CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Was-wordt lijst.pdf

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 10: Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom17.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

13 alinea's met “sluiting”: 143 144 145 146 151 152 157 199 200 201 202 207 208

Toelichting In artikel 2:79 is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en aan verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:79 aangepast. Artikel 3:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

22

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder

1. De exploitant en de beheerder: 1. De exploitant en de beheerder: a. staat niet onder curatele en is niet a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; voogdij; b. is niet in enig opzicht van slecht b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en levensgedrag; en c. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar c. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. bereikt. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet: de exploitant en de beheerder niet: a. met toepassing van de artikel 37 van a. met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld; beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar b.

binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; Strafvordering is toegelaten; c. binnen de laatste vijf jaar bij c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van: wegens overtreding van: i.

bepalingen gesteld bij of krachtens i. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de de Alcoholwet, de Opiumwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en Vreemdelingenwet en de Wet de Wet arbeid vreemdelingen; arbeid vreemdelingen; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140 , 240b , 242 tot en met 249 , 140 , 240b , 242 tot en met 249 , 252 , 250a (oud), 273f , 300 tot en 252 , 250a (oud), 273f , 300 tot en met 303 , 416 , 417 , 417bis , 426 , met 303 , 416 , 417 , 417bis , 426 , 429quater en 453 van het Wetboek 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht ; van Strafrecht ; iii. de artikelen 8 en 162, derde lid , iii. de artikelen 8 en 162, derde lid , alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994 ; Wegenverkeerswet 1994 ; iv. de artikelen 1, onder a, b en d , 13 iv. de artikelen 1, onder a, b en d , 13 , 14 , 27 en 30b van de Wet op de , 14 , 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; kansspelen; v. de artikelen 2 en 3 van de Wet op v. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; de weerkorpsen; vi. de artikelen 54 en 55 van de Wet vi. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. wapens en munitie.

23

3. Met een veroordeling als bedoeld in het 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro tenzij de geldsom minder dan 375 bedraagt; euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de beslissing op de aanvraag van de vergunning; vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant of de beheerder is binnen de 5.

De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft. ter zake geen verwijt treft. Toelichting In artikel 3:5, tweede lid onder c is “Drank- en Horecawet” vervangen door “Alcoholwet” in verband met een wijziging van die wet per 1 juli 2021. Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:1 Definities

Artikel 4:1 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

In deze afdeling wordt verstaan onder:

f.

a. besluit: het Activiteitenbesluit

besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;

milieubeheer;

b. inrichting: hetgeen daaronder wordt

g. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B las bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;

h. houder van een inrichting: degene die

c.

als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

24

verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 en 4:3 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B las bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft;

i.

d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet

collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

j.

incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; k. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

e.

l.

geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van tenminste 11 m2;

g.

m. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die

h.

f.

op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting;

i.

n. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt;

j.

o. HRMI-99: handleiding meten en rekenen industrielawaai van he ministerie VROM, uitgave 1999.

specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van tenminste 11 m2; geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; HRMI-99: handleiding meten en rekenen industrielawaai van he ministerie VROM, uitgave 1999.

Toelichting Onder b. wordt de verwijzing naar artikel 4:2 tot en met 4:5, vervangen door artikel 4:2 en 4:3. Artikel 4:4 en artikel 4:5 zijn niet opgenomen in de APV. Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, van het Besluit

Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Besluit gelden niet voor door het college

25

3.

4.

5.

6.

gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het college kan voorwaarden stellen bij de aan te wijzen collectieve festiviteiten met betrekking tot de geluidsnormen en tijdstippen.

3.

4.

5.

6.

aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het college kan voorwaarden stellen bij de aan te wijzen collectieve festiviteiten met betrekking tot de geluidsnormen en tijdstippen.

Toelichting De verwijzing naar de artikelen 2.17a en 2.19a in het eerste lid zijn toegevoegd vanuit het Activiteitenbesluit. De verwijzing naar artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit komt te vervallen omdat dit artikel niet in werking is getreden. De verwijzing naar artikel 4:5 van deze verordening wordt verwijderd omdat de geluidsnormen in artikel 4:5, vierde lid, niet gelden indien artikel 4:2 en 4:3 van toepassing zijn. In het tweede lid is achter artikel 3.148 “eerste lid” toegevoegd conform de model APV. Artikel 4:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten

1. Het is een inrichting toegestaan maximaal

1. Het is een inrichting toegestaan maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college

2. Het is een inrichting toegestaan maximaal

2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal zes incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de

6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college

6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij artikel 3.148 van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee

26

weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.

3. De kennisgeving wordt geacht te zijn

gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.

4. Het college kan voorwaarden stellen bij de

activiteiten als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de geluidsnormen en tijdstippen.

inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 4. Het college kan voorwaarden stellen bij de activiteiten als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de geluidsnormen en tijdstippen. 5. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer – van zondag tot en met donderdag uiterlijk om 24.00 uur beëindigd en op zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag en zondagnacht (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 00.30 uur

Toelichting De verwijzing in lid 1 naar de artikelen 2.17a en 2.19a is toegevoegd vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De verwijzing naar artikel 4:4 is verwijderd omdat artikel 4:4 in de APV is vervallen. De verwijzing in het eerste lid naar artikel 2.19 van het Activiteitenbesluit milieubeheerkomt te vervallen omdat dit artikel niet in werking is getreden. Het tweede lid is tekstueel aangepast zodat het nu duidelijker is dat het hier gaat om de verlichting tijdens sportevenementen. Het vijfde lid is toegevoegd om controle te kunnen uitvoeren op de eindtijden ter bescherming van omwonenden. Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

27

3. Het college kan nadere regels stellen ten

3. Het college kan nadere regels stellen ten

4. Het verbod is niet van toepassing op

4. Het verbod is niet van toepassing op

aanzien van bouwwerkzaamheden.

situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.

aanzien van bouwwerkzaamheden.

situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Toelichting In het vierde lid is de Provinciale milieuverordening gewijzigd in Omgevingsverordening ZuidHolland. Artikel 4:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.

Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen e.d.

1. Het is verboden op een door het college 1. Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten een inrichting in aangewezen plaats buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht en buiten de weg gelegen in het openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: plaatsen of aanwezig te hebben: a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke a. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; vaartuigen of onderdelen daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel c.

kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, indien het 4:17 of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; anderszins voor een commercieel doel; d. mestopslag, gierkelders of andere d. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp verzameling ingekuild gras, loof of of ingekuilde landbouwproducten, pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. afbraakmaterialen en oude metalen. 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere 2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. regels stellen. 3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor 3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke wordt voorzien door de Wet ruimtelijke ordening of de Omgevingsverordening ordening of de Verordening Bescherming Zuid-Holland. Landschap en Natuur Zuid-Holland.

28

Toelichting In het derde lid is de verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland gewijzigd in Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

1. Het is verboden een voertuig dat voor

1. Het is verboden een voertuig dat voor

recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

p. langer dan op drie opeenvolgende

r.

dagen (binnen de bebouwde kom) op een openbare plaats te plaatsen of te hebben;

langer dan op drie opeenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) op een openbare plaats te plaatsen of te hebben;

q. op een door het college aangewezen

s. op een door het college aangewezen

plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het

2. Het college kan ontheffing verlenen van het

in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

3. Het verbod in het eerste lid is niet van

3. Het verbod in het eerste lid is niet van

toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapverordening.

toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Toelichting In het derde lid is de verordening Bescherming Landschap en Natuur Zuid-Holland gewijzigd in Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst

1. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst

29

geheel of ten dele voor een liefdadig of geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. ideëel doel is bestemd. 2. Onder een inzameling van geld of goederen 2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden wordt mede verstaan: het bij het van goederen, waartoe ook worden aanbieden van goederen, waartoe ook gerekend geschreven of gedrukte stukken, worden gerekend geschreven of gedrukte dan wel bij het aanbieden van diensten stukken, dan wel bij het aanbieden van aanvaarden van geld of goederen, indien diensten aanvaarden van geld of goederen, daarbij te kennen wordt gegeven of de als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd. ideëel doel is bestemd. 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling 3. Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden: of werving die wordt gehouden: a. in besloten kring; a. in besloten kring; b. door een instelling die is ingedeeld in b. door een instelling die is ingedeeld in het door het college het door het college vastgestelde c.

vastgestelde collecte- en collecte- en wervingsrooster, mits wervingsrooster, mits de inzameling of de inzameling of werving werving overeenkomstig dat collecteovereenkomstig dat collecte- en en wervingsrooster en met wervingsrooster en met inachtneming van de door het college inachtneming van de door het gegeven voorschriften plaatsvindt; of college gegeven voorschriften d. door een andere, door het college plaatsvindt; of aangewezen instelling. c. Door een andere, door het college 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van aangewezen instelling. de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve van toepassing. fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Toelichting In het derde lid is b. abusievelijk onderverdeeld in b. en c., de nummering is aangepast. Artikel 5:14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:14 Definitie

Artikel 5:14 Definitie

1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis; 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op

1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis; 2. Onder venten wordt niet verstaan: a. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op

30

c.

jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22; het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

c.

jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22; het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Toelichting Onder lid 2, b wordt de verwijzing naar artikel 160, eerste lid, onder h, gewijzigd in artikel 160, eerste lid onder g. Artikel 5:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:17 Definitie

Artikel 5:17 Definitie

1. In deze afdeling wordt verstaan onder

1. In deze afdeling wordt verstaan onder

2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

2. Onder standplaats wordt niet verstaan:

standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

a. een vaste plaats op een jaarmarkt of

a. een vaste plaats op een jaarmarkt of

markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Toelichting Onder lid 2, b wordt de verwijzing naar artikel 160, eerste lid, onder h, gewijzigd in artikel 160, eerste lid onder g. Artikel 5:20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen

1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.

1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of

31

2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

de Omgevingsverordening ZuidHolland. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Toelichting Het Provinciaal wegenreglement is gewijzigd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:22 Definitie

Artikel 5:22 Definitie

1. In deze afdeling wordt verstaan onder 1. In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in een voor het snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. worden aangeboden vanaf een standplaats. 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet 2. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24. 2:24.

Toelichting Onder lid 2, a wordt de verwijzing naar artikel 160, eerste lid, onder h, gewijzigd in artikel 160, eerste lid aanhef en onder g. Artikel 5:23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt

1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.

1. Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a. wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of c. als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.

32

2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen vier weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. b.

naam en adres van de organisator; adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 4 weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 2 weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

2. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen zes weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a. b.

naam en adres van de organisator; adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt; c. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; d. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; e. het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; f. het aantal standplaatsen; en g. het te verwachten aantal bezoekers. 3. De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen vier weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. 4. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

Toelichting In lid 2 wordt de termijn waarbinnen de organisator de melding doet verruimd van vier naar zes weken. Vervolgens is de termijn waarop de burgemeester bericht geeft aan de organisator na ontvangst van de melding in lid 3 verruimd van twee naar vier weken. In de praktijk is gebleken dat deze extra tijd nodig is voor de behandeling van de melding en heeft de organisator nog twee weken de tijd om een en ander af te gelasten als de burgemeester de snuffelmarkt verbiedt. In lid 3 is “4” uitgeschreven naar “vier”. Artikel 5:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

Artikel 5: 24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water

1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde

1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde

een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt

een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt

33

voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een vlonder, ponton of een ander voorwerp op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een vlonder, ponton of een ander voorwerp op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

3. De melding bevat in ieder geval naam,

3. De melding bevat in ieder geval naam,

adres en contactgegevens van de melder en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

adres en contactgegevens van de melder en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

4. Van de melding wordt kennis gegeven op

4. Van de melding wordt kennis gegeven op

de, in de gemeente, gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het college kan aan het beoogde gebruik nadere voorschriften verbinden. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Provinciale vaarwegenverordening, de Waterwet of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. 7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin een omgevingsvergunning is vereist.

de, in de gemeente, gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het college kan aan het beoogde gebruik nadere voorschriften verbinden. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Waterwet of het bepaalde bij of.

7. Het verbod krachtens de

Telecommunicatiewet is niet van toepassing op situaties waarin een omgevingsvergunning is vereist.

Toelichting In lid 6 is de “Provinciale vaarwegenverordening” gewijzigd in de “Omgevingsverordening ZuidHolland”. Artikel 5:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en andere vaartuigen

Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en andere vaartuigen

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen behoudens op door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water.

1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen behoudens op door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water.

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:

34

a.

nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

a.

nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;

b.

beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

b.

beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.

3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Waterwet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Waterwet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Omgevingsverordening ZuidHolland.

Toelichting In lid 3 is “de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale Landschapsverordening” gewijzigd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaatsen

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaatsen

1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

1. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

2. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland

Toelichting In lid 3 is de Provinciale vaarwegenverordening is gewijzigd in de Omgevingsverordening ZuidHolland. Artikel 5:28 wordt als volgt gewijzigd:

35

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

1. Het is verboden schade toe te brengen aan

1. Het is verboden schade toe te brengen aan

of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

2. Het verbod is niet van toepassing in

situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, het Binnenvaartpolitiereglement of de Provinciale vaarwegenverordening.

of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. 2. Het verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, het Binnenvaartpolitiereglement of de Omgevingsverordening Zuid-Holland

Toelichting In lid 2 is de Provinciale vaarwegenverordening gewijzigd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening ZuidHolland.

Toelichting Het Provinciaal wegenreglement is gewijzigd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:30A wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

36

Artikel 5:30A Bescherming waterbodem en magneetvissen

Artikel 5:30A Bescherming waterbodem en magneetvissen

1. Het is verboden in of bij openbaar water te baggeren, te dreggen of te steken in de waterbodem, alsmede te vissen naar voorwerpen en/of stoffen met behulp van magneten of enige techniek met een vergelijkbare werking.

1. Het is verboden in of bij openbaar water te baggeren, te dreggen of te steken in de waterbodem, alsmede te vissen naar voorwerpen en/of stoffen met behulp van magneten of enige techniek met een vergelijkbare werking.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid 1 genoemde verbod.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het in lid 1 genoemde verbod.

3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Provinciale vaarwegverordening.

4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Toelichting Het Provinciaal wegenreglement is gewijzigd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:32 Crossterreinen

Artikel 5:32 Crossterreinen

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, en een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, en een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlas;

2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:

a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

37

in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

b. in het belang van de bescherming van

in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

c. in het belang van de veiligheid van de

3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

b.

c.

het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Toelichting In lid 2 onder a is “overlas” vervangen door “overlast”. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

1. Het is verboden in de open lucht

1. Het is verboden in de open lucht

2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast

2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast

afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand. c. vuur voor koken, bakken en braden.

of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b. sfeervuren zoals terrashaarden en c.

vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand. vuur voor koken, bakken en braden.

3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5. Het verbod is niet van toepassing op

situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het

5. Het verbod is niet van toepassing op

situaties waarin wordt voorzien door artikel

38

429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

6. Op de ontheffing bedoeld in het derde

lid is paragraaf 4.2.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Toelichting In lid 5 is de Provinciale milieuverordening gewijzigd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het zesde lid is verwijderd conform de model-APV.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1438/documents/17748