CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III bijlage bij Regionaal Risicoprofiel 2024

Raad 26 oktober 2023, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen zienswijze Regionaal Beleidsplan 2024-2027 en Risicoprofiel 2024 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid19.799 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Niet gevonden in dit document.

Hoewel de harmonisatie van de maatregelzones nog niet formeel inwerking zijn getreden, is er in Gelderland-Zuid voor gekozen te anticiperen op deze ontwikkeling. Voor het Regionaal Risicoplan van Gelderland-Zuid betekent dit dat het scenario kernincident (categorietype “incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend”) toegevoegd is. Aangezien de Veiligheidsregio Zeeland dit scenario al heeft beschreven in hun risicoprofiel11, is – omwille van de uniformiteit – dit scenario gebruikt voor de impactbeoordeling in Gelderland-Zuid. 3.3.2 Incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend12 Dit scenario beschrijft de gevolgen van een incident in een kernenergiecentrale buiten de regio Gelderland-Zuid. Hierbij moet in Gelderland-Zuid rekening gehouden worden met twee objecten: één in de gemeente Borssele (Zeeland) en/of in de gemeente Doel (België). Borssele heeft één reactor met een netto elektrische vermogen van 512 MWe. Op drie kilometer afstand van de Nederlandse grens bevindt zich in Doel een kerncentrale met vier kernreactoren met een netto vermogen van tweemaal 433 MWe, éénmaal 1006 MWe en éénmaal 1047 MWe.

9 Kamerbrief ‘Harmonisatie van de voorbereiding op, en maatregelen bij, kernongevallen in Nederland en onze buurlanden’, 2

juli 2014 (kenmerk DGETM-PDNIV/14039027) 10 Een interventieniveau is een stralingsdosis waarboven het nemen van beschermingsmaatregelen gerechtvaardigd is. Een

preparatiezone is een gebied waarbinnen beschermingsmaatregelen worden voorbereid. 11 Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland – Bijlage 5 (versie 2.1, 2010) 12 A-objecten zijn (onder andere) de kernenergiecentrales-en reactoren

Onder kernongevallen verstaan we ongevallen waarbij nucleaire besmetting van de omgeving kan optreden. De overheid heeft noodplannen voor de aanpak van een kernongeval. De harmonisatie van de maatregelzones betekent – zowel voor Borssele en Doel – het volgende: • Binnen 10 km: evacuatie (binnenste 5 km met voorrang), schuilen en jodium-predistributie voor iedereen t/m 40 jaar; • Binnen 20 km: jodium-predistributie voor iedereen in de leeftijd t/m 40 jaar; • Binnen 100 km: jodium-distributieplan opstellen; • In geheel Nederland: voorbereiding van indirecte maatregelen ter bescherming van de voedselketen, zoals landbouw- en voedselmaatregelen. Het risico kernongevallen is een risico waarvan de oorzaak zich niet bevindt binnen de eigen gemeentegrenzen, maar wel binnen de maatregelenzone valt. Een groot deel van Gelderland-Zuid gaat vallen in de preparatiezone van 100 kilometer van de kernenergiecentrale Doel in België. Dit betreft de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel (zie figuur B4.6). De preparatiezone van 100 km van de kernenergiecentrale Borssele reikt tot aan de gemeente Zaltbommel en West Betuwe (zie figuur B4.7).

In het gebied van de preparatiezone van 100 km zijn door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2017 jodiumtabletten gedistribueerd om te zorgen voor een tijdige beschikbaarheid van voldoende jodiumtabletten voor kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen. 13 Scenario: ongeval kernenergiecentrale In de kerncentrale in Doel ontstaat door een keten van gebeurtenissen een lozing van radioactief materiaal. Door uitval van de koeling smelten de brandstofstaven gedeeltelijk, radioactieve stoffen komen in het koelsysteem en vervolgens in de veiligheidsinsluiting (containment) van de kerncentrale. Dit leidt 24 uur nadat de koeling faalde tot de lozing van een grote hoeveelheid radioactief materiaal. Het feitelijke effectgebied is afhankelijk van de windrichting en het soort weer, vooral van eventuele neerslag. Dicht bij de bron kan sprake zijn van een directe stralingsbelasting uit de bron.

Figuur B4.5 - Harmonisatie maatregelzones kernongevallen Nederland, België en Duitsland 13 Inname van bij een kernincident vrijgekomen radioactief jodium verhoogt de kans op het krijgen van schildklierkanker bij

kinderen en jongeren. Bij volwassenen is de toename van de kans op schildklierkanker gering en bij mensen boven 40 jaar is er geen verhoogd risico op schildklierkanker aangetoond. Op oudere leeftijd is de schildklier juist gevoeliger voor bijwerking bij (preventieve) inname van extra jodium. Om het ongeboren kind te beschermen komen zwangere vrouwen wel in aanmerking voor het innemen van jodiumtabletten (RIVM rapport - Jodiumprofylaxe bij kernongevallen, 2004).

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.12 – Beoordeling scenario ‘Ongeval kernenergiecentrale’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied E 2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten E 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven 5.3 Sociaal psychologisch impact E 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar A (overeenkomstig Veiligheidsregio Zeeland)

4

Vitale infrastructuur en voorzieningen

Binnen het maatschappelijk thema “Vitale infrastructuur en voorzieningen” valt een aantal crisistypen. Dit zijn de volgende: 1. Verstoring energievoorziening - Deze zijn relevant in Gelderland-Zuid en worden hierna verder uitgewerkt. 2. Verstoring drinkwatervoorziening - Deze zijn relevant in Gelderland-Zuid en worden hierna verder uitgewerkt. 3. Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering - Deze zijn niet relevant in Gelderland-Zuid: in overleg met het waterschap wordt een dergelijke verstoring niet als crisis beschouwd. 4. Verstoring telecommunicatie en ICT - Deze zijn relevant in Gelderland-Zuid en worden hierna verder uitgewerkt. 5. Verstoring afvalverwerking - Deze zijn niet relevant in Gelderland-Zuid: een dergelijke verstoring zal niet leiden tot een crisissituatie. 6. Verstoring voedselvoorziening - Deze zijn niet relevant in Gelderland-Zuid: een acute crisissituatie wordt als gevolg hiervan niet voorzien. 4.1 Verstoring energievoorziening Vanuit de handreiking risicoprofiel worden onder het crisistype 'verstoring energievoorziening' de volgende incidenttypen benoemd: • Uitval olievoorziening; • Uitval gasvoorziening; • Uitval elektriciteitsvoorziening. Voor het risicoprofiel Gelderland-Zuid zal uitval olievoorziening verder niet worden uitgewerkt. Het wegvallen van oliedistributie (schaarste) zal in hoofdzaak een nationaal probleem zijn.

Daarbij is er in de regio Gelderland-Zuid geen vitaal netwerk voor olievoorziening aanwezig. Leveringszekerheid van elektriciteit en gas zijn taken en verantwoordelijkheden van de netwerkbeheerders. In de regio Gelderland-Zuid zijn dit Liander. De landelijke netwerkbeheerder TenneT is verantwoordelijk voor het hoofdtransportnet van elektriciteit en de Gasunie voor wat betreft gas. De continuïteit van de voorziening kan worden verstoord door verschillende voorzienbare en onvoorzienbare oorzaken. Oorzaken kunnen liggen in andere crisistypen die op kunnen treden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden (schade aan het netwerk, tekort aan koelwater) aanleiding zijn tot verstoring. Ook kan moedwillige verstoring plaatsvinden bijvoorbeeld door terrorisme of vandalisme. In de uitwerking van het risicoprofiel Gelderland-Zuid is er voor gekozen om voor uitval gasvoorziening en uitval elektriciteitsvoorziening aan te sluiten bij de uitwerking van de scenario's voor de nationale risicobeoordeling. 4.1.2 Uitval gasvoorziening De aanloop naar een verstoring van gasvoorziening kan sterk uiteenlopen qua aard. Uitval kan ontstaan door technische storingen maar ook door invloeden van buitenaf (zoals terrorisme).

Voor het scenario in dit risicoprofiel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de (effecten van) de landelijke uitwerking zoals die is opgesteld voor de nationale risicobeoordeling vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Scenario: verstoring gasvoorziening In winterperiode wordt tegen het einde van dag bij werkzaamheden aan de waterleiding een waterleiding beschadigd. Door de uitstroom van water en de druk waarmee dat gepaard gaat breekt

de gasleiding, die door het drukverschil volloopt met water. Hierdoor komt een wijk van ongeveer 1000 woningen komt zonder gas te zitten. Op dat moment is gevoelstemperatuur -2°C. Gevolg is dat centrale verwarming en warm watervoorzieningen uitvallen en mensen niet meer over gas beschikken (bijv. om te kunnen koken). Dit brengt ongemak met zich mee en kan in extreme weersomstandigheden leiden tot kritische situaties voor iedereen, maar vooral voor niet-zelfredzame personen. Door de vervuiling in het gasnet (water en zand) kost het veel tijd om deze verstoring op te lossen: eerst moet het gebied van de vervuiling worden bepaald en afgesloten van het omliggende net. Hierbij worden tevens de hoofdkranen van de huisaansluitingen huis voor huis afgesloten, omdat anders gevaarlijke situaties kunnen ontstaan bij het weer op druk brengen van het gasnet. Dit is een veiligheidsprocedure van de netbeheerder en kost veel tijd. Vervolgens worden in secties de leidingen gecontroleerd, leeggezogen en schoongemaakt. Daarna kan begonnen worden met het gefaseerd opnieuw aansluiten van getroffen huishoudens. De totale hersteltijd van de storing ligt rond de 8-10 dagen. Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.13 – Beoordeling scenario ‘Uitval gasvoorziening’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronische zieken

2.3 3.1

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

5.3

Sociaal psychologisch impact

B A A

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

-

Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

Score B

A A B

4.1.3 Uitval elektriciteitsvoorziening De regio Gelderland-Zuid wordt gekenmerkt door een sterke afwisseling van stedelijk gebied, landelijk gebied en industrie. Deze gebieden brengen op het gebied van elektriciteitsvoorziening een eigen dynamiek met zich mee. In stedelijke gebieden zal het openbaar leven verstoord worden bij uitval van elektriciteit. Niet alleen de bewoners zullen last hebben, maar ook mensen in kantoorgebouwen, winkels , openbare instellingen, ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen zullen direct hinder / overlast ondervinden. Het aantal instellingen met een eigen noodstroomvoorziening is in de regel beperkt. In landelijke gebieden met veeteelt ontstaan na verloop van tijd problemen met de veestapel. Denk hierbij aan het niet kunnen melken van koeien, automatische veevoederinstallaties die niet meer werken of het binnen 12 uur verloren gaan van kuikens in de intensieve kuikenhouderij. Het informeren van de bevolking in landelijke gebieden is lastiger dan in woonkernen. In gebieden met veel kasbouw is het mogelijk dat veel locaties in hun eigen stroomvoorziening kunnen voorzien door gebruik te maken van de rest energie, die normaal wordt terug geleverd aan het net. In Gelderland-Zuid bevond zich één energiecentrale die december 2015 is gesloten.

Bij uitval van een centrale zullen andere centrales meer moeten produceren om het landelijk tekort op te vangen, mocht dit niet mogelijk zijn, dan zal TenneT extra energie uit het buitenland betrekken. Hierbij is stroomvoorziening in de Bommelerwaard kwetsbaarder dan elders, omdat er ter plekke twee circuits op één set masten lopen (in plaats van via twee sets masten).

Verstoring van de elektriciteitsvoorziening kan op verschillende manier plaatsvinden. 1. Schade in of aan het netwerk: Oorzaken hiervan kunnen zijn: graafwerkzaamheden, technisch falen of menselijk falen. 2. Automatische afschakeling: Door onbalans in het Europese netwerk kan het netwerk zich automatisch afschakelen om schade aan het netwerk te voorkomen. 3. Gepland afschakelen: Bij hoge temperaturen is het mogelijk dat de productie eenheden niet over voldoende koelwater beschikken, zij moeten dan hun productie verlagen. Dit kan betekenen dat er niet meer voldaan kan worden aan de vraag uit het netwerk. TenneT zal namens het ministerie van Economische Zaken leidend zijn bij het afschakelproces. Aan de regionale netbeheerders (zoals Liander) zal worden opgedragen hoeveel Megawatt en voor welke tijdsduur zij moeten afschakelen. De prioriteitstelling bij afschakelen die wordt gehanteerd binnen de regionale netbeheerders is als volgt: 1. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid (waaronder ziekenhuizen en zorginstellingen). 2. Kritische processen industrie (i.v.m. milieu en onherstelbare schade), Nuts - en basisvoorzieningen (drinkwater, waterhuishouding, riolering, communicatie). 3. Overige industrie, openbare gebouwen, bedrijven en consumenten.

Scenario: verstoring elektriciteitsvoorziening In de winterperiode wordt in de nachtsituatie de infrastructuur voor elektriciteit beschadigd waardoor een deel van Gelderland-Zuid wordt getroffen door uitval van de elektriciteit. Hierbij zijn 20.000 huishoudens betrokken. Het dagelijks leven wordt door de uitval sterk verstoord. Veel mensen stranden in de ochtendspits, omdat het openbaar vervoer per spoor stilvalt en verkeerslichten uitvallen. Thuis en op kantoor doen radio en tv het niet meer; computers vallen uit (en daarmee internetverbindingen); vaste en mobiele telefonie raken ontregeld; de verwarming doet het niet meer; betaalautomaten werken niet meer; melkmachines werken niet; productieprocessen worden onderbroken; thuisdialyse apparaten doen het niet meer, etc. Herstel van de stroomlevering zal in het getroffen gebied ca. 3-4 dagen duren. Hiervoor wordt een groot beroep gedaan op het improvisatievermogen van de regionale netwerkbedrijven. Het netwerk is na het herstel nog kwetsbaar, waardoor de elektriciteitsvoorziening zo nu en dan nog uit kan vallen. Volledig herstel van de infrastructuur kan maanden duren. Onder een deel van de bevolking breekt onrust uit, omdat op voorhand niet exact is te zeggen hoe lang de verstoring duurt. Verder is er gebrek aan primaire levensbehoeften omdat de meeste voorzieningen zijn uitgevallen.

De politie voert extra surveillance uit in de regio. De meeste zorginstellingen schakelen over op generatoren, met name de thuiszorg is een aandachtspunt14. Andere vitale sectoren zijn datacenters, hulpbehoevenden en industrie met kritische processen. De impact van niet kunnen pinnen en betalen met pin is aanzienlijk.

14

Alleen ziekenhuizen zijn verplicht tot het hebben van een noodstroomvoorziening. Voor alle andere zorginstelling is dit niet verplicht en dus de vraag. Als zij al over een installatie beschikken is deze meestal slechts voor enkele uren toegerust.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.14 – Beoordeling scenario ‘Uitval elektriciteitsvoorziening’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronische zieken

2.3 3.1

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

5.3

Sociaal psychologisch impact

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

C C A A

Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

Score C

B B C

4.2 Verstoring drinkwatervoorziening Vanuit de handreiking risicoprofiel worden onder het crisistype 'verstoring drinkwatervoorziening' de volgende incidenttypen benoemd: • Uitval drinkwatervoorziening; • Problemen waterinname; • Verontreiniging in drinkwaternet. De openbare drinkwatervoorziening in Nederland is een specifiek terrein van overheidszorg. De productie en distributie van betrouwbaar drinkwater is opgedragen aan de waterleidingbedrijven. Deze opdracht is vastgelegd en geborgd in de Drinkwaterwet en VROM Inspectie ziet toe op de uitvoering ervan. In Gelderland is Vitens NV verantwoordelijk voor de drinkwatervoorziening. Drinkwater is naast een primaire levensbehoefte voor mens ook van groot belang voor andere doeleinden. Drinkwater wordt ook gebruikt voor de industrie, recreatie, landbouw en in het kader van de rampenbestrijding ook als brandblusvoorziening voor de brandweer en bedrijven. Anticiperend op de drinkwaterwet gaat Vitens in risicoanalyse uit van onderstaande groepen van referentiedreigingen: • Natuurrampen; • Technisch en organisatorisch falen; • Bewust kwaadwillend menselijk handelen.

In de risicoanalyse van het technisch en organisatorisch falen in de drinkwatervoorziening wordt onderscheidt gemaakt in: • Uitval van een element (productiebedrijf, leiding) dat binnen 24 uur is verholpen; • Uitval van een element (productiebedrijf, leiding dat niet binnen 24 uur is verholpen; • Stroomstoring. Spreiding over de regio De productie en winning van drinkwater in het Rivierengebied in Gelderland gebeurt vanuit acht productiebedrijven. Er wordt enkel grondwater gebruikt voor de drinkwaterproductie. De distributie van drinkwater gebeurt via een uitgebreid leidingnetsysteem. Zo heeft elk productiebedrijf in beginsel een door middel van scheidingsafsluiters, afgebakend

voorzieninggebied (balansgebied). Hierbinnen bevinden zich reservoirs, watertorens, opjagers (mobiele druk verhogende pompinstallatie) etc. om een samenhangend en goed functionerend (besturings)systeem te krijgen (figuur B4.8). 0. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

productiebedrijf Heumensoord (A-locatie*¹) productiebedrijf Fikkersdries (A-locatie*¹, VGGM) productiebedrijf Muntberg productiebedrijf Druten. productiebedrijf Velddriel productiebedrijf Kolff productiebedrijf Culemborg

7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

productiebedrijf Zoelen hoog reservoir Kwakkenberg reservoir Bemmel reservoir Beuningen. reservoir Geldermalsen watertoren Berg en Dal watertoren Zaltbommel

*¹) A-locatie, Beveiligings Afstemming Vitens Overheid (BAVO)

Figuur B4.8 – Overzicht drinkwaterlocaties Vitens

In 2010 is een convenant getekend tussen Vitens, de veiligheids- en politieregio Gelderland-Zuid. Doelstelling van het convenant is om op landelijk niveau tussen de regio en de drinkwaterbedrijven tot eenduidige afspraken te komen. Het convenant is een landelijk kader voor afspraken op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing, herstel bij drinkwater gerelateerde incidenten en bescherming van kwetsbare drinkwaterlocaties. Jaarlijks vinden accountgesprekken plaats. Calamiteiten drinkwatervoorziening Het calamiteitenplan van Vitens geeft invulling aan de wijze van optreden bij calamiteiten binnen en buiten kantoortijden. Er staat in beschreven hoe de calamiteitenorganisatie is opgebouwd in het geval van een calamiteiten en/of rampen, inclusief verantwoordelijkheden en bevoegdheden van functionarissen; • de acties/handelingen van de verschillende functionarissen die dan een rol spelen; • de beschikbare middelen voor de organisatie in deze omstandigheden. Het plan is vooral bedoeld om een effectieve en eenduidige reactie van de organisatie te waarborgen op calamiteiten die leiden tot de aanpassing van waterverdeling. Bij uitval van één van de productiebedrijven kunnen de resterende aangepast ingezet worden, zodat de effecten op de drinkwaterlevering zo klein mogelijk gehouden kunnen worden.

Vitens onderscheid in haar calamiteitenplan de volgende indeling voor de verstoring van drinkwatervoorziening. Tabel B4.15 – Indeling voor verstoring drinkwatervoorziening

Wel water

Geen water

Drinkwater, drukprobleem Geen drinkwaterkwaliteit Dreiging* Uitval productie Uitval distributie Bewust drukloos

*) Hierbij moet onder meer worden gedacht aan terreurdreiging, extreme weersomstandigheden (weeralarm), bosbrand, overstromingsdreiging, uitbraak grootschalige veterinaire ziekten, grieppandemie, te verwachten capaciteitsproblemen bijvoorbeeld als gevolg van extreem hoog drinkwaterverbruik.

Wel water Bij het type verstoring, genaamd drinkwater, drukprobleem hebben we te maken met een verstoring, waarbij de druk is weggevallen, maar het te leveren water voldoet aan de gestelde drinkwaterkwaliteitseisen. Bij het type verstoring geen drinkwaterkwaliteit gaat het om vele oorzaken, die kunnen leiden tot het niet voldoen aan de drinkwaterkwaliteitseisen. Op hoofdlijn is dat een (micro-)biologische, chemische of nucleaire besmetting van het drinkwater. Die kan van terroristische aard zijn, maar ook een storing in het zuiveringsproces kan leiden tot een niet geplande waterkwaliteitsverandering. Het niet kunnen gebruiken van drinkwater heeft een grote impact en kan leiden tot een ontwrichting van de samenleving. De reactie vanuit Vitens zal dan ook bestaan uit een hoog opschalingniveau, het informeren van de Veiligheidsregio en in samenhang met de Veiligheidsregio maatregelen treffen om zo snel mogelijk een vorm van drinkwatervoorziening te realiseren. Bij het type "verstoring" dreiging is er sprake van mogelijke uitval van de watervoorziening doordat deze beschadigd kan raken door een natuurramp als bijvoorbeeld een naderende storm (weeralarm). Een andere dreiging kan een bedreiging zijn vanuit terroristisch oogpunt (alertering). Geen water Het type verstoring uitval productie heeft voornamelijk een oorzaak van technische aard binnen een productielocatie.

Ook kan een natuurramp (bijvoorbeeld een (bos-)brand) de oorzaak zijn van het uitvallen van de voorziening, net als het uitvallen als gevolg van een terroristische actie (moedwillige verstoring door bewust menselijk handelen). De effecten kunnen merkbaar kunnen zijn voor grote groepen klanten waardoor de impact groot is, vergelijkbaar met het hierboven beschreven “niet kunnen gebruiken van drinkwater”. Het type verstoring uitval distributie heeft een oorzaak in het kapot gaan of een lekkage van een leiding. De effecten van dit type verstoring zijn divers en kunnen variëren van geen effect tot een zeer groot effect. In bepaalde situaties is het afsluiten van het drinkwater een goede oplossing. Dit gebeurt: • Indien gebruik van het drinkwater aantoonbaar acuut (levens)gevaar oplevert voor de volksgezondheid. Het gebied wordt dan geïsoleerd, waarbij in het uiterste geval gehele pompstations worden afgeschakeld. • In geval van (dreigende) wateroverlast (overstroming/inundatie, hevige neerslag of lekkage nabij pompstations) kan een pompstation preventief worden afgeschakeld. Bij uitval van drinkwatervoorzieningen moet aandacht zijn voor het volgende: • Water koken is niet altijd de oplossing bij bacteriologische besmettingen. Bij thermostatische exotoxines (uitscheiding van bacteriën, bijv. salmonella) wordt door het koken niet het gif in de uitscheiding vernietigd.

• De verstrekking van nooddrinkwater kan ook leiden tot verstoring openbare orde (ervaring GrootBrittannië).

4.2.3

Verstoring drinkwatervoorziening door een verontreiniging in het drinkwaternet

Scenario: uitval drinkwatervoorziening In de scenario-uitwerking is gekozen voor een kwaliteitsprobleem in de drinkwatervoorziening: verontreiniging van het uitgaand reinwater door besmetting waardoor consumptie niet meer mogelijk is (waarschijnlijk is een E colibacterie). Het scenario speelt zich af in de zomer, wanneer de temperatuur relatief hoog is en huishoudens in verhouding meer behoefte aan drinkwater hebben. In dit scenario gaan we ervan uit dat er daadwerkelijk een ziekteverwekker in het drinkwater aanwezig is. De eerste ziektegevallen als gevolg van het drinken van het (besmette) water melden zich bij de huisarts. Vooral mensen die al een verminderde weerstand hebben, worden ziek (buikloop e.d.). Het besmette water is mogelijk naar ongeveer 20.000 huishoudens gegaan. Het scenario speelt zich met name in de eerste 24 uur af, in deze periode bereikt het verontreinigde water de huishoudens. De levering van water gaat wel door. Vitens gaat over op het chloreren van water en geeft een kookadvies af; het uit de kraan komende (besmette) drinkwater kan wel gebruikt worden als drinkwater nadat het gekookt is. In het scenario wordt niet specifiek ingegaan op de volksgezondheidseffecten. Dit behoort bij een ander crisistype. Niet iedereen draagt kennis van het kookadvies. Vitens zet zich in om in principe iedereen op de hoogte te brengen van het kookadvies.

Het is niet duidelijk wanneer het drinkwater weer van de juiste kwaliteit is. Vitens informeert de getroffen gemeenten en de Veiligheidsregio over de kwaliteitsproblemen. Vitens overweegt in dit geval niet de inzet van nooddrinkwater, er is immers drinkbaar water. Een uitrol van een nooddrinkwatervoorziening is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en besluit van Vitens en de getroffen gemeenten. De betrokken gemeenten dragen daarbij zorg voor aangewezen en ingerichte uitgifteplaatsen. Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.16 – Beoordeling scenario ‘Uitval drinkwatervoorziening’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden B (Vervroegd overlijden van kwetsbaren) 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken B (Ernstig zieken i.p.v. gewonden; aandachtspunt zijn mensen die al bekend zijn met een chronische aandoening) 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten A 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven A 5.3 Sociaal psychologisch impact A 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar C

4.4 Verstoring telecommunicatie en ICT Telecommunicatie en ICT zijn in onze samenleving onmisbaar. Het wegvallen van deze voorzieningen heeft een brede impact op ons maatschappelijk functioneren. Ziekenhuiszorg, vitale infrastructuur, pinverkeer en verkeersmanagement zijn voorbeelden van voorzieningen die bij een dergelijke verstoring in de knel komen. Daarbij zijn veel calamiteitenorganisaties in toenemende mate afhankelijk van telecommunicatie en ICT. Het communicatiesysteem C2000 en het alarmnummer 112 worden ook gefaciliteerd door telecommunicatie/ICT netwerken. Belangrijke criteria waar rekening mee moet worden gehouden vanuit het oogpunt van continuïteit zijn: • De verwevenheid van de voorzieningen/netwerken (ook met andere vitale voorzieningen); • De veelheid van aanbieders in de keten en de onderlinge afhankelijkheid/gelaagdheid (en daarmee moeilijk inzicht in gevolgen); • De keteneffecten die mogelijke verstoringen te weeg zullen brengen (en het gebrek aan awareness hieromtrent); • Afnemende maatschappelijke acceptatie van verstoringen. De aanloop naar een verstoring van telecommunicatie en ICT kan sterk uiteenlopen qua aard. Uitval kan ontstaan door technische storingen maar ook door invloeden van buitenaf (zoals terrorisme). Dit is belangrijk voor het bepalen van de continuïteit van en de integriteit van het netwerk.

Voor het scenario in dit risicoprofiel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de (effecten van) de landelijke uitwerking.

4.4.1

Verstoring telecommunicatie en ICT

Scenario In het landelijke scenario wordt uitgegaan van een ingrijpende verstoring van het telecom/ICT netwerk. Op regionaal niveau betekent dit zo’n 100.00 aansluitingen. Omdat het netwerk gebruikt wordt voor zowel dataverkeer als telefonie is het incident direct in heel Nederland merkbaar. Bedrijven en burgers zitten zonder internet en telefoon. Ook het mobiele telefoonverkeer is getroffen. De netwerken van sommige providers functioneren nog. Echter, ze zijn slechts beperkt bruikbaar, doordat de netwerken eilanden vormen: binnen het netwerk is communicatie mogelijk, maar voor diensten als internet is ook het oude netwerk afhankelijk van het IP netwerk dat de backbone verzorgt. In het getroffen gebied is alle vaste communicatie verstoord, en ook van mobiele communicatie, behalve aan de randen, waar gebruik kan worden gemaakt van mobiele sites die op andere netwerkdelen zijn aangesloten. Omdat betalingsverkeer niet meer mogelijk is sluiten winkels hun deuren. Handel op de beurs is niet mogelijk, hetgeen tot veel economische schade lijdt. Veel organisaties in Nederland zijn afhankelijk van het IP netwerk en moeten hun werkzaamheden daarom noodgedwongen staken. Telefonie is niet beschikbaar, waardoor de communicatie bemoeilijkt wordt. Er ontstaat hierdoor onrust onder de bevolking.

Niet alleen kan er niet meer worden getelefoneerd, maar ook de digitale televisie is in het getroffen gebied uitgevallen. De mensen weten hierdoor niet meer waar ze aan toe zijn. Omdat C2000 wordt ondersteund door telecommunicatie/ICT netwerken, zal de communicatie tussen hulpdiensten in ernstige mate worden verstoord of niet mogelijk zijn. Ook is het alarmnummer 1-1-2 alleen nog te gebruiken via andere mobiele aanbieders wiens netwerk in het getroffen gebied nog wel functioneert. Het is dus voor burgers mogelijk dat er op deze wijze geen meldingen van incidenten en ongevallen kunnen worden gedaan. De politie surveilleert extra om ongelukken en ongeregeldheden zelf te constateren, de brandweer kan kazernes bezetten om meldingen aan te nemen en te kunnen optreden. In kritieke situaties duurt het echter veel langer voor de benodigde hulp gealarmeerd wordt en ter plaatse komt. De oorzaak van de verstoring is over het algemeen vrij snel op te sporen. Het herstel van een dergelijke uitval kan afhankelijk van de precieze uitval en de complexiteit ervan wel tot enkele dagen

of een week uitlopen. Het resultaat is een mogelijk langdurige uitval en daardoor grote maatschappelijke onrust en zeer grote economische schade. Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.17 – Beoordeling scenario ‘Verstoring telecommunicatie en ICT’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1

Doden

2.2

Ernstig gewonden en chronische zieken

2.3 3.1

Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften Kosten

4.1

Langdurige aantasting natuur en milieu

5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

5.3

Sociaal psychologisch impact

6.1

Aantasting cultureel erfgoed

C C C -

Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

Score B

B C -

5

Verkeer en Vervoer

Binnen het maatschappelijk thema "Verkeer en vervoer" valt een aantal crisistypen. Sommige daarvan zijn voor Gelderland-Zuid niet relevant en worden niet uitgewerkt. De crisistypen die niet afvallen zijn in de paragrafen hierna uitgewerkt. 1. Luchtvaartincidenten - deze zijn niet relevant, er is geen luchthaven (start- of landingsbaan). Wel is er sprake van een laagvlieggebied voor militaire helikopters en propellervliegtuigen in Gelderland-Zuid, dat door een aantal gemeenten als risicobron wordt gezien. De mogelijke gevolgen van een incident dat hieruit voort kan komen, worden beschreven in de scenario's 'uitval elektriciteitsvoorziening', 'incident met brandbare stof', 'brand in dichte binnenstad' of 'grote brand in gebouwen met verminderd zelfredzamen'. Daarom wordt deze risicobron niet separaat verder uitgewerkt. 2. Incidenten op of onder water - deze zijn relevant en worden hierna verder uitgewerkt 3. Verkeersincidenten op het land - deze zijn relevant en worden hierna verder uitgewerkt 4. Incidenten in tunnels - deze zijn niet relevant, er zijn geen tunnels in de regio. 5.2 Incidenten op of onder water Conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel worden hierbij de volgende incidenttypen onderscheiden: 1.

incident waterrecreatie en pleziervaart: Dit incidenttype is relevant in Gelderland-Zuid; er zal een scenario voor worden uitgewerkt, gecombineerd met incidenttype 2. 2. incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen) Dit incidenttype is relevant in Gelderland-Zuid; er zal een scenario voor worden uitgewerkt, gecombineerd met incidenttype 1. 3. incident op ruim water Er is geen ruim water in Gelderland-Zuid. Dit incidenttype zal niet verder worden uitgewerkt. 4. grootschalig duikincident: Er is in Gelderland-Zuid geen sprake van grootschalige duikactiviteiten. Dit incidenttype zal niet verder worden uitgewerkt. Er is in Gelderland-Zuid sprake van waterrecreatie en pleziervaart (rondvaartboot) op het waterwegennet. Er is een stijging in het aantal bewegingen waargenomen met een toename op incidenten op het water met o.a. (snelle) waterscooters. Daarnaast worden de vaarwegen gebruikt voor beroepsvaart. Laatste jaren is er een toename te zien van verdrinkingen in o.a. de grote rivieren. Veelal betreft het niet-Nederlanders welke niet of nauwelijks kunnen zwemmen (asielzoekers – Oost-Europese arbeiders etc.) Binnen het crisistype incidenten op of onder water is een onderscheid gemaakt naar incidenten waarbij de pleziervaart en incidenten waarbij de beroepsvaart is betrokken.

In tabel B4.18 staat het aantal geregistreerde significante scheepsongevallen van de periode 2012-2018 op de vaarwegen die zich (deels) in Gelderland-Zuid bevinden15,16. De onderverdeling op beroepsvaart en recreatievaart is alleen beschikbaar voor een traject als geheel en niet voor de individuele vaarwegen die deel uitmaken van het traject. 15

RWS database, aantal significante incidenten, exc. recreatievaart (Rijkswaterstaat, 2018)

16 Onder significante scheepsongevallen wordt verstaan: een ongeval waarbij 1) door schade aan vaartuig(en) verder varen

niet meer mogelijk is, 2) lading verloren wordt, 3) de vaarweg langer dan 1 uur gestremd wordt, 4) er gevolgen voor het milieu zijn, 5) er sprake is van ernstig gewonden, doden of vermisten of 6) vanwege vaarwegschade binnen 7 dagen herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn

Tabel B4.18.a – Aantal significante scheepsgevallen op de voor Gelderland-Zuid relevante vaarwegen in de periode 2007-2017.

Gelderland-Zuid

2007 15

2008 6

2009 8

2010 15

2011 6

2012 13

2013 12

2014 12

2015 14

2016 12

2017 10

Binnenvaartzeevaart

Totaal

1

59 1

Tabel B4.18.b - Aantal significante scheepvaartongevallen Gelderland-Zuid 2012-2018

Waal MaasWaalkanaal Nederrijn

Alleen Binnen vaart 44 1 6

Alleen overige vaart 3

Alleen recreatie vaart 8

Alleen werk- en dienstvaart 2

Binnenvaart -overige vaart 1

Binnenvaartrecreatie vaart 0

1

7

Er is een Incidentbestrijdingsplan vaarwegen Oost-Nederland beschikbaar. Het werkingsgebied van het Incidentbestrijdingsplan bevat op hoofdlijnen de volgende wateren: Waal, Boven Rijn, Lek, IJssel, gedeelte van het Twentekanaal, Zwartewater en Meppelerdiep.

Figuur B4.9 - Werkingsgebied van Incidentbestrijdingsplan vaarwegen Oost-Nederland

Als één van de typerende locaties is Nijmegen-centrum genoemd als grote stad langs een drukke vaarroute. Het risicodiagram is weergegeven in onderstaande figuur waarin de scenario's inclusief kans/waarschijnlijkheid en effect/impact zijn opgenomen. Op basis van dit risicodiagram is het scenario “mens in nood” met “verontreiniging” geselecteerd.

Totaal 123

Figuur B4.10 - Scenario's voor vaarroute nabij Nijmegen-centrum

5.2.1 Incidenten op of onder water: waterrecreatie en pleziervaart 5.2.2 Incidenten op of onder water: beroepsvaart Scenario “Incident op het water” Een rondvaartboot met aan boord minimaal 100 personen (gedeeltelijk niet-zelfredzaam) komt in aanvaring met een vrachtschip. Hierbij komen ook schadelijke stoffen voor het milieu vrij (stookolie). Het passagiersschip dreigt te zinken. De opvarenden moeten z.s.m. in veiligheid worden gebracht en/of gered. Enkele passagiers van de rondvaartboot zijn zwaar gewond geraakt door de botsing en hebben meerdere botbreuken en snijwonden. Eén passagier komt als gevolg van de botsing te overlijden. Grotere aantallen slachtoffers moeten worden opgevangen en verzorgd. Hierbij raken 10 personen lichtgewond. Opkomsttijd van de hulpdiensten is geheel afhankelijk van locatie. Bij de kade van Nijmegen is de opkomsttijd 8 minuten voor de brandweer en 15 minuten voor de ambulance. De eventuele blusboot is in 15 minuten inzetbaar (vanaf Nijmegen). De schipper van de rondvaartboot slaagt erin de boot aan de grond te zetten. Evacuatie wordt gedaan door schepen van politie, Rijkswaterstaat en brandweer. De afdrijvende stookolie dreigt op de oevers terecht te komen. Ter voorkoming hiervan legt Rijkswaterstaat oil booms op het water.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.19 – Beoordeling scenario ‘Incident op het water’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden A 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken B 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten B 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu B 5.1

Verstoring van het dagelijkse leven

-

5.3 6.1

Sociaal psychologisch impact Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Kans op gebeurtenis per 4 jaar

C (tijdsduur tot herstel) Score C

5.3 Verkeersincidenten op het land Conform de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel worden hierbij de volgende incidenttypen onderscheiden: 1. incident wegverkeer 2. incident treinverkeer Bij een verkeersongeval op het land kan gedacht worden aan een groot ongeval op de weg of het spoor waarbij veel slachtoffers betrokken zijn (brand in een touringcar, kettingbotsing, treinbrand of botsing met passagierstrein). Ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen zijn eerder in dit document beschreven. Wegverkeersongevallen op het land, met grotere aantallen slachtoffers (>20 personen) kunnen door diverse oorzaken plaatsvinden bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden zoals dichte mist en plotselinge gladheid op de weg. Op het spoor kan bijvoorbeeld door een rood sein passage een botsing plaatsvinden tussen twee treinen, bijvoorbeeld een rangerende trein en een passagierstrein. In het algemeen is de kans op een spoorincident met name aanwezig ter hoogte van wissels (botsingen, ontsporingskans bij wissels). Op basis van de statistieken is gekozen voor de uitwerking van een scenario incident wegverkeer als relevant incidenttype verkeersongeval op het land. 5.3.1 Incident wegverkeer Er is een dalende trend in het aantal ongevallen in Gelderland-Zuid. Het aantal dodelijke slachtoffers schommelt rond een gemiddelde van 30-35.

Het aantal ziekenhuisopnames na een ongeval wegverkeer vertoont sinds 2002 een dalende trend. Er zijn geen onderscheidende 'black spots' (locaties met een verhoogde ongeval-frequentie) in Gelderland-Zuid. De A2 tussen Culemborg en Geldermalsen en een stukje A15 direct ten noorden van Nijmegen, tevens de A73 en de A50 zijn wegen waar het voorkomt dat extreem verkeer (drukte) samenvalt met extreem weer (zeer dichte mist). Dit is mogelijk een aandachtspunt vanwege een hogere kans op ongevallen. Scenario: incident wegverkeer In de avondperiode treedt op een 4-baans Rijksweg plotseling dichte mist op, waardoor een aantal bestuurders sterk snelheid verminderen. Door het slechte zicht kunnen niet alle automobilisten op tijd remmen. In eerste instantie ontstaat op een rijbaan een kettingbotsing, waarbij 15 auto's en 2 vrachtwagens betrokken zijn. Direct na de kettingbotsing vliegen 4 auto's en één van de vrachtwagens in brand. De chauffeur van 2 auto's en van de vrachtwagen weten niet te ontkomen. In 4 andere auto's zitten mensen bekneld geraakt die door de brandweer bevrijd moeten worden, hiervan zijn 4 inzittenden (zwaar) gewond. In de overige betrokken auto's zijn zes licht gewonden. De slachtoffers worden naar verschillende ziekenhuizen in de omgeving gebracht. De personen die ongedeerd beleven worden opgevangen in een hiervoor ingerichte opvanglocatie.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.20 – Beoordeling scenario ‘Incident wegverkeer’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied A 2.1 Doden B 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken C 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten B 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven 5.3 Sociaal psychologisch impact C 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar E

5.3.2 Incident treinverkeer In het algemeen is de kans op een incident bij spoor met name aanwezig ter hoogte van wissels. Er kan bijvoorbeeld door een roodseinpassage een botsing plaatsvinden tussen een rangerende trein en een passagierstrein. Ook kan een trein ontsporen ter hoogte van wissels. Op basis van de Trendanalyse 2008 van IVW (toenmalige Inspectie Verkeer en Waterstaat, tegenwoordig: Inspectie Leefomgeving en Transport) voor spoorongevallen en de door ProRail jaarlijks opgeleverde spoorrisicoprofielen kan echter worden afgeleid dat in de afgelopen jaren geen grote ongevallen op het spoor binnen de regio Gelderland-Zuid hebben plaatsgevonden. Ook de trend voor de komende jaren lijkt positief. Op basis van deze informatie is besloten geen specifiek scenario uit te werken voor incidenten op het spoor. In de periode tussen 1965 en 2005 vonden 5 relatief kleine treinongevallen plaats in regio Gelderland-Zuid. Op basis van de statistieken van ProRail en de Trendanalyse van IVW betreffen de incidenten Treinverkeer met name suïcides en incidenten bij overwegen.

6

Gezondheid

Binnen het maatschappelijk thema "Gezondheid" valt een tweetal crisistypen. Het gaat om de volgende typen: • Bedreiging volksgezondheid; Het betreft hier (plotselinge) gebeurtenissen, inzichten in of vermoedens over een directe bedreiging van de gezondheid van een grote groep personen, echter zonder veel ziektegevallen. • Epidemie. Hieronder verstaat men een uitbraak van een ziekte, soms met onbekende oorzaak. Veelal is er sprake van een infectieziekte. Een wereldwijde epidemie (een pandemie) valt hier ook onder. De grieppandemie is hier een goed voorbeeld van. De GGD, en in het bijzonder de afdeling Infectieziektebestrijding van de GGD, heeft jarenlange ervaring met epidemieën op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Hierbij wordt gebruik gemaakt van landelijke richtlijnen per ziektebeeld. Deze zijn opgesteld door het RIVM. 6.1 Bedreiging volksgezondheid Een bedreiging van de volksgezondheid kan gaan om gezondheidsklachten bij een groot aantal personen ten gevolge van een gemeenschappelijke oorzaak. Het kan ook gaan om een bedreiging ten gevolge van het vrijkomen van giftige stoffen na een incident, dit wordt echter elders behandeld. In de landelijke Handreiking worden voor het crisistype 'bedreiging volksgezondheid' de volgende incidenttypen uitgewerkt: 1. besmettingsgevaar via contactmedia; 2. feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen; 3.

besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland; 4. besmettelijkheidgevaar in eigen regio; 5. dierziekte overdraagbaar op mens. Al deze incidenttypen kunnen uitmonden in het crisistype ziektegolf. Met name dan zal het incident grote impact hebben op de regio. Voor de collectieve preventieve zorg rond infectieziekten en de kwaliteit van voedingsmiddelen bestaan afdoende landelijke regelingen in combinatie met de reguliere gezondheidszorg. Naast bovenstaande incidenttypen kan ook de indeling gemaakt worden in 'besmettelijke ziekte' en 'niet besmettelijke ziekte'. In paragraaf 6.2 wordt deze laatste indeling gehanteerd. Het is niet goed te voorspellen welke besmettelijke ziekten in de toekomst tot een bedreiging van de volksgezondheid kunnen leiden. Wel zijn er trends waar te nemen in het voorkomen van bepaalde infectieziekten. Zo is er een toename te zien in het voorkomen van de ziekte van Lyme. Dit is echter een zeer geleidelijk proces. Het RIVM verzorgt de monitoring en eventuele maatregelen zullen op landelijk niveau bepaald worden. 6.1.5 Dierziekte overdraagbaar op mens Dierziekten die overdraagbaar zijn van dier op mens worden zoönosen genoemd. De meeste dierziekten zijn niet besmettelijk voor de mens of niet gevaarlijk. Op dit moment heersen er in Nederland weinig ziekten die van dier op mens kunnen overgaan. Dit komt door de intensive controles op dieren en voedsel.

Maar door het grote aantal dieren dat in Nederland dicht op elkaar leeft is er wel een continu risico op een zoönose. Het is daarom belangrijk om hier erg alert op te blijven. Voorbeelden hiervan zijn Q-koorts, vogelgriep en BSE. De COVID-19 pandemie die in 2020 startte is het meest recente voorbeeld. Nader onderzoek zal de betekenis duiden. Daarnaast kunnen zoönosen ook overspringen van (wilde) dieren in de vrije natuur. Het merendeel van de zoönosen is afkomstig van dieren in de vrije natuur. Het gaat dan bijvoorbeeld om de Ziekte van Weil of om de Ziekte van Lyme.

Zoönosen zijn zeer divers en elke uitbraak is uniek. Voorbeeld: een uitbraak kan sterk lokaal voorkomen (teken in een park), regionaal (Q-koorts-uitbraak) of zelfs (inter)nationaal (grieppandemie met een vogelgriepvirus). Een beperkt lokaal probleem wordt niet verder uitgewerkt vanwege de kleinschaligheid en beperkte gevolgen; een (inter)nationale zoönose met mens-op-mens transmissie wordt beschreven onder epidemie. Als scenario wordt een regionaal probleem beschreven. De Nederlandse veesector wordt intensief gecontroleerd op ziekten door de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit). Bij ziekte worden passende maatregelen genomen door de NVWA. Grote delen van de regio Gelderland-Zuid hebben een agrarische bestemming. In alle gemeenten bevinden zich veehouderijen. Scenario: dierziekte overdraagbaar op mens De al ruim een decennium relevante Q-koorts problematiek is een goed voorbeeld van een zoönose. Q-koorts is een bacterie waarvan al bekend was dat deze uitbraken van ziekte onder mensen kan veroorzaken. Meestal betreft dit een individuele boerderij waar in korte tijd in een beperkt geografisch gebied een aantal omwonenden en werknemers ziek wordt. Het aantal gemelde gevallen is een onderschatting, want ongeveer de helft van de besmette personen krijgt geen klachten. Het totaal aantal besmette personen zal derhalve ongeveer twee keer zo hoog liggen.

Op basis van de bevindingen van de GGD’en zijn uiteindelijk door het (toenmalige) Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI) en NVWA maatregelen genomen. Bedrijven van schapen en geiten worden sinds de start van de uitbraak regelmatig getest op Q-koorts. Besmette bedrijven hebben een fokverbod en mogen geen bezoekers meer ontvangen. Omwonenden worden geïnformeerd. Vanaf eind 2010 is er een vaccinatieplicht voor alle publieksbedrijven, professionele- en melkgeitenbedrijven (met meer dan 50 jaar) en opfokbedrijven met meer dan 50 dieren die bestemd zijn voor de melkproductie zijn verplicht om jaarlijks hun dieren volledig te vaccineren. Gevolg is dat de overdracht van Q-koorts is verminderd. De maatregelen lijken effectief: de afgelopen jaren zijn er geen meldingen meer gedaan van een nieuwe Q-koortsbesmetting. Terugkijkend blijkt dat zoönosen vaak een lange aanlooptijd hebben. Vaak heeft de veroorzaker van de ziekte zich al over de regio verspreid voordat mensen ziek worden. Daarna duurt het nog enige tijd voordat duidelijk wordt dat er meer mensen ziek zijn dan normaal. De bestrijding is vaak lastig. Het aantal ziektegevallen blijft in dit scenario beperkt (anders geldt scenario epidemie), maar er is wel sprake van onrust.

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Tabel B4.21 – Beoordeling scenario ‘Dierziekte overdraagbaar op mens’ Impactcriteria Score 1.1 Aantasting integriteit grondgebied B 2.1 Doden B 2.2 Ernstig gewonden en chronische zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften 3.1 Kosten A/D (varieert sterk per uitbraak. In het risicodiagram is uitgegaan van A) 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven C 5.3 Sociaal psychologisch impact B 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score Kans op gebeurtenis per 4 jaar B

6.2 Ziektegolf Een ziektegolf is een wijdverspreide uitbraak van een ziekte of een groot aantal gevallen van een ziekte in één enkele gemeenschap of in een bepaald gebied. In de landelijke Handreiking worden twee incidenttypen genoemd: 1. ziektegolf besmettelijke ziekte; 2. ziektegolf niet besmettelijke ziekte. Ad 1. Met een 'ziektegolf besmettelijke ziekte' wordt gedoeld op ziekten die van mens op mens of van dier op mens overdraagbaar zijn; de zogenaamde infectieziekten. De overdracht vindt plaats doormiddel van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen, schimmels of parasieten. Dit kan via besmette personen (contact), voeding, water, hoesten of insecten. Er is verder onderscheid te maken tussen infectieziekten afkomstig van dieren en infectieziekten die alleen bij mensen voorkomen. De Corona pandemie in de periode 2020-2023 heeft ook nieuwe inzichten opgeleverd. Ad.2. Bij 'niet-besmettelijke ziekte' wordt gedoeld op toxines. Toxines zijn chemische, giftige stoffen die gemaakt worden door bacteriën. Voorbeelden zijn botulinetoxine (botulisme) en de toxines geproduceerd door blauwalgen.

Voor specifieke uitbraken van infectieziekten zijn door de GHOR Gelderland-Zuid in samenwerking met de GGD'en regionale draaiboeken opgesteld. De volgende draaiboeken zijn operationeel: • pokken • SARS • meningokokken • Influenzapandemie • Coronapandemie Voor de uitwerking van deze deelonderwerpen zal zo veel mogelijk aangesloten worden bij de regionale draaiboeken van GGD'en in Gelderland-Zuid. Ook voor de uitwerking van het scenario wordt hierbij aangesloten. Daarnaast is het regionale generieke draaiboek infectieziektecrises ontwikkeld door de GGD en de GHOR; dit is toepasbaar op alle grote uitbraken van een besmettelijke ziekte. Infectieziekten verschillen wezenlijk van andere rampen. Bij rampen door chemische of radiologische oorzaken zal de aanloop naar het incident kort zijn, besmettelijke ziekten kennen doorgaans een langere aanloopperiode. Hierdoor bestaat er meer gelegenheid om voorbereidende maatregelen te treffen. Uitzondering hierop is bijvoorbeeld een voedselinfectie of drinkwaterbesmetting door toxines of bacteriën, waarbij in een tijdsbestek van uren of dagen veel mensen ziek kunnen worden. Ook het plotseling bekend worden van een langer bestaand probleem kan leiden tot acute onrust, met noodzaak tot direct optreden. Ook is er een kans op maatschappelijke en politieke onrust.

Dit is het geval bij (dreiging van) een grootschalige infectieziekte-uitbraak, waarbij relatief veel onduidelijkheden spelen, en waarbij er geen of slechts beperkte middelen zijn om de ziekte te bestrijden. In het geval van grote onrust is het wenselijk de bestrijding van de infectieziekte-uitbraak multidisciplinair en vanuit de systematiek van de rampenbestrijding aan te pakken. Naast het Ministerie van VWS, is dan tevens het Ministerie van BZK als systeem-verantwoordelijke van de crisisbeheersing betrokken. Naast bronbestrijding via de structuur van de infectieziektebestrijding is er dan gelijktijdig sprake van effectbestrijding vanuit de rampbestrijdingsstructuur met daarin een rol voor de GHOR. Voorbeeld hiervan is de Mexicaanse Griep. Factoren van invloed op beleid Een aantal factoren is van invloed op de regionale aanpak van een crisis door een besmettelijke ziekte:

• de aard van de ziekte (verschijnselen, ernst) en het aantal sterfgevallen (mortaliteit) • de omvang van de epidemie (lokaal, regionaal, landelijk) en de snelheid en omvang van verspreiding (attack rate) • de mate van onduidelijkheid over het verdere beloop (bekende ziekte of nieuwe ziekte) • De mogelijkheden tot preventie of behandeling (is er een vaccin?) Bij de grieppandemie scenario's van het nationale veiligheidsbeleid (van het ministerie van Veiligheid en Justitie) wordt uitgegaan van een wereldwijde uitbraak van griep, veroorzaakt door een nieuw influenzavirus. Zorgbehoefte bij ziektegolf Bij de ontwikkeling naar een ziektegolf of pandemie nemen zorgbehoeften vanuit de samenleving toe. Belangrijke aandachtspunten vanuit het perspectief van geneeskundige zorg en primaire levensbehoeften zijn17: • Verandering in vraag naar geneeskundige producten en diensten. Hieronder kan worden verstaan: o Bedden- en IC-capaciteit van ziekenhuizen, evt. beademingsapparatuur o Vraag naar huisartsenzorg, ook buiten kantooruren o Bij een (zeer) hoog sterftecijfer: de capaciteit van opslag van stoffelijke overschotten o Toename zelfzorgbehoefte, bijvoorbeeld medicatie, hygiënemiddelen en toename vraag naar kennis en advies o Toename psychosociale hulpvragen als gevolg van sterfte in de directe omgeving o Toename van angst, spanning, onrust, protest, geweld.

Burgers zijn bang voor besmetting en doen een beroep op schaarse geneeskundige hulp, waardoor zorgtoewijzing (wie wel en wie niet) tot emoties leidt. • Verandering in vraag naar primaire levensbehoeften: o Toename in vraag naar (levens)middelen aan huis o Toename in vraag naar houdbare voeding en zelfzorgartikelen (schaarste door hamstergedrag, productieproblemen en logistieke problemen) o Toename in vraag naar energie, drinkwater en communicatiemiddelen (ICT) in woningen o Toename in vraag opvang en verzorging van zieken, dak- en thuislozen Bij rampen met besmettelijke ziekten is niet altijd sprake van direct zichtbare gezondheidseffecten. De gevolgen zijn soms pas na enige tijd duidelijk. Dat betekent dat vooral de surveillance (het systematisch verzamelen van gegevens over bacteriën en virussen) een belangrijke rol speelt bij de detectie van dit type rampen. Een ziektegolf heeft geen regio specifieke spreiding al ligt het voor de hand dat het aantal ziektegevallen in de dichtbevolkte gebieden hoger zal uitvallen, en dat dierziekten een grotere bedreiging is in gebieden waar deze dierpopulatie zich bevindt. In de regio van GGD Rivierenland bevindt zich een deel van de Biblebelt. In deze streek laat een deel van de inwoners zich niet vaccineren om religieuze gronden, wat leidt tot een lage vaccinatiegraad. Dit kan een extra risico met zich meebrengen voor ziekten die d.m.v.

vaccinatie bestreden kunnen worden. 6.2.1 Scenario ziektegolf besmettelijke ziekte Scenario's voor besmettelijke ziekten zijn moeilijk te geven, omdat elke uitbraak uniek is. Als voorbeeld is gekozen voor Mexicaanse Griep, omdat hier sprake is van een wereldwijde verspreiding van een nieuwe infectieziekte; een pandemie. Scenario: grieppandemie (mild en ernstig) In het buitenland (b.v. Mexico) wordt een nieuwe infectieziekte beschreven. Er zijn meerdere ziekenhuisopnames en tot wel 50% hiervan overlijdt. De eerste gegevens zijn onduidelijk en op meerdere wijzen te interpreteren. Op landelijk niveau (RIVM) worden direct maatregelen genomen om introductie in Nederland te voorkomen. De GGD'en spelen hierbij een centrale rol. 17 Ontleend aan het samengesteld Maatschappelijk Scenario Grieppandemie Nederland

Na enige tijd weet de ziekte zich toch te verspreiden in Nederland en op grotere schaal worden mensen ziek. Afhankelijk van de mate van besmettelijkheid (attack rate) en de ernst van de ziekte (aantal dagen ziek, overlijden, ernst aandoening) is een deel van de bevolking een bepaalde periode ziek thuis (tot wel 50% van de bevolking). Ook zijn mensen opgenomen in het ziekenhuis. De huisartsenzorg weet zich redelijk te handhaven doordat praktijken tijdelijk samenwerken, maar hebben tot 4x zoveel bezoekers als normaal. De IC-afdelingen van ziekenhuizen liggen vol en er is geen plaats meer voor nieuwe opnames. Er overlijden meer mensen dan gemiddeld. Bij een deel van hen is dit aan de nieuwe infectieziekte te relateren, bij een ander deel wordt dit vermoed op basis van de klachten. Er is volop media-aandacht, maar van grootschalige paniek lijkt geen sprake. Wel bellen verontruste burgers met GGD'en en huisartsen met vragen. Ook zorginstellingen hebben te maken met uitbraken van de ziekte onder hun bewoners en personeel. Ondertussen komen antivirale middelen beschikbaar en is een vaccin in ontwikkeling. De eerste medicijnen worden ingezet om ernstig zieken te behandelen; hierdoor overlijden minder mensen.

Als de uitbraak al enige tijd loopt is het vaccin op grote schaal beschikbaar en wordt in 2 weken tijd een deel van de Nederlandse bevolking door de GGD’en en huisartsen gevaccineerd. Hierna neemt het aantal ziektegevallen sterk af. Voor de uitwerking van het griepscenario is uitgegaan dat de start van een nieuwe pandemie in het buitenland plaatsvindt. Kenmerkend voor dit soort uitbraken is dat gezondheidsprofessionals van GGD en RIVM als eerste betrokken zijn bij de bestrijding; met name het voorkomen van introductie in Nederland. Ook geven zij adviezen aan zorgmedewerkers over hoe te handelen. Dit geldt zowel landelijk als regionaal. Er is vaak veel media-aandacht. Bij grote uitbraken met een uitgebreid ziekteproces zal de zorgvraag vrijwel altijd het zorgaanbod overstijgen. De effecten van de pandemie blijven niet beperkt tot het individu; door ziekteverzuim en noodzakelijke verzorging zal er meer uitval van menskracht optreden. Vooral de volksgezondheidzorg zal te maken krijgen met een hogere werkdruk door toename van hulpvraag en op minder beschikbare hulpverleners (zij zijn zelf ziek). In het Nationaal Veiligheidsprofiel (2016) 18 is zowel een milde als ernstige variant grieppandemie beschreven voor het risico ‘humane infectieziekten’.

In het Nationaal Veiligheidsprofiel wordt voor de uitwerking teruggegrepen naar de uitwerking van de Nationale Risicobeoordeling uit 2011 19. Dit scenario wordt ook voor het Risicoprofiel van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid als uitgangspunt genomen. De scenario’s onderscheiden zich door de aannames met betrekking tot de al bestaande en nog aanwezige immuniteit van de bevolking, en de kansen op ziekenhuis opname en sterfte na infectie. Het milde scenario is gebaseerd op de ervaring van de pandemie uit 2009 waaruit bleek dat er aanzienlijke immuniteit tegen de infectie aanwezig kan zijn in de volwassen en oudere leeftijdsgroepen. Bij het ernstige scenario is de aanname dat de kansen op ziekenhuisopname en overlijden na infectie tweemaal zo hoog zijn. Voor het beoordelen van de regionale impact van een grieppandemie zijn de landelijke cijfers uit de Nationale Risicobeoordeling 2011 geïnterpoleerd naar de schaalgrootte van Gelderland-Zuid. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de demografische samenstelling van Nederland in 2018 is niet significant anders dan in 2011 • de demografische samenstelling van Gelderland-Zuid is niet significant anders dan in Nederland. • Het totale inwonersaantal van Nederland in 2011 was 16.655.799 (CBS) • Het totale inwonersaantal van Gelderland-Zuid is 553.749 (CBS, januari 2018, meest recente data)

18 Nationale Veiligheidsprofiel

2016 (m.n. pagina’s 67-72) 19 Nationale Risicobeoordeling 2011 (m.n. pagina’s 15-29)

Dit leidt tot de volgende cijfers: Gevolgen milde grieppandemie

Aantal personen in Nederland

Geïnfecteerd

Ziekenhuisopname

Sterfte

1.370.000

729

188

45.573

24

6

Geïnfecteerd

Ziekenhuisopname

Sterfte

9.530.000

37.986

14.366

316.855

1267

475

(NRB 2011) Aantal personen in GelderlandZuid (afgeleid op basis van NRB 2011) Gevolgen ernstige grieppandemie

Aantal personen in Nederland (NRB 2011) Aantal personen in GelderlandZuid (afgeleid op basis van NRB 2011)

Impact- en waarschijnlijkheidsbeoordeling Voor de impactbeoordeling is een mild en een ernstig scenario van een pandemie uitgewerkt. Deze scenario's zijn samengesteld uit de parameters zoals die in de berekeningen zijn benoemd. In de tabel zijn steeds beide scores per criterium opgenomen. De waarschijnlijkheid wordt in het Nationale Veiligheidsprofiel 2016 voor zowel de milde als de ernstige variant geschat op ‘waarschijnlijk’. Dit is een toename in kans vergeleken met het huidige risicoprofiel: daar wordt de milde variant bestempeld als ‘waarschijnlijk’ en de ernstige variant als ‘mogelijk’. Tabel B4.26 – Beoordeling scenario ‘Grieppandemie mild/ernstig’ Impactcriteria Score mild scenario 1.1 Aantasting integriteit grondgebied 2.1 Doden D hoog 2.2 Ernstig gewonden en chronische C hoog zieken 2.3 Lichamelijk lijden A (gebrek aan primaire levensbehoeften) 3.1 Kosten A 4.1 Langdurige aantasting natuur en milieu 5.1 Verstoring van het dagelijkse leven A 5.3 Sociaal psychologisch impact A 6.1 Aantasting cultureel erfgoed Waarschijnlijkheid Score mild scenario Kans op gebeurtenis per 4 jaar D

Score ernstig scenario E E A C E C Score ernstig scenario D

Uitbraak van infectieziekte onder niet-gevaccineerde groep In de regio Rivierenland bevindt zich een aanzienlijke groep mensen die niet gevaccineerd is tegen infectieziekten. Deze categorie mensen (voornamelijk in de Biblebelt) beroept zich op gewetensbezwaar op religieuze gronden om zich niet te laten vaccineren. Het gaat bij deze uitbraken specifiek om ziekten waartegen in het rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd wordt; bij gevaccineerde groepen komen geen grote uitbraken voor. Het gaat om ziekten zoals de bof, polio en mazelen.

Kenmerkend voor deze uitbraken is dat het meestal jongere mensen betreft. Zij zijn namelijk niet gevaccineerd en hebben de ziekte ook niet als kind doorgemaakt. Als de ziekte opnieuw wordt geïntroduceerd in de regio, verspreidt deze zich vervolgens onder de niet-gevaccineerde en dooft daarna uit. Deze uitbraken treden niet elk jaar op. Het duurt enige tijd voordat er (weer) genoeg vatbare personen zijn; pas als dat punt bereikt is én de ziekte opnieuw wordt geïntroduceerd kan zich een uitbraak voordoen. Dit beeld is per ziekte verschillend. De gevaccineerde populatie loopt weinig risico. Wel is er meestal veel media-aandacht voor deze uitbraken. Bij deze uitbraken is een vaccin beschikbaar. In de praktijk echter maken weinig mensen gebruik van de mogelijkheid om zich (alsnog) te laten vaccineren, omdat ze om principiële gronden de vaccinatie weigeren. De mogelijkheden tot bestrijding zijn dan ook gering. Daarentegen is er wel mogelijkheid tot het geven van hygiëneadviezen. Het aantal slachtoffers blijft meestal ook gering, vanwege de beperkte omvang van de vatbare groep. Dit scenario wordt niet verder uitgewerkt. De maatregelen en gevolgen zijn vergelijkbaar met een epidemie milde variant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13133364/1