CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid 2026-2032

Raad 29 januari 2026, gemeente HeumenBij agendapunt: Vaststellen Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid 2026-20324.314 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID 2026-2032 | Gelderland-Zuid

INHOUDSOPGAVE OVER DIT PLAN

3

SAMENVATTING

4

1. A ANLEIDING 1.1 Nationaal actieplan Dakloosheid – Eerst een thuis 1.2 De regionale vertaling en verhouding bestaande kaders

5 5

2. MISSIE, VISIE EN DOELEN 2.1 Missie 2.2 Visie omgaan met dak- en thuisloosheid 2.3 Uitgangspunten 2.4 Doelen

6 6 6 8 8

3. DE HUIDIGE SITUATIE

10

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID

5

2026-2032 | Gelderland-Zuid

Culemborg

Buren Neder-Betuwe

2

4. WAAR WILLEN WE NAAR TOE? 4.1 Belangrijke regionale kansen

11 12

5. MONITORING EN STURING 5.1 Governance 5.2 Kwantitatieve monitoring 5.3 Kwalitatieve monitoring

13 13 14 14

BEGRIPPENLIJST

15

West Betuwe

Tiel

Druten West Maas en Waal

Beuningen Nijmegen Wijchen

Berg en Dal Heumen Mook en Middelaar

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032 OVER DIT PLAN Dit Regionaal Actieplan is opgesteld door de projectgroep Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid, in samenwerking met gemeenten en andere betrokken organisaties. Met dit plan willen we samen de oorzaken en gevolgen van dak- en thuisloosheid aanpakken en terugdringen. Het Regionaal Actieplan beschrijft de missie, visie, doelen en uitgangspositie voor de betrokken gemeenten om als regio dak- en thuisloosheid aan te pakken. Waar nodig wordt er ingezet op regionale samenwerking, wanneer het in de lokale aanpak de gemeenten niet lukt om dakloosheid te voorkomen. Het plan is ontwikkeld naar aanleiding van zowel het Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis (2023 – 2030) en het daaropvolgende ETHOS onderzoek in 2024. We bouwen voort op de ambities in het Nationaal Actieplan en vertalen deze naar de regionale situatie. Waarbij wij ons baseren op de cijfers en resultaten uit het ETHOS onderzoek. Het actieplan komt voort uit de regionale samenwerking van centrumgemeente Nijmegen, met de regio’s Rijk van Nijmegen en Rivierenland. Vanuit het ETHOS project is een hernieuwde basis gelegd voor de hechte regionale samenwerking om dak- en thuisloosheid aan te pakken en terug te dringen.

VERHOUDING REGIONAAL ACTIEPLAN EN REGIONALE- EN LOKALE UITVOERINGSPLANNEN Dit Regionale Actieplan vormt samen met het Regionale Uitvoeringsplan en de Lokale Uitvoeringsplannen de volledige regionale aanpak. Om het plan goed uit te voeren, is een vertaling naar regionale en lokale acties nodig. Dit maakt het mogelijk om zowel concrete maatregelen en afspraken vast te leggen als gemeenten de ruimte te geven deze binnen hun eigen lokale context in te vullen. Daarom bestaat de aanpak uit drie samenhangende documenten: •R  egionale Actieplan: beschrijft de kaders, missie, doelen en uitgangspunten van de gezamenlijke aanpak. •R  egionale Uitvoeringsplan: bevat concrete maatregelen, afspraken en doelstellingen staan om regionale vangnet te ontwikkelen en biedt het kader voor de lokale uitvoeringsplannen. • Lokale Uitvoeringsplannen: plannen per gemeente waarin zij beschrijven wat op lokaal niveau gedaan wordt om dakloosheid te voorkomen of terug te dringen.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

3

????

,,

OM HET PLAN GOED UIT TE VOEREN, IS EEN VERTALING NAAR REGIONALE EN LOKALE ACTIES NODIG

SAMENVATTING Kijk: er zijn steeds meer mensen dak- of thuisloos, en de zorgvraag binnen deze groep neemt sterk toe. Dit zorgt ervoor dat steeds meer mensen en gezinnen moeite hebben om mee te doen in de samenleving. We kampen met een tekort aan professionals, waardoor er lange wachtlijsten zijn voor behandeling en begeleiding. Daarnaast is er een structureel tekort aan budget voor maatschappelijke opvang. De huidige zorgvormgeving biedt een goede basis, maar er is een andere aanpak nodig om dak- en thuisloosheid effectief te voorkomen. Want: door het grote tekort aan betaalbare woningen stokt de uitstroom uit maatschappelijke opvang. Dit leidt ertoe dat er onvoldoende maatschappelijke opvangplaatsen beschikbaar zijn. Door dit tekort aan opvangplaatsen stijgt het aantal mensen dat noodgedwongen buiten moet slapen. Doordat mensen steeds langer op straat verblijven, groeit de onbehandelde zorgvraag, waarbij de problematiek zwaarder en complexer wordt. Deze toenemende zorgvraag zorgt op haar beurt voor extra druk op de leefbaarheid en veiligheid, zowel voor de betrokken individuen als voor de samenleving als geheel.

4

Het Nationaal actieplan Dakloosheid – Eerst een thuis biedt een beleidskader met concrete doelen voor preventie, passende huisvesting en betere samenwerking tussen zorg en opvang. Dit plan is van groot belang om de genoemde problemen effectief aan te pakken. De Ethos-telling van april 2024 laat zien dat er in onze regio 1.357 dak- en thuislozen zijn, waarvan een groot deel langdurig dakloos is. Deze cijfers maken de urgentie van het probleem duidelijk en onderstrepen het belang van de doelen uit het Nationaal Plan Dus: zetten we in op preventie, het voorkomen van dak- en thuisloosheid, het vergroten van aanbod van passende huisvesting en een regionaal vangnet. Dit is om dak- en thuisloosheid te verminderen, escalatie van zorg te voorkomen; mensen sneller vanuit maatschappelijke opvang te laten doorstromen naar passende vormen van huisvesting met – indien nodig - de juiste zorg, in de juiste vorm en maat, waardoor de druk op de leefbaarheid en veiligheid van zowel het individu en samenleving afneemt.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

AANLEIDING ????

1.1 NATIONAAL ACTIEPLAN DAKLOOSHEID – EERST EEN THUIS Op 30 november 2022 lanceerden het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het Nationaal Plan Dakloosheid - Eerst een thuis (Rijksoverheid, 2023). Het plan sluit aan op de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen (European Commission, 2023). Het Nationaal Plan vraagt om een fundamenteel andere kijk op het vraagstuk ‘dakloosheid’ en benoemt zes leidende principes die richting geven aan de regionale vertalingen van dit landelijke plan. Op 5 december 2022 zijn de bestuurlijke afspraken tussen zorgaanbieders, gemeenten, woningcorporaties en het Rijk ondertekend (Rijksoverheid, 2023). Hierin is gezamenlijk afgesproken om integraal samen te werken aan het beëindigen van dakloosheid in 2030, onder de vlag van de Coalitie Nationaal Actieplan Dakloosheid – Eerst een Thuis.

1.2 DE REGIONALE VERTALING EN VERHOUDING BESTAANDE KADERS De regionale samenwerking bouwt voort op twee belangrijke documenten: • Samen Dichtbij (2017) – gericht zich op de inkoop en uitvoering van maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MO/BW), en op het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). • Regioplan Beschermd Wonen (2022) - een regionaal uitvoeringsplan, voortkomend uit Samen Dichtbij. Deze documenten vormen het vertrekpunt voor dit Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland-Zuid en blijven onverminderd van kracht.

Huisvestiging is een mensenrecht

1 6 leidende principes als kompas Ondersteuning is flexibel en op maat

Dakloosheid voorkomen is altijd het beste

Scheiden van wonen en zorg

Respect voor eigen keuze en regie Herstelondersteuning en inzet ervaringsdeskundigheid

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

5

MISSIE, VISIE EN DOELEN

????

2.1 MISSIE Ons ultieme doel is het volledig uitbannen van dak- en thuisloosheid en ervoor zorgen dat iedereen die hiermee te maken heeft (gehad) weer mee kan doen in de samenleving.

2.2 VISIE OMGAAN MET DAK- EN THUISLOOSHEID

2

Als iemand dreigt de woonplek te verliezen, moet die persoon eerst bij de eigen gemeente terecht kunnen voor hulp, ondersteuning en herhuisvesting. Met preventieve maatregelen moet dakloosheid voorkomen worden en moeten (her)huisvestings­ oplossingen worden gevonden voordat een beroep wordt gedaan op de (maatschappelijke) opvangvoorzieningen. Veel mensen zijn voldoende zelfredzaam om met voldoende aandacht en passende ondersteuning weer een (andere) eigen woning aan te kunnen. We hanteren vier hoofddoelen met bijbehorende resultaten en vertalen deze doelen naar de uit­­voeringsplannen.

6 ??

1.

2.

Dakloosheid bestrijden we het beste door meer woonplekken te creëren die bovendien beter aansluiten op individuele behoeftes.

Maatschappelijke opvang blijft daarbij een nood­ zakelijk vangnet. Huisuitzetting voorkomen we door vroegtijdig in te grijpen en inwoners actief te ondersteunen, zodat problemen tijdig worden opgelost voordat zij escaleren.

BELEIDSPLAN REGIONAAL GGZACTIEPLAN | BESCHERMD DAK-WONEN EN THUISLOOSHEID | MAATSCHAPPELIJKE GELDERLAND-ZUID OPVANG 2026-2032 2018-2020

,,

ONS ULTIEME DOEL IS HET VOLLEDIG

UITBANNEN VAN DAK- EN THUISLOOSHEID

3.

4.

Armoede is een belangrijke oorzaak van dakloosheid. Het versterken van financiële stabiliteit is daarom essentieel om structurele problemen te voorkomen.

We zorgen dat professionals meer en betere instrumenten krijgen om inwoners passend te ondersteunen en effectieve inter­venties mogelijk te maken.

POSITIONERING VAN MAATSCHAPPELIJKE OPVANG Wanneer dat lokaal huisvesten van (dreigend) dak en thuislozen niet lukt, fungeert de Maatschappelijke Opvang als regionaal vangnet. Deze verhouding tussen lokale en regionale verantwoordelijkheid wordt gezien als 75%-25%: • 75% van de doelgroep wordt lokaal geholpen door preventie en herhuisvesting; • 25% valt binnen de maatschappelijke opvang. Deze verhouding is gebaseerd op het ETHOS-onderzoek, en benadrukt de belangrijke preventieve en herhuisvestingsrol van lokale gemeenten bij het terugdringen van dakloosheid.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

7

2.3 UITGANGSPUNTEN

2.4 DOELEN

In het Regionaal Actieplan Dakloosheid Gelderland-Zuid hanteren wij de volgende 6 uitgangspunten voor de uitwerking van de visie:

Met het Regionale Actieplan en de bijbehorende uitvoeringsplannen, werken we aan concrete, haalbare en meetbare doelen. Hiermee wordt onze missie en visie vertaald naar de praktijk en kunnen we volgen of we op koers liggen. Niet elk doel heeft dezelfde doorlooptijd. Wat sneller kan, pakken we ook sneller op.

1.

2.

3.

8

We vergroten de zelfredzaamheid en samenredzaamheid, ook binnen MO-voorzieningen.

Het voorkomen van dakloosheid heeft prioriteit boven opvang of herhuisvesting. Is voorkomen niet gelukt, dan richten we ons op herstel (curatie, reparatie).

Wonen met privacy en autonomie is de norm.

4.

5.

6.

Het streven is om onvrijwillig buitenslapen volledig te beëindigen.

Er mag geen thuisloosheid bestaan onder kinderen en jongeren tot 23 jaar.

Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet.

Doelen in het kort 1. 7  5% van de doelgroep lokaal helpen door preventie en/of herhuisvesting met passende ondersteuning. 2. 25% van de doelgroep tijdelijk opvangen via het regionale vangnet van de maatschappelijke opvang. 3. S  tructurele financiële kaders voor de centrumfunctie (aanbod maatschappelijke opvang) in 2030. Toelichting bij de doelen 1. 7  5% lokaal geholpen door preventie en herhuisvesting met passende ondersteuning Door extra in te zetten op preventie en het versterken van de lokale uitvoering is het realistisch dat 75% van de doelgroep wordt ondersteund met preventieve maatregelen en huisvestingsoplossingen. Deze groep betreft de ETHOS-categorieën buiten de directe maatschappelijke opvang, dus mensen met onzekere of onstabiele woon- en leefsituaties of dreigend dak- of thuisloos zijn.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

2. 25% van deze groep wordt tijdelijk opgevangen via het regionale vangnet van de maatschappelijke opvang. Deze verdeling is gebaseerd op de ETHOStelling, waarbij 27% van de totaal getelde groep in Gelderland-Zuid behoort tot de doelgroep voor maatschappelijke opvang (ETHOScategorieën 1-3: mensen die op straat, in een auto/ten of in een daklozenopvang verblijven. Zie hoofdstuk 3 voor een verdere toelichting op de categorieën). Voor 2030 wordt verwacht dat 25% opvang via het regionale vangnet voldoende is, afhankelijk van wat lokaal wordt opgelost door preventie en huisvesting.

ACTIE: • Actie 1: In 2026 worden regionale criteria en triage opgesteld voor het gebruik van het regionale vangnet. Hierbij wordt aangesloten op actuele ontwikkelingen zoals de sluitende aanpak, het mentaal gezondheidsnetwerk en de sterke sociale basis.

3. In 2030 zijn de financiële kaders voor de centrumfunctie (aanbod MO) structureel toereikend. Dit is zichtbaar doordat er geen aanvullende financiering meer nodig is uit het overschot van BW-gelden (Beschermd Wonen). Dit doel vereist twee belangrijke stappen. •E  en duidelijke afbakening van het regionale vangnet, •H  et overschot BW-gelden (dat terugstroomt naar de lokale gemeenten) benutten voor lokale preventiemiddelen en huisvestingsoplossingen.

REGIONAAL ACTIEPLAN BELEIDSPLAN GGZ | 2018-2020 DAK- EN| THUISLOOSHEID REGIO RIJK VAN NIJMEGEN GELDERLAND-ZUID EN RIVIERENLAND 2026-2032

9

DE HUIDIGE SITUATIE Een goed begrip van de huidige omvang en kenmerken van dak- en thuisloosheid in Gelderland-Zuid vormt de basis voor de acties en maatregelen in dit Regionaal Actieplan.

3

Tot april 2024 baseerden we onze kennis over het aantal dak- en thuisloze mensen in Gelderland-Zuid voornamelijk op registraties van Bijzondere Zorg, IrisZorg en gespecialiseerde gemeentelijke loketten. Deze registraties gaven slechts een beperkt beeld: mensen werden pas als dak- of thuisloos meegeteld wanneer problemen zich al hadden opgestapeld en te groot geworden voor een directe oplossing. Het bracht uitsluitend de mensen in beeld die gebruik maken van de maatschappelijke opvang of buitenslaper zijn. Categorie 4, 5, 6 van de ETHOS-definitie van dak- en thuisloosheid en dreigende dak- en thuisloosheid kwamen hiermee niet in beeld. Omdat preventie een belangrijke pijler is in ons beleid, wilden we zo breed mogelijk naar dak- en thuisloosheid kijken en op een manier te gaan tellen die de gehele doelgroep in kaart brengt.

In navolging van het Nationaal Actieplan Dakloosheid heeft de regio Gelderland-Zuid in 2024 deelgenomen aan het ETHOS-onderzoek. Op 8 april 2024 hebben 84 organisaties meegeteld om iedereen in de regio te registreren die volgens de ETHOS-definitie dak- of thuisloos is. Het ETHOS onderzoek kijkt breed naar alle vormen van (dreigende) dakloosheid en onderscheidt de volgende categorieën: 1. Mensen die verblijven in de openbare ruimte 2. Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen 3. M  ensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen 4. M  ensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting 5. M  ensen die verblijven in niet-conventionele woonruimte vanwege een gebrek aan passende huisvesting, zoals; een auto, kraakpand of vakantiewoning 6. Mensen die tijdelijk verblijven van familie, vrienden of derden. + Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting

In totaal zijn in onze regio 1.357 dak- en thuisloze personen geteld, waarvan 1.197 volwassenen en 160 kinderen. Opvallend is dat 31% langer dan twee jaar dakloos is. Ook valt op dat er relatief meer jonge mensen zijn geteld dan in regio’s die eerder aan het onderzoek deelnamen. De ETHOS-telling geeft waardevolle inzichten in waar gemeenten het verschil kunnen maken. Tegelijkertijd ligt het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen waarschijnlijk hoger, onder andere door semi- of illegale woonvormen die buiten beeld blijven. Daarom is binnen het ETHOS –telonderzoek een kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Samen bieden beide onderzoeken betrouwbare stuurinformatie voor dit Regionaal Actieplan. 10

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

WAAR WILLEN WE NAAR TOE? Om de doelen uit hoofdstuk 2 te realiseren, zijn zowel regionale als lokale uitvoeringsplannen nodig. Deze plannen bevatten de concrete acties en interventies die bijdragen aan het gewenste resultaat. Een deel van de acties valt onder de centrumfunctie of betreft regionale afspraken; dit wordt uitgewerkt in het Regionale Uitvoeringsplan. Daarnaast zijn er veel lokale acties nodig, waarbij elke gemeente bepaalt wat zij inzet, wanneer en in welke vorm. Dit wordt vastgelegd in de Lokale Uitvoeringsplannen. Het Regionaal Actieplan en het Regionale Uitvoeringsplan geven richting en ondersteunen gemeenten bij het opstellen van hun lokale plannen. Zo kunnen bijvoorbeeld regionale kennis en ‘best practices’ gedeeld worden om de uitvoering te versterken.

,,

HET REGIONALE

ACTIEPLAN EN HET REGIONALE UITVOERINGSPLAN ONDERSTEUNEN EN GEVEN RICHTING

Binnen dit actieplan worden de volgende hoofdrichtingen voor het Regionale Uitvoeringsplan bepaald: •M  eer woonplekken (‘Wonen Eerst’): Dak- en thuisloosheid is vooral een huisvestingsvraagstuk. Niemand hoort op straat te staan. Het vergroten van het aantal woonplekken en het passend aanbieden van woningen vormen de kern van de ‘Wonen Eerst’-aanpak. Deze aanpak sluit aan bij lokale opgaven en prestatieafspraken met woningcorporaties. Ook bestaande woningen kunnen beter benut worden. Extra aandacht gaat uit naar wijken waar al sprake is van veel problematiek, om de leefbaarheid te behouden. Er is nu al sprake van schaarste in sociale huur; opnemen van extra woonplekken beschikbaar stellen voor deze doelgroep maakt dat schaarste over meer mensen verdeeld moet worden.

4

•P  reventie: Het afschalen van het Regionale Vangnet is afhankelijk van effectieve lokale preventie en (her)huis­vesting. Het Regionale Uitvoeringsplan geeft richting aan welke preventieve maatregelen gemeenten kunnen inzetten. Belangrijke elementen zijn: een goed beeld van de doelgroep, duidelijke informatievoorziening, uniforme termen en een eenduidig mensbeeld, om stigma tegen dak- en thuisloze mensen te verminderen.

AAN DE GEMEENTEN

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

11

• Financiële bestaanszekerheid: Door in te zetten op financiële bestaanszekerheid borgen we dat niemand om financiële redenen dak- of thuisloos hoeft te worden. • Versterken uitvoering: Goede instrumenten en kennis zijn essentieel voor lokale gemeenten om inwoners effectief te ondersteunen. Zo kunnen zij lokale mogelijkheden optimaal inzetten om dakloosheid te voorkomen. Dit omvat bijvoorbeeld afspraken over het uniforme gebruik van briefadressen en het bieden van maatwerk, waarbij ondersteuning en begeleiding goed worden vormgegeven. • Flexibele capaciteit: Het realiseren van nieuwe woningen gaat niet snel, waardoor het Regionale Vangnet (de maatschappelijke opvang) momenteel te krap is. In het Regionale Uitvoeringsplan wordt daarom beschreven hoe met deze situatie wordt omgegaan, inclusief het opschalen en afschalen van capaciteit. Ook wordt gekeken hoe het bestaande aanbod beter kan worden benut, zodat het regionale vangnet optimaal functioneert en voor verschillende doelen kan worden ingezet. Op termijn kan, dankzij de ‘Wonen Eerst’-aanpak, het regionale vangnet geleidelijk worden afgebouwd.

4.1 BELANGRIJKE REGIONALE KANSEN Gelderland-Zuid beschikt over een breed en kwalitatief goed aanbod van maatschappelijke opvang. Tegelijkertijd is het een uitgestrekte regio, waardoor 12

belangrijke voorzieningen niet voor iedereen makkelijk bereikbaar zijn. De bereikbaarheid vraagt om extra aandacht. Aanvullend kunnen we veel impact maken met een sterke focus op preventie, kennisontwikkeling en betere informatievoorziening voor zowel professionals als inwoners. Het voorkomen dat mensen instromen in een regionale opvangvoorziening moet een belangrijke doelstelling zijn voor regiogemeenten. Juist door lokaal verantwoordelijkheid te nemen, kunnen regiogemeenten het verschil maken. In het Regionale Uitvoeringsplan worden daarom concrete acties uitgewerkt om op deze regionale kansen in te zetten: •C  entrale Toegang Maatschappelijke Ondersteuning De centrale toegang voor maatschappelijke opvang is belegd bij de GGD Gelderland-Zuid. Samenwerking met woningbouwcorporaties en gemeenten biedt ruimte om processen beter af te stemmen op lokale behoeften.

•G  ezinsopvang verbeteren Opvang is voor gezinnen een ingrijpende ervaring. Er is een verbeterslag nodig, inclusief uitbreiding van capaciteit voor deze extra kwetsbare doelgroep. • Ondersteuning regiogemeenten Vanuit de centrumfunctie wil Nijmegen gemeenten beter ondersteunen in het herkennen van de vele verschijningsvormen van dakloosheid. Zo kunnen lokale, gerichte en effectieve interventies ontwikkeld worden. Dit omvat kennisontwikkeling, duidelijke handelingsperspectieven en het vergroten van eigenaarschap over gezamenlijke verantwoordelijkheden.

 redere blik op onderliggende problematiek •B Veel mensen in de opvang kampen met een (licht) verstandelijke beperking, langdurige armoede, verslavingsproblematiek of psychiatrische problematiek. Door hier beter zicht op te krijgen, kunnen professionals effectiever dak- en thuisloosheid voorkomen en huisvesting behouden. •P  reventie voor jongeren tot 23 jaar Er is steeds meer aandacht voor het voorkomen van dakloosheid onder jongeren, bijvoorbeeld via de actie ‘Wonen Eerst Jongeren’ in Nijmegen. De lessen hiervan willen we regionaal toepassen. REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

MONITORING EN STURING In dit Regionale Actieplan Dak- en Thuisloosheid zetten we de kaders neer en maken we afspraken over de inrichting van de aanpak van dak- en thuisloosheid in GelderlandZuid. In het Regionale Uitvoeringsplan wordt uitgewerkt hoe deze afspraken in de praktijk worden gebracht. Het is belangrijk om het proces en de resultaten van de aanpak te monitoren, zodat we inzicht krijgen in de effecten en kunnen bijsturen waar nodig. Zo kunnen we versnellen waar dat nodig is, acties oppakken die blijven liggen en stil staan bij de voortgang die we boeken. Om effectief te kunnen monitoren, maken we duidelijke afspraken over: • Het doel van de monitor; • De governance: wie is verantwoordelijk voor welke taken en hoe verloopt de samenwerking; • Het vertrekpunt; • Welke gegevens gemeten worden; • Wat de gewenste resultaten zijn.

5.1 GOVERNANCE De aanpak van dak- en thuisloosheid in Gelderland-Zuid omvat zowel preventie en ‘Wonen Eerst’ (zo thuis mogelijk wonen) als de inrichting van een regionaal vangnet. Deze aanpak bestaat uit regionale en lokale, domeinoverstijgende afspraken. Wat in de ene gemeente of het ene domein gebeurt, heeft invloed op andere gemeenten en domeinen. De aanpak werkt optimaal wanneer alle gemeenten en domeinen zich gezamenlijk inzetten vanuit duidelijke governance-afspraken over bestuur, regels, structuur, processen en belangen.

5

Om dit goed te borgen, is er een bestuurlijk kernteam met een bijbehorende programmastructuur. Hierin worden halfjaarlijks de voortgang en bijsturingsopgaven besproken.

Daarnaast worden afspraken gemaakt over zowel kwantitatieve monitoring (cijfers) als kwalitatieve monitoring (processen en inhoud). De uitkomsten van de monitoringsmomenten worden gedeeld met opdrachtgevers en betrokken partijen, zodat iedereen goed geïnformeerd is. Tot slot wordt vastgelegd hoe vaak er gemonitord, geëvalueerd en bijgestuurd wordt.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

13

5.2 KWANTITATIEVE MONITORING

5.3 KWALITATIEVE MONITORING

Kwantitatieve monitoring richt zich op objectieve indicatoren over activiteiten, output en effecten. Dit geeft inzicht in onder andere: • Gemeente van herkomst; • Reden van dakloosheid; • Leeftijd; • Geslacht; • Verblijfplek; • Duur van het traject; • Door- en uitstroom; • Benodigde plekken voor ‘Wonen Eerst’ en zo thuis als mogelijke huisvesting (aard en aantal); • Benodigde plekken voor het regionale vangnet (aard en aantal).

Kwalitatieve monitoring richt zich op processen, ervaringen en samenwerkingspraktijken binnen de aanpak van dak- en thuisloosheid. Hierbij wordt gekeken naar wat er achter de cijfers schuilgaat: welke factoren leiden tot succes, waar ontstaan knelpunten en hoe verloopt de samenwerking tussen betrokken partijen.

Voor het verkrijgen van deze inzichten maken we grotendeels gebruik van bestaande data die via lopende afspraken beschikbaar is. Deze gegevens worden aangevuld met sturingsinformatie die voortkomt uit de uitvoering van de lokale uitvoeringsplannen door de gemeenten. Gemeenten richten zich hierbij op mensen die kampen met (dreigende) dak- en thuisloosheid, maar nog niet via maatschappelijke opvang in beeld zijn. Het monitoren van de effecten van deze aanpak is een lokale verantwoordelijkheid. De uitgangspunten en werkwijze voor deze kwantitatieve monitoring zijn verder uitgewerkt in het Regionale Uitvoeringsplan.

14

Om dit te doen, organiseren we halfjaarlijks een werkconferentie waarin signalen en praktijkervaringen worden besproken. Deze signalen komen uit de kwantitatieve monitoring én uit observaties van ketenpartners. Samen met ervaringsdeskundigen duiden we deze informatie om inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken en mogelijke verbeterpunten. De uitkomsten van deze conferenties worden gebruikt om werkwijzen bij te sturen, goede voorbeelden te delen en verbeteringen door te voeren in zowel lokale als regionale interventies. De uitgangspunten en de methodiek voor de kwalitatieve monitoring zijn verder uitgewerkt in het Regionale Uitvoeringsplan.

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

BEGRIPPENLIJST Lissabonverklaring: Internationale afspraak om dakloosheid te beëindigen door te streven naar voldoende en toegankelijke huisvesting voor iedereen. Dakloosheid: De European Typology of Home­ lessness and Housing Exclusion (ETHOS) definieert dakloosheid als het gebrek aan volwaardige, behoorlijke huisvesting. Specifieke doelgroepen: Volgens het Nationaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid: LHBTIQ+, kwetsbare jongeren en arbeidsmigranten. Wonen Eerst: Systeembenadering die het bieden en behouden van huisvesting als primaire oplossing ziet voor dakloosheid. Een woning is een voorwaarde voor iemand om zijn leven zelf in te kunnen richten en daar, samen met zijn omgeving, regie over te nemen. De (toegang tot) huisvesting is gescheiden van zorg en behandeling. Er worden geen eisen gesteld die niet ook voor andere burgers gelden, voor zover de veiligheid en de leefbaarheid in een buurt dit toelaten. De essentie is “een zelfstandige, permanente woning met een eigen huurcontract”, waarbij de woonwens leidend is. Housing First: Product binnen de Wonen Eerstbenadering voor langdurig dak- en thuisloze mensen die op meerdere leefgebieden problemen ervaren. Dit betreft mensen die niet kunnen functioneren in een groepssetting. Hen wordt direct een woning aangeboden en zij ontvangen begeleiding middels een vaste methodiek.

Skaeve Huse / Anders Wonen / Zorgwoningen: Bewoners wonen zelfstandig en meer op afstand van een wijk en kunnen begeleiding aangeboden krijgen. Het betreft woonvormen die worden gebruikt als alternatief voor cliënten die moeilijk (zelfstandig) te

huisvesten zijn in de wijk en/of in een groep. Het gaat veelal om mensen met ernstige verslavingsproblematiek die overlast veroorzaken. De woonvormen worden regelmatig bezocht door een sociaal beheerder. Zorg is optioneel. Urgentieregeling: Gemeentelijke regeling waarbij bepaalde aandachtsgroepen, zoals daklozen, voorrang krijgen bij het toewijzen van woningen. Urgente doelgroepen: Huishoudens die vanwege een noodsituatie of kwetsbare positie met voorrang een sociale huurwoning krijgen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om mensen die dakloos zijn, uit een opvanginstelling komen of moeten verhuizen vanwege sloop of geweld. Wet versterking regie volkshuisvesting: Wetsvoorstel dat bedoeld is om het Rijk, de provincies en gemeenten wettelijk de instrumenten te geven om meer regie te voeren op hoeveel woningen er worden gebouwd, waar ze worden gebouwd en voor wie, zodat sneller en meer betaalbare woningen worden gerealiseerd en de verdeling over doelgroepen en regio’s verbetert. Woonzorgvisie: Strategisch beleidsdocument waarin een gemeente beschrijft hoe wonen, zorg en welzijn worden afgestemd om te voorzien in de behoeften van huidige en toekomstige inwoners. Prestatieafspraken: Afspraken tussen partijen over huisvesting en zorg voor kwetsbare groepen. Alternatieve woonvormen: Oplossingen zoals de transformatie van leegstaande kantoren of het gebruik van tiny houses voor daklozen.

Publiek-private samenwerking (PPS): Samen­ werking tussen overheid en private partijen voor maatschappelijke doelen, zoals het versnellen van

REGIONAAL ACTIEPLAN DAK- EN THUISLOOSHEID GELDERLAND-ZUID 2026-2032

de woningbouw voor kwetsbare groepen. Flexibele intermediaire verhuur en woon­ begeleiding: Huurconstructie met tijdelijke verhuurcontracten en begeleiding voor kwetsbare personen. Friendscontracten: Contracten voor kamerverhuur waarbij vrienden of bekenden samenwonen; een flexibele oplossing voor kwetsbare personen. Maatwerkbudgetten: Regionale regelingen waarbij financiële middelen flexibel worden ingezet voor daklozen. Omgekeerde toets: Bij het opstellen van hulpplannen wordt gekeken naar de behoeften van de persoon, in plaats van naar de regelgeving. Maatwerkvoorziening: Individuele ondersteuning die een gemeente op grond van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) biedt aan iemand die niet op eigen kracht of met hulp van het netwerk kan deelnemen aan de samenleving. Voor een maatwerkvoorziening krijg je altijd een beschikking van de gemeente. Eerste opvangvoorziening: Maatschappelijke opvang waarvoor geen beschikking nodig is. Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning): Nederlandse wet die gemeenten verplicht om inwoners te ondersteunen bij zelfredzaamheid en participatie, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en meedoen in de samenleving. Ervaringskennis: Kennis van mensen die zelf dakloos zijn geweest of die actief werken met daklozen. Inloopvoorzieningen: Open toegankelijke plekken voor hulp en informatie.

Hier kun je zonder beschikking gebruik van maken.

15

COLOFON Dit is een uitgave van 13 samenwerkende gemeenten in Gelderland-Zuid Tekst: Projectgroep Dakloosheid Illustraties: Elianne Tekent Foto’s: Beeldbank Kansfonds Lay-out: Mondtotmond reclame Oktober 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16371572/1