CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db08 Bijlage 1 - Programma van Eisen.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken45.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

14 alinea's met “procedure”: 581 583 594 620 630 883 920 1204 1224 1540 1779 1865 2104 2490

i.

de voorzieningen die de Concessiehouder treft voor het waarborgen van een verantwoorde mate van veiligheid van Reizigers en van het Personeel;

j.

de procedure voor de behandeling van klachten van Reizigers;

k.

een regeling over een vergoeding aan Reizigers in geval van verstoring in de uitvoering van de Dienstregeling of ander ongemak, buiten de schuld van de betreffende Reiziger;

l.

de aan het publiek kenbaar gemaakte doelstellingen van de Concessiehouder over de kwaliteit van het door hem te verrichten Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer; en

m. de kwaliteit en het comfort van tijdens de implementatieduur en/of tijdens de concessieduur aan te schaffen of aan te passen Materieel. 3.

De Concessiehouder legt, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B11, in ieder geval de volgende, in het kader van de Ontwikkelopdracht op te stellen producten ter advisering voor aan het ROCOV Hollands Midden (RHM): a.

het Ontwikkelplan;

b.

het Vervoerplan;

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 80 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

c.

een analyse van de vraag, het aanbod en het gebruik van het Openbaar Vervoer, DeurHalte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten;

d.

het Marketingplan;

e.

de evaluatie/effectmeting zoals genoemd in Bijlage B11;

f.

voorstellen voor wijziging van het Tariefstelsel; en

g.

het Actieplan Sociale Veiligheid.

Artikel 6.2.2 Adviesprocedure 1.

De Concessiehouder kondigt een adviesaanvraag zoals bedoeld in leden 2 en 3 van artikel 6.2.1 ten minste vier weken voorafgaand aan het moment van de verzending van die aanvraag schriftelijk en/of per e-mail aan bij het ROCOV Hollands Midden (RHM).

2.

De Concessiehouder vraagt een advies zoals bedoeld in leden 2 en 3 van artikel 6.2.1 op een zodanig tijdstip dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de door de Concessiehouder te nemen beslissing (conform artikel 31, lid 4 van de Wp2000).

3.

De Concessiehouder geeft het ROCOV Hollands Midden (RHM) ten minste vijf weken de tijd, gerekend vanaf het moment van ontvangst van de adviesaanvraag, om een advies op te stellen.

4.

De Concessiehouder voorziet het ROCOV Hollands Midden (RHM) uiterlijk binnen twee weken na een verzoek hiertoe van informatie die naar het oordeel van het ROCOV Hollands Midden (RHM) noodzakelijk is om een onderbouwd advies op te stellen, in ieder geval voor zover de gevraagde informatie onderdeel is van de door de Concessiehouder aan de Concessieverlener te leveren informatie zoals genoemd in Bijlage B11.

5.

De Concessiehouder geeft het ROCOV Hollands Midden (RHM) de gelegenheid met de Concessiehouder, eventueel in het bijzijn van de Concessieverlener, overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht (conform artikel 31, lid 2 van de Wp2000). Dit overleg vindt op zijn vroegst één week na ontvangst van de adviesaanvraag en uiterlijk 2 weken voor het moment waarop het ROCOV Hollands Midden (RHM) een advies moet indienen plaats.

6.

De Concessiehouder stelt het ROCOV Hollands Midden (RHM) uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van een advies in kennis van een beslissing die hij neemt naar aanleiding van het uitgebrachte advies. Indien de Concessiehouder afwijkt van het advies van het ROCOV Hollands Midden (RHM) informeert hij deze over de redenen daarvan (conform artikel 31, lid 5 van de Wp2000).

7.

In aanvulling op het bepaalde in het vorige lid biedt de Concessiehouder het ROCOV Hollands Midden (RHM) de gelegenheid voor nader overleg alvorens gevolg te geven aan zijn beslissing (conform artikel 31, lid 5 van de Wp2000).

Artikel 6.2.3 Overige bepalingen ROCOV Hollands Midden (RHM) 1.

De Concessiehouder informeert het ROCOV Hollands Midden (RHM) ten minste één maal per Dienstregelingjaar schriftelijk en/of per e-mail over in ieder geval de volgende onderwerpen: a.

uitvoering van de Dienstregeling;

b.

Aansluiting en afstemming met andere netwerken van Openbaar Vervoer;

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 81 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

c.

de ontwikkeling in het gebruik van het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten die de Concessiehouder aanbiedt (Vervoervraag, waaronder migratie van het doelgroepenvervoer naar het Openbaar Vervoer en het Deur-Halte Vervoer) en maatregelen voor de stimulering van het toekomstige gebruik, waaronder klantenacties;

2.

d.

informatievoorziening;

e.

halteplaatsen;

f.

verbeteringen, veranderingen, innovaties en knelpunten;

g.

uitval Ritten, beschikbare zitplaatsen, punctualiteit en overige kwaliteitsindicatoren;

h.

overzicht van Incidenten op het gebied van sociale veiligheid;

i.

overzicht klachtenafhandeling en uitspraken geschillencommissie; en

j.

advies reizigerspanel of reizigersplatforms.

De Concessiehouder onderzoekt de door het ROCOV Hollands Midden (RHM) op eigen initiatief opgestelde en onderbouwde voorstellen voor verbetering of verandering van het Openbaar Vervoer, het Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten op haalbaarheid en koppelt de resultaten van dit onderzoek terug aan het ROCOV Hollands Midden (RHM).

3.

De Concessiehouder conformeert zich wat betreft de advisering door en samenwerking met het ROCOV Hollands Midden (RHM) aan de afspraken zoals vastgelegd in de regeling Structurering overleg en advisering consumentenoverleg provincie Zuid-Holland in kader Wp2000 of diens opvolger(s).

6.3

Samenwerking met de Concessieverlener en externe partijen Artikel 6.3.1 Samenwerkingsverklaring 1.

De Concessieverlener en de Concessiehouder stellen tijdens de implementatieperiode gezamenlijk een samenwerkingsverklaring op waarin zij de door beide partijen gewenste manier van samenwerken inclusief procesafspraken tijdens de implementatieperiode en de looptijd van de Concessie beschrijven.

2.

De Concessieverlener en de Concessiehouder ondertekenen beiden de in het vorige lid bedoelde samenwerkingsverklaring. Beide partijen zullen te allen tijde naar redelijkheid en billijkheid handelen in de geest van deze samenwerkingsverklaring gedurende zowel de implementatieperiode als de looptijd van de Concessie.

Artikel 6.3.2 Stuurgroep OV-ZHN 1.

De Concessieverlener stelt een Stuurgroep OV-ZHN in, bestaande uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de provincie Zuid-Holland, de regio Holland Rijnland en de regio Midden-Holland, waarbij de provincie Zuid-Holland de voorzitter levert en het secretariaat verzorgt.

2.

De Concessiehouder heeft minimaal twee maal per Kalenderjaar overleg met de Stuurgroep OV-ZHN over hetgeen de Concessiehouder in de afgelopen periode heeft bereikt en in de volgende periode wil bereiken. Basis voor dit overleg zijn de in Bijlage B11 benoemde op te leveren producten en de resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek genoemd in artikel 7.4.2. De Concessiehouder en de leden van de Stuurgroep OV-ZHN hebben tevens de

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 82 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

mogelijkheid om aanvullende of alternatieve plannen en suggesties te agenderen. De overleggen met de Stuurgroep OV-ZHN worden voorbereid in een werkgroep, bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van de Concessieverlener, de Regio’s en de Concessiehouder. 3.

De Concessiehouder levert de plannen die hij volgens het overzicht in Bijlage B12.1 ter toetsing of goedkeuring aan de Concessieverlener moet voorleggen, tijdig ter advisering aan de Stuurgroep OV-ZHN aan, en wel uiterlijk op een door de Concessieverlener nader aan te geven aanleverdatum zodanig dat de Concessieverlener de gelegenheid heeft het overleg met de Stuurgroep OV-ZHN ambtelijk met vertegenwoordigers van de Regio ’s voor te bereiden.

4.

De Concessieverlener toetst de plannen als bedoeld in het vorige lid aan de concessievoorwaarden en het Beleidskader (Bijlage B16.1) en rapporteert de bevindingen aan de Stuurgroep OV-ZHN. De Stuurgroep OV-ZHN brengt vervolgens schriftelijk advies uit aan de Concessiehouder. De Concessiehouder verwerkt adviezen van de Stuurgroep OVZHN in zijn plannen en geeft bij een volgend overleg van de Stuurgroep OV-ZHN aan hoe hij hiermee om is gegaan. De Concessieverlener betrekt de motivering van de Concessiehouder om adviezen niet over te nemen bij zijn besluit tot goedkeuring van of instemming met het betreffende plan of voorstel.

5.

De Concessiehouder zorgt dat de Concessieverlener eventuele bestuurlijke afspraken kan nakomen die de Concessieverlener met de Regio’s maakt inzake de samenwerking tijdens de looptijd van de Concessie.

Artikel 6.3.3 Concessie-overleg 1.

Tijdens de looptijd van de Concessie vindt minimaal eens per maand een concessie-overleg plaats tussen de Concessiehouder en Concessieverlener over de gang van zaken bij de uitvoering van de Concessie. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor, indien daar aanleiding voor is, de overlegfrequentie te verhogen dan wel te verlagen.

2.

Tijdens het concessie-overleg komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: a.

de uitvoering van plannen, voorstellen en eventuele verbeterplannen voor het lopende Dienstregeling- of Kalenderjaar;

b.

ontwikkeling in gebruik en opbrengsten van het Openbaar Vervoer en indien van toepassing het Deur-Halte Vervoer en door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten;

c.

ontwikkeling van prestaties in relatie tot de outputnormen zoals genoemd in artikel 7.3.1;

d. e.

eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering; afstemming en samenwerking met aanbieders en opdrachtgevers van CVV-systemen en Andere Mobiliteitsdiensten, Wegbeheerders en andere bij de uitvoering van de Concessie betrokken partijen; en

f.

de opzet van plannen, voorstellen, rapportages en analyses voor het lopende en komende Dienstregeling- of Kalenderjaar die volgens het overzicht in Bijlage B11 ter bespreking, ter toetsing of ter goedkeuring aan de Concessieverlener moeten voorgelegd.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 83 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Artikel 6.3.4 Samenwerking en overleg met Wegbeheerders 1.

De Concessiehouder zorgt dat de Concessieverlener eventuele bestuurlijke afspraken kan nakomen die de Concessieverlener met de Wegbeheerders maakt inzake de beschikbaarheid van de infrastructuur.

2.

De Concessiehouder heeft een signaalfunctie richting Wegbeheerders op het gebied van infrastructurele en/of doorstromingsproblemen. Ingeval de Concessiehouder op een route te maken heeft of krijgt met infrastructurele en/of doorstromingsproblemen die de stiptheid van de dienstuitvoering in de weg staan, treedt de Concessiehouder in overleg met de betreffende Wegbeheerder(s) over mogelijke doorstromingsmaatregelen of andere oplossingen.

3.

De Concessiehouder heeft minimaal één maal per Kalenderjaar, of zoveel vaker als nodig is gegeven geplande wegwerkzaamheden en aanpassingen van de Infrastructuur, overleg met de Wegbeheerders betreffende de kwaliteit en effectiviteit van het aangeboden Openbaar Vervoer en eventueel Deur-Halte Vervoer alsmede de wijze waarop toekomstige ontwikkelingen vanuit beider verantwoordelijkheid worden vormgegeven. Om de noodzaak tot overleg goed te kunnen beoordelen, zullen de Wegbeheerders de Concessiehouder als agenda-lid toevoegen aan hun regioregie overleggen die in principe vier keer per jaar plaatsvinden.

4.

De Concessiehouder betrekt de Wegbeheerders bij de uitvoering van de Ontwikkelopdracht zoals bedoeld in paragraaf 6.1.

5.

De Concessiehouder informeert de Concessieverlener wanneer Wegbeheerders hem niet tijdig informeren over (voorstellen tot) aanpassingen van de Infrastructuur, voorziene wegwerkzaamheden waardoor Infrastructuur tijdelijk niet beschikbaar is voor Openbaar Vervoer en eventueel Deur-Halte Vervoer dan wel wijzigingen in de prioritering van het Openbaar Vervoer bij verkeersregelinstallaties en de daarvoor benodigde apparatuur als bedoeld in leden 4 en 5 van artikel 4.10.3.

6.

De Concessiehouder reageert binnen een termijn van vijftien Werkdagen op voorstellen van Wegbeheerders voor aanpassingen en wijzigingen als bedoeld in het vorige lid die gevolgen voor het Openbaar Vervoer en eventueel Deur-Halte Vervoer (kunnen) hebben. In zijn reactie gaat de Concessiehouder in ieder geval in op mogelijke gevolgen voor de uitvoering van het Openbaar Vervoer, waaronder een wijziging van routes en bediening van Haltes en meer- of minderkosten, de implicaties hiervan voor Reizigers in termen van beschikbaarheid en kwaliteit van het Openbaar Vervoer, en eventuele alternatieven.

7.

De Concessiehouder dient verzoeken tot nieuwe, dan wel uitbreidingen van bestaande voorzieningen voor Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten tijdig per post en/of per e-mail in bij de betreffende partij. De Concessiehouder voorziet zijn verzoeken van een deugdelijke motivering.

8.

De Concessiehouder heeft op generlei wijze recht op realisatie van de door hem geuite verzoeken en/of wensen, zoals bedoeld in het vorige lid en in lid 8 van artikel 4.11.1.

9.

De Concessiehouder geeft wijzigingen in de Dienstregeling tijdig per post en/of per e-mail aan de betreffende Wegbeheerders door, opdat zij eventuele verkeersbeïnvloedingssystemen tijdig kunnen aanpassen.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 84 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Artikel 6.3.5 Samenwerking en overleg met Regio’s en gemeenten 1.

De Concessiehouder vraagt de Regio’s om advies over voorgenomen wijzigingen van de Dienstregeling zoals beschreven in een concept-Vervoerplan. De Concessiehouder voorziet

de Regio’s tijdig van voldoende informatie om een onderbouwd advies te kunnen geven. Indien de Concessiehouder afwijkt van de ontvangen adviezen, verstrekt hij een deugdelijke motivering aan de betreffende Regio en, tezamen met het Vervoerplan, aan de Concessieverlener. 2.

De Concessiehouder onderzoekt en reageert inhoudelijk op: a.

haalbaarheid van door Regio’s en/of gemeenten opgestelde en van een deugdelijke motivering voorziene verbetervoorstellen;

b.

plannen van gemeenten voor toekomstige werkzaamheden (nieuwbouw, groot onderhoud, et cetera) in relatie tot de aanwezige dan wel gewenste voorzieningen voor Openbaar Vervoer; en

c.

eventuele hinder die (Reizigers in) het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer ondervinden door infrastructurele beperkingen en/of overig verkeer, alsmede het reduceren en voorkomen van (nieuwe) hinder.

Artikel 6.3.6 Samenwerking en overleg met andere concessieverleners 1.

De Concessiehouder betrekt de concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden bij de ontwikkeling van de concessiegrensoverschrijdende verbindingen zoals genoemd in Bijlage B2.

2.

De Concessiehouder vraagt de in het vorige lid bedoelde concessieverleners om advies in geval van voorgenomen wijzigingen in het aanbod op de voor hen relevante concessiegrensoverschrijdende verbindingen. De Concessiehouder voorziet de betreffende concessieverleners tijdig van voldoende informatie om een onderbouwd advies te kunnen geven en houdt hierbij in ieder geval rekening met de voorbereidingstermijnen die de concessiehouders in de betreffende aangrenzende concessiegebieden hanteren. Indien de Concessiehouder afwijkt van de ontvangen adviezen, verstrekt hij een deugdelijke motivering aan de betreffende concessieverlener(s) en, tezamen met het Vervoerplan, aan de Concessieverlener.

Artikel 6.3.7 Samenwerking en overleg met andere concessiehouders en overige (lokale) aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten 1.

Indien de Concessieverlener daarom verzoekt, zoekt de Concessiehouder constructief en tijdig afstemming met een op te richten MaaS-platform teneinde gezamenlijk met Derden het aanbod van en de aansluitingen tussen de verschillende vormen van vervoer en Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied te verbeteren. Deze afstemming kan gaan over een goede afstemming van het vervoer, uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling.

2.

De Concessiehouder maakt proactief, constructief en tijdig afspraken met de exploitant(en) die in het Concessiegebied CVV verzorgen en met de exploitant(en) van Openbaar Vervoer in en vanuit aangrenzende concessiegebieden over een goede afstemming van het

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 85 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Openbaar Vervoer, uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling. 3.

De Concessiehouder treedt met exploitanten van Andere Mobiliteitsdiensten in overleg indien zij daarom verzoeken en bespreekt de mogelijkheid uitwisseling van informatie voor de fabricage van kaartmateriaal en dienstverleningsconcepten en -producten en informatieverstrekking over de Dienstregeling, teneinde de overstap tussen Openbaar Vervoer en Andere Mobiliteitsdiensten voor Reizigers zo makkelijk mogelijk te maken. De Concessiehouder stelt de Concessieverlener op de hoogte van het verloop van deze gesprekken.

4.

De Concessiehouder organiseert minimaal eens per Kalenderjaar een overleg met de exploitant(en) genoemd in leden 2 en 3, eventueel in aanwezigheid van de Concessieverlener. De Concessieverlener behoudt zich het recht voor, indien daar aanleiding voor is, de overlegfrequentie te verhogen dan wel te verlagen.

5.

De Concessiehouder werkt aan het einde van de looptijd van de Concessie actief en constructief mee aan de voorbereidingen van de opvolgende concessie door de nieuwe concessiehouder, onder andere waar het gaat om de eventuele overgang van Personeel en, in geval van een overnameregeling, de overdracht van Nulemissievoertuigen en Productiemiddelen.

6.

De Concessiehouder stelt de opvolgende concessiehouder - na voorafgaande toestemming van de Concessieverlener - vanaf één maand voorafgaand aan de startdatum van de opvolgende concessie in staat om (reis)informatie over de opvolgende concessie te bevestigen aan de Haltepalen (zonder dat daarbij de (reis)informatie van de Concessiehouder verwijderd of onleesbaar wordt) en tijdelijk weer te geven op de in leden 4 en 5 van artikel 4.5.6 bedoelde Displays in de Voertuigen.

Artikel 6.3.8 Samenwerking met MaaS-dienstverleners 1.

De Concessiehouder voldoet aan de eisen zoals opgenomen in het document Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen21.

2.

De Concessiehouder implementeert wijzigingen van en aanvullingen op de eisen als genoemd in lid 1 binnen één jaar na publicatie van een gewijzigde of vervangende versie van het document Concessiebijlage MaaS-waardige bestekseisen.

21

https://www.crow.nl/kennis/bibliotheek-verkeer-en-vervoer/kennisdocumenten/maaswaardige-ovconcessies

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 86 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

7

Financiering, sturing en monitoring

7.1

Bijdragen Artikel 7.1.1 Exploitatiebijdrage en Ontwikkelbijdrage 1.

De Concessieverlener stelt een Exploitatiebijdrage van maximaal € 33,7 miljoen (prijspeil 2021) plus € 2,45 miljoen (prijspeil 2022) per Kalenderjaar ter beschikking voor de uitvoering van de Concessie, waaronder het in de Inschrijving aangeboden aantal Gewogen Dienstregelinguren en Deur-Halte Vervoer. De Concessieverlener indexeert de Exploitatiebijdrage jaarlijks volgens de Landelijke Bijdrage Index (LBI), en wel voor het eerst in het kalenderjaar na het genoemde prijspeiljaar.

2.

In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is het de Concessiehouder toegestaan in enig Dienstregelingjaar maximaal 1% minder Gewogen Dienstregelinguren in te zetten dan hij in de Inschrijving heeft aangeboden zonder dat dit leidt tot een wijziging van de Exploitatiebijdrage, dit onder de voorwaarde dat het gemiddelde aantal ingezette Gewogen Dienstregelinguren per Dienstregelingjaar over de looptijd van de Concessie ten minste gelijk is aan het in de Inschrijving aangeboden aantal Gewogen Dienstregelinguren.

3.

Van de Exploitatiebijdrage is een bedrag geoormerkt voor de uitvoering van Buurtbuslijnen.

Dit betreft een bedrag van € 30.495,28 (prijspeil 2021) per door de Concessieverlener goedgekeurd Buurtbuslijn ongeacht het aantal Buurtbussen waarmee een Buurtbuslijn wordt uitgevoerd. Bij de start van de Concessie komt dit neer op een totaalbedrag van € 213.467 (prijspeil 2021) voor de uitvoering van de Buurtbuslijnen genoemd in artikel 3.4.2. 4.

In geval van een door de Concessieverlener goedgekeurde uitbreiding van het aantal Buurtbuslijnen verhoogt de Concessieverlener het geoormerkt bedrag voor de uitvoering van

Buurtbuslijnen met € 30.495,28 (prijspeil 2021) per extra Buurtbuslijn en staat de Concessieverlener de Concessiehouder toe het in de Inschrijving aangeboden aantal Gewogen Dienstregelinguren te verminderen met dit bedrag gedeeld door het minderwerktarief zoals opgenomen in artikel @.@.@ van de Concessiebeschikking tenzij de Concessieverlener besluit de Exploitatiebijdrage met hetzelfde bedrag te verhogen. Het besluit tot verlening van de Concessie houdt niet de goedkeuring in van een eventueel door de Concessiehouder in de Inschrijving voorgestelde uitbreiding van Buurtbuslijnen. 5.

In geval van een door de Concessieverlener goedgekeurde vermindering van het aantal ingezette Buurtbussen verlaagt de Concessieverlener de Exploitatiebijdrage met het

geoormerkte bedrag van € 30. 495,28 (prijspeil 2021) per Buurtbus of geeft de Concessieverlener de Concessiehouder opdracht het in de Inschrijving aangeboden aantal Gewogen Dienstregelinguren te verhogen met dit bedrag gedeeld door het meerwerktarief zoals opgenomen in artikel @.@.@ van de Concessiebeschikking. 6.

Van de Exploitatiebijdrage is een bedrag van € 500.000,00 (prijspeil 2025) geoormerkt ten behoeve van de uitvoering van de Ontwikkelopdracht (= Ontwikkelbijdrage). De Ontwikkelbijdrage dient ter (gedeeltelijke) compensatie van de kosten voor werkzaamheden van de Concessiehouder in het kader van de Ontwikkelopdracht.

7.

De Exploitatiebijdrage is de enige bijdrage die de Concessiehouder van de Concessieverlener ontvangt voor de uitvoering van de Concessie. Tenzij in de Concessiebeschikking (inclusief Bijlagen) of het Programma van Eisen expliciet anders is

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 87 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

bepaald zijn alle kosten die de Concessiehouder in het kader van de uitvoering van de Concessie maakt voor zijn rekening en risico en kan hij geen aanspraak maken op een extra financiële bijdrage van de Concessieverlener. De Concessiehouder ontvangt derhalve geen extra financiële bijdrage voor bijvoorbeeld: a.

maatregelen ter waarborging en verbetering van de sociale veiligheid zoals bedoeld in artikel 4.6.1;

b.

implementatie van nieuwe Betaalmethodes en eventuele nieuwe landelijke tariefafspraken, en

c.

implementatie van gewijzigde of nieuwe wet- en regelgeving en landelijke afspraken met betrekking tot het Openbaar Vervoer;

d.

maatregelen en acties die de Concessiehouder in het kader van de Ontwikkelopdracht voorstelt en uitvoert;

e.

kosten voor het verzamelen en beschikbaar stellen van gegevens over de uitvoering van de Concessie, waaronder gegevens met betrekking tot de outputindicatoren zoals bedoeld in artikel 7.3.1.

Artikel 7.1.2 Mogelijkheden voor aanvullende bijdragen 1.

De Concessieverlener kan – zonder daartoe verplicht te zijn – naast de Exploitatiebijdrage aanvullende bijdragen verstrekken voor het realiseren van specifieke doelen die niet voorzien waren ten tijde van de concessieverlening en die niet behoren tot het normale ondernemersrisico van de Concessiehouder. Voorbeelden van situaties waarin de Concessieverlener kan besluiten tot het verstrekken van een aanvullende bijdrage zijn: a. extra inzet door de Concessiehouder gericht op migratie van gebruikers van het doelgroepenvervoer naar het Openbaar Vervoer, waaronder het vervoer van niet geïndiceerde gebruikers van de CVV-systemen in het Concessiegebied, met als doel te komen tot een inclusieve samenleving, of b. compensatie van eventuele meerkosten voor de aanschaf en inzet – waaronder begrepen kosten van een eventueel versnelde afschrijving van het te vervangen Materieel – van (hoogwaardig) Materieel, zoals brandstofcelbussen, met als doel een versnelde reductie van de CO2-uitstoot.

2.

Het is de Concessiehouder toegestaan om in aanvulling op hetgeen hij in zijn Inschrijving heeft aangeboden, waaronder het aangeboden aantal Gewogen Dienstregelinguren en DeurHalte Vervoer, al dan niet tegen betaling door Derden, waaronder andere overheden, extra diensten binnen het Concessiegebied aan te bieden zoals service- of nachtlijnen, een

speciaal actietarief, ‘gratis’ Openbaar Vervoer voor specifieke bevolkingsgroepen of Mobiliteitsdiensten (niet zijnde Mobiliteitsdiensten die de Concessiehouder in de Inschrijving heeft aangeboden), indien aan de onderstaande voorwaarden is voldaan: a. de Concessiehouder financiert de extra diensten niet (ten dele) uit de Exploitatiebijdrage; b. de extra diensten leiden niet tot directe of indirecte nadelen voor bestaande en/of potentiële Reizigers; c. de Concessiehouder legt de afspraken die hij met de betrokken Derde(n) maakt over de extra diensten en de vergoeding hiervoor voorafgaand aan de uitvoering van de extra diensten ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor, en

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 88 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

d. de Concessiehouder verricht geen extra diensten waarvoor de Concessieverlener geen toestemming heeft verleend. 3.

Aan de ontvangst van een bijdrage zoals bedoeld in leden 1 en 2 kan de Concessieverlener nadere verplichtingen verbinden.

7.2

Flexibiliteit tijdens de Concessie Artikel 7.2.1 Tussentijdse herijking 1.

De Concessiehouder verleent zijn medewerking aan een tussentijdse herijking, in principe iedere vier jaar te beginnen in 2028, waarbij de Concessieverlener de actualiteit, effectiviteit en handhaafbaarheid van de bepalingen uit de Concessiebeschikking en het Programma van Eisen beoordeelt.

2.

De Concessieverlener beoordeelt in het kader van de tussentijdse herijking in hoeverre de bepalingen uit de Concessiebeschikking en het Programma van Eisen nog overeenstemmen met: a. het dan (gewijzigde) beleid van de Concessieverlener; b. voorstellen van de Concessiehouder om het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer beter aan te laten sluiten op de (gewijzigde) Vervoervraag en (gewijzigde) behoeften van de verschillende typen Reizigers, zoals opgenomen in het Ontwikkelplan voor de daaropvolgende periode, en/of c. autonome ontwikkelingen, dat wil zeggen ontwikkelingen buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder en de Concessieverlener, in het Concessiegebied en rond concessiegrensoverschrijdende verbindingen met naar het oordeel van de Concessieverlener substantiële gevolgen voor het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer, voor zover deze ontwikkelingen op het moment van inschrijven door de Concessiehouder niet te voorzien waren.

3.

Bij de beoordeling als bedoeld in lid 2 betrekt de Concessieverlener in ieder geval de gevolgen voor: a. de bijdrage aan de in paragraaf 1.2 benoemde en eventueel daarna gewijzigde doelen van de Concessieverlener met de Concessie; b. het kwaliteitsoordeel en de beleving van (verschillende typen) Reizigers; c. de Vervoervraag en opbrengsten van het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer; d. de outputnormen zoals genoemd in artikel 7.3.3; e. de door de Concessiehouder in zijn Inschrijving toegezegde prestaties.

4.

Op basis van de uitkomsten van de tussentijdse herijking kan de Concessieverlener na overleg met de Concessiehouder besluiten om bepalingen uit de Concessiebeschikking en/of het Programma van Eisen te wijzigen, toe te voegen of te laten vervallen dan wel maatregelen te treffen om naleving van bestaande bepalingen (alsnog) af te dwingen. De Concessieverlener is in geen geval gehouden om bepalingen uit de Concessiebeschikking en/of het Programma van Eisen naar aanleiding van de uitkomsten van een tussentijdse herijking te wijzigen.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 89 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Artikel 7.2.2 Gemotiveerd afwijken van de verplichtingen voortvloeiend uit de Concessie 1.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 7.2.1 kan de Concessieverlener, ten behoeve van de flexibiliteit in de Concessie, de Concessiehouder toestaan, zonder daartoe ooit verplicht te zijn, om tijdens de Concessie gemotiveerd af te wijken van bepalingen van de Concessiebeschikking, het Programma van Eisen en/of de Inschrijving, bijvoorbeeld als blijkt dat een bepaling de Concessiehouder: a. verhindert een bijdrage te leveren aan de in paragraaf 1.2 benoemde doelen voor de Concessie; b. verhindert Nulemissievoertuigen (batterij-elektrisch of waterstof) te introduceren; c. verhindert innovaties, zoals (pilots met) zelfrijdende Voertuigen, te introduceren; d. verhindert alternatieve betalingsvormen (zoals betalen met bankpas en/of mobiele telefoon) te introduceren; e. verhindert alternatieve rapportages, dashboards en wijzen van informatievoorziening te introduceren; f.

verhindert gewenste wijzigingen aan de start- en/of eindtijd van een Lijn door te voeren;

g. belemmert bij de samenwerking met andere partijen; en/of h. verhindert in te spelen op niet voorziene ontwikkelingen. 2.

De Concessiehouder en Concessieverlener treden in elk van bovengenoemde gevallen in overleg. Na dit overleg kan de Concessieverlener waar nodig de Concessiebeschikking en/of het Programma van Eisen wijzigen, maar alleen dan wanneer geen sprake is van een wezenlijke wijziging.

3.

De Concessieverlener kan de Concessiehouder toestaan om tijdens de eerste - in een door de Concessieverlener nader te bepalen - periode van de Concessie Materieel in te zetten dat niet volledig voldoet aan de genoemde eisen in artikelen 4.5.1 tot en met 4.5.10, bijvoorbeeld door het toestaan van Bestaande Bussen die minimaal aan de Euro EEV-norm voldoen. De Concessiehouder en Concessieverlener treden in geval van een dergelijke situatie vooraf in overleg.

4.

De Concessiehouder mag uitsluitend van de bepalingen zoals bedoeld in de vorige leden afwijken na overleg en voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener.

7.3

Sturing op outputnormen Artikel 7.3.1 Sturing op outputnormen 1.

De Concessieverlener stuurt de wijze waarop de Concessiehouder de Concessie uitvoert en de prestaties die hij daarmee realiseert voornamelijk aan op basis van de volgende voor Reizigers relevante kwaliteitsindicatoren met bijbehorende outputnormen:

Nr.

Kwaliteitsindicatoren

Outputnorm

Comfort

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 90 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

C1

Reizigersoordeel 22 ‘Klantvriendelijkheid

8,2

personeel’ C2

Reizigersoordeel17 ‘Netheid

7,8

voertuig/schoon’ C3

Reizigersoordeel17 ‘Rijstijl bestuurder’

7,9

C4a

Bezettingsgraad23 buiten de Spits,

Aantal Reizigers tijdens elke Rit per Dagsoort bedraagt in

gemiddeld per Dagsoort per

elke kalendermaand gemiddeld niet meer dan 100% van

kalendermaand

het aantal zitplaatsen in het Voertuig 24

Bezettingsgraad16 tijdens de Spits,

Aantal Reizigers tijdens elke Rit per Dagsoort bedraagt in

gemiddeld per Dagsoort per

elke kalendermaand gemiddeld niet meer dan 100% van

kalendermaand

het aantal zitplaatsen plus 50% van het aantal

C4b

staanplaatsen in het Voertuig

Gemak G1 G2

Reizigersoordeel17 ‘Reissnelheid’ Reizigersoordeel

17

‘Informatie

8,1 6,1

vertraging/problemen’ Betrouwbaarheid B1

Reizigersoordeel17 ‘Punctualiteit’

7,3

B2a

Punctualiteit Beginpunten

Te vroeg vertrekken: 0% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt meer dan 59 seconden te vroeg Te laat vertrekken: Minimaal 90% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt maximaal 119 seconden te laat

B2b

Punctualiteit Tijdhaltes

Te vroeg vertrekken: 0% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt meer dan 59 seconden te vroeg Te laat vertrekken: minimaal 85% van de Ritten in elke kalendermaand vertrekt maximaal 179 seconden te laat

B2c

Punctualiteit OV-Knooppunten en

Te vroeg vertrekken: : 0% van de Ritten in elke

Overstappunten

kalendermaand vertrekt meer dan 59 seconden te vroeg Te laat aankomen: minimaal 85% van de Ritten in elke kalendermaand komt maximaal 179 seconden te laat aan

B3a

Percentage gehaalde Aansluitingen ten

Minimaal 90% van de in de Dienstregeling vastgelegde

opzichte van het totale aantal in de

Gegarandeerde Aansluitingen zoals bedoeld in lid 1 van

Dienstregeling vastgelegde

artikel 4.3.4 wordt in elke kalendermaand gehaald

Gegarandeerde Aansluitingen

22

Dit betreft het reizigersoordeel over het genoemde aspect zoals gemeten met de Klantenbarometer

waarbij aan Reizigers in het Voertuig wordt gevraagd een rapportcijfers voor verschillende kwaliteitsaspecten te geven. Als outputnorm geldt het gemiddelde rapportcijfer over een geheel Jaar. 23

De bezettingsgraad van het aantal zit- of staanplaatsen wordt als volgt bepaald. Van elke Rit in de Dienstregeling wordt per Dagsoort, gemeten over een kalendermaand, het gemiddelde aantal Reizigers op het drukste punt van de Rit bepaald. De bezettingsgraad wordt vervolgens verkregen door dit gemiddelde aantal Reizigers te delen door het aantal zit- en staplaatsen in het Voertuig.

24

Dit betekent dat op elke Rit buiten de Spits alle Reizigers moeten kunnen zitten (per Dagsoort, gemeten over een maand).

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 91 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

B3b

Percentage gehaalde Aansluitingen van

Minimaal 95% van de aangevraagde wordt in elke

het totale aantal door Reizigers

kalendermaand gehaald

aangevraagde Aansluitingen van DeurHalte Vervoer op Openbaar Vervoer B4

Verwijtbare Rituitval 25

Maximaal 0,2% 26 van het totaal aantal geplande Ritten valt (gedeeltelijk) uit als gevolg van een aan de Concessiehouder te verwijten oorzaak

G8

Gemiddelde CO2-uitstoot per gereden

Opname en norm van dit criterium hangt samen met de

materieelkilometer busdienst

keuze van de gunningscriteria

Veiligheid V1

Controlekans geldigheid Vervoerbewijs

Per kalendermaand een representatieve controle van minimaal 1% van alle Reizigers in de Voertuigen

V2

Reizigersoordeel17 ‘Veiligheid algemeen’

8,2

V3

Reizigersoordeel17 ‘Veiligheid in voertuig’

8,8

V4

Reizigersoordeel17 ‘Veiligheid op

8,3

halte/station’ 2.

Voor zover dit niet is vastgelegd in het Programma van Eisen, bepaalt de Concessieverlener tijdens de implementatieperiode na overleg met de Concessiehouder de exacte meet- en rapportagewijze (bijvoorbeeld bron en betrouwbaarheid) voor het monitoren van de outputnormen.

3.

De Concessieverlener kan de outputnormen zoals genoemd in lid 1 tijdens de looptijd van de Concessie, bijvoorbeeld naar aanleiding van een tussentijdse herijking, in overleg met de Concessiehouder aanpassen als blijkt dat het redelijkerwijs goed mogelijk is om een bepaalde outputnorm scherper te stellen of als het door onvoorziene omstandigheden buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder redelijkerwijs onmogelijk is om een outputnorm te behalen. Daarnaast kan de Concessieverlener in overleg met de Concessiehouder kwaliteitsindicatoren toevoegen, wijzigen of laten vervallen, indien er sprake is van een gewijzigde sturingsbehoefte (bijvoorbeeld de behoefte om expliciet te gaan sturen op betaalgemak, realtime reisinformatie et cetera).

25

Conform het MIPOV 2008 maakt de Concessieverlener onderscheid tussen Verwijtbare en nietVerwijtbare Rituitval. Het gaat dan om Kernelement 4/MIPOV15, waarbij enkele elementen gericht zijn aangepast. Tot Verwijtbare Rituitval wordt gerekend rituitval door het ontbreken van Materieel, het ontbreken van Personeel en/of een verkeerde dienstuitvoering (Overig). Tot niet-Verwijtbare Rituitval wordt gerekend rituitval als gevolg van een ongeval/aanrijding, sociale onveiligheid, vertraging, extreem weer, een ongeplande stremming van de route (Overig), een vervuilde bus (Overig) en/of het onwel worden van een passagier waarbij op hulp gewacht moet worden (Overig) en uitsluitend voor zover de Concessiehouder naar het oordeel van de Concessieverlener heeft aangetoond dat de rituitval het gevolg is van één van de hiervoor genoemde oorzaken. Verwijtbare Rituitval wordt in alle gevallen gekort op de Exploitatiebijdrage (zie verder artikel 13 van de Concessiebeschikking). Tevens heeft de Concessieverlener het recht om bij overschrijding van de norm (een) Boete(s) op te leggen.

26

De Concessiehouder meldt uitzonderlijk hoge rituitval of rituitval als gevolg van Calamiteiten zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen vijf Werkdagen aan de Concessieverlener gemeld.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 92 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

4.

Indien de Concessiehouder en Concessieverlener geen overeenstemming bereiken over een voorgenomen aanpassing van kwaliteitsindicatoren en/of outputnormen, zoals bedoeld in het vorige lid, wijzen de Concessieverlener en de Concessiehouder ieder voor eigen rekening en risico één deskundige aan en deze twee deskundigen wijzen gezamenlijk een derde deskundige aan waarvan de kosten worden gedeeld door de Concessieverlener en Concessiehouder. De drie deskundigen bepalen gezamenlijk of, en zo ja in welke mate, er aanleiding toe is om kwaliteitsindicatoren en/of outputnormen aan te passen. Indien de deskundigen geen overeenstemming bereiken, voert de Concessieverlener de betreffende aanpassing niet door.

5.

De Concessieverlener streeft ernaar om de in lid 1 genoemde aanbod-gerelateerde kwaliteitsindicatoren met betrekking tot betrouwbaarheid (punctualiteit, gehaalde Aansluitingen en rituitval) gedurende de implementatieperiode en/of looptijd van de Concessie in samenwerking met de Concessiehouder om te zetten in gebruik-gerelateerde indicatoren zoals reizigerspunctualiteit. De Concessiehouder werkt tijdens de implementatieperiode (en op verzoek van de Concessieverlener ook tijdens de looptijd van de Concessie, bijvoorbeeld als er nieuwe inzichten zijn met betrekking tot gebruikgerelateerde indicatoren) een voorstel uit waarin hij beschrijft welke gebruik-gerelateerde indicatoren inclusief bijbehorende outputnormen en welk tijdspad voor invoering hij wil gaan hanteren. Na goedkeuring van het voorstel door de Concessieverlener vervangt de Concessieverlener in de tabel in lid 1 de betreffende aanbod-gerelateerde kwaliteitsindicatoren door de nieuwe gebruik-gerelateerde indicatoren met bijbehorende outputnormen.

6.

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het betrouwbaar en valide (laten) meten van de kwaliteitsindicatoren conform het gestelde in lid 2, met uitzondering van de kwaliteitsindicatoren gemeten met de Klantenbarometer, en onderbouwt de betrouwbaarheid en validiteit van de gegevens proactief aan de Concessieverlener.

7.4

Op te leveren informatie, rapportages en analyses Artikel 7.4.1 Informatievoorziening algemeen 1.

De Concessiehouder versterkt aan de Concessieverlener in ieder geval de gegevens, rapportages en analyses genoemd in Bijlagen B11 en B12, en neemt daarbij de bepalingen in deze Bijlagen ten aanzien van onder meer de aan te leveren producten en uiterste aanlevermomenten in acht. De Concessieverlener gebruikt deze gegevens, rapportages en analyses voor de monitoring van en de controle op de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en de uitvoering van de Ontwikkelopdracht, alsmede voor de door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane aanvullende toezeggingen.

2.

De Concessiehouder stelt de gegevens over de uitvoering van de Concessie door middel van een actueel online platform met analyse- en exportfunctie aan de Concessieverlener beschikbaar. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat: a. de Concessieverlener via het platform op elk moment gegevens en rapportages kan downloaden en analyses op deze gegevens uit te voeren, in ieder geval voor zover het gegevens en rapportages betreft die betrekking hebben op de elementen genoemd in Bijlage B11;

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 93 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

b. de gegevens en rapportages tijdens de gehele looptijd van de Concessie beschikbaar voor de Concessieverlener zijn en blijven; en c. alle gegevens en rapportages in hun definitieve vorm tijdens de looptijd en na afloop van de Concessie worden overgedragen aan de Concessieverlener (bijvoorbeeld door een download van het platform aan te bieden). 3.

De Concessiehouder en Concessieverlener maken tijdens de implementatieperiode van de Concessie nadere afspraken over de te hanteren standaarden, indeling en lay-out van gegevens, rapportages en analyses als bedoeld in lid 1 en van het platform en de analyseen exportfunctie als bedoeld in lid 2. De Concessiehouder toont uiterlijk drie maanden voor de start van de Concessie naar tevredenheid van de Concessieverlener aan dat hij alle gegevens, rapportages en analyses overeenkomstig deze afspraken kan leveren en dat het platform met analyse- en exportfunctie functioneert.

4.

De Concessiehouder past de informatievoorziening aan wanneer op basis van landelijk overleg of andere voorschriften de inhoud van de aan te leveren informatie wordt gewijzigd (bijvoorbeeld als gevolg van een aanpassing of vervanging van het MIPOV).

5.

Indien – na overleg met en voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener

– de Concessiehouder de methodiek van gegevensverzameling voor (een) kengetal(len) wijzigt, zorgt hij ervoor dat de gegevens vergelijkbaar blijven met gegevens uit de periode voor deze wijziging. 6.

De Concessiehouder voorziet de aan de Concessieverlener ter beschikking gestelde gegevens desgevraagd van een rechtsgeldig ondertekende verklaring waarin de Concessiehouder verklaart dat de gegevens een waarheidsgetrouw beeld geven.

7.

De Concessiehouder werkt actief mee aan het als open data beschikbaar stellen van informatie over de uitvoering van de Concessie via een (door of in opdracht van de Concessieverlener ontwikkelde en beheerde) openbare online publicatie. De Concessieverlener maakt voorafgaand aan de ingangsdatum van de Concessie nadere afspraken met de Concessiehouder over de tijdige, geautomatiseerde dan wel handmatige aanlevering van informatie ten behoeve van de openbare online publicatie. Deze afspraken betreffen in ieder geval het leveren van informatie over reizigersaantallen, reizigerskilometers, punctualiteit, dienstregelinguren en -kilometers, toegankelijkheid, sociale veiligheid, klanttevredenheid en milieuprestaties.

8.

Het staat de Concessieverlener vrij de door de Concessiehouder verstrekte gegevens, waaronder gegevens over de uitvoeringskwaliteit, het Personeel (inclusief onderscheid naar functies van direct en indirect Personeel en ziekteverzuimpercentages, een en ander met inachtneming van de privacywetgeving), de status van het Materieel en gebruiks- en opbrengstgegevens, te gebruiken ten behoeve van zijn beleid, onderzoek, rapportages over de Concessie en te publiceren in het kader van toekomstige aanbestedingen indien: a. dit wettelijk is toegestaan; b. het belang van openbaarmaking van detailinformatie volgens de Concessieverlener opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van de Concessiehouder (en anders zal de Concessieverlener na overleg met de Concessiehouder de informatie in geaggregeerde vorm openbaar maken);

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 94 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

c. het geen informatie betreft uit de financiële verantwoording van de Concessiehouder, met uitzondering van die informatie die mogelijkerwijs noodzakelijk is voor de aanbesteding van de opvolgende concessie. 9.

De Concessiehouder verleent (desgevraagd) volledige medewerking aan de Klantenbarometer of diens opvolger en aan eventuele andere (klanttevredenheid)onderzoeken naar het Openbaar Vervoer en/of Deur-Halte Vervoer die de Concessieverlener uitvoert of laat uitvoeren.

10. De Concessieverlener kan de Concessiehouder verplichten aanvullende gegevens te leveren wanneer de Concessieverlener dit noodzakelijk acht voor de controle op de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane toezeggingen, voor onderzoekstudies en/of voor de uitvoering van projecten, en/of ten behoeve van (de voorbereiding van) een aanbesteding. De Concessiehouder levert in een dergelijk geval de aanvullende gegevens onvoorwaardelijk en binnen een door de Concessieverlener te bepalen termijn aan. 11. Alle bestanden, waaronder de bronbestanden, ten aanzien van de dienstuitvoering en ten aanzien van de financiële, klachten-, onderhouds- alsook de projectadministratie van de Concessiehouder, zijn te allen tijde toegankelijk voor de Concessieverlener. Onder toegankelijk wordt verstaan fysiek en digitaal (mits van toepassing) toegankelijk, leesbaar en ten minste in kopie in de Nederlandse taal beschikbaar. 12. De Concessiehouder stelt, met in achtneming van wet- en regelgeving, alle informatie die voortkomt uit het OV-Betaalsysteem zonder voorbehoud beschikbaar aan de Concessieverlener. De Concessieverlener kan deze informatie naar eigen inzicht gebruiken en openbaar maken, met inachtneming van wet- en regelgeving. 13.

De Concessiehouder spant zich maximaal in om de uit de brondata van het OVBetaalsysteem voortvloeiende informatie ook na de wettelijke bewaartermijn van achttien maanden in (minimaal) geaggregeerde en toegankelijke vorm beschikbaar te stellen aan de Concessieverlener.

Artikel 7.4.2 Informatievoorziening door een reizigerspanel 1.

De Concessiehouder stelt, in aanvulling op het ROCOV Hollands Midden (RHM), ten minste één panel samen (bij voorkeur bestaande uit willekeurig geselecteerde (potentiële) Reizigers) dat representatief is voor de in paragraaf 1.2 onderscheiden typen (potentiële) Reizigers.

2.

De Concessiehouder benadert het panel ten minste vier maal per Dienstregelingjaar actief om inzicht te krijgen in de gewenste bijstellingen van de (potentiële) Reizigers en hun waardering van het door hem aangeboden vervoer. Het panel kan zowel een vaste samenstelling hebben als in wisselende samenstellingen georganiseerd zijn.

3.

De Concessiehouder bespreekt de resultaten voortvloeiend uit het panel met de Concessieverlener en het ROCOV Hollands Midden (RHM).

7.5

Controle op naleving Artikel 7.5.1 Controle op naleving verplichtingen 1.

De Concessieverlener monitort en evalueert de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane aanvullende

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 95 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

toezeggingen met name aan de hand van de outputnormen opgenomen in artikel 7.3 1, de reizigersaantallen, de Vervoeropbrengsten en eventuele door de Concessieverlener of andere belanghebbende gedane (en aan de Concessiehouder gemelde) waarnemingen, zoals nader is toegelicht in paragraaf 1.4. 2.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor kwaliteitssystemen die de Concessiehouder gebruikt te toetsen, alsmede de betrouwbaarheid en validiteit van de processen en procedures die de Concessiehouder volgt te toetsen conform de eisen die hieraan vanuit het betreffende kwaliteitssysteem gesteld worden.

3.

De Concessiehouder verleent medewerking aan functionarissen die namens of in opdracht van de Concessieverlener belast zijn met de controle van de naleving van de eisen verbonden aan de Concessie en de door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane toezeggingen dan wel de controle op de realisatie van de outputnormen, bij de uitoefening van hun taak.

4.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor de in lid 3 van artikel 4.7.5 bedoelde gegevens te gebruiken om de prestaties van de Concessiehouder te beoordelen, bijvoorbeeld als het gaat om een stipte uitvoering van de Dienstregeling.

Artikel 7.5.2 Controle van geleverde informatie 1.

De Concessieverlener behoudt zich het recht voor controles uit te voeren op de correctheid van rijtijden. Indien de Concessieverlener vaststelt dat rijtijden te ruim zijn, corrigeert de Concessiehouder deze met de eerstvolgende dienstregelingwijziging, doch uiterlijk binnen 26 weken na constatering hiervan.

2.

De Concessieverlener kan onder andere steekproefsgewijze controles uitvoeren en/of waarnemingen van mystery guests op Haltes en in Voertuigen gebruiken voor de controle van de juistheid van de door de Concessiehouder geleverde gegevens. De Concessiehouder verleent hieraan (desgevraagd) volledige medewerking.

3.

De Concessieverlener kan, zonder voorafgaand overleg met Concessiehouder, het ROCOV Hollands Midden (RHM) informeren over het uitvoeren van de steekproefsgewijze controles en waarnemingen van mystery guests en de resultaten hiervan.

Artikel 7.5.3 Sancties 1.

Indien de Concessiehouder één of meer outputnormen niet realiseert dan wel eisen verbonden aan de Concessie en/of door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane aanvullende toezeggingen niet nakomt (dat wil zeggen, er is sprake van één of meerdere Tekortkomingen), stelt de Concessieverlener de Concessiehouder in de gelegenheid een verbeterplan op te stellen om deze Tekortkoming te herstellen. De Concessieverlener stelt per geconstateerde Tekortkoming vast binnen welke termijn de Tekortkoming volledig hersteld dient te zijn.

2.

Indien de Concessiehouder een Tekortkoming niet (volledig) binnen de in het vorige lid bedoelde termijn herstelt of beëindigt, behoudt de Concessieverlener zich het recht voor (een) Boete(s) op te leggen en/of de betaling van één of meer betalingstermijnen op te schorten (rekening houdend met eventueel reeds doorgevoerd herstel) totdat de Concessiehouder alsnog aan de betreffende outputnorm, eis en/of toezegging voldoet.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 96 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3.

De Concessieverlener informeert de Concessiehouder schriftelijk over de opschorting van de betalingen dan wel de oplegging van een Boete zoals bedoeld in het vorige lid en de redenen waarom hiertoe is overgegaan. De Concessieverlener kan de Concessiehouder daarbij verplichten de geconstateerde Tekortkoming binnen een door de Concessieverlener te bepalen termijn (alsnog) volledig te herstellen.

4.

De hoogte van een Boete wordt per geval door de Concessieverlener in alle redelijkheid bepaald op basis van: a.

Het soort Tekortkoming en de hinder die Reizigers hiervan ondervinden;

b.

De eventuele financiële voordelen die de Concessiehouder heeft als gevolg van de Tekortkoming; en

c. 5.

De frequentie en duur van de Tekortkoming.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 legt de Concessieverlener in geval van Tekortkomingen als genoemd in Bijlage B15 een Boete op met een maximale hoogte als vermeld in Bijlage B15 zonder de Concessiehouder daarbij de gelegenheid te bieden om (op basis van een verbeterplan) de Tekortkoming te herstellen.

6.

Bij het bepalen van een Boete zal in ieder geval gebruik gemaakt worden van: a.

De informatie die de Concessiehouder op grond van het Programma van Eisen en de Concessiebeschikking aan de Concessieverlener dient te verschaffen (de Concessiehouder is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de juiste en volledige informatie); en

b.

De informatie die de Concessieverlener aan door of in opdracht van hem gehouden onderzoeken ontleent (tenzij de Concessiehouder de onjuistheid van die informatie aantoont).

Indien de Concessiehouder de onder sub a bedoelde informatie niet, niet volledig of niet tijdig aan de Concessieverlener verstrekt en/of niet of onvoldoende meewerkt aan de onder sub b bedoelde onderzoeken, kan de Concessieverlener daaraan de gevolgen verbinden die zij nodig acht (bijvoorbeeld ten aanzien van het vaststellen van de feiten en/of de hoogte van de Boete). 7.

Aan de in lid 6 sub b bedoelde onderzoeken zal de Concessiehouder steeds volledige medewerking verlenen, onder meer door op eerste verzoek eventuele bronbestanden van rapportages aan de Concessieverlener of een door hem ingeschakelde Derde ter beschikking stellen.

8.

Het toepassen van steekproefsgewijze controles en/of waarnemingen met behulp van mystery guests als bedoeld in lid 2 van artikel 7.5.2 laat onverlet dat de Concessieverlener een Boete kan opleggen op basis van eenmalig geconstateerde overtredingen van eisen verbonden aan de Concessie of het niet nakomen van door de Concessiehouder in zijn Inschrijving gedane toezeggingen.

9.

De Concessieverlener kan besluiten af te zien van het opleggen van een Boete en/of een opgelegde Boete intrekken onder de voorwaarde dat de Concessiehouder alle nader door de Concessieverlener te bepalen maatregelen neemt (zoals het verlenen van extra dienstverlening voor (gedupeerde) Reizigers en/of verdere verbetering van het Openbaar Vervoer). Het staat de Concessiehouder vrij voorstellen te doen voor dergelijke maatregelen, doch de Concessieverlener is volledig vrij in zijn keuze voor het al dan niet intrekken van een Boete na het treffen van deze maatregelen.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 97 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

10. De Boete is exclusief verschuldigde btw. Ingeval de inspecteur van de belastingdienst, die bevoegd is voor heffing van omzetbelasting ten aanzien van de Concessieverlener, bindend heeft besloten dat over het boetebedrag, omzetbelasting verschuldigd is, wordt de Boete vermeerderd met die omzetbelasting. 11. Het totale bedrag van opgelegde Boetes bedraagt per Jaar maximaal 5 procent van de Exploitatiebijdrage in dat Jaar, onverminderd het recht van de Concessieverlener op nakoming en op volledige vergoeding van geleden schade. De Concessieverlener heeft het recht eventuele Boetes en schadevergoedingen te verrekenen met de Exploitatiebijdrage.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 98 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Bijlagen B1

Begrippenlijst Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, zal/zullen in de aanbestedingsdocumenten:

het aanhalen van een tijdsperiode doelen op een aaneengesloten periode;

het gebruik van de woorden "inclusief", "mede begrepen", "waaronder", “zoals”, "omvattende", “bijvoorbeeld”, “onder andere” en "met inbegrip van" betekenen "met inbegrip van, maar niet beperkt tot";

het gebruik van de woorden “ten minste” en “in ieder geval” betekenen “In ieder geval, maar niet beperkt tot”;

het gebruik van “een bepaald aantal minuten”, “een bepaald aantal uren” en een “bepaald aantal dagen” doelen op respectievelijk “een bepaald aantal minuten en 0 seconden”, “een bepaald aantal uren, 0 minuten en 0 seconden” en “een bepaald aantal (werk)dagen, 0 uren, 0 minuten en 0 seconden” (met 2 minuten worden bijvoorbeeld exact 120 seconde n bedoeld en met 2 uren worden 7.200 seconden bedoeld).

In dit Programma van Eisen, de Concessiebeschikking en het Bestek hebben gedefinieerde begrippen de betekenis die hieronder wordt toegekend.

Begrip

Omschrijving

Aanpassing

Een aanpassing van, of toevoeging aan het bepaalde in het Programma van Eisen en/of

Concessie

de Concessiebeschikking (waaronder - ter voorkoming van misverstanden - mede te verstaan de Bijlagen bij die documenten).

Aansluiting

De mogelijkheid om binnen de in de Dienstregeling aangegeven tijd op een ander vervoermiddel over te stappen, waarbij de overstaptijd is afgestemd op de loopafstand en afhankelijk is van de vraag of de Concessiehouder een Gegarandeerde Aansluiting biedt.

Actieplan Sociale

Het plan zoals bedoeld in artikel 4.6.1, lid 6 van het Programma van Eisen.

Veiligheid Afstemming

Het afstemmen van de vertrektijden van twee of meer Lijnen op het gezamenlijke Traject van de betreffende Lijnen om te komen tot een gelijkmatige spreiding over het uur.

Andere

Een door een Derde aangeboden Mobiliteitsdienst, niet zijnde Openbaar Vervoer, al dan

Mobiliteitsdienst

niet ter aanvulling op het Openbaar Vervoer. Een voorbeeld van een Andere Mobiliteitsdienst is het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer..

Auto

Motorrijtuig ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

Automatisch

Automatisch Saldo opladen op een Persoonlijke OV-Chipkaart via een

Opladen

incassomachtiging aan de bank van de betreffende Reiziger, wanneer het Saldo van diens kaart onder een gedefinieerd minimum komt.

Baliehandeling

De mogelijkheid voor een Reiziger om tegen contante betaling aan de (weder)verkoper Saldo of een Propositie te kunnen aanschaffen. De (weder)verkoper) zet dit vervolgens (via een webapplicatie) klaar voor de OV-Chipkaart van de Reiziger, die zijn bestelling direct kan ophalen bij een (Oplaad- &) Ophaalautomaat.

BIJLAGE Error! Use the Home tab to apply Kop 2;[J];Paragraaf to the text that you want to appear 99 van 150

here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 2;[J];PARAGRAAF TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Begrip

Omschrijving

Bar-/QR-code

Een digitale verschijningsvorm van een reisrecht dat op papier geprint kan worden of getoond kan worden op de mobiele telefoon.

Bedrijventerrein

Geografisch gebied binnen het Concessiegebied dat in eerste instantie bedoeld is voor de vestiging van bedrijven.

Beleidskader

Het op 22 april 2020 door Provinciale Staten vastgestelde Beleidskader aanbesteding OV-Concessie Zuid-Holland Noord (ZHN), dat is opgenomen in Bijlage B@ van het Bestek.

Beginpunt

De eerste Halte van een Lijn zoals vermeld in de Dienstregeling.

Besluit

Het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer (31 maart 2011, Stb. 225), zoals

toegankelijkheid

deze van tijd tot tijd zal bestaan.

openbaar vervoer Bestaande Bussen Alle Bussen die niet zijn gekwalificeerd als Nieuwe Bussen. Bestek

Het op @@ @@ 2022 namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland vastgestelde Bestek, inclusief alle bijbehorende Bijlagen, inzake de Europese aanbesteding Openbaar Vervoer ZHN, waarin de wijzigingen en aanvullingen naar aanleiding van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1453/documents/18520