CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12.1 ODWH, Kadernota 2025.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken3.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

KADERNOTA 2025

Versie: 1.1 Datum: 31 januari 2024

1

2

Voorwoord Voor u ligt de Kadernota voor het jaar 2025. De afgelopen jaren stonden voor Omgevingsdienst WestHolland in het teken van verandering en doorontwikkeling. Inmiddels heeft de organisatie zijn basis op orde en is het accent aan het verschuiven naar verdere verbetering en doorontwikkeling. Die doorontwikkeling zal langs lijnen verlopen die in het afgelopen jaar in het kader van de Strategie voor de periode 2024-2035 zijn uitgezet. Uiteraard zullen de ontwikkelingen die vanuit de robuustheidsdiscussie op ons af komen daarmee worden gecombineerd. Gelukkig wijzen beide in dezelfde richting en betekent het vooral afstemmen en prioriteren: het zijn ontwikkelingen die ons als dienst in staat stellen blijvend bij te dragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in uw gemeente en provincie. Er gebeurt heel veel in de wereld om ons heen, en sommige ontwikkelingen hebben invloed op ons werk. De aanhoudende energiecrisis en klimaat effecten, migratie en tekorten op de arbeidsmarkt zorgen voor uitdagingen. Wij proberen als dienst zo goed mogelijk met alle schuivende panelen om te gaan. In de wereld van de omgevingsdiensten gebeurt ook van alles. Het IBP-VTH, het rijksprogramma ter verbetering van de kwaliteit van de omgeving(sdiensten), begint merkbaar invloed te krijgen. Het moeten voldoen aan nieuwe criteria van Robuustheid is in volle gang.

Nu stelt de dienst, net als alle andere diensten in Zuid-Holland, een Plan van Aanpak Robuustheid op. Waar mogelijk werken de diensten samen: aan gezamenlijke thema’s, maar ook omdat het gemakkelijker is om samen robuust te worden. En samen robuust te blijven: dat vraagt om versterking en borging van de samenwerking op langere termijn. Voor het robuust worden loopt een traject van april 2024 tot april 2026: dat wordt zeer bepalend voor 2025. Dit traject interfereert met de lijnen die we zelf aan het uitzetten waren, in het kader van onze langetermijn-strategie. We gaan beide goed met elkaar combineren: nemen daar nu even iets meer tijd voor om straks met een beter onderbouwd verhaal te kunnen komen. Zowel inhoudelijk als op het gebied van bedrijfsvoering staat dus het nodige te gebeuren. Dat is goed: het houdt ons scherp en maakt het werken bij de dienst inspirerend en aantrekkelijk!

Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland

Bedankt voor je mail. Ik heb er even over nagedacht en kan me vinden in je voorstel. Het lijkt mij, gezien de ontwikkelingen rond de robuustheid, verdedigbaar om de inhoudelijke prioriteiten en strategie ditmaal te verwerken in de begroting, i.p.v. de kaderbrief. Ik wil wel voorkomen dat e.e.a. tot onbegrip leidt. Daarvoor acht ik het wenselijk om in de Kaderbrief wel alvast enkele inhoudelijke toelichting en vooruitzichten te schetsen: waar komen we vandaan, waar bewegen we naartoe en hoe verhoudt dit zich tot het traject Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

3 INLEIDING BELEIDSKADER De Nota Planning & Control vormt de basis voor de planning- en controlcyclus van de dienst, waarvan deze Kadernota onderdeel uitmaakt. Het algemeen bestuur heeft op 31 oktober 2023 besloten de Nota Planning & Control 2020-2023, na eerdere verlenging met een jaar, met nog eens drie jaar te verlengen tot en met het jaar 2027. De planning- en controlcyclus start jaarlijks met het vaststellen van een Kadernota; deze Kadernota bestaat uit beleidsinhoudelijke en financiële kaders. Na goedkeuring door het algemeen bestuur op 11 maart 2024 dient de Kadernota als basis voor de Begroting 2025, die in februari-maart 2024 wordt opgesteld en 25 maart 2024 in concept wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur. Vervolgens wordt de begroting voor zienswijzen voorgelegd aan de raden en staten van de deelnemers. Het algemeen bestuur neemt op 8 juli 2024 een definitief besluit over de Begroting 2025.

UITZONDERLIJKE SITUATIE In 2023 heeft de dienst gewerkt aan een nieuwe lange termijn strategie voor de dienst, de Strategie 20242035. Deze Strategie is gestoeld op drie belangrijke pijlers, die elk een eigen doorontwikkeling in de komende jaren behoeven: Basistaken, Plustaken en Bedrijfsvoering. Van deze Strategie 2024-2035 was al een vertaling gemaakt naar deze Kadernota, om richting te geven aan de ontwikkeling en inzet van de dienst in 2025. Parallel aan dit traject is medio 2023 de discussie over de robuustheid van omgevingsdiensten gestart. Begin oktober 2023 hebben wij als dienst de checklist Robuustheid ingediend bij het ministerie van I&W; op basis van de checklist heeft de dienst geconcludeerd nog niet op alle elementen robuust te zijn, maar dat dit op basis van een goede aanpak op of vóór 1 april 2026 wel het geval moet kunnen zijn. Op 19 december 2023 heeft de dienst een brief ontvangen van I&W waarin is aangegeven dat er geen nadere vragen zijn naar aanleiding van de ingeleverde checklist en dat het ministerie het Plan van Aanpak Robuustheid van de dienst uiterlijk 1 april 2024 tegemoet ziet. Het opstellen van het Plan van Aanpak Robuustheid doorkruist de afronding van de Strategie 2024-2035 zowel inhoudelijk als qua planning.

Inhoudelijk, omdat basis- en plustaken anders verdeeld worden (milieu gerelateerde plustaken tellen nu mee voor de robuustheid; overigens is dat voor de robuustheid van de dienst zeker niet ongunstig); qua planning omdat het Plan van Aanpak Robuustheid prioriteit eist en een hele krappe planning kent (anders dan de checklist Robuustheid vereist het Plan van Aanpak Robuustheid een besluit van het algemeen bestuur). Maar het goede nieuws is dat de Strategie 2024-2035 en de Aanpak Robuustheid allebei gaan over het versterken en verbeteren van de dienst, en zich prima laten combineren. Alleen is dat laatste in de tijd gezien even ingewikkeld. De dienst tracht dit als volgt op te lossen: o Deze Kadernota 2025 kent, naast de gebruikelijke Algemene Financiële Uitgangspunten, al wel ook Beleidsmatige Uitgangspunten, geënt op de uitgangspunten voor de Strategie 2024-2035. o Afzonderlijk wordt het Plan van Aanpak Robuustheid opgesteld. o Bij de Begroting 2025 zal een uitgebreidere toelichting komen, met name voor wat betreft de koppeling van financiële uitgangspunten voor de robuustheid en de gevolgen daarvan voor de opbouw van de Begroting 2025. o Het Plan van Aanpak Robuustheid zal worden geïntegreerd in een aangepaste Strategie 2024-2035.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

4 BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN BASISTAKEN OF ROBUUSTE TAKEN? Onze kernverantwoordelijkheden omvatten voornamelijk milieutaken, vastgelegd in de afspraken tussen IPO en VNG, die door omgevingsdiensten op regionaal niveau worden uitgevoerd. Deze taken, voortkomend uit de commissie Mans en gericht op herziening van het handhavingsstelsel voor VROMregelgeving, betreffen bovenlokale, complexe en provinciale milieuzaken. De bundeling van kennis door deze afspraken heeft de kwaliteit van onze taakuitoefening verbeterd. Na evaluatie in 2021 heeft de commissie Van Aartsen aanbevelingen gedaan over de robuustheid, onafhankelijke positie en financiering van omgevingsdiensten. Deze aanbevelingen zijn geïntegreerd in het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP). Via een SPUK-regeling heeft het Ministerie van I&W incidentele middelen verstrekt voor de uitwerking van deze aanbevelingen in 2022, 2023 en 2024, om bij te dragen aan verbeteringen binnen onze dienst. Daarnaast zijn criteria, randvoorwaarden en kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) ontwikkeld om de robuustheid van de diensten te beoordelen. Op basis van de scores op deze kpi’s dient iedere omgevingsdienst vóór 1 april 2024 een plan van aanpak ter verbetering van de robuustheid van de dienst te maken en in te brengen bij het ministerie van I&W.

Dit plan dient van 1 april 2024 tot 1 april 2026 te worden uitgevoerd, en te leiden tot een dienst die zelfstandig voldoet aan alle robuustheidscriteria. Het plan van aanpak wordt momenteel opgesteld, en omvat actiepunten op alle verschillende kpi’s en randvoorwaarden; er wordt een innovatieagenda opgesteld met bijbehorend budget, de administratie wordt aangepast voor een heldere relatie tussen werk, personeel en financiële middelen, onze werkwijze wordt ook meer informatie-gestuurd en de investeringen in het ontwikkelen, opleiden en werven van medewerkers worden geoptimaliseerd. Parallel aan het traject rond de adviezen van Van Aartsen hebben de vijf Zuid-Hollandse diensten in opdracht van de provincie een samenwerkingsprogramma opgesteld. Het resultaat is een verbreding en een verdieping van de beschikbare denk- en ontwikkelingskracht bij de betrokken diensten. Ook in 2025 zal deze samenwerking verder worden uitgebouwd met thema’s die aansluiten bij het IBP en bijdragen aan de (gezamenlijke) robuustheid van de diensten in Zuid-Holland.

Het gaat hierbij, naast gericht collegiaal samenwerken op werkvelden waar we afzonderlijk onvoldoende kwaliteit kunnen bereiken, in elk geval om de thema’s informatievoorziening en digitalisering, het verbeteren van onze gezamenlijke positie op de arbeidsmarkt, een betere afstemming tussen straf- en bestuursrecht en het uitbouwen van de kennisuitwisseling.

2025 Robuustheid is geen doel op zich, maar gaat hand in hand met doelstellingen op het gebied van kwaliteit. In 2025 willen wij daarom voor wat betreft de basistaken inzetten op uitbouw en veelzijdiger benutting van onze onderliggende kennissystemen en het verder inregelen van veranderingen die mede als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zijn opgetreden: o verder inregelen van het werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet en komen tot vastgelegde (werk)afspraken; o operationeel maken van de Altijd Actuele Digitale Vergunning; o opzetten en uitbouwen van het Datalab; o verder ontwikkelen van het Administratief Toezicht als gezamenlijk project van de vijf ZuidHollandse omgevingsdiensten o doorontwikkelen van integrale advisering op basis van de ervaringen met de Omgevingswet Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

5 o o

o o o

in samenwerking met andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten komen tot uniforme rapportages over de kwaliteitscriteria VTH; het aan de hand van de kaders aangegeven in Omgevingsplannen en de beschikbaar gestelde budgetten verder inregelen van de uitvoering van de bodemtaken. Daarbij ruimte houden voor lokaal maatwerk; het opstellen van een Uitvoeringsagenda grondwatersaneringen; extra inzet op het beleidskader voor en de uitvoering van VTH-voorschriften die de energietransitie bevorderen; het netwerk binnen de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten benutten om via best practices verdere verbeterslagen te maken.

PLUSTAKEN Naast de taken van de package deal voert onze dienst nog andere taken uit, die sterk worden beïnvloed door de programma's van onze deelnemers. In het coalitieakkoord "Krachtig Zuid-Holland" (2023-2027) benadrukt de provincie haar streven naar hoogwaardige uitvoering van milieu- en groene taken door omgevingsdiensten. Uit diverse raads- en coalitieakkoorden van onze deelnemers blijkt een gezamenlijke focus op duurzaamheid, energietransitie en regionale samenwerking, met specifieke aandachtspunten per deelnemer. Onze dienstverlening voor deze extra taken richt zich op het versterken van lokale afweging en sturing. Hierbij ligt de nadruk op het benutten van innovatieruimte om onze deelnemers optimaal te ondersteunen. Werken aan een toekomstbestendige regio Het gebied van de dienst kenmerkt zich door uitersten: enerzijds stedelijke gebieden met grote ruimtelijke dynamiek, anderzijds landelijke gebieden, soms van grote natuurwaarde. Enerzijds de voelbare economische motor van Schiphol, anderzijds grote druk op de kwaliteit van de leefomgeving als gevolg van geluid en matige luchtkwaliteit. Over dit alles ligt ook nog eens een kennisinfrastructuur van wetenschapsinstituten in regio (universiteit Leiden, LUMC, Naturalis, Drone Valley, ESA/Estec). In dit gebied ruimtelijke of andere afwegingen maken is een complexe opgave.

Door Holland Rijnland is daarvoor een Regionale omgevingsagenda opgesteld als gebiedsgerichte uitwerking van de prioriteiten geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Groeiagenda Zuid-Holland. Al die uitersten brengen ook met zich mee dat juist in dit gebied overlap is van 3 verschillende NOVEX-programma’s: NOVEX Groene Hart, NOVEX Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad en NOVEX Schipholregio. De Regionale omgevingsagenda, opgesteld door Holland Rijnland, is de visie op hoofdlijnen hoe op integrale wijze alle ruimte-vragende functies een plek in de regio kunnen krijgen en de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. Werken aan landelijk gebied Wat betreft het landelijk gebied staat het Nationaal Programma Landelijk Gebied centraal. Om het landelijk gebied toekomstbestendig te ontwikkelen zijn in het kader van dit programma stikstof-, klimaat-, water- en natuurdoelen ruimtelijk uitgewerkt en vastgelegd in een gebiedsplan. Deze aanpak moet de verslechtering van Natura 2000-gebieden tegengaan en de natuur in goede staat krijgen én houden. De maatregelen die uit deze aanpak voortvloeien zullen effect hebben op onze werkzaamheden in het kader van bestemmingsplannen en op onze bouw- en milieutaken. Diverse uitspraken van de Raad van State hebben dat overigens nu al. Het natuuraspect in ons werk neemt toe in omvang en belang.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

6 Werken aan de planstructuur Omgevingswet De drie NOVEX-en en de Regionale Omgevingsagenda van Holland Rijnland moeten worden opgenomen in de nieuwe planstructuur van de Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2029 om beleidskeuzes te maken, wat resulteert in beslissingen op verschillende bestuurlijke niveaus met betrekking tot opgaven zoals: o de regionale woningbouwopgave o de verduurzaming van aanwezige bedrijvigheid o de transities in de landbouw o de versterking van het energienet o de verbetering van de leefbaarheid van de woonomgeving verhoogde zorg rond natuurbehoud en herstel van, onder andere, kwetsbare duingebieden Terwijl de Omgevingswet in meer lokale afwegingsruimte moet voorzien, passend bij lokaal beleid, zal deze afwegingsruimte met name via verschillende (bovenlokale) Uitvoeringsagenda’s inkleuring gaan krijgen. Werken aan ondermijning Ondermijning is de laatste jaren een belangrijk bestuurlijk thema vanwege de impact op de samenleving. Binnen verschillende taakgebieden van de dienst kunnen medewerkers situaties tegenkomen die verband houden met ondermijning. De dienst zet in op het signaleren van dergelijke omstandigheden en het doorgeven daarvan aan relevante partijen.

Hierbij wordt nauw samengewerkt met onder andere het Haags Economisch Interventie Team (HEIT), het Regionale Informatie- en Expertise Centrum (RIEC), het Bestuurlijk Ondersteuningsteam (BOT), politie, Veiligheidsregio, Liander en gemeenten.

2025 De inzet vanuit onze dienst en daarmee de producten die wij leveren, zal van meerwaarde bij de omgevingszorg moeten zijn. Dit vereist niet alleen inzet op innovatie, maar ook oriëntatie op hoe het bijdraagt aan versterking van lokale afweging en sturing: o het vanuit de dienst actief betrokken zijn bij de uitwerking van de verschillende Uitvoeringsagenda’s dan wel onze deelnemers vanuit onze expertisegebieden ondersteunen bij hun inzet op deze agenda’s. Om een sterke inbreng vanuit de regio te kunnen geven, werken we nauw samen met Holland Rijnland en Hecht. o het in lijn met de meerjarige strategie het takenpakket van de dienst nader afstemmen op de ontwikkelingen die aan de hand van die Regionale omgevingsagenda in gang worden gezet. Daartoe brengen we de maatschappelijke opgaven in het werkgebied in kaart. o focus op energiebesparing en -opwekking bij bedrijven, met intensievere samenwerking met Holland Rijnland en het aanpakken van nieuwe thema's. o het benutten van de kansen uit de stelselwijzing rond de uitvoering van VTH-taken. Dit door de uitvoering van bouwtaken aan de hand van een verbeterde formule voor een grotere groep deelnemers aantrekkelijker te maken om af te nemen. o voor het behalen van doelen zoekt de regio verbreding, o.a.

door samenwerking met collegaomgevingsdiensten en andere regionale diensten zoals Holland Rijnland en Veiligheidsregio Hollands Midden. We streven naar zowel vaktechnische als bestuurlijke samenwerking en beleidsmatig gelijkgericht. o het ondersteunen van gemeenten in hun coördinerende rol bij het uitvoeren van integrale controles in relatie tot ondermijning.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

7 ORGANISATIE De acties rond de basis- en plustaken komen uitsluitend van de grond wanneer deze vanuit de bedrijfsvoering worden ondersteund. Dit door het bieden van structuur en het ook met bedrijfsvoering kunnen meebewegen met de ontwikkelingen waarop wij willen inzetten. Vanuit organisatie en bedrijfsvoering zal sturing moeten worden gegeven op die aspecten die van invloed zijn op onze positionering bij de lopende robuustheiddiscussies. Werken aan de arbeidsmarkt Ook voor onze dienst is het lastig vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit zo de komende jaren. Tijdens de behandeling van de jaarstukken van ODWH heeft de Provincie Zuid-Holland mede daarom aandacht gevraagd voor het zo veel mogelijk beperken van externe inhuur en in te zetten op HRM-beleid; participatiebanen, stages en een inclusieve organisatie. Met het medio 2023 gestarte programma: ‘HR in control’ zijn deze aandachtpunten inhoudelijk op een hoger plan gebracht en beter in de bedrijfsvoering geborgd. Vanaf 2025 worden aansluitende programma’s uitgerold. De Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben daarom ook een gezamenlijke arbeidsmarkt benaderingen opgezet onder de naam “De Betere Wereldbaan”. Een van de resultanten hiervan is het gezamenlijk opstarten van een traineeprogramma. In 2025 zal verder onderzocht worden op welke vlakken van de arbeidsmarkt de diensten nog meer kunnen samenwerken.

Werken aan informatievoorziening en datakwaliteit Is 2024 het jaar van het verbeteren van de datakwaliteit kunnen we zeggen dat 2025 het jaar is van de verdere ontwikkeling van de informatievoorziening. Het doel is om alle informatie, producten, rapporten en adviezen digitaal toegankelijk te maken via een kennisbank, gekoppeld aan systemen van ketenpartners. Bijzondere aandacht gaat uit naar de informatie-infrastructuur voor de altijd actuele digitale vergunning (AADV), de Wet Open Overheid (WOO), Basisregistratie Ondergrond (BRO) en het GEO/Gis-systeem. Deze ontwikkeling bouwt voort op het in 2022 gevestigde en versterkte fundament van de informatievoorziening. Werken aan cybersecurity Binnen de omgevingsdiensten neemt de inzet van ICT toe en wordt steeds meer data gedreven gewerkt. Dit betekent dat besluiten op data kunnen worden gebaseerd en daarmee is betrouwbare informatie cruciaal om de organisatie te laten functioneren. De bedrijfsvoering kan substantieel geschaad worden als knelpunten optreden in de informatievoorziening en/of -bescherming.

2025 De facilitaire onderdelen van de organisatie zijn meer dan ondersteunend. De inzet vanuit deze bedrijfsonderdelen moet de organisatie meer in samenhang brengen en stuurbaar maken. Dit geschiedt door: o het takenpakket van de dienst wordt in lijn met de meerjarige strategie afgestemd op de ontwikkelingen van de uitvoeringsagenda’s. Daarbij worden maatschappelijke opgaven in kaart gebracht en verkend welke specialismen nog ontwikkeld moeten worden om optimaal bij te dragen aan de realisering van de opgaven van de Regionale Omgevingsagenda. o het afronden van het programma naam toevoegen gericht op het binnen onze dienst verbeteren van de borging van de vereisten waaraan de dienst ingevolge de kwaliteitscriteria moet voldoen. o het voortzetten van het programma De betere wereldbaan gericht op het in samenwerking met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten verbeteren van onze gezamenlijke positie op de arbeidsmarkt.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

8 o o

het verschil in kosten tussen vaste medewerkers en ingehuurde medewerkers verder beperken door de inzet van ingehuurde medewerkers doeltreffender te maken. het inzichtelijk maken hoe met de informatieveiligheid binnen de omgevingsdienst wordt omgegaan en hoe hierover aan de deelnemers gaat worden gerapporteerd.

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

9 ALGEMENE FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN INDEXERING In de nota Planning en Control is vastgelegd dat het uurtarief en de materiële budgetten van de deelnemers jaarlijks worden geïndexeerd volgens de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM), tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Sinds 2010 gebruiken gemeenten in de regio Hollands-Midden deze FKGRHM-richtlijn voor uniforme afspraken over indexering en algemene taakstellingen bij gemeenschappelijke regelingen. De Provincie Zuid-Holland neemt niet deel aan de FKGRHM-commissie en is niet verbonden met deze kaderstelling. In haar kaderbrief heeft de provincie lagere financiële kaders aangegeven voor de gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelneemt, vergeleken met de richtlijn van de commissie FKGRHM. Onderdeel Loon Materieel

Indexatiepercentage Provincie Zuid-Holland 4,90% 2,00%

Indexatiepercentage FKGRHM 11,10% 3,70%

Verschil - 6,20% - 1,70%

Het grote verschil tussen beide komt voort uit andere gekozen uitgangspunten gebaseerd op publicaties van het CPB, en de andere benadering van de commissie FKGRHM. Deze commissie streeft naar een waardevaste indexering, houdt rekening met ontwikkelingen in 2023 en 2024, en verwerkt deze in het uiteindelijke indexeringspercentage. De provincie doet dit niet of in mindere mate. Het algemeen bestuur beslist over het indexeringspercentage. Tot nu toe zijn wij, in lijn met voorgaande jaren, uitgegaan van het indexeringspercentage zoals vastgesteld door de commissie FKGRHM. De prijsindexatie voor 2025, na correctie voor 2023 en 2024, is 11,10% voor werknemersbeloning en 3,70% voor materiële kosten. Het gewogen gemiddelde, met 75% op personeelskosten en 25% op materiële kosten, resulteert in een indexeringspercentage van 9,25%.

TARIEF 2025 Uurtarief deelnemers In overeenstemming met de aangegeven indexering bedraagt het uurtarief voor 2024 € 114 voor alle deelnemers. De ontwikkeling van het uurtarief ziet er dan als volgt uit:

Begroting Uurtarief

2024 € 104,35

Indexering 9,25% € 9,65

2025 € 114,00

Overige tarieven De Omgevingsdienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt (Bip). Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een vergoeding per aanvraag. Het tarief laat de volgende ontwikkeling zien: Ontwikkeling tarief per aanvraag via Bip BIP Tarief per aanvraag

2023 € 44,16

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

2024 € 47,27

Indexering 9,25% € 4,37

2025 € 51,64

10 PRODUCTIVITEITSNORM Op basis van het dienstplan en de productiviteitsnorm wordt de benodigde formatie voor het begrotingsjaar bepaald. Dit wordt zoveel mogelijk ingevuld met vaste medewerkers en aangevuld met flexibele formatie (inhuur). Enkele jaren geleden hebben we onze productiviteitsnorm naar beneden bijgesteld van gemiddeld 1.500 naar gemiddeld 1.420 uur per jaar per volledige fte. Toen is al geconstateerd dat deze norm nog steeds hoger was dan de gemiddeld gebruikelijke norm voor organisaties zoals onze dienst. De productiviteitsnorm van 1.420 uur per jaar per volledige fte is mede door de ontwikkelingen in de cao (meer verlof) nu echt niet meer realistisch en haalbaar. Uit een scan van het bureau Seinstra over de begrotingen van de diversen omgevingsdiensten is gebleken dat de meeste omgevingsdiensten op een productiviteitsnorm zitten van gemiddeld 1.365 uur per volledige fte. Deze norm zien we ook terug in de handleiding overheidstarieven van het rijk. Het voorstel is dan ook om de productiviteitsnorm te verlagen naar 1.365 uur per volledige fte en deze aangepaste norm te verwerken in de Begroting 2025. In principe betekent een verlaging van de productiviteitsnorm een verhoging van het benodigde aantal fte om dezelfde hoeveelheid werk uit te kunnen voeren.

In de praktijk blijkt dit echter veel genuanceerder te liggen: omdat de productiviteitsnorm van 1.420 uur gemiddeld al jaren te hoog blijkt te zijn, wordt de flexibele schil van de dienst -en de daarbij behorende budgetten- ingezet om jaarlijks het Dienstplan te realiseren. In feite ontstaat er dus een capaciteitsprobleem dat wordt ingevuld met inhuur. Door het omlaag brengen van de productiviteitsnorm naar 1.365 uur per volledige fte zal de formatie hoger worden, kunnen meer mensen in dienst worden genomen en zal de aanvullende claim op de budgetten van de flexibele schil minder zijn. Er is dus sprake van ‘communicerende vaten’: waar de personeelslasten vaste formatie zullen stijgen, zal het budget flexibele schil minder belast worden. Uiteraard kunnen arbeidsmarktproblemen deze effecten beïnvloeden: ook schaarste aan medewerkers leidt tot inhuur. Het zelf opleiden van jonge mensen kan weer positieve effecten hebben. Ondanks het feit dat de personeelslasten voor de vaste formatie hoger worden, verwacht de dienst de wijziging van de productiviteitsnorm binnen de eerdergenoemde financiële kaders (indexering) te kunnen realiseren.

ONDERTEKENING Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland op 11 maart 2024,

De voorzitter,

De secretaris,

A.M. North

M.E. Krul-Seen

Kadernota 2025 (2024032642v1.1)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21466