Bijlage VI Begroting 2024 ODRN
Tekst van het document
1
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord: De ODRN in 2024
3
2.
Inleiding
4
3.
Programma’s
6
3.1.
Programma Vergunningverlening
7
3.2.
Programma Handhaving en Toezicht
9
3.3.
Programma Brzo
12
3.4.
Samen Sterk
15
3.5.
Programma Advisering
17
3.6.
Programmabegroting
19
4.
Begroting 2024 meerjarenraming 2025 - 2027
20
4.1.
Financieel beeld
21
4.2.
Uitgangspunten
22
4.3.
Meerjarenbegroting 2024 – 2027
24
4.4.
Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2024 - 2027
25
4.5.
De wijzigingen verklaard
26
4.6.
Overhead en inhuur
32
4.7.
Lasten en baten per taakveld
33
4.8.
Meerjarenbalans 2022 - 2024
34
5.
Paragrafen
35
5.1.
Weerstandscapaciteit en risicobeheersing
36
5.2.
Financiering
37
5.3.
Bedrijfsvoering
39
5.4.
Onderhoud kapitaalgoederen
42
5.5.
Openbaarheidsparagraaf in het kader van de Wet open overheid (Woo)
42
6.
Bijlagen
43
6.1.
Van primitieve naar dynamische begroting 2024
44
6.2.
Investeringsbegroting
45
6.3.
De advieslijsten 2024
46
2
1. Voorwoord: De ODRN in 2024 Het jaar 2024 is het jaar van veranderingen. De invoering van de Omgevingswet, de gevolgen van de sterke inflatie en de steeds strengere eisen en nieuwe ontwikkelingen krijgen in 2024 een vertaling. Ontwikkelingen die verschillende onzekerheden en risico’s met zich meebrengen en die een vertaling krijgen in de begroting. Diverse analyses, inschattingen en gesprekken hebben we met elkaar gevoerd om een zo’n evenwichtig mogelijke begroting op te stellen. Een begroting waarin de effecten van de invoering van de Omgevingswet zijn vertaald in financiële cijfers. De Omgevingswet vraagt om meer toetsing van aanvragen en het voeren van gesprekken aan de voorkant. De daarbij behorende toename van inzet moet in beginsel gecompenseerd worden door de invoering van de Wet Kwaliteitsborging. Een wet die, nu blijkt, vooralsnog maar deels ingevoerd gaat worden in 2024. Maar ook het leren werken met de Omgevingswet en het omzetten van systeemtermen gaat tijd en inzet vragen. Inzet die door de sterke inflatie van 2022 en 2023 duurder is geworden. Een nieuwe CAO voor ambtenaren, de kosten van energie en materialen en ook de kosten voor inhuur dragen bij aan deze sterke inflatie. Naast veranderende wetgeving hebben we te maken met de klimaat- en waterstoftransitie. Ontwikkelingen waar de ODRN op voorbereid wil zijn.
Maar tegenover de toename van de inzet, en de negatieve financiële gevolgen daarvan, zien we ook positieve ontwikkelingen. Zo blijft de bouw van woningen toenemen ondanks alle onzekerheden. En ook de wens om de regio te verduurzamen krijgt steeds meer vorm. Er komen meer verzoeken voor zonne- en windparken. En ook alternatieve duurzaamheidsbronnen winnen aan terrein. Als ODRN werken we hard om op deze vraag in te spelen. Met goed opgeleid personeel, het binnenhalen van professionals en het opleiden van trainees wordt verder gewerkt aan een robuuste omgevingsdienst. De rek is er weliswaar financieel uit, de reserves zijn beperkt en de onzekerheden groot, maar de ambities blijven we nastreven en de risico’s hebben we in kaart gebracht. De begroting die voorligt is hiervan de vertaling.
Het Dagelijks Bestuur van de ODRN, Jan van der Meer, Tobias van Elferen, Vincent Arts, Sijmen Versluis
3
2.
4
Inleiding
In deze begroting treft u de uitwerking en financiële vertaling van de ontwikkelingen die we in de Kadernota 2024 geschetst hebben. Op de voorpagina van deze nota staat een hoge golf. Deze illustreert het woelige vaarwater waarin we ons bevinden. Er zijn veel ontwikkelingen en we hebben samen met onze opdrachtgevers grote ambities, maar door de krapte op de arbeidsmarkt zijn er maar weinig handjes. Dat stelt ons steeds voor lastige dilemma’s. Soms moeten we prioriteren en keuzes maken. Soms moeten we dieper in de buidel tasten dan we zouden willen. Ons streven om inhuur te maximaliseren op 20%, kunnen we niet waarmaken. Simpelweg omdat we niet aan vast personeel kunnen komen.
Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Maar de keuze voor inhuur en dus de keuze voor flexibiliteit is ook verstandig met het oog op de ontwikkelingen na 2024. We voorzien in 2023 en in 2024 extra werkzaamheden door de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Beide wetten worden op 1 januari 2024 van kracht. Deze werkzaamheden zijn grotendeels tijdelijk. De Omgevingswet zorgt voor veranderingen waarmee we in 2024 voor het eerst echt in de praktijk te maken krijgen. We hebben afspraken gemaakt over de gevolgen voor de bodem- en geluidtaken en deze in de begroting 2024 vertaald. Ook zullen we extra tijd kwijt zijn aan het leren werken met nieuwe wetgeving en voor het omzetten van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten. Gemeenten hebben tot en met 2024 de tijd voor hun omgevingsvisie, en tot en met 2029 voor het omgevingsplan. Wij werken daar op hun expert-onderdelen aan mee. Daarvoor is het nodig dat onze medewerkers goed zijn opgeleid en over de jongste inzichten in wet- en regelgeving beschikken. Tegelijk met de Omgevingswet treedt de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Ook deze wet zorgt voor veel veranderingen. Niet meer de ODRN, maar de initiatiefnemer zorgt voor de bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw.
Daarvoor in de plaats krijgen we twee andere taken: de toets op de risicobeoordeling en op het dossier van het bevoegd gezag. Vanwege een gebrek aan kwaliteitsborgers in de private markt kunnen we in 2024 nog niet alle werkzaamheden overdragen en is er dus tijdelijk extra inzet nodig.
BRIKS-taken Ook het voornemen van de gemeente Nijmegen om de BRIKS-taken terug te nemen, heeft een grote impact op onze begroting. De uitvoering van dit besluit wordt nu door medewerkers van de ODRN en de gemeente Nijmegen uitgewerkt. De effecten van dit voornemen zijn in afwachting van een besluit over de concrete uitwerking, nog niet in deze begroting vertaald.
Functioneren omgevingsdiensten en samenwerking met de ODRA De afgelopen periode zijn er diverse rapporten1 verschenen over het functioneren van de omgevingsdiensten. We krijgen landelijke uitkeringen om verbeteringen door te voeren en gaan hier zelf pro-actief mee om. Zo hebben we, om voldoende robuust te blijven en om toekomstige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, de intentie om verregaand met de ODRA samen te werken. De verkenningen hierover voeren we momenteel en zullen we in de loop van 2023 aan ons bestuur voorleggen. Daarbij kunt u denken aan het rapport ‘Om de leefomgeving’ van de Commissie Van Aartsen en het artikel 217a-onderzoek van de provincie Gelderland over het Gelders Stelsel en ook onlangs het Lysias-rapport. 1
5
3. Programma’s
6
Inleiding We werken voor verschillende gemeenten, twee provincies en voor andere omgevingsdiensten. Met elke opdrachtgever maken we afspraken over wat we gaan doen en welke onderwerpen daarbij prioriteit hebben. Dat leggen we vast in de werkplannen. Soms is maatwerk nodig voor onderwerpen die hoog op de agenda staan. In dit hoofdstuk leest u achtereenvolgens over de volgende programmaonderdelen en projecten: Programma Vergunningverlening Programma Handhaving en Toezicht Programma Brzo Samen Sterk Programma Advisering Per programma gaan we in op de volgende vragen: Wat doen we voor wie? Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen?
Nieuwe set KPI’s De vraag ‘Wat willen we bereiken?’ beantwoorden we bij elk programma met behulp van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Deze KPI’s geven een indicatie van onze doelstellingen. Het gaat om een nieuwe set van KPI’s die we het afgelopen jaar in overleg met onze opdrachtgevers herijkt hebben. Hiermee gaan we sturen. Niet alleen op financiën, maar vooral op maatschappelijk relevante indicatoren. Als afsluiting van dit hoofdstuk beantwoorden we in paragraaf 3.6 met behulp van de programmabegroting 2023 een vierde vraag, namelijk: ‘Wat mag dat kosten?’
3.1. Programma Vergunningverlening Wat doen we voor wie? Voor de gemeenten Nijmegen, Beuningen, Berg en Dal, Heumen en de Provincie Gelderland verzorgen we over de gehele breedte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de vergunningverlening. De activiteiten beslaan de onderdelen BRIKS (bouwen, reclame, inritten, kappen en slopen) en Milieu. De gemeenten Druten en Wijchen hebben uitsluitend de milieutaak aan de ODRN uitbesteed. Daarnaast verlenen we voor de gemeenten Nijmegen en Berg en Dal nog enkele speciale vergunningen: bouwobjecten, woningonttrekking en leegstandsvergunning. Verder nemen we voor de gemeente Nijmegen besluiten in het kader van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen bijzondere toestemming voor het laden en lossen van consumentenvuurwerk. Verder leveren we milieu-adviezen voor de omgevingsvergunningen voor de zogeheten complexe gemeentelijke bedrijven buiten onze eigen regio in de provincie Gelderland. Op dit moment gaan we in 2024 geen integraal milieuadvies afgeven voor de omgevingsvergunningen voor complexe gemeentelijke bedrijven buiten onze regio binnen Gelderland. We zullen waarschijnlijk wel op sommige thema’s specialistische adviezen blijven geven.
7
Een bijzondere wettelijke taak hebben we als een van de zes landelijke Brzo-omgevingsdiensten voor de Brzo- en Rie-4-bedrijven. We zijn verantwoordelijk voor het volledige VTH-pakket van Brzo-inrichtingen voor de provincies Gelderland en Overijssel. Tot slot adviseren we bij de handhaving op de bouw bij provinciale inrichtingen.
Wat willen we bereiken?
We zorgen ervoor dat de vergunningsaanvragen binnen de daarvoor afgesproken termijn worden afgehandeld.
We voorkomen dat een vergunning van rechtswege wordt verleend doordat een aanvraag niet binnen de afgesproken termijn is afgehandeld.
We zorgen ervoor dat de vergunningen kwalitatief goed zijn om in een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure overeind te blijven.
We leveren op verzoek van onze opdrachtgevers binnen de afgesproken tijd kwalitatief goede adviezen op milieuaspecten.
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% tijdigheid, vergunningen regulier – Milieu
90%
Vergunningen
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – Milieu
90%
Vergunningen
% tijdigheid, vergunningen regulier – BRIKS
98%
Vergunningen
% tijdigheid, vergunningen uitgebreid – BRIKS
90%
Vergunningen
% actueel, vergunningen – Milieu
80%
Vergunningen
% tijdigheid meldingen (belang partners) – Milieu
90%
Vergunningen
% tijdigheid meldingen (belang partners) – BRIKS
90%
Vergunningen
Voor de bedrijven met het bevoegd gezag provincie Gelderland hebben we aanvullend specifieke indicatoren afgesproken in het programma Complexe Vergunningverlening. Daarvoor verwijzen we u naar paragraaf 3.3.
Wat gaan we daarvoor doen? We gaan samen met onze opdrachtgevers een inschatting maken van het toekomstige aantal vergunningen en adviezen. Dat doen we op basis van trends, ervaring en kennis van ontwikkelingen bij onze opdrachtgevers. De inschatting leggen we vast in een werkplan. Op basis hiervan zorgen we voor voldoende en goed personeel, zodat we volgens de indicatoren kunnen werken. De daadwerkelijke hoeveelheid vergunningen die we leveren is uiteraard afhankelijk van de vraag naar vergunningen van burgers en bedrijven en anderen. We behandelen en verlenen niet alleen omgevingsvergunningen. We adviseren ook op verschillende onderdelen, zoals bodem, lucht & geur, geluid, water, externe veiligheid en bijdragen aan bestemmingsplanparagrafen. Verder zien we in het kader van kennisontwikkeling en innovatie, onderwerpen op ons afkomen waarin we ons moeten gaan verdiepen. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan energietransitie/waterstof, circulaire economie en opkomende technieken zoals elektrificatie warmtevraag. We zorgen ervoor dat zowel de vergunningverlening als de advisering wordt uitgevoerd door medewerkers die voldoen aan de geldende kwaliteitseisen.
8
Voor de uitvoering van de complexe vergunningverlening milieu werken we samen met de andere omgevingsdiensten in Gelderland. Deze samenwerking zal anders worden vormgegeven omdat de omgevingsdiensten deze taak zelf gaan uitvoeren. We verwachten dat de invoering van de Omgevingswet invloed heeft op het aantal, het proces en de inhoud van vergunningaanvragen. Voor bouwen kunnen vergunningplichtige activiteiten Bouwbesluittoetsvrij of zelfs vergunningsvrij worden. We hebben geprobeerd de precieze gevolgen zo goed mogelijk in te schatten. Daarvoor krijgt u een beeld in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in deze begroting. Daarnaast wordt de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen ingevoerd. De gevolgen hiervan zijn beperkter dan van de invoering van de Omgevingswet. De Omgevingswet regelt dat voor de bouwactiviteit niet langer 1, maar 2 vergunningen nodig zijn. Dat zijn de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit bouwen. Een deel van de technische bouwactiviteiten valt onder de werking van de Wkb, namelijk alle bouwactiviteiten in gevolgklasse 1. Marktpartijen worden verantwoordelijk voor het toezicht op de bouw in gevolgklasse 1. Maar omdat er te weinig kwaliteitsborgers op de markt zijn, treedt de Wkb in eerste instantie alleen voor nieuwbouw in werking. De verbouwingen vallen vooralsnog niet onder de Wkb.
Uit tellingen blijkt dat ongeveer een achtste deel, van de plannen in gevolgklasse 1, onder nieuwbouw valt. Dat zijn vooral de grondgebonden woningen. Aanbouwen en interne verbouwingen blijven vooralsnog bij de gemeente. Het gevolg is dat we niet alle voordelen van de Omgevingswet kunnen benutten. Het aantal vergunningen voor bouwen is door de dubbeling heel hoog en het aantal bouwmeldingen waarop privaat toezicht gehouden wordt heel klein. Dit werkt kostenverhogend. Wanneer er wordt besloten alle gevolgklasse 1 bouwwerken per 1 juli 2024 onder de Wkb te laten vallen, worden enkele voordelen van de Omgevingswet zichtbaar en zullen de kosten wat afnemen. Omdat nog geen definitieve besluiten zijn genomen over inwerkingtreding bestaat het risico dat de kosten hoger uitvallen dan begroot is. Omdat we per 1 januari 2024 met een volledig vernieuwd wets- en zaaksysteem gaan werken, verwachten wij dat we meer tijd nodig hebben om plannen te behandelen. Dit is een tijdelijk effect dat zich alleen in 2024 zal voordoen. Er is rekening gehouden met extra verwerkingstijd. In 2025 vallen deze extra kosten weg. Op zijn vroegst in 2028 is voorzien dat de gevolgklasse 2 en 3 geprivatiseerd worden.
3.2. Programma Handhaving en Toezicht Wat doen we voor wie? Voor alle partners stellen we een jaarlijks uitvoeringsprogramma op. Daarin staan zowel bedrijven die we controleren als de projecten die we uitvoeren. Alle bedrijven zijn ingedeeld in categorieën, die oplopen in complexiteit: van A1 tot en met D4/5. Daarnaast voeren we voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Heumen, Nijmegen en de provincie Gelderland en Overijssel de BRIKS-controles uit.
9
Wat willen we bereiken?
We voeren het werkplan uit zoals we dat afgesproken hebben. Bij de planning en daarmee de begroting is uitgegaan van het vastgestelde beleid en de verwachte workload. We verbeteren het naleefgedrag door goed en slagvaardig te werken. We nemen gemelde milieu- en bouwklachten snel en adequaat in behandeling.
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% tijdigheid afhandelen klachten (vanuit beginset) – Milieu
80%
Toezicht
% tijdigheid afhandelen klachten (vanuit beginset) – BRIKS
80%
Toezicht
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – Milieu
60%
Toezicht
% volledige naleving na 1e controle (naleefgedrag) – BRIKS
60%
Toezicht
% hercontroles < 3 weken – Milieu
75%
Toezicht
% hercontroles < 3 weken – BRIKS
75%
Toezicht
% van geplande bezoeken afgezet tegen werkelijk uitgevoerd (HUP) % van geplande bezoeken afgezet tegen werkelijk uitgevoerd – BRIKS
90%
Toezicht
90%
Toezicht
% van herstelde overtredingen na opgelegd handhavingsbesluit – Milieu
85%
Handhaving
85%
Handhaving
% van herstelde overtredingen na opgelegd handhavingsbesluit – BRIKS
Wat gaan we daarvoor doen? We werken informatie- en risicogestuurd. We bepalen aan de hand van een inschatting van de risico’s hoe vaak en intensief we milieu- en bouwinspecties uitvoeren. Als we daar aanleiding toe zien, houden we ook steekproefsgewijs of themagericht toezicht. Bij overtredingen gebruiken we de bestuursrechtelijke instrumenten om de overtreding te stoppen. Bij de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak is de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) leidend. Medewerkers zullen ook in 2024 opleidingen volgen om te kunnen blijven voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor toezicht en handhaving.
Toezicht & Handhaving Milieu We zetten de beschikbare milieuhandhavingscapaciteit in voor het uitvoeren van reguliere milieucontroles en de afhandeling van milieuklachten, handhavingsverzoeken en het nemen van handhavingsbesluiten. Daarnaast zetten we capaciteit in voor projecten en maatwerkopdrachten. Dit gaat om zowel lokale, regionale als provinciebrede projecten en maatwerkopdrachten. Ook wordt inzet geleverd in landelijke trajecten, bijvoorbeeld geïnitieerd door Omgevingsdienst NL. Binnen het Gelderse stelsel van omgevingsdiensten leveren we o.a. een bijdrage aan de uitvoering van het gezamenlijke provinciebrede Jaarprogramma Ketentoezicht. Hierin worden de afvalstromen benoemd die in 2024 bij het ketentoezicht aandacht zullen krijgen. Dit sluit ook aan op landelijke prioriteiten. Daarnaast zijn er andere lokale en regionale projecten en maatwerkopdrachten, zoals bijvoorbeeld de Vierdaagseweek en
10
controles gericht op energiebesparende maatregelen. Ook het onderwerp circulaire economie zal in 2024 aandacht krijgen. Binnen de dienst is inmiddels een zestal CEambassadeurs opgeleid, waaronder enkele milieutoezichthouders. Er zal ook vanuit het toezicht gericht aandacht besteed worden aan het herkennen van circulaire kansen. Dit kan bijvoorbeeld door het signaleren van nieuwe initiatieven, zodat deze tijdig door vergunningverlening opgepakt kunnen worden. Ook zullen we bij het toezicht gericht aandacht besteden aan de problematiek van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Een belangrijk speerpunt is de aanpak van ondermijnende criminaliteit. We werken daarbij projectmatig samen met andere ketenpartners. Hierbij zetten we zowel milieuals bouwinspecteurs in. Ook verzorgen we de 24-uurs bereikbaarheidsdienst voor de afhandeling van milieucalamiteiten. Een speciaal opgeleid team draait hiervoor 7 dagen in de week de zgn. piketdienst. Voorbeelden hiervan zijn het afhandelen van een afvaldumping uit de productie van synthetische drugs of een brand bij een bedrijf.
11
Toezicht & Handhaving BRIKS In 2024 voeren we risicogerichte BRIKS-inspecties uit waarbij we rekening houden met het beleid, waaronder risicogestuurd toezicht. Daarnaast behandelen we bouwklachten en handhavingsverzoeken. Dit voeren we uit voor de opdrachtgevers die de bouwtaken bij ons belegd hebben. Met individuele opdrachtgevers hebben we afspraken gemaakt over de uitvoering van een specifieke opdrachten, zoals bijvoorbeeld ‘energielabel C bij kantoorgebouwen’, evenementen en Vierdaagse Nijmegen. Ook houden we toezicht op illegale (ver)bouw, op voorschriften die gaan over het slopen van een bouwwerk en op het plaatsen van reclame. Tot slot voeren we voor alle opdrachtgevers de asbesttaken uit en de afhandeling van meldingen, toezicht en indien nodig de daaropvolgende handhaving.
3.3. Programma Brzo Wat doen we voor wie? Wij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van alle VTH-werkzaamheden voor de majeure risicobedrijven in de provincies Gelderland en Overijssel: regio Oost. Het gaat om bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo) en om bedrijven die vallen onder categorie 4 van Bijlage 1 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE4).2 Het gaat om in totaal 60 bedrijven, waarvan 44 bedrijven in Gelderland en 16 in Overijssel.
Wat willen we bereiken? We voeren vergunningverlening, toezicht en handhaving uit bij de BRZO- en RIE4bedrijven in de provincies Gelderland en Overijssel. Vergunningverlening is vraaggestuurd. De begroting is gebaseerd op ervaringscijfers van afgelopen jaren en kennis over de bedrijven. De Omgevingswet die in 2024 van kracht wordt, leidt naar verwachting niet tot wijziging in deze aantallen bij Brzo-bedrijven. Door actieve communicatie met de bedrijven en via interne afstemming in behandelteams, krijgen we beter inzicht in de ontwikkelingen bij de bedrijven. Door hierop in te spelen in programmering van vergunningverlening, is betere sturing op de uitvoering van beleidsprioriteiten mogelijk. Al zal een deel van de uitvoering onvoorspelbaar blijven. Naast het behandelen van aanvragen worden vergunningen programmatisch geactualiseerd. Het is bekend voor welke bedrijven actualisatietoetsen moeten worden uitgevoerd. Benodigde actualisaties worden op basis van prioriteiten ingepland. Daarbij besteden we extra aandacht aan: Externe veiligheid Zeer Zorgwekkende Stoffen Nieuwe Bref’s (Best Available Techniques Reference documents), documenten waarin de best beschikbare technieken worden voorgeschreven. Het Schone Lucht akkoord
2. De uitvoering van de VTH-werkzaamheden voor Brzo-bedrijven is in Nederland belegd bij zes Brzo-OD’s, waaronder de ODRN. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het begrip Brzo-bedrijf vervangen door Seveso-inrichting.
12
In 2024 verwachten we een deel van het Brzo-vergunningenbestand om te zetten naar digitale vergunningen. De vergunningen worden daarmee beter doorzoekbaar, beter toepasbaar voor toezichthouders en het wordt mogelijk om informatie en analyses over de bedrijven uit te voeren. De ODRN voert bij de Brzo-bedrijven zowel Brzo-inspecties als Wabo-toezicht uit. Bij de meeste bedrijven wordt éénmaal per jaar een Brzo-inspectie samen met de inspectiepartners (NLA, VR en waterkwaliteitsbeheerders) uitgevoerd. Bij zogenaamde zorgbedrijven worden vaker Brzo-inspecties ingepland en uitgevoerd. Vrijwel alle inspecties worden aangekondigd uitgevoerd, tenzij er specifiek aanleiding is om onaangekondigd te gaan. Bij de Brzo- en RIE-4 bedrijven worden Wabo-inspecties uitgevoerd. In 2024 verwachten we een groot deel van de bedrijven volgens vernieuwde toezichtsplannen uit 2023 te kunnen controleren. De resterende toezichtsplannen worden in 2024 opgesteld. De bedrijven worden minimaal éénmaal per jaar gecontroleerd. Waar het naleefgedrag of de risicocategorie daar aanleiding voor geeft, worden extra controles ingepland. Bedrijven worden ook bezocht naar aanleiding van klachten of ongewone voorvallen. In 2024 besteden we extra aandacht aan de analyse van ongewone voorvallen van afgelopen jaren. Vanuit de landelijke samenwerking wordt een analyse per regio opgeleverd.
Deze willen we gebruiken om per type bedrijf kennis te vergaren en inzicht te krijgen in het soort ongewone voorvallen. Dit kunnen we vervolgens toepassen in risicogerichte vergunningverlening en inspecties. Binnen de Brzo-regio Oost hebben we periodiek overleg over uitvoering van Brzoinspecties en bespreken we de zorgbedrijven. Dit vindt plaats in een BRZO+coördinatorenoverleg en Regionaal Managementoverleg BRZO+. Daarnaast is er een BOA-coördinatie-overleg met het Openbaar Ministerie. De interprovinciale bestuurlijke adviescommissie Milieu, Toezicht en Handhaving (IPO BAC MTH) stelt jaarlijks het Uitvoeringsprogramma Brzo vast. Dit programma maakt deel uit van de meerjarenagenda (MJA) Brzo. Met de MJA hebben de provincies aangegeven dat zij, samen met de zes Brzo-omgevingsdiensten, werken aan een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Brzo- en RIE4-bedrijven en een gezamenlijk landelijk speelveld willen ontwikkelen. De samenwerking tussen de zes Brzo-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn in een excellente uitvoering van onze werkzaamheden. In het landelijke programma worden projecten uitgevoerd die de taakuitvoering bij de Brzo-OD’s optimaliseren. In 2023 wordt een nieuw MJA voor 2024 en verder, voorbereid. Voor de integrale uitvoering wordt met Brzo-partners een Brzo+ programma uitgevoerd.
In het Bestuurlijk Omgevingsberaad (Bob) is een gezamenlijk meerjarenvoorstel 2021 2024 vastgesteld voor de versterking van omgevingsveiligheid in clusters. Hierin is onder Cluster 1 Brzo+ ondergebracht. De ambitie van het Brzo+ samenwerkingsverband is om de veilige operatie van risicovolle bedrijven en installaties op een hoger niveau te brengen vanuit de invalshoeken veiligheid, gezondheid en milieu.
13
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% werkelijk uitgevoerd afgezet tegen de geplande Brzo-controles
100%
Gelderland – Extra Brzo
% werkelijk uitgevoerd afgezet tegen de geplande Wabo-controles bij Brzo- en RIE4-bedrijven
100%
Gelderland – Extra Brzo
% hercontroles < 3 weken Wabo Brzo- en RIE4-bedrijven
100%
Gelderland – Extra Brzo
% hercontroles < 3 weken Brzo-controles
100%
Gelderland – Extra Brzo
% handhavingscontroles/traject (dwangsom) < 3 weken na begunstigingstermijn
75%
Gelderland – Toezicht en Handhaving
% van de klachten waarbij de veroorzaker bekend is wordt < 6 maanden opgelost: alleen in groeiscenario
95%
Gelderland – Toezicht en Handhaving
% van de Brzo-inspectierapportages dat binnen 8 weken na het controlebezoek aan de inrichtinghouder is verzonden
80%
Gelderland – Extra Brzo
% volledige naleving bedrijven gemiddelde en lage prioriteit (naleefgedrag) % volledige naleving bedrijven zeer hoge en hoge prioriteit (naleefgedrag)
75%
Gelderland – Extra Brzo
70%
Gelderland – Extra Brzo
Wat gaan we daarvoor doen? 1. We voeren de VTH-taken uit bij Brzo-bedrijven in de regio Oost-Nederland: Wabo-vergunningverlening en zowel Wabo- als Brzo-toezicht & handhaving. 2. We gaan op drie niveaus met Brzo-ontwikkelingen aan de slag. Namelijk binnen Brzo+, Brzo6-OD’s en Brzo Oost. 3. We dragen bij aan de uitvoering van twee landelijke ontwikkelprogramma’s: Brzo6-OD’s en Brzo+. Dit doen we door het leveren van landelijke projectleiders en de inbreng van specialistische kennis op het gebied van externe veiligheid, lucht & geur, geluid, bodem, afval en water. We zorgen via een programma Brzo-Oost voor: • Implementatie van de landelijk vastgestelde projectresultaten binnen de ODRN. • Regionale afstemming en samenwerking met ketenpartners RWS, waterschappen, Veiligheidsregio’s, SZW, ILT en OM. • Versterken van de uitvoering van VTH-taken. • Brzo-medewerkers die gekwalificeerd en gecertificeerd zijn via een hoogwaardig landelijk opleidingsprogramma. • Actieve communicatie en kennisdeling over Brzo-activiteiten. • Aansturing van de genoemde activiteiten via programmamanagement.
Wat mag dat kosten? Het landelijk programma dat met de 6 Brzo-OD’s wordt uitgevoerd maakt deel uit van de MJA Brzo 2020 - 2023. De financiering hiervan is vastgesteld in het Interprovinciale overleg. We voeren de optimalisatie van de integrale uitvoering met Brzo-partners uit in een Brzo+ programma. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad heeft een meerjarenvoorstel 2021 - 2024 vastgesteld en daarin is onder Cluster 1 Brzo+ ondergebracht. Het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat financiert de bijdrage van de Brzo-OD’s aan het Brzo+ programma.
14
De opdrachtgevers provincie Gelderland (60%) en provincie Overijssel (40%) hebben via een gedeeld budget in het werkplan een implementatieprogramma Brzo-Oost met ons afgesproken. De uitvoering, sturing en verantwoording van de VTH-taken bij Brzo/RIE4-bedrijven vindt binnen de ODRN plaats in een programmastructuur. Het programma Brzo is als afzonderlijk onderdeel in het werkplan opgenomen.
3.4. Samen Sterk Wat doen we voor wie? In 2020 is het programma ‘Samen Sterk’ gestart. Het heeft de vorm van een programma, omdat gestuurd wordt op doelen en samenhang en omdat het een langjarige werking heeft. Het programma richt zich op een verbetering van de bestaande samenwerking op VTH-gebied tussen de uitvoerende partijen Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), ODRN en de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (VVHH) van de provincie Gelderland, maar ook op de samenwerking tussen de provincie Gelderland als opdrachtgever en de drie uitvoerende partijen als opdrachtnemer. Aanleiding voor de start van het programma was de constatering dat de basis niet op orde is. Een achterstand in actualiteit en vergunningverlening bij Wabo en Wnb, toezicht en handhaving wordt niet altijd volgens de nalevingsstrategie (LHS) uitgevoerd en aandachtsbedrijven die veel tijd en energie vragen. De doelen van Samen Sterk zijn: Een veilige leefomgeving en een betrouwbare overheid. Vervolgens het effectief en efficiënt uitvoeren van het werk. Na het opstellen van de begroting werd bekend dat 2023 het laatste jaar is van het programma Samen Sterk. In het kader van de voortgang van Samen Sterk heeft de provincie aangegeven voldoende ontwikkel- en verbeterpotentieel te zien waarbij een goede professionele samenwerking cruciaal is.
De successen, verbeter- en ontwikkelpunten van Samen Sterk worden in het reguliere werk uitgewerkt en doorgevoerd, aldus de provincie. De effecten van deze ontwikkelingen nemen we mee bij de wijziging van de begroting 2024 in het voorjaar van 2024. In het plan van aanpak Samen Sterk zijn een aantal programma’s opgenomen: Complexe vergunningverlening – Uitvoering bij de ODRN Aandachtsbedrijven – Regie vanuit ODRA, bijdrage van de ODRN Complexe handhaving – Regie vanuit de ODRA, bijdrage van de ODRN We lichten deze programma’s nu kort toe.
3.4.2 Complexe vergunningverlening Wat willen we bereiken? Dit programma is ingevoerd om meer focus en sturing aan te brengen op de Wabo- en Wnb-vergunningverlening bij bedrijven onder bevoegd gezag van de provincie Gelderland. De focus ligt op adequate vergunningverlening. Daarmee bedoelen we vergunningen die
15
tot stand zijn gekomen in een afgestemd werkproces en een afgestemde beoordeling en waarin de actuele wet- en regelgeving is verwerkt. Tegelijk is de opgave om met deze aanpak ook de huidige achterstanden weg te werken. Het programma moet zorgen voor een verbeter- en inhaalslag bij de Wabo- en Wnbvergunningverlening. We hebben de afgelopen jaren goede slagen gemaakt binnen dit programma en het is van belang om dit te continueren en goed te borgen. Daarom willen we in 2024 de VTH-doelstelling in onderstaande tabel hebben bereikt. De samenwerking en afstemming die vorm heeft gekregen tussen de uitvoerende organisaties: ODRA, ODRN en de afdeling VVHH van de provincie Gelderland willen we in 2024 voortzetten. We hebben de basis op orde en zijn in control. Dit betekent dat we continu inzicht hebben in de werkzaamheden, voortgang en resultaten en ook dat we in staat zijn om zo nodig maatregelen voor extra sturing te signaleren en door te voeren. We wegen de voor- en nadelen af en als dat nodig is leggen we dit bestuurlijk voor.
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% actualiteit Wabo in beeld
100%
Gelderland – Vergunningen
100%
Gelderland – Vergunningen
90 %
Gelderland – Vergunningen
80 %
Gelderland – Vergunningen
% actuele Wabo vergunningen voor BRZO/RIE4 bedrijven % actuele Wabo vergunningen voor bedrijven met risicocategorie zeer hoog % actuele Wabo vergunningen voor bedrijven met risicocategorie hoog – gemiddeld - laag
Wat gaan we daarvoor doen? De werkzaamheden hebben een integrale aanpak die gericht zijn op actuele vergunningen. Daarvoor gaan we het volgende doen: 1. De geïmplementeerde werkwijze ‘bedrijf centraal’, wordt voortgezet. Daarbij staat niet de aanvraag centraal maar de gehele vergunningsituatie bij een bedrijf. 2. Daarnaast gaan we bij een vergunningprocedure “scherper aan de wind varen”. Dat wil zeggen dat we de bedrijven nog maar 1 a 2x in de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen. Indien de aanvraag dan nog onvoldoende gegevens bevat om een besluit te kunnen nemen, zullen we de aanvraag buiten behandeling laten. Dat betekent onder meer dat we bij het vooroverleg hierover goede afspraken moeten maken met het bedrijf. 3. We vergunnen en programmeren toekomstbestendig, door vergunningen periodiek en volgens het VTH-beleid op actualiteit te beoordelen en prioriteiten te stellen voor procedures. 4. We verstevigen de samenwerking bij de samenloop van Wnb-Wabo-procedures.
3.4.3 Aandachtsbedrijven In 2020 is de provincie Gelderland samen met de ODRA en ODRN gestart met het programma Aandachtsbedrijven. Dit zijn bedrijven met een meervoudige complexe problematiek, die niet binnen de reguliere uitvoering van VTH-taken kan worden opgelost. Vaak gaat het om een combinatie van omgevingsveiligheid, ruimtelijke problematiek en een actieve omgeving. Op het totaal van zo’n 200 provinciale bedrijven gaat het om een
16
beperkt aantal van zo’n 20 aandachtsbedrijven. We pakken de problemen op door projectgroepen te vormen met de verschillende betrokken uitvoerders en specialisten van de ODRA, de provincie Gelderland en ODRN. De uitgangspunten zijn: We zorgen voor een jaarlijkse programmatische aanpak, met voor elk aandachtsbedrijf een projectmatige aanpak met een eenduidig doel. De aanpak is erop gericht voorkombare problematiek en bestuurlijke zorgen uit te sluiten. We doen voor elk aandachtsbedrijf een omgevingsscan. Hierbij geven we specifiek aandacht aan de verbinding met lokaal bestuur. We zorgen ervoor dat voor elk aandachtsbedrijf de stand van zaken bij het projectdoel op elk moment inzichtelijk is. Het overkoepelende doel van het programma Aandachtsbedrijven is om te komen tot uniformering en verduidelijking van de aanpak van deze bedrijven. Op die manier kunnen we sneller reageren en is het beter mogelijk om ervaringen te delen en de aanpak verder te professionaliseren.
3.4.4 Complexe handhaving ODRN levert toezichthouders milieu aan de pool van het programma voor uitvoering toezicht bij complexe bedrijven.
3.5. Programma Advisering Wat doen we voor wie? We verzorgen voor diverse opdrachtgevers de juridische advisering en de rechtsbescherming op het gebied van het omgevingsrecht. We zorgen ervoor dat het beleid van de opdrachtgevers juridisch goed onderbouwd is. We denken hier vanuit de uitvoering in mee en denken ook mee hoe het beleid goed geïmplementeerd kan worden. Besluiten, die opdrachtnemers op grond van dat beleid nemen, hebben hierdoor een goede juridische basis en zijn zo goed verdedigbaar in bezwaar- en beroepsprocedures. We handelen inkomende Woo-verzoeken af en zijn inmiddels druk bezig met het implementeren van de nieuwe wet. Dit doen we samen met onze opdrachtgevers. We praten steeds meer aan de voorkant mee, ook om er zo voor te zorgen dat we aan de achterkant minder rechtsbeschermingsprocedures hebben. Tot slot informeren we desgevraagd inwoners en bedrijven over het omgevingsrecht.
Wat willen we bereiken? We willen bijdragen aan een veilige leefomgeving. De advisering is erop gericht om inwoners gericht te helpen en een interne bijdrage te leveren aan kwalitatief goede besluiten, eventuele knelpunten in de uitvoering tegen te gaan of daarvoor een oplossing aan te dragen. Soms zitten er juridische onduidelijkheden in de regelgeving en het beleid. Wij melden dit aan de opdrachtgevers en doen voorstellen voor verbetering. Door veranderingen in de wetgeving en jurisprudentie moet beleid soms worden aangepast. Ook daarover denken we met de opdrachtgevers mee.
17
Indicatoren KPI
Doel %
Proces
% beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures Bezwaar – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures Bezwaar – BRIKS % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures (Hoger) Beroep – Milieu % beschikkingen dat overeind blijft in juridische procedures (Hoger) Beroep – BRIKS
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
90%
Advies
Klanttevredenheid over activiteit en deelaspect (uitgedrukt in cijfer van 1-10) of ontevreden, tevreden en zeer tevreden
Cijfer 7 of 80%
Dienstverlening
Wat gaan we daarvoor doen? Voor de advisering zorgen we voor voldoende kwalitatief personeel. We verwerken de ontwikkelingen op juridisch gebied in onze adviezen, zowel qua wetgeving als jurisprudentie. Ook zorgen we ervoor dat we in rechtsbeschermingsprocedures goed beslagen ten ijs komen. We informeren onze opdrachtgevers en collega’s actief vanuit onze rol over de gevolgen voor de uitvoering van veranderende wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht, zoals de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, de Wet open overheid en de Wet elektronische publicaties.
18
3.6. Programmabegroting In onderstaande tabel ziet u de programmabegroting 2024 met vergelijkende cijfers over 2022 (realisatie): Omschrijving
Jaarrekening 2022
Begroting 2024
in € * 1.000 7.4 Milieubeheer Milieu vergunningen
4.887
5.511
Milieu Toezicht en handhaven
3.796
4.083
Milieu Advies en projecten
4.128
6.064
Totaal
12.811 56%
15.657
BRIKS vergunningen
5.346
7.018
BRIKS Toezicht en handhaven
3.160
3.996
BRIKS Advies en projecten
1.667
2.220
Totaal
10.172 44%
13.234
54%
8.3 Bouwen & Wonen
Vrijval voorziening harmonisatietoelage
78
46%
0%
Overhead Toevoegingen/onttrekkingen aan de reserves Totaal baten
23.061
28.892
De in 2024 begrote baten hebben voor 56% betrekking op Milieubeheer en voor 44% op Bouwen & Wonen. Deze percentages zijn vergelijkbaar met 2022 (jaarrekening).
19
4. Begroting 2024 meerjarenraming 2025 - 2027
20
4.1. Financieel beeld Bouwstenen begroting 2024 We leggen u samen met de begroting 2024 ook de geactualiseerde begroting 2023 voor. De begroting 2023 is bijgesteld op basis van de werkplannen 2023 en inclusief een aanvullende indexering in verband met de kostenstijging in 2023. Deze begroting en het effect van nieuwe ontwikkelingen zijn bouwstenen voor de advieslijsten en de begroting 2024. Deze neemt met € 4,9 miljoen toe tot een begrotingstotaal van € 28,9 miljoen.
De toename 2024 verklaard De toename van € 4,9 miljoen komt voor € 2,7 miljoen door indexering. In dit bedrag is ook een inhaalindexering over 2023 verdisconteerd. De hoge inflatie van afgelopen maanden was vorig jaar, ten tijde van het opstellen van de begroting 2023, nog niet voorzien en is dus nog niet volledig in de begroting verwerkt. De invoering van de Omgevingswet en de WKB vanaf 1 januari 2024 zorgen voor incidentele meerkosten van € 1,8 miljoen. We rekenen met een opslag voor milieuvergunningen omdat we gaandeweg de omzetting zullen doen naar milieubelastende activiteiten (MBA’s). Ook houden we er rekening mee dat we zullen moeten oefenen met de nieuwe wetten. Verder voorzien we dat de Wkb tijdelijk meer inzet vergt. Voor een bouwactiviteit zijn straks niet langer één, maar twee vergunningen nodig. Ook treedt de wet slechts voor een deel in werking, waardoor alle aanvragen voor bestaande bouw nog door ons in behandeling genomen moeten worden. De bovenregionale taken laten een afname zien van € 4 ton. Dat komt door een omzetdaling voor vergunningverlening van complexe gemeentelijke bedrijven bij de omgevingsdiensten in het stelsel. Deze omgevingsdiensten voeren die taak vanaf 2024 zelf uit3. Ten slotte hebben we de subsidiebijdragen met € 3 ton verhoogd. Dat komt vooral doordat we De SPUK bijdrage voor energiecontroles aan de begroting hebben toegevoegd.
Ten slotte zijn er een aantal nieuwe (BRZO) projecten in onze begroting opgenomen.
Meerjarig perspectief De bijstellingen van de begrotingen 2023 en 2024 zijn deels tijdelijk. We verwachten vanaf 2025 in rustiger vaarwater te komen, de meeste omzettingen naar MBA’s zijn dan gerealiseerd en we zullen minder tijd kwijt zijn met oefenen. Ook zullen we besparingen realiseren doordat in de 2e helft van 2024 de Wkb voor alle gevallen gaat gelden die vallen onder risicoklasse 1. De begroting vanaf 2025 laat dan ook een daling zien. Deze daling wordt waarschijnlijk groter dan we nu presenteren. Want de effecten van het terughalen van de BRIKS-taken door Nijmegen zijn nog niet verwerkt4. De voorziene afname en onzekerheid door de BRIKS-discussie, maakt dat we kiezen voor maximale flexibiliteit en aanvullende middelen vooral inzetten voor inhuur. Waardoor de toekomstige disintegratiekosten beperkt worden. Het percentage inhuur komt daarmee op 27% in 2024 en daalt, door de omzetdaling in de jaren daarna, naar 21%. Het percentage overhead handhaven we meerjarig op 29%.
3
We adviseren de diensten nog wel bij deze taak. Dit voor een bedrag van ongeveer € 2 ton per
jaar. 4
Dat doen we pas na besluit over de overgangsdatum en concrete uitwerking van dit project.
21
4.2. Uitgangspunten We zijn bij het opstellen van de begroting 2024 uitgegaan van de volgende uitgangspunten: 1. De begroting 2024 is opgesteld op basis van de begroting 2023 inclusief bijstellingen naar aanleiding van de advieslijsten 2024. 2. De meerjarenbegroting 2024 - 2027 is op prijspeil 2024. Deze is inclusief een aanvullende indexering 2023: 8,6% plus indexering 2024: 3,55 %. We komen daarmee op uurtarieven van € 102 voor deelnemende gemeenten en € 110 voor overige opdrachtgevers inclusief de provincie Gelderland. 3. We hanteren een opslag op direct primaire inzet van 23% voor indirecte primaire inzet. 4. We gaan uit van een inhuurbudget van 27% van onze begrote salarissen plus inhuur. Dit percentage daalt in de begroting 2025 naar 22% en vanaf 2027 naar 21%. 5. We trekken 29% van het begrotingstotaal uit voor overhead. 6. De meerjarenraming is inclusief jaarschijf 2027. 7. We gaan uit van een productiviteit van 72%, wat neerkomt op afgerond 1350 uur productief. 8. Bij salariskosten rekenen we met een anciënniteit van 10 (max -1). 9. De begroting is zonder kostprijsverhogend btw-effect. We factureren de opdrachtgevers inclusief btw. 10. De kapitaallasten zijn gebaseerd op de afschrijfslasten. We gaan uit van 0% rente. We lichten de punten 1 tot en met 5 voor u toe. De overige uitgangspunten hoeven geen toelichting.
1 Begroting 2023 en advieslijsten 2024 We leggen u samen met de begroting 2024 ook de wijziging I begroting 2023 voor. De begroting 2023 is bijgesteld op basis van de werkplannen 2023. Deze begroting en het effect van nieuwe ontwikkelingen zijn bouwstenen voor de advieslijsten en de begroting 2024 inclusief meerjarenraming. De gesprekken met onze opdrachtgevers over de advieslijsten zijn ten tijde van het opstellen van deze begroting nog in volle gang. We gaan uit van de advieslijsten stand 10 maart 2023. Eventuele afwijkingen naar aanleiding van onderhandelingen of nieuwe ontwikkelingen verwerken we bij actualisatie van deze begroting die we in de eerste helft van 2024 aan u zullen voorleggen.
2 Indexering en uurtarieven 2024 Bij het opstellen van de begroting 2023 (in het eerste kwartaal van 2022) was de omvang van de kostenstijging als gevolg van de komende nieuwe cao nog niet te voorzien. De hoge inflatie van de afgelopen periode zal een doorvertaling kennen in de cao. We worden dus geconfronteerd met kostenstijgingen die we niet met onze begroting kunnen dekken.
22
We stellen daarom voor de tarieven 2024 op te hogen met een aanvullende indexering over 2023 van 8,6% en met de index 2024 van 3,55%. De index 2024 is volgens het percentage in de begrotingsrichtlijnen 2024. Deze is berekend in overeenstemming met de spelregels die ons Algemeen Bestuur op 30 september 2021 heeft vastgesteld.5 In de paragraaf bedrijfsvoering laten we zien hoe we met de genoemde indexeringspercentages komen tot de uurtarieven van € 102 en € 110.
3 Opslag indirect primaire inzet De inzet van onze indirect primaire medewerkers belasten we met een generiek percentage op de direct primaire inzet door aan onze opdrachtgevers. Het gaat om uren van procesondersteuning, accountmanagement, coördinatoren, vaktechnisch overleg en operationeel beleid. In 2023 hanteerden we een opslag van 24%. In 2024 verlagen we dit naar 23%. We kunnen dit percentage iets verlagen omdat onze omzet groeit en deze kosten deels een vast karakter hebben. Bij een dalende omzet vanaf 2025 zullen we dit wellicht weer moeten verhogen.
4. Inhuurbudget van 27% van onze begrote salarissen plus inhuur We stellen voor de aanvullende middelen vooral in te zetten voor extra inhuur en voor overhead. We komen daarmee uit op een percentage inhuur van 27%. We vinden het gezien het voornemen van de gemeente Nijmegen om de BRIKS-taken weer zelf uit te voeren, niet verstandig om nieuwe vaste medewerkers aan te nemen. Ook is er onzekerheid over de effecten van het invoeren van de Omgevingswet en de Wkb. We kiezen dus bewust voor flexibiliteit en wijken af van onze ambitie: een inhuur van maximaal 20% van begrote salarissen plus inhuur. In de meerjarenbegroting 2025 -2027 daalt dit percentage naar 21%. Het effect van het voornemen van Nijmegen om de BRIKS-taken terug te nemen is niet in deze begroting verwerkt. We wachten daarvoor eerst correcte besluiten over de uitwerking en de overgangsdatum af.
5. We trekken 29% van de het begrotingstotaal uit voor overhead Uit onderzoek en benchmark blijkt dat deze kosten schommelen rond de 30%6. Met een percentage van 29%, zitten we iets onder dit gemiddelde. Een mooie ambitie. We zijn ons ervan bewust dat het budget voor overhead gekoppeld is aan de realisatie van de omzet. Het terugnemen van de BRIKS-taken door Nijmegen betekent dat een deel van de dekking wegvalt. We houden daar rekening mee door formatie van vast personeel niet uit te breiden. Aanvullend budget voor overhead, zetten we in voor inhuur waarmee we gelet op toekomstige ontwikkelingen ook hier voor maximale flexibiliteit kiezen. Het overheadpercentage van 29% zal na het terughalen van de BRIKS-taken onder druk komen te staan.
Spelregels nota ‘Indexering vanaf 2023’: Verhouding index personeel/index materieel conform de begroting 2023: 84/16. Index materiële kosten => de CEP ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen’. Index personele kosten => de CEP ‘Beloning werknemers overheidssector’. Nacalculatie over de personele kosten over begrotingsjaar t -2 zoals die volgt uit de cao SGO, de ABP-pensioenpremies en sociale premies. 6 Zie paragraaf overhead en inhuur 5
23
4.3. Meerjarenbegroting 2024 – 2027 Lasten Omschrijving In * 1.000 Salariskosten Salariskosten overhead Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Piofah – gemeente Nijmegen ICT - IRVN Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers Materiële kosten Bijdrage regionaal stelsel Ontwikkelprogramma Totaal lasten
jaarrekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
11.695
14.007
14.381
14.318
14.318
14.318
2.027
2.951
3.056
3.043
3.043
3.043
176
327
335
334
334
334
4.578
5.100
5.762
4.423
4.416
4.296
219
666
719
337
336
265
2.651
1.487
1.298
1.291
1.291
1.291
-
1.190
1.160
1.169
1.175
1.175
300
272
208
206
206
206
281
311
337
336
336
336
747
659
1.227
1.216
1.216
1.216
270
395
408
406
406
406
731
1.013
-
-
-
-
23.675
28.378
28.892
27.079
27.077
26.886
jaarrekening 2022
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
20.154
24.592
26.584
24.860
24.860
24.860
1.817
2.099
1.715
1.686
1.686
1.686
358
1.204
593
533
532
340
656
144
-
-
-
-
78
-
-
-
-
-
-
339
-
-
-
-
23.061
28.378
28.892
27.079
27.077
26.886
-614
0
0
0
0
0
Baten Omschrijving
Bijdragen deelnemers Bovenregionale bijdragen Subsidies en diverse opdrachten Bijdrage Ontwikkelprogramma Vrijval voorziening harmonisatietoelage Onttrekking bestemmingsreserve Totaal baten Rekening/begrotingssaldo
24
4.4. Wijzigingen in de meerjarenbegroting 2024 - 2027 Het Algemeen Bestuur heeft op 14 juli 2022 de begroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024 - 2026 vastgesteld: de primitieve begroting. De mutaties op deze begroting en de dynamische begroting, de actuele stand, ziet u in bijlage 6.1. De dynamische meerjarenbegroting is het vertrekpunt van de wijzigingen die we u nu voorleggen. Deze vatten we in volgende tabel samen: in € * 1.000 Baten
Bijdragen deelnemers Bovenregionale bijdragen Subsidies en diverse opdrachten Bijdrage Ontwikkelprogramma
Totaal baten Lasten
Salariskosten Salariskosten overhead Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Piofah - gemeente Nijmegen ICT - IRVN Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Ontwikkelprogramma
Totaal lasten
25
2023
2024
2025
2026
3050 -7 765 43
5043 -422 289 0
3319 -451 229 0
3319 -451 228 0
3.852
4.909
3.096
3.095
1006 308 23 1531 480 -58 146 20 208 47 28 113
1456 413 34 2212 532 -328 195 -204 234 624 41 -300
1393 399 32 873 150 -335 197 -206 233 620 39 -300
1392 399 32 866 150 -335 203 -206 233 620 39 -300
3.852
4.909
3.096
3.095
4.5. De wijzigingen verklaard In deze paragraaf lichten we de mutaties op de begrotingsposten toe, eerst gaan we in op de baten en vervolgens op de bijstellingen van de lasten.
Baten 2024 De mutaties van de begrootte baten ziet u in de volgende tabel: in € * 1.000
2023
2024
2025
2026
Bijdragen deelnemers
Bijdrage Ontwikkelprogramma
3.050 -7 765 43
5.043 -422 289 0
3.319 -451 229 0
3319 -451 228 0
Totaal baten
3.852
4.909
3.096
3.095
Bovenregionale bijdragen Subsidies en diverse opdrachten
Bijdragen deelnemers De in 2024 begrote bedragen zijn gebaseerd op de advieslijsten 2024 die in maart 2023 met de opdrachtgevers zijn afgestemd7.. De begroting van onze deelnemers neemt met € 5,0 miljoen toe. Dit gaat om: a) € 2,5 miljoen indexering: additioneel 2023 € 1,7 miljoen en 2024 € 8 ton, b) € 9,5 ton extra inzet als gevolg van invoering van de Omgevingswet en € 8 ton extra inzet als gevolg van invoering van de WKB, c) € 7,5 ton aanvullende projecten. Ad a. Voor uitleg over de indexering verwijzen we naar de uitgangspunten bij deze begroting. Ad b. De aanvullende werkzaamheden houden vooral verband met invoering van de Omgevingswet en de Wkb. We voorzien extra werkzaamheden van € 9,5 ton als gevolg van invoering van de Omgevingswet: omzetten van inrichtingen naar MBA’s en het oefenen met de wet. De extra inzet is tijdelijk. In 2024 willen we al zo’n 80% van het inrichtingenbestand naar MBA’s omzetten en ook extra inzet door het oefenen met de wet zal na verloop van tijd afnemen. Ook de invoering van de Wkb zal tijdelijk extra werk met zich meebrengen. Voor de bouwactiviteit zijn straks niet langer één maar twee vergunningen nodig: de technischeen de omgevingsplanvergunning. De Wkb regelt dat marktpartijen verantwoordelijk worden voor het toezicht op de bouw in gevolgklasse 1.
Maar omdat er te weinig kwaliteitsborgers op de markt zijn, blijven aanbouwen en interne verbouwingen vooralsnog bij de gemeente. Het aantal bouwmeldingen waarop privaat toezicht gehouden wordt, is dus nog klein en het aantal vergunningen voor bouwen is door de dubbeling hoog. Dit werkt kostenverhogend, in 2024 willen we hiervoor € 8 ton extra
De gesprekken over deze lijsten worden ten tijde van het opstellen van deze begroting nog met opdrachtgevers gevoerd. Het is dus mogelijk dat de advieslijsten nog wijzigen. Zo lopen er gesprekken over projecten actualisatie milieuvergunningen, een trainee programma en een traject kennisontwikkeling en opleiding van medewerkers vergunningverlening milieu. Afspraken hierover en eventuele andere aanpassingen verwerken we bij actualisatie van de begroting in het voorjaar van 2024. 7
26
uittrekken. We gaan ervan uit dat per 1 juli 20248 alle gevolgklasse 1 onder de Wkb valt. Hierdoor nemen de kosten in de tweede helft van 2024 af. In de volgende tabel laten we u het begrotingsbedrag 2024 uitgesplitst naar structurele en genoemde astructurele effecten van in totaal € 1,7 miljoen per deelnemer zien.
* 1.000
2024 Astructureel
GEMEENTE BERG EN DAL
2.738
239
Structureel 2.499
GEMEENTE BEUNINGEN
2.348
213
2.135
GEMEENTE DRUTEN
671
33
637
GEMEENTE HEUMEN
1.045
98
948
GEMEENTE NIJMEGEN
10.126
762
9.364
GEMEENTE WIJCHEN
1.101
52
1.049
GEDEP STATN PROV GLD
8.555
326
8.229
26.584
1.724
24.860
Over deze astructurele effecten gaan we met deelnemers in gesprek. We zullen samen bekijken hoe we de uitdagingen zo efficiënt en effectief mogelijk het hoofd kunnen bieden. Mogelijk leidt dit tot een bijstelling van de begroting 2024. Deze voeren we door bij wijziging van deze begroting in het voorjaar 2024. Ad c. De overige bijstellingen van € 7,5 ton houden verband met afspraken over aanvullende projecten. Zo hebben we afspraken met de provincie Gelderland over een aantal projecten om onze BRZO-dienstverlening te versterken: analyse ongewone voorvallen, regievoering BRZO-bedrijven en een project waarmee we BRZO-medewerkers willen aantrekken en opleiden. U ziet de begrote meerjarenbedragen per deelnemer in de volgende tabel:
* 1.000 GEMEENTE BERG EN DAL GEMEENTE BEUNINGEN GEMEENTE DRUTEN GEMEENTE HEUMEN GEMEENTE NIJMEGEN GEMEENTE WIJCHEN GEDEP STATN PROV GLD
GEDEP STATN PROV GLD project IPPC9 Totaal deelnemersbijdragen
2023 2.573 2.030 630 943 9.770 1.022 7.602
2024 2.738 2.348 671 1.045 10.126 1.101 8.555
2025 ev 2.499 2.135 637 948 9.364 1.049 8.229
24.570
26.584
24.860
26.584
24.860
21 24.592
Omdat er nog geen definitief besluit is genomen over inwerkingtreding bestaat het risico dat een bijstelling naar boven nodig is. In dat geval zullen we de begroting het voorjaar van 2024 aanpassen. 9 Dit betreft een project waarvan we de bijdragen in eerdere jaren ontvangen hebben. 8
27
Bovenregionale bijdragen De bovenregionale bijdragen nemen met € 4,2 ton af. De omzet bij de omgevingsdiensten in het Gelders stelsel daalt met € 5,9 ton. Dat komt vooral doordat deze diensten de vergunningverlening complexe gemeentelijke inrichtingen vanaf 2024 zelf gaan uitvoeren. De omzet bij de provincie Overijssel neemt € 1,7 ton toe door een aantal nieuwe BRZOprojecten. In de volgende tabel ziet u de begrotingsbedragen waarin we deze mutaties verwerkt hebben: * 1.000 PROVINCIE OVERIJSSEL OMG.DIENST ARNHEM Overige stelsel diensten
2023 854 497 749
2024 1.032 484 200
2025 ev 1.003 484 200
Totaal bovenregionaal
2.099
1.715
1.686
Grotere opdrachtgevers blijven de provincie Overijssel en de ODRA (handhaving van aandachtsbedrijven en complexe provinciale bedrijven). De baten voor overige stelseldiensten bouwen we af van € 7 ton in 2023 naar € 2 ton vanaf 2024. Dit bedrag bestemmen we nog voor specialistische advisering.
Subsidies en overige baten De subsidies en overige baten nemen met € 2,9 ton toe. Dat komt voor € 1,9 ton door de bijdrage van het ministerie van EZK voor energiecontroles. Daarnaast verhogen we de subsidiebijdragen van DCMR en ODNL met € 1 ton. De detacheringsbijdrage met de gemeente Nijmegen loopt een jaar langer door wat een aanpassing geeft van ruim € 60.000. We hebben € 60.000 geraamd voor diverse nog af te sluiten opdrachten. We voorzien vooralsnog geen aanvullende opdrachten en we stellen voor deze post te laten vervallen. In deze tabel ziet u de begrotingsbedragen waarin we deze mutaties verwerkt hebben:
* 1.000 GEMEENTE NIJMEGEN GEDEP STATN PROV GLD DCMR MILIEUDIENST OMGEVINGSDIENST NL Ministerie I&W Ministerie E&K
2023 57 56 195 133 585 178
2024 63 213 127 190
2025 ev 213 127 193
Totaal subsidies en overige bijdragen
1.204
593
533
28
Lasten 2024 De mutaties van de begrote lasten laten we in deze tabel zien:
Salariskosten Salariskosten overhead Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Piofah IRVN Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers Overige materiele kosten Bijdrage regionaal stelsel Ontwikkelprogramma
2023
2024
2025
2026
1006 308 23 1531 480 -58 146 20 208 47 28 113
1456 413 34 2212 532 -328 195 -204 234 624 41 -300
1393 399 32 873 150 -335 197 -206 233 620 39 -300
1392 399 32 866 150 -335 203 -206 233 620 39 -300
3.852
4.909
3.096
3.095
We lichten eerst de mutatie over 2024 toe. Deze mutatie van € 4,9 miljoen betreft: a) Effecten wijziging I begroting 2023, € 2 ton b) Indexering, € 2,7 miljoen c)
Overige bijstellingen 2024, € 1,99 miljoen
In de volgende tabel ziet u deze mutaties uitgesplitst naar begrotingscategorie:
a. in € * 1.000 Salariskosten Salariskosten overhead Opleidingskosten Inhuur Inhuur overhead Piofah IRVN Kapitaallasten Materiële kosten opdrachtgevers
Actualisatie 2023 103 -184 77 200
b.
Overig 1.812 511 -306 -250
Totale bijstelling 2024 1.456 413 34 2.212 532 -328 195 -204
34
-
234
68
556
624
Indexering 1.456 309 34 400 21 162 117 46
c.
Overige materiele kosten
-
Bijdrage regionaal stelsel
-
Ontwikkelprogramma
-
41 34
-334
41 -300
196
2.724
1.990
4.909
Totaal lasten
29
a. Wijziging I begroting 2023 Deze aanpassingen voor in totaal € 2 ton betreft effecten wijziging I begroting 2023 die doorwerken in 2024. Het gaat om: € 1 ton formatie-uitbreiding toezichthouder milieu, - € 1,8 ton piofah (minder repro- en facilitaire kosten en -0,53 fte financieel medewerker), € 77.000 meerkosten IRVN en € 2 ton materiële kosten opdrachtgevers. Voor een uitgebreidere tekstuele toelichting verwijzen we u naar de wijziging I begroting ODRN 2023.
b. Indexering De indexering van in totaal € 2,7 miljoen is berekend op basis van de percentages in de uitgangspunten van de begroting: aanvullend over 2023 (7,31%) en over 2024 (3,55%).
c. Overige bijstellingen 2024 Inhuur De toename van de baten is deels tijdelijk (effect van invoering Omgevingswet en Wkb) en er zijn door het voornemen van de gemeente Nijmegen om de BRIKS-taken terug te nemen onzekerheden over de toekomstige omzetontwikkelingen. We kiezen daarom voor maximale flexibiliteit en breiden de formatie van onze medewerkers niet uit. We voegen de extra middelen, voor € 1,8 miljoen, aan het budget voor inhuur toe.
Inhuur overhead Ook bij de overhead kiezen we voor flexibiliteit en nemen we geen nieuw vast personeel aan. De extra middelen voor overhead besteden we daarom ook aan inhuur overhead. In de paragraaf overhead kun u lezen dat we het aandeel overhead ramen op 29% van de totale begrote lasten.
Piofah gemeente Nijmegen We nemen van de gemeente Nijmegen verschillende diensten af op het vlak van personeel, ICT en huisvesting: de zogenaamde PIOFAH-taken. Dit ligt vast in de gastheerovereenkomst die loopt van 2020 tot en met 2023. Vanaf 2024 zullen we een nieuwe overeenkomst met de gemeente Nijmegen sluiten. De piofah-overeenkomst met de gemeente Nijmegen bouwen we af met € 3 ton. Dit betreft een afname van de kosten voor beheer van ICT-contracten. We zijn overeengekomen dat we deze contracten zelf gaan beheren. Het budget hiervoor hevelen we over naar het budget voor materiële kosten. We hebben de overeenkomst afgelopen jaren flink afgebouwd en we gaan deze in 2024 nog verder afbouwen. De keuze is gemaakt om een financieel pakket aan te schaffen dat goed is toegesneden op onze bedrijfsvoering. Het liefst een integraal pakket: financiën, HRM en tijdschrijven in één. Met dit besluit zullen we in 2024 ook de dienstverlening op het gebied van financiën en de salarisadministratie niet meer van de gemeente Nijmegen afnemen. Omdat hierover nog geen formeel besluit is genomen, nemen we aanpassingen van de begroting mee bij de actualisatie van de begroting in het voorjaar van 2024.
Kapitaallasten De begrote afschrijvingslasten zijn deels gebaseerd op het activeren van investeringen in ICT-applicaties. Tegenwoordig is er veelal sprake van ICT-contracten op basis van jaarlijkse licentiekosten die we niet activeren. Ook de contractering van ons nieuwe zaaksysteem, onze financiële pakket en tijdschrijf en HRM-module zullen op basis van licenties plaatsvinden. Vooruitlopend hierop hevelen we jaarlijks € 2,5 ton over van de kapitaallasten naar het budget voor materiële kosten (waaronder uitgaven voor ICT).
30
Materiële kosten Dit gaat om materiële kosten die we niet via de gastheer afnemen, zoals kosten voor woon-werkverkeer, dienstreizen, abonnementen, porto, ICT, drukwerk, representatie en advertenties voor de werving van personeel. We voegen aan dit budget structureel € 5,5 ton (€ 3 ton piofah Nijmegen en € 2,5 ton kapitaallasten) toe. Deze mutaties hebben we hiervoor toegelicht.
Ontwikkel- en innovatiebudget vanaf 2024 In 2023 ronden we de ontwikkelagenda af. We zetten in dat jaar de laatste hiervoor bestemde bijdragen van onze deelnemers in. De ontwikkelopgaven zijn daarmee niet afgerond. In de begroting 2023 hebben we daarom jaarlijks € 3 ton aan de begroting toegevoegd. Hiermee betalen we ureninzet voor ‘interne’ projecten. Deze bijdrage is verwerkt in de toeslag van 23% op het uurtarief voor direct primaire inzet en wordt door al onze opdrachtgevers betaald. We zien daarom geen toegevoegde waarde om deze inzet apart in de begroting te laten zien en stellen voor dit budget aan onze reguliere budgetten toe te voegen. We doen in de bestuursrapportages en jaarstukken uiteraard wel verslag van de inzet van deze middelen.
Wijzigingen 2025 tot en met 2027 In 2025 en 2026 hogen we de baten en lasten op met jaarlijks afgerond € 3,1 miljoen. Dit betreft voor € 2,6 miljoen indexering (inhaal 2023 7,31% en index 2024 3,55%). We hebben daarnaast structurele extra baten geraamd voor onze deelnemers van jaarlijks € 9 ton voor met name extra projecten bij de provincie Gelderland. De bovenregionale baten nemen met € 6 ton af. Met name doordat deze diensten de vergunningverlening complexe gemeentelijke inrichtingen zelf gaan uitvoeren. De ophoging van de subsidiebedragen in 2024 trekken we voor jaarlijks € 1,7 ton door. De lasten 2023 zijn verhoogd met € 2,7 miljoen vanwege indexering en met het structureel doortrekken van de effecten uit 2023 en 2024 zoals hierboven toegelicht. Aanvullende werkafspraken voegen we toe aan de begrote inhuur waarmee we kiezen voor maximale flexibiliteit. In 2024 is het percentage inhuur 27%. Dit loopt door de omzetdaling af van naar respectievelijk 22% en 21% in 2025 en 2026. Dat laten we in de volgende paragraaf zien. Het aandeel overhead handhaven we meerjarig op 29% van de totale lasten. De begrote baten 2026 zijn vertaald naar jaarlaag 2027. Alleen de specifieke uitkering van het ministerie van EZK voor energiecontroles loopt af in 2026 en nemen we niet mee in de begroting 2027. Dit zorgt voor een afname van de baten en lasten met € 1,9 ton.