1.6.1. Aanmeldnotitie m.e.r..pdf
Tekst van het document
Onderwerp: Aanmeldnotitie MER BOPA Weeresteinstraat 156 te Hillegom. Datum: 30 mei 2024 Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het Besluit m.e.r. bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is, staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. De realisatie van de woningen en bijbehorende parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd.
Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project/activiteit; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken project / activiteit: de omvang van het project betreft het realiseren van een woningbouwproject, bestaande uit circa 55 wooneenheden. De betreffende herontwikkeling is voorzien op een locatie waar in het verleden bollen werden opgeslagen. Het betreft reeds bestaand seriematig c.q.
gemengd woongebied, waarbij in de omgeving al diverse woningen en bedrijven aanwezig zijn. Realisatie van het bouwplan heeft met betrekking tot verkeer een beperkt effect, aangezien de omliggende wegen al gebruikt worden voor de aangrenzende woningen en bedrijven. Het plan voldoet ruimschoots aan de wettelijke bepalingen voor de luchtkwaliteit en kan zonder verdere maatregelen worden uitgevoerd.
Plaats van het project / activiteit: het projectgebied ligt in een bestaand seriematig c.q. gemengd woongebied van Hillegom. Voor de beoogde herontwikkeling zijn in de Milieu-Ruimtescan meerdere omgevingsaspecten nader beoordeeld en/of onderzocht.
Figuur 1 Natura 2000 Kennemerland Zuid, Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx
De kenmerken van het potentiële effect: De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende alinea’s wordt aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen (appartementen) met parkeerplaatsen de volgende milieueffecten hebben: • invloed op omliggende flora en fauna en beschermde natuurgebieden. Luchtkwaliteit Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. In dit plan worden circa 55 nieuwe woningen (appartementen) met bijbehorende parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze woningen kunnen gelijk worden gesteld aan woningen uit de ministeriële regeling NIBM.
Beschermde flora en fauna Uit het uitgevoerde natuuronderzoek volgt dat er geen beschermde flora is aangetroffen, echter als gevolg van de plannen zouden er mogelijk wel verblijf- en voortplantingsplekken en functioneel leefgebied van de gewone dwergvleermuis, ruige vleermuis en laatvlieger verloren kunnen gaan. Om die reden wordt er vanaf half mei – half juli en augustus – oktober een nader onderzoek uitgevoerd. Wanneer beschermde soorten worden aangetroffen, zullen compenserende maatregelen in de tijdelijke en permanente situatie worden getroffen en wordt een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd. Beschermde Natuurgebieden Gezien de afstand van het plangebied tot beschermde natuurgebieden is uitsluitend sprake van externe werking. Externe werking kan ontstaan door verstoring (licht en/of geluid) of door een toename van de stikstofdepositie. De afstand van het plangebied tot het natuurgebied ‘Kennemerland-Zuid’ bedraagt meer dan 3 kilometer, waardoor effecten van een toename van bijvoorbeeld licht en geluid te verwaarlozen zijn. Daarbij wordt opgemerkt dat tussen het plangebied en het natuurgebied sprake is van bestaand stedelijk gebied. Vermestende en / of verzurende effecten van een toename van stikstofdepositie zijn tot op grotere afstanden nog (juridisch) relevant.
De realisatie van het bouwplan leidt tot emissies van stikstofoxiden (NOx) in de bouwfase én in de gebruiksfase. Stikstofemissies in de bouwfase vinden plaats door onder andere vrachtwagenbewegingen van het naar het plangebied en het gebruik van mobiele werktuigen. Stikstofemissies in de gebruiksfase kunnen optreden vanwege vervoersbewegingen van bewoners. Deze stikstofemissies kunnen leiden tot een toename van de depositie van stikstof in de omgeving. Echter, tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied liggen reeds woonwijken en wegen. Deze vormen een achtergrondverstoring op het Natura 2000-gebied. Hierdoor valt de verstoring als gevolg van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen weg tegen de achtergrondverstoring. Een negatief effect op Natura 2000-gebieden is daarom niet te verwachten. Door de beperkte omvang van de geplande ruimtelijke ontwikkeling zijn significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen door stikstofdepositie niet te verwachten. Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. De BOPA voor ‘Weeresteinstraat 156 te Hillegom’ kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.