GGD vragen en antwoorden n.a.v. de bijeenkomst op 14 december
Tekst van het document
Beantwoording vragen naar aanleiding van presentatie Moniek Pieters (DPG, GGD Gelderland-Zuid) over Kaderbrief 2022 GGD Gelderland-Zuid, d.d. 14 december 2020
Vragen van Gert-Jan Meijering gemeente Neder-Betuwe:
1.
Er is een onderzoek gepresenteerd naar de interviews die gedaan worden door VT. Bent u bekend met dit onderzoek?
Nee met dit onderzoek waren we niet bekend. Inmiddels hebben we de resultaten bekeken. Het onderzoek gaat met name ver gesprekken met kinderen. Daar hebben we ons antwoord op gericht hieronder. 1a. Hoe is de situatie in onze regio in relatie tot dit onderzoek?
1b. Hoe zorgt de GGD er in onze regio voor dat dit soort zaken voorkomen worden en gebruikt de GGD in onze gemeente/regio wel empirisch gebaseerde methoden voor het uitvoeren van interviews met ouders en kinderen?
Antwoord op vraag 1a en 1b: Conform het Handelingsprotocol praat Veilig Thuis altijd met elk kind, ook in het geval van seksueel misbruik/fysieke kindermishandeling. Het ‘gewone kindgesprek’ Het spreken met kinderen naar aanleiding van een melding bij Veilig Thuis gebeurt over het algemeen door medewerkers van de Frontoffice of Backoffice, eventueel samen met de vertrouwensarts. Afhankelijk van de gemelde zorgen kan er voor gekozen worden dat de vertrouwensarts met het kind spreekt. De hulpmiddelen waar gebruik van wordt gemaakt om met kinderen in gesprek te gaan, zijn onder andere: “de 3 huizen”, de “kletspot” of “gesprekskaarten”. In samenwerking en in opdracht van het ministerie van VWS is het zogenaamde ‘Praatboek’ ontwikkeld. Het praatboek is voor kinderen in de basisschoolleeftijd die te maken krijgen met veiligheidsafspraken. Het Praatboek is om kinderen mee te nemen in het traject van de jeugdbeschermingsketen. Het is een hulpmiddel om met kinderen het gesprek te voeren, en tevens met kinderen afspraken te maken en ze te betrekken bij de veiligheidsafspraken. Bij vermoeden van strafbare kindermishandeling: het kindgesprek Vermoeden van seksueel misbruik Indien er in de melding sprake is van een vermoeden van seksueel misbruik wordt er bij VT Gelderland Zuid, direct na binnenkomst signaal, gestart met een multidisciplinair
1
overleg met een uitvoerend medewerker van Veilig Thuis, gedragswetenschapper, vertrouwensarts en een medewerker van de interne werkgroep seksueel misbruik. Vervolgens wordt contact opgenomen met de contactpersonen van zeden (van de politie) om af te stemmen welke stappen genomen moeten worden en om de taakverdeling helder te hebben. Straf en veiligheid loopt vanaf dat moment naast elkaar. Afhankelijk van de inhoud van de gemelde zorgen zal of een Back Office medewerker in samenwerking met collega van de werkgroep seksueel misbruik of een vertrouwensarts het kind spreken òf er wordt in afstemming met de zedenpolitie/zedenofficier direct een studioverhoor gepland worden. In de wachttijd tot het studioverhoor is Veilig Thuis verantwoordelijk voor de veiligheid. Een van de vragen zou kunnen zijn: kan de vermoedelijke dader nog bij het kind? Indien er tijdens het gesprek met het kind en de medewerker van Veilig Thuis signalen zijn van seksueel misbruik wordt er (soms tijdens het gesprek) afgestemd met zeden en kan het zijn dat het gesprek op dat onderwerp niet verder wordt besproken. Indien er bij het binnenkomende signaal bij Veilig Thuis direct aanwijzingen zijn voor seksueel geweld dan zal het kind gezien worden bij het centrum seksueel geweld (CSG).
Alle kinderen, 12 jaar worden bij het CSG lichamelijk onderzocht door een forensisch kinderarts van het Nederlands Forensisch Instituut. Vermoeden van letsel bij een kind Als het gaat om letsels of symptomen daarvan, wordt er altijd een vertrouwensarts van Veilig Thuis betrokken, bij voorkeur samen met een medewerker van Veilig Thuis. Hierin is het meest voor de hand liggend dat de vertrouwensarts met het kind spreekt, aangezien deze ook de letsels zal beoordelen en zo met het kind in contact is. 2.
U geeft aan dat de toename van het aantal meldingen ‘positief’ is. Kunt u dat nader toelichten?
Antwoord: daardoor meer onveilige situaties meer in beeld. Dat is bedoeling van verbeterde Meldcode en Handelingsprotocol.
3.
Kunt u het toenemende aantal meldingen per gemeente indelen?
Antwoord: in de door Veilig Thuis aan iedere gemeente verstrekte kwartaal rapportages is dit per gemeente aangegeven. Hieronder specifiek nog de vergelijking met vorig jaar voor de gemeente Neder-Betuwe voor het derde kwartaal.
Gemeente Neder-Betuwe Aantal adviezen Aantal meldingen Aantal overdrachten direct na veiligheidsbeoordeling Aantal overdrachten na keuze vervolgstappen Aantal Voorwaarden & Vervolg Aantal onderzoeken
Cum jan-sept 2019 Cum jan-sept 2020 85 135 77 61 14 9 11 6
18 8 9 9
2
4.
Hoeveel van de toegenomen meldingen, zijn meldingen waarvan achteraf blijkt dat ze (gelukkig) ongegrond zijn?
Antwoord: we registreren niet of een melding ‘ongegrond’ is. We doen een veiligheidsbeoordeling en dan wordt besloten of er bemoeienis van VT nodig is of niet. Soms wordt een melding dan afgesloten en soms worden meldingen overgedragen. Als we wel besluiten voor bemoeienis VT dan zetten we een dienst V&V in (stellen we veiligheidsvoorwaarden bij voorkeur samen met wijkteam en mogelijk andere betrokkenen) en soms doen wij zelf vanuit VT onderzoek om vast stellen of er daadwerkelijk sprake is van kindermishandeling dan wel huiselijk geweld.
5.
Hoe gaan we om met gezinnen waarvan blijkt dat een melding achteraf ongegrond zijn.
Antwoord: Zie hierboven bij vraag 5. We werken niet met term ‘ongegrond’. Gezinnen (direct betrokkenen) worden altijd goed geïnformeerd gedurende de bemoeienis van VT.
Vragen van Mathijs Jonkers, gemeente Neder-Betuwe: 1. Wilt u de resultaten van het tijdschrijfonderzoek Veilig Thuis met de gemeenteraden delen? Antwoord: In de programmabegroting van de GGD voor 2021 (die aan de raad is toegezonden) is op pagina 75 t/m 77 toegelicht hoe met de resultaten van het tijdschrijfonderzoek is omgegaan. Het tijdschrijfonderzoek was als bijlage toegevoegd.
2. Kunt u een voorbeeld geven van de adviezen, die de GGD aan gemeenten geeft over de Omgevingswet?
Antwoord: De GGD neemt op verzoek van de gemeente Neder-Betuwe deel aan de klankbordgroep ketenpartners voor de pilot Omgevingsplan IJzendoorn. De vraag aan de GGD is wat voor het onderdeel gezondheid elementen zijn die een plaats of een afweging in het omgevingsplan voor de kern IJzendoorn moeten krijgen. De GGD heeft een Quickscan Gezonde Leefomgeving uitgevoerd om de gezondheidskundige kwaliteit van de buitenruimte van IJzendoorn en omstreken in beeld te brengen. De Quickscan resultaten zijn in de klankbordgroep besproken en op een aantal thema’s (o.a. beweegvriendelijkheid) heeft in afstemming met de gemeente nog een verdiepingsslag plaatsgevonden. De gemeente bepaalt welke thema’s moeten worden verbeterd of geborgd en vertaalt dat in het concept Omgevingsplan. Deze wordt in 2021 in de klankborgroep besproken. Toelichting Quickscan: Het is voor gemeenten belangrijk toegang te hebben tot informatie over de relatie tussen de fysieke leefomgeving en gezondheid, om inzicht te krijgen in de stand van zaken in de eigen gemeente en mogelijkheden tot het nemen van maatregelen. De Quickscan Gezonde Leefomgeving (QSGL) helpt gemeenten hierbij door de samenhang tussen gezondheid en leefomgeving op buurt- en wijkniveau inzichtelijk te maken. De Quickscan maakt gebruik van direct beschikbare en algemeen toegankelijke informatie. Dit kan aangevuld worden met lokale gegevens.
Het resultaat faciliteert een gesprek over de invloed van de lokale leefomgeving op gezondheid, verantwoordelijkheden, ambities en sturingsmogelijkheden. De uitkomst van de Quickscan kan bijvoorbeeld gebruikt worden als onderbouwing bij het bepalen van omgevingswaarden in het Omgevingsplan.
3