CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D49 VRHM, vaststelling programmabegroting 2027

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken28.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “sluiting”: 62

Deze geldt als integraal geïnventariseerd of er risico’s zijn, waarvoor wel zoveel als mogelijk | kader voor alle overheden. Bovendien wordt op basis van de Europese beheersmaatregelen zijn getroffen, maar die toch bij het manifesteren | NIS2 richtlijn verwacht dat in het tweede kwartaal van 2026 de nieuwe van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. | Cyberbeveiligingswet van kracht wordt. Daarin wordt een zorgplicht, Het directieteam heeft deze risico’s in relatie tot de organisatiedoel- | meldplicht en toezicht op naleving van kracht. stellingen beoordeeld en heeft een inschatting gemaakt van kans (de mogelijkheid dat een gebeurtenis zich voordoet) en impact (het effect | Zelfs met de voorgenomen aanvullende investeringen op gebied van dat voortvloeit uit het optreden van een risico). | informatieveiligheid blijft het financiële risico op verstoring groot. 1. Meerkosten die samenhangen met de taken van de | Kans: | Reëel (50%) veiligheidsregio | Impact, financieel risico ingeschat op: | € 0,55 - € 0,83 mln. Het grootschalig en langdurig optreden bij incidenten en de bestrij- | Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen: | 50% x € 0,83 mln. = € 0,41 mln. ding van rampen kan, incidenteel, leiden tot meerkosten voor de veiligheidsregio. Meerkosten die niet in de reguliere begroting zijn voorzien.

Kans: | Reëel (50%) Impact, financieel risico ingeschat op: | € 0,55 - € 1,10 mln. Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen: | 50% x € 1,10 mln. = € 0,55 mln. 53 3. | Onvoorziene juridische claims (aansprakelijkheidstelling) | uitgevoerde werk vanuit de VRHM. De regeling bepaalt de rechtsposi- De VRHM wordt geconfronteerd met juridische claims: | tionele aanspraken, echter regelt niet de aansprakelijkheid. • | Van ziekte als gevolg van blootstelling aan asbest (asbestose). De VRHM wordt hierbij aansprakelijk gesteld voor de, als gevolg van | Door alle veiligheidsregio’s gezamenlijk is aan het ministerie van deze ziekte, geleden en te lijden materiële en immateriële schade. | Justitie en Veiligheid gevraagd om extra geld voor zowel de lande- • | Brandweer Hollands Midden heeft in het verleden gebruikgemaakt | lijke inrichting rondom de regeling PTSS als de begeleiding vanuit de van PFAS (Per- en poly Fluor Alkyl Stoffen) bevattend blusschuim op | individuele veiligheidsregio (0,5 FTE per veiligheidsregio). Hiervoor is oefenplaatsen. Door het gebruik van dit blusschuim kan onbedoeld | een voorlopige toezegging gedaan door de minister. De overige ‘pre- PFAS in de bodem/het milieu zijn terechtgekomen. De VRHM kan | ventiekosten’ zijn voor rekening van de individuele veiligheidsregio.

aansprakelijk worden gesteld voor de mogelijke milieuschade die | Een eerste landelijke verkenning naar de formatieve impact levert een daardoor is ontstaan. | inschatting van gemiddeld 2 FTE per veiligheidsregio op. • | Mensen die werken in hoog-risico beroepen, zoals de brandweer, hebben een grote kans om tijdens het werk blootgesteld te wor- | Ook is de afspraak dat veiligheidsregio’s zelf de schadelast dragen. Dit den aan ingrijpende gebeurtenissen. Denk aan menselijk lijden, | zijn de kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de regeling PTSS (zoals letsel, dreiging, agressie en geweld. De werkgever heeft een | loondoorbetaling, medische kosten, te declareren overige kosten). Een morele en wettelijke verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat | landelijke inschatting van de totale kosten komt neer op gemiddeld € medewerkers veilig en gezond hun werk kunnen doen. Tijdige en | 0,36 miljoen per jaar per veiligheidsregio. juiste psychosociale ondersteuning en opvang is van belang om de ontwikkeling van klachten en uitval zoveel mogelijk te voorkomen. | Gezien de financiële impact van de regeling en eventuele aansprake- Als arbeidsongeschiktheid wordt gekwalificeerd als in en door de | lijkheid is ruimte in het weerstandsvermogen noodzakelijk om te kun- dienst, kan dit vanwege de aansprakelijkheid uit de rechtspositie | nen voldoen aan de mogelijke toekomstige schadelast.

(financiële) gevolgen hebben. • | Het risico bestaat dat VRHM in de toekomst kan worden gecon- | Kans: | Waarschijnlijk (70%) fronteerd met (onvoorziene) juridische claims. De niet verzekerde | Impact, financieel risico ingeschat op: | € 0,00 - € 0,36 mln. claims dient VRHM zelf te dragen. | Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen: | 70% x € 0,36 mln. = € 0,25 mln. Kans: | Reëel (50%) Impact, financieel risico ingeschat opL | € 0,30 - € 0,60 mln. Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen: | 50% x € 0,60 mln. = € 0,30 mln.5. Het risico van frictiekosten a.g.v. bezuinigings-taakstelling op formatiekrimp Voor de begroting 2026 heeft VRHM na een uitgebreid bestuurlijk 4. | Landelijke regeling PTSS | traject met verschillende scenario’s uiteindelijk intern € 1,1 miljoen Op 14 juli 2025 bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord | omgebogen voor de onvermijdelijke meerkosten, met daarnaast € 0,4 over de invoering van een ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS | miljoen bezuiniging. Daarbovenop is VRHM geconfronteerd een 10% als beroepsziekte’. De regeling is op 1 februari 2026 ingegaan en kent | korting op de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding vanaf die datum een terugwerkende kracht van vijf jaar. De regeling | (BDuR), dat zorgt voor een extra bezuiniging van € 0,72 miljoen.

Van- geldt voor alle medewerkers en vrijwilligers met een aanstelling bij | wege mogelijke frictiekosten is bij het opmaken van de jaarrekening de VRHM. Voorwaarde is dat de PTSS is vastgesteld door een erkend | 2024 de hoogte van de bezuinigingstaakstelling toegevoegd aan de diagnostisch instituut én dat er een aantoonbaar verband is met het | algemene reserve. 54 De begroting 2026 als ook de voorgestelde ontwerp-programmabe- | Als risico voorziet VRHM het mogelijk opvangen van claims, als blijkt groting 2027 sluiten met de gestelde personeelsbezuiniging. Frictie- | dat een en ander niet juist is geregeld. Hier is op dit moment geen kosten zijn tot op heden binnen de exploitatie gedekt. Hierdoor is | aanleiding toe. Echter, gezien het Deliveroo-arrest is dit te becijferen VRHM van mening dat het aanhouden van de € 0,4 miljoen in het | als een risico. De veiligheidsregio is zich aan het oriënteren welke weerstandsvermogen niet noodzakelijk is. | oplossingsrichtingen genomen kunnen worden om te komen tot toe- komstbestendige vakbekwaamheidsstaf. De financiering van de toe- 6. Krapte op de arbeidsmarkt en een tekort aan | komstbestendige oplossingsrichting is nog een financieel vraagstuk. gekwalificeerd, deskundig en ervaren personeel. De aanhoudend krappe arbeidsmarkt vormt een belangrijk risico.

| Kans: | Onwaarschijnlijk (30%) Schaarste aan gekwalificeerd personeel leidt tot toenemende wer- | Impact, financieel risico ingeschat op: | € 0,13 - € 0,42 mln. vings- en inhuurkosten en een grotere afhankelijkheid van externe | Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen: | 30% x € 0,42 mln. = € 0,13 mln. capaciteit. Dit kan druk zetten op zowel het kostenniveau als op de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Daarnaast vergroten verloop en verzuim het risico op productiviteitsverlies en vertraging in | Om het benodigde weerstandsvermogen te berekenen vermenigvul- de uitvoering van beleidsdoelen. | digen we de geschatte (maximale) impact met het percentage volgens onderstaande tabel. Het blijkt nog steeds lastig om enkele cruciale functies juist ingevuld te krijgen, vooral in de ondersteuning op het primaire proces. Het | Kans risico betreft, dat heeft VRHM ook daadwerkelijk zien optreden, extra uitgaven voor externe inhuur. Daarbij komen hogere kosten voor wer- | Zeer waarschijnlijk | 90% ving en selectie. Die zijn nadrukkelijk hoger dan mee gerekend is in de | Waarschijnlijk | 70% (reguliere) begrotingen. | Reëel (50/50) | 50% Onwaarschijnlijk | 30% Kans | Waarschijnlijk (70%)Zeer onwaarschijnlijk | 10% Impact, financieel risico ingeschat op: | € 0,10 - € 0,40 mln. Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen: | 70% x € 0,40 mln. = € 0,28 mln. Onderbouwing algemene reserve 2027 7.

| Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA) | (bedragen x € 1.000,-) | min. | max. | % | Bedrag De veiligheidsregio moet, net als alle andere organisaties, voldoen aan | Meerkosten | 550 | 1.100 | 50% | 550 vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) | Cyberrisico | 550 | 825 | 50% | 413 van de vakbekwaamheidsstaf. Eén daarvan is de Wet Deregulering | Juridische claims | 300 | 600 | 50% | 300 Arbeidsrelaties (DBA). De vakbekwaamheidstrainingen voor de brand- | Landelijke PTSS | - | 360 | 70% | 252 weer worden veelal gegeven door eigen vrijwilligers. Gezien de wet | Frictiekosten | - | 400 | 0% | - DBA dienen hier marktconforme vergoedingen tegenover te staan. | Krapte op arbeidsmarkt | 100 | 400 | 70% | 280 Wet DBA | 125 | 420 | 30% | 126 Risicoanalyse | 1.921 55 3.1.4 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers | Dit ziet er schematisch als volgt uit: kunnen worden opgevangen. De aan de gemeenschappelijke rege- ling deelnemende gemeenten staan garant dat de VRHM te allen tijde | Beschikbare weer- over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kun- | standscapaciteit | € 1.921.00 nen voldoen (art. 51 gemeenschappelijke regeling VRHM).

| Weerstandsvermogen | = | = 1,0 2027 = | Benodigde weer- Echter, de veiligheidsregio heeft hierin ook een eigen verantwoorde- | standcapaciteit | € 1.921.000 lijkheid. Vanuit normale bedrijfsvoering acht het onwenselijk, bij een onverwachte tegenvaller de deelnemende gemeenten aan te moeten | Met een waarderingsratio van 1,0 scoort VRHM een ‘voldoende’ spreken om financieel bij te springen. Daarom kiest zij ervoor zelf een | (categorie ‘C’) voor het weerstandsvermogen. robuuste weerstandscapaciteit op te bouwen die afdoende is, om (de belangrijkste) onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. | Ratio Weerstandsvermogen | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen De algemene reserve, en daarmee ook de beschikbare weerstandsca- | 2025 | 202620272028 | 2029 | 2030 paciteit, is in 2025 gestegen. Dit komt voort uit de overdracht van de | Weerstandsvermogen | 1,2 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 algemene reserve GHOR vanuit Hecht. Deze ‘balansoverdracht’ heeft in 2025 plaatsgevonden. Tegenover de algemene reserve vanuit de GHOR staan bijvoorbeeld ook materiële vaste activa. De risicoanalyse is met die overgang van de GHOR niet met hetzelfde bedrag uitgebreid. | Waarderingscijfer | Ratio | Betekenis De specifieke risico’s vanuit de GHOR zijn opgenomen in de (bestaan- de) risicoanalyse van VRHM.

| A | >2.0 | uitstekend B | 1.4-2.0 | ruim voldoende Besluit weerstandscapaciteit in het algemeen bestuur | C | 1.0-2.4 | voldoende De benodigde weerstandscapaciteit is bepaald door middel van de | D | 0.8-1.0 | matig beschreven risico’s uit paragraaf 3.1.3. Daar is het risico ‘frictiekosten’ | E | 0.6-0.8 | onvoldoende op nul gewaardeerd. De hoogte van de benodigde weerstandscapa- | F | <0.6 | ruim voldoende citeit is hiermee bepaald op € 1,9 miljoen. In het algemeen bestuur is besloten om van het deel ‘frictiekosten’ binnen de algemene reserve € 384.000,- in 2026 terug te laten vloeien naar de gemeenten. Daar- mee blijft de weerstandsratio op de minimale lijn van 1,0. VRHM streeft ook naar een ratio weerstandsvermogen van 1,0 of hoger.

56 Algemene reserve | Realisatie | Begroting (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-25 | Dotatie | Onttrekking | 31-12-25 | 1-1-26 | Dotatie | Onttrekking | 31-12-26 Algemene Reserve | 1.125 | - | - | 1.125 | 2.305 | - | - | 2.305 Dotatie resultaat 2024 | - | 650 | - | 650 | - | - | - | - Overdracht vanuit GHOR | - | 530 | - | 530 | - | - | - | - Risico-inventarisatie | - | - | - | - | - | - | -384 | -384 Totaal algemene reserve | 1.125 | 1.180 | - | 2.305 | 2.305 | - | -384 | 1.921 Algemene reserve | Begroting (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-27 | Dotatie | Onttrekking | 31-12-27 Algemene Reserve | 1.921 | - | - | 1.921 Dotatie resultaat 2024 | - | - | - | - Overdracht vanuit GHOR | - | - | - | - Risico-inventarisatie | - | - | - | - Totaal algemene reserve | 1.921 | - | - | 1.921 Algemene reserve | Meerjarenramingen (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-28 | +/- | 31-12-28 | 1-1-29 | +/- | 31-12-29 | 1-1-30 | +/- | 31-12-30 Algemene Reserve | 1.921 | - | 1.921 | 1.921 | - | 1.921 | 1.921 | - | 1.921 Dotatie resultaat 2024 | - | - | - | - | - | - | - | - | - Overdracht vanuit GHOR | - | - | - | - | - | - | - | - | - Risico-inventarisatie | - | - | - | - | - | - | - | - | - Totaal algemene reserve | 1.921 | - | 1.921 | 1.921 | - | 1.921 | 1.921 | - | 1.921 57 3.1.5 Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves | Realisatie | Begroting 2026 Resultaat | Resultaat (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-25 | bestem- |

Dotatie | Onttrek-king | 31-12-25 | 1-1-26 | bestem- | Dotatie | Onttrek-king | 31-12-26 ming 2024 | ming 2025 Flankerend beleid | 432 | - | - | - | 432 | 432 | - | - | - | 432 FLO Gouda | 579 | - | - | - | 579 | 579 | - | - | 579 Samenwerken loont | 419 | - | - | - | 419 | 419 | - | - | - | 419 Afschrijvingskosten Meldkamer HM | 1.455 | - | - | -150 | 1.305 | 1.305 | - | - | -150 | 1.155 Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM | 387 | - | - | - | 387 | 387 | - | - | -100 | 287 Reserve Groot Onderhoud Gebouwen | 890 | - | - | -20 | 870 | 870 | - | 100 | -28 | 941 Tweede Loopbaanbeleid | 180 | - | - | -9 | 171 | 171 | - | 73 | -91 | 153 Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering | 677 | - | - | -151 | 526 | 526 | - | - | -236 | 290 Weerbaarheid & BCM | - | 733 | - | - | 733 | 733 | 2.052 | - | -876 | 1.909 Kapitaalslastenreserve | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - Totaal bestemmingsreserves | 5.019 | 733 | - | -330 | 5.422 | 5.422 | 2.052 | 173 | -1.482 | 6.166 Bestemmingsreserves | Begroting 2027 (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-27 | Dotatie | Onttrekking | 31-12-27 Flankerend beleid | 432 | - | - | 432 FLO Gouda | 579 | - | - | 579 Samenwerken loont | 419 | - | - | 419 Afschrijvingskosten Meldkamer HM | 1.155 | - | -150 | 1.005 Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM | 287 | - | -100 | 187 Reserve Groot Onderhoud Gebouwen | 941 | 100 | - | 1.041 Tweede Loopbaanbeleid | 153 | 73 | -87 | 139

Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering | 290 | - | -212 | 78 Weerbaarheid & BCM | 1.909 | - | -1.011 | 898 Kapitaalslastenreserve | - | - | - | - Totaal bestemmingsreserves | 6.166 | 173 | -1.560 | 4.779 58 Bestemmingsreserves | Meerjarenramingen (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-28 | +/- | 31-12-28 | 1-1-29 | +/- | 31-12-29 | 1-1-30 | +/- | 31-12-30 Flankerend beleid | 432 | - | 432 | 432 | - | 432 | 432 | - | 432 FLO Gouda | 579 | - | 579 | 579 | - | 579 | 579 | - | 579 Samenwerken loont | 419 | - | 419 | 419 | - | 419 | 419 | - | 419 Afschrijvingskosten Meldkamer HM | 1.005 | -150 | 855 | 855 | -150 | 705 | 705 | -150 | 555 Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM | 187 | - | 187 | 187 | - | 187 | 187 | - | 187 Reserve Groot Onderhoud Gebouwen | 1.041 | -329 | 712 | 712 | -301 | 411 | 411 | -341 | 70 Tweede Loopbaanbeleid | 139 | -133 | 6 | 6 | 47 | 54 | 54 | 47 | 101 Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering | 78 | -78 | - | - | - | - | - | - | - Weerbaarheid & BCM | 898 | -340 | 559 | 559 | -190 | 369 | 369 | -40 | 329 Kapitaalslastenreserve | - | - | - | - | - | - | - | - Totaal bestemmingsreserves | 4.779 | -1.029 | 3.750 | 3.750 | -594 | 3.156 | 3.156 | -483 | 2.673 De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van | van huurkazernes naar koop. Als juiste opvolging van het Strategisch projecten en incidentele lasten.

Op basis van de “Nota Reserves 2024 – | Vastgoedbeleid is hiermee goede begeleiding nodig in de noodzakelij- 2027” is nader door het algemeen bestuur besloten welke onttrekking | ke ontwikkeling in vastgoedsturing. De inschatting is een onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht. In de lopende | van tweemaal € 0,1 miljoen aan externe begeleiding. De uitgaven kun- beleidsplanperiode 2024-2027 is overeengekomen dat VRHM geen | nen worden gefinancierd vanuit de al gevormde bestemmingsreserve extra middelen via de gemeentelijke bijdragen aanvraagt. Daaren- | ‘Ontwikkel en innovatiebudget’. tegen moet VRHM nieuwe structurele activiteiten opstarten. Via de toegewezen bestemming in deze reserves kan VRHM de noodzakelijke | Reserve groot onderhoud gebouwen processen financieren. Bijvoorbeeld de (opstart)kosten voor vakbe- | Het doel van de reserve is het opvangen van kosten in verband met de kwaamheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement. Hieronder volgt een | uitvoering van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van het vast- toelichting op de mutaties in de meerjarenbegroting 2027. | goed. De uitgaven worden gevoed van het MJOP.

Afschrijvingskosten Meldkamer Hollands Midden | Vanuit de onvermijdelijke meerkosten (vanaf 2026) doteert VRHM De reserve is opgebouwd als dekking van de resterende exploitatielas- | jaarlijks € 0,1 miljoen om aan de extra groot onderhoudsbehoef- ten van de voormalige Gemeenschappelijke meldkamer Hollands Mid- | ten. Vanuit de reserve kunnen een aantal grotere projecten wor- den. De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten in verband | den gefinancierd in de jaren 2028-2030. In 2027 vindt (naar huidige met de herbestemming van de Meldkamer. | inschatting) geen onttrekking van de reserve plaats. De onderhouds- behoeften (veelal correctief) passen in de reguliere beschikbare onder- Ontwikkel- en innovatiebudget | houdslasten. VRHM krijgt meer en meer te maken met een eventuele overdracht 59 In het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB) is vermeld dat VRHM voor- | • | Vanuit de bestemmingsreserve WWB was al de opstart en bege- nemens is om een voorziening te vormen voor het groot onderhoud. | leiding voor de verbijzonderde interne controle voorzien. Als ook Per heden is de bestemmingsreserve beschikbaar voor die uitgaven.

| de noodzakelijke externe inhuur voor de professionalisering van Vanwege het feit dat de jaren 2026 en vooral 2027 in het teken staan | de bedrijfsvoering in algemene zin, voornamelijk het invullen van van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom de | kritische posities. onderhoudsplanning, is de invoering van een voorziening per heden | In de programmabegroting 2026 staat een hogere onttrekking van de nog opportuun. VRHM koerst hier naar het omslagpunt per program- | WWB in boekjaar 2026. Die aanpassing is niet in de eerste begrotings- mabegroting 2028 in de nieuwe beleidsplanperiode. | wijziging 2026 opgenomen. Tweede loopbaanbeleid | Weerbaarheid door de VRHM De reserve is gevormd voor het opvangen van kosten in verband met | VRHM heeft inzichtelijk gemaakt welke uitgaven nodig zijn om de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM. | zelfstandig en betrouwbaar 72 uur te kunnen functioneren tijdens een grootschalige en langdurige stroomuitval. We hebben het hier Reserve Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering | in andere woorden over ‘no regret’ investeringen. Investeringen die De noodzakelijke (extra) uitgaven rondom het op orde brengen van | we hoe dan ook moeten maken voor de continuïteit. De uitgaven c.q. de bedrijfsvoering, die over een periode van meerdere begrotings- | investeringen vinden grotendeel plaats in 2026 en deels in 2027.

In jaren lopen, kunnen gefinancierd worden vanuit de reserve. In 2025 | totaliteit is de inschatting dat dit € 1,15 miljoen kost. Dit bestaat onder zijn, conform begroting, de uitgaven voor de ondersteuning van de | andere uit: verbijzonderde interne controle (€ 0,15 miljoen) vanuit de reserve gefi- | • | Basisvoorzieningen voor alle kazernes en crisisruimten zoals nood- nancierd. Daartegenover staat een voorgesteld dotatie in 2025 vanuit | stroom, water, voeding en hygiënemaatregelen (€ 0,02 miljoen per het exploitatieresultaat. De overige besteding is voorzien in de jaren | kazerne, totaal € 0,99 miljoen). 2026-2028. Die dotatie is gelinkt aan: | • | Algemene voorzieningen zoals de aanschaf van 2 brandstoftanks, 2 • | Het project Toekomstbestendige Vakbekwaamheidsstaf moet een | brandstofaanhangers en algemene projectkosten oplossing vinden voor het juist fiscaal en arbeidsrechtelijk oplos- | (totaal € 0,16 miljoen). sen van ‘verkapte’ formatie bij Vakbekwaamheid. Wachten tot het moment dat in de begroting 2028 structureel middelen beschikbaar | VRHM heeft vanuit het positieve exploitatieresultaat 2025 de totale komen, is niet voldoende. Vanuit de wet DBA (n.a.v. het Deliveroo- | ‘no regret’-uitgaven toegevoegd aan de bestemmingsreserve Weer- arrest) moet de VRHM stappen blijven zetten om de verkapte for- | baarheid & BCM.

Op deze manier leidt dit niet tot een extra financie- matie op een correcte wijze te verwerken; anders zijn er substan- | ringsvraag bij gemeenten. tiële risico’s met daarbij de verplichting om alsnog een structurele oplossing te vinden. | Vanuit de niet-bestede middelen van de extra BDuR-uitkering 2025 is o Dit geeft noodzaak om vooruitlopend op de begroting 2028 al | een bedrag ter hoogte van € 0,9 miljoen aan diezelfde reserve Weer- stappen te blijven zetten met incidentele middelen. VRHM moni- | baarheid & BCM toegevoegd. Hieruit kan gefinancierd worden: tort in hoeverre deze reserve voldoende is om de opstartkosten | • | De noodzakelijke uitgaven voor noodcommunicatie. te kunnen financieren. | • | Overige weerbaarheid, onder andere twee trainees.

60 3.1.6 Voorzieningen Voorzieningen | Realisatie | Begroting 2026 (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-25 | Dotatie | Onttrekking | Realisatie | 31-12-25 | 1-1-26 | Dotatie | Onttrekking | 31-12-26 Functioneel Leeftijdsontslag Gouda | 6.001 | - | - | -132 | 5.868 | 5.868 | - | -567 | 5.301 Verlofsparen | 1.699 | 543 | - | -355 | 1.888 | 1.888 | - | - | 1.888 Regeling voor Vervroegd Uittreden | 137 | 215 | -59 | -32 | 263 | 263 | - | -251 | 12 Groot onderhoud | - | - | - | - | - | - | - | - | - Totaal Voorzieningen | 7.837 | 690 | -59 | -519 | 8.016 | 8.019 | - | -818 | 7.201 Voorzieningen | Begroting 2027 (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-27 | Dotatie | Onttrekking | 31-12-27 Functioneel Leeftijdsontslag Gouda | 5.301 | - | -485 | 4.816 Verlofsparen | 1.888 | - | - | 1.888 Regeling voor Vervroegd Uittreden | 12 | - | -12 | - Groot onderhoud | - | - | - | - Totaal Voorzieningen | 7.201 | - | -497 | 6.704 Voorzieningen | Meerjarenramingen (bedragen x € 1.000,-) | 1-1-28 | +/- | 31-12-28 | 1-1-29 | +/- | 31-12-29 | 1-1-30 | +/- | 31-12-30 Functioneel Leeftijdsontslag Gouda | 4.816 | -493 | 4.323 | 4.323 | -523 | 3.800 | 3.800 | -462 | 3.339 Verlofsparen | 1.888 | - | 1.887 | 1.888 | - | 1.888 | 1.888 | - | 1.888 Regeling voor Vervroegd Uittreden | - | - | - | - | - | - | - | - | - Groot onderhoud | - | - | - | - | - | - | - | - | - Totaal Voorzieningen | 6.704 | -493 | 6.211 | 6.211 | -523 |

5.688 | 5.688 | -462 | 5.227 61 De hoogte van de voorzieningen per 1 januari 2026 is na verwerking | Met het spaarverlof krijgen de collega’s de mogelijkheid om uren van het resultaat 2025. Onderstaand volgt de aanvullende toelichting | opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig. Voor op de voorzieningen. | de meerjarenbegroting zijn dotaties en onttrekking lastig te voorspel- len. Daarom is de hoogte van de voorziening constant gehouden. In Voorziening Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Gouda | werkelijk vinden jaarlijks wel mutaties plaats. In het ontvlechtingsprotocol d.d. 18 december 2009 zijn afspraken gemaakt voor (onder andere) de overdracht van het beroepsbrand- | Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) weerpersoneel. Voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van | Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd de gemeente Gouda is een afkoopregeling (‘clean cut’) overeenge- | Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers komen. Hierdoor ligt de feitelijke verplichting en het financieel risico | ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex- met betrekking tot het functioneel leeftijdsontslag (FLO) bij de VRHM. | medewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. Voor de verwachte toekomstige uitgaven is een voorziening gevormd.

| Bij deelname aan de regeling volgt ontslag. In een op te stellen vast- stellingsovereenkomst verklaar je geen WW-uitkering aan te vragen. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekom- | De begrote uitbetalingen in 2026 en 2027 zijn conform de afgesloten stige verplichtingen en wordt jaarlijks opnieuw berekend. De toe- | overeenkomsten. komstige verplichtingen worden gebaseerd op de daarvoor geldende regels en voorwaarden van het FLO-overgangsrecht in de CAR(-UWO) | Voorziening groot onderhoud Veiligheidsregio’s. In de berekening van de totale voorziening is geen | In het SVB is vermeld dat VRHM voornemens is om een voorziening rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door | te vormen voor het groot onderhoud. Per heden is een bestemmings- natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroeps- | reserve beschikbaar voor die uitgaven. Vanwege het feit dat de jaren brandweerpersoneel. De verplichting van VRHM loopt tot en met | 2026 en vooral 2027 in het teken staan van het structureel inbedden 2028. | van de (financiële) processen rondom de onderhoudsplanning, is de in- voering van een voorziening per heden nog opportuun. VRHM koerst Voorziening Verlofsparen | ook hier naar het omslagpunt per programmabegroting 2028 in de De afspraak over verlofsparen is ingegaan op 1 januari 2022 als gevolg | nieuwe beleidsplanperiode.

De hoogte van de voorziening is voorals- van aanpassing van de CAO 2021-2022. Het bovenwettelijke verlof, | nog op nul gehouden. overwerkvergoeding, gekochte bovenwettelijke uren, verlofuren uit onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst kunnen door mede- werkers worden omgezet in spaarverlof. De voorziening voor verlofsparen is op balansdatum 2025 herijkt. De hoogte betreft het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers is omgezet in spaarverlof. De berekening is gebaseerd op de actuele uur- lonen per 31 december 2025. 62 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.2.1 Strategisch Vastgoedbeleid VRHM werkt met een planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) om investeringsmiddelen voor vastgoed zorgvuldig te plannen, reserveren en verantwoorden. Zo kunnen zowel grote als kleinere projecten – van renovatie tot nieuwbouw – tijdig en met passende financiële dekking worden uitgevoerd. In het najaar van 2025 is het Strategisch Vastgoed- beleid (SVB) vastgesteld. De daarin beschreven uitgangspunten zijn en blijven leidend bij het opstellen van de programmabegroting 2027- 2030.

Dit zijn onder meer: • Het centraal stellen van de maatschappelijke taak van de vei- ligheidsregio, waarbij huisvesting primair ondersteunend is aan paraatheid, repressieve inzet en veiligheid; • Het realiseren van gebruikersgerichte en inclusieve werkomgevin- gen die gezond, veilig en toegankelijk zijn voor medewerkers en vrijwilligers; • Het ontwikkelen en beheren van vastgoed dat technisch toekomst- bestendig, duurzaam en energie-efficiënt is, met aandacht voor circulariteit en klimaatbestendigheid; • Het versterken van samenwerking met gemeenten en ketenpart- ners bij ontwikkeling, beheer en investeringen in vastgoed; • Het sturen op een integrale vastgoedportefeuille waarbij onder- houd, investeringen en gebruik samenhangend worden gepland via het Meerjareninvesteringsplan (MJIP) en het Meerjarenonder- houdsplan (MJOP). In het SVB staat onder andere vermeld dat het MJIP en het Meerjaren- onderhoudsplan (MJOP) jaarlijks geactualiseerd worden. Als onderdeel van de jaarlijkse planning- en controlcyclus blijft de investerings- en onderhoudsplannen daarmee actueel. Na actualisatie kunnen bijvoor- beeld aanpassingenoptreden als gevolg van: • Het bijwerken van de (investerings)bedragen van bekende projec- ten. Bijvoorbeeld na het opvragen van offertes. • De geplande groot onderhoudsprojecten beoordelen op nut-en noodzaak, in relatie tot geplande investeringsprojecten.

Bijvoor- beeld dat na een renovatie niet opnieuw groot onderhoud gepland wordt. • Indexatie van geraamde bedragen. In de meerjarenbegroting indexeert VRHM de baten en lasten alleen voor het eerste begro- tingsjaar. De meerjarenbegroting blijft vervolgens geïndexeerd. Daarmee dienen we ieder jaar een indexatie van de toekomstige uitgaven op te nemen. • De organisatorisch haalbaarheid van geplande projecten, vooral in de kortere planperiode. • Voor de nieuwe beleidsplanperiode kunnen, in samenspraak met het Bestuur, eventueel nieuwe uitgangspunten bepaald worden. De jaren 2026 en vooral 2027 staan, wat betreft het Strategisch Vast- goedbeleid, in het teken van het structureel inbedden van de (financi- ele) processen rondom het onderhoudsplanning. Hiermee ziet VRHM 2028 als een omslagpunt richting een juiste PDCA-cyclus, dat grip geeft in planning en uitgaven van het noodzakelijke onderhoud. Herziening van het MJOP ten opzichte van het vastgestelde SVB De inventarisatie van het benodigde onderhoud van alle kazernes is in het najaar van 2023 uitgevoerd door een externe partij. De bron van deze inventarisatie gebruikt VRHM per heden nog als uitgangspunt voor zowel het correctief- als het groot onderhoud. Daarbij worden de groot onderhoudsprojecten beoordeeld naar aanleiding geplande investerings- en DUMAVA-projecten. Logischerwijs voert VRHM geen dubbele werkzaamheden uit.

Vanuit de onvermijdelijke meerkosten (vanaf 2026) doteert VRHM jaarlijks € 100.000,- aan de bestemmingsreserve om aan de extra groot onderhoudsbehoeften. Vanuit de reserve kunnen een aantal grotere projecten worden gefinancierd in de jaren 2028-2030. In 2027 vindt (naar huidige inschatting) geen onttrekking van de reserve plaats. De onderhoudsbehoeften (veelal correctief) passen in de reguliere beschikbare onderhoudslasten. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 63 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen

Onderhoudslasten kapitaalgoederen | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Gebouwen | 1.624 | 981 | 928 | 1.000 | 1.000 | 1.000 Vervoersmiddelen | 1.205 | 899 | 1.127 | 1.127 | 1.127 | 1.127 Persoonlijke functionele uitrusting | 177 | 195 | 200 | 200 | 200 | 200 Totaal Onderhoudslasten kapitaalgoederen | 3.006 | 2.075 | 2.255 | 2.327 | 2.327 | 2.327 3.2.2 | Meerjareninvesteringsplan (MJIP) Meerjareninvesteringsplan | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x € 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Nieuwbouw | - | 4.850 | 9.960 | 2.525 Renovaties | 1.915 | - | - | - Totaal Gebouwen | 1.915 | 4.850 | 9.960 | 2.525 Voertuigen | 2.851 | 4.122 | 5.407 | 196 Bepakking | - | - | - | - Vaartuigen | 580 | - | - | - Containers en aanhangers | 240 | - | 230 | - Totaal Mobiliteit | 3.671 | 4.122 | 5.637 | 196 Kleding | - | - | 330 | - Duikapparatuur | - | 303 | - | - Verbindingsmiddelen | - | - | - | - Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting | - | 303 | 330 | - Informatie Technologie | 596 | 348 | 333 | 593 Totaal Informatiemanagement | 596 | 348 | 333 | 593 Werkplaatsen en PPMO baan | 250 | - | 356 | - Totaal Overig Brandweerzorg | 250 | - | 356 | - Totaal Meerjaren Investeringsplan | 6.432 | 9.623 | 16.616 | 3.314 64 Relevante ontwikkelingen | Onderstaande regels (5 en 6) zijn voorlopig nog grove

inschattingen. Gebouwen | De projecten zijn nog niet gestart en de bedragen zijn ook nog verre Geactualiseerd (voor de programmabegroting 2027) in het MJIP ten | van getoetst. In het overzicht op de volgende pagina staan beide opzichte van het vastgestelde SVB | projecten wel vermeld in het rood. Echter, de investeringsbedragen en 1. | In 2026 wordt de praktische haalbaarheid getoetst van de maatre- | de kapitaalslasten zijn niet verwerkt in de programmabegroting. De gelen in het kader Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMA- | kapitaalslasten kan VRHM op dit moment, binnen de huidige plan- VA). Tegenover deze maatregelen staan ook subsidiebedragen. De | ning, nog niet dragen, gezien de meerjarenbegroting. maatregelen betreffen onder meer: warmtepomp, zonnepanelen, boilers en accu’s. Update van de uitgangspunten voor de program- | 5. | Voor de kazerne Zwammerdam wordt, na huuropzegging van de mabegroting 2027: | gemeente, in samenspraak gezocht naar een alternatieve locatie. a. De DUMAVA-investering voor het kantoor Leiden-Zuid zijn | In de meerjarenplanning houden we daardoor rekening met een in de uitvoering verdeeld over de 2025 en 2026, waar eerder | investering in een nieuw gebouw in 2028. De hoogte van de inves- alleen 2025 was opgenomen.

Het grootste deel is al in 2025 | tering schat VRHM in door het naast een vergelijkbare kazerne te uitgevoerd (ruim € 0,15 miljoen), een deel van de werk- | leggen, qua grootte. zaamheden liepen door in 2026. | a. Merk op: De investering is wel opgenomen in het meerjaren b. Voor de kazerne Hazerswoude zijn de DUMAVA-investerin- | investeringsplan. Echter, VRHM kan de toekomstige kapi- gen haalbaar in 2026. | taalslasten van deze investering momenteel niet dragen. c. De overig vastgestelde kazernes vanuit het SVB worden in | Ook de daadwerkelijke uitgaven van € 2 miljoen zijn door 2027 uitgevoerd. | VRHM niet op te hoesten. Vandaar dat gekozen is om de -. Dit betekent een doorschuif van investeringen (met investeringsopgave wel weer te geven. Alleen zijn de uitga- aftrek van subsidie) vanuit 2025 en 2026 naar 2027 à | ven en kosten niet meerjaren begroot. € 0,27 miljoen (kazernes Bergambacht, Haastrecht en | 6. | Door veranderingen in bijvoorbeeld beleidsontwikkeling dient Benthuizen). Zevenhuiven blijft staan voor 2027. | VRHM de meerjarenplanning aan te passen. Bijvoorbeeld er dient 2. | De aanschaf van noodgeneratoren, in het kader van bedrijfsconti- | bij de meerjarenraming 2027-2030 rekening gehouden te worden nuïteitmanagement, is verplaatst naar 2026. Om continuïteit van | met de gebiedsontwikkeling in de regio Katwijk.

Deze kazerne was onze dienstverlening te garanderen, is de voorbereiding gestart | in het SVB nog niet in de horizon opgenomen. De huidige inschat- voor de aanschaf van noodgeneratoren. De aanschaf betreft, | ting geeft een mogelijke investering in 2029. volgens onze financiële kaders, een investering. De kapitaalslasten | a. Merk op: De investering is wel opgenomen in het meerjaren worden gedekt vanuit de reserve Weerbaarheid. | investeringsplan. Echter, VRHM kan de toekomstige kapi- 3. | De aanschaf van een beveiligingsplatform voor de vier beroepska- | taalslasten van deze investering momenteel niet dragen. zernes is doorgeschoven naar 2026. | Ook de daadwerkelijke uitgaven van € 5 miljoen zijn door a. De technische implementatie hiervan staat gepland voor | VRHM niet op te hoesten. Vandaar dat gekozen is om de 2027. Die implementatie dient uit de jaarlijkse exploitatie | investeringsopgave wel weer te geven. Alleen zijn de uitga- gedekt te worden. | ven en kosten niet meerjaren begroot. 4. | De verbouwing van kazerne Woubrugge is toegevoegd in het MJIP. | b. Daarbij houden we met elkaar vast aan de uitgangspunten De uitvoering hiervan staat gepland in 2026. | van een natuurlijk moment voor de afweging van een mo- gelijke overname door VRHM.

65 Hieronder volgt het volledige overzicht met de op dit moment te voorziene investeringen in gebouwen: Locatie | Investering | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 (bedragen x €1.000) 1 | Kazerne Bergambacht | Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen | - | 138 | - | - | - 2 | OD24 | Renovatie noodstroomvoorziening (BCM) | - | - | - | - | - 3 | BCM | Vaste NSA LDZ 300 kVA | 169 | - | - | - | - 4 | BCM | Vaste NSA GDA 40 kVA | 88 | - | - | - | - 5 | BCM | Vaste NSA APN 40 kVA | 71 | - | - | - | - 6 | LDN/LDZ/APN/GDA | Beveiligingsplatform - hardware installatie | - | 150 | - | - | - 7 | Leiden-Zuid Kantoor | Duurzaamheid: o.a. Luchtbehandeling + warmtepomp + LED verlichting + Zonnepanelen | 44 | - | - | - | - 8 | Leiden-Zuid OD24 | Renovatie OD24 | 63 | 1.437 | - | - | - 9 | Kazerne Reeuwijk | Cosmetisch renovatie | 250 | - | - | - | - 10 | Kazerne Schoonhoven | Aankoop gemeentewerf + aankoop grond | 1.240 | - | - | - | - 11 | Kazerne Schoonhoven | Inrichting | 85 | - | - | - | - 12 | Kazerne Schoonhoven | Renovatie bouwkundig & installatietechnisch | 612 | - | - | - | - 13 | Kazerne Schoonhoven | Aansluitkosten nutsvoorzieningen en leges | 49 | - | - | - | - 14 | Kazerne Schoonhoven | Advies, leges en overige voorbereidingskosten | 88 | - | - | - | - 15 | Kazerne Haastrecht | Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen, boiler en accu.

| - | 45 | - | - | - 16 | Kazerne Benthuizen | Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen, boiler en accu. | - | 83 | - | - | - 17 | Kazerne Hazerswoude | Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen, boiler en accu. | 60 | - | - | - | - 18 | Kazerne Zevenhuizen | Duurzaamheid: o.a. warmtepomp, zonnepanelen en boiler. | - | 63 | - | - | - 19 | Kazerne Woubrugge | Renovatie | 126 | - | - | - | - 20 | Kazerne Nieuwveen | Nieuwbouw + aankoop grond | - | - | 2.850 | - | - 21 | Kazer ne Zwammerdam | Nieuwbouw (nog onbekend/locatieonderzoeksfase) | - | - | 2.000 | - | - 22 | Kazerne Waddinxveen | Nieuwbouw + aankoop grond | - | - | - | 3.210 | - 23 | ROB Waddinxveen | Nieuwbouw + aankoop grond | - | - | - | 1.750 | - 24 | Kazer ne Katwijk | Nieuwbouw (nog onbekend/locatieonderzoeksfase) | - | - | - | 5.000 | - 25 | Kazerne Ter Aar | Nieuwbouw + aankoop grond | - | - | - | - | 2.525 Subtotaal investeringen gebouwen | 2.945 | 1.915 | 4.850 | 9.960 | 2.525 66 Mobiliteit In 2027 wordt voor € 3,7 miljoen geïnvesteerd in brandweermaterieel en werkplaatsen. Er wordt o.a. geïnvesteerd in: • Brandweervaartuigen (€ 0,68 miljoen) • Piketvoertuigen (€ 0,14 miljoen) • Poederblusaanhangers (€ 0,08 miljoen) • Operationeel ondersteuningsvoertuigen (€ 2,48 miljoen) • Vervanging van haakarmbakken en aanhangers (€ 0,16 miljoen).

Persoonlijke functionele uitrusting Nieuwe aanschaf van kleding en duikapparatuur volgt in respectieve- lijk 2028 en 2029. Overige Brandweerzorg VRHM heeft aanpassingen gepland in de ademluchtwerkplaats. Hierbij worden onder andere: • De ademluchtcompressor vervangen (€ 0,17 miljoen) • Onderdelen van de PPMO-baan vervangen (€ 0,09 miljoen) Informatiemanagement De geplande investeringen op het gebied van ICT hebben betrekking op: • De vervanging van laptops, tablets en mobiele telefoons. • Daarnaast vervanging van ROIV-tablets (Repressieve Operationele Informatie Voorziening). Deze worden gebruikt in de brandweer- voertuigen. 3.3 Financiering 3.3.1 Algemeen De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het rente- resultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan risicobeheer binnen de treasuryfunctie. De doelstelling van de treasuryfunctie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquidi- teitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisa- tie. • Het minimaliseren van de rentekosten.

Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkist- bankieren voor decentrale overheden. Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen. De veiligheidsregio houdt zich aan de in de ‘Uitvoeringsregeling finan- ciering decentrale overheden’ vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van de VRHM is geen sprake van grondexploitatie. 3.3.2 Kasgeldlimiet en renterisiconorm Twee elementen uit de ‘Wet Financiering decentrale overheden’ (FIDO) zijn de kasgeldlimiet en de renterisicovorm. De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschap- pelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie op een volgende kwartalen wordt overschreden. Kasgeldlimiet De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar.

Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 67 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen

In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst. Kasgeldlimiet | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 20262027 | 2028 | 2029 | 2030 Omvang van de begroting per 01-01 | 78.194 | 83.717 | 85.424 | 85.424 | 85.464 | 85.504 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV | 8,2% | 8,2% | 8,2% | 8,2% | 8,2% | 8,2% Toegestane kasgeldlimiet | 6.412 | 6.865 | 7.005 | 7.005 | 7.008 | 7.011 Voor het jaar 2027 is de omvang van de begroting € 85,4 miljoen. Daarmee bedraagt de toegestane kasgeldlimiet € 7,0 miljoen. Kasgeldlimiet | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting (bedragen x €1.000) | Kw.1 - 2027 | Kw.2 - 2027 | Kw.3 - 2027 | Kw.4 - 2027 Kasgeldlimiet | 7.005 | 7.005 | 7.005 | 7.005 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV | 8,2% | 8,2% | 8,2% | 8,2% Gemiddeld netto vlottende schuld | 6.737 | 6.389 | 6.980 | 8.482 Ruimte of overschrijding | -267 | -616 | -25 | 1.477 Bovenstaande tabel geeft aan hoeveel de overschrijding van de kasgeldlimiet volgens de prognose bedraagt of hoeveel VRHM onder de toegestane kasgeldlimiet blijft. Het negatieve saldo duidt aan dat VRHM onder het kasgeldlimiet blijft. Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar).

Uit de tabel blijkt dat VRHM ruimschoots binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijft. Dit monitoren wij voortdurend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen. Op basis van onderstaande tabel wordt getoond dat vanaf 2027 meerjaren voldoende ruimte is om de nieuwe en langlopende leningen af te lossen. Renterisiconorm | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 20262027 | 2028 | 2029 | 2030 Exploitatiebegroting 01-01 | 78.194 | 83.717 | 85.424 | 85.424 | 85.464 | 85.504 Renterisiconorm % | 20% | 20% | 20% | 20% | 20% | 20% Renterisiconorm | 15.639 | 16.743 | 17.085 | 17.085 | 17.093 | 17.101 Renteherzieningen | - | - | - | - | - | - Aflossingen bestaande leningen | -3.470 | -4.065 | -4.220 | -4.560 | -5.170 | -5.181 Renterisico | -3.470 | -4.065 | -4.220 | -4.560 | -5.170 | -5.181 Ruimte onder de renterisiconorm | 12.169 | 11.818 | 12.865 | 12.525 | 11.923 | 11.920 68 3.3.3 | Stand der leningen en financieringspositie De leningenportefeuille dient voornamelijk ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting en vervanging van het wagenpark.

Stand van de geldleningen | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) Leningenportefeuille | 2025 | 20262027 | 2028 | 2029 | 2030 Bestaande leningen Stand per 1 januari | 59.515 | 56.045 | 61.730 | 62.011 | 62.951 | 67.781 Te betalen aflossingen | -3.470 | -3.480 | -3.950 | -4.230 | -4.570 | -5.181 Stand per 31 december | 56.045 | 52.565 | 57.781 | 57.781 | 58.381 | 62.600 Mutaties leningen Aan te trekken leningen | - | 9.750 | 4.500 | 5.500 | 10.000 | - Te betalen aflossingen | - | -585 | -270 | -330 | -600 | - Saldo | - | 9.165 | 4.230 | 5.170 | 9.400 | - Totaal overzicht geldleningen Stand per 1 januari | 59.515 | 56.045 | 61.730 | 62.011 | 62.951 | 67.781 Aan te trekken leningen | - | 9.750 | 4.500 | 5.500 | 10.000 | - Te betalen aflossingen | -3.470 | -4.065 | -4.220 | -4.560 | -5.170 | -5.181 Stand per 31 december | 56.045 | 61.730 | 62.011 | 62.951 | 67.781 | 62.600 In de jaren 2024 en 2025 zijn geen extra externe financieringen aangetrokken. Aflossingen hebben, in lijn met de contracten, wel plaatsgevonden. In 2027 is, gezien de investeringsbehoefte, wel noodzaak tot aantrekken van externe financiering. Op basis van de geplande investeringen vanaf 2028 is behoefte aan extra kapitaal om de investeringen te financieren. Daarnaast is de financieringsbehoefte in 2026 hoger dan in de Programmabegroting van 2026 weergegeven.

Dit komt onder meer door het niet aantrekken van financiering in 2025. Met daarbij een incidentele ontvangst in 2025, die in 2026 terugbetaald is. 69 3.3.4 Rentetoerekening Rentetoerekening | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen Renteresultaat (bedragen x €1.000) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Externe rentelasten | 1.542 | 1.568 | 1.620 | 1.770 | 1.674 Externe rentebaten | 0 | -200 | -200 | -200 | -200 Saldo rentelasten en rentebaten | 1.542 | 1.368 | 1.420 | 1.570 | 1.474 Doorbelaste rente | - | - | - | - | - Aan taakvelden toe te rekenen externe rente | - | - | - | - | - Rente over eigen Vermogen | - | - | - | - | - Rente over Voorzieningen | - | - | - | - | - Rente over het Eigen Vermogen en Voorzieningen | - | - | - | - | - Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente | 1.542 | 1.368 | 1.420 | 1.570 | 1.474 Aan taakvelden toegerekende rente | -1.542 | -1.368 | -1.420 | -1.570 | -1.474 Renteresultaat op het taakveld Treasury | - | - | - | - | - Waardevaste activa per 31 december | 76.955 | 75.965 | 75.750 | 79.144 | 73.937 Omslagrente | 2,00% | 2,06% | 2,14% | 2,24% | 2,26% Toelichting: Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen, zijnde de totale waarde van de activa per 31 december.

De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. De omslagrente 2027 bedraagt naar verwachting 2,06% en loopt op tot 2,26% in 2030. De VRHM kent alleen externe rentelasten op langlopende leningen. Deze worden volledig toegerekend aan de programmataken. Rente over het eigen vermogen of over voorzieningen worden niet toegerekend. 3.3.5 | Financiële kengetallen Financiële kengetallen | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Netto schuldquote | 66,0% | 70,7% | 70,4% | 74,8% | 80,0% | 75,0% Solvabiliteitsratio | 11,0% | 9,2% | 7,8% | 6,7% | 5,8% | 5,6% Begrote structurele exploitatieruimte | 2,4% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% De bovenstaande tabel geeft een structurele exploitatieruimte van 0% weer. Er is sprake van een sluitend financiële begroting, zonder een tekort of overschot. | 70 Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRHM ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten, inclusief aflossingen binnen de ruimte in de exploitatie. Vanaf 2026, gezien de ontwikkeling van de schulden als gevolg van investeringsbehoefte, is noodzaak tot aantrekken van externe finan- ciering. Dat is tevens de oorzaak van de stijgende netto schuldquote.

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate weer, waarin VRHM op lange termijn in staat is aan de financiële verplichtingen (schulden) kan voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen eigen vermogen en het totale vermogen en toont de financiële gezondheid en buffervermo- gen aan. De solvabiliteitsratio is, zeker in vergelijking met andere veiligheids- regio’s, relatief laag. Dit wordt veroorzaakt door een relatief hoge (externe) financiering ten opzichte van de reserves. De financiering was voornamelijk noodzakelijk voor het brandweermaterieel. In de (nabije) toekomst komt hier ook de investeringen voor het vastgoed bij. De lichte verbetering van de jaren 2025 en 2026 komt ook hier voort uit het niet aantrekken van extra externe financiering. Met daarbij het positieve exploitatieresultaat 2025 dat aan de bestemmingsreserves is toegevoegd. Vanaf 2027 daalt de ratio, ook weer gezien de eerder toegelichte investeringsbehoefte. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een vergelijking van het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele toevoe- gingen en onttrekkingen aan reserves. De exploitatieruimte wordt in bovenstaande tabel als percentage uitgedrukt. De begrote structurele exploitatieruimte is het begrotingssaldo na verwerking van de muta- ties aan reserves.

In 2027 (en meerjarenramingen) bedraagt de begrote structurele exploitatieruimte nul. 3.4 Bedrijfsvoering Vanaf paragraaf 2.2 ‘Programmaplan Meldkamer Brandweer’ wordt nader uiteen- gezet wat de doelen en prestaties zijn die VRHM binnen de primaire processen wil realiseren. In paragraaf 2.8 worden de 12 ontwikkelopgaven nader toegelicht. 3.5 Verbonden partijen In deze paragraaf worden de partijen benoemd waarmee VRHM een bestuurlijke en financiële band heeft. Er is sprake van financieel belang als aan een verbonden partij middelen ter beschikking is gesteld die niet verhaalbaar zijn indien de ver- bonden partij failliet gaat (art. 1 lid c BBV). Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht (art. 1 lid d BBV). In 2027 kent VRHM twee verbonden partijen: • Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). • Expertisebureau Risicobeheer. Bij beide partijen ontbreekt het bestuurlijke belang. VRHM doet jaarlijks een bij- drage aan de hierboven genoemde partijen. Gemeenschappelijke belangen De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer.

• De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. • De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. • De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding. Conform artikel 47 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM gel- dend per 1 januari 2025 waarborgen dan wel stellen zich garant voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 Programmabegroting 2027 en Meerjarenraming 2028 - 2030 71 1 Inleiding 2 Beleidsbegroting 3 Paragrafen 4 Financiële begroting 5 Bijlagen

4 | Financiële begroting 4.1 | Overzicht van baten en lasten en toelichting Onderstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (inclusief overhead) per programmataak bin- nen het programma Fysieke Veiligheid. De baten en lasten exclusief overhead staan vermeld in paragraaf 2.9.5 ‘Kosten van overhead’. Wat gaat het kosten? | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Baten programmataak fysieke veiligheid | -79.312 | -83.717 | -85.424 | -85.424 | -85.464 | -85.504 Gemeentelijke bijdrage | -67.118 | -68.293 | -71.735 | -71.735 | -71.735 | -71.735 Rijksbijdrage (BDUR) | -7.974 | -7.863 | -8.560 | -8.560 | -8.560 | -8.560 Rijksbijdrage (aanvullende BDUR) | -2.388 | -2.430 | -2.536 | -2.536 | -2.536 | -2.536 Overige rijksbijdrage | - | -3.841 | -1.400 | -1.400 | -1.440 | -1.480 Overige bijdragen | -1.832 | -1.291 | -1.193 | -1.193 | -1.193 | -1.193 Lasten programmataak fysieke veiligheid | 77.444 | 85.089 | 86.811 | 86.453 | 86.058 | 85.987 Programmataken Totaal Programmataken | 50.792 | 57.504 | 57.976 | 57.799 | 57.786 | 57.831 Meldkamer Brandweer | 1.353 | 1.557 | 1.629 | 1.629 | 1.629 | 1.629 Brandweerzorg | 38.972 | 40.135 | 41.949 | 41.906 | 41.983 | 42.093 Risico- en Crisisbeheersing | 7.734 | 9.662 | 10.980 | 10.846 | 10.756 | 10.691 Bevolkingszorg | 790 | 903 | 1.131 | 1.131 | 1.131 | 1.131

GHOR | 1.943 | 1.985 | 2.287 | 2.287 | 2.287 | 2.287 Noodopvang vluchtelingen | - | 3.261 | - | - | - | - Totaal Management & Ondersteuning | 26.642 | 27.586 | 28.835 | 28.654 | 28.272 | 28.156 Directie & Staf | 5.432 | 5.370 | 5.812 | 5.927 | 5.942 | 5.957 Bedrijfsvoering | 21.210 | 22.216 | 23.022 | 22.727 | 22.330 | 22.200 Saldo van baten en lasten | -1.879 | 1.372 | 1.387 | 1.029 | 594 | 483 Toevoegingen aan reserves | - | 173 | 173 | 173 | 173 | 173 Onttrekkingen aan reserves | -150 | -1.545 | -1.560 | -1.202 | -767 | -656 Resultaat na bestemming | -2.029 | - | - | - | - | - VPB | - | - | - | - | - | - Resultaat na bestemming | -2.029 | - | - | - | - | - 72 Toelichting op de baten en lasten De programmabegroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit be- | Daarnaast is een landelijk bedrag, meerjaren oplopend naar € 37 mil- groting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De baten | joen, beschikbaar. De toekenning heeft als doel ‘de noodsteunpunten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking | en burgerhulpverlening’. Afgerond is daarvoor € 1,4 miljoen beschik- hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansda- | baar voor VRHM. De baten en lasten zijn jaarlijks budgetneutraal tum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden | opgenomen.

voor het einde van het jaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. | Overige bijdragen De overige bijdragen bestaan onder meer uit: Gemeentelijke bijdrage | • | Bijdrage USAR; Voor het jaar 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 zijn de bestuur- | • | Bijdrage STH; lijke uitgangspunten bepalend. | • | Bijdrage Complete Lijn Uitschakeling (25kV). De gemeentelijke bijdragen van 2027 is inclusief de bijdrage voor de programmataak GHOR. Daarbij zijn ook de bijdrage aan Slachtoffer- | De afname van de overige bijdragen ten opzichte van 2026 van € 0,1 hulp in opgenomen. | miljoen wordt veroorzaakt doordat in 2027 geen van verkoopwinst De indexatie van 2026 naar 2027 bedraagt 4,98%. Per gemeente kan | van materiële activa voorzien is, in combinatie met een verlaging van de individuele indexatie verschillen, zoals op pagina 11 vermeld. | de rentebaten. BDuR | Uitgaven in lasten van de programmataken, directie & Staf en Uit de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ | bedrijfsvoering wordt een deel van de uitgaven aan Brandweer en Crisisbeheersing | De lasten in de programmabegroting 2027 nemen minimaal toe. Zie (inclusief het geneeskundige deel) op regionaal niveau bekostigd. | de toelichting in de beleidsbegroting per programmataak.

Op basis van het, bij de start van het Kabinet Schoof opgestelde, | VBP Hoofdlijnenakkoord is de BDuR met ingang van 2026 met 10% gekort, | Vennootschapsbelasting is niet van toepassing. evenredig over alle onderdelen. Deze korting heeft zich voor VRHM vertaalt in € 0,72 miljoen minder inkomsten vanuit het Rijk, loon-prijs- bijstelling daargelaten. De BDuR is vanaf 2027 landelijk structureel opgehoogd met € 25 miljoen (VRHM: € 0,98 miljoen). Deze verhoging is gealloceerd voor de (extra) taken van de veiligheidsregio bij de programmataak Risico- en crisisbeheersing. 73 4.2 | Verdeling naar de verschillende taakvelden Een uniforme indeling van de programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie, onder andere op basis van externe vergelijkbaarheid Taakveld | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x €1.000) | 2025 | 20262027 | 2028 | 2029 | 2030 Baten: fysieke veiligheid | -79.313 | -83.717 | -85.424 | -85.424 | -85.464 | -85.504 0.4 Overhead | - | - | - | - | - | - 0.5 Treasury | -498 | -200 | -200 | -200 | -200 | -200 1.1 Crisisbeheersing en brandweer | -78.815 | -83.518 | -85.224 | -85.224 | -85.264 | -85.304 1.2 Openbare orde en veiligheid | - | - | - | - | - | - Lasten: fysieke veiligheid | 77.436 | 85.090 | 86.811 | 86.453 | 86.058 | 85.987 0.1 Bestuur | 122 | 57 | - | - |

- | - 0.4 Overhead | 16.662 | 16.082 | 18.696 | 17.657 | 17.282 | 17.046 0.5 Treasury | 1.327 | 1.640 | 1.401 | 1.450 | 1.573 | 1.528 0.8 Onvoorzien | - | - | - | - | - | - 1.1 Crisisbeheersing en brandweerzorg | 59.323 | 67.311 | 66.713 | 67.345 | 67.203 | 67.413 1.2 Openbare orde en veiligheid | - | - | - | - | - | - 8.3 Wonen en bouwen | - | - | - | - | - | - Saldo na bestemming: fysieke veiligheid Mutatie reserves: fysieke veiligheid | -1.879 | 1.372 | 1.387 | 1.029 | 594 | 483 0.10 Mutaties Reserves | -150 | -1.372 | -1.387 | -1.029 | -594 | -483 Resultaat na bestemming: fysieke veiligheid | -2.029 | - | - | - | - | - VPB | - | - | - | - | - | - Resultaat na belasting: fysieke veiligheid | -2.029 | - | - | - | - | - 4.3 | Geprognosticeerde balans en toelichting De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren | Materiële Vaste Activa geeft meerjarig inzicht in de ontwikkelingen van de investeringen, | Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de het aanwenden van reserves en de daarmee samenhangende financie- | verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij VRHM is er alleen sprake van ringsbehoefte. | investeringen met economisch nut. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering ge- bracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

Dat is bijvoor- beeld het geval bij investeringen met een DUMAVA-subsidie. | 74 Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het kalenderjaar na ingebruikname van de activa, conform regelgeving in de financiële vordering. Geprognosticeerde balans per 31-12 | Realisatie | Begroting | Begroting | Meerjarenramingen (bedragen x € 1.000,-) | 2025 | 20262027 | 2028 | 2029 | 2030 Activa (im) Materiële vaste activa met econ. nut | 72.806 | 76.955 | 75.965 | 75.750 | 79.144 | 73.937 Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar | 7.716 | 7.365 | 7.014 | 6.663 | 6.312 | 5.961 Totaal Vaste Activa | 80.522 | 84.320 | 82.979 | 82.413 | 85.456 | 79.898 Uitzettingen < 1 jaar | 6.477 | 1.299 | 1.378 | 866 | 1.064 | 1.050 Liquide middelen | 445 | 303 | 255 | 202 | 252 | 303 Overlopende activa | 1.659 | 1.608 | 1.408 | 1.343 | 1.251 | 1.351 Totaal Vlottende Activa | 8.581 | 3.210 | 3.042 | 2.411 | 2.567 | 2.704 Totaal Activa | 89.103 | 87.530 | 86.021 | 84.824 | 88.023 | 82.601 Passiva Eigen vermogen | 9.936 | 8.087 | 6.700 | 5.671 | 5.077 | 4.594 Algemene reserve (eigen vermogen) | 2.305 | 1.921 | 1.921 | 1.921 | 1.921 | 1.921 Bestemmingsreserve (eigen vermogen) | 5.422 | 6.166 | 4.779 | 3.750 | 3.156 | 2.673 Gerealiseerd res.

na bestemming (eigenvermogen) | 2.209 | - | - | - | - | - Voorzieningen | 8.019 | 7.201 | 6.704 | 6.211 | 5.688 | 5.227 Vaste schuld | 56.045 | 61.730 | 62.011 | 62.951 | 67.781 | 62.600 Totaal Vaste Passiva | 74.000 | 77.018 | 75.415 | 74.833 | 78.546 | 72.421 Vlottende schuld | 12.055 | 7.628 | 8.517 | 8.311 | 8.200 | 8.806 Overlopende passiva | 3.048 | 2.884 | 2.089 | 1.681 | 1.277 | 1.374 Totaal Vlottende Passiva | 15.103 | 10.512 | 10.606 | 9.991 | 9.477 | 10.180 Totaal Passiva | 89.103 | 87.530 | 86.021 | 84.824 | 88.023 | 82.601 Toelichting op de balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

75 Het verloop van de materiële vaste activa: Materiële vaste activa | Begroting | Begroting Verminderingen | Verminderingen (bedragen x €1.000,-) | 1-1-26 | Vermeerderingen (investeringen) | (desinvestering en | (investeringen) | (desinvestering en afschrijvingen) | 31-12-26 | 1-1-27 | Vermeerderingen | afschrijvingen) | 31-12-27 Gronden en terreinen | 2.160 | - | - | 2.160 | 2.160 | - | - | 2.160 Gebouwen | 24.255 | 3.652 | 1.222 | 26.685 | 25.978 | 1.915 | 1.427 | 26.465 Mobiliteit | 31.308 | 3.051 | 2.445 | 31.915 | 33.489 | 3.671 | 2.627 | 34.533 ICT-middelen | 943 | 173 | 285 | 832 | 1.482 | 596 | 326 | 1.751 Overige mat. vaste activa | 14.139 | 1.900 | 2.194 | 13.845 | 13.845 | 250 | 3.040 | 11.055 Totaal | 72.806 | 10.295 | 6.146 | 76.955 | 76.955 | 6.432 | 7.422 | 75.965 Materiële vaste activa | Meerjarenraming Verminderingen | Verminderingen (bedragen x €1.000,-) | 1-1-28 | Vermeerderingen (investeringen) | (desinvestering en | (investeringen) | (desinvestering en afschrijvingen) | 31-12-28 | 1-1-29 | Vermeerderingen | afschrijvingen) | 31-12-29 Gronden en terreinen | 2.160 | - | - | 2.160 | 2.160 | - | - | 2.160 Gebouwen | 26.465 | 2.850 | 1.501 | 27.814 | 27.814 | 4.960 | 1.653 | 31.122 Mobiliteit | 34.533 | 4.122 | 2.473 | 36.182 | 36.182 | 5.637 | 2.348 | 39.470 ICT-middelen | 1.751 | 348 | 480 | 1.619 | 1.619 | 333 | 570 | 1.382 Overige mat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/25066