CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db08 Bijlage 1 - Programma van Eisen.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken45.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

14 alinea's met “procedure”: 581 583 594 620 630 883 920 1204 1224 1540 1779 1865 2104 2490

De Concessiehouder spant zich in om Reizigers die in het bezit zijn van een Bijzonder Vervoerbewijs of Reisproduct (bijvoorbeeld een abonnement) voor specifieke Trajecten en daarom verzoeken rechtstreeks te informeren over wijzigingen in de Dienstregeling die op het desbetreffende Traject van invloed zijn.

7.

De Concessiehouder geeft minimaal één keer per Dienstregelingjaar Lijnfolders in geprinte of gedrukte vorm uit. De Lijnfolders omvatten in ieder geval de informatie genoemd in Bijlage B9 onder punt 2 tot en met 12 en de namen van alle Haltes van de betreffende Lijn(en). De Concessiehouder brengt een Lijnfolder opnieuw uit, indien de Dienstregeling van de betreffende Lijn is gewijzigd.

8.

De Concessiehouder ontwikkelt een geografische Lijnennetkaart waarop hij ten minste de volgende zaken afbeeldt: a.

al het Openbaar Vervoer dat de Concessiehouder aanbiedt;

b.

locaties waar de Concessiehouder Deur-Halte Vervoer dan wel Mobiliteitsdiensten aanbiedt;

c.

Openbaar Vervoer dat andere concessiehouders in het Concessiegebied verrichten;

d.

Haltes die zijn aangelegd conform de R-netproductformule; en

e.

eventuele voorzieningen die in de directe omgeving van Haltes aanwezig zijn.

De Concessiehouder voegt de Lijnennetkaart toe aan de gedrukte Dienstregeling. 9.

De Concessiehouder stelt geprinte of gedrukte versies van de Lijnfolders en Lijnennetkaarten gratis via de Distributiepunten en zijn klantenservice aan (potentiële) Reizigers beschikbaar. De Concessiehouder mag voor het per post versturen van de Lijnfolders en Lijnennetkaart een bijdrage in de verzendkosten vragen die niet hoger is dan het op dat moment van toepassing zijnde posttarief.

10. De Concessiehouder legt wijzigingsvoorstellen voor de in dit artikel genoemde reisinformatie ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor. Voordat de Concessiehouder de wijzigingsvoorstellen ter goedkeuring aan de Concessieverlener voorlegt, legt de Concessiehouder deze voorstellen ter advisering voor aan het ROCOV Hollands Midden (RHM). De Concessiehouder geeft richting de Concessieverlener aan hoe hij in zijn voorstel met het advies van het ROCOV Hollands Midden (RHM) is omgegaan en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies afwijkt.

Artikel 4.7.2 Begrijpelijke, toegankelijke reisinformatie 1.

De Concessiehouder zorgt dat alle reisinformatie begrijpelijk en toegankelijk is voor alle Reizigers, waaronder Reizigers met een visuele of auditieve beperking, onder meer door alle schriftelijke informatie ook auditief en in andere leesvormen (bijvoorbeeld uitvergroot) via de klantenservice van de Concessiehouder beschikbaar te stellen. De Concessiehouder brengt hiervoor geen additionele kosten in rekening.

2.

Als norm voor de begrijpelijkheid van reisinformatie geldt niveau B1 van het Europees Referentiekader voor de talen.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 61 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3.

Als norm voor de toegankelijkheid van reisinformatie op websites dan wel mobiele applicaties geldt het waarmerk Drempelvrij niveau AA (zie www.drempelvrij.nl).

4.

De Concessiehouder toont uiterlijk drie maanden voor de ingangsdatum van de Concessie ten genoegen van de Concessieverlener aan dat de websites en mobiele applicaties gecertificeerd zijn (zie www.accessibility.nl) en voldoen aan: a.

Webrichtlijnen 2, level AA van het Waarmerk drempelvrij.nl (zie www.drempelvrij.nl);

b.

de toegankelijkheidseisen van de Rijksoverheid zoals gepubliceerd op de website www.digitoegankelijk.nl;

c.

niveau B1 van het Europees referentiekader voor de talen als het gaat om de begrijpelijkheid van reisinformatie, en

d.

waar relevant aan de Europese standaard EN 301549.

Artikel 4.7.3 Reisinformatie op Haltes 1.

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het aanbrengen, onderhouden en actueel houden (bij iedere wijziging van de Dienstregeling) van de statische reisinformatie op de

halteborden en abri’s op busstations en Haltes. De kosten voor het aanbrengen, onderhouden en actueel houden van de statische reisinformatie zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. Dit geldt zowel voor informatievoorzieningen die bij aanvang van de Concessie in het gebied aanwezig zijn als informatievoorzieningen die gedurende de looptijd van de Concessie geplaatst of vervangen worden. 2.

Op een vertrekstaat, haltebord en informatiedrager geeft de Concessiehouder minimaal de informatie zoals genoemd in Bijlage B10 weer.

3.

De Concessiehouder geeft de statische reisinformatie als bedoeld in lid 2 op de R-nethaltes zoals bedoeld in lid 3 van artikel 3.3.2 weer overeenkomstig de bepalingen in het Handboek R-net.

4.

De Concessiehouder zet zich proactief in indien op een Haltepaal of in een abri de middelen ontbreken voor het aanbrengen van statische reisinformatie, zoals bevestigingspanelen, en benadert de betreffende beheerder(s) hierover.

5.

Indien meerdere concessiehouders een Halte aandoen, treedt de Concessiehouder in overleg met de andere concessiehouder(s) om te komen tot een voor Reizigers duidelijke en overzichtelijke weergave van de statische reisinformatie voor de Lijnen die bij de betreffende Halte halteren. De Concessiehouder verleent hierbij alle medewerking om ook reisinformatie

van te gedogen Lijnen op Haltepalen en in abri’s te vermelden. 6.

De Concessiehouder gedoogt dat in opdracht of na instemming van de Concessieverlener aan de Haltepalen (onder)borden worden bevestigd met informatie van aanbieders van bestaand of nog op te zetten CVV.

7.

Het is de Concessiehouder toegestaan om, zij het alleen na voorafgaande afstemming met de Concessieverlener, Bar-/QR-codes op halteborden of in abri’s te plaatsen. De Concessiehouder werkt mee aan initiatieven van de Concessieverlener om voor Reizigers of de Concessieverlener relevante informatie via Bar-/QR-codes op Haltes te ontsluiten.

8.

Het is de Concessiehouder niet toegestaan om een eigen huisstijl te voeren op de Haltepalen

en abri’s die in eigendom zijn van de Concessieverlener of andere Wegbeheerders zonder voorafgaand overleg met en toestemming van de betreffende beheerder.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 62 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

9.

De Concessiehouder zorgt voor adequate communicatie met de DRIS-apparatuur in andere concessiegebieden en neemt daarbij de bepalingen in Bijlage B14.3 in acht.

Artikel 4.7.4 Reisinformatie bij (on)geplande verstoringen 1.

De Concessiehouder informeert (potentiële) Reizigers ten minste vijf Werkdagen van tevoren over de gevolgen van hem bekende, geplande infrastructurele maatregelen voor de uitvoering van de Dienstregeling. De Concessiehouder maakt ten minste het moment waarop en de locatie waar de stremming zal plaatsvinden, alsmede alternatieve reismogelijkheden bekend.

2.

De Concessiehouder informeert bij plotseling optredende verstoringen de Reizigers in het Voertuig en op de Haltes zo snel mogelijk over de mogelijke oorzaak en verwachte duur van de verstoring, alsmede over alternatieven voor het vervolg van de reis.

3.

De Concessiehouder biedt de informatie zoals bedoeld in de leden 1 en 2 in ieder geval aan op de betreffende Haltes, in het Materieel en op zijn website alsmede aan DOVA OV-data en de NDOV loketbeheerders.

4.

De Concessiehouder spant zich in om Reizigers die in het bezit zijn van een Bijzonder Vervoerbewijs of Reisproduct (bijvoorbeeld een abonnement) voor specifieke Trajecten en daarom vragen rechtstreeks te informeren over geplande verstoringen van de geldende Dienstregeling zoals beschreven in het vorige lid.

Artikel 4.7.5 Verstrekken van statische en dynamische reisinformatie 1.

De Concessiehouder levert rechtstreeks, gratis, tijdig, juist en volledig brongegevens aan over het door hem te verrichten Openbaar Vervoer ten behoeve van het voeden en actualiseren van digitale reisinformatiesystemen van alle relevante partijen en exploitanten van (dynamische) reisinformatiesystemen, waaronder in elk geval de DOVA OV-data en de NDOV loketbeheerders. De Concessiehouder voldoet bij de gegevensaanlevering aan de bepalingen en specificaties zoals opgenomen in het document Concessiebijlage datasets OV of diens opvolger(s).

2.

De in het vorige lid bedoelde gegevens betreffen zowel statische gegevens (Dienstregeling inclusief korte-termijnafwijkingen hiervan, vervoerwijzen, de geografische positie van Haltes, tarieven en geldigheid) als actuele gegevens (realtime informatie met betrekking tot in ieder geval vertrek- en aankomsttijden aan de hand van positiebepaling van de Voertuigen), en eventuele andere voor Reizigers relevante gegevens. De Concessiehouder neemt daarbij minimaal de bepalingen in Bijlage B14.1 in acht.

3.

De Concessiehouder hanteert een dynamisch reisinformatiesysteem (DRIS) en conformeert zich daarbij aan de specificaties in het document Concessiebijlage datasets OV of diens opvolger(s) en aan afspraken over wijzigingen in de landelijke standaarden voor dynamische reisinformatie, waarbij hij binnen één Jaar na totstandkoming van de betreffende afspraken zijn informatiehuishouding overeenkomstig aanpast.

4.

De Concessiehouder verleent desgevraagd kosteloos zijn medewerking aan het landelijk ontwikkelen en implementeren van nieuwe koppelvlakken ten behoeve van dynamische reisinformatie.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 63 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

5.

De Concessiehouder conformeert zich aan landelijke afspraken over het aanleveren van gegevens aan DOVA OV-data en de NDOV-loketten ten behoeve van het verkorten van de verwerkingstermijn, zowel voor bestaande als toekomstige koppelvlakken.

6.

Indien de Concessiehouder, in aanvulling op de aanlevering van de in leden 3, 4 en 5 genoemde gegevens, aan enig afnemer (andere) data beschikbaar stelt of zelf publiceert, stelt hij deze data gelijktijdig en volledig gedocumenteerd via de NDOV loketbeheerders ter beschikking.

7.

De Concessiehouder genereert op verzoek van de Concessieverlener en volgens door de Concessieverlener vastgestelde specificaties voor elke Halte een digitale vertrekstaat.

8.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle gegevens die hij voor het DRIS genereert, desgevraagd kosteloos en op eenvoudige wijze via intranet/internet toegankelijk zijn voor de Concessieverlener.

9.

De gegevens die de Concessiehouder voor de koppelvlakken en specificaties zoals genoemd in het document Concessiebijlage datasets OV of diens opvolger(s) en in de leden 3, 4 en 5 genereert zijn open data en moeten voor iedereen toegankelijk en bewerkbaar zijn.

10. De Concessiehouder stemt de vrije teksten die hij in het Concessiegebied via het DRIS aan Reizigers communiceert af met concessiehouders van aangrenzende concessies die op hetzelfde moment vrije tekst (willen) communiceren die relevant is voor Reizigers in het Concessiegebied of op concessiegrensoverschrijdende verbindingen.

Artikel 4.7.6 Dynamische reisinformatie in het Materieel 1.

De Concessiehouder toont op de in leden 4 en 5 van artikel 4.5.5 bedoelde Displays in de Bussen informatie die ten minste voldoet aan het gestelde in Bijlage B16.@ en als acceptabel voor Reizigers kan worden aangemerkt.

2.

De Concessiehouder geeft de informatie op Displays in de R-net Bussen weer overeenkomstig de bepalingen in het Handboek R-net.

3.

De Concessiehouder geeft op verzoek van de Concessieverlener op de Displays in de R-net Bussen informatie over de R-netproductformule weer zonder hiervoor kosten te rekenen.

4.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat via het in lid 3 van artikel 4.5.5 bedoelde systeem van automatische halteafroep in ieder geval de naam van de eerstvolgende Halte een ruime periode voor het bereiken van deze Halte wordt omgeroepen.

5.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de in leden 4 en 5 van artikel 4.5.5 bedoelde Display(s) de naam van de eerstvolgende drie Haltes een ruime periode voor het bereiken van de eerstvolgende Halte onafgebroken worden getoond, waarbij de actuele Aansluitingen op de eerstvolgende Halte vermeld worden.

6.

De Concessiehouder houdt zich aan afspraken die de Concessieverlener heeft gemaakt of maakt met betrekking tot de uniformering van reisinformatie in de Randstad. De Concessiehouder implementeert (wijzigingen in) gemaakte afspraken binnen zes maanden.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 64 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

4.8

Marketing Artikel 4.8.1 Marketing 1.

De Concessiehouder baseert zijn marketing op de kansen om invulling te geven aan de (potentiële) Vervoervraag van de verschillende typen (potentiële) Reizigers in het Concessiegebied zoals genoemd in paragraaf 1.2.

2.

De Concessiehouder werkt samen met en stemt (de uitvoering van) zijn marketing- en communicatie-activiteiten en de inhoud en vormgeving van de daarbij behorende uitingen af op de activiteiten, communicatieboodschappen en beeldtaal van: a. andere concessiehouders die in opdracht van de Concessieverlener Openbaar Vervoer verzorgen en; b. op verzoek van de Concessieverlener, concessiehouders van aangrenzende concessies die in opdracht van een andere concessieverlener Openbaar Vervoer verzorgen. De Concessiehouder biedt de Concessieverlener daartoe inzicht in de resultaten van zijn marketing- en communicatie-activiteiten en stemt de inhoud en vormgeving van de daarbij behorende uitgingen af met de Concessieverlener.

3.

De Concessiehouder voert externe communicatie-uitingen met betrekking tot de R-netlijnen (zoals communicatie-uitingen over de Dienstregeling, promoties en nieuwsbrieven) uit conform het bepaalde in het Handboek R-net.

4.

De Concessiehouder sluit aan bij en neemt actief deel aan een eventueel marketingplatform en (overkoepelende) marketingactiviteiten van de Concessieverlener, bijvoorbeeld in de vorm van salesacties, een promotionele website of acties ten behoeve van specifieke typen Reizigers. In zijn eigen uitingen neemt de Concessiehouder onverkort verwijzingen op naar dergelijke marketingactiviteiten.

Artikel 4.8.2 Marketingplan 1.

De Concessiehouder stelt vanuit de Ontwikkelopdracht zoals beschreven in artikel 6.1.1 jaarlijks een MarketingplanMarketingplan op dat aansluit bij de doelen zoals beschreven in paragraaf 1.2 en neemt daarbij het bepaalde in Bijlage B12 in acht.

2.

In het Marketingplan neemt de Concessiehouder ten minste de volgende onderdelen op: a.

de typen Reizigers waarop hij zich met zijn marketing- en communicatieactiviteiten richt, waarbij hij in elk geval de typen (potentiële) Reizigers zoals genoemd in paragraaf 1.2 onderscheidt;

b.

eventuele Productformules die aansluiten bij de wensen van (een) onder sub a beschreven type(n) Reizigers en die zich onderscheiden van andere door de Concessiehouder aangeboden vormen van Openbaar Vervoer, waarbij de Concessiehouder aandacht besteed aan: i.

de wijze waarop hij inzicht heeft gekregen en gedurende de looptijd van de Concessie inzicht zal krijgen in de marktpotentie van de Productformule(s); en

ii. c.

de typen (potentiële) Reizigers waarop hij zich met deze Productformule(s) richt;

de inzet van communicatiemiddelen teneinde de onder sub a beschreven typen Reizigers meer gebruik te laten maken van het Openbaar Vervoer, waaronder eventueel de onder sub b genoemde Productformules, en indien de Concessiehouder dit aanbiedt

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 65 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Deur-Halte Vervoer dan wel Mobiliteitsdiensten, of hun actuele reisgedrag te bestendigen; d.

de inzet van communicatiemiddelen teneinde de bekendheid van en kennis over Andere Mobiliteitsdiensten bij de onder sub a bedoelde typen (potentiële) Reizigers te vergroten teneinde multimodaal reizen te stimuleren;

e.

de inzet van communicatiemiddelen teneinde bekendheid te geven aan het wijzigen van tarieven, indien de Concessieverlener een voorstel voor wijzigingen van het Tariefstelsel heeft vastgesteld;

f.

het vergroten van de naamsbekendheid van R-net en de invulling van de vijf zekerheden van R-net (betrouwbaar, frequent, snel, toegankelijk en aantrekkelijk) teneinde het gebruik van R-netlijnen te stimuleren;

g.

activiteiten om (potentiële) Reizigers die niet of nauwelijks gebruik maken van Openbaar Vervoer, op laagdrempelige wijze kennis te laten maken met het Openbaar Vervoer;

h.

de omgang met demografische, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in het Concessiegebied, waaronder begrepen het inspelen op veranderende klantwensen en informatiebehoeften van (potentiële) Reizigers waarvan woonsituatie, huishoudensamenstelling of inkomenssituatie veranderen;

i.

het behouden van de samenhang tussen de inzet van communicatiemiddelen: herkenbare communicatie over een herkenbaar product, zowel voor als tijdens de reis; en

j.

verwachte effecten van de marketing- en communicatieactiviteiten op de Vervoervraag en Vervoeropbrengsten.

3.

De Concessiehouder stemt zijn Marketingplan tijdig af met relevante partijen, waaronder in elk geval concessiehouders in aangrenzende concessies en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten.

4.

De Concessiehouder voegt bij het Marketingplan een Communicatiekalender waarin hij de inzet van communicatiemiddelen zoals beschreven in lid 1, sub c, d en e uitzet in de tijd.

5.

De Concessiehouder actualiseert zijn Communicatiekalender elke vier weken en stelt de geactualiseerde Communicatiekalender onverwijld ter beschikking aan de Concessieverlener.

6.

De Concessiehouder voegt bij het Marketingplan een begroting van de marketing- en communicatieactiviteiten toe. Het budget dat de Concessiehouder jaarlijks voor uitvoering van het Marketingplan inzet bedraagt ten minste € 600.000. Het is de Concessiehouder toegestaan om marketing- en communicatieactiviteiten die hij gezamenlijk met Derden uitvoert, uit dit (minimum)budget te bekostigen. Het is de Concessiehouder niet toegestaan dit (minimum)budget in te zetten voor (i) marketing- en communicatieactiviteiten gericht op (typen) Reizigers die hun herkomst buiten het Concessiegebied hebben, dan wel (ii) de inzet van Personeel.

7.

De Concessiehouder maakt jaarlijks, of vaker indien de Concessieverlener daarom verzoekt, in de vorm van evaluatie(s) inzichtelijk wat de effecten van zijn marketing- en communicatieactiviteiten zijn. De Concessiehouder betrekt de resultaten van de evaluatie(s) bij het opstellen van het Marketingplan voor het volgende jaar.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 66 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

8.

De Concessiehouder legt, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, het Marketingplan voor het daaropvolgende Dienstregelingjaar ter advisering aan het ROCOV Hollands Midden (RHM) en de Stuurgroep OV-ZHN voor.

9.

De Concessiehouder biedt het Marketingplan voor het daaropvolgende Dienstregelingjaar, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, uiterlijk op 1 november ter vaststelling aan de Concessieverlener aan. De Concessiehouder geeft daarbij aan hoe hij is omgegaan met de adviezen van het ROCOV Hollands Midden (RHM) en de Stuurgroep OV-ZHN en geeft een gedegen onderbouwing wanneer hij van (delen van) het advies is afgeweken.

4.9

Klantenservice en -reacties Artikel 4.9.1 Bereikbaarheid en aanspreekbaarheid voor klantenreacties 1.

De Concessiehouder treft voor het stellen van vragen en het indienen van klachten en suggesties, goede, laagdrempelige voorzieningen (in ieder geval de voorzieningen zoals bedoeld in leden 2, 3 en 4) en maakt deze bekend aan (potentiële) Reizigers.

2.

De Concessiehouder beschikt uiterlijk vanaf één maand voor aanvang van de Concessie over een informatie- en klachtentelefoonnummer dat ten minste op Werkdagen van 8:00 tot 19:00 uur en op zaterdagen van 9:00 tot 17:00 uur bereikbaar is. Het tarief dat de Concessiehouder bij bellers in rekening brengt bedraagt ten hoogste het tarief voor het bellen binnen het Concessiegebied vanaf een vast telefoontoestel.

3.

De Concessiehouder biedt Reizigers de mogelijkheid om via een antwoordnummer, een online reactie- en klachtenformulier en een elektronisch postadres te reageren en/of een klacht in te dienen.

4.

De Concessiehouder draagt er zorg voor dat de klantenservice bereikbaar is voor Reizigers met een Functiebeperking.

Artikel 4.9.2 Klantenservice en verloren voorwerpen 1.

De Concessiehouder beschikt over een klachtenafhandelingsprocedure waarin hij beschrijft hoe hij klachten van Reizigers afhandelt. Hij maakt hierbij naar eigen inzicht eventueel onderscheid tussen (de aard van de) klachten, restitutieverzoeken en vragen.

2.

De Concessiehouder stuurt zo spoedig mogelijk een ontvangstbevestiging naar Reizigers die een klacht, restitutieverzoek of vraag indienen en verwijst hierbij naar zijn klachtenafhandelingsprocedure.

3.

De Concessiehouder geeft klachten en restitutieverzoeken die betrekking hebben op de infrastructuur, het mobiliteitsbeleid of onderdelen van een ketenreis die niet onder zijn verantwoordelijkheid vallen binnen drie Werkdagen door aan de betreffende Wegbeheerder, de Concessieverlener respectievelijk de Derde die verantwoordelijk is voor dat onderdeel van de ketenreis en meldt de indiener van de klacht in dat geval aan welke partij hij de klacht heeft doorgegeven, inclusief vermelding van de contactgegevens van deze partij.

4.

De Concessiehouder is aangesloten bij de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag (of diens eventuele opvolger).

5.

De Concessiehouder handelt klachten, restitutieverzoeken en vragen, met uitzondering van de klachten en restitutieverzoeken als bedoeld in lid 3, binnen vier weken na ontvangst af door middel van een per e-mail of per brief verstuurde, deugdelijk gemotiveerde reactie.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 67 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Specifiek bij de afhandeling van de ingediende klachten geeft de Concessiehouder richting de klachtindiener duidelijk aan: a.

de wijze waarop hij de klacht heeft afgehandeld en in de toekomst vergelijkbare klachten voorkomt;

b.

het bestaan van de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, waar de klachtindiener de mogelijkheid heeft om onder bepaalde voorwaarden een geschil voor te leggen; en

c.

het bestaan van het de OV Ombudsman, waar de klachtindiener een klacht in kan dienen wanneer de klacht niet naar tevredenheid van de klachtindiener is afgehandeld.

6.

De Concessiehouder bewaart voorwerpen die Reizigers in Voertuigen en op haltes hebben laten liggen overeenkomstig de Regeling Gevonden Voorwerpen (Burgerlijk Wetboek, boek 5) en stelt Reizigers die iets verloren hebben in de gelegenheid om hun eigendommen via een gebruikersvriendelijke procedure, ten minste met een online formulier en een telefoonnummer, een beroep te doen op een door de Concessiehouder opgestelde regeling gevonden voorwerpen. De Concessiehouder publiceert deze regeling uiterlijk bij aanvang van de Concessie op in ieder geval zijn website en in de Bussen en Buurtbussen die hij voor uitvoering van het Openbaar Vervoer inzet.

4.1 0

Infrastructuur en overige voorzieningen Artikel 4.1 0.1 Infrastructuur busdienst 1.

De Concessiehouder maakt gebruik van alle specifiek (of vooral) voor het Openbaar Vervoer bedoelde (nog aan te leggen) Infrastructuur, waaronder Verplichte Haltes, busstations, busbanen, busstroken, opritten en verkeersregelinstallaties met busprioriteit, tenzij de Concessieverlener op verzoek van de Concessiehouder hiervoor ontheffing heeft verleend.

2.

De Concessiehouder maakt met de betreffende Wegbeheerders afspraken over het gebruik van de in het vorige lid bedoelde Infrastructuur, alsmede over het gebruik van door de Wegbeheerders gehanteerde informatiesystemen 19.

3.

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventuele vergunningen die benodigd zijn voor het gebruik van specifieke Infrastructuur.

Artikel 4.1 0.2 Haltelocaties 1.

De Concessiehouder maakt met de Wegbeheerders afspraken over locatie, inrichting en gebruik van haltelocaties. Het gebruik van eventuele DRIS-systemen verloopt conform Bijlage B14.1.

2.

De Concessiehouder is, met inbegrip van de mogelijke overname van Haltepalen en Halteborden van de vorige concessiehouder, voor eigen rekening en risico verantwoordelijk voor het plaatsen, onderhouden en verwijderen van Haltepalen en Halteborden dan wel andere tekens die voldoen aan de wettelijke eisen voor het aanmerken van een locatie als Halte, bij de Haltes gelegen aan door de Concessiehouder geëxploiteerde Lijnen, met inbegrip van de Haltes van Buurtbuslijnen, maar met uitzondering van R-nethaltes en Haltes waar een knooppuntdisplay aanwezig is. De Concessiehouder neemt daarbij de aanwijzingen

19

Ten tijde van het opstellen van het Programma van Eisen betreft dit de systemen MELVIN en CHB (Centraal Halte Bestand).

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 68 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

van de Wegbeheerder met betrekking tot welstandseisen alsmede een eventuele aanwijzing van de Concessieverlener met betrekking tot de vormgeving van een Halte in acht. 3.

De Concessiehouder is verantwoordelijk voor kleine (tijdelijke) verplaatsingen van Haltepalen inclusief Halteborden en een eventuele Display, bijvoorbeeld in geval van wegwerkzaamheden of Evenementen, en neemt daarbij het gestelde in Bijlage B14.2 in acht.

4.

De Concessiehouder draagt alle Haltepalen en Halteborden die in het bezit zijn van de Concessiehouder dan wel in zijn opdracht zijn geplaatst, om niet over aan de opvolgende concessiehouder.

5.

De Concessiehouder voert minimaal één maal per Dienstregelingjaar een halteschouw uit van alle Haltes die de Concessiehouder binnen en buiten het Concessiegebied aandoet en rapporteert de resultaten aan de Concessieverlener, het ROCOV Hollands Midden (RHM) en de betreffende Wegbeheerder. De Concessiehouder stemt met de Concessieverlener en het ROCOV Hollands Midden (RHM) de te schouwen aspecten af.

6.

Indien de Concessiehouder op enig moment tijdens de looptijd van de Concessie gebreken constateert aan voorzieningen bij Haltes die hij aandoet, ook wanneer deze buiten het Concessiegebied liggen, meldt hij deze gebreken proactief zo snel mogelijk bij de eigenaar/beheerder van deze voorzieningen en bewaakt hij de voortgang van het herstel van deze gebreken.

7.

Indien de Concessiehouder tijdelijk van een alternatieve Halte gebruik wenst te maken, overlegt hij hierover minimaal twee weken voor de datum van ingebruikname van de Halte met de betreffende Wegbeheerder. De Concessiehouder communiceert de ingebruikname van tijdelijke Haltes, waaronder de toegankelijkheid, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.3.7 en, in die gevallen waar dat artikel niet in voorziet, minimaal vijf Werkdagen voor de datum van ingebruikname richting Reizigers en de Concessieverlener.

8.

Indien een Wegbeheerder besluit tot vervanging van in eigendom van de Concessieverlener zijnde Haltepalen en Halteborden, werkt de Concessiehouder hier onvoorwaardelijk aan mee.

Artikel 4.1 0.3 Beïnvloeding verkeersregelinstallaties 1.

De Concessiehouder stemt de toepassing van systemen voor de informatie-uitwisseling tussen Voertuigen en Infrastructuur (daaronder worden ook verkeersregelinstallaties (VRI) verstaan) af op de systemen die de betreffende Wegbeheerder gebruikt.

2.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat het voertuigvolgsysteem als bedoeld in lid 6 van artikel

4.5.1 zo nauwkeurig is dat hij verkeersregelinstallaties (VRI’s) op betrouwbare wijze kan beïnvloeden. 3.

De Concessiehouder waarborgt dat de gegevens in het voertuigvolgsysteem gelijk zijn aan de gegevens die hij voor het DRIS aanlevert (de integratieservice).

4.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de in te zetten Voertuigen door middel van de in lid 1 genoemde systemen voor de informatie-uitwisseling (in ieder geval KAR; een Voertuig dient tevens te zijn voorzien van VETAG en/of VECOM indien het Voertuig wordt ingezet op een

route waar één of meerdere VRI’s KAR niet ondersteunen, maar VETAG/VECOM wel ondersteunen) met de Infrastructuur, waaronder zakpalen, kunnen communiceren. De Concessiehouder neemt daarbij minimaal de bepalingen in Bijlage B14 in acht. 5.

De Concessiehouder houdt rekening met en werkt in voorkomende gevallen zonder voorbehoud mee aan de implementatie van nieuwe technologieën ten behoeve van de

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 69 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

prioritering van Voertuigen bij verkeersregelingsinstallaties, bijvoorbeeld i-VRI. De Concessiehouder en zijn Voertuigen voldoen aan de eisen en afspraken zoals deze zijn en

worden vastgelegd binnen het partnership Talking Traffic (zie ook het document ‘2018.10.05 OV bestekteksten mbt C-ITS prioritering Concept 0.2’). Uiterlijk twee maanden voor aanvang van de Concessie toont de Concessiehouder aan dat hij aan deze eisen voldoet.

4.1 1

Implementatie Artikel 4.1 1 .1 Implementatie 1.

De Concessiehouder neemt alle nodige maatregelen om er voor te zorgen dat hij vanaf aanvang van de Concessie: a.

de Concessie volledig en correct ten uitvoer kan en zal brengen conform ten minste de Concessievoorschriften en de toezeggingen in de Inschrijving van de Concessiehouder;

b.

over alle benodigde vergunningen en toestemmingen beschikt en zal beschikken om het Openbaar Vervoer, het Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten te kunnen en mogen verrichten.

2.

In de periode tussen het moment van verlening en de ingangsdatum van de Concessie vindt wekelijks een implementatieoverleg plaats tussen de Concessiehouder en de Concessieverlener, waarbij in ieder geval de voortgang op de volgende onderdelen van de implementatie aan de orde komen: a.

de levering van het voor de uitvoering van de Concessie benodigde Materieel;

b.

de realisatie van de voor de inzet van Nulemissievoertuigen benodigde Productiemiddelen, waaronder het vinden van en vergunningverlening voor laadlocaties, waarbij de Concessieverlener de Concessiehouder desgevraagd ondersteunt in de gesprekken met de betreffende gemeente/Wegbeheerder; en

c.

de voortgang van het overleg met chauffeursvertegenwoordigers over de Dienstregeling voor het eerste Dienstregelingjaar en de daarvoor benodigde goedkeuring van de rijroosters door chauffeursvertegenwoordigers.

3.

De Concessiehouder communiceert voor aanvang van de Concessie proactief en onverwijld over wijzigingen van het Openbaar Vervoer richting (potentiële) Reizigers, Regio’s en gemeenten, burgers, bedrijven, organisaties en pers.

4.

Indien de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie nieuw Materieel aanschaft, zorgt de Concessiehouder, telkens wanneer de Concessieverlener hierom verzoekt, voor (i) toegang voor de Concessieverlener tot de betreffende fabriekslocaties dan wel (ii) deelname van een vertegenwoordiger van de betreffende leverancier aan het implementatieoverleg als bedoeld in lid 3.

5.

Indien de Concessiehouder delen van het Openbaar Vervoer dan wel het Deur-Halte Vervoer door één of meer onderaannemers laat uitvoeren, zorgt de Concessiehouder, telkens wanneer de Concessieverlener hierom verzoekt, voor (i) deelname van een vertegenwoordiger van deze onderaannemers aan het implementatieoverleg als bedoeld in lid 3 en (ii) doorgeleiding van voortgangsrapportages van deze onderaannemers, onder andere over de routetraining van chauffeurs, aan de Concessieverlener.

6.

De Concessiehouder doet zijn definitieve overeenkomsten - inclusief de definitieve prijsopgaven - met Derden inzake de Concessie toekomen aan de Concessieverlener,

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 70 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

waaronder overeenkomsten met leverancier(s) van Materieel. De Concessieverlener kan te allen tijde aanvullende informatie van de Concessiehouder verlangen die hij relevant acht. 7.

De Concessiehouder levert tijdens de implementatie van de Concessie na afloop van elk kwartaal aan de Concessieverlener een voortgangsrapportage die in een redelijke mate van detail, zulks ter beoordeling van de Concessieverlener, weergeeft hoe de uitvoering van de plannen uit zijn Inschrijving, waaronder het implementatieplan dat beoogt dat hij op 15 december 2024 zonder problemen met de uitvoering van de Concessie kan starten, verloopt.

8.

Indien er tijdens de implementatie afwijkingen van het implementatieplan zijn die realisatie van de activiteiten die zich op het kritieke pad bevinden beïnvloeden, rapporteert de Concessiehouder dit per omgaande aan de Concessieverlener en doet hij hierbij een voorstel voor bijsturing.

9.

De Concessiehouder doet zo spoedig mogelijk na gunning van de Concessie doch uiterlijk op 1 april 2024 aan de Concessieverlener een opgaaf van al zijn wensen betreffende de Infrastructuur en Haltes. De Concessieverlener zal de aldus opgegeven wensen toetsen op realiseerbaarheid en de wensen die, naar het uitsluitend oordeel van de Concessieverlener, realiseerbaar zijn, doen toekomen aan de betreffende Wegbeheerder en de Wegbeheerder verzoeken aan de aldus gepresenteerde wensen tegemoet te komen. De Concessiehouder kan geen rechten ontlenen aan de in de eerste volzin genoemde opgaaf.

10. Het aanhangig zijn van bezwaar en/of beroep doet op geen enkele wijze afbreuk aan de verplichting van de Concessiehouder tot het treffen van (tijdelijke) maatregelen die nodig zijn om vanaf de start van de Concessie aan alle voorwaarden die aan de Concessie verbonden zijn te kunnen voldoen. Alle kosten en investeringen die de Concessiehouder maakt/doet in de periode dat de Concessie nog niet onherroepelijk is, komen geheel voor zijn eigen rekening en risico.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 71 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

5

Eisen aan de duurzaamheid en overnames

5.1

Nulemissievoertuigen en overname Materieel Artikel 5.1.1 Overnameverplichting elektrische Bussen inclusief Productiemiddelen van de huidige concessiehouder 1.

De Concessiehouder neemt 23 elektrische Bussen inclusief Productiemiddelen, onderdelen en bedrijfsinformatie maar exclusief boordsysteem en Kaartlezers over van de huidige concessiehouder tegen de overnamewaarde en conform de voorwaarden en procedure zoals opgenomen in Bijlage @ van het Bestek.

2.

De kosten voor aanschaf en inbouw van een boordsysteem en Kaartlezers in de 23 elektrische Bussen zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder. Dit geldt ook voor een eventuele inkomstenderving wanneer de Concessiehouder de 23 elektrische Bussen inzet terwijl de Kaartlezers nog niet zijn ingebouwd en/of nog niet aangesloten zijn op zijn OV-Betaalsysteem.

3.

Indien de Concessiehouder de 23 elektrische Bussen vervangt, bijvoorbeeld vanwege de leeftijdseis zoals geformuleerd in artikel 4.5.1, vervangt hij deze door Nulemissievoertuigen.

Artikel 5.1.2 Inzet Nulemissievoertuigen 1.

De Concessiehouder laat met ingang van het Kalenderjaar 2025 alleen nog Nulemissiebussen voor de uitvoering van de Concessie instromen.

2.

Uiterlijk met ingang van het Dienstregelingjaar 2031 zet de Concessiehouder alleen nog Bussen voor de uitvoering van de Concessie in die classificeren als Nulemissievoertuig.

3.

De Concessiehouder beschikt over een managementsysteem dat inzicht geeft in het energiemanagement en voertuigdata van de door hem ingezette Nulemissievoertuigen en voorziet de Concessieverlener desgevraagd van (realtime) gegevens over (de ontwikkeling van) het energieverbruik in totaal, per Voertuig en per kilometer.

4.

De Concessiehouder verleent zijn onvoorwaardelijke medewerking aan de inzet van brandstofcelbussen op waterstof die de Concessieverlener bijvoorbeeld met subsidie uit Europese subsidieprogramma’s aanschaft of laat aanschaffen. De eventuele meerkosten voor de aanschaf en exploitatie komen in dat geval voor rekening van de Concessieverlener. De Concessiehouder stelt hiertoe een business case op.

Artikel 5.1.3 Productiemiddelen 1.

De Concessiehouder is voor eigen rekening en risico verantwoordelijk en aansprakelijk voor de tijdige realisatie, het beheer en onderhoud, de veiligheid en het gebruik van alle voor de inzet van Nulemissievoertuigen benodigde Productiemiddelen. Een beschrijving van mogelijke locaties voor de aanleg van Productiemiddelen is opgenomen in Bijlage @ van het Bestek.

2.

De Concessiehouder maakt afspraken met Derden over de aanleg van de voor de Productiemiddelen benodigde energievoorzieningen en het verkrijgen van de daarvoor benodigde vergunningen, met dien verstande dat de Concessieverlener de Concessiehouder waar mogelijk zal faciliteren bij het verkrijgen van de vergunningen.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 72 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3.

De Concessiehouder is eigenaar van Productiemiddelen. Hiertoe maakt hij met Derden die de grond van de beoogde locatie van de Productiemiddelen in eigendom hebben, afspraken teneinde voor de looptijd van de Concessie een opstalrecht op de Productiemiddelen te vestigen.

4.

De Concessiehouder zorgt er bij zijn keuze van en de locaties voor Productiemiddelen voor dat: a.

laders voldoen aan veiligheidsnormen en standaarden die hiervoor in internationaal verband zijn vastgesteld, zoals - maar niet uitsluitend - NEN1010;

b.

de geluidsproductie van een lader, gemeten op 1 meter afstand van de lader en 1,8 meter hoogte, maximaal 55 dB(A) en de geluidsproductie van de laadoperaties per locatie, gemeten op 10 meter afstand, maximaal 55 dB(A) is;

c.

de vormgeving van de Productiemiddelen passend is in het straatbeeld, zulks ter beoordeling van de betreffende gemeente/Wegbeheerder; en

d. 5.

voor de Productiemiddelen een open laadprotocol (OCPP) geldt.

De Concessiehouder spant zich in om met concessiehouders van aangrenzende concessies het wederzijds gebruik van Productiemiddelen en bijbehorende energievoorzieningen te bevorderen. De Concessiehouder stelt zich in dat kader constructief op bij verzoeken van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden om, ten hoogste tegen een kostendekkende vergoeding, gebruik te mogen maken van Productiemiddelen en/of bijbehorende energievoorzieningen in de openbare ruimte, en spant zich desgevraagd in om

– binnen de grenzen van wat redelijk is vanuit het oogpunt van het garanderen van de eigen dienstverlening – de betreffende concessiehouder een passend aanbod te doen. 6.

De Concessiehouder verschaft de Concessieverlener realtime inzicht in de beschikbaarheid en het gebruik, waaronder het gebruik door concessiehouders van aangrenzende concessies, van Productiemiddelen, laders en energievoorzieningen.

Artikel 5.1.4 Overnameregeling Nulemissievoertuigen + Productiemiddelen 1.

Indien de Concessiehouder hier ten minste 30 maanden voor het einde van de Concessie om verzoekt, zal de Concessieverlener in de aanbestedingsdocumenten voor de opvolgende concessie een overnameverplichting opnemen voor de Nulemissievoertuigen (exclusief

accu’s) en bijbehorende Productiemiddelen die de Concessiehouder heeft aangeschaft ter vervanging van de 23 elektrische Bussen inclusief Productiemiddelen zoals genoemd in artikel 5.1.1. Dit onder de voorwaarde dat: a.

de Concessiehouder de 23 elektrische Bussen ten minste gedurende vijf jaar voor de uitvoering van de Concessie heeft ingezet;

b.

de Concessiehouder de over te nemen Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen tot het einde van de Concessie voor de uitvoering van de Concessie inzet (d.w.z. indien de Concessiehouder de over te nemen Nulemissievoertuigen tot het einde van de Concessie regulier inzet voor de uitvoering van de Dienstregeling); en

c.

de leeftijd van de over te nemen Nulemissievoertuigen ten minste vijf jaar lager is dan de voor de Voertuigen geldende leeftijdseis zoals geformuleerd in lid 1 van artikel 4.5.1.

2.

Op de mogelijkheid tot het laten overnemen van de Nulemissievoertuigen en bijbehorende Productiemiddelen als bedoeld in het vorige lid zijn de bepalingen uit Bijlage B8.1 van toepassing.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 73 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

3.

De Concessiehouder verwijdert eventuele Productiemiddelen die niet onder de overnameregeling vallen en die niet worden overgenomen door de opvolgende concessiehouder, en brengt de locatie van de betreffende Productiemiddelen terug in de oorspronkelijke staat, indien de Concessieverlener hierom verzoekt.

5.2

Overige Voertuigen Artikel 5.2.1 Euronormering Voertuigen 1.

Voor het Materieel gelden de volgende eisen met betrekking tot euronormering:

Type Materieel

Bussen die op de Stadslijnen in

Materieel dat vanaf aanvang van

Materieel dat na aanvang van

de Concessie in gebruik wordt

de Concessie in gebruik wordt

genomen in de Concessie

genomen in de Concessie

Nulemissiebus

Nulemissiebus

Euro-VI

Euro-VI

Euro-VI

Tot start Dienstregelingjaar 2025:

Leiden worden ingezet Bussen die uitsluitend voor Scholierenlijnen, Vervangend Vervoer, Versterkings- en/of Verdichtingsritten of vervoer naar Evenementen worden ingezet Alle overige Bussen

Euro-VI Vanaf start Dienstregelingjaar 2025: Nulemissiebus

Auto’s, inclusief Buurtbussen

Euro-6

Tot start Dienstregelingjaar 2028: Euro-6 Vanaf start Dienstregelingjaar 2028: Nulemissieauto

2.

De Concessiehouder draagt er zorg voor dat Voertuigen zijn voorzien van een monitoringsysteem dat continu registreert of de uitlaatgasreinigingsinstallatie die nodig is om met het betreffende Voertuig aan het gestelde in lid 1 te voldoen, goed functioneert en onmiddellijk een signaal aan de bestuurder en (indirect) aan de technische dienst afgeeft op het moment dat dit niet het geval is. De Concessiehouder rapporteert eventuele storingen van de uitlaatgasreinigingsinstallatie en de maatregelen die hij heeft getroffen om deze storingen te verhelpen in het duurzaamheidsjaarverslag overeenkomstig het bepaalde in punt 13 in Bijlage B12.

3.

In afwijking van het gestelde in leden 1 en 2 hoeven Nulemissievoertuigen niet te voldoen aan een Euronorm of voorzien te zijn van een monitoringsysteem.

5.3

Bedrijfsvoering Artikel 5.3.1 Duurzame bedrijfsvoering 1.

De Concessiehouder verleent volledige medewerking aan initiatieven van de Concessieverlener betreffende (innovaties op het gebied van) duurzaamheid.

2.

De Concessiehouder spant zich maximaal in om zowel bij de uitvoering van het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en door of namens hem aangeboden Mobiliteitsdiensten zelf als

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 74 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

in alle onderliggende bedrijfsprocessen, de uitstoot van schadelijke emissies en geluid blijvend te minimaliseren, het energiegebruik te beperken en overige negatieve effecten van de uitvoering van het Concessiebesluit voor het milieu blijvend te vermijden. 3.

De Concessiehouder maakt voor de uitvoering van de Concessie zoveel mogelijk, maar in ieder geval voor het laden van Nulemissievoertuigen volledig gebruik van gecertificeerde 100% hernieuwbare energie of brandstof (afkomstig uit bijvoorbeeld windenergie, zonneenergie, waterkracht of geothermische energie20) die zoveel als mogelijk in het Concessiegebied is opgewekt.

4.

De Concessiehouder streeft bij de uitvoering van de Concessie blijvend naar maximalisatie van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen.

5.

De Concessiehouder rapporteert, overeenkomstig het bepaalde in Bijlage B12, in het duurzaamheidsjaarverslag over de duurzaamheidsmaatregelen die hij in het betreffende jaar heeft getroffen en de resultaten die hij daarmee heeft bereikt.

20

Let op, het gebruik van biomassa voor de opwekking van elektriciteit is niet toegestaan.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 75 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

6

Eisen aan de ontwikkeling en samenwerking

6.1

Ontwikkelopdracht Artikel 6.1.1 Plaats, inhoud en kaders Ontwikkelopdracht 1.

De Concessiehouder draagt zorg voor de uitvoering van de Ontwikkelopdracht. De Ontwikkelopdracht omvat alle elementen van het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en door of namens hem aangeboden Mobiliteitsdiensten die ontwikkeling behoeven, waaronder in ieder geval het in samenhang en in samenwerking met andere betrokken partijen structureel en planmatig ontwikkelen en implementeren van: a.

de in de Inschrijving beschreven visie op de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer, het Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten gedurende de looptijd van de Concessie;

b.

een samenhangend netwerk van Openbaar Vervoer (lijnvoering, Dienstregeling, rijtijden, vertrektijden en (Gegarandeerde) Aansluitingen), Deur-Halte Vervoer, (Andere) Mobiliteitsdiensten en (innovatieve) vervoersoplossingen dat: i.

blijvend is afgestemd op de (potentiële en veranderende) Vervoervraag;

ii.

inwoners en bezoekers van het Concessiegebied verleidt om met het Openbaar Vervoer te reizen; en

iii.

ertoe bijdraagt dat meer Reizigers buiten de spits gaan reizen en dat iedereen, met of zonder beperking, die voor gebruik van het Openbaar Vervoer niet afhankelijk is van de hulpverlening door Personeel volwaardig kan deelnemen aan de maatschappij (= inclusieve samenleving);

c.

Aansluitingen tussen vervoerdiensten zowel binnen het netwerk van de Concessiehouder als tussen zijn netwerk en de trein, Lijnen in en vanuit aangrenzende concessiegebieden en door Derden aangeboden Mobiliteitsdiensten, zoals CVV;

d.

op de behoeften van de verschillende typen Reizigers afgestemde acties, onder andere op het gebied van marketing en mobiliteitsmanagement, gericht op een toename van het aantal Reizigers en/of Vervoeropbrengsten dan wel die op andere wijze bijdragen aan realisatie van de doelen voor de Concessie zoals beschreven in paragraaf 1.2;

e.

op de behoeften van de verschillende typen Reizigers afgestemde informatievoorziening (rekening houdend met alle modaliteiten), zowel voorafgaand aan als tijdens de reis, met gebruik making van de nieuwste technologische ontwikkelingen;

f.

op de behoeften van de verschillende typen Reizigers afgestemde (nieuwe) betaalmethodes voor het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten en overige technologische ontwikkelingen in de mobiliteitssector;

g.

een Tariefstelsel dat bijdraagt aan het benutten van door de Concessiehouder geïdentificeerde marktkansen, met dien verstande dat de uiteindelijke vaststelling en overweging van het Tariefstelsel een bevoegdheid is van de Concessieverlener;

h. i.

maatregelen ter waarborging en verbetering van de sociale veiligheid; maatregelen op het gebied van de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer en het Deur-Halte Vervoer, met in ieder geval aandacht voor de toegankelijkheid van het

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 76 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

Materieel en de informatievoorziening en voor de dienstverlening door het Personeel, gericht op de behoeften van (potentiële) Reizigers; en j.

maatregelen gericht op realisatie van de klimaatambities en (een verdere) energietransitie bij de uitvoering van de Concessie.

2.

De Concessiehouder richt zich bij de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en eventuele Mobiliteitsdiensten in het bijzonder op het leveren van een bijdrage aan de in paragraaf 1.2 benoemde doelen en het realiseren van de in artikel 7.3.1 benoemde outputnormen.

3.

De Concessiehouder hanteert het Programma van Eisen en het vigerende provinciaal beleid ten aanzien van mobiliteit, ruimtelijke ordening, economie, duurzaamheid en energie, waaronder het Beleidskader in Bijlage B16.@, en de daarin verwoorde doelen en streefbeelden tijdens de looptijd van de Concessie als kader voor de uitvoering van de Ontwikkelopdracht.

4.

De Concessiehouder betrekt Reizigers, Regio’s, gemeenten, Wegbeheerders, het ROCOV Hollands Midden (RHM), concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden, aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten en overige belanghebbenden actief bij de uitvoering van de Ontwikkelopdracht en overlegt regelmatig met deze partijen over onder andere de ontwikkelkansen en uitvoering van het Openbaar Vervoer, het Deur-Halte Vervoer en (Andere) Mobiliteitsdiensten.

Artikel 6.1.3 Organisatie in het kader van de Ontwikkelopdracht 1.

De Concessiehouder beschikt over een ontwikkelteam dat belast is met de uitvoering van de Ontwikkelopdracht en dat over de kennis, expertise en ervaring beschikt om alle elementen van de Ontwikkelopdracht goed uit te kunnen voeren.

2.

De Concessiehouder stelt gedurende de gehele looptijd van de Concessie ten minste één vast persoon beschikbaar die eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van de Ontwikkelopdracht (bijvoorbeeld een concessiemanager of ontwikkelmanager).

3.

De persoon (personen) zoals bedoeld in het vorige lid voldoet (voldoen gezamenlijk) aan de volgende eisen: a.

hij/zij is HBO- of WO-opgeleid en beheerst de Nederlandse taal zowel mondeling als schriftelijk;

b.

hij/zij is in staat om de Ontwikkelopdracht uit te kunnen voeren;

c.

hij/zij is namens de Concessiehouder aanspreekpunt en op elke Werkdag beschikbaar voor overleg over de uitvoering van de Ontwikkelopdracht, desgevraagd in het provinciehuis;

d.

hij/zij beschikt over voldoende mandaat om namens de Concessiehouder te kunnen beslissen over wijzigingen in de Dienstregeling en over de inzet van het marketingbudget dat conform het Bestek deel uitmaakt van de Inschrijving van de Concessiehouder; en

e.

hij/zij beschikt over voldoende tijd, te weten ten minste 0,8 fte, om zijn/haar rol in het kader van de Ontwikkelopdracht zoals bedoeld in lid 1 adequaat te kunnen invullen.

4.

De Concessiehouder stelt gedurende de gehele looptijd van de Concessie tevens ten minste: a.

één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor alle zaken die de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer betreffen;

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 77 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

b.

één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor Wegbeheerders;

c.

één vast persoon beschikbaar als aanspreekpunt voor alle zaken die de sociale veiligheid van het Openbaar Vervoer, Deur-Halte Vervoer en eventuele door of namens de Concessiehouder aangeboden Mobiliteitsdiensten betreffen; en

d.

één vast persoon beschikbaar voor de secretariële ondersteuning van het ontwikkelteam van de Concessiehouder.

5.

De Concessiehouder stelt één installatieverantwoordelijke beschikbaar (als bedoeld in artikel 4.3 van NEN 3140) voor alle Productiemiddelen die hij aanlegt.

6.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat de omvang en samenstelling van het ontwikkelteam gedurende de gehele looptijd van de Concessie ten minste vergelijkbaar is met hetgeen hij in zijn Inschrijving heeft aangeboden.

7.

De Concessiehouder deelt tijdens de implementatie van de Concessie en bij voorgenomen wijzigingen in de samenstelling van het ontwikkelteam de curricula vitae van de persoon of personen zoals bedoeld in leden 2, 4 en 5 met de Concessieverlener. Indien de Concessieverlener zwaarwegende redenen heeft te twijfelen aan de kwaliteiten van een voorgedragen persoon, kan de Concessieverlener deze kwaliteiten nader toetsen tijdens een gesprek met deze persoon. De Concessieverlener heeft het recht om op basis van dit gesprek de persoon af te wijzen voor het ontwikkelteam. De Concessiehouder dient in een dergelijk geval zorg te dragen voor een geschikte vervanger.

Artikel 6.1 .3 Ontwikkelplan 1.

De Concessiehouder stelt in het kader van zijn ontwikkelrol eens in de vier jaar een Ontwikkelplan voor de eerstvolgende vier Jaar op en actualiseert het Ontwikkelplan na twee Jaar. In het Ontwikkelplan behandelt en onderbouwt de Concessiehouder in ieder geval de volgende onderwerpen: a.

de visie van de Concessiehouder ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van het Openbaar Vervoer;

b.

per type (potentiële) Reizigers waarop de Concessiehouder zich gedurende de Concessie richt, doelstellingen op het gebied van reizigers- en opbrengstengroei alsmede doelstelling(en) op het gebied van onder meer imagoverbetering van het Openbaar Vervoer en het Deur-Halte Vervoer. Daarbij heeft de Concessiehouder nadrukkelijk ook oog voor het behoud van bestaande Reizigers;

c.

op hoofdlijnen de wijze waarop de Concessiehouder het Openbaar Vervoer en het DeurHalte Vervoer gedurende de looptijd van de Concessie vormgeeft als een aantrekkelijk reisalternatief voor de verschillende typen Reizigers. De Concessiehouder besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan: i.

de vervoerkundige doorontwikkeling van de Concessie teneinde de verwachte reizigersgroei te kunnen accommoderen, in ieder geval onderscheiden naar de volgende onderdelen van het Openbaar Vervoer netwerk: (i) R-netlijnen, (ii) Streeken Stadslijnen, (iii) Deur-Halte Vervoer en, voor zover van toepassing, (iv) Lijnen gericht op specifieke doelgroepen, zoals Toeristenlijnen en Scholierenlijnen;

ii.

aanvullende Mobiliteitsdiensten in het Concessiegebied, met hierbij aandacht voor: - de partijen waarmee hij eventueel gaat samenwerken en de concrete diensten die hij aanbiedt om de Ketenreis voor Reizigers te vergemakkelijken; en

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 78 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

- de vraag hoe hiermee een samenhangend aanbod wordt gecreëerd dat gebruiksvriendelijk is en dat door Reizigers als zodanig wordt herkend en erkend; iii.

de verschillende typen Voertuigen die hij gedurende de looptijd van de Concessie inzet, met hierbij aandacht voor: - de capaciteit van de Voertuigen; en - het moment waarop hij de Voertuigen in gaat zetten; en - de mate waarin de verschillende typen Voertuigen bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van de Concessiehouder op het gebied van duurzaamheid;

d.

iv.

de inzet van marketing- en communicatiemiddelen; en

v.

het Tariefstelsel en (Bijzondere) Vervoerbewijzen; de effecten die de Concessiehouder met de inzet van zijn middelen beoogt te realiseren in relatie tot de Vervoeropbrengsten en de toezeggingen die de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft opgenomen; en

e.

de mate waarin de beoogde effecten zich verhouden tot de doelen die de Concessieverlener met het Openbaar Vervoer nastreeft, zoals beschreven in paragraaf 1.2.

2.

De Concessiehouder baseert zijn Ontwikkelplan op een onderzoek naar de wensen van een representatieve groep (potentiële) Reizigers dat hij elke twee jaar uitvoert c.q. door Derden in zijn opdracht laat uitvoeren. Het in de vorige volzin bedoelde onderzoek betreft ten minste de aansluiting van het aanbod van Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer op de (vervoer)wensen van de in paragraaf 1.2 onderscheiden typen (potentiële) Reizigers, en de (door Reizigers ervaren) kwaliteit van het Openbaar Vervoer (inclusief aanvullende diensten die de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie aanbiedt). Het onderzoek resulteert in een overzicht van inzichten en kansen (ten minste onderscheiden naar bestaande en nieuwe verbindingen en diensten) en bedreigingen. De Concessiehouder draagt er daarbij zorg voor dat uit deze analyse naar voren komt wat de belangrijkste kwaliteitscriteria zijn waar zijn aanbod aan moet voldoen om Reizigers te trekken en te behouden, onderverdeeld naar typen (potentiële) Reizigers en/of reismotieven. De Concessiehouder rapporteert de uitkomsten van het onderzoek aan de Concessieverlener conform het bepaalde in Bijlage B12.

3.

De Concessiehouder baseert zijn Ontwikkelplan voor de eerste vier jaar van de Concessie op de in het kader van de aanbesteding gevraagde strategieën/doorontwikkelingen voor specifieke aspecten van het Openbaar Vervoer zoals deze deel uitmaken van zijn Inschrijving.

4.

De Concessiehouder baseert de tweejaarlijkse actualisatie van zijn Ontwikkelplan op: a.

het onderzoek zoals bedoeld in lid 2;

b.

de analyse van de rij- en halteertijden (zie Bijlage B12);

c.

de evaluatie/effectmeting (zie Bijlage B12);

d.

de analyse van vraag, aanbod en gebruik van het Openbaar Vervoer (zie Bijlage B12); en

e.

de provinciale beleidsdoelen;

en neemt hierbij het bepaalde in Bijlage B11 in acht.

HOOFDSTUK Error! Use the Home tab to apply Kop 1;[K];Hoofdstuk to the text that you want to

appear here. - ERROR! USE THE HOME TAB TO APPLY KOP 1 ;[K];HOOFDSTUK TO THE TEXT THAT YOU WANT TO APPEAR 79 van 150

HERE.

PZH-2022-803488326 dd. 22-03-2022

5.

De Concessiehouder legt het geactualiseerde Ontwikkelplan ter advisering voor aan het ROCOV Hollands Midden (RHM) en vervolgens aan de Stuurgroep OV-ZHN (waarbij hij het advies van het ROCOV Hollands Midden (RHM) betrekt).

6.

De Concessiehouder legt het Ontwikkelplan ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor en motiveert eventuele afwijkingen van de in het voorgaande lid bedoelde adviezen.

7.

De Concessiehouder hanteert het Ontwikkelplan als uitgangspunt voor de jaarlijks door hem op te stellen plannen, voorstellen en analyses genoemd in Bijlage B12, waaronder zijn Vervoerplan en zijn Marketingplan.

6.2

Samenwerking met het ROCOV Hollands Midden (RHM) Artikel 6.2.1 Onderwerpen advisering 1.

De Concessiehouder neemt voor eigen rekening en risico ten minste drie maal per Dienstregelingjaar, of zoveel vaker als één der partijen hieraan behoeft heeft, het initiatief tot een overleg met het ROCOV Hollands Midden (RHM).

2.

De Concessiehouder vraagt het ROCOV Hollands Midden (RHM) minimaal één keer per Dienstregelingjaar advies over in ieder geval de volgende onderwerpen: a. b.

de voorgenomen wijzigingen van de Dienstregeling; de wijze waarop de Concessiehouder Reizigers informeert over de Dienstregeling, de tarieven en de klachtenafhandelingsprocedure;

c.

de vervoervoorwaarden waartegen Openbaar Vervoer en Deur-Haltevervoer wordt verricht;

d.

de voorgenomen wijzigingen in het Tariefstelsel;

e.

de Vervoerbewijzen die de Concessiehouder hanteert;

f.

de wijze waarop en de mate waarin Vervoerbewijzen verkrijgbaar zij;

g.

de wijze waarop Reizigers de betaling van het Vervoerbewijs kunnen voldoen;

h.

de voorzieningen die de Concessiehouder treft ten aanzien van de toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer en Deur-Halte Vervoer en de dienstverlening van het Personeel aan Reizigers met een Functiebeperking;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1453/documents/18520