CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluit Uitganspuntennotitie warmteprogramma Heemstede.pdf

Commissie Ruimte 11 juni 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Collegebesluit Uitganspuntennotitie warmteprogramma Heemstede3.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegebesluit Collegevergadering: 7 april 2026

Zaaknummer Team Portefeuillehouder Openbaarheid

: 1350874 : Ruimtelijk Beleid Heemstede : A.H.A. Grummel : Actief openbaar

Onderwerp Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Heemstede 2026

Kernboodschap Het college stemt in met de uitgangspuntennotitie voor het warmteprogramma Heemstede 2026 en vraagt de commissie Ruimte om haar ideeën en suggesties te geven over de uitgangspunten. Het opstellen van het warmteprogramma wordt wettelijk verplicht met de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Het warmteprogramma beschrijft de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en is een uitwerking van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius, is in het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het warmteprogramma beschrijft op welke manier Heemstede over kan gaan op fossielvrije verwarming, koken en warm tapwater. Hiermee wordt circa 14 miljoen m3 gas bespaard per jaar. Het aardgasvrij maken van een buurt duurt minimaal 10 jaar. Voor iedere buurt moet onder andere een apart participatietraject worden uitgevoerd. Dit betekent dat we nog 14 jaar hebben om in 14 buurten gestart te zijn met een wijkuitvoeringsplan, dit is ieder jaar een nieuw wijkuitvoeringsplan. De uitgangspuntennotitie geeft richtlijnen voor de keuzes uit het warmteprogramma, die uiteindelijk leiden tot de prioritering van wijken en oplossingsrichtingen in die wijken.

De uitwerking en vaststelling van het concept-warmteprogramma zal plaatsvinden in 2026, dit duurt nog circa 7 maanden. Om de huidige deadline van 31 december 2026 te halen is het van belang om de uitgangspunten nu vast te stellen.

Besluit B&W 1. In te stemmen met de Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Heemstede 2026; 2. Het besluit voor te leggen aan de commissie Ruimte om haar ideeën en suggesties over de uitgangspunten kenbaar te maken.

pagina 1 van 10

Wettelijke grondslag Juridisch en beleidskader Dit besluit past binnen wetgeving en beleid uit: • Klimaatakkoord • Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie • Omgevingswet • Programma Heemstede Duurzaam 2025-2030 • Transitievisie Warmte 2021 Verwachte wetgeving in 2026: • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie • Wet collectieve warmte In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 de gebouwde omgeving in Nederland aardgasvrij is. Het warmteprogramma is een uitwerking van de afspraken uit het Klimaatakkoord. In de concept-Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt de deadline voor het vaststellen van het Warmteprogramma op 31 december 2026 gezet, mogelijk wordt deze deadline uitgesteld. De verwachte inwerkingtreding van de Wgiw is op 1 juli 2026. Het warmteprogramma is na invoering van de Wgiw een verplicht programma onder de Omgevingswet. In de Omgevingswet zijn de kaders van het planproces voor de warmtetransitie vastgelegd. Het warmteprogramma is een onderdeel van een concretere uitwerking van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie zijn de gemeentelijke kaders voor het warmteprogramma vastgelegd. Het warmteprogramma vormt samen met het uitvoeringsplan een belangrijke onderbouwing voor een wijziging van het omgevingsplan. Met de wijziging van het omgevingsplan kan de gemeente de transitie naar een aardgasvrije omgeving in gang zetten.

Het warmteprogramma is de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW). In de TVW is vastgelegd dat de TVW na vijf jaar wordt herijkt. In 2026 moet dit gebeuren.

Bevoegdheid Het vaststellen van een programma onder de Omgevingswet is een bevoegdheid van het College op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet.

Bestuurlijke achtergrond Op 25 november 2021 heeft de raad de Transitievisie Warmte vastgesteld. In de TVW is beschreven hoe de warmtevraag van Heemstede op een duurzame manier kan worden ingevuld. Ook geeft het aan wat de gemeente doet in de vijf jaar die volgen op de vaststelling van de TVW. In de TVW is aangegeven dat deze iedere vijf jaar, of eerder als er belangrijke nieuwe inzichten zijn, moet worden bijgewerkt.

pagina 2 van 10

In 2022 is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een warmtenet dat aangesloten kan worden op de WRK-drinkwaterleiding die door Heemstede loopt. Tussen september 2023 en maart 2024 is een warmtebronnenonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de warmteoplossingen die er zijn in de gemeente en de warmtevraag waar dit op zou kunnen worden toegepast. Op 26 maart 2024 zijn de resultaten van het warmtebronnenonderzoek middels een technische sessie gedeeld met de raad. De beschikbare bronnen in Heemstede bevatten aquathermie, geothermie uit de regio en warmte uit lucht. In sommige gevallen kan het gebruik van warmte- en koudeopslag (WKO’s) nodig zijn. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 en de verwachte inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt het concept van de TVW aangepast. Vanaf de inwerkingtreding van de Wgiw wordt het gezien als een programma onder de Omgevingswet en heet het een Warmteprogramma. Er gelden dan nieuwe vereisten voor het warmteprogramma. Het warmteprogramma moet concreter en gedetailleerder zijn en een tijdspad geven voor de warmtetransitie. In april 2024 is er een selectieprocedure gestart door Waternet om de warmte uit de WRK-leiding te gunnen aan een geïnteresseerde gemeente.

De gemeente Heemstede was als een van twee potentiële kandidaten geselecteerd, maar het gegunde project was een nieuwbouwproject met tenminste 1500 eenheden wat op dat moment het beste aansloot op de gunningscriteria die door Waternet waren vastgesteld. De gemeente en Waternet zijn in contact gebleven voor het geval er meer warmte beschikbaar komt. Het zou kunnen dat op een later moment alsnog ruimte komt voor Heemstede om gebruik te maken van deze warmte. Eind 2024 is de gemeente begonnen met de voorbereidingen voor het opstellen van een warmteprogramma. In april 2025 is een aanbesteding gestart voor ondersteuning bij het opstellen van het warmteprogramma. Op 4 november 2025 heeft het college het Participatieplan Verkenning Warmteprogramma vastgesteld. Hierin is beschreven hoe de participatie verloopt in de verkenningsfase van het warmteprogramma. Bij het opstellen van de uitgangspuntennotitie is de participatie verlopen zoals het is beschreven in het participatieplan.

Motivering In het warmteprogramma worden keuzes gemaakt over de manier waarop de gebouwde omgeving aardgasvrij gemaakt gaat worden. Via fysieke sessies en een digitale enquête is bij inwoners en andere belanghebbenden opgehaald wat zij belangrijk vinden om rekening mee te houden bij keuzes over de warmtetransitie. Er zijn 216 reacties gegeven op de enquête. Onder andere met deze inbreng zijn de uitgangspunten opgesteld die gebruikt zullen worden om de buurtvolgorde en voorkeurstechniek te bepalen in het warmteprogramma. In het proces en inhoudelijk worden we ondersteund door een adviesbureau die dit in meerdere gemeenten heeft gedaan. Aan de hand van die expertise, maar ook die van de gemeente, van de netbeheerder, woningcorporaties en anderen én de uitkomsten van de enquête zijn de uitgangspunten opgesteld om tot de volgorde en techniek te komen waarmee Heemstede aardgasvrij wordt gemaakt. De uitgangspuntennotitie is de basis waarop de wijkvolgorde en de techniek per buurt wordt bepaald in het warmteprogramma. Door pagina 3 van 10

verschillende partijen te betrekken bij deze keuzes wordt het draagvlak vergroot, dit is nodig om de warmtetransitie succesvol te laten verlopen. De uitgangspunten die zijn uitgewerkt in deze notitie zijn: • Betaalbaarheid Betaalbaarheid bepaalt direct of inwoners kunnen en willen meedoen. Hoge kosten vormen een van de grootste risico’s voor vertraging op mislukking van de warmtetransitie. Betaalbaarheid kan opgesplitst worden in eindgebruikerskosten (kosten voor de gebruiker van de warmte) en nationale kosten (kosten van het totale systeem). De gemeente wil beide kosten zo laag mogelijk houden. •

Ruimtelijke impact De beschikbare ruimte, zowel in de openbare ruimte als binnen woningen, is vrijwel randvoorwaardelijk voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van verschillende warmtesystemen. De gemeente houdt in de keuze voor een warmteoplossing en in de wijkvolgorde rekening met de ruimte in de onder- en de bovengrond.

•

Keuzevrijheid Uit de enquête blijkt dat draagvlak en keuzevrijheid door inwoners als zeer belangrijk worden gezien. Zonder draagvlak bij inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen zal de warmtetransitie niet slagen. Inwoners vinden het belangrijk om niet gedwongen te worden om aan te sluiten op een warmtesysteem en waar mogelijk mee te denken over oplossingen. De opt-out biedt inwoners altijd de mogelijkheid om niet mee te doen met het aanbod vanuit de gemeente, mits ze hun woning op een andere duurzame manier kunnen verwarmen.

•

Netbewust De druk op het elektriciteitsnet is de komende jaren sterk bepalend voor wat technisch en praktisch mogelijk is. Tegelijkertijd is het minder randvoorwaardelijk dan betaalbaarheid of ruimte, ook omdat wij niet gestuurd willen worden door belemmeringen op de relatief korte termijn voor keuzes die gelden voor de lange termijn. We voeren uit wat er mogelijk is binnen de beschikbare netcapaciteit. De projecten die vanwege netcongestie niet op dit moment kunnen, bereiden we voor zodat deze van start kunnen gaan op het moment dat netcongestie (voldoende) is opgelost. Het warmteprogramma geeft de netbeheerders ook een duidelijke prognose van de benodigde netcapaciteit van de warmtetransitie, zodat hier rekening mee gehouden kan worden bij het maken van de investeringsplannen. Een dilemma dat landelijk speelt met betrekking tot warmte en netcongestie is dat een collectief systeem een nieuwe aansluiting vergt waar geen ruimte voor is op het elektriciteitsnet, maar dat aan de andere hand een collectief net voordeliger is voor het elektriciteitsnet dan voor iedereen een individuele warmtepomp.

•

Duurzaamheid Het doel van de warmtetransitie is om geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken voor verwarming, warm tapwater en koken in 2050. Bij de keuze voor alternatieven zal dus centraal staan dat er in 2050 (of eerder) geen fossiele brandstoffen benodigd zijn om het warmtesysteem draaiend te houden. De CO₂-reductie vloeit in hoge mate vanzelf voort uit de maatregelen die in de warmtetransitie worden genomen. pagina 4 van 10

•

Handelingsperspectief De gemeente Heemstede wil met het warmteprogramma duidelijkheid bieden aan inwoners en andere belanghebbenden. Door concreet aan te geven welke acties op welke termijn worden uitgevoerd, kunnen inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren rekening houden met de planning voor de verduurzaming van hun gebouw. Handelingsperspectief vloeit vooral voort uit de andere keuzes in het warmteprogramma en is sterk afhankelijk van het betrekken en informeren van inwoners in deze keuzes. Op dit moment geeft de gemeente desgevraagd aan dat er vanuit de plannen van de gemeente geen belemmeringen zijn voor het aanschaffen van een warmtepomp. In het warmteprogramma zal voor elke buurt worden aangegeven met welke termijnen rekening moet worden gehouden bij het verduurzamen van een woning.

Vier van de zes uitgangspunten zijn hetzelfde gebleven ten opzichte van de Transitievisie Warmte, dit zijn betaalbaarheid, duurzaamheid, keuzevrijheid en handelingsperspectief. Deze uitgangspunten zijn bijgewerkt naar aanleiding van nieuwe inzichten. De uitgangspunten ruimtelijke impact en netbewust zijn erbij gekomen in plaats van realistische planning en ruimte voor flexibiliteit en innovatie. Deze uitgangspunten zijn vergelijkbaar met andere gemeenten die al bezig zijn met het warmteprogramma. Ruimtelijke impact is toegevoegd omdat de gemeente met verschillende opgaven bezig is die ruimte in de onder- en bovengrond vragen, terwijl deze ruimte schaars is. Netbewust is toegevoegd omdat iedere keuze van een alternatieve warmtebron in de transitie naar aardgasvrije gebouwen een ander effect heeft op het elektriciteitsnetwerk. Door netbewuste keuzes te maken in het warmteprogramma houden we de invloed van de warmtetransitie op netcongestie zo klein mogelijk. De huidige knelpunten op het elektriciteitsnetwerk zijn bepalend voor de keuze van een alternatieve warmtebron. Deze uitgangspunten zijn toegevoegd om rekening te houden met deze schaarste. Het uitgangspunt realistische planning is afgevallen omdat deze is verwerkt in het uitgangspunt handelingsperspectief. Deze zijn sterk aan elkaar verbonden.

Het uitgangspunt ruimte voor flexibiliteit en innovatie is afgevallen omdat dit in het proces van de warmtetransitie al verwerkt is. Iedere vijf jaar wordt het warmteprogramma herijkt en worden ontwikkelingen verwerkt in het nieuwe programma. Er blijft altijd ruimte in het proces om van koers te wijzigen als de gemaakte keuze niet haalbaar blijkt. Aan de hand van deze uitgangspunten wordt bepaald voor welke buurt(en) als eerste een uitvoeringsplan opgesteld gaat worden en welke voorkeurstechniek hierin verder wordt uitgewerkt. In de notitie is ook beschreven hoe de participatie voor het opstellen van het warmteprogramma wordt vormgegeven. Dit zal grotendeels gelijk zijn aan het participatieplan van 4 november 2025. Inwoners zullen geraadpleegd worden bij de ter inzage legging, verder zullen inwoners voornamelijk worden geïnformeerd over het proces en over de warmtetransitie in het algemeen. Professionele belanghebbenden worden op dezelfde manier betrokken bij het warmteprogramma als in de verkenningsfase is gebeurd. Dit gebeurt door middel van meerdere fysieke sessies.

pagina 5 van 10

Argumenten 1. De uitgangspunten zijn opgesteld in samenwerking met verschillende belanghebbenden. Deze uitgangspunten zijn tot stand gekomen na overleg met belanghebbenden. Inwoners en ondernemers geven aan dat betaalbaarheid en keuzevrijheid belangrijk zijn in de warmtetransitie. Professionele stakeholders zoals netbeheerders, woningcorporaties en waterschappen geven aan belang te hebben bij netbewuste keuzes en handelingsperspectief. Door rekening te houden met de wensen van andere belanghebbenden zorgen we ervoor dat de uitwerking van het warmteprogramma door zo veel mogelijk partijen gedragen wordt. Het succes van de warmtetransitie is afhankelijk van de samenwerking tussen al deze partijen, dus houden wij in de uitgangspunten rekening met hun wensen. 2. Door duurzaamheid als uitgangspunt op te nemen wordt het doel van het warmteprogramma in alle keuzes gedurende het proces meegenomen. Het warmteprogramma wordt opgesteld om de transitie naar een aardgasvrije gemeente vorm te geven. Door duurzaamheid als uitgangspunt te nemen worden alleen alternatieven voor aardgas die bijdragen aan de doelstellingen van het klimaatakkoord meegenomen in de uitwerking. Op deze manier zorgt de gemeente dat de warmtetransitie efficiënt verloopt. 3.

Met de uitgangspunten ruimtelijke impact en netbewust wordt rekening gehouden met knelpunten in de onder- en bovengrond en op het elektriciteitsnet. De gekozen uitgangspunten bieden een sterke basis om met actuele uitdagingen om te gaan. Schaarste in de openbare ruimte en op het elektriciteitsnet bemoeilijken de transitie naar een aardgasvrij Heemstede. Door hier rekening mee te houden in het warmteprogramma en de uitvoering daarvan wordt vooraf nagedacht over deze uitdagingen om vertraging te minimaliseren. Ook wordt op deze manier de samenwerking op verschillende thema’s gestimuleerd. 4. Het bieden van handelingsperspectief geeft inwoners de mogelijkheid om zich voor te bereiden op de overstap naar aardgasvrij Als inwoners op de hoogte zijn wanneer van hen verwacht wordt om over te stappen op een duurzaam alternatief voor warmte, dan hebben zij de tijd om hier voorbereidingen voor te treffen. Op deze manier overvalt de gemeente haar inwoners niet met verplichtingen en weten inwoners waar ze aan toe zijn. 5.

Door in te stemmen met de uitgangspuntennotitie volgt Heemstede de planning om in 2026 een (concept-)warmteprogramma vast te stellen. In 2026 moet de gemeente een warmteprogramma vaststellen, deze deadline wordt mogelijk nog uitgesteld. Op dit moment volgt de gemeente de planning. Door in te stemmen met deze notitie blijft de gemeente op deze koers.

Kanttekeningen, risico’s en beheersmaatregelen 1.

Aan de hand van de gekozen uitgangspunten bestaat het risico dat complexe buurten naar achteren schuiven in de wijkvolgorde. Door te beginnen in buurten waar de haalbaarheid het grootst is worden complexere buurten naar achteren geschoven in de wijkvolgorde. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat buurten waar al meerdere uitdagingen liggen, zoals bijvoorbeeld hittestress, ook later aan de beurt komen op het gebied van pagina 6 van 10

warmte. Dit biedt aan de ene kant het voordeel dat de gemeente ervaring op doet en kan leren voor complexere buurten, maar dit kan ook zorgen voor een achterstand voor buurten waar meerdere uitdagingen liggen. Om dit te voorkomen worden verschillende domeinen van de gemeente aangehaakt in het uitwerken van de buurtvolgorde. 2. Bij de keuze voor een collectief warmtenet speelt altijd het vollooprisico. Het vollooprisico geeft aan hoe groot het financiële risico voor een warmtebedrijf is als er minder gebouwen op het warmtenet worden aangesloten dan waarmee de businesscase is doorgerekend. Als minder inwoners bereid zijn om op het collectieve net aan te sluiten, dan is het niet mogelijk om het warmtenet rendabel te krijgen. De slagingskans van collectieve systemen is dus afhankelijk van de bereidheid van inwoners om aan te sluiten. Hoe meer gebruikers aansluiten, hoe meer de kosten worden verdeeld. Als meer inwoners al zijn overgestapt op duurzame warmte door middel van een individuele warmtepomp, dan is er geen motivatie om nog over te stappen op een collectief systeem. Het is van belang dat het voor inwoners snel duidelijk wordt welk systeem in de buurt wordt toegepast om te voorkomen dat inwoners investeren in individuele systemen als dit een collectief systeem belemmert. Om deze reden wordt een planning toegevoegd in het warmteprogramma.

Door nu de regie te pakken verkleint de gemeente het vollooprisico. 3. Door keuzevrijheid als uitgangspunt te nemen kan het vollooprisico voor collectieve warmtenetten worden vergroot. Door keuzevrijheid centraal te zetten in de warmtetransitie kan dit betekenen dat het vollooprisico groter wordt, doordat potentiële gebruikers hun huis op andere manieren verwarmen dan collectief. Op deze manier vervalt de mogelijkheid voor een collectieve oplossing voor gebruikers die hier wel op willen aansluiten. Dit risico bestaat echter ook als keuzevrijheid geen uitgangspunt is voor het warmteprogramma. In de toekomstige Wet collectieve warmte is vastgelegd dat inwoners van een gebied dat is aangewezen voor een collectief systeem altijd gebruik kunnen maken van de opt-out mogelijkheid. Dit betekent dat inwoners niet hoeven in te gaan op het aanbod voor een collectief systeem, mits ze kunnen aantonen dat het verwarmingssysteem waar zij voor kiezen net zo duurzaam is. 4. Er is beperkte ruimte in de onder- en bovengrond voor collectieve warmtenetten. Voldoende ruimte in de openbare ruimte is randvoorwaardelijk voor het toepassen van collectieve warmtenetten. In buurten waar een collectief warmtenet als kansrijk uit de analyse komt, maar er onvoldoende ruimte is in de ondergrond, dan zal een collectief warmtenet niet toegepast kunnen worden.

Er spelen verschillende ambities binnen de gemeente die ruimte vergen in de onder- en bovengrond. Deze ambities moeten goed worden afgestemd en mogelijk zal dit tot keuzes leiden. 5. Netcongestie kan er voor zorgen dat verduurzaming van de gebouwde omgeving vertraging oploopt, terwijl collectieve voorzieningen de vertraging kunnen beperken. Netcongestie is een uitdaging voor de elektrificatie van de warmtevoorziening. Op dit moment wordt er gewerkt met een wachtlijst voor nieuwe netaansluitingen of verzwaringen van bestaande netaansluitingen. Dit kan betekenen dat het aardgasvrij maken van een buurt op een wachtlijst wordt geplaatst. Daarnaast moeten wij waken dat de keuze voor een voorkeurstechniek niet te veel wordt gestuurd door netbeperkingen in plaats van het gewenste eindresultaat. Collectieve warmtenetten kunnen efficiënter zijn in het energieverbruik dan individuele oplossingen, waardoor het toepassen van een dergelijk systeem bijdraagt aan de vermindering van de toekomstige energievraag van een buurt en zo een positieve invloed heeft op netcongestie. pagina 7 van 10

6. De Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie moeten nog in werking treden. Vanaf medio 2026 treedt naar verwachting de Wet collectieve warmte (Wcw) gefaseerd in werking. Op 1 juli 2026 wordt verwacht dat de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking treedt. In deze wetten worden de regierol van de gemeente en haar bevoegdheden vastgelegd. Hierin wordt ook de deadline voor het vaststellen van het warmteprogramma gegeven, de huidige deadline is 31 december 2026, mogelijk wordt deze deadline met 1 jaar uitgesteld.

Duurzaamheid Het warmteprogramma is onderdeel van het programma Heemstede Duurzaam. Het doel van het warmteprogramma is het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Door aardgas te vervangen voor duurzame warmtebronnen kan Heemstede circa 14 miljoen m3 gas besparen op jaarbasis. Op deze manier staat het programma aan de basis voor de vermindering van CO2-uitstoot door warmte.

Financiën Op financieel vlak heeft dit besluit geen consequenties. Het opstellen van het warmteprogramma wordt gefinancierd vanuit de CDOKE-middelen. Voor iedere buurt wordt na het warmteprogramma een uitvoeringsplan opgesteld. Hierin worden financiële consequenties in beeld gebracht.

Samenwerking en communicatie Voor het opstellen van de uitgangspuntennotitie is op meerdere momenten geparticipeerd. Dit is gebeurd volgens het participatieplan dat op 4 november 2025 is vastgesteld. In het participatieplan is beschreven dat professionele belanghebbenden aan de hand van een routekaartsessie inbreng kunnen leveren op de uitgangspunten. De routekaartsessie was een fysieke bijeenkomst van interne betrokkenen en de netbeheerder, woningcorporaties, provincie, waterschappen en de omgevingsdienst. Het doel van deze sessie was om gezamenlijk tot uitgangspunten te komen voor het warmteprogramma en om kansen en uitdagingen van alle belanghebbenden in kaart te brengen. Inwoners en ondernemers Inwoners en ondernemers zijn geïnformeerd via nieuwsberichten, sociale media en de website van de gemeente. Inwoners en ondernemers hebben ook de mogelijkheid gekregen om via een enquête aan te geven wat zij belangrijk vinden als uitgangspunten voor het warmteprogramma. De resultaten van de enquête worden met de inwoners gedeeld op de website van de gemeente en via de krant. De Denktank Heemstede Duurzaam (DHD) is geïnformeerd over het proces om te komen tot het warmteprogramma. Vervolgens zijn de uitgangspunten met de DHD besproken. Zij hebben daarnaast uitdagingen en kansen voor de warmtetransitie meegegeven. Deze zijn verwerkt in de uitgangspuntennotitie.

Netbeheerder en woningcorporaties De netbeheerder en woningcorporaties hebben op meerdere momenten meegedacht over het warmteprogramma. Zo worden zij iedere zes weken op de hoogte gebracht van de voortgang via de Werkgroep Duurzaamheid die ontstaan is vanuit de prestatieafspraken. Ook kunnen zij tijdens de werkgroep hun inbreng delen op de inhoud. De netbeheerder en woningcorporaties zijn daarnaast pagina 8 van 10

ook aangesloten bij de routekaartsessie waarin de uitgangspunten zijn besproken en hebben input geleverd tijdens het opstellen van de uitgangspuntennotitie. Provincie, Omgevingsdienst en waterschappen De Provincie Noord-Holland, Omgevingsdienst IJmond, Waternet en Hoogheemraadschap Rijnland hebben input geleverd tijdens de routekaartsessie en tijdens het opstellen van de uitgangspuntennotitie. Intern Intern zijn collega’s uit verschillende werkvelden betrokken bij de routekaartsessie en het opstellen van de uitgangspuntennotitie. Zo zijn collega’s aangesloten van ruimtelijke ordening, groenbeheer, waterbeheer, duurzaamheid, economie, vastgoed, wonen, communicatie en het sociaal domein. Communicatie Op dit moment geeft de gemeente desgevraagd aan dat er vanuit de plannen van de gemeente geen belemmeringen zijn voor het aanschaffen van een warmtepomp. Als voor een collectief systeem wordt gekozen in een wijk, dan zal het nog lang duren voordat deze in werking is getreden. In het warmteprogramma zal voor elke buurt worden aangegeven met welke termijnen rekening moet worden gehouden bij het verduurzamen van een woning. Uit de enquête is gebleken dat voor inwoners de warmtetransitie nog een vaag begrip is, ook zijn er een aantal concrete vragen gesteld.

In de komende tijd verduidelijkt de gemeente de warmtetransitie en geeft de gemeente antwoord op de vragen die in de enquête naar voren zijn gekomen. De gemeente communiceert de komende tijd over vragen zoals: • Waarom gaat de gemeente van het gas af? • Welke warmteoplossingen zijn er? • Wat heeft de gemeente in de afgelopen jaren gedaan? • Hoe gaat het proces om tot een warmteprogramma te komen? • Wat gaat de gemeente in de komende jaren doen? Nadat het warmteprogramma is vastgesteld wordt voor iedere buurt een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Voor al deze wijkuitvoeringsplannen volgt de gemeente een apart participatietraject. Zodra we de wijkvolgorde weten, wordt er ook per buurt gecommuniceerd. In deze buurtgerichte communicatie zal meer informatie gedeeld kunnen worden wat de warmtetransitie betekent voor de inwoners.

Planning/uitvoering Na het vaststellen van de uitgangspuntennotitie gaan we de buurtvolgorde en de voorkeurstechniek per buurt bepalen. We gaan een participatieplan opstellen die opgenomen wordt in het warmteprogramma wat globaal beschrijft hoe we de participatie gaan organiseren tijdens het opstellen en uitvoeren van de wijkuitvoeringsplannen. In de wijkuitvoeringsplannen wordt de participatie voor die buurt verder uitgewerkt.

pagina 9 van 10

Fase & Besluitvorming Vaststellen uitgangspuntennotitie Verwerken ideeën en suggesties in buurtvolgorde en voorkeurstechniek Opstellen participatieplan uitwerking en uitvoering warmteprogramma en communicatiestrategie Opstellen concept warmteprogramma

Jan

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

(Grijze cellen maken via: cel markeren, rechtermuisknop, randen en arcering, arcering, een kleur kiezen).

Bijlage(n) 1. Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Heemstede 2026

pagina 10 van 10

Dec

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3222/documents/45530