CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Regeling Zonder meer Bijlage A Preventieprogramma Dak- en thuisloosheid Duin- en Bollenstreek.pdf

Raadscommissie 25 oktober 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 10: Gemeenschappelijke regelingen Maatschappelijke Zorg4.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Preventieprogramma dak- en thuisloosheid Inhoud 1. Inleiding..............................................................................................................................................2 1.1. Vooraf..........................................................................................................................................2 1.2. Aanleiding voor het preventieprogramma..................................................................................2 1.3. Opgave en missie.........................................................................................................................3 1.4. Wat wil de rijksoverheid..............................................................................................................3 2. Typering van de doelgroep en de startsituatie...................................................................................4 2.1. Doelgroep....................................................................................................................................4 2.2. Cijfers...........................................................................................................................................4 2.3. Wat is er al gedaan......................................................................................................................5 3.

Actieplan.............................................................................................................................................6 3.1. Samenwerking.............................................................................................................................6 3.2. Leefbaarheid................................................................................................................................6 3.3. Drie uitgangspunten....................................................................................................................6 3.4. Uitgangspunt 'Wonen als basis'...................................................................................................7 3.4.1. Actiepunten ‘Wonen als basis‘.................................................................................................7 3.5. Uitgangspunt ‘We zijn er vroeg bij’..............................................................................................8 3.5.1. Actiepunten ‘We zijn er vroeg bij’............................................................................................9 3.6. Uitgangspunt ‘Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag'..............................10 3.6.1. Actiepunten 'Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag'............................10 4.

Organisatie.......................................................................................................................................11 4.1. Bestuurlijke aansturing..............................................................................................................11 4.2. Ambtelijk opdrachtgeverschap/Projectorganisatie...................................................................11 4.3. Begroting...................................................................................................................................12 Bijlage 1: overzicht betrokken partijen.................................................................................................13

1

1. Inleiding 1.1.Vooraf Dit programma ‘Aanpak Dak- en Thuisloosheid’ is gebaseerd op drie regionaal geformuleerde beleidsuitgangspunten, namelijk 'Wonen als basis', 'We zijn er vroeg bij' en 'Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag' (zie ook hoofdstuk 3.3). Daarnaast is het ook gebaseerd op gesprekken met ketenpartners (woningcorporaties, Voor Ieder 1, Stichting De Binnenvest, wijkteams, ISD) en bestuurlijke prioriteiten die de samenwerkende gemeenten in de Duin- en Bollenstreek hebben gesteld. Na een consultatieronde met de betrokken partijen in de eerste helft van 2022, is een lijst van activiteiten opgesteld (in dit actieprogramma opgenomen in hoofdstuk 3). Voorgesteld wordt om de tweede helft van 2022 te starten met de uitwerking van zes activiteiten van die lijst: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

(Gezamenlijke aanpak gericht op) Woningbehoud Procedure huurachterstand particuliere verhuurders Kamers met aandacht Verbeteren informatieverstrekking aan/over risicogroepen Formaliseren werkafspraken ‘Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag' Versterken onderlinge kennisdeling

In het actieprogramma wordt de achtergrond van het dak- en thuislozenbeleid geschetst en aangegeven ‘over wie het gaat’; in hoofdstuk 2 wordt dit toegelicht en worden de ‘routes’ geschetst waarlangs mensen dakloos kunnen raken. Ook wordt kort ingegaan op de activiteiten die de afgelopen jaren al zijn verricht. Vervolgens wordt, uitgaande van de regionaal benoemde uitgangspunten, toegelicht met welke problemen de doelgroep geconfronteerd kan worden. In aansluiting daarop wordt per uitgangspunt aangegeven welke acties worden ingezet om dakloosheid te voorkomen. De toedeling van de acties aan verantwoordelijken (het aanwijzen van probleemeigenaren per actie) zal plaatsvinden na afronding van het bestuurlijk proces rond het preventieprogramma. Het ligt voor de hand dat afspraken tussen partijen worden vastgelegd in convenanten en, in het geval van de afspraken tussen corporaties en de gemeenten, in prestatieafspraken. In hoofdstuk 4 wordt tenslotte aangegeven hoe de projectorganisatie is ingericht. 1.2.Aanleiding voor het preventieprogramma Vanaf 2015 vallen de gemeentelijke taken ‘beschermd wonen’, ‘maatschappelijke opvang’ en taken op het gebied van (preventie) verslavingszorg en bemoeizorg onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Tot op heden (2022) worden deze taken voor alle gemeenten in Holland Rijnland door de gemeente Leiden uitgevoerd.

De gemeente Leiden ontvangt hiervoor tot in ieder geval 2026 middelen van het Rijk. De financiële middelen voor beschermd wonen worden met ingang van 2024 door het Rijk geleidelijk steeds meer aan de afzonderlijke gemeenten overgedragen. Dat geldt niet voor de financiële middelen voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en bemoeizorg; deze budgetten worden door het Rijk voorlopig nog aan de gemeente Leiden verstrekt ten behoeve van de hele regio. Mogelijk wordt per 2026 de Maatschappelijke Opvang gedecentraliseerd. In de regio Holland Rijnland is afgesproken om de decentralisatie van BW en MO per 2023 in te laten gaan. Met deze verandering kan elke gemeente ervoor zorgen dat benodigde hulp eerder, dichterbij en meer in samenhang met andere voorzieningen wordt georganiseerd. Daarbij wordt wel een gelijk

2

basisniveau voor de regio Holland Rijnland nagestreefd om zogenaamde waterbedeffecten tegen te gaan en uit- en doorstroom uit de opvang te bevorderen. Om uniformiteit te realiseren zijn er regionale uitgangspunten geformuleerd. Dit programma preventie dak- en thuisloosheid Duin- en Bollenstreek (DBS) stelt de regionaal geformuleerde uitgangspunten centraal in de aanpak. 1.3.Opgave en missie Bijna niemand wordt ‘ineens’ dakloos. Aan dakloosheid gaat vaak een (jarenlange) opeenstapeling van problemen vooraf: problemen van mensen zelf, van hun directe omgeving, maar ook van meer structurele, maatschappelijke ontwikkelingen: uit onderzoek komt naar voren dat bestaans(on)zekerheid en ‘bureaucratische uitsluiting’ belangrijke factoren zijn bij het ontstaan van dakloosheid. Daarmee is dakloosheid meer dan 'geen woning hebben'; het is een complex maatschappelijk vraagstuk waarbij ook andere problemen een rol kunnen spelen, zoals schulden, armoede, onvoldoende zelfredzaamheid, gezondheidsproblemen en ontregeld gedrag. Dakloosheid is dan zowel een ‘huisvestingsprobleem’ als een ‘zorgprobleem’. Voor het vinden van oplossingen zoeken gemeenten samenwerking met zowel ketenpartners binnen het domein van zorg en welzijn, als met partijen binnen het domein van bouwen en wonen.

In de subregio Duin- en Bollenstreek willen de gemeenten een op lokaal niveau georganiseerd, adequaat en toereikend niveau van voorzieningen, woningen en woonplekken, met een goede spreiding over de vijf gemeenten. Het gaat daarbij op + 40 unieke inwoners per jaar, die nu grotendeels in de eigen gemeente worden opgevangen en als daar geen plek is op een plek in een andere Duin- en Bollengemeente. Bij de implementatie van het beleid preventie dakloosheid ligt de nadruk op het voorkomen van dakloosheid. De daarbij aan te bieden ondersteuning moet dichter bij de vertrouwde thuissituatie en meer in samenhang met lokale samenwerkingspartners gerealiseerd worden. Deze ondersteuning kan gericht zijn op meerdere leefgebieden en kan gericht zijn op het (hebben van een) sociaal netwerk, inkomen, werk of psychische problemen. Waar nodig staat vervolgens het bieden van opvang en ondersteuning aan kwetsbare, niet zelfredzame inwoners centraal. Per 1 januari 2023 gaan alleen die mensen die 24/7 toezicht en begeleiding nodig hebben naar de Nieuwe Energie in Leiden. Alle andere mensen die dakloos worden in de DBS, worden zo lokaal mogelijk opgevangen. 1.4.Wat wil de rijksoverheid Het kabinet wil gemeenten langs drie sporen ondersteunen bij het terugdringen van dak- en thuisloosheid: via preventie, het vernieuwen van de opvang en door middel van ‘wonen met begeleiding’.

Daarbij wil het kabinet ‘bestaansonzekerheid’ eerder signaleren en participatie van mensen bevorderen. Bij het formuleren van het preventiebeleid kunnen gemeenten zich laten ondersteunen door de ‘Preventie Alliantie Dakloosheid’, een door de rijksoverheid ingesteld team van experts dat beschikt over wetenschappelijke kennis en expertise. De Preventie Alliantie noemt verschillende aandachtspunten die in het preventiebeleid moeten terugkomen, zoals het investeren in bestaansvoorzieningen (huisvesting, inkomen), zorgen voor nazorg (geen ontslag uit een instelling zonder woonplek elders); de inzet van clientondersteuners en de rol van woningcorporaties. Om dak- en thuisloosheid bij jongeren te verminderen werken de rijksoverheid, gemeenten en samenwerkingspartners sinds 2019 met het Actieprogramma ‘Dak- en thuisloze Jongeren’. In juni 2020 publiceerden de verantwoordelijke bewindslieden de beleidsbrief ‘Een (t)huis, een toekomst’, waarin gepleit wordt voor een preventieve en langdurige inzet om dakloosheid te voorkomen.

3

Op 2 juni 2022 verscheen de beleidsbrief ‘Aanpak dakloosheid’ van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarin wordt aangegeven dat de rijksoverheid dakloosheid fors en structureel wil terugdringen door in te zetten op wonen en preventie en niet op maatschappelijke opvang als antwoord op dakloosheid. Het gaat om ondersteuning bij realisatie van woonruimte voor dakloze mensen, maar ook om ‘om- en afbouw van de maatschappelijke opvang’. Omdat financiële problematiek en gebrek aan participatie de belangrijkste oorzaken van dakloosheid zijn, wil het rijk investeren in bestaanszekerheid en sociale inclusie. Om armoede- en schuldenproblematiek tegen te gaan is ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de verdere uitwerking van het daklozenbeleid betrokken. Aangegeven is dat geconstateerde knelpunten in de Participatiewet waar mogelijk worden herzien. De rijksoverheid wil de beweging van opvang naar wonen realiseren in samenspraak met gemeenten, VNG en partners, daarbij de benodigde vernieuwing stimuleren en regie voeren. Ook wil het Rijk met provincies, gemeenten en woningcorporaties afspraken maken over bouw, toewijzing en ondersteuning. Een nadere concretisering van het beleid wordt eind 2022 verwacht.

2. Typering van de doelgroep en de startsituatie 2.1.Doelgroep In april 2020 verscheen het rapport ‘Herstel begint met een huis’ van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS). In dit rapport worden verschillende routes beschreven waarlangs mensen dakloos kunnen raken: a) Geen onderdak na een ingrijpende gebeurtenis zoals een relatiebreuk of verlies van een baan; (voormalig) daklozen noemen conflicten of breuken in persoonlijke relaties als belangrijke aanleiding voor dakloosheid, jongeren benoemen dit zelfs als oorzaak nummer één. b) Geen onderdak na vertrek uit onder andere een justitiële of GGZ- instelling: Het vinden van woonruimte na detentie is een verantwoordelijkheid van de gedetineerde zelf. 10 tot 23 procent van de gedetineerden in Nederland was voorafgaand aan detentie dakloos, na detentie kan dit percentage oplopen tot 66%. Cliënten uit de psychiatrie en verstandelijke gehandicaptenzorg kunnen bij het zelfstandig wonen zonder een ondersteunend netwerk met terugval te maken krijgen. Daardoor kunnen overlast en schulden ontstaan met dakloosheid als mogelijk gevolg.

c) Huisuitzetting/huisverlating: Onvoldoende middelen om in het levensonderhoud te voorzien, onvoldoende zelfredzaamheid van huurders of tekortschietende afstemming tussen professionals, het structureel ‘mijden van zorg’ en het vertonen van onaangepast gedrag kan leiden tot (of een aanleiding vormen voor) huisuitzetting en dakloosheid. d) Remigratie: Ongeveer de helft van de Nederlanders die emigreren (40.000 personen) keert binnen twee jaar terug naar Nederland. Na terugkeer is bestaanszekerheid niet altijd vanzelfsprekend en kan het vinden van een woning problematisch zijn. De betrokkene(n) wordt geacht zelfredzaam te zijn en is hier zelf verantwoordelijk voor1. 2.2.Cijfers Cijfers met betrekking tot dakloosheid in de subregio Duin- en Bollestreek laten de volgende instroom (2021) zien: Aanmeldingen bij de toegang MO Briefadressen verstrekt 1

111 inwoners 66 inwoners

Ook bij arbeidsmigranten ligt die opvangplicht niet bij de gemeente maar bij de werkgever, dan wel het uitzendbureau

4

Lokale opvangplekken Opvang in de Nieuwe Energie

16 plekken (voor minimaal 32 cliënten) 10-15 plekken

Op basis van een pilot (2022) in Noordwijk kan een ruwe schatting gemaakt worden van het aantal spoedzoekers. Het gaat in dit geval om zelfredzame mensen met een laag inkomen. Naar schatting was deze groep in de Duin- en Bollenstreek tussen de 50 en de 100 personen groot. Inwoners uit de lokale opvang stromen na 3, maximaal 6 maanden door naar een contigentwoning. In de praktijk blijkt dit gemiddeld meer dan 7 maanden te zijn. Hierover worden per 2023 afspraken gemaakt want lang verblijf op een opvangplek is onwenselijk voor herstel. Bij de Nieuwe Energie is de uitstroom ook naar een beschermd wonen voorziening. Het gaat dan om inwoners met regiobinding die dakloos en niet zelfredzaam zijn. Er zijn geen cijfers over economisch daklozen, dakloze arbeidsmigranten en dakloze remigranten. Voor deze doelgroepen heeft de gemeente geen opvangplicht, maar in het kader van deze nota wordt wel een zorgplicht geformuleerd. 2.3.Wat is er al gedaan De samenwerking tussen centrumgemeente Leiden en de regiogemeenten is vastgelegd in een convenant 2018 – 2021. Dit convenant is in 2021 geëvalueerd. Op basis van het convenant hebben de gemeenten maatregelen genomen op de onderstaande terreinen: Actie

Resultaat

Het maken van afspraken met o.a. corporaties over het bieden van (individuele Wmo) begeleiding aan huishoudens en/of het tijdelijk overnemen van het huurcontract door zorgaanbieders, als preventief instrument, bij dreigende uitzetting als gevolg van overlast of problematische betalingsachterstanden.

In de DBS-gemeenten zijn convenanten met corporaties afgesloten om huisuitzetting vanwege betalingsachterstanden te voorkomen;

Het bieden van de mogelijkheid een briefadres aan te vragen.

Gerealiseerd in iedere gemeente. Inmiddels (2022) wordt op rijksniveau gesproken over aanpassingen van de wet- en regelgeving.

Het benoemen van (een) contactperso(o)n(en) binnen de gemeenten voor De Binnenvest. De contactpersoon is het aanspreekpunt om op casusniveau vroegtijdig tot afspraken te komen over het traject dat tot snelle uitstroom uit de opvang terug naar de gemeente van herkomst kan leiden.

Gerealiseerd: in Katwijk zijn dit de coördinator en de contactpersoon op casusniveau binnen het wijkteam, in de gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk zijn er doorbraakoverleggen.

Het zorgen voor (alternatieve, sobere) vormen van wonen voor cliënten uit de eigen gemeente die niet een 24/7 intramurale opvangvoorziening met begeleiding nodig hebben.

Gerealiseerd: 16 plekken

Overnamecontract door zorgaanbieders is gerealiseerd.

Uit de evaluatie komt naar voren dat met de genoemde maatregelen de toestroom naar de daklozenopvang substantieel gedaald is. Dit is ook zichtbaar tijdens de koude perioden. Meest effectief bleken afspraken met De Binnenvest, gecombineerd met ondersteuning. Ook effectief bleken de afspraken m.b.t. het voorkomen van huisuitzettingen.

5

3. Actieplan 3.1.Samenwerking Adequate aanpak van dak- en thuisloosheid is een opgave voor de betrokken gemeenten én de ketenpartners samen. In de subregio zijn belangrijke – preventieve – stappen gezet, zoals de vormgeving van de integrale toegang (in Katwijk de wijkteams en in Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk de organisatie Voorieder1). Andere voorbeelden zijn de afgesloten convenanten ‘voorkoming huisuitzetting' en de projecten vroegsignalering. Een toekomstige gezamenlijke opgave is de methodiekontwikkeling en de implementatie van de werkafspraken. Het gaat daarbij vooral om de uitwerking, bijvoorbeeld wanneer gemeenten elkaars cliënten gaan opvangen en de gevolgen daarvan voor het dagelijks werk, de toedeling van verantwoordelijkheden en de financiering. Om vastgelopen casuïstiek in het Sociaal Domein (wicked problems) aan te kunnen pakken hebben gemeenten al structuren ontwikkeld. Het Katwijkse ‘ontschottingsteam’ is hiervan een voorbeeld. Om op subregionaal niveau kennis over gevolgde procedures uit te wisselen, van elkaar te leren en casuïstiek te bespreken, kan gedacht worden aan een subregionaal casuïstiek overleg. 3.2.Leefbaarheid Belangrijke randvoorwaarden voor de realisatie van de benoemde acties hebben betrekking op de ‘leefbaarheid’ van de buurten en wijken.

Wanneer zich in één wijk veel problematiek voordoet kan dat gevolgen hebben voor de leefbaarheid van die wijk. In de actieagenda Wonen (De Nederlandse GGZ, 2021) wordt aangegeven dat voor de sociale component van leefbaarheid een gezamenlijke aanpak van gemeente, woningcorporaties, welzijns-, hulp- en zorginstellingen nodig is. Voorkomen moet worden dat alle specifieke groepen in een beperkt aantal wijken terecht komen. Bij interventies om bij overlastproblematiek huisuitzettingen te voorkomen of om de uitstroom uit voorzieningen goed te laten verlopen, is goede participatie van bewoners noodzakelijk. Belangrijk is dat alle partijen weten ‘wie verantwoordelijk is voor wat’ bij de start van de acties en zeker wanneer er problemen ontstaan. De ondersteuningsstructuur van de wijk moet op orde zijn. Een gedeelde visie en wederkerige ‘afrekenbare’ prestatieafspraken, over de beschikbaarheid van ondersteuning en de aanwezigheid van capaciteit, zijn randvoorwaarden. Bij de invulling van de voorgestelde acties op lokaal niveau moeten de gevolgen voor de leefbaarheid inzichtelijk zijn. Gemeenten en corporaties kunnen dit thema opnemen in de prestatieafspraken. 3.3.Drie uitgangspunten Om de regionale samenhang in het hulp- en ondersteuningsaanbod te garanderen zijn er regiobreed drie uitgangspunten geformuleerd: 1. Wonen als basis 2. We zijn er vroeg bij 3.

Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag Deze uitgangspunten zijn in 2022 regionaal én subregionaal besproken. Bij het eerste uitgangspunt werd door zowel bestuurders als ketenpartners de kanttekening geplaatst dat het weliswaar gaat om een gemeenschappelijke opgave, maar dat noch de gemeente noch een ketenpartner, zoals bijvoorbeeld een corporatie, hierop kan worden aangesproken. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid een woonopgave te realiseren, maar dragen ook zorg voor de afweging van belangen van alle betrokkenen. De gemeente heeft een opvangplicht als de client niet zelfredzaam is én er sprake is van regiobinding. Daarbij gelden ook criteria als inkomen en de onmogelijkheid om in het eigen netwerk of op een alternatieve verblijfsplek opgevangen te worden.

6

In het actieprogramma worden de drie uitgangspunten van een lokale, praktische invulling voorzien. In de uitwerking van de acties wordt bekeken welke de consequenties van het hanteren van deze drie uitgangspunten zijn en hoe hiermee moet worden omgegaan. 3.4.Uitgangspunt 'Wonen als basis' Uit onderzoek komt het belang van wonen duidelijk naar voren: een stabiele woonruimte draagt bij aan het psychische welzijn en de overall gezondheid van dak- en thuislozen. Het recht op (goede) huisvesting wordt in de Nederlandse grondwet- en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens genoemd maar is, door de manier waarop een en ander is omschreven, niet afdwingbaar. In de grondwet staat (art 22 lid 2): “bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid” en niet “iedereen heeft recht op”, daarmee gaat het om een inspanningsverplichting. In Nederland heeft circa 70 % van de bevolking een eigen woning. In 2019 waren er 7,7 miljoen woningen in Nederland: 4,4 miljoen koopwoningen, 3,3 miljoen huurwoningen, waarvan 2,3 miljoen woningen verhuurd door woningcorporaties. Invullen en implementeren van woonbeleid kan niet zonder de sociale verhuurders. Een serieus maatschappelijk probleem dat tot huisuitzetting en dakloosheid kan leiden is woonoverlast. Volgens de definitie is woonoverlast “hinder die in, vanuit en rondom een woning wordt veroorzaakt.

De overlastgever veroorzaakt een onplezierige ervaring bij omwonenden”. Het kan bijvoorbeeld gaan om geluidsoverlast, fysieke verloedering, vervuiling, intimiderend gedrag, brandgevaar en drugsoverlast. De aanpak van woonoverlast is voor veel woningcorporaties een dilemma; het gaat om een afweging van belangen van alle betrokken bewoners, zowel de overlastveroorzaker als de omwonenden. Wanneer praten en bemiddeling of de toepassing van de gedragsaanwijzing (sinds 2017 een bevoegdheid van de burgemeester) geen oplossing biedt, kan een traject eindigen met een gerechtelijke uitspraak en een uitzetting. Overigens vervalt daarmee de zorgplicht van de gemeente niet; alle gemeenten hebben een preventieve taak om dakloosheid te voorkomen. De doelgroep dak- en thuisloze jongeren vraagt in de aanpak van schaarste op de woningmarkt om extra aandacht. Juist voor deze groep is passend woonruimte essentieel om het leven (weer) op de rit te krijgen en zich op de toekomst te kunnen richten. De rijksoverheid geeft in dit verband de suggestie om de doelgroep jongeren een aparte plaats te geven in een woon(zorg)visie, de urgentieregeling van de Huisvestingsverordening, of de prestatieafspraken met woningcorporaties. In het project ‘Uitbreiding contingent- woningen’ (zie bij 3.3.1) wordt deze doelgroep meegenomen. 3.4.1.

Actiepunten ‘Wonen als basis‘ Voor het uitgangspunt ‘Wonen als basis’ is hieronder aangegeven welke acties kunnen worden ingezet om dakloosheid te voorkomen. De acties die in het derde kwartaal 2022 gestart zullen worden, zijn gearceerd en maken onderdeel uit van dit preventieprogramma. Onderwerp

Toelichting

Actie

Woningbehoud

Het hebben van een woning is een belangrijke factor bij geslaagde hulpverlening2. Met woningaanbieders worden afspraken gemaakt over de voorwaarden om cliënten zo lang mogelijk in hun woning te laten verblijven. De

In overleg met corporaties en hulpverlening randvoorwaarden voor woningbehoud vaststellen en vastleggen in een convenant.

Planning Q3

2

Experimenten met tijdelijke huisvesting / huisvestingsoplossingen in o.a. Amsterdam en Noord Veluwe geven slagingspercentages van 50% of meer

7

Onderwerp

Procedure huurachterstand particuliere verhuurders

Kamers met aandacht

Uitbreiding aantal contingentwoningen

Inzetten van tijdelijke woonplekken

Housing First

Toelichting leefbaarheid van de buurt of wijk is hierbij een belangrijke randvoorwaarde. Particuliere verhuurders zijn belangrijke spelers op de woningmarkt. Het is wenselijk dat de bestaande verschillen in incassobeleid tussen private en sociale verhuurders zo klein mogelijk zijn. Deze actie begint met een inventarisatie bij de mogelijke doelgroep. Een woonvorm waarbij een jongere bij een ‘gewoon huishouden’ een kamer huurt. Onderzocht wordt of dit concept ook passend is voor de doelgroep van dit actieprogramma. Gestreefd wordt naar een uitbreiding van het aantal jaarlijks beschikbare contingentwoningen dak- en thuislozen voor inzet tbv daken thuisloze jongeren, en duurzame uitstroom uit projecten housing. Omdat nieuwbouw een tijdrovende en kostbare zaak is, wordt gezocht naar alternatieve oplossingen om huisvesting voor daklozen te realiseren. Housing First biedt woonruimte als basis voor hulp en begeleiding. Housing First vraagt om een aanpassing in de afspraken die gemaakt zijn met woningcorporaties.

Actie

Planning

Overleg starten met particuliere verhuurders, gericht op het opstellen van een overeenkomst naar analogie van de afspraken met sociale verhuurders over incasso/ huurachterstanden.

Q3

Nagegaan wordt welke doelen hier haalbaar zijn. Afspraken worden vervolgens opgenomen in de werkplanning 2023.

Q3

Nagegaan wordt welke doelen hier haalbaar zijn. Afspraken worden vervolgens opgenomen in de prestatieafspraken met corporaties.

Q4

Mogelijkheden voor woningdelen wordt onder de aandacht van huurders gebracht. Onderzoek naar beleid en regelgeving die aansluit bij de ondersteuningsvraag In de DSB is een eerste plaatsing middels de methodiek Housing First gestart. Later dit jaar volgen nog 2 Housing First kandidaten in de DBS.

Structureel aandachtspunt

Proces loopt

3.5.Uitgangspunt ‘We zijn er vroeg bij’ Een zeer belangrijk onderdeel van preventie is het voorkomen van problemen en escalatie door vroegtijdig signaleren. Voor een beleid dat gericht is op het voorkomen van dakloosheid betekent dat beter zicht op de totale groep mensen met een verhoogd risico:  Mensen met onveilige of ontoereikende huisvesting  Mensen die illegaal op vakantieparken of in kraakpanden verblijven

8

   

Mensen met illegale onderhuurcontracten Mensen met risico op huisuitzetting in de sociale en particuliere sector door betaalproblemen, problematische afhankelijkheidsrelaties, enz. GGZ-cliënten die een woning hebben en deze verliezen door opname/decompensatie, Mensen met sociale problematiek en gedragsstoornissen.

De ogen en oren van de dienstverlening zijn, naast de zorg- en welzijnsinstellingen, de verhuurders, aanbieders van nutsvoorzieningen, geldverstrekkers en de handhavers. Om snel te kunnen inspelen op signalen is een overlegvorm of signaleringsoverleg ingericht. In Noordwijk, Hillegom, Lisse en Teylingen is dit Voor Ieder1. Experimenten elders in het land wijzen uit dat het snel opvangen van mensen (de straatapp Amsterdam) en het bieden van (tijdelijke) huisvesting veel druk van de ketel haalt (Perron 18 in Haarlem). Een aanvraag voor een briefadres wordt wel gezien als een 'early warning'. Om adequate hulpverlening te kunnen organiseren zijn afspraken gemaakt over monitoring van de betrokkene. In Katwijk wordt dit binnen de ambtelijke organisatie gedaan, elders in de regio vervult De Binnenvest deze functie. De doelgroep dak- en thuisloze jongeren lijkt het meest geholpen met een aanpak op maat, waarbij buddy’s of ervaringsdeskundigen een belangrijke rol kunnen vervullen. Het gaat dan vooral om mentale steun. In het kader van het actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren zijn op verschillende plaatsen in het land pilots gestart. Op basis van die resultaten zal ook in de DBS worden nagegaan of het versterken van een jongerennetwerk en het werken met mentoren, buddy’s of ervaringsdeskundigen haalbaar is. 3.5.1.

Actiepunten ‘We zijn er vroeg bij’ Voor het uitgangspunt ‘We zijn er vroeg bij' is hieronder aangegeven welke acties kunnen worden ingezet om dakloosheid te voorkomen. De acties die in het derde kwartaal 2022 gestart zullen worden, zijn gearceerd en maken onderdeel uit van dit preventieprogramma. Onderwerp Verbeteren informatieverstre kking aan risicogroepen

Toelichting

Snel reageren in acute situaties vraagt kennis van ondersteuningsaanbod. Nagegaan wordt hoe de informatie via 1e lijnsvoorzieningen, huisartsen en de toegang verbeterd kan worden. Implementeren In convenanten vastgelegde werkafspraken werkmethodiek moet uitvoeringspraktijk in de dienst- en hulpverlening worden3. Monitoring Een aanvraag voor een gebruiksachtergro briefadres is een 'early nd briefadres warning'. Toekenning, monitoring en hulpverlening zijn ingeregeld, maar inzicht in overwegingen om aan te vragen en het bereik van de 3

Actie

Planning

Informatiebijeenkomsten voor verwijzers organiseren; Opstellen informatie brochure.

Q3

Werkprocessen beschrijven en met uitvoeringsverantwoordelijken implementeren. Voortgang monitoren. Onderzoek onder gebruikers briefadres naar achtergronden. Onderzoek onder potentiële gebruikers naar bekendheid briefadres.

Q4

Q1 2023

De aanpak ‘werken volgens de bedoeling’ of de ‘omgekeerde toets’ zijn voorbeelden van dit soort veranderingen.

9

Onderwerp Opzet jongerennetwerk

Toelichting doelgroep is onvolledig. Op basis van gegevens van pilotprojecten in den lande wordt nagegaan of de opzet van ondersteunend jongerennetwerk haalbaar is.

Actie Veldonderzoek naar mogelijkheden jongerennetwerk.

Planning Q4

3.6. Uitgangspunt ‘Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag' Het beleid is erop gericht om dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen. In de praktijk komt het voor dat oplossingen niet mogelijk zijn, omdat bestaande regelgeving belemmerend werkt. Bureaucratische uitsluiting wordt genoemd als belangrijke factor bij het ontstaan van dakloosheid. Het gaat bijvoorbeeld om de toepassing en invulling van regels rond: - toekenning briefadres en regiobinding - toepassing van de kostendelersnorm - bankslapers/onderhuur - versnelde uitkering voor jongeren tot 23 jaar - incasso van boetes Met het aanpassen van regelgeving zoals de wijziging van de Wet basisregistratie personen (januari 2022), wordt geprobeerd dakloosheid en/of verdere escalatie van persoonlijke problematiek te voorkomen. Ook de regelgeving rond de kostendelersnorm wordt op korte termijn aangepast. Om kostbare uitzettingsprocedures en dakloosheid te voorkomen zorgen gemeenten bij kortdurende detentie zoveel mogelijk voor continuïteit van huisvesting met een regeling voor kortdurend doorbetalen van huur. Om eventuele impasses in de hulpverlening te doorbreken heeft de gemeente Katwijk een ‘ontschot team’ ingericht. Dit is een maatwerkoplossing voor complexe problemen.

Het team is multidisciplinair en het zoekt naar mogelijkheden om de cliënt te helpen en handelt zo nodig buiten de kaders van reguliere hulpverlening. Ook in de andere gemeenten in de DBS wordt gewerkt aan procedures om maatwerk te kunnen leveren binnen de bestaande regelgeving. De uitdaging daarbij is om flexibiliteit te garanderen zonder dat rechtsongelijkheid ontstaat. Daarvoor is meer inzicht nodig in de werkwijze, gehanteerde aanpak en methode van de verschillende teams. Het versterken van de onderlinge kennisdeling is een belangrijk thema in de aanpak van de preventie dakloosheid in de DBS. Een soortgelijke aanpak wordt ook voorgesteld, specifiek gericht op jongeren. Daarmee wordt de lijn gevolgd van het actieprogramma waarin is aangegeven dat goede praktijkvoorbeelden en mogelijkheden rond de uitvoering van regels breed gecommuniceerd worden. 3.6.1. Actiepunten 'Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag' Voor het uitgangspunt ‘Beleid en regelgeving sluit aan bij de ondersteuningsvraag´ is hieronder aangegeven welke acties kunnen worden ingezet om dakloosheid te voorkomen. De acties die in het derde kwartaal 2022 gestart zullen worden, zijn gearceerd en maken onderdeel uit van dit preventieprogramma.

10

Onderwerp

Toelichting

Actie

Planning

Formalisering werkafspraken

Werkmethodiek formaliseren en afspraken vastleggen in resp. convenanten preventie huisuitzetting en prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties.

Q3 en Q4

Versterken onderlinge kennisdeling

Om gelijke gevallen binnen de subregio gelijk te behandelen is kennisuitwisseling over casuïstiek en de relatie tussen werkprocessen en gevolgde procedures wenselijk. Werkwijze afstemmen bij vaststelling ‘regiobinding’ en bepaling van de gemeente van herkomst. Doel is ontwikkeling van een éénduidige werkwijze. Cliënten die na een levensgebeurtenis dreigen dakloos te worden kunnen 6 maanden gebruik maken van de woonkostenregeling. Bij gebruik kan ook een urgentie worden vastgesteld. Onduidelijk is of de periode van 6 maanden toereikend is. Om cliënten een terugkeer in de zelfstandige woonsituatie te kunnen garanderen, zijn werkafspraken met de verhuurder en de GGZinstelling nodig.

Bestaande convenanten updaten en naast tbv huurproblematiek ook toepasbaar maken voor overlast problematiek. Lokale zorg- en welzijnspartners zijn betrokken bij de uitvoering. Periodiek (kwartaal) overleg; Kennis delen over casuïstiek en de gevolgde procedures in situatie met hoge urgentie. Op subregionaal niveau afspraken maken over werkwijze, met name voor complexe gevallen. De Binnenvest pleit voor afspraken op Holland Rijnland niveau. Met woonconsulenten en casemanagers werk en inkomen nagaan of de regelingsduur passend is; Eventuele aanpassingen van de regelgeving voorbereiden.

Q4

Opstellen opname protocol met ‘huisvestings- terugkeer’ afspraken en financiële garanties voor huurbetaling.

Q1 2023

Afstemmen werkwijze bepalen regiobinding Toepassing woonkosten- en urgentieregeling

Vangnet bij langdurige afwezigheid (detentie/GGZ)

Q3 en Q4

Q4

4. Organisatie 4.1.Bestuurlijke aansturing Bestuurlijke aansturing van de aanpak preventie dak- en thuisloosheid vindt plaats in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein Duin en Bollenstreek (BOSD). De portefeuillehouders van de 5 samenwerkende gemeenten hebben zitting in het BOSD. Op agendabasis kunnen bestuurders van de bij de uitvoering van projecten betrokken ketenpartners deelnemen aan het BOSD-overleg. 4.2.Ambtelijk opdrachtgeverschap/Projectorganisatie Ambtelijk opdrachtgever is Anja de Rijk; projectleider Maatschappelijke Zorg DBS. Projectleider voor de uitvoering aanpak Dak- en Thuisloosheid is Lex Noyon (inhuur in 2022). Op subregionaal niveau worden de preventieactiviteiten (ambtelijk) gecoördineerd door een kernteam, bestaande uit de drie trekkers van de ambtelijke organisaties in de DBS. Naast Anja de Rijk

11

(HLT) en Lex Noyon zijn dit Pauline Koot (Katwijk) en Cyriel Thomas (Noordwijk). In het kernteam zullen ook de projecttrekkers van de preventieprojecten zitting hebben. Het kernteam houdt contact met de subregionale werkgroep Maatschappelijke Zorg. Deze werkgroep bestaat uit ambtelijk betrokkenen uit Noordwijk, Katwijk en de HLT-gemeenten De activiteiten en projecten zullen veelal op lokaal niveau worden uitgevoerd. De projecttrekkers hebben een werkrelatie met lokale netwerken. In schema:

4.3.Begroting Voor de financiering van onderdelen (projecten en/of capaciteit) van dit Actieprogramma wordt gebruik gemaakt van het Investeringsfonds Maatschappelijke Zorg van de gemeente Leiden en extra middelen van het Rijk voor de uitvoering van het Landelijke Actieplan Dakloosheid (LAD).

12

Bijlage 1: overzicht betrokken partijen ORGANISATIE Binnenvest Binnenvest Cardea Cardea De Brug Dunavie Wonen gemeente Katwijk gemeente Katwijk gemeente Katwijk gemeente Noordwijk gemeente Noordwijk GGD Hollands Midden HLT Samen HLT Samen HLT Samen HLT Samen ISD Bollenstreek ISD Bollenstreek ISD Bollenstreek ISD Bollenstreek Limor Limor Lumen Holland Rijnland Schuldhulpmaatje Hillegom Schuldhulpmaatje Hillegom Schuldhulpmaatje Lisse schuldhulpmaatje Teijlingen Stek Wonen Voor ieder 1 Voor ieder 1 Zorgnetwerk HLT

NAAM Jessica Olij Nick van de Klundert Marieke Josten Erica Samson Henk de Wit Mirjam Heemskerk F.B. van Oosten Anja van Oost Neda Elbers Anneke Koster Sonja Wolters Elvi Mijland Kirsten Verkerk Thea Aandewiel Geert Rijken Alexander Stork Tessel Herrebrugh Arlette Wijnhout Carla Heemskerk-Stam Eveline Gordijn M. Kralt Diana Smolders Bart Smith Lilian Moelker Wouter Toet Pim Faas Eelco de Jong Bianca Engelbert Marion Goedhart Janine la Grand Faiza Aouadi

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1582/documents/20323