CConstaterende datHeumen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 2025

Raad 2 juli 2026, gemeente HeumenBij agendapunt: Instemmen aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet 20254.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: basisverzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.

Basisformulier Dit betreft het basisformulier. Het college maakt gebruik van dit formulier wanneer het voldoet aan beide onderstaande voorwaarden:

1) Het college doet een aanvraag voor het reguliere vangnet (met een eigenrisicodrempel van 7,5%); en: 2) de gemeente heeft over 2023 en/of over 2024 geen vangnetuitkering ontvangen. Gemeenten die een aanvraag doen voor het uitgebreide vangnet of die over 2023 en/of 2024 wel een vangnetuitkering hebben ontvangen dienen gebruik te maken van het uitgebreide formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer er een aanvraag gedaan wordt voor het uitgebreide vangnet.

Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.

Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit 1

verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden

1. Verklaring college bij een basisverzoek

Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

2

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen maatregelen om het tekort te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.

A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Sinds 2024 is het aantal bijstandsuitkeringen in Heumen sterk gestegen, van 216 eind 2023 naar 251 eind 2025 (+16,2%), wat leidt tot hogere uitgaven. Het BUIG-budget sluit hier niet goed op aan, omdat dit gebaseerd is op cijfers van twee jaar eerder. In de cijfers valt op dat: -

De instroom door verhuizing vanuit andere gemeenten sinds 2024 is toegenomen Er meer statushouders in de bijstand instroomden Het aantal jongeren in de bijstand is toegenomen De uitstroom naar werk al enkele jaren achterblijft

Hierdoor is de instroom hoger dan de uitstroom, groeit het bestand en nemen de uitgaven toe, waardoor het BUIG-budget niet toereikend is.

B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Om het tekort te beperken zijn binnen Heumen en de regio Rijk van Nijmegen diverse maatregelen genomen. Er is ingezet op een strengere beoordeling aan de poort en snelle doorgeleiding naar het WerkBedrijf, aangevuld met preventieve ondersteuning via het Werkcentrum. Ook zijn langdurige bijstandsgerechtigden opnieuw beoordeeld en waar mogelijk opnieuw richting werk begeleid. Voor inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt is de inzet van participatiecoaches uitgebreid, gericht op activering en stapsgewijze ontwikkeling. Daarnaast is extra aandacht besteed 3

aan statushouders en jongeren via intensievere begeleiding en gerichte trajecten naar werk of onderwijs. Re-integratie en begeleiding zijn verder geïntensiveerd met meer maatwerk, focus op duurzame uitstroom en stimulering van deeltijdwerk en ondernemerschap. Tot slot wordt meer gebruikgemaakt van diagnose en onderzoek om mogelijkheden van inwoners beter in beeld te krijgen en trajecten effectiever in te zetten. C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. De maatregelen zijn gericht op het beperken van instroom en het vergroten van uitstroom, met als doel het BUIG-tekort te reduceren. Meer poortwachtersuren en preventie remmen de instroom aantoonbaar: in 2025 zijn regionaal 321 mensen, met name jongeren, direct naar werk begeleid zonder instroom in de bijstand. De uitstroom wordt vergroot door snellere doorgeleiding, herbeoordelingen en inzet op (deeltijd)werk. Participatiecoaches dragen bij aan activering en ontwikkeling richting werk. Daarnaast zorgt betere diagnose en maatwerkbegeleiding voor effectievere re-integratie; in 2025 was 86% van de uitstroom naar werk duurzaam.

Hoewel een deel van de effecten pas op langere termijn zichtbaar wordt, is de verwachting dat vanaf 2026 stabilisatie optreedt, gevolgd door een daling van het bestand en de uitgaven, waardoor het BUIG-tekort afneemt.

4

Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen voor het betreffende onderdeel. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.

X

Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)

X

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

5

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.

6

1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Sinds 2024 is het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen in gemeente flink toegenomen ten opzichte van de jaren daarvoor. Op 31 december 2023 verstrekten wij 216 bijstandsuitkeringen, op 31 december 2024 waren dit 238 uitkeringen en op 31 december 2025 verstrekte Heumen 251 uitkeringen. Dit is een stijging van 16,2% in twee jaar tijd. Deze stijging in aantallen vertaalt zich in een stijging in uitgaven. Op de onderdelen IOAW, IOAZ en BBZ zien we geen stijging die de tekorten op de BUIG zou kunnen verklaren.

Grafiek 1: Aantal uitkeringsgerechtigden Algemene Bijstand Heumen 31 december 2021 - 31 december 2025 Het BUIG-budget dat gemeenten vanuit het Rijk ontvangen is deels gebaseerd op historische cijfers zoals eerdere aantallen uitkeringsgerechtigden en bijbehorende uitgaven. Er wordt hierbij uitgegaan van bijstandsaantallen van twee jaar eerder. Wanneer het aantal uitkeringen in een gemeente toeneemt, zoals in Heumen gebeurde, kan het voorkomen dat het berekende budget niet aansluit op de werkelijke lastenontwikkeling. 7

Wanneer we ons bestand analyseren valt het volgende op: Stijging instroomreden ‘overname andere gemeente’ We zien in de instroomcijfers dat sinds 2024 de instroomreden ‘verhuizing vanuit een andere gemeente’ is toegenomen ten opzichte van voorgaande jaren. Inwoners die recht hebben op een bijstandsuitkering vestigen zich in Heumen, bijvoorbeeld omdat ze een sociale huurwoning gevonden hebben. Daarnaast biedt Heumen sociaal-maatschappelijke opvang aan. We zien dat een deel van deze opgevangen personen een beroep doet op de bijstand en door de complexe problematiek niet of pas na lange tijd uitstroomt uit het bestand. Inkomensvoorziening statushouders De afgelopen twee jaar heeft Heumen zich actief ingezet voor de huisvesting van statushouders. Dit vertaalt zich in een grotere aanwezigheid van deze groep binnen de gemeente en werkt door in de ontwikkeling van de bijstandsuitgaven. Omdat doorgaans eerst wordt ingezet op inburgering, volgt uitstroom naar werk vaak pas op een later moment. Hierdoor gaat de instroom niet direct gepaard met uitstroom en neemt het aantal uitkeringsgerechtigden toe. Ook voor statushouders die al langer in beeld zijn blijkt uitstroom naar werk niet altijd vanzelfsprekend. Factoren zoals gezondheidsproblematiek en te weinig aansluiting met de arbeidsmarkt spelen hierin een rol.

Stijging van het aantal jongeren De afgelopen jaren is het aantal jongeren (<27 jaar) in ons uitkeringsbestand toegenomen. Dit komt onder andere door toename van multiproblematiek onder jongeren maar ook door na-effecten van de coronaperiode en minder krapte op de arbeidsmarkt. Jongeren stromen moeilijker en langzamer uit de uitkering dan voorheen, hierdoor blijft het klantenbestand hoger. Minder uitstroom De toestroom op uitkeringen Participatiewet was in 2024 en 2025 hoog en is niet door uitstroom gecompenseerd. De voornaamste wijze van uitstroom waar we als gemeente op kunnen sturen is uitstroom naar werk. In de regio Rijk van Nijmegen is de uitvoering van arbeidstoeleiding en werkgeversbenadering in het kader van de Participatiewet belegd bij WerkBedrijf. Het uitstroomcijfer naar werk blijft al meerdere jaren achter op de gestelde doelen. Daarnaast zien we dat, ondanks dat het bijstandsbestand flink toenam, het uitstroomcijfer redelijk gelijk blijft met voorgaande jaren.

8

Grafiek 2: Uitstroom naar werk gemeente Heumen 2020 – 2025 De belangrijkste oorzaak is de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Het kost steeds meer tijd om kandidaten geschikt te maken voor werk, waardoor de behaalde resultaten achterblijven bij de verwachtingen. In de praktijk betekent dit dat er wel vacatures zijn, maar dat veel bijstandsgerechtigden hier niet aan voldoen. Dit komt doordat het werk lichamelijk of psychisch te zwaar is, de functie-eisen te hoog liggen of omdat de benodigde opleiding ontbreekt. Als gevolg hiervan verloopt de uitstroom traag, blijven mensen langer in de dienstverlening van WerkBedrijf en blijven mensen langer afhankelijk van een bijstandsuitkering. In combinatie met de andere oorzaken heeft dit sinds begin 2024 geleid tot een sterke groei van het klantenbestand en de uitgaven aan bijstand, waardoor het huidige BUIG-budget niet langer toereikend is voor Heumen.

B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. In de afgelopen tijd zijn er binnen Rijk van Nijmegen en lokaal in Heumen meerdere maatregelen getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Uitbreiding uren Poortwachter Alle nieuwe aanvragers van een uitkering worden aan de gemeentelijke 'poort' strikt beoordeeld. Er wordt onderzocht of de aanvrager voldoende inspanningen geleverd heeft om zelf een inkomen te verwerven, er vindt toetsing van de rechtmatigheid en voorliggende voorzieningen plaats. Onderdeel van deze toetsing is een persoonlijk gesprek met de aanvrager. Per oktober 2025 is het aantal uren van de functie Poortwachter Participatiewet uitgebreid met 0,22 FTE per week. Snellere en bredere doorgeleiding naar WerkBedrijf Inwoners die in aanmerking komen voor een uitkering worden doorverwezen naar WerkBedrijf (de uitvoeringsorganisatie voor toeleiding naar werk in arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen). Daar wordt onderzocht in welke mate de bijstandsgerechtigde deel kan nemen aan de arbeidsmarkt. Ook niet-uitkeringsgerechtigden kunnen voor begeleiding terecht bij WerkBedrijf. Op deze manier worden inwoners die risico lopen om afhankelijk te worden van een bijstandsuitkering preventief begeleid.

Naast begeleiding door WerkBedrijf kunnen alle inwoners of werkgevers met vragen over 9

werk sinds 2026 ook terecht bij het Werkcentrum Rijk van Nijmegen. Via het Werkcentrum kan zo ook voorliggend ondersteuning worden geboden. Opnieuw intake door WerkBedrijf In 2025 hebben we de meeste inwoners die langer dan een jaar ons bijstandsbestand zaten en die niet begeleid werden door WerkBedrijf, opnieuw opgeroepen voor een intake. Er is opnieuw onderzocht of deze inwoners bemiddelbaar naar werk waren. Wanneer dit zo was, zijn ze ingestroomd in de dienstverlening van WerkBedrijf. Indien er nog een flinke afstand tot de arbeidsmarkt was, zijn ze doorgezet naar onze participatiecoaches. Inzet van participatiecoaches Voor inwoners die niet direct bemiddelbaar zijn naar werk is extra begeleiding beschikbaar in de vorm van participatiecoaching. Deze coaches gaan met inwoners in gesprek over hun situatie en kijken welke stappen wél mogelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk, dagbesteding of andere vormen van activering. De aanpak is individueel maatwerk en gericht op het voorkomen van stilstand en isolement. Door mensen actief te houden, wordt gewerkt aan een geleidelijke ontwikkeling richting arbeid en participatie. Sinds 1 augustus 2024 is er 1 FTE participatiecoaching van WerkBedrijf aanwezig op locatie Heumen. Sinds 1 sept 2025 hebben we ons team uitgebreid met 1 FTE participatiecoaching in dienst van Heumen.

Het doel is om op deze manier niet alleen inwoners te begeleiden, maar ook om de samenwerking tussen consulenten participatie van de gemeente en de coaches van het WerkBedrijf te versterken. Extra inzet op de begeleiding van statushouders Statushouders zijn aangewezen als een van de regionale focusgroepen. Sinds een tijd is de begeleiding van statushouders intensiever. Zij worden direct na instroom aangemeld bij WerkBedrijf en starten naast hun inburgering met activiteiten gericht op werk. Daarnaast wordt ingezet op betere afstemming tussen partijen en het verbinden van initiatieven. Er is bijvoorbeeld een regionale functionaris aangesteld die samenwerking stimuleert en effectiviteit vergroot. Ook worden contacten tussen werkgevers en statushouders actief bevorderd. Daarnaast is er een regionale verbinder statushouders aangenomen, die zich binnen WerkBedrijf inzet voor samenhang tussen de doelgroep statushouders en initiatieven binnen de regio. In Heumen organiseerden we onder andere een evenement waar statushouders en werkgevers elkaar konden ontmoeten. Hier zijn meerdere contacten tussen statushouders en werkgevers uit voortgekomen. Extra inzet op jongeren Jongeren zijn ook aangewezen als focusgroep in onze regio. Voor jongeren wordt sterk ingezet op het voorkomen van instroom in de bijstand.

Dit gebeurt via een regionale aanpak waarin onderwijsinstellingen, gemeenten en WerkBedrijf samenwerken. Het doel is om jongeren te begeleiden naar werk of terug naar school voordat zij uitvallen. Daarnaast bieden we extra dienstverlening voor zorgjongeren, dit zijn trajecten ontwikkeld voor jongeren met een combinatie van problemen, zoals psychosociale of zorggerelateerde vraagstukken. Begeleiding naar school of werk wordt gecombineerd met ondersteuning op andere leefgebieden.

10

Intensivering van re-integratie en begeleiding Met ingang van 2024 geldt een nieuw beleidskader waarin WerkBedrijf de opdracht heeft gekregen om intensiever te begeleiden richting werk. Dit hangt samen met de constatering dat de doelgroep die nog in de bijstand zit, meer ondersteuning nodig heeft dan voorheen. Om die reden is ook de vaste maximale duur van re-integratietrajecten losgelaten, zodat trajecten beter kunnen worden afgestemd op de individuele situatie. Daarnaast wordt gericht gewerkt aan volledige uitstroom. Mensen die al gedeeltelijk werken naast hun uitkering worden actief beoordeeld op mogelijkheden om hun uren uit te breiden, met als doel om uiteindelijk geheel uit de uitkering te gaan. Stimuleren van deeltijdwerk en ondernemerschap Er wordt actief ingezet op het benutten van mogelijkheden voor deeltijdwerk. Ook wanneer volledige uitstroom nog niet haalbaar is, leidt dit tot lagere uitkeringslasten voor gemeenten. Daarnaast is het sinds september 2024 mogelijk om maakt om vanuit een uitkering te starten met (parttime) ondernemerschap. Hiermee kunnen inwoners werkervaring opdoen en is er een kans op (gedeeltelijke) uitstroom uit de uitkering. Meer inzet op onderzoek en diagnose WerkBedrijf zet sinds 2025 meer instrumenten in om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van kandidaten.

Dit gebeurt onder andere via arbeidsonderzoek en inzet van een arbeidspsycholoog. Ook worden methodieken gebruikt om belastbaarheid en ontwikkelpotentieel inzichtelijk te maken. Op basis hiervan kan gerichter worden gewerkt aan ontwikkeling en bemiddeling. Er zijn daarnaast plannen om deze diagnostische functie verder uit te bouwen in een regionaal diagnosecentrum.

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. De hierboven beschreven maatregelen zijn erop gericht om zowel de instroom in de bijstand te beperken als de uitstroom te vergroten. We verwachten dat de combinatie van maatregelen op termijn een effect zal hebben op ons bijstandsbestand en uiteindelijk zal bijdragen aan het terugdringen van het BUIG-tekort. Maatregelen gericht op het beperken van de instroom De uitbreiding van de poortwachtersfunctie leidt naar verwachting tot nog scherpere beoordeling aan de voorkant, waardoor inwoners die (nog) andere mogelijkheden hebben om in het eigen levensonderhoud te voorzien minder snel instromen in de uitkering. Dit heeft een direct effect op het beperken van nieuwe instroom. Door ook ondersteuning te bieden aan niet-uitkeringsgerechtigden via WerkBedrijf en het Werkcentrum, verwachten we een preventief effect. In de jaarrekening 2025 gaf WerkBedrijf aan dat de preventie-aanpak zijn vruchten afwerpt. Er zijn in 2025 regionaal 321 niet uitkeringsgerechtigden op werk geplaatst, waardoor werd voorkomen dat deze groep instroomde in de bijstand. Het betrof hierbij voor een groot deel plaatsingen van jongeren. 11

Maatregelen gericht op uitstroom Door de snellere en bredere doorgeleiding naar WerkBedrijf, evenals de hernieuwde intake van het zittend bestand, worden er meer inwoners actief begeleid naar werk. De inzet op plaatsingen op deeltijdwerk zijn in 2025 toegenomen van 18 naar 23 plaatsingen. Dit heeft een direct effect op de uitkeringslasten voor deze uitkeringsgerechtigden. De inzet van participatiecoaches draagt bij aan het activeren van inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Hoewel deze groep over het algemeen niet direct uitstroomt naar werk, wordt verwacht dat door gerichte begeleiding de ontwikkeling richting participatie en uiteindelijk (deeltijd)werk wordt versneld. Dit leidt op termijn tot lagere uitkeringslasten, onder andere via meer deeltijdinkomsten. Sinds de inzet van de participatiecoaches zijn er in Heumen ook een aantal inwoners direct uitgestroomd uit de uitkering. Bijvoorbeeld doordat ze met behulp van de participatiecoach toch werk vonden of doordat na overleg met het UWV een eerder afgewezen inkomensvoorziening toch door het UWV werd toegekend. De extra inzet op diagnose en maatwerkbegeleiding maakt het mogelijk om trajecten beter af te stemmen op de belastbaarheid en mogelijkheden van inwoners.

Hierdoor wordt de effectiviteit van re-integratie-inspanningen vergroot, wat zich vertaalt in een hogere uitstroom naar werk dan zonder deze inzet het geval zou zijn. De inzet op passende trajecten bleek effectief, want na onderzoek in 2025 bleek dat 86% van de uitstroom naar werk duurzaam was. Dit percentage mensen deed een jaar na uitstroom niet opnieuw een beroep op een bijstandsuitkering. Het effect van de maatregelen zal niet uitsluitend op korte termijn zichtbaar zijn, aangezien een deel van de doelgroep intensieve en langdurige begeleiding nodig heeft. Daarnaast kan een stijging of daling van het bestand ook veroorzaakt worden door grotere economische en maatschappelijke ontwikkelingen. We verwachten echter dat vanaf 2026 en verder een stabilisatie en vervolgens een geleidelijke daling van het bijstandsvolume en de bijbehorende lasten zichtbaar wordt, waarmee het BUIG-tekort zal afnemen.

12

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heumen verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: mr. J. de Graaf

De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: mr. J.W.M.S. Minses

13

2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Heumen stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: mr. J.W.M.S. Minses

De griffier,

Naam van de ondertekenaar: drs. M.J.H.N. Collombon

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17063269/1