Concessiehouder niet toegestaan om Uitingen van Reclame (d.w.z. auditieve reclame) of muziek ten gehore te brengen. De Concessiehouder mag uitsluitend na schriftelijke toestemming van de Concessieverlener Uitingen (van Reclame) aanbrengen op de zijramen, mits deze van binnenuit doorzichtig zijn.
9.
In afwijking van het gestelde in het vorige lid is het de Concessiehouder alleen toegestaan om Uitingen van Reclame aan de achterzijde van R-net Bussen aan te brengen. Indien de Concessieverlener een eigen huisstijl zoals bedoeld in lid 5 ontwikkelt, kunnen beperkingen gesteld worden aan de Uitingen van Reclame voor de betreffende Voertuigen (bijvoorbeeld door alleen Uitingen van Reclame aan de achterzijde van de Bus toe te staan).
10. De Concessiehouder honoreert onvoorwaardelijk en zonder kosten te berekenen, binnen drie weken een verzoek van de Concessieverlener tot het, door bestickering, aanbrengen van
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 54 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
promotionele uitingen op de achterzijde van maximaal tien Bussen die op elk willekeurig moment evenwichtig verspreid door het Concessiegebied rijden. 11. De Concessieverlener kan in het kader van het bevorderen van de eigen naamsbekendheid, of het bevorderen van de naamsbekendheid van de R-netproductformule, in overleg met de Concessiehouder, de Concessiehouder gedurende de concessieduur verzoeken bestickering op de achterzijde van zowel al het eigen als het door Derden in te zetten Materieel aan te brengen met een nader door de Concessieverlener te bepalen logo en/of tekst. De Concessiehouder honoreert een dergelijk verzoek minimaal één keer per Jaar onvoorwaardelijk, waarbij de te maken kosten van het aanbrengen en eventuele verwijderen voor rekening van de Concessiehouder zijn (de te maken kosten voor de ontwikkeling en het produceren van de stickers zijn voor rekening van de Concessieverlener, waarbij de Concessieverlener de Concessiehouder zal betrekken bij de selectie/keuze van de te produceren stickers). 12. De Concessiehouder voorziet de achterzijde van het Materieel (eventueel met uitzondering van Voertuigen die de Concessiehouder inzet voor Deur-Halte Vervoer en voor het uitvoeren van Vervangend Vervoer en Versterkingsritten) van de telefoonnummers en internetsites van het landelijke reisinformatiesysteem.
De letters en cijfers moeten ten minste 10 centimeter hoog zijn. 13. Het is de Concessiehouder toegestaan Uitingen van Reclame op Displays te tonen, maar niet langer dan tien aaneengesloten seconden en maximaal 25% van de tijd. De Concessiehouder mag uitsluitend afwijken van het bepaalde in de vorige volzin na overleg en voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener. De Concessieverlener kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. 14. De Concessiehouder geeft op verzoek van de Concessieverlener op de Displays in de R-net Bussen informatie over de R-netproductformule weer zonder hiervoor kosten te rekenen. 15. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat het Materieel er zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde verzorgd, schoon, graffitivrij en schadevrij uitziet. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het voor de Concessie in te zetten Materieel iedere dag ten minste voor het begin van de dienst aan de binnenzijde wordt gereinigd, waarbij hij door Reizigers (bij normaal gebruik) veel gebruikte contactpunten desinfecteert. 16.
De Concessiehouder reinigt de buitenzijde van het Materieel dat hij voor de Concessie inzet of laat inzetten, hieronder mede begrepen Buurtbussen ook als die bij de woning van een vrijwilliger wordt gestald, ten minste eens per week in de maanden oktober tot en met maart, en ten minste eens per twee weken in de maanden april tot en met september. 17. De Concessiehouder verwijdert graffiti op het Materieel zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een week na constatering. Indien er sprake is van racistische en/of haatzaaiende uitingen, mag het Materieel niet meer worden ingezet totdat de betreffende uiting(en) zijn verwijderd.
Artikel 4.5.7 Veiligheidsmanagementsysteem voor de inzet van Nulemissiebussen 1.
De Concessiehouder beschikt over een veiligheidsmanagementsysteem (VMS) voor de inzet Nulemissiebussen.
2.
Onderdeel van het VMS is een veiligheidsplan, waarin de Concessiehouder aangeeft welke preventieve en mitigerende maatregelen hij neemt ten behoeve van de fysieke veiligheid (in
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 55 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
ieder geval omvat dit veiligheidsbeleid, gevaaridentificatie en veiligheidstraining en -promotie) in Nulemissiebussen en in de nabijheid van Productiemiddelen en hoe hij melding en registratie van voorvallen (d.w.z. Incidenten, Calamiteiten en/of doelbewuste acties) organiseert. Ook legt de Concessiehouder in het VMS afspraken vast met Wegbeheerders, politie, brandweer en andere vervoerders die in het Concessiegebied, of op de Trajecten waar de Concessiehouder Openbaar Vervoer verricht, actief zijn. 3.
Het VMS is gebaseerd op een risicoanalyse van het gebied waar Nulemissiebussen worden ingezet. Daarbij speelt de batterij- of waterstofaandrijftechniek een belangrijke rol.
4.
De Concessiehouder actualiseert het VMS jaarlijks en legt het geactualiseerde veiligheidsplan ter toetsing voor aan de Concessieverlener en de betreffende veiligheidsregio. Actualisatie vindt plaats op basis van onder andere ervaringen, uitkomsten van oefeningen en toetsing van uitgevoerde mitigerende maatregelen.
Artikel 4.5.8 Buurtbussen 1.
De Concessiehouder stelt bij aanvang van de Concessie voor elke Buurtbuslijn zoals genoemd in tabel 3.4 alsmede voor elke nieuwe Buurtbuslijn als bedoeld in lid 2 van artikel 4.5.3 ten minste één nieuwe Buurtbus ter beschikking. De Concessiehouder zorgt er voor dat deze Buurtbus tot het moment van vervanging door een nieuwe Buurtbus vanwege de leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1 dan wel tot het einde van de Concessie beschikbaar blijft voor de uitvoering van de Buurtbuslijn. Vervanging van een Buurtbus vanwege de leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1 of vanwege permanente uitval is voor rekening en risico van de Concessiehouder.
2.
De Concessiehouder voorziet iedere Buurtbus in ieder geval van: a.
een automatisch openende en sluitende instapdeur;
b.
winterbanden tijdens het winterseizoen;
c.
een kluisje met cijfercode, om de mobiele telefoon en de contactsleutels van de Buurtbus in te kunnen bewaren (indien de buurtbusvereniging dit wenst); en
d. 3.
een vast in het Voertuig gemonteerde Kaartlezer.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat vrijwilligers van buurtbusverenigingen training en instructies met betrekking tot het gebruik van de Buurtbussen inclusief apparatuur ontvangen alvorens zij deze in gebruik nemen.
4.
De Concessiehouder stelt aan elke buurtbusvereniging per ter beschikking gestelde Buurtbus één mobiele telefoon met handsfreeset ter beschikking, die de chauffeur gratis kan gebruiken voor communicatie tijdens de uitvoering van de Buurtbuslijn.
5.
De Concessiehouder sluit voor de Buurtbussen een verzekering voor het Voertuig en een inzittendenverzekering af.
6.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het bedrijfsklaar hebben en houden van de Buurtbussen inclusief apparatuur (= onderhoud) en de energie- of brandstofvoorziening.
7.
De Concessiehouder stelt aan buurtbusverenigingen een vervangende gelijkwaardige Taxibus beschikbaar als hun Buurtbus in onderhoud is en/of gerepareerd wordt. In geval van pech wisselt de Concessiehouder een Buurtbus zo snel mogelijk door een vervangende gelijkwaardige Taxibus.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 56 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
Artikel 4.5.9 Openbaar Vervoer voor zeer specifieke typen Reizigers en/of tijdens de eerste periode van de Concessie De Concessieverlener kan het de Concessiehouder toestaan om bij vervoer voor een zeer specifiek type Reiziger Materieel in te zetten dat niet volledig voldoet aan de genoemde eisen in artikelen 4.5.1 tot en met 4.3.6, bijvoorbeeld voor de inzet van Voertuigen op een Toeristenlijn. De Concessiehouder en de Concessieverlener treden in geval van een dergelijke situatie in overleg. De Concessiehouder mag het in dit artikel bedoelde Materieel uitsluitend inzetten na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener.
Artikel 4.5.1 0 Wettelijke eisen tijdens de Concessie 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat hij tijdens de looptijd van de Concessie voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving voor personenvervoer en beschikt over alle benodigde verzekeringen en vergunningen om het Materieel ten behoeve van de Concessie te kunnen (laten) inzetten en Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en door of namens hem aangeboden Mobiliteitsdiensten17, te kunnen verrichten.
2.
Het in dit artikel bepaalde laat onverlet dat indien gedurende de looptijd van de Concessie nieuwe, gewijzigde en/of strengere normen van kracht worden waar de Concessiehouder wettelijk aan moet voldoen, de Concessiehouder voor eigen rekening en risico aan al die normen zal moeten voldoen.
4.6
Sociale Veiligheid Artikel 4.6.1 Algemeen 1.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de (sociale) veiligheid van Reizigers en het Personeel in het Materieel.
2.
De Concessiehouder neemt alle maatregelen die ingevolge wet- en regelgeving vereist zijn, en in ieder geval alle maatregelen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden, om de veiligheid van Reizigers en het Personeel in het Materieel en op de Halte te waarborgen.
3.
De Concessiehouder conformeert zich aan de landelijke en regionale afspraken op het gebied van sociale veiligheid zoals onder meer vastgelegd in het convenant Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer en het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (zie Bijlage B17.5) of diens opvolgers, waaronder de verwachtingen van de Concessieverlener zoals vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer.
4.
De Concessiehouder stelt een gedragscode op die de huis- en gedragsregels voor Reizigers en het Rijdend Personeel beschrijft zoals die gelden in het Openbaar Vervoer en het DeurHalte Vervoer. De Concessiehouder brengt de gedragscode actief onder de aandacht van Reizigers en het Rijdend Personeel, onder meer door de gedragscode in elk Voertuig aan te brengen.
17
In dat geval wordt onder Materieel mede verstaan: de in het kader van een Mobiliteitsdienst aangeboden transportmiddelen. Hierbij kan men denken aan (elektrische) (bak)fietsen, (elektrische) steps en zelfrijdende voertuigen.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 57 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
5.
De Concessiehouder stelt in samenwerking met de Concessieverlener voor start van de Concessie een Meerjarenplan Sociale Veiligheid op voor de duur van de Concessie overeenkomstig het bepaalde in het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer en in Bijlage B12. De Concessiehouder actualiseert het Meerjarenplan Sociale Veiligheid iedere twee jaar overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12. De Concessiehouder legt het (geactualiseerde) Meerjarenplan Sociale Veiligheid ter advisering voor aan het ROCOV Hollands Midden (RHM) en de Stuurgroep OV-ZHN.
6.
De Concessiehouder legt, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, jaarlijks een Actieplan Sociale Veiligheid voor het volgende Kalenderjaar ter advisering aan het ROCOV Hollands Midden (RHM) en de Stuurgroep OV-ZHN voor.
7.
De Concessiehouder legt, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, het Meerjarenplan Sociale Veiligheid en het Actieplan Sociale Veiligheid ter instemming aan de Concessieverlener voor. De Concessiehouder geeft daarbij aan hoe hij is omgegaan met de adviezen van het ROCOV Hollands Midden (RHM) en de Stuurgroep OV-ZHN betreffende de in de vorige volzin genoemde plannen en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies is afgeweken.
8.
De Concessiehouder rapporteert, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12: a.
jaarlijks over de sociale veiligheid, de uitvoering van het Actieplan Sociale Veiligheid en de sociale veiligheidsbeleving van Reizigers; en
b.
tweejaarlijks over de sociale veiligheidsbeleving van Personeel en de meldingsbereidheid van het Personeel.
9.
De Concessiehouder levert, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, na afloop van elk kwartaal een voortgangsrapportage waarin hij de algemene ontwikkeling van de sociale veiligheid beschrijft, en bespreekt deze met de Concessieverlener.
10. De Concessiehouder stemt zijn maatregelen gericht op de sociale veiligheid af met andere bij de handhaving en verbetering van de sociale veiligheid betrokken partijen, zoals Wegbeheerders, politie en concessiehouders van aangrenzende concessies. De Concessiehouder werkt tevens voor eigen rekening en risico mee en neemt proactief deel aan (de totstandkoming van) veiligheidsarrangementen. 11. De Concessiehouder neemt na een daartoe strekkend verzoek van de Concessieverlener actief deel aan (activiteiten van) overlegplatforms op het gebied van sociale veiligheid in het Concessiegebied of rond de concessiegrensoverschrijdende verbindingen zoals bedoeld in lid 2 van artikel 2.1.1. 12. Indien op enig moment gedurende de Concessie: a.
de waarderingen voor outputindicatoren C2 en V2 tot en met V4 (zie de tabel in artikel 7.3.1) lager zijn dan de betreffende outputnorm en/of het landelijke gemiddelde;
b.
het percentage van het aantal Reizigers dat volgens de metingen uit de Klantenbarometer aangeeft slachtoffer te zijn geweest van Incidenten in het Voertuig of op de Halte voor enige categorie (de huidige categorieën zijn: lastig gevallen, bedreigd, bestolen, mishandeld en anders) hoger is dan het landelijk percentage;
c.
de waardering van de sociale veiligheid door het Personeel zoals deze volgt uit de Personeelsmonitor lager is dan het landelijke gemiddelde, en/of
d.
de totale omvang van vandalismeschade aan het Materieel, geregistreerd door de Concessiehouder en uitgedrukt in het totale schadebedrag per Kalenderjaar, hoger is
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 58 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
dan het Kalenderjaar ervoor en/of naar het oordeel van de Concessieverlener beduidend hoger is dan gebruikelijk, neemt de Concessiehouder binnen twee maanden na publicatie van de betreffende meting(en) maatregelen om de geconstateerde situatie te verbeteren. De Concessiehouder informeert de Concessieverlener over de door hem te nemen maatregelen en het verwachte resultaat van deze maatregelen. De eventuele kosten van de verbeteringsmaatregelen zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. 13. De Concessiehouder neemt samen met de beheerder(s) van Halte(s) die negatief scoren ten opzichte van het landelijke gemiddelde op het gebied van sociale veiligheid maatregelen ter verbetering van de sociale veiligheid op en rondom de betreffende Halte(s). 14. Bevoegde opsporingsambtenaren die in opdracht van gemeenten of politie werken, provinciale concessiebeheerders en andere door de Concessieverlener aangewezen personen mogen voor de uitvoering van hun taken ten behoeve van de Concessie kosteloos gebruik maken van het Openbaar Vervoer. Hiervoor verstrekt de Concessiehouder een geldig Vervoerbewijs aan de personen bedoeld in dit lid.
Artikel 4.6.2 Meldingen en nazorg in geval van veiligheidsincidenten 1.
De Concessiehouder past de landelijke methodiek voor incidentenregistratie in het Openbaar Vervoer toe, thans de ABC-systematiek, zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer, of diens eventuele opvolger(s).
2.
De Concessiehouder werkt proactief mee aan het verbeteren van de (landelijke uniforme) registratie van Incidenten. Hij houdt zich aan de afspraken die daarover op landelijk niveau worden gemaakt en past voorgestelde verbeteringen die redelijkerwijs van hem gevraagd kunnen worden toe.
3. 4.
De Concessiehouder meldt onverwijld Incidenten van categorie A1 bij de Concessieverlener. De Concessiehouder zorgt voor een eenvoudige toegankelijke procedure voor het melden van eventuele veiligheidsincidenten en zorgt dat het Personeel en Reizigers hiervan kennis kunnen nemen en in voorkomende gevallen gebruik van kunnen maken.
5.
De Concessiehouder voert een deugdelijk nazorgbeleid voor Personeel dat en Reizigers die geconfronteerd zijn geweest met agressie, geweld en/of overige Incidenten en/of Calamiteiten en zorgt dat het Personeel en Reizigers hiervan kennis kunnen nemen en in voorkomende gevallen gebruik van kunnen maken.
6.
De Concessiehouder stimuleert dat het Personeel altijd aangifte doet bij strafbare feiten, waaronder bedreiging met ernstig geweld of de dood, mishandeling en/of wapengebruik en begeleidt het Personeel hierbij. De Concessiehouder beschouwt de benodigde tijd voor het doen van de aangifte als arbeidstijd en biedt het Personeel de mogelijkheid het adres van de Concessiehouder op te geven als domicilieadres.
7.
De Concessiehouder zorgt, indien nodig, voor juridische ondersteuning, mede om eventuele door het Personeel geleden schade en schade voor de Concessiehouder, zoals schade die ontstaat door ziekteverzuim, te verhalen.
Artikel 4.6.3 Controle geldig Vervoerbewijs 1.
De Concessiehouder controleert regelmatig of Reizigers in het bezit zijn van een geldig Vervoerbewijs.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 59 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
2.
De Concessiehouder stelt met het oog op de veiligheid van Reizigers en het Personeel in ieder geval tijdens de eerste twee jaar van de Concessie ten minste @@18 fulltime-
equivalenten (fte’s) Personeel volledig ter beschikking voor het houden van toezicht, verlenen van service en het uitvoeren van (incidentele en representatieve) controles van Vervoerbewijzen. Voor de resterende jaren van de Concessie neemt de Concessiehouder in het Actieplan Sociale Veiligheid jaarlijks een voorstel op voor de omvang van de personele inzet ten behoeve van de sociale veiligheid. 3.
De Concessiehouder houdt bij de inzet van Personeel ten behoeve van de controle van Vervoerbewijzen rekening met (i) de mogelijkheid voor Reizigers om het Voertuig te betreden zonder hun Vervoerbewijs te ontwaarden en (ii) het percentage Reizigers dat dit ook daadwerkelijk doet.
4.
De Concessiehouder rapporteert minimaal jaarlijks resultaten van representatieve controles van Vervoerbewijzen aan de Concessieverlener en indien de Concessieverlener hierom verzoekt aan CROW-KpVV (of diens eventuele opvolger). Het is de Concessiehouder toegestaan deze rapportage mede te baseren op reguliere controles van Vervoerbewijzen.
4.7
Reisinformatie Artikel 4.7.1 Algemene eisen over reisinformatie 1.
De Concessiehouder zorgt ervoor dat (potentiële) Reizigers de reisinformatie zoals genoemd in dit artikel gratis kunnen opvragen, raadplegen en downloaden (in printbaar formaat) via zijn (een) website, (een) mobiele applicatie(s), de Distributiepunten en de klantenservice van de Concessiehouder. De Concessiehouder vermeldt de mogelijkheden voor het opvragen van reisinformatie op de Haltepalen.
2.
De Concessiehouder toont via zijn website en (een) mobiele applicatie(s) die herkenbaar is als behorend bij de Concessie de actuele reisinformatie die via het dynamische reisinformatiesysteem zoals bedoeld in artikel 4.7.5 beschikbaar komt.
3.
De Concessiehouder geeft minimaal één keer per Jaar een Dienstregeling in gedrukte vorm uit die hij ten minste via de Distributiepunten en de klantenservice voor een prijs van
maximaal € 5,00 verstrekt. De Concessiehouder mag voor het per post versturen van deze Dienstregeling, bovenop de prijs van maximaal € 5,00, een bijdrage in de verzendkosten vragen die niet hoger is dan het op dat moment van toepassing zijnde posttarief. De Dienstregeling in gedrukte vorm omvat in ieder geval de informatie zoals genoemd in Bijlage B9 en de geografische Lijnennetkaart als genoemd in lid 8,. 4.
De Concessiehouder voorziet de gedrukte Dienstregeling die hij overeenkomstig het bepaalde in het vorige lid verstrekt van aanvullende actuele wijzigingsbladen nadat hij een wijziging in de Dienstregeling heeft doorgevoerd.
5.
De Concessiehouder maakt de Dienstregeling en wijzigingen in de Dienstregeling minimaal een maand voor inwerkingtreding van de Dienstregeling of de wijzigingsdatum bekend aan (potentiële) Reizigers in ieder geval door publicatie of door een verwijzing naar de
publicatie: a.
18
op zijn (een) website;
Het exacte aantal volgt uit de personeelsopgave van de huidige concessiehouder.
HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to
appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 60 van 150
HERE.
PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022
b.
in een (combinatie van) huis-aan-huisblad(en) waarmee hij het gehele Concessiegebied bereikt;
6.
c.
op de Halte (bijvoorbeeld door vermelding van een einddatum op de vertrekstaat);
d.
in het Materieel; en
e.
bij Distributiepunten (bijvoorbeeld middels folders en/of posters).