CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Vast te stellen bestemmingsplan, toelichting incl. bijlagen

Raad 6 oktober 2022, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied, recreatiecentrum Heumens Bos”20.652 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

BESTEMMINGSPLAN

BUITENGEBIED, RECREATIECENTRUM HEUMENS BOS

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, RECREATIECENTRUM HEUMENS BOS GEMEENTE HEUMEN Planstatus

Vastgesteld

Datum

19 - 04 - 2022

Plan identificatie

NL.IMRO.0252.BUbpHeumensbos-VA01

Auteur(s)

Cristian van Kuijk, Zoë Zeegers

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

Inhoud 1.

Inleiding

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

2.

Bestaande situatie

2.1 2.2.

Bestaande situatie recreatiecentrum Bestaande situatie perceel nr. 809

3.

Toekomstige situatie

3.1 3.2 3.3

Planvoornemen Landschappelijke inpassing Verkeer en parkeren

4.

Beleidskader

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijke beleid

5.

Randvoorwaarden

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Inleiding Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Flora en fauna Geluid Luchtkwaliteit Water Mer-beoordeling

6.

Juridische aspecten

6.1 6.2 6.3

Verbeelding Planregels Toelichting bestemmingen

7.

Uitvoerbaarheid

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5 5 6 6 7

9 11

13 14 14

16 19 21

23 23 26 27 28 30 32 37 37 39 41

44 44 44

47 47

|2

Bijlagen 1. Landschappelijk inpassingsplan 2. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek 3. Verkennend bodemonderzoek 4. Windvangonderzoek 5. Quick scan natuurwetgeving 6. Vleermuizenonderzoek 7. Stikstofdepositie berekening 8. Nota zienswijzen

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|3

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|4

Ligging plangebied recreatiecentrum Heumens Bos

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|5

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan zijn de ontwikkelingen van het Recreatiecentrum Heumens Bos in de gemeente Heumen. Het recreatiecentrum ligt aan de Vosseneindseweg 46 in Heumen. In het kader van de duurzame toekomstvisie van het recreatiecentrum is het gewenst om de centrale faciliteiten te moderniseren en de bestaande verkeersonveilige ontsluiting te verbeteren. Aan de westzijde van het recreatiecentrum is een direct aangrenzend perceel agrarische grond aangekocht, waardoor de mogelijkheden zijn ontstaan om een nieuwe verkeersveilige verkeersontsluiting te maken en om vervangende nieuwbouw van het centrale faciliteitengebouw te realiseren. In het nieuwe centrale faciliteitengebouw komen op de verdieping hotelkamers, waardoor het recreatieaanbod van het recreatiecentrum verbreed wordt. Tevens wordt voorzien in een robuuste landschappelijke inpassing en worden voldoende parkeervoorzieningen aangebracht. Om de ontwikkelingen van het recreatiecentrum planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk waardoor de bestemming ‘Agrarisch’ van het aangekochte perceel wordt gewijzigd in ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’. Vanwege de wens om één eenduidige planologische regeling voor het gehele recreatiecentrum te hebben, is ook het bestaande terrein van het recreatiecentrum meegenomen in dit bestemmingsplan.

Inhoudelijk worden daarin geen significante wijzigingen aangebracht. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Heumen hebben per brief van 28 november 2018 laten weten in principe medewerking te verlenen aan het planvoornemen.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied betreft het perceel Heumen, sectie I, nr. 809 en heeft een oppervlakte van ca. 15,5 hectare. Het plangebied ligt in het buitengebied van Heumen, ten noordwesten van de dorpskern en de A73. Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Heumen, sectie I, nummers 140, 364, 365, 367, 368, 465, 497, 498 en 809. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Vosseneindseweg. De Heumenhofseweg loopt langs de oostzijde van het recreatiecentrum. Ten noorden van het recreatiecentrum ligt het bosgebied Heumens Bosch. Aan de westzijde grenst het plangebied aan agrarische gronden. De beoogde uitbreiding van het recreatiecentrum ligt aan de zuidwestzijde en bestaat nu uit een open weiland.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen 2009’, vastgesteld op 16 december 2010. Op grond van dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemmingen ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’, ‘Agrarisch met waarden – Landschap en natuur’ en ‘Groen – Landschappelijke beplanting’. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’ aanwezig en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: •

Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling.

•

Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.

•

Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|7

1.5

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving van het relevante beleidskader op Rijks-, provinciaal en gemeentelijke niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt in hoofdstuk 7 beschreven.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|8

Luchtfoto bestaande situatie recreatiecentrum en het perceel voor de beoogde uitbreiding

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|9

2.

BESTAANDE SITUATIE

2.1

Bestaande situatie recreatiecentrum

Aan de Vosseneindseweg 46 Heumen is het Recreatiecentrum Heumens Bos gevestigd. Het bedrijf bestaat al een aantal decennia en heeft zich in die tijd ontwikkeld tot een veelzijdig recreatiebedrijf. Het recreatiebedrijf is gelegen in een bosachtig gebied met volwassen beplanting, waardoor het aan alle zijden landschappelijk is ingepast. Binnen het recreatiecentrum zijn naast staanplaatsen voor tenten, campers en caravans, ook trekkershutten, mobile homes en bungalows aanwezig. Op basis van het huidige bestemmingsplan mogen maximaal 352 recreatiewoningen en stacaravans en maximaal 204 toeristische plaatsen ten behoeve van toercaravans en tenten aanwezig zijn.

Plattegrond bestaande situatie recreatiecentrum Heumens Bos

Daarnaast zijn er diverse gebouwen voor de faciliteiten aanwezig. In totaal mag volgens het bestemmingsplan de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen maximaal 2.850 m2 bedragen. Verspreid over het terrein staat een aantal kleinere gebouwen voor onder andere sanitair en een werkplaats. Nabij de ingang van het recreatiebedrijf staat het huidige hoofdgebouw met de centrale voorzieningen. Dit bestaat uit diverse aangebouwde gebouwen en overkappingen voor de receptie, de winkel, de wasserette, horeca, opslag en technische ruimtes. Die totale bebouwing is in 1985 van een kapconstructie voorzien zodat het meer een geheel leek. De gebouwen voldoen inmiddels steeds minder (onlogische routing en inefficiënt) als gevolg van gewijzigde inzichten en functies. Bovendien is een groot deel ook bouwtechnisch aan vervanging toe. Ook op het gebied van energiebeperking voldoen de huidige gebouwen absoluut niet meer: ze zijn slecht of niet geïsoleerd en voor een groot gedeelte nog voorzien van enkel glas.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|10 De huidige entree van het recreatiebedrijf is vrij smal en ligt net na een flauwe bocht in de weg. In combinatie met de dichte beplanting tussen de weg en het recreatiebedrijf leidt dit tot verkeersonveilige situaties en een verminderde zichtbaarheid van de entree. Er zijn al meerdere malen gevaarlijke situaties ontstaan en zelfs aanrijdingen waarvan enkele met letselschade. Bij drukte, bijv. in het hoogseizoen, staan soms auto’s met caravans en campers op de weg te wachten. Bovendien loopt de route om de camping op en af te komen midden door enerzijds de centrale bebouwing en anderzijds de diverse recreatievoorzieningen zoals het zwembad, de tennisbanen en jeu de boule-banen. Ook dat levert vaak een gevaarlijke situatie op omdat de gasten (veel kinderen!) daar frequent over moeten steken. Ten oosten van de entree liggen de onverharde centrale parkeervoorzieningen van het recreatiebedrijf. Aan de westzijde van de entree staat de bedrijfswoning.

Centrale voorzieningen Heumens Bos

De lange geschiedenis van het recreatiebedrijf heeft er toe geleid dat een aantal voorzieningen van het recreatiecentrum inmiddels sterk aan het verouderen is. Dat geldt voor zowel de fysieke (onderhouds-)toestand van gebouwen en voorzieningen als de mogelijkheden om het hele spectrum van moderne hedendaagse faciliteiten aan te bieden.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|11

2.2.

Bestaande situatie perceel nr. 809

Voor de gewenste opwaardering van de voorzieningen hebben de eigenaren van het Recreatiecentrum het naastgelegen agrarische perceel gekocht, kadastraal bekend Heumen, sectie I, nr. 809. Dit perceel is in de bestaande situatie in gebruik als grasland.

Kadastraal perceel Heumen, sectie I, nr. 809

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|12

Toekomstige situatie met uitbreiding op het naastgelegen agrarisch perceel sectie I, nr. 809

Toekomstige situatie met uitbreiding op het naastgelegen agrarisch perceel sectie I, nr. 809

Toekomstige situatie met invulling van het agrarisch perceel sectie I, nr. 809

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|13

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1

Planvoornemen

Het recreatiebedrijf heeft plannen voor een duurzame opwaardering van het bedrijf. Hiertoe zal enerzijds het bestaande en verouderde centrale hoofdgebouw worden vervangen door vervangende nieuwbouw. Daarnaast zal de verkeerssituatie vanaf de openbare weg en op het terrein zelf verbeterd worden, en zullen aanvullende parkeervoorzieningen gerealiseerd worden. Om ruimte te bieden aan de noodzakelijke aanpassingen is het naastgelegen agrarische perceel, kadastraal bekend Heumen, sectie I, nr. 809, aangekocht. Dit perceel heeft een oppervlakte van circa 1 hectare. Aangezien het bestaande recreatieoord een oppervlakte heeft van 14,5 hectare betekent dat een uitbreiding met ca. 7%. Het planvoornemen betreft het herbestemmen van dit agrarische perceel naar ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’, waardoor dit perceel bij het recreatiecentrum Heumens Bos getrokken kan worden. De eigenaren van het Recreatiebedrijf zijn voornemend om op dit perceel een vervangend complex met de faciliterende voorzieningen te realiseren ter vervanging van de huidige voorzieningen. Op het nieuwe terrein deel zijn op basis van de afspraken bij de koopovereenkomst geen recreatiewoningen, stacaravans en toeristische standplaatsen toegestaan evenals geen buitenactiviteiten voor en met gasten, zoals bijvoorbeeld kampvuur en speeltuin. De vervangende nieuwbouw wordt modern, efficiënt en toekomstbestendig.

Het gebouw wordt zo duurzaam mogelijk opgezet. Daarbij wordt gedacht aan energiemaatregelen zoals goede isolatie en de toepassing van moderne energiebronnen, zoals zonnepanelen, warmtepompen en dergelijke, maar ook het gebruik van duurzame, gerecycled of recyclebaar materiaal en een lage milieubelasting staan daarbij hoog in het vaandel. Alle voorzieningen die momenteel aanwezig zijn, komen weer terug in de vervangende nieuwbouw. Door de efficiëntere indeling wordt de service van de gasten sterk verbeterd, maar ook is een veel doelmatiger bedrijfsvoering mogelijk. Momenteel zijn er opslagruimten op diverse plaatsen op het terrein. Hierover is geen goede controle mogelijk met alle gevolgen van dien, het is onoverzichtelijk, rommelig en feitelijk onwerkbaar. Door de vervangende nieuwbouw geheel te onderkelderen ontstaat opslagruimte voor voorraden, gereedschappen en materieel, alsook de (winter)opslag van tenten, terrasmeubilair en inventarisatiegoederen. Naast de bestaande voorzieningen worden de bedrijfsactiviteiten uitgebreid met een hotelfunctie en vergader-/congresfaciliteiten waardoor het bedrijf beter kan renderen en toekomstbestendiger wordt. Het recreatiebedrijf kan hierdoor een totaalpakket aanbieden: van kamperen in een tent tot overnachten in een hotelkamer en alles wat daartussen zit. In het nieuwe gebouw worden daartoe 33 hotelkamers gerealiseerd.

De bestaande planologische mogelijkheden voor 352 recreatiewoningen en stacaravans en 204 toeristische plaatsen ten behoeve van toercaravans en tenten blijven gehandhaafd en worden niet uitgebreid.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|14 Conform het huidige bestemmingsplan mag er 2.850 m 2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig zijn op het gehele recreatiecentrum. De realisatie van het vervangende hoofdgebouw, en de sloop van het huidige hoofdgebouw, past binnen deze oppervlakte. De vervangende nieuwbouw zal een oppervlakte van circa 1.300 m2 krijgen, terwijl het huidige hoofdgebouw een oppervlakte van ruim 1.000 m2 heeft. In dit nieuwe bestemmingsplan worden daarom de huidige regels voor oppervlakten van gebouwen overgenomen. De hoeveelheid bebouwing wordt niet uitgebreid. Ook de regel voor de goot- en bouwhoogte van maximaal 6 meter en 8 meter wordt overgenomen. Voor wat betreft de bouwhoogte van de vervangende nieuwbouw wordt een specifieke maatvoeringsaanduiding opgenomen (‘maximum bouwhoogte: 10m’). Vanuit de huidige bouwregelgeving en eisen voor duurzaamheid is tegenwoordig een grotere bouwhoogte noodzakelijk, zodat gekozen is voor een maximale bouwhoogte van 10 meter. Het bouwplan voor de vervangende nieuwbouw zal nog nader uitgewerkt worden.

Eerste impressie vervangende nieuwbouw hoofdgebouw, het gebouw wordt bouwkundig nog nader uitgewerkt

3.2

Landschappelijke inpassing

Het recreatiecentrum bestaat uit een bosachtig gebied. Langs de randen is reeds een landschappelijke inpassing voorzien door middel van de bestemming “Groen – Landschappelijke beplanting”. Ook bij perceel waarop de uitbreiding komt, zal voorzien worden in een landschappelijke inpassing met een breedte van circa 10 meter. Vanwege de verbindingszone voor de das dient deze landschappelijke zone te worden ingericht als dassenzone met lage dekking biedende inheemse doornrijke en bes-dragende struiken van minimaal 10 meter breed. Voor de landschappelijke inpassing is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, dat is opgenomen in bijlage 1.

3.3

Verkeer en parkeren

Parkeren Met het planvoornemen wordt het parkeerterrein van het recreatiecentrum verplaatst. Voor het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt aangesloten bij de recente parkeerkengetallen uitgegeven door het CROW. Het planvoornemen voorziet in het uitbreiden van de bedrijfsactiviteiten van het Recreatiecentrum Heumens Bos met +/- 33 hotelkamers, daarbij worden de bestaande voorzieningen verplaatst van de bestaande gebouwen, naar één vervangende nieuwbouw. De parkeerbehoefte zal enkel toenemen ten gevolge van de te realiseren hotelfunctie. Het clusteren en vernieuwen van de voorzieningen voor de gasten van het recreatiecentrum zal geen extra parkeerbehoefte tot gevolg hebben.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|15 Voor het plangebied wordt uitgegaan van de parkeernorm voor de stedelijkheidsgraad ‘buitengebied, weinig stedelijk’. Voor een 4* hotel geldt een parkeernorm van 9,0 parkeerplaats per 10 kamer. Middels onderhavig planvoornemen neemt daarmee de parkeerbehoefte met ca. 30 parkeerplaatsen toe (9 pp x 33 kamers / 10 kamers = 29,7 pp). In de huidige situatie vindt parkeren voor aankomende gasten en bezoekers plaats op een onverharde parkeerplaats aan de oostzijde van de entree. In de nieuwe situatie zullen ter hoogte van de nieuwe entree en de vervangende nieuwbouw van het hoofdgebouw nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er is ruimte voor ca. 50 tot 100 parkeerplaatsen, waardoor gesteld kan worden dat binnen het plangebied voldoende ruimte is om de parkeerbehoefte op eigen terrein op te vangen. Verkeer Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een verkeersaantrekkende werking is in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang de verkeersgeneratie in kaart te brengen. De beoogde ontwikkeling heeft naast een toename in de parkeerbehoefte tevens een toename van de verkeerintensiteit tot gevolg. De verkeersgeneratie van de ontwikkeling wordt bepaald op basis van de kencijfers van het CROW. Voor de verkeersgeneratie van een 4* hotel geldt een norm van 26,15 mvt/etmaal per 10 kamers.

Dit vertaalt zich in een toename van 86,3 motorvoertuigen per etmaal (26,15 mvt/etmaal x 33 kamers / 10 kamers = 86,3 mvt/etmaal). Volgens de gegevens van de gemeente Heumen is de gemiddelde etmaalintensiteit op de Vosseindsweg in het jaar 2023 1.000 mvt/etmaal. Een toename van 86,3 verkeersbewegingen betreft slechts een toename van 8,6%. Het meeste autoverkeer van de hotelgasten zal in de periode 9.00 tot 22.00 plaats vinden. Dat is een tijdsperiode van 13 uur. Uitgaande van 86,3 voertuigbewegingen betekent dat gemiddeld 6,5 motorvoertuig per uur in de dagperiode en vroege avond. Dit komt neer op ongeveer 1 auto per 10 minuten. Verwacht wordt dat de Vosseneindseweg voldoende is ingericht om het extra verkeer te kunnen afwikkelen. Daarnaast wordt in de toekomstige situatie de toegang (tevens de uitgang) van het recreatiecentrum verlegd. De huidige toegang is zodanig slecht gesitueerd dat regelmatig de verkeersveiligheid in gevaar komt. Door de verplaatsing van de in- en uitgang komt deze verder van de bocht in de openbare weg te liggen en wordt daardoor veel overzichtelijker. Er is rekening gehouden met wachtende caravans en campers en er is een uitvoegstrook gesitueerd aan de Vosseneindseweg zodat verkeer dat vanuit de richting Heumen komt niet net na de bocht wordt geconfronteerd met stilstaande voertuigen op de weg.

Bovendien is er op het terrein veel meer plek voor parkeren, óók voor “wachtend” verkeer. Ook de verkeerssituatie op het terrein is aanzienlijk veiliger, doordat de hoofdroute voor autoverkeer niet meer dwars door de centrale voorzieningen loopt.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|16

4.

BELEIDSKADER

4.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland;

•

Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;

•

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor het plangebied gelden geen opgaven van nationaal belang. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincies, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 verder aangevuld. Het Barro bevat geen voor het plan relevante bepalingen.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|17 Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkintreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ladder voor duurzame verstedelijking – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldige ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van het Bro gedefinieerd als: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Toetsing plangebied Bij de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt beoordeeld of de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Over- en ondercapaciteit moeten zoveel mogelijk worden voorkomen door regionaal af te stemmen bij de invulling van een kwantitatieve of kwalitatieve behoefte. Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt vervangende nieuwbouw van faciliterende voorzieningen mogelijk gemaakt en worden tevens de bedrijfsactiviteiten aangevuld met een hotelfunctie en vergader-/congresfaciliteiten. Behoefte vervangende nieuwbouw Het lange bestaan van het recreatiebedrijf heeft er toe geleid dat een aantal voorzieningen van het recreatiecentrum sterk verouderd is, zowel de fysieke (onderhouds-)toestand als de mogelijkheid om de faciliteiten te moderniseren. De huidige bebouwing bestaat uit allerlei losse en aaneengebouwde gebouwtjes voor de receptie, de winkel, de wasserette, de horeca met de magazijnen en technische ruimtes. Een groot deel is bouwtechnisch aan vervanging toe.

Ook op het gebied van energiebeperking voldoen de huidige gebouwen niet meer: ze zijn slecht of niet geïsoleerd en voor een groot gedeelte nog voorzien van enkel glas. Om de bovenstaande redenen voldoet de bestaande bedrijfsgebouwen niet meer aan de eisen en wensen van deze tijd. Er is sprake van een kwalitatieve behoefte aan (vervangende) nieuwbouw. Het nieuwe gebouw wordt modern, efficiënt en toekomstbestendig. Het moet zo duurzaam mogelijk worden. Daarbij wordt gedacht aan energiemaatregelen als goede isolatie en de toepassing van moderne energiebronnen als zonnepanelen, warmtepompen, e.d. Daarnaast wordt bij de bouw gebruik gemaakt van duurzame, gerecycled of recyclebaar materiaal.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|18 De vervangende nieuwbouw van de faciliteiten past in de bestaande bouwregels van het bestemmingsplan. Door de ontwikkeling in dit bestemmingsplan blijft de maximaal te bebouwen oppervlakte gelijk aan de bestaande situatie. Er is geen sprake van toename van bebouwing. Behoefte hotelfunctie In dit nieuwe bestemmingsplan blijft het bestaande aantal van 352 recreatiewoningen en stacaravans en 204 toeristische plaatsen ten behoeve van toercaravans en tenten gehandhaafd. Deze aantallen worden niet uitgebreid. Wel zal het bestaande recreatiecentrum met momenteel 556 plaatsen worden uitgebreid met 33 hotelkamers. Door het aantrekkende inkomende toerisme en de toename van het binnenlandse toerisme verwacht de Rabobank een groei van de recreatieve sector in de nabije toekomst. Maar de sector is de laatste jaren wel sterk veranderd. De Nederlandse consument is daarbij steeds meer op zoek naar luxe. Dit vertaalt zich in minder overnachtingen op campings en meer overnachtingen in hotels, huisjes en appartementen (zie onderstaande tabel). Er zijn steeds minder kampeerders met tenten. Dat verandert steeds meer naar caravans en campers waarvoor men grotere goed ingerichte verblijfsvoorzieningen verlangt. Ook stacaravans en recreatiebungalows worden groter en luxer. Tabel 1 Gasten logiesaccommodaties (x1000) (CBS, maart 2019)

08-2014

08-2015

08-2016

08-2017

08-2018

Hotels/pensions

2.337

2.445

2.506

2.768

2.956

Kampeerterrein

940

972

1.002

888

951

Huisjesterreinen

868

887

899

876

954

Groepsaccommodaties

136

147

121

130

137

Uit de cijfers van het jaarverslag 2018 van Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen blijkt het aantal overnachtingen van zowel binnen- als buitenlandse bezoekers gestegen te zijn. Vakantiecentra moeten anticiperen op de veranderende klantvraag om aantrekkelijk te blijven. Dit betekent bijvoorbeeld dat traditionele campings luxere faciliteiten aan zullen gaan bieden. Door hier op de juiste manier op in te spelen, kan rentabiliteit worden verhoogd. Door de bedrijfsactiviteiten van het Recreatiecentrum Heumens Bos uit te breiden met een hotelfunctie in het nieuwe gebouw sluit het recreatiecentrum beter aan op de huidige marktvraag. Het bedrijf is hierdoor instaat om een totaalpakket aan te bieden, van kamperen in een tent tot overnachten in een hotelkamer en alles wat daartussen zit. Door de toevoeging van de hotelfunctie, de vergader-/congresfaciliteiten en het verbeteren en vergroten van het restaurant sluit het recreatiecentrum aan op de behoeften aan luxe. Daarnaast kan de werkgelegenheid in het bedrijf groeien met zeker 5 vaste personeelsleden en een aantal oproepkrachten.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|19 Aan de hand van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er voldoende behoefte is aan het planvoornemen. De ontwikkeling van nieuwe hotelkamers als onderdeel van een bestaand recreatiecentrum zal niet leiden tot een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau in de gemeente of regio en zal niet leiden tot onacceptabele leegstand. Het planvoornemen voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Uit het bovenstaande blijkt dat het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Deze Omgevingsvisie gaat over ‘Gaaf Gelderland’. ‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien – heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. •

Gezond en veilig: Een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. Aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.

•

Schoon en welvarend: Een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. Het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

De Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema’s, te weten energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In de Omgevingsverordening wordt uitvoering gegeven aan de Gelderse Omgevingsvisie en het realiseren van het wensbeeld van de provincie. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten op de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, wordt de focus gelegd op een duurzaam, verbonden en economische krachtig Gelderland. In de verordening wordt richting gegeven aan de zeven samenhangende thema’s/ambities uit de Omgevingsvisie.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|20 In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de volgende kaarten: Kaart 2: Landbouw Kaart 3: Regels glastuinbouw

Kaart 6: Regels water en milieu Kaart 7: Regels erfgoed

➔ ➔ ➔ ➔

Plussenbeleid Tijdelijk verbodsgebied hervestiging glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied nieuwvestiging glastuinbouw Tijdelijk verbodsgebied uitbreiding bestaande glastuinbouw ➔ Overig gebied glastuinbouw ➔ Functies van water ➔ Molenbiotoop

Plussenbeleid Het Plussenbeleid is van toepassing op niet-grondgebonden veehouderijbedrijven en -takken. Met het Plussenbeleid wordt het ontstaan van een niet-grondgebonden onderdeel van een bestaand bedrijf en uitbreiding van een niet-grondgebondenbedrijf of onderdeel van een bedrijf groter dan 500 vierkante meter gebonden aan de kwalitatieve eisen van het Plussenbeleid. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op veehouderijen. Uit de Omgevingsverordening volgen op dit gebied geen regels die relevant zijn voor het planvoornemen. Glastuinbouw De Omgevingsverordening bevat een drietal tijdelijke verboden op grond van artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. In het plangebied geldt een verbod voor de hervestiging, de nieuwvestiging en de uitbreiding van glastuinbouw. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op glastuinbouw. Uit de Omgevingsverordening volgen op dit gebied geen regels die relevant zijn voor het planvoornemen. Functies van water Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek en onder voorwaarden bij de uitvoering van waterprojecten afwijkingen van de waterfuncties toestaan (artikel 4.9). De waterfuncties (Beschermingszone natte landnatuur, Natte landnatuur, Water als verbinder, Hoogst ecologisch niveau wateren en Specifiek ecologische doelstelling wateren) zijn aangegeven op de Themakaart Waterbeleid bij de omgevingsvisie.

Het plangebied is niet gelegen in een dergelijke beschermingszone. Uit de Omgevingsverordening volgen op dit gebied geen regels die relevant zijn voor het planvoornemen. Molenbiotoop Om een monumentale molen met een vrije windvang te laten functioneren, geldt dat binnen een straal van 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, hoogtebeperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting. Verder dient rekening te worden gehouden met de belevingswaarde en het historisch karakter van de omgeving van de molen. Door maatwerk/compensatie wordt de belevingswaarde en het functioneren van de molen door middel van windvang niet beperkt. Met name in een bebouwde omgeving kunnen ook andere belangen in het geding zijn waarbij zekere beperkingen ten aanzien van de windvang of de belevingswaarde niet altijd zijn uit te sluiten. Onderhavig planvoornemen vindt plaats binnen een straal van 400 meter vanaf het middelpunt van de molen.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|21 Voor het planvoornemen gelden daarmee hoogtebeperkingen, welke op zijn beurt zijn gewaarborgd in het vigerend bestemmingsplan. In paragraaf 5.5 wordt hier nader op in gegaan.

Uitsnede kaart 7: Regels Erfgoed, Omgevingsverordening Gelderland

Conclusie Uit de bovenstaande toelichting blijkt dat het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.

4.3

Gemeentelijke beleid

Structuurvisie Heumen 2025 De gemeenteraad van Heumen heeft op 13 februari 2014 de Structuurvisie Heumen 2025 vastgesteld. Met deze structuurvisie legt de gemeente Heumen het ruimtelijke speelveld neer op basis waarvan zij samen met de gemeenschap en andere partijen een invulling wil geven aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Dat start met ambitie. De ambitie op het gebied van recreatie en toerisme is: “In de gemeente Heumen kunnen recreatie en toerisme zich verder ontwikkelen, zowel wat betreft verblijfs- als dagrecreatie. In het algemeen past daarbij een kleinschalige en landelijk karakter. Incidenteel zijn meer grootschalige voorzieningen of activiteiten denkbaar mits er sprake is van een meerwaarde voor landschap en gemeenschap”. De gemeente Heumen is een gemeente met een grote landschappelijke variatie en een rijke cultuurhistorie. Niet alleen maakt dit het wonen en leven in de gemeente Heumen aantrekkelijk, het trekt ook mensen van buiten. Het aantrekken van toeristen heeft een positief effect op de economie en op de leefbaarheid. Het starten van kleinschalige verblijfsrecreatieve mogelijkheden is mogelijk in de kernen en het buitengebied. Daarbij kan worden gedacht aan bed and breakfast en kamperen bij de boer. Voor meer grootschalige vormen is maatwerk noodzakelijk. Daarbij wordt vooral gekeken naar de relatie met de kernen en de ontsluiting.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|22 Beoordeling Onderhavig planvoornemen betreft de vervangende nieuwbouw van de faciliterende voorzieningen van het reeds bestaande Recreatiecentrum Heumens Bos. Daarnaast worden de bedrijfsactiviteiten uitgebreid door het toevoegen van hotelkamers. Gezien het een uitbreiding/aanvulling betreft van het bestaande Recreatiecentrum Heumens Bos kan gesteld worden dat sprake is van een beperkte uitbreiding van de verblijfsrecreatieve mogelijkheden. Gelijktijdig vormt het een toevoeging van de verblijfsrecreatieve voorzieningen in de gemeente Heumen, aangezien er tot op heden geen enkel hotel in de gemeente gevestigd is. Het planvoornemen is hiermee in lijn met de Structuurvisie Heumen 2025. Conclusie Uit het bovenstaande blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijke beleid.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|23

5.

RANDVOORWAARDEN

5.1

Inleiding

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij de onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk is een verantwoording voor deze aspecten meegenomen.

5.2

Archeologie

Verdrag van Malta In 1998 heeft het parlement het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologische erfgoed goedgekeurd. Dit zogeheten Verdrag van Malta voorziet in een beperking van de risico’s op aantasting van cultureel erfgoed. Dit kan door het archeologische erfgoed zo veel mogelijk in oorspronkelijke vindplaats te bewaren en door de integratie van archeologie in de ruimtelijke ordening. Monumentenwet De implementatie van het Verdrag van Malta is gekomen met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg op 1 september 2007. Het is een raamwet dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, zodat de archeologische waarde beter conserveert. Kortom: sinds de invoering van deze wet zijn gemeente belast met de zorgplicht voor het archeologische erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1 juli 2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld in één integrale wet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worde geregeld, die in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd.

Gemeentelijk archeologiebeleid In 2013 is het rapport ‘Actualisatie archeologische waarden- en verwachtingskaart en cultuurhistorische waardenkaart’ vastgesteld. Dit rapport vormt de basis voor het beleid van de gemeente Heumen op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Op de archeologische waarden- en verwachtingskaart is het plangebied aangekochte perceel aangeduid als een gebied met een middelmatige archeologische verwachtingswaarden. Daarnaast is de globale ligging van een Romeinse weg over het perceel aangeven.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|24

Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingskaart gemeente Heumen

In het bestemmingsplan heeft dit geleid tot de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’. Voor deze gronden is een omgevingsvergunning nodig voor het oprichten van een bouwwerken of het uitvoeren van grondwerkzaamheden groter dan 2.500 m 2 of dieper dan 0,4 mmv. Onderzoek Op 7 mei 2019 is een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen (bijlage Aeres Milieu, AM19138, 21 juni 2019) uitgevoerd. Het doel van het verkennend booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten, of vervolgtraject worden opgesteld. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug/-welving al dan niet met oud bouwlanddek. Het AHN laat zien dat het plangebied relatief hoog in het landschap ligt. In de beginperiode (laatpaleolithicum) zal de zone waarin het plangebied ligt nog onderhevig zijn geweest aan de invloed van de rivier de Maas. Op de drooggevallen rivierbeddingen vond tijdens het Preboreaal gedeeltelijk duinvorming plaats en werd komklei afgezet. De hoger gelegen zones van en direct rondom de rivierduinen kunnen in die periode aantrekkelijke bewoningslocaties zijn geweest.

Er zijn geen vuursteenvondsten bekend uit het mesolithicum en er is geen sprake van watervoorzieningen in de omgeving van het plangebied. Daarom geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode laat-paleolithicum en het mesolithicum (tabel 2). Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een antropogeendek (eerdlaag).

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|25 Eventuele aanwezige resten worden onder het verwachte (plaggen)dek of eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen en artefacten van vuursteen. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. In deze periode zal men voornamelijk gekozen hebben voor de centrale van de hooggelegen (dek)zandgronden. Het plangebied ligt centraal op een uitloper van de hooggelegen zandgronden. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere nederzettingsresten bekend uit de periode vanaf de bronstijd, ijzertijd, Romeinse tijd en uit de vroege middeleeuwen. Deze bevinden zich grotendeels binnen de hoger gelegen delen, nabij en op de landduinen. Op basis hiervan geldt een hoge verwachting voor nederzettings- en begravingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd en voor nederzettingen uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. Resten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen worden onder het plaggendek/ eerdlaag tot in de oorspronkelijke bodem verwacht en bestaan uit een cultuurlaag, fragmenten aardewerk en gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt aan de Vosseneindseweg, ten westen van de van oorsprong laatmiddeleeuwse dorpskern van Heumen.

Uit de bestudering van historische kaarten blijkt dat de Vosseneindseweg als de omliggende wegen omstreeks 1800 al bestaande wegen zijn. Aan deze wegen ontstaat echter sporadisch bebouwing vanaf circa 1900. Het plangebied blijft onbebouwd tot in de huidige periode en is tot die tijd in agrarisch gebruik geweest. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor nederzettings- en bebouwingsresten uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodem in het plangebied grofweg in twee fasen is onder te verdelen. Het bovenste niveau is een dekzand afzetting die in de omgeving onder andere ook rivierduinen heeft opgeworpen. Op dergelijke gronden kunnen archeologische resten worden aangetroffen. Op een dieper niveau komen resten voor van een ouder oppervlak, vermoedelijk een laat glaciaal niveau. Hoewel de verwachting hiervoor laag is, kan niet volledig worden uitgesloten dat hier paleolithische resten in aangetroffen worden. Deze inzichten leiden tot het advies dat ter plaatse van het plangebied een vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd.

Dit onderzoek kan middels proefsleuven worden uitgevoerd, maar gezien de aard van de mogelijke sporen is het mogelijk wenselijk eerst een karterend booronderzoek uit te voeren waarbij beide potentiele niveaus bemonsterd dienen te worden. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|26 Indien in het plangebied toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente conform Artikel 5.10. (Archeologische toevalsvondst) van de Erfgoedwet 2016. Advies bevoegd gezag Door de regioarcheoloog is 15 november 2019 het volgende advies gegeven: “Gezien de aard van de verstoring (de plannen van het te bouwen pand zijn in het rapport aanwezig) is de vernietiging van eventueel aanwezige archeologische waarden een risico. In deze fase weten we echter nog niet of er sprake is van archeologische waarden, laat staan dat deze gewaardeerd konden worden op behoudenswaardigheid. Dit vraagt dus om nader onderzoek. Mijn voorkeur zou uitgaan naar de optie proefsleuven, omdat dat meer zegt. Karterend boren is goedkoper, maar de kans bestaat dat er daarna alsnog geadviseerd gaat worden proefsleuven aan te leggen. De keus is aan de initiatiefnemer, die deze afweging moet maken.” Conclusie Het aspect archeologie vormt vooralsnog een belemmering voor het planvoornemen. Het advies uit het uitgevoerde archeologisch onderzoek is dat ter plaatse van het plangebied een vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd.

Dit onderzoek kan middels proefsleuven worden uitgevoerd, maar gezien de aard van de mogelijke sporen is het mogelijk wenselijk eerst een karterend booronderzoek uit te voeren waarbij beide potentiele niveaus bemonsterd dienen te worden. Afhankelijk van dit gedetailleerdere beeld kunnen betere uitspraken worden gedaan, en is eventueel nader onderzoek met proefsleuven niet meer noodzakelijk, of slechts voor een deel van het terrein. De huidige bestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 2’ blijft gehandhaafd ter bescherming van de mogelijke archeologische waarden, totdat een vervolgonderzoek is uitgevoerd.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Wet milieubeheer De Wet milieubeheer zorg er voor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken, moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In aanvulling op de milieuvergunning worden er in voorkomende gevallen ook afstanden vastgelegd tussen bedrijven en woonbuurten. De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van de aarde en omvang van het bedrijf en de omgeving. De richtafstanden zijn vastgelegd in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten). Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Het plangebied is aan te merken als ‘rustig buitengebied’. Onderzoek Met het planvoornemen wordt een milieubelastende inrichting mogelijk gemaakt. Hierdoor dient gekeken te worden in welke mate dit invloed heeft om de omliggende woningen. De (verblijfs)recreatieve voorzieningen, vallen onder ‘Hotels en pensions met keuken, conferentieoorden en congrescentra’.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|27 Voor deze inrichtingen geldt een minimale richtafstand van 10 meter (milieucategorie 1). Voor een kampeerterrein/vakantiecentrum geldt een minimale richtafstand van 50 meter (milieucategorie 3.1.). Ten opzichte van het perceel sectie I, nr. 809 waar de uitbreiding van het recreatiecentrum plaats vindt is de afstand tot de meest nabijgelegen (bedrijfs)woningen respectievelijk circa 125 meter en 215 meter. Gesteld kan worden dat het planvoornemen voldoet aan de gestelde richtafstanden ten opzichte van milieugevoelige functies. Andersom dient gekeken te worden of de reactieactiviteiten geen belemmering vormen voor nabijgelegen bedrijven. Het meest nabijgelegen agrarische bedrijf is gelegen op circa 125 meter van het plangebied. De afstand tussen het agrarische bouwvlak en de grens van het plangebied bedraagt circa 70 meter. De afstand tussen het agrarische bouwvlak en de beoogde nieuwbouw bedraagt zelfs circa 100 meter. Daarnaast liggen er reeds meerder bestanden woningen en een deel van het bestaande recreatieterrein op kortere afstand van het agrarische bedrijf. De dichterbij gelegen woningen en delen van het recreatieterrein zijn daardoor bepalend voor de mogelijkheden van het agrarische bedrijf. Het planvoornemen vormt derhalve geen (verdere) inperking van de (uitbreidings)mogelijkheden van het agrarische bedrijf.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.4

Bodemkwaliteit

Besluit bodemkwaliteit Om te zorgen voor een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkeling, zoals woningbouw of de aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemming waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Verkennend bodemonderzoek Op de locatie Vosseneindseweg (naast nr. 46) te Heumen is in mei 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage, Aeres Milieu, AM19138, 21 mei 2019). Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de bovengrond als in de ondergrond geen gehalten zijn gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het freatisch grondwater is plaatselijk licht verhoogd met xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|28 De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Cultuurhistorie

Beleidskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1998 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011, zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren worden gehaald. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststellen van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafwegingen. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Gemeentelijk beleid De gemeente Heumen beschikt over een cultuurhistorische waardenkaart. Het plangebied is gelegen binnen het cultuurlandschap ‘jonge ontginning op hogere plateaus’. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de molenbiotoop behorende bij de Joannusmolen aan de Vosseneindseweg 44. Een molenbiotoop is de omgeving waarmee de molen in relatie staat. Deze dient gevrijwaard te worden van obstakels, zodat de wind de molenwieken ongestoord kan bereiken en de molen goed zichtbaar is.

Molens zijn monumenten die de identiteit van menig Nederlands landschap bepalen. Ze staan nooit op een willekeurige plaats in het landschap.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|29 Voor windmolens koos men een open plek in het landschap waar wind voldoende voorradig was of juist een locatie dicht bij de vindplaats van de grondstoffen of de afzetmarkt. Door de historische wisselwerking tussen molen en landschap is de molenbiotoop van cultuurhistorisch belang In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Heumen’ wordt de molenbiotoop beschermd door middel van de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Op grond van deze aanduiding geldt de regel dat nieuwe bouwwerken binnen de aanduiding, tussen de 100 meter en 400 meter uit de as van de molen, mogen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte zoals die mogelijk is op grond van de onderstaande berekeningen:

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Heumen

Toegestane bouwhoogte obstakel op afstand x = afstand obstakel tot molenwieken/75 + 0,2 * askophoogte van de betreffende molen. Onderzoek Vanwege de ligging in de molenbiotoop is in september 2021 een windvangonderzoek (bijlage, Royal Haskoning DHV, BH5899, 20 september 2021) uitgevoerd. Doel van het onderzoek is de impact te bepalen van de nieuwbouw op de windvang van de molen. Hiertoe zijn met behulp van het CFD-programma SimScale twee numerieke modellen opgezet van de windmolen en zijn omgeving. Eén model voor de huidige situatie en één model van de situatie met de geplande nieuwbouw. De numerieke modellen zijn doorgerekend voor de windrichtingen west, westnoordwest, noordnoordwest en noord. Bij wind uit deze richtingen wordt de windvang van de molen door de nieuwe situatie mogelijk belemmerd. Bij de andere windrichtingen gaat de wind naar de molen niet over het plangebied en is er sprake van een ongewijzigde situatie, daarom zijn de modellen niet doorgerekend vanuit deze richtingen. Het onderzoek heeft geresulteerd in de totale windvang van de molenwieken voor de verschillende situaties en windrichtingen. In dit onderzoek is een zeer beperkt verschil geconstateerd in de windvang van de molen tussen de huidige situatie en de mogelijke nieuwbouw. Dit geldt voor de richtingen westnoordwest en

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|30 noordnoordwest. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat de totale afname van de windvang zeer beperkt zal zijn. Naar aanleiding van het windvangonderzoek is alleen ter plaatse van de vervangende nieuwbouw een bouwhoogte van 10 meter toegestaan. Voor het overige bestaande gebied van het recreatiecentrum blijven de vigerende regelingen voor de bouwhoogten en de molenbiotoop van kracht. Een uitzondering hierop vormen de twee bouwwerken direct naast de molen op het terrein van het recreatiecentrum. Voor deze twee bouwwerken is uitsluitend de bestaande goot- en bouwhoogte toegestaan, zodat wordt voorkomen dat deze bouwwerken hoger zouden kunnen worden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.6

Externe veiligheid

Besluit externe veiligheid inrichtingen Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval dat er iets misgaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico’s moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden normstellingen gehanteerd: •

Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers;

•

Het groepsrisico stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is vastgelegd dat voor iedere toename in het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden.

Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen in werking getreden. In het Bevi zijn grenswaarden en oriënterende richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico (PR). Voor het groepsrisico (GR) is een verantwoordingsplicht opgenomen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen de inrichting. Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met een bepaald aantal dodelijk slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. In het Bevi worden aan te houden afstanden tussen inrichtingen en bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en kwetsbare objecten gewaarborgd. Naast het Bevi is de bijbehorende ministeriële Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) van belang. Besluit externe veiligheid transportroutes Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

Dit besluit is gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet milieubeheer (Wm). Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen (beperkt) kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|31

Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het plaatsgebonden risico: rond inrichtingen waar opslag/verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Onderzoek De Risicokaart geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. In onderstaande uitsnede is de omgeving van het plangebied weergegeven.

Uitsnede Risicokaart Nederland

Het plangebied is gelegen buiten de invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen en/of routes. De afstand tussen het perceel waar de uitbreiding van het recreatiecentrum plaats vindt en de rijksweg A73 bedraagt ca. 1m2 kilometer. Een uitzondering is de propaantank op het eigen terrein van het recreatiecentrum. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

Bestemmingsplan Recreatiecentrum Heumens Bos, Heumen

|32

5.7

Flora en fauna

Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet vervangt de drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie vervangen wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming ligt grotendeels bij de provincie. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming is de bescherming van beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet vervallen. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen.

Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11708105/1