CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Casco met voorbeeldregels.pdf

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Vaststelling Nota van Uitgangspunten omgevingsplan Woon- en centrumgebieden7.115 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsplan Heemstede Casco met voorbeeldregels

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan.

Algemene toelichting Toelichting op dit casco Dit casco is bedoeld om de structuur van het omgevingsplan van Heemstede vast te leggen. Met de structuur wordt bedoeld: de indeling in hoofdstukken, afdelingen en (sub)paragrafen. Dit casco wordt daarna gebruikt als basis bij het opbouwen van het omgevingsplan van Heemstede. Bij het vullen van het omgevingsplan met regels kan blijken dat het wenselijk is om (sub)paragrafen toe te voegen. Dat is afhankelijk van de inhoud (de regels) van het uiteindelijke omgevingsplan. Voorbeeldregels Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn alleen bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. Voor het opstellen van regels in het omgevingsplan moet de gemeente nog keuzes maken. Deze zijn beschreven in het Stappenplan voor het omgevingsplan van Heemstede (2023) (bijlage 2, par. 4.3). Omgevingsplan: regels met geometrie Dit casco heeft betrekking op de structuur van het omgevingsplan als doorlopende tekst. Naast tekst bevat het uiteindelijke omgevingsplan ook geometrie: via de plansoftware, waarmee het omgevingsplan wordt gemaakt, wordt aan elke planregel een locatie gekoppeld.

Hiermee wordt (ook in juridische zin) bepaald op welke locatie een planregel van toepassing is. Het resultaat kan worden getoond via de kaartweergave (viewer) via de functie Regels op de kaart in het Omgevingsloket.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan.

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Afdeling 1.1 Begripsbepalingen en meet- en rekenbepalingen Afdeling 1.2 Doelen en omgevingswaarden Paragraaf 1.2.1 Doelen van het plan Paragraaf 1.2.2 Omgevingswaarden

Afdeling 1.3 [gereserveerd] HOOFDSTUK 2 PROGRAMMA’S HOOFDSTUK 3 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING

Afdeling 3.1 Aanwijzingen in verband met de toepassing van regels in dit omgevingsplan Paragraaf 3.1.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 3.1.2 [gereserveerd]

Afdeling 3.2 Aanwijzingen uitsluitend in verband met de toepassing van regels van andere overheden Paragraaf 3.2.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 3.2.2 [gereserveerd]

HOOFDSTUK 4 ACTIVITEITEN

Afdeling 4.1 Inleidende bepalingen Afdeling 4.2 Gebruiken van de fysieke leefomgeving Paragraaf 4.2.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.2.2 Specifieke regels over gebruiksactiviteiten (functies) Paragraaf 4.2.3 Algemene regels over gebruiksactiviteiten Afdeling 4.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 4.3.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.3.2 Algemene regels over bouwactiviteiten Subparagraaf 4.3.2.1 Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Subparagraaf 4.2.2.2 Overige regels over bouwactiviteiten

Paragraaf 4.2.3 Specifieke regels over bouwactiviteiten Afdeling 4.4 Aanlegactiviteiten Afdeling 4.5 Sloopactiviteiten Afdeling 4.6 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 4.6.2 Algemene regels over milieubelastende activiteiten Subparagraaf 4.6.2.2 Geluid van activiteiten (voorbeeldparagraaf)

Paragraaf 4.6.3 Regels over specifieke milieubelastende activiteiten Subparagraaf 4.6.3.2 Gesloten bodemenergiesysteem (voorbeeldparagraaf)

Afdeling 4.7 Activiteiten op of bij wegen of wateren in beheer bij de gemeente Afdeling 4.8 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed Afdeling 4.9 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 3

HOOFDSTUK 5 OVERIGE BEPALINGEN

Afdeling 5.1 Gedoogplichten Afdeling 5.2 Financiële bepalingen Paragraaf 5.2.1 Kostenverhaal Paragraaf 5.2.2 Nadeelcompensatie

Afdeling 5.3 Procedurele bepalingen Afdeling 5.4 Uitvoering en handhaving Paragraaf 5.4.1 Kwaliteit van uitvoering en handhaving

Afdeling 5.5 Monitoring en informatie HOOFDSTUK 22A ONTWIKKELINGEN IN DE TRANSITIEFASE

Afdeling 22a.1 Inleidende bepalingen Afdeling 22a.x [Functie] (voorbeeldafdeling) Paragraaf 22a.x.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 22a.x.2 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 22a.x.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 22a.x.4 Aanlegactiviteiten Paragraaf 22a.x.5 Sloopactiviteiten Afdeling 22a.n Algemene regels over activiteiten

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 4

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Toelichting voor het gebruik van het casco In dit hoofdstuk worden algemene bepalingen opgenomen. Dit zijn algemene regels die nodig zijn voor de goede toepassing van andere regels in het omgevingsplan, zoals begripsbepalingen. De titel van hoofdstuk 1 wordt bepaald door de digitale standaard voor het omgevingsplan.

Afdeling 1.1 Begripsbepalingen en meet- en rekenbepalingen

Toelichting voor het gebruik van het casco Voor begripsbepalingen en meet- en rekenbepalingen zijn aanwijzingen opgenomen in de digitale standaard voor het omgevingsplan. Die aanwijzingen worden in dit casco gevolgd. Volgens de standaard mogen de begrippen en meet- en rekenbepalingen naar keuze worden opgenomen in dit hoofdstuk of in een bijlage bij het omgevingsplan. De gemeente kiest ervoor om begrippen en meet- en rekenbepalingen op te nemen in dit hoofdstuk.

Meer informatie Meer informatie over de digitale standaarden voor begripsbepalingen en meet- en rekenbepalingen is te vinden in de STOP-TPOD omgevingsplan.1

Afdeling 1.2 Doelen en omgevingswaarden

Paragraaf 1.2.1 Doelen van het plan Toelichting voor het gebruik van het casco In deze afdeling wordt aangegeven wat de doelen van het omgevingsplan zijn. Het gaat om doelstellingen voor de leefomgeving. In elk geval worden de volgende doelstellingen vermeld: 1.

doelen van het omgevingsplan die samenhangen met doelen in de omgevingsvisie;

2.

doelen van het omgevingsplan die samenhangen met instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 2

3.

doelen van het omgevingsplan voor zover dat wenselijk is om elders in het plan, in het beoordelingskader voor een omgevingsvergunning, naar die doelen te kunnen verwijzen.

Doelen die specifiek en uitsluitend gelden voor bepaalde regels over activiteiten in de leefomgeving worden, per afdeling, opgenomen in hoofdstuk 4 en 5.

Toelichting bij gemaakte keuzes Het opnemen van doelen is niet verplicht. De manier waarop dit onderwerp in het casco is opgenomen is een aanpak die aansluit bij de systematiek van de Omgevingswet.

1 Voor de actuele versie zie: https://www.geonovum.nl/geo-standaarden/omgevingswet/STOPTPOD. 2 Zie voor een toelichting op het Bkl https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/inhoud/besluit-kwaliteit-leefomgeving/.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 5

Paragraaf 1.2.2 Omgevingswaarden Toelichting voor het gebruik van het casco In deze afdeling worden omgevingswaarden gesteld, als de gemeente daarvoor kiest. Een omgevingswaarde kan worden gesteld op grond van artikel 2.11 van de Omgevingswet. Met een omgevingswaarde legt de gemeenteraad vast dat zij voor een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving een bepaalde doelstelling wil bereiken. Een omgevingswaarde is bindend voor de gemeenteraad. In het omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen, die ertoe bijdragen dat de omgevingswaarde wordt bereikt. De aanleiding om een omgevingswaarde vast te stellen zal vaak liggen in de omgevingsvisie of daaruit voortvloeiend gemeentelijk beleid. Een specifieke vorm van omgevingswaarden zijn geluidproductieplafonds. Voor gebieden met ‘grote lawaaimakers’ moet een gemeente geluidproductieplafonds als omgevingswaarden vastleggen. Dit is vergelijkbaar met voorheen ‘gezoneerde industrieterreinen’ als bedoeld in de Wet geluidhinder. In Heemstede zijn (d.d. 1-1-2024) geen gezoneerde industrieterreinen.3

Meer informatie Meer informatie over omgevingswaarden is te vinden via het Informatiepunt Leefomgeving: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingswaarde/.

Afdeling 1.3 [gereserveerd]

Toelichting voor gebruik van het casco Het is denkbaar dat de gemeente in de toekomst aanleiding ziet nog aanvullende onderwerpen te regelen in hoofdstuk 1. Daarvoor wordt een afdeling 1.3 (en eventuele aansluitende afdelingen) opgenomen.

3 Wel ligt een geluidszone van een geluid gezoneerd industrieterrein in de gemeente Haarlemmermeer gedeeltelijk binnen

het gemeentelijk grondgebied van Heemstede. Het vastleggen van geluidproductieplafonds voor dat industrieterrein is aan de gemeente Haarlemmermeer. NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 6

Hoofdstuk 2 Programma’s Toelichting voor het gebruik van het casco Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd een programma vast te stellen dat beleid en/of maatregelen (anders dan regelgeving) bevat met het oog op doelstellingen in de fysieke leefomgeving (artikel 3.4 en 3.5 Omgevingswet). Het is niet nodig om daarvoor een specifieke regeling op te nemen in het omgevingsplan. Een specifieke vorm van een programma is een programma met programmatische aanpak (paragraaf 3.2.4 van de Omgevingswet). Bij een programmatische aanpak wordt het toelaten van activiteiten in een gebied (vaak) afhankelijk gemaakt van de resultaten van maatregelen in het programma. Daarom kan een programma met programmatische aanpak uitsluitend worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders nadat het programma is aangewezen in het omgevingsplan (artikel 3.15, tweede lid, Omgevingswet).

Op dit moment bestaat er in Heemstede nog geen concreet voornemen om een programma met programmatische aanpak vast te stellen, maar hiervoor is wel ruimte gereserveerd in het casco.

Meer informatie Meer informatie over programma’s met een programmatische aanpak is te vinden bij het Informatiepunt Leefomgeving (https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/programma/programmatische-aanpak/).

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 7

Hoofdstuk 3 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Toelichting Hoofdstuk 3 is bedoeld voor het aanwijzen van locaties, gebieden of objecten voor zover dat nodig is om het toepassingsbereik te bepalen van regels over activiteiten. De aanwijzingen zijn in dit hoofdstuk onderverdeeld naar: -

aanwijzingen die nodig zijn voor de toepassing van hoofdstuk 4 en 5 in het omgevingsplan (afdeling 3.1); en

-

aanwijzingen die alleen nodig zijn voor de toepassing van regels van andere overheden (afdeling 3.2).

Sommige aanwijzingen zijn verplicht en vloeien rechtstreeks voort uit instructieregels van het Rijk, de provincie of het hoogheemraadschap. Andere zijn facultatief en vinden plaats op basis van een gemeentelijke beleidskeuze.

Afdeling 3.1 Aanwijzingen in verband met de toepassing van regels in dit omgevingsplan

Toelichting voor gebruik van het casco Deze afdeling is gereserveerd voor de aanwijzing van locaties, gebieden of objecten voor zover dat nodig is voor de toepassing van regels die staan in hoofdstuk 4 van het omgevingsplan. Het gaat o.a. om aanwijzingen die samenhangen met gemeentelijk beleid, waaronder aanwijzingen die voorheen waren geregeld via gemeentelijke verordeningen, zoals de aanwijzing van: -

gemeentelijke monumenten;

-

beschermd stadsgezicht;

-

monumentale bomen;

-

losloop-/aanlijngebieden voor honden;

-

gemengde gebieden voor de toepassing van milieuzonering;

-

etc.

Het gaat ook om aanwijzingen die rechtstreeks voortvloeien uit rijksregels, zoals de aanwijzing van: -

moderniseringslocaties (artikel 4.18 van de Omgevingswet);

-

locaties waar een overschrijding van de toelaatbare waarden voor de kwaliteit van de bodem redelijkerwijze is uit te sluiten (artikel 3.89i, tweede lid, en 5.89l, derde lid Bkl);

-

een bedrijventerrein voor de toepassing van regels over geluid (artikel 5.65, tweede lid, en 5.88, tweede lid Bkl);

-

agrarisch gebied voor de toepassing van regels over geluid (artikel 5.65, derde lid Bkl);

-

bodembeheergebied (artikel 5.89o Bkl);

-

de bebouwingscontour geur (artikel 5.97, tweede lid Bkl);

-

een concentratiegebied voor geur van landbouwhuisdieren (artikel 5.108, tweede lid Bkl);

-

de begrenzing van een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgelegd (artikel 5.78a Bkl);

-

een gebied met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu, het beschermen van de bodem of ter voorkoming van ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid vanwege het gebruik van de bodem, waar strengere eisen voor stortplaatsen kunnen worden gesteld (8.61 Bkl).

Meer informatie Meer informatie over de hierboven genoemde instructieregels uit het Bkl is te vinden via: -

het Informatiepunt Leefomgeving (www.iplo.nl);

-

de nota van toelichting bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Staatsblad 2018, 292);4

-

de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit geluid (Staatsblad 2022, 557);5

4 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2018-292.html. 5 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2020-557.html.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 8

-

de nota van toelichting bij het Aanvullingsbesluit bodem (Staatsblad 2021, 98);6

Aandachtspunten voor gemeentelijke beleidsontwikkeling bij sommige van deze onderwerpen zijn ook opgenomen in het Stappenplan voor het omgevingsplan van Heemstede.

Paragraaf 3.1.1 Inleidende bepalingen Artikel 3.x (toepassingsbereik) (voorbeeldartikel) In deze afdeling (afdeling 3.2) worden locaties, gebieden of objecten aangewezen, voor zover die aanwijzing nodig is om toepassing te kunnen geven aan regels in dit omgevingsplan.

Paragraaf 3.1.2 Gereserveerd Afdeling 3.2 Aanwijzingen uitsluitend in verband met de toepassing van regels van andere overheden

Toelichting Deze afdeling is gereserveerd voor de aanwijzing van locaties, gebieden of objecten voor zover dat alleen nodig is voor de toepassing van regels van het rijk, de provincie of het waterschap. Het gaat o.a. om: -

aanwijzing van stille gebieden (artikel 4.23, derde lid, 4.24, tweede lid en 4.25, tweede lid Bkl);

-

aanwijzing van een brandvoorschriftengebied (artikel 5.14 lid 2 Bkl);

-

aanwijzing van een risicogebied externe veiligheid (artikel 5.16 Bkl);

-

aanwijzing van de bebouwingscontour jacht (artikel 5.165a Bkl) (verplicht);7

-

aanwijzing van de bebouwingscontour houtkap (artikel 5.165b Bkl) (verplicht).8

Paragraaf 3.2.1 Inleidende bepalingen Artikel 3.x (toepassingsbereik) (voorbeeldartikel) In deze afdeling worden locaties, gebieden of objecten aangewezen, voor zover die aanwijzing alleen nodig is om toepassing te kunnen geven aan regels van het Rijk, de provincie of het waterschap.

Paragraaf 3.2.2 [Gereserveerd]

6 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-98.html. 7

Zie voor toelichting https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/nieuwe-regels-opstellenomgevingsplan/instructieregels-uitoefening-taken/bebouwingscontour-jacht/. Let op! Dit is voortzetting van de aanwijzing van de bebouwde kom voor de Wet natuurbescherming. Als deze aanwijzing niet voor 1-1-2024 heeft plaatsgevonden (zie artikel IV van het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet), dan is sprake van een lacune voor de toepassing van afdeling 11.3 van het Bal. 8 Zie voor toelichting https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/nieuwe-regels-opstellenomgevingsplan/instructieregels-uitoefening-taken/bebouwingscontour-houtkap/. Let op! Dit is voortzetting van de aanwijzing van de bebouwde kom voor de Wet natuurbescherming. Als deze aanwijzing niet voor 1-1-2024 heeft plaatsgevonden (zie artikel IV van het Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet), dan is sprake van een lacune voor de toepassing van artikel 11.71 en 11.76 van het Bal.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 9

Hoofdstuk 4 Activiteiten Toelichting voor gebruik van dit casco Hoofdstuk 4 vormt de hart van het omgevingsplan van Heemstede. Hierin staan regels over activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Ook de regels over functies (het toegelaten gebruik) zijn in dit hoofdstuk opgenomen. De regels over activiteiten zijn (primair) geordend naar activiteit (i.e. ‘gebruiksactiviteiten’, ‘bouwactiviteiten’, ‘milieubelastende activiteiten’ etc.). Voor de nadere ordening in (sub)paragrafen is een eerste aanzet gedaan. Deze ordening wordt verder verfijnd en ingevuld als het casco wordt gevuld met planregels, en de behoefte aan nadere ordening die daaruit ontstaat.

Dit hoofdstuk in het casco heeft 9 afdelingen. Na de afdeling Inleidende bepalingen is een afdeling opgenomen voor elk van de volgende activiteiten: -

gebruiken van de fysieke leefomgeving;

-

bouwactiviteiten;

-

aanlegactiviteiten;

-

sloopactiviteiten;

-

milieubelastende activiteiten;

-

activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente;

-

activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed;

-

activiteiten met betrekking tot planten en dieren.

Deze indeling is gebaseerd op het VNG Casco.9

Voor de meeste afdelingen is geen nadere onderverdeling in paragrafen opgenomen in dit casco. De behoefte aan een nadere onderverdeling zal blijken bij het vullen van het omgevingsplan. Bij voorkeur wordt bij het indelen van afdelingen een zoveel mogelijk consistente aanpak gekozen.

Onderlinge ordening van regels Dit casco maakt nog geen keuze voor de onderlinge ordening van regels (artikelen) binnen een paragraaf of subparagraaf. Die ordening wordt bepaald als het casco wordt gevuld met regels. Bij de ordening ligt het voor de hand om, waar relevant en mogelijk, aan te sluiten bij de ordening van regels in de Omgevingswet, de amvb en de bruidsschat. Dat betekent bijvoorbeeld concreet dat er een vaste volgorde is waarin regels over vergunningplichten in het plan worden opgenomen. Als wordt aangesloten op de bruidsschat, dan staan zulke bepalingen in deze volgorde: -

vergunningplicht;

-

uitzonderingen op de vergunningplicht;

-

beoordelingsregels;

-

advies;

-

voorschriften;

-

aanvraagvereisten.

Daarnaast kan worden gekozen voor een vaste volgorde voor de volgende typen bepalingen: -

verbod;

-

vergunningplicht;

-

meldplicht;

-

gegevens en bescheiden (informatieplicht);

-

algemene regels.

Een andere ordening is natuurlijk ook mogelijk. Belangrijkste is dat uiteindelijk gekozen wordt voor een consistente volgorde van typen regels in het omgevingsplan.

9 https://vng.nl/publicaties/het-casco-voor-het-omgevingsplan

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 10

Afdeling 4.1 Inleidende bepalingen Toelichting voor het gebruik van het casco Afdeling 4.1 bevat bepalingen die van belang zijn voor de toepassing van heel hoofdstuk 4. Het gaat om algemene bepalingen zoals toepassingsbereik en normadressaat.

Afdeling 4.2 Gebruiken van de fysieke leefomgeving Toelichting voor het gebruik van dit casco In deze afdeling worden regels opgenomen over activiteiten die samenhangen met gebruik van gronden en bouwwerken zoals die voorheen voornamelijk waren opgenomen in bestemmingsplannen en in de bruidsschat, maar ook regels uit gemeentelijke verordeningen kunnen een plek krijgen in deze afdeling.

Paragraaf 4.2.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.2.2 Specifieke regels over gebruiksactiviteiten (functies) Toelichting voor het gebruik van dit casco In deze paragraaf worden regels opgenomen over gebruiksactiviteiten, die specifiek betrekking hebben op functies (voorheen: bestemmingen). Het gaat om toegelaten activiteiten (bestemmingen), maar ook om andere gebruiksregels (voorheen: specifieke gebruiksregels, binnenplanse afwijkingen van gebruiksregels).

Toegelaten gebruiksactiviteiten Bedrijf (bestemmingsplan) 1. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: (..) 2. De volgende gebruiksactiviteiten zijn in elk geval verboden: a. het gebruik van de gronden als city-hubs en darkstores. Toegelaten gebruiksactiviteiten (Groen) (bestemmingsplan) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. parken; b. plantsoenen en groenvoorzieningen; c. fiets-, voet- en ruiterpaden; met daarbij behorende: d. dagrecreatieve voorzieningen; Toegelaten gebruiksactiviteiten Wonen (bestemmingsplan) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, al dan niet in combinatie met een aan-huis-gebonden beroep. Paragraaf 4.2.3 Algemene regels over gebruiksactiviteiten Parkeren (gebruiksregel) (bestemmingsplan) Bij de verandering in functie op het bijbehorende bouwperceel dient te worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de gemeentelijke parkeernota, zoals opgenomen in Bijlage 1 ‘Nota Parkeernormen Heemstede’.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 11

Verboden gebruik (bestemmingsplan) De volgende gebruiksactiviteiten zijn in elk geval verboden, tenzij ze uitdrukkelijk zijn toegelaten in paragraaf 4.2.2: a. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; b. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; c. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen; d. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen; e. het gebruik van een bijgebouw voor bewoning; f. het gebruik van een bijgebouw voor een aan-huis-gebonden beroep. Toegelaten

gebruiksactiviteiten die ondergeschikt en ondersteunend zijn (voorbeeldregel, in verlengde van bestemmingsplan) Bij de functies, toegelaten op grond van paragraaf 4.2.2, zijn ook ondergeschikte en ondersteunende functies toegelaten, zoals a. groenvoorzieningen; b. parkeervoorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. inritten; f. parkeervoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. straatmeubilair; i. (ontsluitings)wegen, straten en paden; j. tuinen en terreinen. Aantal woningen (bestemmingsplan) Het bestaande aantal woningen mag niet worden vermeerderd, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', tot het op de verbeelding aangegeven aantal. Afdeling 4.3 Bouwactiviteiten Toelichting voor het gebruik van dit casco In deze afdeling worden regels opgenomen over bouwen en in stand houden van bouwwerken. Het gaat (vrijwel) alleen om regels uit bestemmingsplannen en regels uit de bruidsschat.10

Paragraaf 4.3.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.3.2 Algemene regels over bouwactiviteiten Subparagraaf 4.3.2.1 Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Vergunningplicht bouwen (bruidsschat)

10 Het gaat om regels in de bruidsschat die afkomstig zijn uit het Bouwbesluit, de Woningwet en de Wabo. Zie voor een

toelichting

https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/omgevingsplan-rechtswege/bruidsschat-

omgevingsplan/bouwwerken-open-erven-terreinen/. NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 12

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden. Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen (algemeen) (bruidsschat) Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van (…); b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand (…). Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen (bodemkwaliteit) (bruidsschat) Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit die betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, wordt, in aanvulling op (…), verleend als de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden.

Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen (algemeen) (bruidsschat) Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: (…) Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen (archeologie) (bestemmingsplan) Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Subparagraaf 4.2.2.2 Overige regels over bouwactiviteiten Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil (bruidsschat) Met het bouwen van een bouwwerk (…) wordt (…) niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet. Repressief welstand (bruidsschat) Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b.

een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Aansluiting distributienet elektriciteit (bruidsschat) NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 13

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als: a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 m; of b. de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m. Parkeren (bouwregel) (bestemmingsplan) Bij de oprichting van een nieuw bouwwerk of de vergroting van een bestaand bouwwerk wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de gemeentelijke parkeernota, zoals opgenomen in Bijlage 1 ‘Nota Parkeernormen Heemstede’. Bouwen bouwwerk (bestemmingsplan) 1. De totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwvlak ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage (%)” aangegeven bebouwingspercentage; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak. 2. De dakhelling mag niet meer bedragen dan aangegeven met de omgevingsnorm Dakhelling. Bouwen gebouw 1. Een (hoofd)gebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd. 2. De goothoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale goothoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen. 3.

De (bouw)hoogte van een gebouw in een bouwvlak mag ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding “maximale bouwhoogte (m)” aangegeven hoogte bedragen. Dakkappellen 1. In het gebied [werkingsgebied] zijn dakkapellen toegestaan op: a. het achterdakvlak en op zijdakvlakken die niet aan de weg of openbaar groen zijn gelegen; b. het voordakvlak en op zijdakvlakken die aan de weg of openbaar groen zijn gelegen, mits de breedte niet meer bedraagt dan 50 % van de gevel onder het betreffende dakvlak. 2. In het gebied [werkingsgebied] zijn dakkapellen zijn niet toegestaan: a. op 2 verschillende hoogtes in een dakvlak; b. op een dakvlak met een helling van minder dan 30°. Verbod gebouwen en overkappingen (bestemmingsplan) In het gebied [naam werkingsgebied] mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Bouwen hoofdgebouw (bestemmingsplan) 1. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is ten hoogste de aangegeven goothoogte toegestaan. 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is ten hoogste de aangegeven bouwhoogte toegestaan. 3. Een (hoofd)gebouw moet binnen een bouwvlak worden gebouwd.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 14

Bouwen bouwwerk, geen gebouw zijnde (bestemmingsplan) 1. In het gebied [naam werkingsgebied] gelden de volgende regels over het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen die naar het openbaar toegankelijk gebied zijn gericht, mag niet meer dan 1 meter bedragen; b. vanaf 1 meter achter de voorgevelrooilijn mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedragen, mits de erf- of terreinafscheidingen niet naar het openbaar toegankelijk gebied zijn gericht. 2. In het gebied [naam werkingsgebied] mag de bouwhoogte van toegangshekken die naar het openbaar toegankelijk gebied zijn gericht ten hoogste 1,50 meter bedragen. 3. In het gebied [naam werkingsgebied] gelden de volgende regels over het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: a. de hoogte van perceel- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 meter bedragen; 4. In het gebied [naam werkingsgebied] mogen speelvoorzieningen, ten hoogste 4 meter bedragen. Paragraaf 4.3.3 Specifieke regels over bouwactiviteiten Toelichting voor het gebruik van dit casco In deze paragraaf worden regels opgenomen over bouwactiviteiten, die specifiek betrekking hebben op bepaalde functies (voorheen: bestemmingen). Het gaat hier dus alleen bouwregels die specifiek voor één functie gelden, en die daarom niet al zijn opgenomen in paragraaf 4.2.2.

Bij het invullen van de regels van het omgevingsplan moet worden nagegaan of zulke regels er zijn. Veel regels zullen voor meer dan één functie gelden, en dus een plek krijgen in paragraaf 4.3.2.

Afdeling 4.4 Aanlegactiviteiten Toelichting voor het gebruik van dit casco In deze afdeling worden regels opgenomen over aanleggen (het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden). Het gaat voornamelijk om regels uit bestemmingsplannen.

Vergunningplicht aanleggen (archeologie) (bestemmingsplan) Het is verboden (…) zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 3 m2 en dieper dan 30 cm: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0.30 m, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen; Afdeling 4.5 Sloopactiviteiten Toelichting voor het gebruik van dit casco In deze afdeling worden regels opgenomen over slopen. Het gaat voornamelijk om regels uit bestemmingsplannen.

Afdeling 4.6 Milieubelastende activiteiten NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 15

Toelichting voor het gebruik van het casco In afdeling 4.6 worden algemene regels over milieubelastende activiteiten opgenomen, op grondslag van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en/of op basis van de vrije beleidsruimte van de gemeente. Regels kunnen in het verlengde liggen van bestaande regels uit de Bruidsschat en/of gemeentelijke verordeningen.11

Paragraaf 4.6.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 4.6.2 Algemene regels over milieubelastende activiteiten Toelichting voor het gebruik van het casco Paragraaf 4.6.2 is bedoeld voor de ‘thematische’ regels over milieubelastende activiteiten, die een plek krijgen in het omgevingsplan, zoals regels over geluid en geur (op basis van instructieregels uit het Bkl) en energiebesparing (bruidsschat).

Paragraaf 4.6.2.2 Geluid van activiteiten Geluid van activiteiten (waarden) (bruidsschat) Het geluid door een activiteit, anders dan wonen, op een geluidgevoelig gebruik is niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel [tabel]. Paragraaf 4.6.3 Regels over specifieke milieubelastende activiteiten Toelichting voor het gebruik van het casco Paragraaf 4.6.3 is bedoeld voor regels over specifieke milieubelastende activiteiten, die in elk geval op basis van de bruidsschat een plek krijgen in het omgevingsplan, zoals de regels over gesloten bodemenergiesystemen.

Paragraaf 4.6.3.2 Gesloten bodemenergiesysteem Vergunningplicht gesloten bodemenergiesysteem (bruidsschat) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken: a. in een interferentiegebied dat is aangewezen in dit omgevingsplan of bij gemeentelijke verordening of omgevingsverordening; of b. met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer. Afdeling 4.7 Activiteiten op of bij wegen of wateren in beheer bij de gemeente Toelichting voor het gebruik van dit casco Deze afdeling is opgenomen overeenkomstig het VNG Casco. De afdeling is (vooral) bedoeld voor regels die uit gemeentelijke verordeningen worden overgezet naar het omgevingsplan en die betrekking hebben op activiteiten op of bij

11 Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels op het gebied van milieu. Echter niet al deze

instructieregels vertalen zich in regels in het omgevingsplan over milieubelastende activiteiten. Zo vertalen de instructieregels over bodemkwaliteit zich voornamelijk in regels over gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten. Deze komen daarom niet terug in afdeling 4.6. NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 16

wegen of bij (openbare) wateren. Het kan blijken dat regels uit verordeningen die betrekking hebben op activiteiten op of bij wegen of wateren, in feite regels zijn over het gebruiken van de fysieke leefomgeving. Het kan dan logischer blijken om deze regels op te nemen in afdeling 4.2. Bij het opnemen van regels wordt afgewogen of deze in afdeling 4.2 of 4.7 worden opgenomen. Regels uit verordeningen die betrekking hebben op milieubelastende activiteiten worden in elk geval niet opgenomen in deze afdeling, maar in afdeling 4.6. Bij het omzetten van verordeningen kan overigens ook de behoefte blijken om de indeling en naamgeving van de afdelingen 4.7, 4.8 en 4.9 nog aan te passen, afhankelijk van de inhoud van de omgezette regels.

Vergunningplicht maken van een uitweg (verordening) Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Afdeling 4.8 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed Toelichting voor het gebruik van dit casco Afdeling 4.8 is gereserveerd voor regels met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed, voor zover: -

voortvloeiend uit paragraaf 4.1.4.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

-

ontleend aan het eigen gemeentelijke beleid, waaronder regels die ontleend zijn aan de Erfgoedverordening, voor zover die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

NB Regels over bouwactiviteiten die voortvloeien uit een aanwijzing van een gebouw als cultureel erfgoed komen niet in deze afdeling: dit zijn regels over bouwactiviteiten en worden dus opgenomen in afdeling 4.3. Bij het omzetten van verordeningen kan overigens ook de behoefte blijken om de indeling en naamgeving van de afdelingen 4.7, 4.8 en 4.9 nog aan te passen, afhankelijk van de inhoud van de omgezette regels.

Afdeling 4.9 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren Toelichting voor het gebruik van dit casco Afdeling 4.9 is gereserveerd voor regels die uit gemeentelijke verordeningen worden overgezet naar het omgevingsplan en die betrekking hebben op bomen, planten en dieren. Bij het omzetten van verordeningen kan overigens ook de behoefte blijken om de indeling en naamgeving van de afdelingen 4.7, 4.8 en 4.9 nog aan te passen, afhankelijk van de inhoud van de omgezette regels.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 17

Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Toelichting voor het gebruik van dit casco Hoofdstuk 5 is gereserveerd voor diverse ‘overige’ bepalingen, zoals bepalingen met betrekking tot: -

gedoogplichten;

-

financiën;

-

procedures;

-

uitvoering en handhaving;

-

monitoring en evaluatie.

Voor enkele specifieke onderwerpen is al een afdeling gereserveerd. Naar behoefte kunnen afdelingen worden toegevoegd voor overige onderwerpen.

Afdeling 5.1 Gedoogplichten

Toelichting voor het gebruik van dit casco Afdeling 5.1 is gereserveerd voor (voornamelijk) regels die uit gemeentelijke verordeningen worden overgezet, die betrekking op gedoogplichten, zoals de gedoogplicht naamborden uit de Verordening naamgeving en nummering.

Afdeling 5.2 Financiële bepalingen

Toelichting voor het gebruik van dit casco In dit hoofdstuk worden financiële bepalingen opgenomen. Bepalingen met betrekking tot leges worden niet hier opgenomen. Deze kunnen niet in het omgevingsplan worden opgenomen, gelet op artikel 1.2 van het Omgevingsbesluit.

Paragraaf 5.2.1 Kostenverhaal Toelichting voor het gebruik van dit casco In een omgevingsplan kunnen gebieden worden aangewezen waar sprake is van kostenverhaal. Per gebied wordt aangegeven of gewerkt wordt met exploitatieregels of exploitatievoorschriften. De exploitatieregels worden opgenomen in het omgevingsplan. Paragraaf 7.2.1 is hiervoor gereserveerd.

Paragraaf 5.2.2 Nadeelcompensatie Toelichting voor het gebruik van dit casco Als de gemeente aanvullende regels willen stellen over de behandeling van verzoeken om nadeelcompensatie in verband met schade als gevolg van het omgevingsplan, dan gebeurt dat op deze plek in het omgevingsplan. De mogelijkheid om aanvullende regels te stellen is geregeld (en beperkt) in titel 4.5 Awb. Deze regels zijn in de gemeente tot nu toe opgenomen in de Verordening nadeelcompensatie Heemstede 2024.

Afdeling 5.3 Procedurele bepalingen

Toelichting voor het gebruik van dit casco De gemeente heeft (beperkt) mogelijkheden om in aanvulling om het Omgevingsbesluit regels op te nemen over processen en procedures. Denkbaar is, in het omgevingsplan procedureregels op te nemen over o.a.: NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 18

-

participatie anders dan in het kader van vergunningverlening;12

-

advisering bij voorbereiding van besluiten (bijvoorbeeld advies van een archeologisch deskundige bij omgevingsvergunningen voor aanlegactiviteiten);

-

aanwijzing van gemeentelijke monumenten (zoals de proceduregels die tot nu toe zijn opgenomen in de Erfgoedverordening).

Dit soort regels kan een plek krijgen in deze afdeling.

Afdeling 5.4 Uitvoering en handhaving

Toelichting voor het gebruik van dit casco Deze afdeling bevat regels over de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsplan. Het is niet toegestaan om in het omgevingsplan regels op te nemen over strafbaarstelling van overtreding van het omgevingsplan. Deze strafbaarstelling is geregeld in de Wet op de economische delicten en (wordt geregeld in) de Wet OMafdoening (bestuurlijke strafbeschikking). De mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen is geregeld in paragraaf 18.1.4 van de Omgevingswet. Het is niet mogelijk om in het omgevingsplan toezichthouders aan te wijzen. Toezichthouders worden aangewezen door het college van burgemeester en wethouders (artikel 18.6 Omgevingswet).

Paragraaf 5.4.1 Kwaliteit van uitvoering en handhaving Toelichting voor het gebruik van dit casco Deze paragraaf is gereserveerd voor regels over de (kwaliteit van de) uitoefening van uitvoering en handhaving door omgevingsdiensten en door het college van burgemeester en wethouders (artikel 18.20, derde lid resp. 18.23, eerste lid Omgevingswet).

Afdeling 5.5 Monitoring en informatie

Toelichting voor het gebruik van dit casco Deze afdeling is gereserveerd voor regels over monitoring, in het bijzonder in samenhang met omgevingswaarden (zie hoofdstuk 1 van dit casco) en met een programmatische aanpak (zie hoofdstuk 2 van dit casco).

Meer informatie Meer informatie over monitoring is te vinden in: -

afdeling 20.2 van de Omgevingswet;

-

het VNG-Casco (2020), hoofdstuk 10.

12 Participatie in het kader van een omgevingsvergunning is uitputtend geregeld in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 19

Hoofdstuk 22a Ontwikkelingen in de transitiefase Toelichting voor het gebruik van dit casco Na het in werking treden van de Omgevingswet is de opzet van de regels in het omgevingsplan nog niet bekend. Daarvoor moeten nog de nodige keuzes worden gemaakt, zowel over inhoud als over vormgeving van planregels. De eerste definitieve keuzes worden verwacht in [B: 2025 / H: 2027], wanneer de eerste gebiedsgerichte omzetting van bestemmingsplannen is voorzien.1314 Dat betekent dat als er in de tussentijd een ontwikkeling is die vraagt om wijziging van het omgevingsplan, er nog geen ‘mal’ beschikbaar is voor de in het plan op te nemen regels. Het is onwenselijk als die keuzes dan over de band van een ontwikkelingsproject worden gemaakt. Dit belast de ontwikkeling en daarmee de voortgang van zo’n project. Tegelijkertijd kan het leiden tot ongewenste ‘ad hoc’ keuzes waarvan de gevolgen niet worden overzien. Om dit te voorkomen worden ontwikkelingen, die een wijziging van het omgevingsplan vereisen, tijdens de transitieperiode mogelijk gemaakt via dit aparte tijdelijke hoofdstuk in het omgevingsplan. Dit hoofdstuk onderscheidt zich op de volgende punten van de rest van het omgevingsplan, zoals dat is opgenomen in dit casco. •

Het hoofdstuk is tijdelijk. Dit is een tijdelijk hoofdstuk. Het hoofdstuk wordt specifiek gebruikt om tijdens de transitieperiode regels op te nemen die nodig zijn om ontwikkelingen mogelijk te maken die in strijd zijn met het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het hoofdstuk wordt gebruikt voor ontwikkelingen zo lang er nog geen basisopzet ligt voor het omgevingsplan, waarbij bij een planwijziging kan worden aangesloten. Als die basisopzet er ligt, kan het tijdelijk hoofdstuk worden geschrapt en de regels worden geïntegreerd in het definitieve omgevingsplan.

•

De inhoud van het hoofdstuk is ‘beleidsarm’. De regels in dit hoofdstuk worden beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om een ontwikkeling mogelijk te maken. In dit hoofdstuk worden daarom in beginsel geen regels verwerkt uit gemeentelijke verordeningen en de bruidsschat. Regels over milieu worden alleen opgenomen als dat nodig is om te voldoen aan de instructieregels uit het Bkl en/of als een ontwikkeling in strijd zijn met de bruidsschat.

•

De vormgeving van het hoofdstuk is ‘beleidsarm’. De vormgeving van de regels en de opzet van in dit hoofdstuk is ‘beleidsarm’ als het gaat om onbeantwoorde ontwerpvragen. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor de opbouw en formulering van planregels zoveel mogelijk kan worden aangesloten bij de opbouw van bestemmingsplannen. Zo’n opbouw is in dit casco opgenomen. Het is natuurlijk ook mogelijk om voor de structuur van dit hoofdstuk meer aan te sluiten bij de indeling van de regels in de rest van het casco.

De regels in dit hoofdstuk worden op termijn, net als de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, omgezet naar een regeling in het definitieve omgevingsplan. Bij die omzetting worden regels (qua formulering en opzet) gewijzigd als de beantwoording van ontwerpvragen daar (inmiddels) om vraagt.

Afdeling 22a.1 Inleidende bepalingen Artikel 22a.1 Toepassingsbereik (voorbeeldregel) Dit hoofdstuk bevat regels die nodig zijn voor gewenste ontwikkelingen omdat deze ontwikkelingen in strijd zijn met het tijdelijke deel van dit omgevingsplan. Afdeling 22a.x [Functie] Toelichting voor het gebruik van dit casco Per functie wordt een afdeling opgenomen, volgens de zelfde indeling (per afdeling) als in hoofdstuk 4 van dit casco. Vanwege de insteek ‘beleidsarm’ (zie toelichting bij hoofdstuk 22a) is bij onderstaande paragraafindeling geen rekening

13 Zie het Stappenplan voor het omgevingsplan van de gemeente [H/B] (2024). 14 De VNG noemt die keuzes ‘ontwerpvragen’. Zie https://ontwerptoolomgevingsplan.vng.nl/.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 20

houden met regels voor andere activiteiten dan gebruiken, bouwen, aanleggen en slopen (maar die kunnen indien noodzakelijk natuurlijk wel worden toegevoegd).

Paragraaf 22a.x.1 Inleidende bepalingen Paragraaf 22a.x.2 Gebruiksactiviteiten [etc.] Paragraaf 22a.x.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 22a.x.4 Aanlegactiviteiten Paragraaf 22a.x.5 Sloopactiviteiten Afdeling 22a.n Algemene regels over activiteiten Toelichting voor het gebruik van dit casco Eventuele algemene regels, die functie-overstijgend zijn (zoals een parkeerregeling zoals die voorheen was opgenomen in het bestemmingsplan) worden opgenomen in een laatste afdeling met algemene regels.

NB Dit casco bevat voorbeeldregels. Deze voorbeeldregels zijn bedoeld om de structuur (ordening) van het omgevingsplan te illustreren. De meeste voorbeeldregels zijn inhoudelijk nog niet aangepast aan het stelsel van de Omgevingswet, en het zijn dus geen bruikbare modelregels voor het daadwerkelijke omgevingsplan. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3259/documents/46115