1. Kadernota 2025 VRHM.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2025
Kadernota 2025 Veiligheidsregio Hollands Midden
Datum: Auteurs:
Maart 2024 Concernstaf
Inhoud
1
Inleiding ............................................................................................................... 2
2 2.1 2.2
Beleidskader VRHM 2025 .................................................................................... 2 Regionaal Beleidsplan 2024-2027 ...................................................................................... 2 Transitie GHOR Hollands Midden naar VRHM ................................................................... 3
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Financieel kader 2025 VRHM .............................................................................. 4 Bestuurlijke afspraken financiering Veiligheidsregio ........................................................... 4 Advies Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen .................... 4 Geen financiele middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen .................................. 5 Inzet Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) ................................. 5 Transitie GHOR Hollands Midden naar VRHM ................................................................... 5
4 4.1 4.1.1
Gemeentelijke bijdragen 2025 ............................................................................ 6 Cebeon-norm 2025 .............................................................................................................. 6 Ontwikkeling van de Cebeon-norm o.b.v. Septembercirculaire 2023 ................................. 7
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Ontwikkelingen ................................................................................................... 8 Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne .............................................. 8 Opzegging overeenkomst taakuitvoering Brandweer First Responders ............................. 9 Coördinatie venementen veiligheid ..................................................................................... 9 Nieuwe methodiek groei gemeentefonds vanaf 2027 ......................................................... 9
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Risico’s .............................................................................................................. 10 Indexering en waardevaste begroting ............................................................................... 10 Beschikbaarheud financiële middelen voor nieuwe ontwikkelingen.................................. 10 Toekomstbestendige vakbekwaamheid ............................................................................ 10 Huisvesting ........................................................................................................................ 11 Bedrijfsvoering op orde ............................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 1
1 Inleiding In de Kadernota 2025 van Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) worden de algemene beleidsmatige- en financiële kaders voor 2025 vastgelegd. Deze kaders vormen de basis voor de Programmabegroting 2025 VRHM (incl. meerjarenraming 2026-2028). Het beleidskader voor 2025 wordt gevormd door het Regionaal Beleidsplan (RBP) VRHM 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’. Het financiële kader voor 2025 wordt gevormd door de Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2025. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, §7. Financiën, Artikel 34b, zendt het Dagelijks Bestuur vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. De Kadernota 2025 VRHM wordt vastgesteld in het Algemeen Bestuur van 7 maart 2024, na instemming door het Dagelijks Bestuur op 8 februari 2024.
2 Beleidskader VRHM 2025 2.1 Regionaal Beleidsplan 2024-2027 VRHM is opgericht in 2011. Als (verplichte) gemeenschappelijke regeling (op grond van de Wet veiligheidsregio’s) voeren wij voor onze 18 gemeenten de taken uit op het gebied van risicobeheersing, brandweerzorg, crisisbeheersing, GHOR, meldkamer en de coördinatie van de gemeentelijke bevolkingszorg. Op grond van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr; artikel 14) moet het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan opstellen. Het regionaal risicoprofiel levert hiervoor mede inbreng. Het Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’ is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM. De achtereenvolgende beleidsplannen laten een duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio sinds 2011: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisorganisatie. Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises. VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie.
Onze capaciteit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advisering over en toezicht op veiligheid (2.300 preventie-adviezen, 600 evenementen-adviezen en 1.000 controles per jaar), de paraatheid (9.000 uitrukken, 25.000 telefoontjes meldkamer, 15 multicrisisinzetten per jaar), de vakbekwaamheid (250 opleidingen, 5.000 oefen- en bijscholingsmomenten per jaar), het onderhoud (45 kazernes en 110 voertuigen) en de bijbehorende bedrijfsvoering. In ons dagelijks werk vinden continu aanpassingen en verbeteringen plaats.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 2
Tegelijkertijd verandert de wereld om ons heen snel. Ontwikkelingen in de samenleving als klimaatverandering, verdichting, digitale afhankelijkheid, hyperconnectiviteit, energietransitie, vergrijzing en polarisatie leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van onze inwoners. Wat deze nieuwe tijd betekent voor ons werk in de komende jaren is opgenomen in het RBP. Sommige ontwikkelingen gaan zo snel, dat we hier nu nog geen pasklaar antwoord op hebben. Het beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda met 12 opgaven, die voor ons leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende jaren. De 12 opgaven zijn: 1. Wij hebben positie in het omgevingsrecht. 2. Wij werken risicogericht. 3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners. 4. Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen. 5. Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s. 6. Wij zijn en blijven paraat. 7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie. 8. Wij kennen onze partners. 9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening. 10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. 11. Wij investeren in onze collega’s. 12. Wij zijn wendbaar. Vanaf de begroting 2024 hebben de gemeenten structureel extra financiële middelen aan VRHM toegekend.
Het ging hierbij om het materialiseren van al eerder genomen besluiten en kosten als gevolg van nieuwe of gewijzigde regelgeving. Voor de uitwerking van onze opgaven in het huidige beleidsplan zijn, op voorhand, geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld. Gelet op de veranderende samenleving en de gevolgen hiervan voor onze taakuitvoering, is het niet mogelijk en ook niet redelijk om uitgewerkte voorstellen over een periode van vier jaar op te stellen. Dit betekent dat voor de uitvoering van het beleidsplan, binnen de reguliere begrotingscyclus, uitgewerkte voorstellen worden voorgelegd aan het bestuur. Deze werkwijze maakt het voor VRHM mogelijk om gericht verder te kunnen ontwikkelen. Dat doen we met focus, stap voor stap. Periodiek beschouwen we het ambitieniveau om te kijken wat noodzakelijk is voor de verdere ontwikkeling van de veiligheidsregio. Hiermee kunnen we ook de beschikbare capaciteit en middelen beter inzetten. De basis voor het doen van deze voorstellen wordt gedaan in jaarplannen. Op basis van de resultaten die worden behaald wordt invulling gegeven aan de volgende stappen. Het jaarplan 2024 kenmerkt zich vooral door een brede verkenning op hoofdlijnen en de activiteiten leveren veel visies op. Deze worden in 2024 bestuurlijk besproken en leiden tot vervolgopgaven in 2025.
In 2025 wordt vooral ingezet op verdieping en concretisering van deze verkenningen (zie ook hoofdstuk 5, ontwikkelingen).
2.2 Transitie GHOR Hollands Midden naar VRHM Het Algemeen Bestuur van de VRHM (vergadering van 14 december 2023) en het Algemeen Bestuur van Hecht (vergadering van 13 december 2023) hebben besloten het plan van aanpak vast te stellen gericht op de overgang van de GHOR-organisatie van Hecht naar VRHM per 1 januari 2025. Wettelijk gezien valt de GHOR onder de Wvr en daardoor valt ook nu al het beleid van de GHOR onder VRHM. In onze regio is sprake van een hybride situatie, met de nodige knelpunten. Beide directies zijn tot de conclusie gekomen dat het beëindigen van de hybride situatie en het realiseren van meer synergie in de relevante processen nodig is om de kwetsbaarheden op te lossen en de GHOR optimaal effectief te maken. Gekozen is voor een goede inbedding in één organisatie. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) binnen VRHM blijven onveranderd. De GHOR blijft onder leiding staan van de DPG. Beide gemeenschappelijke regelingen worden gewijzigd en in 2024 voorgelegd aan de gemeenteraden.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 3
3 Financieel kader 2025 VRHM Voor het opstellen van de Programmabegroting 2025 worden de volgende kaders toegepast:
3.1 Bestuurlijke afspraken financiering Veiligheidsregio Het Algemeen Bestuur heeft besloten (vergadering 14 september 2023), na heroverweging van de bestaande afspraken, onderstaande uitgangspunten betreffende het kostenniveau en de financieringssystematiek van de gemeentelijke bijdragen voor VRHM vast te stellen (vanaf begroting 2025): A. Vast te houden aan het principe om de huidige verdeelsleutel, gebaseerd op het relatief aandeel in de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen, te blijven gebruiken voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen van de programmataken Brandweerzorg en Risico- en Crisisbeheersing. B. Aanpassingen in de relatieve bijdrage van elke gemeente worden jaarlijks toegepast, gebaseerd op de Septembercirculaire gemeentefonds T-2 (en niet meer eenmaal in de vierjaar, gelijk de beleidsplanperiode). C. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na herijking/groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds aangepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting (en niet meer bij het begin van een nieuwe beleidsplanperiode). D.
Het benodigd budget voor de VRHM wordt jaarlijks gebaseerd op de wettelijke eisen die aan de taakuitvoering van de Veiligheidsregio worden gesteld, in overeenstemming met het ambitieniveau van het bestuur (en niet meer – als maximum - op de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen). E. De som van de middelen die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer, gecorrigeerd met 5,6% ten behoeve van de gemeentelijke crisisorganisatie, wordt gebruikt als een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken. F. Aanpassingen in het absoluut budgetniveau van de VRHM en gemeentelijke bijdragen worden jaarlijks toegepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting (en niet meer eenmaal in de vierjaar, gelijk de beleidsplanperiode). G. De jaarlijkse indexering is van toepassing conform de methodiek Werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen; H. Verdeling van een autonome stijging voor de programmataak Brandweer en Crisisbeheersing vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. I.
Verdeling van een autonome stijging voor de programmataken Meldkamer Brandweer Hollands Midden en Bevolkingszorg vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken).
3.2 Advies Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Het advies van de werkgroep is om voor de begroting 2025 een prijsindexatie toe te kennen van 11,1% voor beloning werknemers en 3,7% voor netto materieel. Voor VRHM betekent dit een indexering van de gemeentelijke bijdragen van 8,45% t.o.v. 2024. Het advies van de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen wordt gevolgd.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 4
3.3 Geen financiele middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in deze kadernota is, conform de Kadernota 2024, het going concern van de veiligheidsregio gedekt. Er zijn echter geen additionele structurele financiële middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen die op grond van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 wel noodzakelijk worden geacht. Deze ontwikkelingen moeten een plek krijgen in de taakuitvoering en rolopvatting van de veiligheidsregio. Bij de verdere uitwerking van het beleidsplan in onder andere de jaarplannen wordt dit verder inzichtelijk gemaakt.
3.4 Inzet Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De hogere Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) wordt ingezet voor de versterking van de crisisbeheersingsorganisatie, de (informatiepositie) en het te realiseren landelijk knooppunt coördinatie Regio’s en Rijk (KCR2). De Rijksuitkering BDuR wordt structureel verhoogd met 1,4 miljoen in 2023 en deze verhoging loopt op tot 2,4 miljoen in 2026. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomstgericht verder professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijk geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio, afgezien van bovenregionale inzet van de brandweer.
3.5 Transitie GHOR Hollands Midden naar VRHM Uitgangspunt is een budgetneutrale transitie zodat gemeenten voor de programmataak GHOR geen hogere gemeentelijke bijdrage gaan betalen (afgezien van indexering) door de transitie naar VRHM. Eventuele frictiekosten worden zoveel mogelijk gefinancierd uit de reserve GHOR. De inzet voor het project wordt vanuit Hecht en VRHM geleverd vanuit bestaande formatie. Aanvullend op de bestuurlijke afspraken betreffende financiering Veiligheidsregio, blijft de huidige verdeelsleutel, gebaseerd op een gemeentelijke bijdrage per inwoner (BPI), gebruikt worden voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen van de programmataak GHOR. Het budget gaat geheel of gedeeltelijk over van Hecht naar VRHM. Daarmee blijft het totale BPI voor de begroting GHOR gelijk voor gemeenten, maar zal een andere verdeling van het BPI tussen VRHM en Hecht kunnen ontstaan. Het zou kunnen dat ook na de transitie van de GHOR, Hecht bepaalde taken in het kader van de geneeskundige hulpverlening zal blijven uitvoeren. Voor gemeenten is vaak de situatie dat het BPI voor Hecht ondergebracht is in een zorgbegroting, terwijl de BPI voor VRHM is ondergebracht in een veiligheidsbegroting. Gemeenten zullen deze verschuiving dus ook intern moeten verwerken en geen meevaller op de zorgbegroting tot een tegenvaller in de veiligheidsbegroting laten leiden.
Het saldo van deze twee zal budgetneutraal zijn. Hoe de toekomstige verdeling van de begroting GHOR tussen Hecht en VRHM gaat worden is nu nog niet bekend.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 5
4 Gemeentelijke bijdragen 2025 De beleidsmatige en financiële kaders leiden tot de volgende bijdragen per gemeente per programmataak:
Bijdrage 2024 - factuur Index 2025: 8,45% Bijdrage 2025 - factuur
Brandweer en Crisisbeheersing 58.074.164 4.907.267 62.981.431
Meldkamer BrW HM 1.249.448 105.578 1.355.027
Bevolkings Zorg 704.603 59.539 764.142
Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braasem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden
obv Cebeon-norm Brandweer en Crisisbeheersing 8.128.304 2.745.327 5.855.893 1.562.605 2.143.198 4.392.351 3.953.891 12.788.554 2.169.902 1.718.521 1.924.399 3.479.252 1.762.453 2.570.460 1.816.722 2.073.424 703.775 3.192.401 62.981.431
obv aantal inwoners Meldkamer Bevolkings BrW HM Zorg 185.768 104.761 59.071 33.312 122.535 69.102 36.530 20.600 46.487 26.215 108.366 61.111 93.875 52.939 206.768 116.603 44.997 25.375 38.054 21.460 47.935 27.032 73.504 41.451 41.887 23.622 62.654 35.332 41.756 23.547 53.040 29.911 15.363 8.664 76.436 43.105 1.355.027 764.142
GHOR *) 2.573.000 217.419 2.790.419
Totaal VRHM 62.601.216 5.289.803 67.891.018
GHOR *) 382.555 121.646 252.338 75.226 95.731 223.160 193.318 425.798 92.662 78.366 98.713 151.367 86.259 129.024 85.988 109.226 31.638 157.405 2.790.419
Totaal VRHM 8.801.387 2.959.356 6.299.868 1.694.962 2.311.631 4.784.988 4.294.023 13.537.722 2.332.935 1.856.401 2.098.079 3.745.574 1.914.222 2.797.470 1.968.013 2.265.601 759.440 3.469.346 67.891.018
*) Disclaimer: de uiteindelijke Bijdrage Per Inwoner (BPI) voor de programmataak GHOR wordt bepaald uit de effectuering van de (financiële) besluiten van de transitie van GHOR HM naar VRHM. Uiteraard wordt hierbij rekening houdend met hetgeen in het financieel kader betreffende de transitie is bepaald: uitgangspunt is een budget neutrale overgang voor gemeenten.
4.1 Cebeon-norm 2025 VRHM maakt voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen gebruik van de objectieve budgetten die gemeenten gehonoreerd krijgen in het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer. Het absolute niveau van het objectieve niveau wordt, met een correctie voor gemeentelijke rampenbestrijding, binnen de VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd. VRHM verzoekt Cebeon jaarlijks een berekening te maken van de verdeelsleutel op basis van de meest recente inzichten in het gemeentefonds (Septembercirculaire 2023) voor de jaren 2023-2028.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 6
In onderstaand tabel is volledigheidshalve de ‘Cebeon-norm’ voor 2025 en het aantal inwoners per 1 januari 2023 opgenomen. De verdeling van de gemeentelijke bijdragen van de programmataken Brandweerzorg en Risico- en Crisisbeheersing wordt gebaseerd op het relatief aandeel in de som van de middelen voor Crisisbeheersing en Brandweer die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen. De verdeling voor de programmataken Meldkamer Brandweer Hollands Midden, Bevolkingszorg en GHOR vindt plaats op basis van het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBSstatistieken). Hierbij is te zien dat de bijdragen per gemeente (totaal 67.891.018) nog altijd aanzienlijk lager is dan wat gemeenten ontvangen volgens de Cebeon-norm (totaal 73.114.000) ontvangen.
Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braasem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden
Cebeon-norm 2025 9.436.000 12,91% 3.187.000 4,36% 6.798.000 9,30% 1.814.000 2,48% 2.488.000 3,40% 5.099.000 6,97% 4.590.000 6,28% 14.846.000 20,31% 2.519.000 3,45% 1.995.000 2,73% 2.234.000 3,06% 4.039.000 5,52% 2.046.000 2,80% 2.984.000 4,08% 2.109.000 2,88% 2.407.000 3,29% 817.000 1,12% 3.706.000 5,07% 73.114.000 100,00%
aantal inwoners 1-1-2023 114.182 36.308 75.316 22.453 28.573 66.607 57.700 127.089 27.657 23.390 29.463 45.179 25.746 38.510 25.665 32.601 9.443 46.981 832.863
13,7% 4,4% 9,0% 2,7% 3,4% 8,0% 6,9% 15,3% 3,3% 2,8% 3,5% 5,4% 3,1% 4,6% 3,1% 3,9% 1,1% 5,6% 100,0%
4.1.1 Ontwikkeling van de Cebeon-norm o.b.v. Septembercirculaire 2023 Onderstaande de ontwikkeling van de Cebeon-norm voor de periode 2024-2028 op basis van de Septembercirculaire gemeentefonds 2023. Er wordt een vergelijk gemaakt t.o.v. de circulaire van 2022 en de gemeentelijk bijdragen. Deze blijven ruim (€ 5,2 mln.) onder de Cebeon-norm. Met andere woorden, gemeenten ontvangen meer uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel Crisisbeheersing en Brandweer dan aan bijdrage aan VRHM voor de programmataken wordt betaald. Cebeon-norm (Sept Circ 2023)
jaar 2024 2025 2026 2027 2028
norm € 69,5 € 73,1 € 71,2 € 73,6 € 75,7
t.o.v. Sep Circ 2022 verschil cumulatief € 3,7 -€ 1,9 € 2,4
€ 3,7 € 1,7 € 4,1 € 4,1
5,3% -2,6% 3,3%
t.o.v. Sept Circ 2022 4,4% 5,1% 5,3% 9,6%
gem. bijdragen € 62,6 € 67,9
verschil t.o.v. Cebeon-norm -€ 6,9 -€ 5,2
Gemeentelijke bijdragen inclusief programmataak GHOR
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 7
5 Ontwikkelingen VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie. Het borgen van de continuïteit voor het uitvoeren van haar wettelijke hoofdtaken (Risico- en crisisbeheersing, brandweerzorg, GHOR, BGC en meldkamerfunctie) staat centraal. En uitvoering geven hieraan kan uiteraard niet zonder ondersteuning vanuit bedrijfsvoering. In ons dagelijks werk vinden continu aanpassingen en verbeteringen plaats. Deze aanpassingen maken dat we ‘bij de tijd’ blijven, ze zorgen ervoor dat VRHM kan voldoen aan de huidige regelgeving en branchestandaarden. Ze zijn nog geen antwoord op de nieuwe opgaven en ontwikkelingen om ons voorbereid te krijgen op de ‘nieuwe tijd’, zoals in het regionaal beleidsplan is geschetst. Zoals ook in het beleidskader is aangegeven zijn voor de uitwerking van onze opgaven in het huidige beleidsplan, op voorhand, geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld. Deze werkwijze maakt het voor VRHM mogelijk om gericht verder te kunnen ontwikkelen. Periodiek beschouwen we het ambitieniveau om te kijken wat noodzakelijk is voor de verdere ontwikkeling van de veiligheidsregio om ons voorbereid te krijgen op de ‘nieuwe tijd’. Hiermee kunnen we ook de beschikbare capaciteit en middelen beter inzetten. In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst wat de voornaamste ontwikkelingen zijn die mogelijk van invloed zijn op VRHM in 2025.
De samenleving en de wereld om ons heen verandert snel. Afgelopen jaren is gebleken dat VRHM (net als andere veiligheidsregio’s) er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises. Vanuit deze veranderende rol, samen met andere maatschappelijke ontwikkelingen, hebben landelijk onderzoeken plaatsgevonden zoals de toekomstverkenning brandweer1 en de toekomstverkenning crisisbeheersing2 en de herziening van de Wet veiligheidsregio’s. De uitkomsten zijn onder andere verwerkt in de strategische agenda van het Veiligheidsberaad 3 en de landelijke agenda crisisbeheersing4. Bij elkaar geven deze vorm aan de toekomstige beweging van de veiligheidsregio’s om zich voor te bereiden op de ‘nieuwe tijd’. VRHM is en blijft hierbij aangesloten. Daarbij zijn specifiek onderstaande ontwikkelingen gesignaleerd die mogelijk van invloed zijn op VRHM en haar capaciteiten en middelen.
5.1 Bekostigingsregeling eerste opvang ontheemden Oekraïne De ‘Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne’ (wetsvoorstel) vervangt de tijdelijk in werking gestelde noodwet artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking. Op grond hiervan is de taak om Oekraïense ontheemden op te vangen neergelegd bij de gemeenten, in plaats van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Het wetsvoorstel kent deze opvangtaak niet langer aan de burgemeester toe maar aan het college van burgemeester en wethouders. Als gevolg hiervan hebben de veiligheidsregio’s formeel de verantwoordelijkheid voor de operationele coördinatie en eerste opvang per 1 januari 2024 overgedragen aan door gemeenten gevormde samenwerkingsverbanden. Colleges binnen Hollands Midden hebben ervoor gekozen dat VRHM als samenwerkingsverband deze taak voortzet.
1 Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (2022) Toekomstverkenning Brandweer 2022-2030 2 Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (2022) Toekomstverkenning Crisisbeheersing 3 Veiligheidsberaad (2023) Strategische agenda Veiligheidsberaad 2024-2027 4 Het streven is de eerste landelijke agenda eind 2024 aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 8
5.2 Opzegging overeenkomst taakuitvoering Brandweer First Responders In een overeenkomst d.d. 4 februari 2021 hebben brandweer en ambulancevoorziening Hollands Midden (RAV HM) de afspraken rond de taakuitvoering van de brandweer bij het afhijsen en het reanimeren van patiënten vastgelegd. RAV HM heeft besloten, vanwege de toenemende druk op de operationele capaciteit en omwille van de structurele kosten, om de overeenkomst met ingang van 1 januari 2025 te beëindigen. Beide organisaties zullen gezamenlijk blijven zoeken naar een vorm van samenwerking, die zoveel mogelijk recht doet aan de veiligheid van burgers in Hollands Midden. Voor het afhijsen wil de RAV HM ook na genoemde datum een beroep blijven doen op de brandweer.
5.3 Coördinatie evenementen veiligheid Ontwikkelingen rondom evenementenveiligheid vragen om extra inspanningen in en versterking van het totale netwerk dat hierbij betrokken is (gemeenten, organisatoren, hulpdiensten). We moeten evenementen in een breder maatschappelijk krachtenveld bekijken. Investeren in kennis, kennisuitwisseling, bewustwording, het gesprek over maatschappelijke aanvaardbare risico’s en het optimaliseren van het proces zijn activiteiten die meer tijd en aandacht vragen van de Regionale Coördinator Evenementen Veiligheid. Naar verwachting is uitbreiding van de beschikbare capaciteit voor de Coördinator Evenementen Veiligheid van 0,5 naar 1,0 fte noodzakelijk om de door alle partijen gewenste ontwikkeling vorm en inhoud te geven.
5.4 Nieuwe methodiek groei gemeentefonds vanaf 2027 Met ingang van 2027 gaat het gemeentefonds anders geïndexeerd worden. Over de nieuwe indexatie vindt nog bestuurlijk overleg plaats. Het kabinet is voornemens om als index de meerjarige ontwikkeling van het nominaal Bruto binnenlands product (bbp) te gebruiken. De VNG zou graag een ander, hogere indexatie zien.
5.5 Besturing en bedrijfsvoering op orde Met het oog op de genoemde snelle veranderingen om ons heen willen we er zeker van zijn dat we onze beperkte capaciteit en middelen investeren in de goede dingen. Om de VRHM blijvend in staat te stellen haar taken in deze dynamische context zo optimaal mogelijk te laten uitvoeren is het nodig om een groei te maken naar een wendbare, slagvaardige en robuuste organisatie. Paraat in het moment en tevens in een continue ontwikkeling, met daarin altijd één stap vooruit om te blijven waarmaken wat de omgeving van haar vraagt. Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk een duurzaam en vooruitstrevende bedrijfsvoering en besturing te ontwikkelen die een solide basis geeft aan de organisatie. Hierbij draait het enerzijds om een gezond, veilig en fijn werkklimaat met ruimte voor ontwikkeling en innovatie. En anderzijds een goede besturing en bedrijfsvoering om beheerst en blijvend aantoonbaar in control te zijn over de resultaten, risico’s, inzet van capaciteit en middelen en in staat te zijn om op basis van integrale en objectieve gegevens weloverwogen (strategische) beslissingen te kunnen nemen. Voor een efficiënte bedrijfsvoering geldt dat deze van ons allemaal is, met vaardige en zelfstandige vakmensen in de hele organisatie, een continue ontwikkeling en stimulerend leiderschap voor een lerende en veilige cultuur.
Parallel moet ruimte gecreëerd worden bij de sector bedrijfsvoering om de stap te kunnen maken naar (integraal) strategisch advies, het creëren van nieuwe moderne producten en diensten voor de organisatie en regievoering op effectieve en efficiënte bedrijfsvoeringsprocessen. Binnen de (financiële) mogelijkheden worden er tevens stevige stappen gezet in het inzetten van moderne middelen op facilitair, huisvesting en IT-gebied, passend bij een moderne data gedreven en duurzaamheidsvisie. Het uitvoerend werk van de veiligheidsregio staat immers centraal, en dient optimaal gefaciliteerd te worden.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 9
6 Risico’s Net als dat periodiek het ambitieniveau beschouwd wordt om te kijken wat noodzakelijk is voor de verdere ontwikkeling van de veiligheidsregio, wordt ook periodiek beschouwd welke risico’s deze ontwikkelingen in de weg kunnen staan. Ook dit helpt om de beschikbare capaciteit en middelen effectief in te zetten en zo te voorkomen dat deze risico’s van invloed zijn op de continuïteit en kwaliteit van de hulpverlening door VRHM. In dit kader worden onderstaand 5 majeure risico’s genoemd.
6.1 Indexering en waardevaste begroting Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De VRHM volgt het advies van de Werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen. Indien gemeenten het advies van de werkgroep niet volgen, door bijv. de index in negatieve zin bij te willen stellen, heeft deze impliciete bezuiniging gevolgen voor de continuïteit en kwaliteit van de hulpverlening door de VRHM.
6.2 Beschikbaarheid financiële middelen voor nieuwe ontwikkelingen Met de financiële kaders die als uitgangspunt zijn opgenomen in deze kadernota is het going concern van de veiligheidsregio gedekt. Er zijn echter geen additionele structurele financiële middelen beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen die op grond van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 wel noodzakelijk worden geacht. Zoals eerder geschetst is noodzakelijk om de veiligheidsregio zodanig toe te rusten dat zij haar continuïteit kan borgen, ‘bij de tijd’ kan blijven, en zich kan voorbereiden op ‘de nieuwe tijd’ en in de toekomst kan meebewegen en ontwikkelen. De opgaven uit het beleidsplan vragen, naast het blijven uitvoeren van de bestaande taken, om een groot verandervermogen. Voor de uitwerking van onze opgaven in het huidige beleidsplan zijn, op voorhand, geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld. De huidige organisatie zal slechts beperkt in staat zijn om structureel invulling te geven aan de nieuwe opgaven. De nieuwe opgaven vragen daarom om extra uitgaven. Voor de uitvoering van het beleidsplan worden, binnen de reguliere begrotingscyclus, uitgewerkte voorstellen voorgelegd aan het bestuur.
6.3 Toekomstbestendige vakbekwaamheid De huidige structurele middelen voor opleiden, trainen en oefenen van brandweerpersoneel zijn niet voldoende om zowel te voldoen aan de huidige opleidingsnoodzaak als de oefenbehoefte en biedt daarnaast onvoldoende ruimte om onze brandweermensen voldoende voor te bereiden op de nieuwe incident- en crisistypen als gevolg van o.a. verdichting/meervoudig ruimtegebruik, elektrificering van de samenleving, etc. Hierdoor zijn er zorgen om nu en in de toekomst te kunnen blijven voorzien in voldoende en opgeleide brandweermensen. Het niet kunnen voldoen aan het bovenstaande leidt tot zorgen en ontevredenheid bij onze vrijwilligers en beroepskrachten. Dit blijkt o.a. uit het landelijke en regionale belevingsonderzoek onder repressieve brandweermensen. Daarnaast zet dit op middellange termijn de paraatheid onder druk. Daarom zal worden voorgesteld om in 2024 en 2025 incidentele middelen ter beschikking te stellen om het huidige vakbekwaamheidsprogramma te verbreden en een aanzet te maken voor de route naar kwalitatieve blijvende en aantoonbare vakbekwaamheid. Deze incidentele middelen zullen in eerste instantie gevonden moeten worden binnen de eigen begroting c.q. het rekeningresultaat. Voor een structurele oplossing zal, conform de afgesproken werkwijze, tijdig een voorstel worden voorgelegd aan het bestuur.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 10
6.4 Huisvesting Ook de komende jaren staat de nieuwbouw en verbouwing van een aantal kazernes gepland of zijn onderzoeken hierna gestart, onder andere: Driebruggen (nieuwbouw), Roelofarendsveen (koop), Woubrugge (koop en verbouw), Zwammerdam (nieuwbouw), Schoonhoven (nieuwbouw of koop), Waddinxveen (nieuwbouw), Nieuwveen (mogelijk nieuwbouw) en Noordwijk (verbouw). Nieuwbouw is meestal op initiatief van gemeenten, om zo gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Op basis van eerdere ervaringen is duidelijk dat nieuwbouw en verbouwing leiden tot forse structurele meerkosten voor de veiligheidsregio. Dekking van deze extra exploitatiekosten in de komende beleidsplanperiode zijn niet (Kadernota 2024) toegekend. Dit betekent dat per nieuwbouw- of verbouw van een kazerne een separaat bestuursbesluit wordt gevraagd, met aanvullende financiering (verhoging gemeentelijke bijdrage).
6.5 Besturing en bedrijfsvoering op orde De stap naar een toekomstgerichte en wendbare organisatie kunnen we alleen realiseren als onze bedrijfsvoering, werkwijzen en organisatiestructuur en bijbehorende cultuur hierbij optimaal faciliteren. Op onderdelen zijn stevige stappen te zetten in kwaliteitsverbetering met ook nieuwe diensten en producten en expertisegebieden om dit mogelijk te maken. Hierbij is een aantal zorgpunten te benoemen. Niet alle expertise gebieden zijn in huis. De stap naar een continue ontwikkeling vraagt om veranderkundige expertise en nieuwe vaardigheden bij medewerkers. Daarnaast is er op meerdere elementen een kwaliteitsimpuls nodig in moderne methodieken en om strategisch advies te kunnen gaan geven. Op het gebied van personeelsmanagement is tevens de schaarste op de arbeidsmarkt een grote zorg om voldoende personeel van het gewenste kwaliteitsniveau aan te kunnen trekken. Binnen informatiemanagement wordt steeds meer samengewerkt, waarbij informatieveiligheid altijd een aandachtspunt is. Investeren in de toekomst brengen meerjarige keuzes op huisvestingsgebied en noodzakelijke onderhoudskosten met zich mee en daarmee soms gevoelige bestuurlijke keuzes. Tot slot, in 2024 wordt gewerkt aan de Berenschot Benchmark Veiligheidsregio’s.
Hieruit blijkt dat VRHM minder besteedt aan overhead, ICT en vakbekwaamheid in vergelijk met andere veiligheidsregio’s, wat nieuwe inzichten voor 2025 met zich mee zal brengen.
Kadernota 2025 VRHM
Pagina 11