CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 092 Belastingverordering en tarieven 2025

Gemeenteraad 5 november 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Belastingverordeningen en tarieven 202531.903 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92C

blz. 56

Artikel 4. Tarieven 1. Het marktgeld bedraagt: a. voor kramen, tenten, tafels of andere soortgelijke opstallen, alsmede voor gronduitstallingen, per werkelijk in gebruik genomen vierkante meter oppervlakte: per dag per of kwartaal gedeelte daarvan I. voor de zaterdagse marktdag € 1,16 € 11,60 II. voor de dinsdagse marktdag € 0,46 € 4,60 III. voor de woensdagse marktdag € 0,66 € 6,60 IV. voor de vrijdagse marktdag € 0,42 € 4,20 V. Het tarief onder I wordt ten behoeve van promotiedoeleinden, per m2 ingenomen oppervlakte verhoogd met € 0,1826 € 1,826 b. voor zgn. standwerkers, indien niet meer dan 2 m2 marktruimte in beslag wordt genomen; € 15,25 € 152,50 voor iedere m2 meer € 2,22 € 22,20 c. voor het wandelend te koop aanbieden van voorwerpen of goederen € 4,45 € 44,50 d. voor alle andere niet onder a. tot en met c genoemde gevallen, waaronder begrepen het door bijzondere omstandigheden innemen van een standplaats met voertuigen, per m2 ingenomen oppervlakte € 2,22 € 22,20 2. Het ingevolge het eerste lid berekende marktgeld wordt: a. indien gebruik wordt gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gestelde elektriciteitsaansluiting op een dinsdagse, woensdagse, vrijdagse of daarmee gelijkgestelde marktdag, verhoogd met € 5,36 per dag of gedeelte daarvan of € 53,53 per kwartaal; b.

indien gebruik wordt gemaakt van een door de gemeente beschikbaar gestelde elektriciteitsaansluiting op een zaterdagse of daarmee gelijkgestelde marktdag, verhoogd met € 7,08 per dag of gedeelte daarvan of € 70,93 per kwartaal. De bedragen in dit lid zijn exclusief BTW. Artikel 5.Abonnementen 1. Het college van burgemeester en wethouders kan markten aanwijzen, waarvoor van vaste standplaatshouders het marktgeld uitsluitend bij wijze van abonnement wordt geheven. 2. De abonnementen zijn noch geheel, noch gedeeltelijk overdraagbaar. Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een niet ten volle gebruikt abonnement heeft niet plaats. Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld Het recht is verschuldigd bij aanvang van de belastingplicht. Artikel 7. Wijze van heffing 1. Het recht voor een dagplaats wordt per dag geheven. 2. Het recht voor een vaste plaats wordt per kwartaal geheven. 3. Het marktgeld wordt geheven: a. bij wege van aanslag, indien het een vaste plaats betreft; b. bij wege van schriftelijke, gedagtekende kennisgeving in de overige gevallen. Artikel 8. Tijdstip van betaling 1. Het bij wege van abonnement geheven marktgeld moet worden voldaan binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. Het marktgeld voor een standplaats moet worden voldaan op het tijdstip, waarop het gebruik van die standplaats aanvangt.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92C

blz. 57

Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De 'Verordening Marktgeld Helmond 2024' vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening marktgeld Helmond 2025.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 5 november 2024. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92C

de griffier

blz. 58

Raadsvoorstel 92D Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2025

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 17 september 2024 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Bij de tariefbepaling voor 2025 is uitgegaan van een totaalopbrengst van € 30.594.204,--. Dit is gebaseerd op de OZB-opbrengsten over 2024 vermeerderd met de uitbreidingen (nieuwbouw e.d.). Daarnaast zijn de OZB-tarieven voor het jaar 2025 verhoogd met 11%, wat tot een stijging van de woonlasten voor een woning met een gemiddelde waarde leidt van 2,8%. Tenslotte voorziet het meerjarig tarievenbeleid erin, dat bij een stijging van de waarde van het onroerend goed in de gemeente de tarieven omgekeerd evenredig worden verlaagd en bij een daling dito verhoogd. Voor de periode 1/1/2023 tot 1/1/2024 is er een gemiddelde waardestijging van 8,0% voor de woningen, en 4,0% voor de niet-woningen. Mochten deze percentages op basis van de resultaten van de nog lopende herwaardering tot aanpassingen leiden, dan zal er nog een wijzigingsvoorstel voor de onderstaande tarieven volgen. De tarieven voor 2025 worden vastgesteld als een percentage van de WOZ-waarde. Dit resulteert in de volgende tarieven: a. de gebruikersbelasting 1 voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2185 % b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1297 % 2.

voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2802 % Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen, behorend bij de begroting 2025. De heffing wordt gecombineerd op het aanslagbiljet Gemeentelijke Heffingen met de reinigingsheffingen, de rioolheffing en de hondenbelasting. Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mevr. P.J.M.G. Blanksma – van den Heuvel

mr. A.S. Meijer

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 92D

blz. 59

Raadsbesluit 92D Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2024 gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

besluit: vast te stellen de Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2025;

Artikel 1. Belastbaar feit en Belastingplicht 1) Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b) een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2) Bij de gebruikersbelasting wordt: a) gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b) het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

3) Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2. Belastingobject 1) Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2) Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3. Maatstaf van heffing 1) De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2) Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92D

blz. 60

Artikel 4. Vrijstellingen 1) In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a) ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b) glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c) onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d) één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,

onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e) natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f) openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g) waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h) werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i) werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.

j) straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k) plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; 2) In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5. Belastingtarieven 1) Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2185 %; b. bij de eigenarenbelasting 1) voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1297 %; 2) voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2802 %. 2) Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden afgerond op 50 eurocent.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92D

blz. 61

Artikel 6. Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval voldaan wordt aan de voorwaarden, gesteld in de geldende “Beleidsregels automatische incasso belastingen Helmond”, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen. 4. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing en is het tweede lid niet van toepassing. Artikel 8.

Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De "Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2024” vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 9. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 10. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onroerende-zaakbelastingen Helmond 2025.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 5 november 2024. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92D

de griffier

blz. 62

Raadsvoorstel 92E Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening precariobelasting Helmond 2025

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 17 september 2024 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. Deze belasting geldt als algemeen dekkingsmiddel. Op grond van ervaringen van de eerdere jaren is gebleken, dat de precariobelasting tot wisselende opbrengsten kan leiden; de mate van gebruik van de openbare ruimte is moeilijk te voorspellen. In verband met de Coronacrisis en aansluitend de inkomenscrisis zijn voor de jaren 2020 tot en met 2023 verschillende precario-tarieven, met name terrassen, andere voorwerpen als reclameborden, borden en luifels op nul gezet. Vanaf 2024 wordt de heffing weer op de oude voet voortgezet. Voorgesteld wordt de verschillende tarieven te verhogen met een indexering van 2,8% voor 2025, conform het algemene beleid hieromtrent. De opbrengsten worden voor het jaar 2025 geraamd op € 325.885,--. De inkomsten uit de verhuur van gemeentegrond, met name ten behoeve van brandstofpompen zijn hierbij inbegrepen.

Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mevr. P.J.M.G. Blanksma – van den Heuvel

mr. A.S. Meijer

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 92E

blz. 63

Raadsbesluit 92E Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2024 gelet op het bepaalde in hoofdstuk XIX van de Gemeentewet en artikel 228 van de wet in het bijzonder;

besluit: vast te stellen de Verordening precariobelasting Helmond 2025;

Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3. Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4. Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van: a) voorwerpen, indien de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; b) voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c) voorwerpen, welke door of vanwege het rijk, de provincie en de gemeente, uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst; d) voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd; e) Kiosken, wagens, kramen, manden, tenten, kisten, rekken, bakken, tonnen of dergelijke voorwerpen of uitstallen of opslaan van goederen en materialen alsmede verplaatsbare borden en zuilen, anders dan op

de marktplaatsen gedurende de aangewezen marktdagen, niet zijnde standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 APV Helmond 2020;

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 92E

blz. 64

f) Straatmeubilair, zoals banken, kunstvoorwerpen, e.d. die niet voor commerciële doeleinden zijn opgesteld en geen onderdeel uitmaken van standplaatsen of horecavoorzieningen zoals terrassen. g) wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere, hetzelfde doel nastrevende instellingen; h) een onverlicht plat aan de gevel bevestigd bedrijfsnaambord, voor zover: 1. de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 0,60 meter en 2. het bord niet meer vermeldt dan de naam, het beroep of de aard van het bedrijf - eventueel aangevuld met samenhangende zakelijke mededelingen, waarmee geen reclame wordt beoogd - van de persoon of ondernemer, gevestigd in het pand, waaraan het bord is bevestigd; i) afvoerbuizen van hemelwater of van faecale stoffen; j) een zonnescherm of markies aan een uitsluitend tot bewoning dienend perceel; k) pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en soortgelijke uitstekende constructiedelen; l) draden, kabels, aardbuizen en pijpleidingen, die in loodrechte richting zijn aangebracht, dan wel rechtstreeks aansluiten aan de buizen, kabels, draden en leidingen van de gemeente; m) vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; n) een feestverlichting, voor zover deze geen handelsreclame bevat; o) voorwerpen en werken aangebracht, geplaatst of

gebruikt voor de duur en in het kader van door of vanwege het gemeentebestuur georganiseerde evenementen; p) voorwerpen betreffende tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk promotioneel of daarmee gelijk te stellen ideëel motief, niet zijnde openbare nutsvoorzieningen of horecavoorzieningen zoals terrassen en tappunten. Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. Artikel 6. Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere of langere periode heeft voorgedaan. In dat geval wordt aangesloten bij de feitelijk vastgestelde periode. 5. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. Artikel 7. Belastingtijdvak 1.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend, is ongeacht de geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 92E

blz. 65

Artikel 8. Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. 4. Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 50,-- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 10. Betalingstermijn 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, welke vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De 'Verordening precariobelasting Helmond 2024' vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13. Inwerkingtreding 3. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting Helmond 2025.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 5 november 2024. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteblad van Helmond Raadsbesluit 92E

de griffier

blz. 66

Tarieventabel behorende bij de "Verordening precariobelasting Helmond 2025” 0 01 02 03 04

Algemeen tarief Voorwerpen waarvoor onder de volgende nummers niet in het bijzonder is voorzien per m2, per jaar als onder nummer 01 per m2, per maand als onder nummer 01 per m2, per week als onder nummer 01 per m2, per dag

1

(vervallen)

2 21

Borden e.d. op de openbare weg Een niet verplaatsbaar bord of zuil op de openbare weg, per stuk, per jaar per stuk, per maand per stuk, per week

22 23 3 31

32 33 34

(vervallen)

6 61

Lichtbakken, lichtreclames e.d. Een lichtbak, lichtreclame, letterlichtreclame, lantaarn met opschrift of soortgelijk voorwerp

8 81

per 10 dm2, per jaar

€ € €

Reclameborden, letteropschriften e.d. gevels Een reclamebord, uithangbord, letteropschrift, letterreclame, reclamekastje of vitrine of dergelijk voorwerp, zonder kunstverlichting, tegen of op een gevel, muur, wand, schutting of dergelijk werk per 10 dm2, per jaar (vervallen)

10 101

Leidingen, buizen, kabels Leidingen, buizen, kabels, draden, duikers, zinkers en dergelijke

per m1, per jaar

3,36 1,68 0,56

€ 15,90

Plaatsen van voorwerpen in parkeervak Het tarief bedraagt voor het plaatsen van voorwerpen anders dan een voertuig op een parkeerplaats waar parkeren slechts tegen betaling van parkeerbelasting of met gebruikmaking van een vergunning is toegestaan: per parkeerplaats per dag €

9

11

€ 38,10 € 4,85 € 2,22

Bouwwerken en -materialen Materialen zoals schutting, hekwerk, steiger, kalk- of timmerloods, directiekeet of dergelijke werken, per m2 in beslag te nemen terrein per maand Als onder 31 per week Als onder 31 per dag Indien de onder 31 tot en met 33 genoemde voorwerpen zich bevinden op de in 71 aangeduide parkeerplaatsen zullen voor de berekening van het tarief de tarieven van 71 van toepassing zijn.

4

7 71

€ 24,30 € 3,03 € 1,10 € 0,32

25,00

€ 13,60

€

3,03

(vervallen)

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92E

blz. 67

12 121

13 131

14 140 141 142 15 151

152 153 154 155

156 157 158

Luifels, balkons, erkers, overbouwingen, e.d. Een luifel, erker, balkon, uitbouw, overbouwing en dergelijke onderdelen van bouwwerken, voor zover aanwezig aan bedrijfspanden, voor het bedrijfsgedeelte per m2, per jaar

€ 11,00

Zonnescherm, markies Voor een zonnescherm of markies, voor zover aanwezig aan bedrijfspanden, voor het bedrijfsgedeelte

€

per m1, per jaar

Standplaatsen Standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3 APV Helmond 2020, per vergunde weekdag, per 5 m2, per kwartaal als onder 140 per vergunde weekdag, per 5 m2, per maand als onder 140 per 5 m2, per dag Terrassen e.d. Terrasmeubilair als bedoeld in Artikel 1 van de geldende “Nadere regels terrassen Helmond”, parasols, terrasafscheidingen, plantenbakken, afvalbakken, menuborden, losstaande terrasverwarming, decoratieve objecten en bestekkasten (terrassen) voor het gehele kalenderjaar zijnde van 1 januari tot en met 31 december in gebied A. per m2 Onder het gebied A wordt begrepen het gebied van de gemeente Helmond gelegen binnen of aan het Oostende, Noordende, Binderseind, Zuidende, Kasteel-Traverse, de spoorlijn EindhovenVenlo tussen Burg. Van Houtlaan en Kanaaldijk N.W., Kanaaldijk N.W., Eikendreef, Kromme Steenweg, Steenweg en Kanaaldijk N.W. tot aan het Oostende. Als onder 151 per m2, per maand Als onder 151 per m2, per week Als onder 151 per m2, per dag Als onder 151 voor het gebied B voor het gehele tijdvak per m2 Onder het gebied B wordt begrepen het gebied van de gemeente Helmond niet vallende onder gebied A. Als onder 155 per m2, per maand Als onder 155 per m2, per week Als onder 155 per m2, per dag

8,60

€ 104,20 € 52,10 € 18,40

€ 19,50

€ € €

7,80 3,90 1,30

€ 14,20

€ € €

3,96 1,98 0,66

Besloten in de openbare vergadering van 5 november 2024. Mij bekend, de raadsgriffier

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92E

blz. 68

Raadsvoorstel 92F Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening reinigingsheffingen Helmond 2025

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 17 september 2024 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, Bij de vaststelling van de tarieven afvalstoffenheffing (woningen) en reinigingsrechten (niet-woningen) voor 2025 is rekening gehouden met de kosten voor afvalinzameling en bijdragen voor afval vanuit diverse bronnen, zoals voor papier, glas en PMD (plastic, metaal en drankkartons). In 2021 is overgestapt op een verdergaande vorm van diftar, waarbij per lediging moet worden afgerekend. Vanaf 2023 wordt vooraf alleen het vastrecht in rekening gebracht. Het aantal werkelijke ledigingen wordt na afloop van het belastingjaar of als dit eerder is na afloop van de belastingplicht, in rekening gebracht. Ook krijgen vrijwel alle percelen met verzamelcontainers voortaan alleen vastrecht vooraf in rekening gebracht en betalen zij per werkelijke aanbieding bij de (ondergrondse) verzamelcontainers. De afvalstoffenheffing mag niet meer dan kostendekkend zijn. Bij de berekening van de nieuwe tarieven wordt dit als uitgangspunt genomen. Doordat de kosten licht dalen wordt ook het vastrecht iets verlaagd. Het tarief per lediging / storting wordt wel geïndexeerd met de standaard 2,8%. Het tarief voor een huishouden met een 140 liter container en 7 ledigingen (het meest voorkomende tarief met gemiddeld aantal ledigingen) daalt met ongeveer 1,3%. De zogenaamde poorttarieven van de Milieustraat, worden voor 2025 niet aangepast.

Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen, behorend bij de begroting 2025. De heffing wordt gecombineerd op het aanslagbiljet Gemeentelijke Heffingen met de WOZ-beschikking, de onroerende-zaakbelastingen, de rioolheffing en de hondenbelasting.

Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mevr. P.J.M.G. Blanksma – van den Heuvel

mr. A.S. Meijer

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 92F

blz. 69

Raadsbesluit 92F Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 september 2024 gelet op het artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;

besluit: vast te stellen de Verordening reinigingsheffingen Helmond 2025;

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a. afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel 2. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: • ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; • grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden, zoals grof snoeiafval of grof huisvuil; • bouw- en sloopafval: alle steensoorten zoals puin, tegels, grint, gasbetonblokken, cement, dakpannen, gips(-platen), asfalt en alle bouw- en sloophout zoals deuren, kozijnen, boeiboard, trespa, ramen zonder glas, balken, schroten, pallets, houten aanrechtbladen en aanrechtkasten; • gezamenlijke afvalinzameling: een inzamelvoorziening voor huishoudelijk afval die door verschillende percelen wordt gebruikt voor het wekelijks ophalen van afval, omdat geen individuele containers in bruikleen zijn gegeven aan een van desbetreffende percelen.

• gratis afvalstromen: glas, PMD, harde kunststoffen (schoon), papier, KCA, asbest, textiel, luiers, frituurvet en oliën, wit- en bruingoed / elektronica, tempex, EPS, piepschuim (schoon), kadavers van huisdieren, vlakglas, metalen, banden zonder velg (tot 5 stuks), gasflessen, TL-buizen, spaarlampen, compost en matrassen. • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond. • Vergeefse poging: de overbodige rit, omdat bij een vraag om omruiling, ophalen of extra lediging van een container deze niet is aangeboden.

HOOFDSTUK II

AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3. Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

blz. 70

krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4. Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 5. Maatstaf van heffing en belastingtarief De afvalstoffenheffing wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Deze tarieventabel moet hier als volledig ingelast worden beschouwd. Artikel 6. Vrijstellingen Medische indicatie. Een belastingplichtige die middels een medische verklaring kan aantonen dat ten gevolge van een ziekte of een lichamelijk ongemak, van een of meerdere personen van het huishouden op zijn of haar perceel, permanent beduidend meer restafval wordt geproduceerd dan op een perceel waar geen sprake is van deze ziekte of dat lichamelijk ongemak, wordt op schriftelijk verzoek vrijstelling verleend van een gedeelte van de belasting als bedoeld in artikel 1, onder a.

Het maximale bedrag van de vrijstelling is gelijk aan het tarief voor 20 maal een lediging van een 140 liter container per persoon met medische indicatie binnen het huishouden. Als gebruik wordt gemaakt van een ander containervolume zal dat naar rato worden omgerekend. Bij percelen waar voor de afvalinzameling gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers is het maximale bedrag van de vrijstelling gelijk aan het tarief voor 84 maal een aanbieding van een vuilniszak met restafval per persoon met medische indicatie binnen het huishouden. Het vastrecht, als bedoeld onder 1.1, of indien van toepassing het vast bedrag uit artikel 1.2 van de Tarieventabel afvalstoffenheffing, blijft in beide gevallen verschuldigd; Artikel 7. Belastingtijdvak 1. Met betrekking tot de belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 en 1.2, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar; 2. In de andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen van de Tarieventabel afvalstoffenheffing en de tarieventabel Milieustraat, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar waarin zich het belastbare feit heeft voorgedaan, dan wel de belastbare feiten hebben voorgedaan. Artikel 8. Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing wordt geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2.

De belasting bedoeld in de Tarieventabel milieustraat, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing wordt uitsluitend kwijtschelding verleend voor een bedrag, gelijk aan de belasting als vermeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 (Vastrecht) vermeerderd met een bedrag gelijk aan maximaal 7 ledigingen van een 140 liter restafvalcontainer als bedoeld onder 1.3 van de tarieventabel afvalstoffenheffing. Als gebruik wordt gemaakt van een container met een ander volume blijft het maximumbedrag gelijk aan dat van het vastrecht vermeerderd met maximaal 7 ledigingen van een 140 liter restafvalcontainer. Bij percelen waar voor de afvalinzameling gebruik wordt gemaakt van verzamelcontainers wordt uitsluitend kwijtschelding verleend voor een bedrag, gelijk aan de belasting als vermeld in de Tarieventabel

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

blz. 71

afvalstoffenheffing onder 1.1 (Vastrecht) vermeerderd met een bedrag gelijk aan maximaal 20 maal een aanbieding van een vuilniszak met restafval, als bedoeld onder 1.5 van de tarieventabel afvalstoffenheffing. Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.1 en 1.2, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belasting bedoeld in de Tarieventabel afvalstoffenheffing onder 1.3 tot en met 1.12 alsmede in de Tarieventabel milieustraat, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel 11.

Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van hoofdstuk 1, onderdeel 1.1 tot en met 1.5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel bedoelde belasting worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval voldaan wordt aan de voorwaarden, gesteld in de geldende “Beleidsregels automatische incasso belastingen Helmond”, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdeel 1.6 tot en met 1.12 van de bij deze verordening behorende tarieventabel moeten worden voldaan in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 4.

In afwijking van het derde lid geldt, ingeval voldaan wordt aan de voorwaarden, gesteld in de geldende “Beleidsregels automatische incasso belastingen Helmond”, voor de in hoofdstuk 1, onderdeel 1.6 tot en met 1.12 van de bij deze verordening behorende tarieventabel bedoelde belasting en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 5. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 1 maand na dagtekening van de kennisgeving. 6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

HOOFDSTUK III

REINIGINGSRECHTEN

Artikel 12. Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 13. Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

blz. 72

Artikel 14. Maatstaf van heffing en belastingtarief Het reinigingsrecht wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Deze tarieventabel moet hier als volledig ingelast worden beschouwd. Artikel 15. Vrijstelling Aan scholen in het primair onderwijs (basisscholen) wordt om educatieve redenen geen vastrecht als bedoeld onder 3.1 van de Tarieventabel reinigingsrecht in rekening gebracht en tevens vrijstelling voor de kosten van inzameling van GFT, papier en PMD-afval verleend. Artikel 16. Belastingtijdvak 1. Met betrekking tot de belasting bedoeld in de Tarieventabel reinigingsrecht onder 3.1 en 3.2, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar; 2. In de andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen van de Tarieventabel reinigingsrecht, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar waarin zich het belastbare feit heeft voorgedaan, dan wel de belastbare feiten hebben voorgedaan. Artikel 17. Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel reinigingsrecht, worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Artikel 18. Ontstaan van de belastingschuld 1.

De rechten bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 en 3.2 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel reinigingsrecht zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde rechten als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde rechten als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.3 tot en met 3.14 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel reinigingsrecht zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel 19. Termijnen van betaling 1.

De rechten bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.1 tot en met 3.5 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel reinigingsrecht moeten worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval voldaan wordt aan de voorwaarden, gesteld in de geldende “Beleidsregels automatische incasso belastingen Helmond”, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3, onderdeel 3.6 tot en met 3.14 van de bij deze verordening behorende Tarieventabel reinigingsrecht moeten worden voldaan in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

blz. 73

HOOFDSTUK IV

AANVULLENDE BEPALINGEN

Artikel 20. Intrekkingsbepaling en overgangsrecht De "Verordening reinigingsheffingen Helmond 2024", vastgesteld bij raadsbesluit van 7 november 2023, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 21, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 21. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. 2. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2025. Artikel 22. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen Helmond 2025.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 5 november 2024. De raad voornoemd, de voorzitter

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

de griffier

blz. 74

Tarieventabel afvalstoffenheffing 1 1.1 1.2

1.3 1.4 1.5

Tarieven afvalstoffenheffing Vast bedrag (vastrecht) per perceel per jaar Vast bedrag voor percelen, die gebruik maken van gezamenlijk afvalinzameling, met uitzondering van percelen, die gebruik maken van ondergrondse containers met pasjessysteem, per perceel per jaar Bedrag per lediging 140 liter Restafvalcontainer Bedrag per lediging 240 liter Restafvalcontainer Bedrag per aangeboden vuilniszak Restafval bij verzamelcontainers met een pasjessysteem

Gerelateerde diensten 1.6 De belasting bedraagt voor een aanvraag tot extra lediging van een container, excl. kosten van de lediging zelf, als bedoeld in lid 1.3 resp 1.4, per keer per adres 1.7 De belasting bedraagt voor een aanvraag tot omwisselen van een container of het plaatsen van een extra container, ingeval het niet binnen 2 maanden na een verhuizing is, geen omruiling i.v.m. toekenning medische indicatie of omruiling van een kapotte container betreft, per keer per adres 1.8 De belasting bedraagt voor het omruilen van een kapotte container bij schade door gebruik in strijd met artikel 1.3, elfde lid, van de Nadere regels Afvalstoffenverordening Helmond 2015 1.9 Het tarief voor het verstrekken van een nieuwe afvalpas bij verlies of beschadiging 1.10 Het tarief bedraagt voor een vergeefse poging een aanvraag of opdracht uit te voeren, per keer 1.11 Het tarief voor het reinigen of extra ledigen van een verzamel- / rolcontainer bij percelen, die gebruik maken van gezamenlijk afvalinzameling, per container 1.12 Het tarief voor het verstrekken van een nieuwe GFT-emmer bij verlies of beschadiging

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

€ 225,84 € 269,38 € 6,22 € 10,69 €

2,22

€ 30,00

€ 30,00 € 30,00 € 25,00 € 30,00 € 45,00 € 25,00

blz. 75

Tarieventabel milieustraat 2

Tarieven milieustraat

Omschrijving afvalstroom Gratis afvalstromen Grof huisvuil, grond, blad/gras, snoeihout, max 2 vuilniszakken Bouw- en Sloop Afval, puin, gips

Vuilniszakken

Hoeveel- VervoerTarief Tarief Tarief Tarief bezoek heid middel bezoek 1-4 bezoek 5-8 bezoek 9-12 13-16 > bezoek 16 0 - 2 m3 € € € € - € 0 - 2 m3

auto fiets

€ 8,00 € 3,00

€ 16,00 € 6,00

€ 32,00 € 12,00

€ 64,00 weigering € 24,00 weigering

0 - 1 m3

auto € 8,00 € 16,00 € 32,00 € 64,00 fiets € 3,00 € 6,00 € 12,00 € 24,00 1 - 2 m3 auto € 16,00 € 32,00 € 64,00 € 128,00 fiets € 6,00 € 12,00 € 24,00 € 48,00 Maximaal 2 huisvuilzakken per bezoek inbegrepen bij tarief Grof huisvuil

weigering weigering weigering weigering

NB: indien een bezoeker met bijvoorbeeld 4 m3 komt geldt dat als zijnde 2 bezoeken

Ophalen grof vuil 2.2 Voor het op aanvraag laten ophalen bij het perceel van grof huishoudelijk afval van een hoeveelheid van maximaal 2 m³ en een maximale laadtijd van 20 minuten per perceel € 65,00 2.3 Indien de hoeveelheid grof huishoudelijk afval uitgaat boven 2 m³, dan wel de laadtijd van 20 minuten wordt overschreden, wordt het onder 2.2 genoemde bedrag verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting. Een aanvraag wordt pas in behandeling genomen als met de begroting wordt ingestemd. Als voorafgaand aan de inzameling blijkt dat de begroting op onjuiste veronderstellingen is gebaseerd, wordt een nieuwe begroting afgegeven. De inzameling wordt pas gestart als met de begroting wordt ingestemd.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

blz. 76

Tarieventabel reinigingsrecht ** 3 3.1 3.2

3.3 3.4 3.5

Tarieven reinigingsrecht Vast bedrag (vastrecht) per perceel per jaar Vast bedrag voor percelen, die gebruik maken van gezamenlijk afvalinzameling, met uitzondering van percelen, die gebruik maken van ondergrondse containers met pasjessysteem, per perceel per jaar Bedrag per lediging 140 liter Restafvalcontainer Bedrag per lediging 240 liter Restafvalcontainer Bedrag per aangeboden vuilniszak Restafval bij verzamelcontainers met een pasjessysteem

Gerelateerde diensten 3.6 De belasting bedraagt voor een aanvraag tot extra lediging van een container, excl. kosten van de lediging zelf, als bedoeld in lid 3.3 resp 3.4, per keer per adres 3.7 De belasting bedraagt voor een aanvraag tot omwisselen van een container of het plaatsen van een extra container, ingeval het geen omruiling van een kapotte container betreft, per keer per adres 3.8 De belasting bedraagt voor het omruilen van een kapotte container bij schade door gebruik in strijd met artikel 1.3, elfde lid, van de Nadere regels Afvalstoffenverordening Helmond 2015 3.9 Het tarief voor het verstrekken van een nieuwe afvalpas bij verlies of beschadiging 3.10 Het tarief bedraagt voor een vergeefse poging een aanvraag of opdracht uit te voeren, per keer 3.11 Het tarief voor het reinigen of extra ledigen van een verzamel- / rolcontainer bij percelen, die gebruik maken van gezamenlijk afvalinzameling, per container 3.12 Het tarief voor het hebben en periodiek laten ledigen van een luiercontainer op eigen terrein, per locatie per maand 3.13 Het tarief voor een afvalpas ten behoeve van een beheerder bij verzamellocaties 3.14 Het tarief voor het ophalen grof vuil uit een containerhok bij hoogbouw, per keer per containerhok

€ 225,84 € 269,38 € 6,22 € 10,69 €

2,22

€ 30,00 € 30,00 € 30,00 € 25,00 € 30,00 € 45,00 € 47,50 € 25,00 € 90,00

** De rechten bedoeld in dit hoofdstuk zijn vermeld exclusief de verschuldigde omzetbelasting. Besloten in de openbare vergadering van 5 november 2024. Mij bekend, de raadsgriffier

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92F

blz. 77

Raadsvoorstel 92G Vergadering 5 november 2023

Gemeenteraad

Onderwerp

: Verordening rioolheffing Helmond 2025

B&W vergadering Dienst / afdeling Zaaknummer

: 17 september 2024 : FIN.FBB :

Aan de gemeenteraad, De gemeentelijke rioolheffing is gebaseerd op artikel 228a van de Gemeentewet. Er is daarbij sprake van een belasting, waar geen directe individuele dienstverlening tegenover staat. Deze rioolheffing heeft wel het karakter van een bestemmingsheffing, waarmee de kosten die de gemeente noodzakelijk acht voor niet alleen een doelmatig werkende riolering, maar ook maatregelen ten aanzien van het beheer van hemelwater en grondwater kunnen worden verhaald. Tevens worden de kosten van kwijtschelding in het tarief verwerkt. Het basistarief per huishouden daalt in 2025 met name doordat de investeringen in maatregelen voor klimaatadaptie worden getemporiseerd met 9,1% en wordt verlaagd naar € 170,52. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen, behorend bij de begroting 2025. De aanslag rioolheffing wordt op één aanslagbiljet gecombineerd met de reinigingsheffingen, de onroerendezaakbelastingen en de hondenbelasting. Wij stellen u voor te besluiten conform bijgaande conceptverordening.

Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester

de secretaris

mevr. P.J.M.G. Blanksma – van den Heuvel

mr. A.S. Meijer

Gemeenteraad van Helmond Raadsvoorstel 92G

blz. 78

Raadsbesluit 92G Vergadering 5 november 2024

Gemeenteraad

De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2024; gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening rioolheffing Helmond 2025;

Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; e. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond. Artikel 2. Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.

Als gebruiker wordt aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel 4. Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt Artikel 5. Vrijstellingen 1. De belasting als genoemd in artikel 2 wordt niet geheven van een perceel of van een gedeelte van een perceel als bedoeld in artikel 4, indien de totale Gebruiksoppervlakte van de opstallen voor woningen, of voor niet-woningen de Bruto-vloeroppervlakte – zoals vastgesteld ten behoeve van de WOZ-taxatie – niet meer dan 30 m2 bedraagt. Deze vrijstelling geldt uitsluitend als er geen sprake is van een directe aansluiting op de gemeentelijke riolering.

Gemeenteraad van Helmond Raadsbesluit 92G

blz. 79

2. De belasting als genoemd in artikel 2 wordt niet geheven van een perceel of van een gedeelte van een perceel als bedoeld in artikel 4, indien de belastingplichtige zelf de lasten verband houdend met de afvoer van afvalwater draagt. Dit is het geval bij septic-tanks of IBA’s in eigendom van en beheer bij de gebruiker, waarbij de gemeente geen voorzieningen heeft getroffen. Artikel 6. Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water, dat in de aan het belastingtijdvak voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enig andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. 5.

Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoeld ambtenaar vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare huishoudens. 6. In afwijking van de voorgaande leden van dit artikel wordt bij incidentele lozingen van beperkte duur, daar waar het gaat om machinaal lozen van water uit bouwputten op de riolering van de gemeente, hetzij direct, hetzij indirect, het recht als bedoeld in artikel 2 geheven per lozingspunt. Artikel 7. Belastingtarieven 1. De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt, behoudens het bepaalde in het tweede lid: per perceel, per jaar: € 170,52; 2. Indien de overeenkomstig artikel 6 vastgestelde hoeveelheid afgevoerd water méér bedraagt dan 1.200 m3 dan bedraagt de belasting boven het in het eerste lid genoemde bedrag: a. € 0,31 voor elke m3 boven de 1.200 tot en met 50.000 m3; b. € 0,25 voor elke m3 boven de 50.000 m3 tot en met 100.000 m3; c. € 0,21 voor elke m3 boven de 100.000 m3 tot en met 200.000 m3; d. € 0,13 voor elke m3 boven de 200.000 m3 tot en met 300.000 m3; e. € 0,05 voor elke m3 boven de 300.000 m3. 3. De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt, indien sprake is van een incidentele lozing als bedoeld in artikel 6, lid 6 per lozingspunt per dag: € 16,66. Artikel 8.

Belastingjaar Het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting als bedoeld in artikel 2 in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting als bedoeld in artikel 2 in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14566037/4