1. GoFlo Weeresteinstraat Hillegom 20241028.pdf
Tekst van het document
Weeresteinstraat Hillegom Goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFLo)
gemeente projectnummer datum
Hillegom 1427 28 oktober 2024
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel ........................................................................................................ 4 Ligging projectgebied .................................................................................................... 4 Het omgevingsplan ....................................................................................................... 5 Procedure...................................................................................................................... 7 Leeswijzer ..................................................................................................................... 7
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3
Planbeschrijving ............................................................................................................ 8 Analyse plangebied ....................................................................................................... 8 Stedenbouwkundig plan................................................................................................ 8 Ruimtelijke en functionele structuur .............................................................................. 8 Woonprogramma .......................................................................................................... 9 Groen en water ............................................................................................................. 9
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.5.5 3.6
Beleid .......................................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ................................................................................................................... 11 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................................. 11 Instructieregels Rijk (AMvB’s) ..................................................................................... 11 Nationaal waterbeleid ................................................................................................. 12 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 13 Omgevingsvisie Zuid-Holland ..................................................................................... 13 Omgevingsverordening Zuid-Holland ......................................................................... 15 Regionaal beleid ......................................................................................................... 17 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2023........................................................
17 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 ..................................................... 18 Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland ......................................................... 19 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 19 Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021 ................................................... 19 Wijziging van het gemeentelijk Woonprogramma 2020 – 2024 ................................. 21 Groenbeleidsplan 2014-2023...................................................................................... 22 Doelgroepenverordening woningbouw gemeente Hillegom ....................................... 22 Welstandsnota 2016 ................................................................................................... 22 Conclusie beleidskader ............................................................................................... 23
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Fysieke leefomgeving ................................................................................................. 24 Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw ............................................................ 24 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 25 Water ........................................................................................................................... 25 Natuur ......................................................................................................................... 26 Geluid .......................................................................................................................... 29 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................ 27 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 31 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 33 Omgevingsveiligheid ................................................................................................... 33 Duurzaamheid .............................................................................................................
34 M.e.r.-beoordeling ....................................................................................................... 36 Gezondheid ................................................................................................................. 36 Conclusie effecten fysieke leefomgeving .................................................................... 37
DNS Planvorming BV
2/39
Inleiding
5 5.1 5.2
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 38 Financiële uitvoerbaarheid .......................................................................................... 38 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 38
6 6.1 6.2
Belangenafweging en conclusie ................................................................................. 39 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? ....................... 39 Conclusie .................................................................................................................... 39
DNS Planvorming BV
3/39
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Het voornemen bestaat om op de locatie Weeresteinstraat 164 woningbouw te realiseren. De bedrijfsactiviteiten ter plaatse worden beëindigd. Het plan bestaat uit de realisatie van 55 woningen voor verschillende doelgroepen. De voorgenomen woningbouw is niet passend binnen het (tijdelijke) omgevingsplan gemeente Hillegom. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken dient er te worden afgeweken van het omgevingsplan. Voor deze afwijking is een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor planologisch strijdig gebruik aangevraagd. Een vereiste bij deze aanvraag is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Met de voorliggende ‘goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ (GoFlo, hierna: onderbouwing) wordt getoetst of de voorgenomen ontwikkeling daarmee in lijn is.
1.2
Ligging projectgebied
De locatie ligt aan de noordzijde van de kern van Hillegom. In de directe omgeving zijn zowel woningen als bedrijven aanwezig. De begrenzing van het projectgebied is weergegeven op afbeelding 1.1. De locatie is circa 7.800 m² groot.
Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied op luchtfoto
Pagina 4 van 39
Inleiding
1.3
Het omgevingsplan
Het planologisch kader voor de locatie wordt gevormd door het omgevingsplan gemeente Hillegom. Dit tijdelijke omgevingsplan is op 1 januari 2024, met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in werking getreden. Het omgevingsplan gemeente Hillegom bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder bestemmingsplannen en plaatselijke verordeningen. Daarnaast bestaat het tijdelijke omgevingsplan uit de Bruidschatregels. Dit zijn de voormalige Rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. De bouw- en gebruiksregels die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in onderstaande bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Parapluplan parkeren Parapluplan Wonen, Hillegom Snippergroen Paraplubestemmingsplan Bedrijventerreinen & Flitsbezorgdiensten Crisis- en herstelwet bestemmingsplan aanvullende bouw- en gebruiksregels Hillegom
Vastgesteld 23 januari 2014 26 januari 2017 15 oktober 2020 28 januari 2021 21 september 2023
Status Deels onherroepelijk Onherroepelijk Onherroepelijk Onherroepelijk Onherroepelijk
30 mei 2024
Vastgesteld
Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Het projectgebied heeft in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen de bestemming Bedrijventerrein met de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’. Binnen deze bestemming zijn ter plaatse bedrijfsactiviteiten tot en met de categorie 3.1 toegestaan, zoals opgenomen in de 'Staat van bedrijfsactivitieiten' die als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. Tevens zijn bij de bestemming behorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, groen, water, erven, tuinen en paden toegestaan. Ook geldt binnen het gehele projectgebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Binnen de bestemming Bedrijventerrein geldt een bouwvlak waarbinnen het maximum bebouwingspercentage 90% bedraagt. De maximum bouwhoogte varieert tussen 5 meter, 6 meter en 7 meter. Zowel de bouw als het gebruik is in strijd met de bepalingen uit het bestemmingsplan.
DNS Planvorming BV
5/39
Inleiding
Afbeelding 2.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan
Parapluplan Parkeren In het Parapluplan parkeren is bepaald dat voldaan moet worden aan de parkeerregels uit de gemeentelijke parkeernota. Op grond hiervan moet voldaan worden aan gemeentelijke parkeernormennota. Parapluplan Wonen, Hillegom In het parapluplan zijn de begrippen, zoals wonen, woning en huishouden overgenomen uit dit plan alsmede ook de generieke gebruiksbepaling. Bestemmingsplan Snippergroen Het bestemmingsplan Snippergroen voorziet in een passende juridische regeling voor de percelen die gekocht of gehuurd worden van de gemeente. Verder voorziet het bestemmingsplan in een regeling voor de bestaande steigers, waarover een overeenkomst is gesloten tussen de betreffende bewoners en de gemeente Hillegom. Paraplubestemmingsplan Bedrijventerreinen & Flitsbezorgdiensten In het Paraplubestemmingsplan Bedrijventerreinen & Flitsbezorging is bepaald dat het verboden is om het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen naar vormen van bedrijfsvoering die blijkens hun reclame-uiting, presentatie, assortiment of bedrijfsvoering zijn te kwalificeren als zogenoemde flitsbezorgdiensten, al dan niet vanuit dark stores. Daarnaast is in dit bestemmingsplan verankerd dat het niet mogelijk is om nieuwe aanvragen te doen voor detailhandelsvestigingen op bedrijventerreinen anders dan die door het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen’ worden toegelaten.
DNS Planvorming BV
6/39
Inleiding
Crisis- en herstelwet bestemmingsplan aanvullende bouw- en gebruiksregels Hillegom In het ‘Crisis- en herstelwet bestemmingsplan aanvullende bouw- en gebruiksregels Hillegom’ is de beleidsnota kruimelgevallen beleidsneutraal omgezet naar een Crisis- en herstelwet-bestemmingsplan (Chw-plan). In dit Chw-plan worden deze regels omgezet naar aanvullende bouw- en gebruiksregels. Aanvullend in die zin dat dit Chw-plan als aanvulling geldt op de bestaande bestemmingsplannen.
1.4
Procedure
Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven is de voorgenomen ontwikkeling niet passend binnen het geldend planologisch kader. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan. Er zijn twee mogelijkheden om medewerking te verlenen aan initiatieven die niet passend zijn binnen het omgevingspla: 1. Wijziging van het omgevingsplan; 2. Verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet biedt hiervoor het kader. Er wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om buitenplans af te wijken van het omgevingsplan.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het project. In de GoFlo wordt beoordeeld of de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Onderdeel hiervan is enerzijds de toetsing aan geldend beleid (hoofdstuk 3) en anderzijds een beoordeling van de milieu- en omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Aan de hand van de toetsing van de verschillende aspecten, wordt in hoofdstuk 6 een belangenafweging gemaakt. Hieruit volgt of de beoogde activiteit aanvaardbaar is.
DNS Planvorming BV
7/39
Planbeschrijving
2
Planbeschrijving
2.1
Analyse plangebied
Het plangebied ligt aan de noordzijde van de kern van Hillegom. De locatie ligt op de overgang van strandwal/oude duinen naar strandvlakte, direct ten noorden van de voormalige buitenplaats Weerestein, welke mettertijd helaas verloren is gegaan. De op de oude strandwal gelegen Weeresteinstraat vormt de ontginningsas van Hillegom. Van de iets terugliggende clusterbebouwing op de oude tuinderij is momenteel alleen Weeresteinstraat 184 nog over. Deze karakteristieke boerderij wordt ingepast in de plannen. De gemeente Hillegom kenmerkt zich door de agrarische (glas)tuinbouw in de omgeving. Met name ten westen van Hillegom is de (glas)tuinbouw geconcentreerd. Verder ten oosten van het plangebied loopt de Ringvaart, die tevens de gemeentegrens is. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Weeresteinstraat (N208) en meerdere woonpercelen die aan deze straat zijn gelegen. Aan de zuidoostzijde van het plangebied grenst een kleine woonwijk, genaamd Patrimonium, bestaande uit rijwoningen. Deze wijk is rond 1925 als tuindorp gebouwd. In 2021 zijn de voorbereidingen gestart voor de sloop- en nieuwbouw van 24 woningen aan de Talmastraat in de wijk Patrimonium. Na de renovatie en deels sloop-nieuwbouw in 2013 is het karakter van een tuindorp terug gebracht. Ten oosten van het plangebied is recent het bestemmingsplan ‘Sizo terrein, Hillegom’ vastgesteld ten behoeve van woningbouw.
Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich bedrijfspercelen.
2.2
Stedenbouwkundig plan
2.2.1 Ruimtelijke en functionele structuur Binnen het plangebied worden de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt. Er worden 55 woningen gerealiseerd in 5 blokken. Blok 1 bestaat uit 16 appartementen en blok 2 uit beneden-bovenwoningen. Blok 3, 4 en 5 bestaan uit grondgebonden rijwoningen. Dit zijn vrije sector koopwoningen. Het plan haakt aan bij de tuindorpgedachte die reeds in de herontwikkeling van de aanliggende buurt is ingezet. Dezelfde korrelgrootte en thematiek in het architectuurbeeld wordt overgenomen; rijwoningen met een langskap en kopwoningen waarbij de nokrichting verdraait. De nu nog wat anonieme Patrimoniumstraat vraagt om een duidelijke voorkantsituatie. Aan de noordzijde wordt voor een meer loodsachtige sfeer/tuinderwoningen gekozen; 3 laags (sociale) huurappartementen aan de Weeresteinstraat en betaalbare beneden-bovenwoningen (2 lagen met plat dak) in de achterliggende strook, waarbij een goede overgang naar de bestaande woonbebouwing gewenst is. Het plan krijgt een vriendelijke groene entree met wadi en geveltuintjes. Hagen op zichthoeken en voorerfgrens. De voorlangs de woningen gelegen wadi-groenstructuur vormt de beelddrager van het plan. De wadi sluit aan op de historische groenstructuur langs het Sizo-terrein. Ontsluiting geschiedt middels een nieuwe erftoegangsweg van noord naar zuid.
Langs de weg wordt het parkeren georganiseerd, deels als haaks parkeren, deels in parkeerkoffers. Er komt een calamiteitenaansluiting op de Weerestreinstraat. Een fiets- en wandelverbinding die ook als extra calamiteitenontsluiting naar het Sizo-terrein kan worden gebruikt is inpasbaar.
DNS Planvorming BV
8/39
Planbeschrijving
Hieronder zijn de maximale goot- en bouwhoogtes opgenomen per blok.
Goothoogte Bouwhoogte
Blok 1 9,5m 9,5m
Blok 2 7m 7m
Blok 3 6,5 m 11 m
Blok 4 6,5 m 11 m
Blok 5 6,5 m 11 m
Voor de verdere uitwerking van het plan is voor de precieze situering van de voor- en achtergevel van de woningen sprake van circa 1 meter speling ten opzichte van de ontwerptekening zoals opgenomen op afbeelding 2.1. 2.2.2 Woonprogramma Het programma is als volgt: Blok 1: 16 sociale huurwoningen (studio’s, ca. 30 m2 gbo); Blok 2: 16 betaalbare koopwoningen (bebo’s, 50 m2 gbo); Blok 3, 4 en 5: 23 vrije sector koopwoningen (17 rijwoningen, ca. 100 m2 gbo en 6 kopwoningen, ca. 120m2 gbo). Het aandeel sociale huurwoningen bedraagt 29% van het totale programma. Ook het aandeel ‘betaalbare koop’ bedraagt 29% van het totale programma. Het aandeel ‘vrije sector’ bedraagt 42%. Het woonprogramma van dit plan is gedurende 2023 in samenspraak met de gemeente Hillegom vormgegeven op basis van het toen vigerende Woonprogramma 2020 – 2024. Met het beoogde programma wordt niet volledig voldaan aan de gemeentelijke ambities zoals verwoord in het Woonprogramma 2020 - 2024. Een reden om af te wijken van deze ambitie is dat het percentage sociale huurwoningen hoger ligt dan de gehanteerde 25% en daarmee een lager percentage voor betaalbare koop kan worden gehanteerd. Daarnaast is het vrije deel van het plan (42%) ingevuld met compacte rijwoningen rondom de betaalbaarheidsgrens en NHG grens zoals deze door het ministerie van BZK worden gehanteerd.
Hierdoor wordt er een kans geboden aan zowel huurders van sociale huurwoningen en vrije sector huurwoningen om de stap te zetten naar een betaalbare koopwoning. Met de diversiteit aan woningen en de beoogde doorstroming wordt bijgedragen aan de ambities uit het gemeentelijke woonprogramma. Voor de betaalbare koop worden de prijsgrenzen gehanteerd uit het in 2023 vigerende Woonprogramma 2020 -2024 (max. € 250.000,- plus indexatie met de consumentenprijsindex vanaf prijspeil 2020). 2.2.3 Groen en water Het plangebied is in de huidige situatie volledig verhard en bebouwd. In de nieuwe situatie wordt verharding geminimaliseerd en zo veel mogelijk vergroend. Het bebouwd oppervlak verkleint drastisch. Het merendeel van de woningen is grondgebonden en heeft een tuin. De ligging op de strandwal geeft een goede grondslag voor infiltratie van hemelwater (bodem en water sturend). In het kader van piekbuibestendigheid is een IT-systeem met wadi voorzien waarbij hemelwater kan worden opgevangen, kan infiltreren in de bodem en vertraagd kan worden afgevoerd. De wadi wordt voorzien van inheemse bomen en planten wat de biodiversiteit bevorderd. De nieuwbouw zal natuurinclusief worden uitgevoerd door bijvoorbeeld toepassing van nestkasten, vleermuiskasten, insectenhotels etc.
De parkeerplaatsen worden voorzien van groene, half-openverharding wat samen met de aan te planten bomen (circa 60 stuks in diverse soorten en maten) zorgt voor voldoende verkoeling en het verminderen van hittestress. Daarnaast wordt hiermee zoveel mogelijk hemelwater in de bodem opgevangen om verdroging te voorkomen. De grote parkeerkoffers kunnen iets verdiept worden aangelegd zodat ook daar, tijdelijk, circa 20cm hemelwater kan worden geborgen, zonder dat dat schade oplevert. Wanneer de bodem verzadigd is watert het systeem uiteindelijk af op het bestaande oppervlaktewater.
DNS Planvorming BV
9/39
Planbeschrijving
Afbeelding 2.1: Stedenbouwkundig plan
DNS Planvorming BV
10/39
Beleid
3
Beleid
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ is in de NOVI aangegeven dat het landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor vitale landbouw. Planspecifiek De onderhavige ontwikkeling sluit aan op het thema ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ uit de NOVI. Met het plan wordt invulling gegeven aan de aanwezige woningbehoefte binnen bestaand stedelijk gebied. De woningen zullen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen. Het relevante beleidskader wordt verder gevormd door de provincie en vooral de gemeente.
3.2.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor rijksinstructieregels gelden zijn hieronder opgesomd: waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;
DNS Planvorming BV
11/39
Beleid
beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Planspecifiek Met de voorgenomen ontwikkeling worden 55 woningen mogelijk gemaakt. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan de aanwezige kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In paragraaf 3.3.2 en 3.4.1 is dit toegelicht. De ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling schrijft voor dat bekeken moet worden of in de behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied (BSG). In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. In de jurisprudentie is het begrip nader ingevuld.
Rust op gronden een niet-agrarische bestemming dan is er sprake van bestaand stedelijk gebied ook al is de locatie nog onbebouwd, mits de locatie onderdeel is van het bestaand stedelijk samenstel van bebouwing. Op grond van de huidige bestemming en bebouwing in het plangebied wordt de locatie aan gemerkt als bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwplan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is daarmee gebaseerd op zorgvuldig ruimtegebruik. 3.2.3 Nationaal waterbeleid Europese Kaderrichtlijn Water Sinds december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht. De belangrijkste doelstelling is het geven van een kader voor het beheer van oppervlaktewater en grondwater op basis van stroomgebieden en stroomgebieddistricten. De richtlijn wil het duurzaam gebruik van water bevorderen en de gevolgen van overstroming en droogte beperken. Daarnaast wil de richtlijn de aan water gebonden natuur beschermen en verbeteren met als uitgangspunt een goede ecologische toestand van het water. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Waterbeleid voor de 21e eeuw’. De belangrijkste aanbevelingen waren: anticiperen in plaats van reageren, meer ruimte naast techniek en ‘vasthouden-bergenafvoeren’.
Naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw, heeft het kabinet zijn standpunt bepaald in de nota ‘Anders omgaan met water’ (2000). Deze Nota benadrukt dat het antwoord op de problemen niet alleen ligt in technische oplossingen, maar vooral ook in het ruimte geven aan water (flexibel peilbeheer en ruimtelijke maatregelen in de vorm van calamiteitenberging, piekberging en voorraad-beheer, etc.). Daarnaast moet meer gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om water vast te houden. Als meer water vasthouden niet zomaar gaat, moeten er voorzieningen worden aangelegd om tijdelijk water te bergen. Pas als
DNS Planvorming BV
12/39
Beleid
deze twee mogelijkheden, vasthouden en bergen, zijn gebruikt mag het overtollige water worden afgevoerd. Nota “Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw” Met de nota Anders omgaan met water, Waterbeleid in de 21e eeuw wil het Rijk een ander waterbeleid realiseren. Er moet geanticipeerd worden op een stijgende zeespiegel, een stijgende rivierafvoer, bodemdaling en een toename van de neerslag. Nieuwe ruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en wateroverlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijke besluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en wateroverlast expliciet in beeld worden gebracht. De nota geeft twee drietrapsstrategieën als uitgangspunten. Voor waterkwantiteit bestaat die uit vasthouden, bergen en afvoeren. Voor waterkwaliteit is het schoonhouden, scheiden en zuiveren. Deze strategieën vertalen zich voor het stedelijk gebied in aandachtspunten als: meer ruimte voor water, relatie tussen het stedelijk water en het water in het omliggende gebied, vergroting van het waterbergend vermogen met name in de stadsranden, verbetering van de waterkwaliteit, vergroting van de belevingswaarde van water, en kansen voor natuur en recreatie in en rondom stedelijk water.
Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Het NWP geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022 – 2027. Uitgangspunt is schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Planspecifiek Onderdeel van de planvoorbereiding is de watertoets. In de watertoets is aangegeven wat de gevolgen van het plan zijn voor de waterhuishouding en op welke wijze water (regen-, afval- en oppervlaktewater) wordt ingepast in het plan. De watertoets is afgestemd met de betreffende waterbeheerder. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 mei 2024. In de Omgevingsvisie zijn zeven vernieuwingsambities opgenomen die laten zien waar Zuid-Holland naartoe wil. Deze ambities zijn: 1. Samen werken aan Zuid-Holland; 2. Bereikbaar Zuid-Holland; 3. Schone energie voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland. De ambities zijn verwerkt in beleidsdoelen en beleidskeuzes. De beleidsdoelen geven richting aan de ambities en de beleidskeuzes bepalen hoe de ambities bereikt dienen te worden. Betekenis voor het project Met betrekking tot bedrijventerreinen is in de Omgevingsvisie aangegeven dat de provincie inzet op het in evenwicht houden en, waar nodig, brengen van de vraag naar en het aanbod van bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn van categorie 3 en hoger en watergebonden bedrijven worden in principe behouden voor bedrijvigheid. Transformatie
DNS Planvorming BV
13/39
Beleid
naar een andere functie is toegestaan mits de verloren gegane ruimte voor bedrijven kwantitatief en kwalitatief wordt gecompenseerd in de relevante marktregio, of als er sprake is van een overschot aan het desbetreffende type bedrijventerrein. De provincie stuurt op voldoende kwantitatief en kwalitatief aanbod van bedrijventerreinen om in de vraag te kunnen voorzien. In het onderhavige geval is sprake van een voormalig bedrijventerrein waarbij het bedrijf dat hier gevestigd was (Lommerse UItendaal) al verplaatst is naar een nieuwe locatie. Met de transformatie naar woningbouw is per saldo geen sprake van een afname aan bedrijventerrein. Omgevingskwaliteit Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit van belang. Hiervoor zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in het kustcomplex. Het kustlandschap is opgebouwd uit een opeenvolging van zee, strand, jonge duinen, strandvlakten en strandwallen parallel aan de kust. Veel strandwallen zijn in de loop van de tijd vergraven voor het zand of de bollenteelt, waardoor het kenmerkende reliëf is verdwenen.
Bij ontwikkelingen in het kustcomplex horen de volgende richtlijnen: Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever); Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur; Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter. Het plangebied is gelegen in het strand- en duinlandschap. Dit is een reliëfrijk, overwegend niet gecultiveerd, zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden. Natuurlijke processen als verstuiving, vernatting en bosvorming zijn duidelijk zichtbaar door de voortdurende dynamiek van zand, golven en wind. Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen en dragen zorg voor het behoud van het openbare karakter. Binnen het plangebied zijn geen kenmerken van het kustcomplex en het strand- en duinlandschap aanwezig. Er is sprake van een voormalig bedrijventerrein. Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestaande dorpsgebied. Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnmazig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt.
De ruimtelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones. Voor het bollenlandschap gelden de volgende richtpunten: Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen; Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones; Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap. De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied met rond het plangebied bedrijvigheid en woningen. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling plaatsvindt in een reeds bestaande verdichte zone. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bollenvelden aanwezig, waardoor het zicht hierop niet versterkt kan worden. Laag van de stedelijke occupatie Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Ontwikkelingen dragen bij aan de
DNS Planvorming BV
14/39
Beleid
karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Tevens dragen ontwikkelingen bij aan het versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Tevens is een deel van het plangebied gelegen aan de stads- en dorpsrand. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Met de herontwikkeling van de locatie wordt aangesloten op het dorpse karakter van Hillegom. Het plan voorziet in verschillende typen woningen waarbij de groen- en waterstructuur wordt versterkt. Beleidskeuzes De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Duin- en Bollenstreek'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar.
Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart: Natuurlijke duinen Het plangebied is op de kaart 'Natuurlijke duinen' aangegeven als strandwal. Door afgravingen van de oude duinen en de strandwallen veranderde het geaccidenteerde oude duinlandschap in het vlakke zanderijenlandschap. Het zand werd afgegraven en voor ophogingen in onder andere Haarlem en Leiden gebruikt. De ontzanding betekende dat het nieuwe maaiveldniveau voor een deel aanzienlijk lager kwam te liggen dan de oude bewoningslinten op de strandwallen. De oorspronkelijke landschappelijke opbouw is nog zichtbaar in de noord-zuid oriëntatie van de hoofdstructuur, de locaties van landgoederen en bossen en in het patroon van zanderijvaarten. Het nieuwbouwprogramma dient gekoppeld te worden aan dorpen en linten op de voormalige strandwallen, zodat de strandwallen niet compleet verdichten. De beoogde ontwikkeling vindt plaats op een voormalig bedrijfsterrein. Met de ontwikkeling wordt meer openheid toegevoegd.. Kwaliteit in stads- en dorpsgebied De kernen in de Duin- en Bollenstreek zijn allemaal zandnederzettingen. Zij zijn meestal ontstaan uit agrarische nederzettingen op de strandwallen.
De meeste dorpen liggen midden op een brede strandwal zodat uitbreiding in alle richtingen mogelijk was, alleen Warmond ligt op een smalle strandwal direct grenzend aan het veenweidegebied. Bij een zandnederzetting geldt de ambitie dat elke kern zijn eigen identiteit ontwikkelt. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp. De herontwikkeling van het plangebied sluit aan op de identiteit van Hillegom. Daarbij wordt de openbare ruimte voorzien van een groene inrichting en wordt de waterstructuur versterkt. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. Er gaat netto geen bedrijventerrein verloren omdat het bedrijf dat hier gevestigd was al is verplaatst naar een andere locatie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast en er wordt aangesloten bij de gebiedsprofielen. De beoogde herontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie, en is in lijn met de provinciale ambities. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsverordening Zuid-Holland op 15 december 2021 vastgesteld. Op 15 juni 2024 is de Omgevingsverordening voor het laatst gewijzigd. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen.
De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen.
DNS Planvorming BV
15/39
Beleid
Betekenis voor het project Ruimtelijke kwaliteit In artikel 7.43 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, geen wijziging op structuurniveau voorziet en past bij de aard en de schaal van het gebied. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen zijn in paragraaf 3.3.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen voldoet. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 7.45 van de Omgevingsverordening is het volgende opgenomen: 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. In paragraaf 3.2.2 is ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Er wordt voldaan aan artikel 7.45 van de Omgevingsverordening.
Bedrijven In artikel 7.52 van de Omgevingsverordening is bepaald dat indien op een bedrijventerrein (gedeeltelijk) andere activiteiten dan bedrijven mogelijk worden gemaakt, verwantwoord moet worden op welke wijze binnen de regio compensatie van de toegedeelde functies van bedrijventerrein zal plaatsvinden of al heeft plaatsgevonden. Compensatie is noodzakelijk bij: a. een bedrijventerrein met een in een milieuzonering vastgelegde gebruiksruimte voor geluid en geur van een geluidruimtezone 2 en een geurruimte zone 2, of milieucategorie 3, en een oppervlakte van meer dan 1 hectare; b. een bedrijventerrein met de hoogst mogelijke in een milieuzonering vastgelegde gebruiksruimte voor geluid en geur, of milieucategorie 4 of hoger; c. een geluidgezoneerd bedrijventerrein; d. een watergebonden bedrijventerrein. In het onderhavige geval is sprake van een voormalig bedrijventerrein waarbij het bedrijf dat hier gevestigd was (Lommerse UItendaal) al verplaatst is naar een nieuwe locatie. Wanneer de realisatie van de nieuwbouw op het voormalig Sizo terrein voltooid is, zal de locatie vrijwel geheel omringd zijn door woningbouw. Een transformatie naar woningbouw is dan ook een logische ruimtelijke invulling.
DNS Planvorming BV
16/39
Beleid
Met de transformatie naar woningbouw is per saldo geen sprake van een afname aan bedrijventerrein. Compensatie is daarom niet noodzakelijk. Aanvullend wordt opgemerkt dat het een bedrijventerrein betreft dat kleiner is dan 1 hectare. Regionale waterkeringen In artikel 7.25 van de omgevingsverordening wordt gesteld dat gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.13, de functie ‘regionale waterkering’ wordt toebeeld.. De beschermingszone langs de regionale waterkering wordt als zodanig toebedeeld. Het omgevingsplan mag geen belemmeringen veroorzaken voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering', zoals aanwezig in het geldende bestemmingsplan 'De Polders', wordt in de bestemmingsplan overgenomen. Klimaatverandering In artikel 7.41 'risico's van klimaatverandering' is aangegeven dat in een omgevingsplan (of afwijking daarvan) rekening moet worden gehouden met de risico's van klimaatverandering. Hierbij dienen onderwerpen zoals wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte behandeld te worden. In paragraaf 4.10 wordt in dit kader ingegaan op de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptatie. Conclusie Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2023 De Regionale Woonagenda (RWA) vloeit voort uit de Omgevingsagenda en heeft als hoofddoel de versterking van het wonen in de regio. Dit wordt bereikt door enerzijds een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt te bevorderen. Anderzijds worden beslissingen genomen die de kwaliteit van wonen in de regio verbeteren. Hierbij worden specifieke uitdagingen aangepakt, zoals het bouwen van voldoende sociale huurwoningen, het huisvesten van de vergrijzende bevolking, en het adresseren van bijzondere doelgroepen als gevolg van extramuralisering en de huisvestingsbehoefte voor groepen die buiten de reguliere voorzieningen vallen. Een nieuwe RWA ondersteunt de gemeenten door duidelijke kaders en richtlijnen te bieden bij het aanpakken van deze uitdagingen. De totstandkoming van deze geactualiseerde Regionale Woonagenda (RWA) verliep in verschillende fasen: 1. Verdieping: Een woningmarktanalyse werd uitgevoerd om de behoeften in kaart te brengen; 2. Eerste contouren: De contouren van de agenda werden geformuleerd in een verhaal van de regio. Dit werd scherp gesteld in ambtelijke en bestuurlijke overleggen met vertegenwoordigers van alle gemeenten; 3.
Dialoog: In een reeks interviews met belanghebbenden zoals corporaties, ambtenaren, ontwikkelaars, welzijnsorganisaties, zorgpartners en de urgentiecommissie werden de uitdagingen die uit het onderzoek naar voren kwamen besproken. Op 3 november 2021 vond ook een Themacafé plaats; 4. Rapportage: Een concept-analyse werd opgesteld en besproken tijdens verschillende overleggen op ambtelijk en bestuurlijk niveau, met vertegenwoordigers van alle gemeenten; 5. Opstellen agenda: Op basis van de besprekingen over de concept-analyse is deze geactualiseerde RWA opgesteld. De woningbehoefte komt uit op 30.500 nieuwe woningen vergeleken met 22.800 in de vorige prognose. Voor de periode 2021-2030 zijn plannen voor circa 36.500 woningen (direct uitvoerbaar, passende kansen en plannen op basis van afspraken). Als plannen uitvallen of vertragen
DNS Planvorming BV
17/39
Beleid
halen we onze doelstellingen mogelijk niet. Houden we rekening met planuitval en -vertraging (30%), dan is de ruimte om plannen te programmeren 39.650 woningen. Bij toevoeging van nieuwe woningen wordt specifiek rekening gehouden met de navolgende uitgangspunten: 1. We realiseren diverse woonwijken in een compacte setting met gezonde vergroening van de bebouwde omgeving als uitgangspunt; 2. Daar waar het binnenstedelijk of binnen de kern niet meer past, benutten we de kansen die er liggen om de kwaliteit van de stads- en kernranden te versterken via landschappelijke verstedelijking; 3. We werken aan veelkleurige en vitale kernen ook buiten de verstedelijkingsas. Met het oog op de leefbaarheid voegen we buiten de as beperkt woningen toe primair gericht op de behoefte van de lokale bewoners en de vitaliteit van de kern. Gemeenten geven hier via lokaal beleid invulling aan met oog voor de Ladder duurzame verstedelijking; 4. We betrekken het belang van de energietransitie, klimaatadaptief bouwen, circulariteit, bereikbaarheid en netcapaciteit bij verdere keuzes en planontwikkeling. Planspecifiek Tot 2030 ligt er voor de regio Holland Rijnland een regionale nieuwbouwopgave van 36.500 woningen. Deze woningen moeten de regionale druk op de woningmarkt op gaan vangen. Daarnaast is nieuwbouw gewenst om de verstedelijkingsdruk vanuit Amsterdam en eventueel Den Haag op te vangen.
Om te voorzien in deze opgave is woningbouw aan de noordzijde van de regio, waar het plangebied gelegen is, gewenst. Het toevoegen van 55 woningen in Hillegom levert hier een bijdrage aan. Er wordt tevens ingezet op een vergroening van het gebied. 3.4.2 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 In juli 2016 is door de betrokken gemeenteraden de herziening van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 (ISG2016) vastgesteld. Het doel van deze structuurvisie is drieledig: het gedetailleerder dan in de Regionale StructuurVisie (RSV) vastleggen van het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de vitalisering van de Duin- en Bollenstreek tot en met 2030; het, in tegenstelling tot de RSV, wettelijk verankeren van het ontwikkelingskader als zelfbindend ontwikkelingskader voor de greenportgemeenten; het verschaffen van een planologisch juridische basis voor het verevenen van plankosten op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). De ISG2016 heeft een integraal karakter en geldt voor nagenoeg het hele buitengebied van de zes greenportgemeenten. Het beleid richt zich hoofdzakelijk op de toekomstige ruimtelijk-functionele ontwikkeling van het buitengebied. Met als doel een gemeenschappelijk inzet voor de herstructurering en revitalisering van de Greenport Duin- en Bollenstreek.
Dit in samenspraak met verbetering van de natuurlijke, landschappelijk en recreatieve kwaliteiten. Om het doel te bereiken hanteren de gemeenten een aantal pijlers voor het ruimtelijk beleid tot 2030, te weten: faciliteren van de herstructurering, versterking en vernieuwing van het gehele bollen-, vaste planten- en bloemencomplex in combinatie met verbetering van het landschap; realiseren van de daarvoor benodigde ruimtelijke functiewijzigingen in de Duin- en Bollenstreek; bijdragen aan de sociaaleconomische vitaliteit van de greenportgemeenten; bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van de gehele regio Holland-Rijnland. Planspecifiek Het plangebied is niet gelegen in een gebied dat is aangewezen voor 'Herstructurering naar vitale Greenport met landschapsverbetering en integratie wateropgaven, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex'. Wel ligt de planlocatie in het 'Stedelijk gebied'. De Duin- en Bollenstreek is een zeer aantrekkelijke regio om te wonen. Voor de zes gemeenten van de Greenport Duin- en Bollenstreek zullen er tot 2030 in totaal 11.000 woningen moeten
DNS Planvorming BV
18/39
Beleid
worden toegevoegd. De woningbouwopgave biedt kansen voor de herstructurering van de woningvoorraad en verbetering van de woonomgeving. Met de beoogde ontwikkeling wordt een voormalig bedrijfsterrein herontwikkeld naar woningbouw. Hiermee wordt de binnenstedelijke ruimte beter benut. De ontwikkeling van 55 woningen levert een bijdrage aan de woningbehoefte in de Greenport Duin- en Bollenstreek. Het groene karakter van een tuindorp past bij het karakter van de kernen in de Duin- en Bollenstreek en zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat het initiatief in overeenstemming is met de ISG2016. 3.4.3 Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland De Regionale omgevingsagenda is een gebiedsgerichte uitwerking van de prioriteiten zoals geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie en de Groeiagenda Zuid-Holland. In de agenda wordt gekozen voor een voortzetting van eerder gemaakte afspraken. De omgevingsagenda staat niet op zichzelf, maar hangt nauw samen met onder meer de Regionale Strategie Mobiliteit, Regionale Energie Strategie, de actualisatie van de Regionale Woonagenda en de toekomstige Regionale Landschapsstrategie. In de omgevingsagenda wordt antwoord op de vraag gegeven hoe de druk op de regio kan worden benut om de aantrekkelijkheid van de regio te behouden en te versterken.
In de Omgevingsagenda wordt gesignaleerd dat in de Duin- en Bollenstreek de grootschalige woningbouw in de Haarlemmermeer aan de overzijde van de Ringvaart grote impact heeft op de gemeenten Hillegom en Lisse. Het goed ontsluiten en het verbeteren van de verkeersroutes over en weer is daarom hier een belangrijke opgave voor Vitale en Veelkleurige kernen De nadruk op de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn is een bewuste keuze om de gebieden buiten deze zone zoveel mogelijk te ontzien, daar geen grootschalige woningbouw te realiseren en daarmee de landelijke kwaliteit te behouden. Dat betekent dat er ingezet wordt op extra woningbouw in of nabij de kern. Van belang is dat de kernen vitaal blijven. De (nieuwe) inwoners aan beide zijden van de Ringvaart zullen de Duin- en Bollenstreek, als groene kust en leefomgeving, bezoeken. Deze grootschalige woningbouw vergroot bestaande mobiliteitsproblemen in de noordelijke Duin- en Bollenstreek en zal ook op andere wijze invloed hebben. Uitvoering geven aan het bestaande plan van aanpak mobiliteitsmaatregelen noordelijke Duin-en Bollenstreek is in ieder geval cruciaal. Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet op woningbouw binnen de bestaande kern van Hillegom. Dit sluit aan bij de ambitie geen grootschalige woningbouw te realiseren waarmee de landelijke kwaliteit behouden blijft.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021 Op 22 februari 2018 is de 'Omgevingsvisie Hillegom 2030' vastgesteld, op 17 oktober 2019 is de 'Omgevingsvisie Hillegom - herziening 2019' vastgesteld en op 15 juli 2021 is de herziening 'Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021' vastgesteld. Met de omgevingsvisie wordt de koers voor de gemeente uitgezet richting 2030. Met de omgevingsvisie als kompas, wil de gemeente samen met inwoners en ondernemers ook doelen bereiken op het gebied van duurzaamheid. Om hier gehoor aan te geven is duurzaamheid in brede zin als leidend principe gekozen in deze omgevingsvisie. In de omgevingsvisie denkt en handelt de gemeente vanuit het principe van de drie P’s ('People, Planet, Profit'). In de Omgevingsvisie staat de vraag centraal hoe de gemeente er in 2030 uitziet. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met ontwikkelingen zoals vergrijzing, duurzaamheid, energie, klimaat, gezondheid, waterberging, sociale aspecten, enzovoort. Duurzaamheid is het leidend principe in de visie met aandacht voor landschap, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid e.d. In de omgevingsvisie is voorts een afwegingskader opgenomen dat
DNS Planvorming BV
19/39
Beleid
gebaseerd is op Fysieke, Economische en Sociale Duurzaamheid (ook wel bekend als People, Planet, Profit). Het is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving waardoor de gemeente middels integraal beleid en perspectief de initiatieven voor inwoners, bedrijven en instellingen in Hillegom kan beoordelen. Daarbij is de omslag gemaakt naar het nieuwe principe “ja, mits” in plaats van “nee, tenzij”. In de visie zijn de ambities en de koers voor de gehele gemeente en per deelgebied in beeld gebracht, die vervolgens juridisch zijn vastgelegd in een Omgevingsplan en uitvoeringsprogramma(’s). In de Omgevingsvisie is het grondgebied in 7 deelgebieden opgedeeld: Duurzame Bloementuin, Hollandse Weides, Historisch Hart, Heerlijke Woonplaats, Werkplaats Hillegom, Levendige linten en Duurzame verbindingen. Per deelgebied is het karakter en de koers beschreven. Betekenis voor het project Uit het raadplegen van de omgevingskaart blijkt dat de planlocatie gelegen is binnen het deelgebied 'Heerlijke woonplaats'. Tevens is het plangebied aangewezen als 'Ontwikkelen (deel)projecten die in voorbereiding zijn'. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de omgevingskaart weergegeven.
Afbeelding 3.1: Uitsnede omgevingskaart Hillegom 2030
Heerlijke woonplaats Hillegom is door zijn landelijke, dorpse karakter met zijn afwisselende bebouwing met overwegend grondgebonden woningen en een ontspannen, groene inrichting van de openbare ruimte, een aantrekkelijke plek om te wonen. Ook de gunstige ligging draagt daar aan bij. De ambities van de gemeente die horen bij het deelgebied 'Heerlijke woonplaats' zijn als volgt: behouden en versterken dorpse karakter; nieuwbouw binnenstedelijk realiseren; verduurzamen en kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad; bevorderen van gezondheid; sociale cohesie versterken; zorg dragen voor toekomstbestendige voorzieningen; behoud en verbeteren woon- en leefkwaliteit.
DNS Planvorming BV
20/39
Beleid
In Hillegom is de vraag naar nieuwe woningen groot en dit zal naar verwachting de komende jaren zo blijven. In het bestaande dorpsgebied is nog voldoende ruimte beschikbaar om te voldoen aan de eigen behoefte. De onderhavige ontwikkeling is een binnenstedelijke locatie. Het is belangrijk dat de inbreiding met woningbouw niet ten koste gaat van de leefbaarheid en het groene, dorpse karakter van Hillegom. Bij de inrichting van het plangebied wordt aansluiting gezocht bij de karakteristiek van een 'tuindorp'. Het groene karakter van een tuindorp versterkt het dorpse karakter van Hillegom. Het is belangrijk dat alle doelgroepen in Hillegom bediend worden. Het is dan ook wenselijk om verschillende woningtypen van verschillende prijsklassen te realiseren. Onderhavig plan voorziet hierin. Het realiseren van een gemengde wijk voor verschillende doelgroepen, die aansluit op de bestaande wijk Patrimonium, draagt bij aan het bevorderen van de sociale cohesie. Door de openbare ruimte in te richten met veel groen, wordt de leefbaarheid in het gebied verbeterd. Al met al voorziet het plan in een ruime hoeveelheid aan woningen voor verschillende doelgroepen en wordt er aangesloten op het dorpse en groene karakter van Hillegom. Het groene karakter stimuleert de bewoners in de wijk tot bewegen, waardoor de gezondheid bevorderd wordt.
Ontwikkelen (deel)projecten die in voorbereiding zijn Hillegom heeft de ambitie een duurzame gemeente te zijn. De gemeente wil in 2050 energieneutraal en klimaatneutraal zijn. Duurzaamheid bestaat uit sociale, fysieke en economische duurzaamheid. In de omgevingsvisie is vastgelegd dat initiatieven dienen bij te dragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Hillegom. Dat betekent dat er bij een ontwikkelingen dient te worden aangegeven welke duurzaamheidsmaatregelen worden genomen. Dit wordt in paragraaf 4.10 nader toegelicht. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig initiatief in lijn is met de Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021. 3.5.2 Wijziging van het gemeentelijk Woonprogramma 2020 – 2024 De gemeenteraad van de gemeente Hillegom heeft op 9 juli 2020 het Woonprogramma Hillegom 2020-2024 vastgesteld. Op 28 maart 2024 is een geactualiseerde versie vastgesteld (Wijziging van het gemeentelijk Woonprogramma 2020-2024). Dit programma is een uitwerking van de omgevingsvisie 'Heerlijk Hillegom', waarbij de hoofdambities zijn opgenomen in de herziening van de omgevingsvisie in 2021. In het woonprogramma beschrijft de gemeente Hillegom haar visie, ambities en keuzes op het gebied van wonen voor de komende jaren. De opgave wordt als volgt samengevat: 1. Een evenwichtige bevolkingsopbouw a. voldoende en divers woningaanbod b.
Inzet voor woningzoekenden in de knel 2. Een toekomstbestendig woonaanbod in de wijken 3. Passend woonaanbod bij iedere levensfase Deze ambities zijn het vertrekpunt voor de uitwerking van het woonprogramma, het uitvoeringsprogramma en het afwegingskader voor woningvoorraadontwikkeling. Voor woningbouwontwikkelingen wordt door de gemeente het afwegingskader woningbouw gehanteerd. Daarin worden plannen aan verschillende kwantitatieve en kwalitatieve aspecten getoetst. In de gewijzigde versie zijn de percentages en de prijsgrenzen aangepast in het afwegingskader en wordt het mogelijk om meer betaalbare woningen in Hillegom te realiseren waarmee wordt aangesloten op de Regionale woonagenda. Planspecifiek Het woonprogramma van dit plan gedurende 2023 is vormgegeven op basis van het toen vigerende Woonprogramma 2020 – 2024 en in samenspraak met de gemeente Hillegom. Met het beoogde programma wordt niet volledig voldaan aan de gemeentelijke ambities zoals verwoord in het Woonprogramma 2020 - 2024. Een reden om af te wijken van deze ambitie is dat het per-
DNS Planvorming BV
21/39
Beleid
centage sociale huurwoningen hoger ligt dan de gehanteerde 25% en daarmee een lager percentage voor betaalbare koop kan worden gehanteerd. Daarnaast is het vrije deel van het plan (42%) ingevuld met compacte rijwoningen rondom de betaalbaarheidsgrens en NHG grens zoals deze door het ministerie van BZK worden gehanteerd. Hierdoor wordt er een kans geboden aan zowel huurders van sociale huurwoningen en vrije sector huurwoningen om de stap te zetten naar een betaalbare koopwoning. Met de diversiteit aan woningen en de beoogde doorstroming wordt bijgedragen aan de ambities uit het gemeentelijke woonprogramma. Voor de betaalbare koop worden de prijsgrenzen gehanteerd uit het in 2023 vigerende Woonprogramma 2020 -2024 (max. € 250.000,- plus indexatie met de consumentenprijsindex vanaf prijspeil 2020). 3.5.3 Groenbeleidsplan 2014-2023 Het Groenbeleidsplan van de gemeente Hillegom laat zien hoe de gemeente groene kwaliteit realiseert en behoudt en hoe zij dit inbedt in haar ruimtelijke ontwikkeling. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt groen serieus meegenomen, zodat groen daadwerkelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de openbare ruimte.