CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db08 Bijlage 1 - Programma van Eisen.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken45.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Niet gevonden in dit document.

PROGRAMMA VAN EISEN

EUROPESE AANBESTEDING OPENBAAR VERVOER ZUID-HOLLAND NOORD (ZHN)

Ontwerp-Progamma van Eisen

Datum: 22 maart 2022 DOS-2017-000846

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ............................................................................................................................... 4

1.1

OPENBAAR VERVOERBELEID........................................................................................ 4

1.2

DOELEN VOOR DE CONCESSIE..................................................................................... 6

1.3

TOTSTANDKOMING VAN DIT PROGRAMMA VAN EISEN ..................................................... 8

1.4

STURING VOORAFGAAND AAN EN TIJDENS DE LOOPTIJD VAN DE CONCESSIE.................... 9

1.5

DEFINITIES............................................................................................................... 10

2

ONDERWERP VAN DE CONCESSIE ................................................................................... 1 1

2.1

CONCESSIEDOMEIN .................................................................................................. 11

2.2

CONCESSIEDUUR EN -VERLENGING ............................................................................ 12

2.3

TAAKAFBAKENING IN DE CONCESSIE .......................................................................... 15

3

EISEN AAN DE BESCHIKBAARHEID.................................................................................. 1 7

3.1

VOORZIENINGENNIVEAU ............................................................................................ 17

3.2

BEDIENINGSEISEN .................................................................................................... 17

3.3

OV-KNOOPPUNTEN, OVERSTAPPUNTEN, VERPLICHTE VERBINDINGEN EN VERPLICHTE HALTES ................................................................................................................... 21

3.4

R-NETLIJNEN ........................................................................................................... 23

3.5

EISEN AAN ANDERE LIJNEN ....................................................................................... 26

3.6

LIJNNUMMERING....................................................................................................... 30

3.7

OPROEPAFHANKELIJKE VORMEN VAN (OPENBAAR) VERVOER ...................................... 30

3.8

DIENSTREGELING ..................................................................................................... 33

4 4.1

TARIEVEN EN PRODUCTASSORTIMENT ........................................................................ 35

4.2

OV-BETAALSYSTEEM ............................................................................................... 39

4.3

UITVOERING ............................................................................................................ 42

4.4

PERSONEEL ............................................................................................................. 47

4.5

MATERIEEL .............................................................................................................. 49

4.6

SOCIALE VEILIGHEID................................................................................................. 57

4.7

REISINFORMATIE ...................................................................................................... 60

4.8

MARKETING ............................................................................................................. 65

4.9

KLANTENSERVICE EN -REACTIES ................................................................................ 67

4.10

INFRASTRUCTUUR EN OVERIGE VOORZIENINGEN ......................................................... 68

4.11

IMPLEMENTATIE........................................................................................................ 70

5

EISEN AAN DE DUURZAAMHEID EN OVERNAMES ......................................................... 72

5.1

NULEMISSIEVOERTUIGEN EN OVERNAME MATERIEEL ................................................... 72

5.2

OVERIGE VOERTUIGEN ............................................................................................. 74

5.3

BEDRIJFSVOERING ................................................................................................... 74

6

2 van 150

EISEN AAN DE BETAALBAARHEID, BETROUWBAARHEID EN KWALITEIT ................. 35

EISEN AAN DE ONTWIKKELING EN SAMENWERKING ................................................... 76

6.1

ONTWIKKELOPDRACHT ............................................................................................. 76

6.2

SAMENWERKING MET HET ROCOV HOLLANDS MIDDEN (RHM)................................... 80

INHOUDSOPGAVE

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

6.3

7

SAMENWERKING MET DE CONCESSIEVERLENER EN EXTERNE PARTIJEN ........................ 82

FINANCIERING, STURING EN MONITORING ..................................................................... 87

7.1

3 van 150

BIJDRAGEN .............................................................................................................. 87

7.2

FLEXIBILITEIT TIJDENS DE CONCESSIE........................................................................ 89

7.3

STURING OP OUTPUTNORMEN ................................................................................... 90

7.4

OP TE LEVEREN INFORMATIE, RAPPORTAGES EN ANALYSES ......................................... 93

7.5

CONTROLE OP NALEVING .......................................................................................... 95

BIJLAGEN

............................................................................................................................... 99

B1

BEGRIPPENLIJST ...................................................................................................... 99

B2

CONCESSIEGRENSOVERSCHRIJDENDE VERBINDINGEN ............................................... 113

B3

TE GEDOGEN VERBINDINGEN ................................................................................... 115

B4

R-NETLIJNEN ......................................................................................................... 116

B5

TE BEDIENEN WOONKERNEN, BEDRIJVENTERREINEN EN ZORGINSTELLINGEN .............. 119

B6

REGELING EVENTUELE AFSCHAFFING OF AANPASSING STUDENTEN-OV-CHIPKAART .... 123

B7

REGELING EVENTUELE TARIEFVERHOGING DOOR DE CONCESSIEVERLENER ................ 125

B8

OVERNAMEREGELING ............................................................................................. 126

B9

INFORMATIE IN DE DIENSTREGELING IN GEPRINTE OF GEDRUKTE VORM....................... 127

B10

INFORMATIE OP VERTREKSTATEN, HALTEBORDEN EN INFORMATIEDRAGERS ................ 128

B11

EISEN VOOR (MIPOV) INFORMATIEVOORZIENING...................................................... 129

B12

EISEN VOOR PLANNEN, RAPPORTAGES EN ANALYSES ................................................ 137

B13

EISEN VOOR NDOV EN KAR .................................................................................. 143

B14

EISEN VOOR SERVICELEVELS DRIS ......................................................................... 144

B15

SANCTIES .............................................................................................................. 145

B16

OVERIGE BIJLAGEN ................................................................................................ 150

INHOUDSOPGAVE

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

1

Inleiding Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland zijn Concessieverlener1 voor de exploitatie van het Openbaar Vervoer over de weg in het concessiegebied Zuid-Holland Noord, bestaande uit de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland (verder: Concessiegebied), en een aantal Lijnen naar bestemmingen buiten het Concessiegebied. De huidige concessie die na een Europese aanbestedingsprocedure aan Arriva is gegund, eindigt op 10 december 2022. De opvolgende concessie zou in 2020 Europees worden aanbesteed, maar als gevolg van de Covid19-pandemie was er op dat moment geen markt om aan te besteden en is besloten om de aanbesteding met twee jaar uit te stellen. De verlening van de nieuwe concessie die op 15 december 2024 ingaat is momenteel voorzien in het voorjaar van 2023. Voor de periode van 10 december 2022 tot en met 14 december 2024 is de Concessieverlener voornemens een noodconcessie af te sluiten om zo de continuïteit van het Openbaar Vervoer te waarborgen.. Dit document, een ontwerpversie van het Programma van Eisen2, bevat de eisen die de Concessieverlener aan de uitvoering van de opvolgende concessie Zuid-Holland Noord (verder: de Concessie) stelt.

Een goede uitvoering van de Concessie is niet alleen belangrijk voor Reizigers en de Concessieverlener, maar ook voor Regio’s, gemeenten, consumentenorganisaties, aanbieders van door de Concessiehouder te gedogen Openbaar Vervoer en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, zoals Collectief Vraagafhankelijk Vervoer.

1 .1

Openbaar vervoerbeleid Goed Openbaar Vervoer is belangrijk met het oog op het functioneren van de regio’s Holland Rijnland en Midden-Holland. Goed Openbaar Vervoer zorgt er bijvoorbeeld voor dat mensen dagelijks hun reis van huis naar werk of school kunnen maken (= bereikbaarheid), waarbij iedereen, met of zonder Functiebeperking, in principe3 volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij (= inclusieve samenleving). Verder draagt goed Openbaar Vervoer bij aan het economisch vestigingsklimaat en duurzaam Openbaar Vervoer aan de leefbaarheid van de steden en het landelijk gebied.

Vanuit deze gedachte hebben Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland met de vaststelling van het beleidskader ‘Aanbesteding OV-concessie Zuid-Holland Noord (ZHN)’ (zie B16.1 Beleidskader) aangegeven dat de Concessie zoveel mogelijk invulling moet geven aan de volgende bestuurlijke ambities met het Openbaar Vervoer in de Regio’s

1

Bijlage B1 bij het Programma van Eisen bevat een begrippenlijst, waarin kernbegrippen zoals Concessie, Concessieverlener, Concessiehouder en Openbaar Vervoer zijn gedefinieerd.

2

Met het oog op de leesbaarheid wordt in dit document steeds gesproken over Programma van Eisen, waarmee bedoeld wordt de ontwerpversie van dit document.

3

In lijn met de toelichting bij het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer hanteert de Concessieverlener als uitgangspunt dat de Concessiehouder geen Reizigers hoeft te vervoeren die dermate beperkt zijn dat voor het reizen met het Openbaar Vervoer hulpverlening door het Personeel nodig is, met uitzondering van hulpverlening bij het betreden en verlaten van het Voertuig en het vinden van een zitplaats.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 4 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

best bereikbare provincie, waarbij inwoners en bezoekers keuzevrijheid hebben wat betreft de wijze waarop zij naar hun bestemmingen reizen;

  

klimaatambities en de daarvoor benodigde energietransitie; de ruimtelijke ambities, te weten het stimuleren van gebiedsontwikkeling; en een inclusieve samenleving, ofwel een samenleving waaraan iedereen kan meedoen, zowel in de stad als in het landelijk gebied.

Net als bij de huidige concessie Zuid-Holland Noord en andere concessies van de provincie ZuidHolland hebben Provinciale Staten met de vaststelling van het beleidskader de ontwikkelfunctie voor het Openbaar Vervoer wederom bij de Concessiehouder neergelegd (zie paragraaf 6.1). De Concessieverlener verwacht dat op deze wijze bovenstaande ambities het beste gerealiseerd kunnen worden. De Concessiehouder heeft immers beter zicht op (i) de behoeften van (potentiële) Reizigers, (ii) de samenhang en het relatieve belang van deze behoeften, en (iii) methoden om deze behoeften binnen de kaders van dit Programma van Eisen op efficiënte wijze in te vullen. Om de Concessiehouder te stimuleren deze behoeften zo goed mogelijk in te vullen, met als logisch effect dat meer inwoners en/of bezoekers van het Concessiegebied met het Openbaar Vervoer zullen gaan reizen, is de Concessiehouder daarnaast opbrengstverantwoordelijk. Daarbij geldt dat de Concessiehouder voorstellen voor wijzigingen in het aanbod aan Openbaar Vervoer, in het Tariefstelsel en in het aanbod aan Vervoerbewijzen ter goedkeuring aan de Concessieverlener moet voorleggen; dit om de betaalbaarheid van het Openbaar Vervoer voor Reizigers te waarborgen.

De Concessiehouder kan voor de invulling van behoeften van (potentiële) Reizigers navolgende vormen van (openbaar) vervoer inzetten:

Vast Openbaar Vervoer, met daarbij een onderscheid tussen R-netlijnen en Overige Vaste Lijnen, waaronder begrepen Buurtbuslijnen;

 

Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer; en Deur-Halte Vervoer.

Het is aan de Concessiehouder om, binnen de vervoerkundige kaders zoals uitgewerkt in hoofdstuk 3 van dit Programma van Eisen, te bepalen welke vorm van Openbaar Vervoer dan wel Deur-Halte Vervoer het best invulling geeft aan de vervoersbehoefte van inwoners en bezoekers van het Concessiegebied. De Concessieverlener daagt de Concessiehouder daarbij uit om daarbovenop, in afstemming met de betreffende gemeenten, met innovatieve Mobiliteitsdiensten,

zoals deelfietsen, deelauto’s en P+R-mogelijkheden, te komen. Dergelijke Mobiliteitsdiensten vallen, net als het Deur-Halte Vervoer, niet onder de wettelijke definitie van Openbaar Vervoer. Enerzijds betekent dit dat de Concessiehouder geen exclusief recht krijgt om Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied aan te mogen bieden. Anderzijds geldt het Besluit toegankelijkheid openbaar vervoer niet voor Mobiliteitsdiensten en stelt de Concessieverlener niet de tarieven voor deze Mobiliteitsdiensten vast, zoals dat wel het geval is voor het Openbaar Vervoer en DeurHalte Vervoer. Uitgangspunt is namelijk dat de Mobiliteitsdiensten bovenop en niet in plaats van het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer komen; zij vormen derhalve een extra reismogelijkheid voor Reizigers.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 5 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Bij dit alles geldt ten slotte dat leerervaringen van voorgaande aanbestedingen van concessies en dan met name de overgang naar de opvolgende concessies een plek hebben gekregen in dit Programma van Eisen. Reizigers worden bij deze overgang vaak verrast door de (soms grote hoeveelheid) veranderingen. Om een dergelijke ervaring te voorkomen, wil de Concessieverlener grootschalige veranderingen voor Reizigers bij de start van de Concessie voorkomen en stelt de Concessieverlener gerichte eisen aan de communicatie richting Reizigers voor de start van de Concessie. Vervolgens geeft de Concessieverlener de Concessiehouder wel de ruimte om het aanbod aan Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer binnen de kaders zoals vastgelegd in dit Programma van Eisen tijdens de looptijd van de Concessie te ontwikkelen, onder de voorwaarde dat hij Reizigers en andere belanghebbenden (waaronder Personeel) hierbij goed meeneemt.

1 .2

Doelen voor de Concessie Het belangrijkste doel bij de aanbesteding van de Concessie is dat mensen weer zoveel mogelijk voor het Openbaar Vervoer gaan kiezen, zodat een gezonde financiële basis bereikt wordt voor herstel van het vervoeraanbod na COVID-19, rekening houdend met eventuele wijzigingen in de vervoervraag. Daarbovenop gelden de bestuurlijke ambities uit de vorige paragraaf. Deze ambities zijn vertaald in de volgende doelen voor de Concessie (zie ook Bijlage B16.1 Beleidskader): 1.

verbeteren bereikbaarheid door in te spelen op de Vervoervraag;

2.

verbeteren van de kwaliteit Openbaar Vervoer voor alle typen (potentiële) Reizigers;

3.

energietransitie in het Openbaar Vervoer: van diesel naar nul uitstoot; en

4.

ruimte voor innovatie en doorontwikkeling.

Met de aanbesteding van de Concessie beoogt de Concessieverlener een vervoerder te vinden die bovenstaande doelen zo goed mogelijk weet in te vullen. Deze doelen worden hieronder nader toegelicht.

1.

Verbeteren bereikbaarheid door in te spelen op de Vervoervraag

Het Concessiegebied kenmerkt zich door een gedifferentieerde vraag naar Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer. De opgave voor de Concessiehouder is om een compleet en samenhangend stelsel van Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer te realiseren dat zo goed mogelijk aansluit op de behoeften van de verschillende typen (potentiële) Reizigers, zoals 4:

forenzen (frequente Reizigers);

 

scholieren/studenten (frequente Reizigers); keuzereizigers (incidentele en frequente Reizigers die kunnen kiezen tussen verschillende vervoermiddelen, bijvoorbeeld tussen auto en OV);

  

young professionals (reizigers die voorheen beschikten over een Studenten OV-Chipkaart);

 

toeristen (incidentele Reizigers naar attracties, musea, binnensteden, evenementen, etc.);

4

ouderen (een groeiende groep die meer aandacht verdient); mensen met een (al dan niet tijdelijke) Functiebeperking;

(net-)niet-reizigers (automobilisten, fietsen, mensen met vervoerarmoede).

Merk op dat de verschillende typen (potentiële) Reizigers elkaar overlappen in de zin dat iemand tot meerdere typen (potentiële) Reizigers gerekend kan worden.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 6 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

De Concessieverlener stimuleert de Concessiehouder om het aanbod aan Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer zodanig door te ontwikkelen dat inwoners en bezoekers van het Concessiegebied op een snelle en makkelijke manier kunnen reizen en meer mogelijkheden krijgen om naar hun bestemming te reizen. Dit geldt met name voor delen van het Concessiegebied met een grote Vervoervraag, maar ook voor gebieden met weinig Vervoervraag. De Concessieverlener eist daarbij een minimum voorzieningenniveau, zodat zowel steden als dorpen en landelijk gebied bereikbaar blijven; de gevraagde doorontwikkeling moet leiden tot een verbetering van die bereikbaarheid.

In met name hoofdstuk 3 wordt dit doel nader uitgewerkt in concrete eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen.

2.

Verbeteren kwaliteit Openbaar Vervoer voor alle typen (potentiële) Reizigers

De Concessieverlener wil dat alle Reizigers in het Concessiegebied op een snelle en makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kunnen reizen. Voor veel mensen zijn voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de reistijd, net als betaalbaarheid van de reis, belangrijke kwaliteitscriteria. De invulling van deze en andere kwaliteitscriteria verschilt per type (potentiële) Reizigers. De Concessieverlener heeft oog voor de verschillende typen (potentiële) Reizigers en hun behoeften en vraagt dit ook van de Concessiehouder. De Concessieverlener daagt de Concessiehouder uit om (i) de kwaliteit van uitvoering van de Dienstregeling, (ii) de kwaliteit en opleiding van het Personeel, (iii) de toegankelijkheid, het comfort en de veiligheid van het Materieel, (iv) de beschikbaarheid van actuele en toegankelijke reisinformatie, en (v) de sociale veiligheid op een manier te borgen die aansluit op de behoeften van verschillende typen (potentiële) Reizigers.

In met name hoofdstuk 4 wordt dit doel nader uitgewerkt in concrete eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen.

3.

Energietransitie in het Openbaar Vervoer: van diesel naar nu uitstoot

In 2016 heeft de provincie Zuid-Holland, net als de andere concessieverleners in Nederland, het

landelijke Bestuursakkoord ‘Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer Per Bus’ getekend. Doel van het bestuursakkoord is om alleen nog uitstootvrije Bussen voor de uitvoering van Openbaar Vervoer in te zetten om zo de luchtkwaliteit te verbeteren. Het bestuursakkoord noemt daarbij twee mijlpalen:

alle nieuwe Bussen die vanaf 2025 in concessies instromen, moeten uitstootvrij zijn (tank-towheel); en

vanaf 2030 moeten alle Bussen in het Openbaar Vervoer uitstootvrij zijn (well-to-wheel).

Tevens is in het bestuursakkoord vastgelegd dat de uitstootvrije Bussen op 100 procent hernieuwbare energie moeten rijden die met het oog op de economische ontwikkeling zoveel mogelijk in de regio wordt opgewekt.

De Concessieverlener eist van de Concessiehouder dat hij ten minste voldoet aan bovenstaande doelstellingen, zonder dat dit ten koste gaat van het Voorzieningenniveau of leidt tot hogere

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 7 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

tarieven voor Reizigers. In met name hoofdstuk 5 wordt dit doel nader uitgewerkt in concrete eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen.

4.

Ruimte voor innovatie en doorontwikkeling

De bestuurlijke ambities vormen samen met ontwikkelingen rond mobiliteit de basis voor de Concessie. Van veel ontwikkelingen zijn de effecten moeilijk of niet voorspelbaar en niet alle ontwikkelingen zijn op het moment van aanbesteden bekend. Daarom richt de Concessieverlener de Concessie flexibel in, zodat er tijdens de looptijd van de Concessie voldoende speelruimte is om op (onverwachte) ontwikkelingen te kunnen inspringen. De Concessieverlener daagt de Concessiehouder in dat kader uit om niet alleen op het moment van inschrijven op de aanbesteding maar ook tijdens de looptijd van de Concessie het Openbaar Vervoer continu proactief door te ontwikkelen en daarbij met innovatieve oplossingen te komen. De Concessieverlener geeft hiermee invulling aan de adviezen uit de CROW/DOVA-handreiking Wendbare concessies. Zoals in paragraaf 1.1 aangegeven hecht de Concessieverlener eraan dat de Concessiehouder Reizigers en andere belanghebbenden (waaronder Personeel) bij de doorontwikkeling van het Openbaar Vervoer betrekt.

In met name hoofdstuk 6 wordt dit doel nader uitgewerkt in concrete eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen.

1 .3

Totstandkoming van dit Programma van Eisen De Wp2000 stelt dat de Concessieverlener voor de Concessie een Programma van Eisen moet opstellen. In het Programma van Eisen staan de eisen die de Concessieverlener aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder5 stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder zich vanzelfsprekend aan alle wettelijke bepalingen en regelingen houden die relevant zijn bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in het Programma van Eisen opgenomen.

Basis voor het Programma van Eisen is het door Provinciale Staten van de provincie ZuidHolland vastgestelde Beleidskader aanbesteding OV-concessie Zuid-Holland Noord (ZHN; zie Bijlage 16.1). In dit beleidskader zijn de ambities, doelen en uitgangspunten voor de concessieverlening beschreven en toegelicht. Deze ambities, doelen en uitgangspunten zijn in het Programma van Eisen uitgewerkt in concrete eisen. Het gaat hierbij om minimumeisen waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen. De Concessieverlener daagt geïnteresseerde vervoerders echter uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie zoveel mogelijk extra’s bovenop deze minimumeisen aan te bieden om daarmee de Concessie te verkrijgen. De wensen van de Concessieverlener met betrekking tot deze extra’s en de daaraan gekoppelde Gunningcriteria worden nader toegelicht in het Bestek. Voorbeelden van dergelijke wensen zijn het aanbieden van zoveel mogelijk nuttige en effectieve Dienstregelinguren, het

5

Tenzij expliciet anders is aangegeven, gelden de eisen die in dit Programma van Eisen aan het Openbaar Vervoer en de Concessiehouder gesteld worden, ook voor Onderaannemers die namens de Concessiehouder een deel van het Openbaar Vervoer uitvoeren.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 8 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

aanbieden van toegankelijk en comfortabel Materieel, het aanbieden van een goed onderbouwd Vervoerplan en uitvoeringsplan en de transitie naar uitstootvrij Openbaar Vervoer.

Zoals in de inleidende alinea’s van dit hoofdstuk is aangegeven, betreft dit document een ontwerpversie van het Programma van Eisen. Deze ontwerpversie wordt:

conform artikel 27 en 27(a) van de Wp2000 voor advies voorgelegd aan het door de Concessieverlener aangewezen ROCOV Hollands Midden (RHM);

voor een reactie voorgelegd aan beide Regio’s, gemeenten binnen het Concessiegebied, vervoerders (in de vorm van een marktconsultatie), buurtbusverenigingen en concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden. Met deze concessieverleners maakt de Concessieverlener afspraken over de uitvoering van verbindingen naar en vanuit aangrenzende concessiegebieden;

ter kennisname aangeboden aan Wegbeheerders binnen het Concessiegebied, te weten gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat en de Dienst Beheer Infrastructuur van de provincie Zuid-Holland. Aan hen is (mits relevant) gevraagd om gegevens te verstrekken die voor geïnteresseerde vervoerders van belang kunnen zijn voor het opstellen van hun Inschrijving. De door hen verstrekte gegevens worden opgenomen in het Bestek.

De Concessieverlener neemt de adviezen en reacties naar aanleiding van het ontwerp Programma van Eisen op in een Nota van Beantwoording. Hierin geeft de Concessieverlener aan of en, zo ja, op welke wijze de adviezen en reacties in de uiteindelijke versie van het Programma van Eisen zijn verwerkt. Aan het ontwerp Programma van Eisen zelf kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.

Zowel de Nota van Beantwoording als het uiteindelijke Programma van Eisen worden door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland vastgesteld. Voor definitieve vaststelling van het Programma van Eisen worden de hiervoor genoemde belanghebbenden in kennis gesteld van de wijze waarop de Concessieverlener gevolg gaat geven aan hun adviezen en reacties.

1 .4

Sturing voorafgaand aan en tijdens de looptijd van de Concessie Gelet op het belang van een goede uitvoering van de Concessie voor Reizigers, Regio’s , gemeenten en andere belanghebbenden, monitort en controleert de Concessieverlener zowel tijdens de implementatieperiode als tijdens de looptijd van de Concessie continu de prestaties van de Concessiehouder en stuurt indien nodig bij. De wijze waarop dit gebeurt wordt nader beschreven in hoofdstuk 7. Specifiek voor de implementatieperiode geldt dat de Concessieverlener bij de overgang van de oude naar de nieuwe concessie de regie zal nemen voor de samenwerking en communicatie met de Regio’s, gemeenten en andere partijen (die ook hebben meegewerkt aan het Beleidskader). De Concessiehouder is echter verantwoordelijk voor de implementatie van de Concessie, zoals voor de tijdige aanschaf van het juiste Materieel.

De Concessieverlener monitort de wijze waarop de Concessiehouder de Concessie uitvoert en de prestaties die hij daarmee realiseert voornamelijk op basis van outputnormen die betrekking hebben op voor Reizigers relevante kwaliteitsindicatoren (zie paragraaf 7.3). Daarbij gaat de

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 9 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Concessieverlener na in hoeverre de Concessiehouder de vastgelegde afspraken ten aanzien van de door hem te leveren prestaties nakomt. Bij deze afspraken gaat het in ieder geval om:

De eisen die zijn vastgelegd in het Programma van Eisen en de Concessiebeschikking

(inclusief eventuele wijzigingen voortkomend uit Nota’s van Inlichtingen) en die als minimumeisen en kaders voor de ontwikkelfunctie gelden;

 

De toezeggingen die de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft gedaan; De uitvoering van de plannen die de Concessiehouder als onderdeel van zijn Inschrijving en in het kader van de Ontwikkelopdracht indient;

Nadere afspraken die de Concessiehouder en de Concessieverlener tijdens de implementatieperiode of de looptijd van de Concessie maken.

Bij de beoordeling of de Concessiehouder deze afspraken nakomt, baseert de Concessieverlener zich onder meer op door de Concessiehouder aangeleverde informatie, eigen waarnemingen en/of waarnemingen van andere belanghebbenden, zoals Reizigers, het ROCOV Hollands Midden (RHM), Regio’s, gemeenten en concessieverleners van aangrenzende concessies. Wanneer onverhoopt blijkt dat de Concessiehouder afspraken en/of eisen niet nakomt, zal de Concessieverlener passende maatregelen treffen zoals beschreven in paragraaf 7.5 en Bijlage B15.

1 .5

Definities In het Programma van Eisen hebben gedefinieerde begrippen de betekenis die daaraan in Bijlage B1 wordt toegekend. Gedefinieerde begrippen worden met een hoofdletter geschreven.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 10 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

2

Onderwerp van de Concessie

2.1

Concessiedomein Artikel 2.1.1 Concessiedomein 1.

De Concessie betreft het exclusieve recht van de Concessiehouder om Openbaar Vervoer over de weg met Bus en/of Auto in het Concessiegebied te verrichten. Het Concessiegebied bestaat uit het grondgebied van de gemeenten: a.

Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude, samenwerkend in de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland, en

b.

Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas, samenwerkend in de Gemeenschappelijke Regeling Regio Midden-Holland,

een en ander op basis van de gemeentegrenzen zoals deze golden op 1 januari 2022. 2.

In aanvulling op het vorige lid is de Concessiehouder gerechtigd om - in het kader van de uitvoering van de Concessie - Openbaar Vervoer per Bus en/of Auto uit te voeren buiten de grenzen van het Concessiegebied, doch slechts op de in Bijlage B2 vermelde concessiegrensoverschrijdende verbindingen naar aangrenzende concessiegebieden en met inachtneming van het bepaalde in Bijlage B2.

3.

Het recht beschreven in de leden 1 en 2 omvat niet: a.

Openbaar Vervoer per trein, tram en/of metro;

b.

personenvervoer over water;

c.

Openbaar Vervoer per Auto en/of Bus dat dient als tijdelijke vervanging van de onder sub a en sub b genoemde vormen van openbaar vervoer;

d.

Openbaar Vervoer op de in Bijlage B3 vermelde grensoverschrijdende verbindingen vanuit aangrenzende concessiegebieden waarop (andere) vervoerders in opdracht van (andere) concessieverleners openbaar vervoer per Bus en/of Auto uitvoeren in het Concessiegebied;

e.

Openbaar Vervoer dat de Concessieverlener wegens dwingende bepalingen van wet- of regelgeving dient toe te staan in het Concessiegebied;

f.

Openbaar Vervoer per Bus, waaronder langeafstandsbusvervoer, waarvoor op grond van artikel 29 van de Wp2000 door de Concessieverlener een ontheffing is of wordt verleend;

g.

Openbaar Vervoer ten aanzien waarvan de Concessieverlener en de Concessiehouder overeenkomen dat dit binnen het Concessiegebied door een Derde kan worden uitgevoerd;

h.

Openbaar Vervoer dat niet halteert in het Concessiegebied;

i.

Openbaar Vervoer en collectief vervoer verricht door aanbieders van bestaand of nog op te zetten Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV; per 1 juli 2022 betreft dit in ieder geval vervoer verricht door de Regiotaxi Holland Rijnland en de Groene Hart Hopper);

j.

collectief vervoer verricht door aanbieders van kleinschalige Mobiliteitsdiensten (per 1 juli 2022 betreft het in ieder geval het vervoer zoals vermeld in Bijlage B@ van het Bestek); en

k.

door Derden verricht (besloten) vervoer voor Evenementen en naar P+R-terreinen.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 11 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

4.

Het hierboven genoemde (openbaar) vervoer wordt door de Concessiehouder gedoogd. De in lid 3 bedoelde gedoogplicht omvat mede dat de routes en/of de omvang van het te gedogen (openbaar) vervoer kunnen wijzigen. Dit betekent dat de Concessieverlener gedurende de Concessie bijvoorbeeld de te rijden routes, aantallen lijnen, frequenties en bedieningstijden van het te gedogen (openbaar) vervoer kan wijzigen, ook wanneer dit leidt tot een aanpassing van (Haltes gelegen langs) de verbindingen zoals opgenomen in Bijlage B3.

5.

De Concessiehouder stelt zich constructief op wat betreft wijzigingen in het te gedogen (openbaar) vervoer binnen het Concessiegebied.

Artikel 2.1.2 Concessiegrensoverschrijdende verbindingen 1.

Het is de Concessiehouder uitsluitend toegestaan op de in Bijlage B2 vermelde concessiegrensoverschrijdende verbindingen Ritten met herkomst of bestemming in het betreffende aangrenzende concessiegebied aan te bieden en daarbij te stoppen op alle Haltes gelegen aan de in Bijlage B2 vermelde routes, mits hij met iedere Rit ten minste één Halte in het Concessiegebied bedient. Het is de Concessiehouder derhalve niet toegestaan Ritten aan te bieden die uitsluitend het buiten het Concessiegebied gelegen Traject bedienen of uitsluitend uitgevoerd worden om in een Vervoervraag buiten het Concessiegebied te voorzien.

2.

De Concessiehouder biedt in elk geval in het eerste jaar van de Concessie Vast Openbaar Vervoer op alle in Bijlage B2 vermelde en in de Dienstregeling van het Dienstregelingjaar 2024, zijnde het laatste Dienstregelingjaar voor aanvang van de Concessie, opgenomen concessiegrensoverschrijdende verbindingen.

3.

De Concessiehouder stemt zijn aanbod op de in Bijlage B2 vermelde concessiegrensoverschrijdende verbindingen af op de Vervoervraag.

2.2

Concessieduur en -verlenging Artikel 2.2.1 Start en einde van de Concessie 1.

De Concessie treedt in werking op 15 december 2024, zijnde de wijzigingsdatum van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet in dat Kalenderjaar, bij aanvang van de dienst. De Concessie eindigt van rechtswege op de dag vóór de wijzigingsdatum van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet in december 2032. Naar verwachting is dit 12 december 2032.

2.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2.2 met instemming van de Concessiehouder de Concessie met maximaal vijf Jaar te verlengen.

3.

Onafhankelijk van het bepaalde in lid 2, behoudt de Concessieverlener zich het recht voor overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2.3 de Concessie eenzijdig met maximaal twee Jaar te verlengen.

4.

Onverminderd het bepaalde in lid 2 en 3 kan de Concessieverlener besluiten tot (verdere) verlenging van de Concessie, indien dit op grond van wet- en regelgeving is toegestaan. De Concessieverlener zal alsdan nader bepalen onder welke voorwaarden de (verdere) verlenging van de Concessie zal plaatsvinden.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 12 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

5.

Een verlenging van de Concessie op grond van dit artikel laat onverlet de bevoegdheid van de Concessieverlener om, conform artikel 47 van het Bp2000, het tijdvak waarvoor de Concessie is verleend eenmaal, onder gelijkluidende voorwaarden, voor een periode van ten hoogste twaalf maanden te verlengen, indien aanbesteding van een concessie voor een aansluitend tijdvak niet heeft geleid tot een concessieverlening.

6.

In geval van verlenging van de Concessie blijven de bepalingen in het Programma van Eisen, de Concessiebeschikking en de Inschrijving van de Concessiehouder onverminderd van kracht, en wel onder gelijkluidende voorwaarden, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder uitdrukkelijk anders overeen komen of al eerder overeen zijn gekomen. De Concessieverlener en de Concessiehouder kunnen de afspraken verbonden aan de Concessie bijvoorbeeld aanpassen aan beleidsmatige, demografische en/of technische ontwikkelingen. Ook kunnen de Concessieverlener en de Concessiehouder overeenkomen dat de financiële voorwaarden van de Concessie ten gunste van de Concessieverlener worden gewijzigd (bijvoorbeeld omdat bepaalde investeringen op de einddatum van de Concessie zoals genoemd in lid 1 zijn afgeschreven). De Concessieverlener kan het al dan niet verlengen van de Concessie afhankelijk maken van het al dan niet instemmen door de Concessiehouder met een wijziging van de financiële voorwaarden.

7.

De Concessiehouder verleent volledige medewerking aan de voorbereiding van de verlening en implementatie van de opvolgende concessie teneinde de continuïteit van het Openbaar Vervoer te waarborgen.

8.

Onverminderd de verplichtingen die tijdens de duur van de Concessie uit de Concessie voortvloeien, voldoet de Concessiehouder binnen 26 weken na beëindiging van de Concessie aan alle uit de Concessie voortvloeiende verplichtingen die naar hun aard bestemd zijn om door te lopen na beëindiging van de Concessie, waaronder het overdragen van gegevens en het opleveren van rapportages en (eind)verantwoordingen.

Artikel 2.2.2 Eerste verlengingsmogelijkheid van de duur van de Concessie 1.

De Concessieverlener zal, onafhankelijk van het gestelde in artikel 2.2.3, de Concessie met vijf Dienstregelingjaren verlengen indien de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangegeven dat alle Bussen die hij voor de uitvoering van de Concessie inzet vanaf aanvang van de Concessie en alle Auto’s vanaf drie jaar na aanvang van de Concessie classificeren als Nulemissievoertuigen.

2.

In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid, kan de Concessieverlener, onafhankelijk van het gestelde in artikel 2.2.3, uiterlijk binnen vier Jaar na aanvang van Concessie, eventueel op aanvraag van de Concessiehouder, besluiten de Concessie met maximaal vijf Dienstregelingjaren te verlengen indien naar zijn oordeel aan alle hierna volgende criteria is voldaan: a.

de Concessiehouder heeft ten behoeve van de uitvoering van de Concessie: i.

in zijn Inschrijving onvoorwaardelijk en onherroepelijk toegezegd uiterlijk vier jaar na aanvang van de Concessie in Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen te zullen investeren; en/of

ii.

voor aanvang van de Concessie dan wel uiterlijk op het moment van het besluit tot verlenging van de Concessie in Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen geïnvesteerd; en/of

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 13 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

iii.

na aanvang van de Concessie onvoorwaardelijk en onherroepelijk toegezegd om in geval van verlenging van de Concessie in Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen te zullen investeren, bovenop hetgeen de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangeboden;

zodat alle Bussen en Auto’s die de Concessiehouder vanaf 1 januari 2029 voor de uitvoerig van de Concessie inzet classificeren als Nulemissievoertuigen; b.

wet- en regelgeving verzetten zich niet tegen verlenging en de dan vigerende wet- en regelgeving maakt een looptijd van de Concessie langer dan tien DIenstregelingjaren mogelijk;

c.

de Concessiehouder is zijn verplichtingen voortvloeiende uit de Concessie naar het oordeel van de Concessieverlener structureel in voldoende mate nagekomen en de verwachting is dat de Concessiehouder dit zal blijven doen;

d.

de Concessiehouder heeft het Standaardformulier ‘Financieel Economische

Onderbouwing’ dat onderdeel is van zijn Inschrijving vóór een door de Concessieverlener nader te bepalen moment volledig, naar waarheid en naar tevredenheid van de Concessieverlener aangevuld met de informatie voor de Dienstregelingjaren waarmee de looptijd van de Concessie wordt verlengd. De Concessieverlener is – ook als aan bovenstaande criteria is voldaan – nooit verplicht om te besluiten dat de Concessie wordt verlengd. 3.

Ingeval de Concessieverlener niet tot verlenging van de Concessie besluit, is de Concessiehouder niet gehouden de in lid 2 sub a onder iii. bedoelde toezeggingen gestand te doen voor zover het toezeggingen betreft bovenop hetgeen de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangeboden. Hetgeen de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft aangeboden dient te allen tijde te worden uitgevoerd, ongeacht of de Concessie wordt verlengd of niet.

Artikel 2.2.3 Tweede verlengingsmogelijkheid van de Concessie 1.

De Concessieverlener kan, onafhankelijk van of in samenhang met de verlengingsmogelijkheid zoals beschreven in artikel 2.2.2, na overleg met de Concessiehouder, zelfstandig of op verzoek van de Concessiehouder besluiten de Concessie met maximaal twee Dienstregelingjaren te verlengen. De Concessieverlener kan hiertoe besluiten indien naar zijn oordeel aan alle hierna volgende criteria is voldaan: a.

de Concessiehouder is zijn verplichtingen voortvloeiende uit de Concessie naar het oordeel van de Concessieverlener structureel in voldoende mate nagekomen, waaronder tijdige, betrouwbare en valide informatievoorziening richting de Concessieverlener overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B11 en ontwikkeling en uitvoering van de plannen genoemd in Bijlage B12, en de verwachting is dat de Concessiehouder dit zal blijven doen; en

b.

de Concessiehouder heeft het Standaardformulier ‘Financieel Economische Onderbouwing’ dat onderdeel is van zijn Inschrijving vóór een door de Concessieverlener nader te bepalen moment volledig, naar waarheid en naar tevredenheid van de Concessieverlener aangevuld met de informatie voor de Dienstregelingjaren waarmee de looptijd van de Concessie wordt verlengd.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 14 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

De Concessieverlener is - ook als aan bovenstaande criteria wordt voldaan - nooit verplicht om te besluiten dat de Concessie wordt verlengd.

2.3

Taakafbakening in de Concessie Artikel 2.3.1 Algemene taakafbakening uitvoering Concessie 1.

De taken van de Concessiehouder bij de uitvoering van de Concessie bestaan in ieder geval uit: a.

Het (laten) verzorgen van Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten, inclusief het uitvoeren van alle bijbehorende taken en werkzaamheden die nodig zijn om het Openbaar Vervoer, het Deur-Halte Vervoer en deze Mobiliteitsdiensten uit te kunnen voeren, overeenkomstig de toezeggingen uit de Inschrijving, de eisen uit de Concessiebeschikking, het Bestek en het Programma van Eisen, en alle van toepassing zijnde wettelijke en financiële verplichtingen;

b.

Het planmatig verzorgen van de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en de door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten op zodanige wijze dat het vervoeraanbod voortdurend, zowel kwalitatief als kwantitatief, is afgestemd op de vraag vanuit de markt, waarbij de Concessiehouder prioriteit geeft aan een verdere bijdrage aan de realisatie van de in paragraaf 1.2 benoemde doelen;

c.

Het aanleggen, huren dan wel in eigendom overnemen, het onderhouden en/of het beheren van Productiemiddelen, Stalling(en), Eindpuntvoorzieningen, Haltepalen en Halteborden die geen eigendom van Wegbeheerders zijn 6;

d.

Het ontwikkelen en uitvoeren van maatregelen ter vergroting van het aantal Reizigers. onderscheiden naar de verschillende typen (potentiële) Reizigers, en ter verbetering van de toegankelijkheid, de (sociale) veiligheid, het imago en de betrouwbaarheid van het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer;

e.

Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Concessieverlener, de Regio’s en gemeenten/Wegbeheerders bij de ontwikkeling en/of uitvoering van het openbaar vervoerbeleid;

f.

Het uitvoeren, monitoren en evalueren van de maatregelen die worden aangekondigd in de plannen die deel uitmaken van de Inschrijving van de Concessiehouder en in de op te leveren producten in het kader van de Ontwikkelopdracht; en

g.

Alle overige voorkomende werkzaamheden die direct of indirect behoren of kunnen behoren tot de taken van een openbaar vervoerbedrijf dat zich als ondernemer in de mobiliteitsmarkt gedraagt.

2.

Tenzij anders is aangegeven, zijn alle investeringen en activiteiten die nodig zijn om bovengenoemde taken uit te voeren en/of om te kunnen voldoen aan de voorschriften die de Concessieverlener aan de Concessie verbonden heeft, voor rekening en risico van de Concessiehouder.

6

De aanleg, het beheer, de bereikbaarheid te voet en per auto en fiets, de toegankelijkheid en de sociaal veilige inrichting van Haltes is uitdrukkelijk geen taak van de Concessiehouder, maar van de betreffende gemeente/Wegbeheerder.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 15 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 16 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3

Eisen aan de beschikbaarheid

3.1

Voorzieningenniveau Artikel 3.1.1 Algemene uitgangspunten Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer 1.

De Concessiehouder biedt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.2.1 en artikel 3.7.1, op Werkdagen tussen 6:30 en 24:00 uur, op zaterdagen tussen 8:00 en 24:00 uur en op zon- en Feestdagen tussen 9:00 en 24:00 uur Openbaar Vervoer of Deur-Halte Vervoer.

2.

De Concessiehouder zet de Dienstregeling van het Openbaar Vervoer, bestaande uit een samenhangend netwerk van Lijnen die in een vast patroon Woonkernen met ten minste 800 inwoners en OV-Knooppunten met elkaar verbinden, zodanig op dat hij: a.

op stations Aansluiting biedt naar en van de voor Reizigers belangrijkste trein-, tram- en metroverbindingen;

b. c.

op OV-Knooppunten en Overstappunten Aansluiting biedt naar en van R-netlijnen; en op OV-Knooppunten en Overstappunten Aansluiting biedt tussen het Openbaar Vervoer en eventueel Deur-Halte Vervoer.

3.

De Concessieverlener onderscheidt binnen het netwerk van Openbaar Vervoer R-netlijnen, Stadslijnen, Streeklijnen, eventuele HOV-lijnen (niet zijnde R-netlijnen), Toeristenlijnen, Scholierenlijnen, Nachtlijnen en Buurtbuslijnen.

4.

De Concessiehouder stemt het aanbod aan Lijnen, Ritten en Deur-Halte Vervoer af op de Vervoervraag en onderbouwt in het Vervoerplan wijzigingen in plaatsen en tijden waarop hij Openbaar Vervoer en eventueel Deur-Halte Vervoer aanbiedt. De Concessiehouder gaat daarbij in ieder geval in op: a.

het bedienen van specifieke typen Reizigers zoals forensen, scholieren/studenten, keuzereizigers, ouderen en Reizigers met een Functiebeperking door middel van een op hun behoeften afgestemd aanbod van Openbaar Vervoer en eventueel Deur-Halte Vervoer;

b.

de wijze waarop hij tegemoet komt aan de hogere Vervoervraag gedurende de Spits en naar attracties zoals het strand en de Keukenhof of Evenementen zoals het Bloemencorso, Gouda bij Kaarslicht en de 3 Oktober Feesten; en

c.

de criteria die ten grondslag liggen aan de eventuele keuze voor de inzet van Oproepafhankelijk Openbaar Vervoer dan wel Deur-Halte Vervoer.

3.2

Bedieningseisen Artikel 3.2.1 Minimumeisen ten aanzien van de bediening van het Concessiegebied 1.

De Concessiehouder biedt gedurende de periodes zoals genoemd in artikel 3.1.1, lid 1 en met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.7.1, leden 4 en 5 in het Concessiegebied Openbaar Vervoer en eventueel Deur- Halte Vervoer volgens ten minste de minimumbedieningseisen genoemd in tabel 3.1 aan.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 17 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Tabel 3.1. Minimumbedieningseisen

Minimumfrequentie voor de minimaal te bedienen Halte:

Te bedienen gebied

Minimaal te bedienen

Werkdagen

Zaterdagen

Woonkernen met minder

n.v.t.

Deur-Halte Vervoer (zie artikel 3.7.1, lid 1)

Haltes

Zon- en Feestdagen

dan 800 inwoners en woonadressen gelegen buiten een Woonkern Woonkernen zoals

Eén Halte die hemelsbreed

6 Ritten per

5 Ritten per

4 Ritten per

opgenomen in Bijlage B5,

maximaal 800 meter vanaf

richting per

richting per

richting per

alsmede Woonkernen met

het Geografisch

dag,

dag,

dag,

in het voorgaande

Zwaartepunt van de

uitgevoerd met Vast Openbaar Vervoer waar

Dienstregelingjaar 800 tot

Woonkern gelegen is7

nodig aangevuld met Deur-Halte Vervoer (zie

3.000 inwoners Woonkernen zoals

artikel 3.7.1, lid 2) Eén of meerdere Haltes

12 Ritten per

9 Ritten per

6 Ritten per

opgenomen in Bijlage B5,

zodanig dat:

richting per

richting per

richting per

alsmede Woonkernen met

-

80% van de

dag,

dag,

dag,

in het voorgaande

woonadressen binnen de

uitgevoerd met Vast Openbaar Vervoer waar

Dienstregelingjaar ten

Woonkern hemelsbreed

nodig aangevuld met Deur-Halte Vervoer (zie

minste 3.000 inwoners

binnen 800 meter van

artikel 3.7.1, lid 2)

een R-nethalte of Station dan wel 500 meter van een Halte ligt, en -

100% van de woonadressen binnen de Woonkern hemelsbreed binnen 1.200 meter van een R-nethalte of Station dan wel 800 meter van een Halte ligt.

Bedrijventerreinen zoals

Eén of meerdere Haltes

3 Ritten per

opgenomen in Bijlage B5,

zodanig dat 80% van de

richting per

alsmede (nieuwe)

arbeidsplaatsen

dag,

bedrijventerreinen met ten

hemelsbreed binnen 1.200

uitgevoerd met Vast Openbaar Vervoer waar

minste 2.500

meter van een R-nethalte of

nodig aangevuld met Deur-Halte Vervoer (zie

arbeidsplaatsen

Station dan wel 800 meter

artikel 3.7.1, lid 2)

n.v.t.

n.v.t.

van een Halte ligt.

2.

Bij de invulling van de minimumbedieningseisen neemt de Concessiehouder in ieder geval het volgende in acht:

7

Voor de Woonkernen Ammerstol en Gouderak geldt dat de Halte waarmee deze Woonkernen bediend worden aan dezelfde kant van de rivier moet liggen als de Woonkern.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 18 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

a.

de Concessiehouder stemt de verdeling van het minimumaantal Ritten zoals genoemd in tabel 3.1 af op het verloop van de Vervoervraag over de dag;

b.

het is de Concessiehouder toegestaan met een combinatie van Lijnen te voldoen aan de minimumfrequenties zoals genoemd in tabel 3.1;

c.

de Concessiehouder actualiseert jaarlijks de gegevens over de omvang en grenzen van bestaande en eventuele nieuwe Woonkernen en Bedrijventerreinen in het Concessiegebied op basis van de in Bijlage B5 genoemde bronnen en past indien nodig zijn aanbod aan Openbaar Vervoer bij de Dienstregeling voor het daaropvolgende Dienstregelingjaar aan om aan de minimumfrequenties zoals genoemd in tabel 3.1 te blijven voldoen8; en

d.

indien de Concessiehouder met de bediening van de door de Wegbeheerder(s) beschikbaar gestelde Haltes voor (een) bepaalde Woonkern(en) of Bedrijventerrein(en) niet kan voldoen aan de in tabel 3.1 beschreven bedieningseisen, kan de Concessieverlener ontheffing verlenen voor de verplichte bediening van (een deel van) betreffende Woonkern dan wel het betreffende Bedrijventerrein. Indien de betrokken Wegbeheerder (een) extra Halte(s) in de betreffende Woonkern dan wel op het betreffende Bedrijventerrein plaatst, die de Concessiehouder in staat stelt (stellen) om in grotere mate of volledig aan de in tabel 3.1 gestelde eisen te voldoen, vervalt, nadat de Concessieverlener hem heeft bericht dat de betreffende Halte(s) moet(en) worden bediend, de ontheffing voor de verplichte bediening van (een deel van) de betreffende Woonkern dan wel het betreffende Bedrijventerrein en neemt de Concessiehouder deze Halte(s) op in de Dienstregeling voor het volgende Dienstregelingjaar.

3.

De Concessiehouder verbindt Woonkernen met ten minste 800 inwoners en Bedrijventerreinen met ten minste 2.500 arbeidsplaatsen met ten minste één OV-Knooppunt. Deze verbinding mag ten hoogste één overstap kennen, mits de Concessiehouder Aansluiting biedt.

4.

De Concessiehouder ontsluit de zorginstellingen genoemd in Bijlage B5 en eventuele andere zorginstellingen in het Concessiegebied met ten minste 900 bezoekers per dag (waaronder begrepen het personeel van deze instellingen) met Vast Openbaar Vervoer via een Halte die maximaal 500 meter hemelsbreed van de hoofdingang van de desbetreffende zorginstelling gelegen is.

8

Dit kan het geval zijn indien:

de locatie van het Geografisch Zwaartepunt van Woonkernen vanaf 800 maar met minder dan

het aantal woonadressen in Woonkernen vanaf 3.000 inwoners die een (hemelsbrede)

3.000 inwoners wijzigt; maximale afstand tot een Halte kennen verandert;

de Woonkern in omvang groeit of krimpt waardoor op deze Woonkern andere bedieningseisen

het aantal of de locatie van arbeidsplaatsen op een Bedrijventerrein wijzigt waardoor minder

van toepassing zijn (conform het bepaalde in tabel 3.1); of dan 80% van de arbeidsplaatsen binnen de in tabel 3.1 genoemde afstand (hemelsbreed) van een Halte ligt. HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 19 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

5.

De Concessiehouder bedient (i) iedere nieuwe Woonkern en iedere uitbreiding van een bestaande Woonkern waarvan de Concessieverlener op grond van de bouwplannen 9 heeft vastgesteld dat hier ten minste 800 mensen gaan wonen, vanaf het moment van geplande oplevering van de 50e woning, en (ii) ieder nieuw Bedrijventerrein en iedere uitbreiding van een bestaand Bedrijventerrein waarvan de Concessieverlener op grond van de bouwplannen heeft vastgesteld dat hier ten minste 2.500 nieuwe arbeidsplaatsen komen, vanaf het moment dat de 250e arbeidsplaats een feit is. De Concessiehouder neemt daarbij de bedieningseisen zoals genoemd in tabel 3.1 in acht. De verplichting zoals bedoeld in de eerste volzin van dit lid geldt vanaf het moment dat de betreffende Wegbeheerder(s) naar het oordeel van de Concessieverlener voor het Openbaar Vervoer geschikte en veilig te gebruiken infrastructuur, waaronder een goed toegankelijke Halte beschikbaar heeft gesteld, een en ander conform het bepaalde in lid 2 sub d van dit artikel.

Artikel 3.2.2 Verplichte bediening van Haltes in het eerste jaar van de Concessie 1.

De Concessiehouder bedient in het eerste Dienstregelingjaar van de Concessie alle Haltes die in de Dienstregeling van het Dienstregelingjaar 2023 zijn opgenomen met Openbaar Vervoer, met uitzondering van Haltes gelegen aan routes die vanwege wegomleidingen tijdelijk in de Dienstregeling zijn opgenomen.

2.

De Concessiehouder kan na het eerste jaar van de Concessie in het kader van de Dienstregeling voor het volgende Dienstregelingjaar voorstellen doen om Haltes niet langer of minder frequent te bedienen.

9

De Concessieverlener baseert zich hierbij op algemeen toegankelijke informatie die de status van de woningbouwplannen beschrijft. Woningbouwplannen dienen te zijn vastgesteld.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 20 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3.3

OV-Knooppunten, Overstappunten, Verplichte Verbindingen en Verplichte Haltes Artikel 3.3.1 OV-Knooppunten en Overstappunten 1.

De Concessiehouder neemt in ieder geval de locaties genoemd in tabel 3.2 op als OVKnooppunt dan wel Overstappunt in zijn netwerk van Vast Openbaar Vervoer.

Tabel 3.2. Overzicht OV-Knooppunten en Overstappunten

2.

OV-Knooppunt

Alphen aan den Rijn, station

OV-Knooppunt

Gouda, station

OV-Knooppunt

Leiden Centraal, station

OV-Knooppunt

Sassenheim, station

OV-Knooppunt

Voorhout, station

Overstappunt

Leiderdorp Alrijne Ziekenhuis

Overstappunt

Bergambacht Centrum

Overstappunt

Bodegraven, station

Overstappunt

Gouweknoop10

Overstappunt

Hazerswoude-Rijndijk11

Overstappunt

Hillegom (Woonkern)

Overstappunt

Leiden Lammenschans, station

Overstappunt

Nieuwerkerk aan den IJssel, station

Overstappunt

Schoonhoven West

Overstappunt

Voorschoten, station

Overstappunt

Waddinxveen, station

De Concessieverlener kan, na overleg met de Concessiehouder, OV-Knooppunten en/of Overstappunten aan tabel 3.2 toevoegen en/of laten vervallen, in welk geval de Concessiehouder deze aanpassingen in het eerstvolgende Dienstregelingjaar verwerkt in zijn netwerk van Vast Openbaar Vervoer. De Concessiehouder volgt daarbij de procedure zoals beschreven in artikel 3.8.2.

3.

Het is de Concessiehouder toegestaan op eigen initiatief doch met inachtneming van de procedure zoals beschreven in artikel 3.8.2 (een) extra Overstappunt(en) in zijn netwerk van Vast Openbaar Vervoer op te nemen (bijvoorbeeld in zijn Inschrijving). Het is de Concessiehouder in dat geval niet toegestaan het (de) desbetreffende Overstappunt(en) zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener weer te laten vervallen.

4.

De Concessieverlener kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het vorige lid indien de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat het opnemen van een Overstappunt in het netwerk van Vast Openbaar Vervoer geen vervoerkundige

10

Vanaf het moment dat hier een woonwijk wordt gerealiseerd en de Wegbeheerder hier een Halte heeft aangelegd (zie artikel 3.2.1, lid 5).

11

Vanaf het moment dat hier een Station wordt gerealiseerd dat met een treinverbinding naar Leiden Centraal wordt bediend, en de desbetreffende Wegbeheerder hier een Halte heeft aangelegd.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 21 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

meerwaarde heeft (bijvoorbeeld als er slechts sprake zou zijn van concurrentie tussen trein en Bus als gevolg van het opnemen van een station in het netwerk van Vast Openbaar Vervoer) en/of een Overstappunt niet goed bereikbaar is voor een Bus. Indien de betrokken Wegbeheerder de bereikbaarheid van het betreffende Overstappunt verbetert en zo de Concessiehouder in staat stelt om het Overstappunt te bedienen, vervalt, nadat de Concessieverlener hem heeft bericht dat het betreffende Overstappunt moet worden bediend, de ontheffing voor het betreffende Overstappunt en neemt de Concessiehouder dit Overstappunt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk met ingang van het volgende Dienstregelingjaar, op in de Dienstregeling. De Concessiehouder volgt daarbij de procedure zoals beschreven in artikel 3.8.2.

Artikel 3.3.2 Verplichte Corridors en overige verplichte verbindingen 1.

De Concessiehouder neemt alle Corridors zoals weergegeven in figuur 3.1 op in zijn netwerk van Vast Openbaar Vervoer en bedient de Haltes gelegen op deze Corridors in elk geval met R-netlijnen zoals beschreven in artikel 3.4.1.

Figuur 3.1: Corridors R-net

2.

De Concessiehouder neemt naast de in het vorige lid bedoelde Corridors, met inachtneming van het bepaalde in Bijlage B2, de volgende verbindingen met een belangrijke grensoverschrijdende functie op in zijn netwerk van Vast Openbaar Vervoer: a.

Leiden – Duin- en Bollenstreek – Haarlem;

b.

Duin- en Bollenstreek – Hoofddorp/Schiphol;

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 22 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3.

c.

Alphen aan den Rijn – Uithoorn;

d.

Regio Holland Rijnland – Den Haag CS;

e.

Regio Midden Holland – Den Haag CS;

f.

Regio Midden Holland – Zevenhuizen – Rotterdam; en

g.

Regio Midden Holland – Krimpen aan den IJssel – Rotterdam.

De Concessiehouder biedt in samenwerking met de concessiehouder van de betreffende aangrenzende concessie een doorgaande Lijn, dat wil zeggen zonder overstap, op de route Utrecht – Schoonhoven West – Rotterdam Capelsebrug aan in de vorm van een exploitatieve koppeling van de concessiegrensoverschrijdende verbinding richting Rotterdam Capelsebrug (lijn 295 zoals genoemd in Bijlage B2) met de te gedogen verbinding vanuit Schoonhoven West richting de provincie Utrecht (lijn 195 zoals genoemd in Bijlage 3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1453/documents/18520