Bijlage 1 uitgangspuntennotitie warmteprogramma.pdf
Tekst van het document
Gemeente Heemstede
Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma
7-4-2026
1
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................... 3 Aanleiding voor het warmteprogramma ............................................................................ 3 Relatie tot de Transitievisie Warmte ................................................................................... 3 Wat is er nieuw ...................................................................................................................... 3 Achtergrond en duiding .............................................................................................................. 5 Wat is de uitdaging ............................................................................................................... 5 Het proces van de warmtetransitie ..................................................................................... 5 Uitgangspunten .......................................................................................................................... 8 Uitgangspunten .................................................................................................................... 8 Kansen en uitdagingen ............................................................................................................
12 Kansen ................................................................................................................................. 12 Uitdagingen ......................................................................................................................... 12 Participatie tijdens het opstellen van het warmteprogramma.................................................. 13 Verkenningsfase ................................................................................................................. 13 Opstellen warmteprogramma Heemstede ....................................................................... 13 Opstellen en uitvoeren wijkuitvoeringsplannen ............................................................. 14 Vervolg ...................................................................................................................................... 14
2
Inleiding Aanleiding voor het warmteprogramma In 2019 is in het klimaatakkoord afgesproken om in 2050 geen gebruik meer te maken van fossiele brandstoffen. Een onderdeel hiervan is dat de gebouwde omgeving niet meer verwarmd wordt met aardgas en dat we in woningen niet meer met aardgas koken en douchen. Dat is nodig om de uitstoot van CO2 terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook kunnen we de afhankelijkheid van aardgas uit Nederland of het buitenland wegnemen door gebouwen te verwarmen met lokale hernieuwbare bronnen. Tot slot is in de afgelopen jaren gebleken dat de prijs van aardgas grote schommelingen kent door gebeurtenissen op andere plekken in de wereld. Door gebruik te maken van lokale bronnen creëren we een stabielere energievoorziening, waar invloeden van buitenaf in worden beperkt. Het warmteprogramma beschrijft de kaders voor de warmtetransitie, waaronder de buurtvolgorde en de voorkeursoplossing per buurt om van het aardgas af te gaan. Deze kaders worden voor de komende tien jaar beschreven. In deze notitie worden de uitgangspunten vastgesteld op basis waarvan de keuzes worden gemaakt in het warmteprogramma. De uitgangspunten uit deze notitie zijn vergelijkbaar met die van andere gemeenten.
Relatie tot de Transitievisie Warmte In 2021 heeft de gemeente Heemstede een start gemaakt met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving door de Transitievisie Warmte (TVW) vast te stellen. De TVW is een wettelijk verplichte verkenning van kennis en mogelijkheden op basis van de beschikbare informatie van toen. Het beschrijft hoe de gemeente de warmtevraag op een duurzame manier kan invullen. In de TVW zijn een aantal mogelijkheden beschreven die vervolgens verder zijn onderzocht of uitgevoerd, zoals het onderzoek naar warmte uit de WRK-drinkwaterleiding en het inzetten op energiebesparing door middel van isolatie. In de TVW is vastgesteld dat deze in ieder geval elke vijf jaar wordt herijkt en in de verwachte wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie wordt gesteld dat gemeenten voor 31 december 2026 een warmteprogramma moeten hebben vastgesteld. Het warmteprogramma is de herijking van de TVW onder de Omgevingswet. In het warmteprogramma verwerkt de gemeente nieuwe inzichten en het moet voldoen aan nieuwe regels. De kern van het stuk blijft hetzelfde.
Wat is er nieuw Sinds het vaststellen van de TVW is er nieuwe wet- en regelgeving opgesteld, waardoor het tijd is voor een herijking van de TVW. Er zijn drie wetten van invloed op deze herijking, waarvan twee wetten nog in werking moeten treden. 1. Wet collectieve warmte (aangenomen op 9 december 2025, inwerkingtreding komt zo snel mogelijk) De Wet collectieve warmte (Wcw) heeft als doel om de ontwikkeling en realisatie van warmtenetten te versnellen en daarmee de energietransitie te bevorderen. De Wcw vergroot de publieke sturing op collectieve warmte en is ontwikkeld om consumentenbescherming, leveringszekerheid en duurzaamheid van collectieve warmte te borgen.
3
2. Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (verwachte inwerkingtreding op 1 juli 2026) De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) geeft gemeenten een wettelijk kader voor de wijkgerichte aanpak bij de verduurzaming van woningen en gebouwen. Met de Wgiw krijgen gemeenten de regie en de bevoegdheid om wijken aan te wijzen die op termijn van het aardgas gaan. 3. Omgevingswet De herijking van de TVW heet het warmteprogramma. Het warmteprogramma is na invoering van de Wgiw een verplicht programma onder de Omgevingswet. In de Omgevingswet zijn de kaders van het planproces voor de warmtetransitie vastgelegd. Het warmteprogramma is een onderdeel van een concretere uitwerking van de Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie zijn de gemeentelijke kaders voor het warmteprogramma vastgelegd. Het warmteprogramma vormt samen met het uitvoeringsplan een belangrijke onderbouwing voor een wijziging van het omgevingsplan. Met de wijziging van het omgevingsplan kan de gemeente de transitie naar een aardgasvrije omgeving in gang zetten. Vanwege de nieuwe wet- en regelgeving zijn er een aantal verschillen met de TVW: 1. Het warmteprogramma is juridisch steviger door de Omgevingswet. 2. In het warmteprogramma moet een wijkprioritering en een voorkeurstechniek per wijk voor de komende 10 jaar worden opgenomen 3.
In het warmteprogramma moet monitoring op een aantal gegevens verwerkt zijn. 4. In het warmteprogramma wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat met de aanwijsbevoegdheid1 uit de Wgiw, het toewijzen van een warmtebedrijf en de PlanMER. De wijzigingen zorgen ervoor dat het warmteprogramma de plannen van de gemeente gedetailleerder weergeeft en de gemeente meer regie geeft in de warmtetransitie. Waar de inhoud van de TVW nog relatief vrijblijvend was, zijn er verschillende vereisten voor het warmteprogramma om aan te geven wat er de komende tien jaar in de gemeente gaat gebeuren om buurten aardgasvrij te maken.
De aanwijsbevoegdheid is de bevoegdheid van de gemeente om in het omgevingsplan vast te leggen binnen welke termijn in een bepaald gebied het gebied van fossiele brandstoffen wordt beëindigd en welk duurzaam alternatief daarvoor in de plaats komt. 1
4
Achtergrond en duiding Wat is de uitdaging De uitdaging in Heemstede is om 14 buurten met gezamenlijk 14.745 gebouwen voor 2050 aardgasvrij te maken. Dit is (indirect) vastgesteld in het klimaatakkoord en deze ambitie is onderstreept in het programma Heemstede Duurzaam. Deze opgave heeft een grote impact op de woonsituatie van inwoners, dus het is van groot belang om samen met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden het proces te doorlopen. De grootste uitdaging om gebouwen van het aardgas af te krijgen is de verwarming; daarnaast moeten ook warm tapwater en koken aardgasvrij worden. Om aardgasvrij en comfortabel te kunnen verwarmen doorlopen woningen twee stappen: het uitzoeken van een alternatief verwarmingssysteem én het op orde brengen van de isolatie zodat de woning comfortabel blijft. In de praktijk is de eerste uitvoeringsstap altijd het verbeteren van de isolatie, waarna vervolgens het verwarmingssysteem kan worden vervangen. Sinds de vaststelling van de TVW is de gemeente bezig met het stimuleren van isolatiemaatregelen. Met de relatief oude bebouwing in Heemstede is dit een noodzakelijke eerste stap om over te stappen op een aardgasvrij warmtesysteem. Er zijn twee mogelijkheden om gebouwen aardgasvrij te verwarmen: individueel en collectief.
Per buurt wordt op basis van de uitgangspunten uit het volgende hoofdstuk gekozen welke oplossing op dit moment het meest passend is. In sommige gevallen past een individuele warmtepomp beter, terwijl in andere situaties een collectief warmtenet de beste optie is. Een collectief systeem kan ook kleinschalig worden toegepast, bijvoorbeeld bij een aantal woningen in één straat. In het warmteprogramma beschrijft de gemeente welke oplossing per buurt het meest kansrijk is. Na de vaststelling van het warmteprogramma zijn er nog verschillende momenten waarop deze keuze wordt getoetst. Allereerst wordt een uitvoeringsplan opgesteld, waarin de haalbaarheid van de voorkeurstechniek verder wordt onderzocht.
Het proces van de warmtetransitie Het gemeentelijk planproces in de warmtetransitie bestaat uit 9 stappen (afbeelding 1). Het proces om tot een volledig aardgasvrije buurt te komen duurt minimaal tien jaar. In al deze stappen heeft de gemeente de regie. De gemeente krijgt in iedere stap de mogelijkheid om te kiezen om verder te gaan in het proces of om de koers te wijzigen. In afbeelding 1 is het proces in beeld gebracht, deze is daaronder tekstueel verder uitgewerkt. De grijsblauwe vakken zijn alleen van toepassing als in een buurt wordt gekozen voor het uitwerken van een collectieve warmteoplossing. Voor buurten waar individuele oplossingen worden toegepast, worden alleen de stappen 1, 2, 6 en 7 gevolgd. Participatie Gedurende het hele proces wordt geparticipeerd met inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Deze samenwerking is cruciaal om de uitvoering succesvol te laten verlopen. De gemeente moet ervoor zorgen dat alle inwoners mee kunnen in de warmtetransitie.
5
Afbeelding 1
Het warmteprogramma en het uitvoeringsplan Het opstellen van het warmteprogramma is de eerste stap om een buurt aardgasvrij te maken. In het warmteprogramma worden de kaders gesteld om per buurt verder uit te werken. Het warmteprogramma biedt duidelijkheid over het tijdspad en de mogelijke alternatieve warmtesystemen per buurt. Hierin wordt gekozen in welke buurten gestart wordt met het opstellen van een uitvoeringsplan. Het warmteprogramma wordt elke vijf jaar herijkt om mee te gaan met ontwikkelingen in techniek en wet- en regelgeving. De inhoud van het warmteprogramma wordt na vaststelling verder uitgewerkt in een uitvoeringsplan per buurt. Hierin wordt de haalbaarheid van de gekozen warmteoplossing verder onderzocht. Dit wordt gedaan op technisch en financieel vlak, maar ook wensen en zorgen van buurtbewoners komen in het uitvoeringsplan aan bod. In het warmteprogramma wordt ook het voornemen tot het inzetten van de aanwijsbevoegdheid vastgelegd. Het totale proces wordt op de volgende pagina beschreven. De aanwijsbevoegdheid In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 stopt met het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving. Deze afspraak wordt wettelijk vastgelegd in de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (Wgiw).
Om aan deze wet te voldoen, moeten (op termijn) alle wijken aangewezen worden door de gemeente waar de aardgaslevering wordt beëindigd. Voor deze aanwijzing moet worden voldaan aan de vereisten uit de Wgiw en moet een gewijzigd Omgevingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad. De wettelijk vastgelegde vereisten hebben betrekking op (1) haalbaarheid en betrouwbaarheid, (2) het stellen van een redelijke termijn, (3) de kosteneffectiviteit en betaalbaarheid en (4) de gevolgen voor de energieinfrastructuur. De vereisten uit de Wgiw sluiten goed aan bij de uitgangspunten die in deze notitie worden omschreven als basis voor het warmteprogramma. In het omgevingsplan kan de gemeente vastleggen binnen welke termijn in een bepaald gebied het gebruik van fossiele brandstoffen wordt beëindigd en welk duurzaam alternatief daarvoor in de plaats komt. Dit wordt ook wel de aanwijsbevoegdheid genoemd. In het warmteprogramma moet het voornemen worden opgenomen om de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Dit voornemen is een eerste aankondiging dat de gemeente met de buurt gaat onderzoeken hoe de buurt aardgasvrij kan worden. Het college wil de mogelijkheid om de aanwijsbevoegdheid in te zetten verder uitwerken in het warmteprogramma vanwege de volgende overwegingen: • De aanwijsbevoegdheid is een instrument waarvoor gekozen kan worden om de doelstellingen van het klimaatakkoord te behalen.
Door de mogelijkheid om dit
6
•
•
•
instrument in te zetten te behouden, is de kans dat de warmtetransitie in Heemstede slaagt groter. Het inzetten van de aanwijsbevoegdheid is een zorgvuldig en langdurig proces en kost daarmee jaren. Eerst moet het gebied benoemd zijn in het warmteprogramma, dit kan eens in de vijf jaar. Dan moet met intensieve wijkparticipatie een uitvoeringsplan gemaakt worden. Daarna moet de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan doorlopen worden en vervolgens moet nog minimaal 8 jaar voor de uitvoering gegeven worden. In het meest optimistische scenario kost dit proces al minimaal 10 jaar. Met de aanwijsbevoegdheid als stok achter de deur kan worden voorkomen dat het gasnetwerk in de toekomst tegen hoge kosten in stand moet worden gehouden. Dit kan gebeuren als een grote meerderheid in een gebied geen gebruik meer maakt van aardgas en enkele inwoners de kosten moeten dragen voor het in stand houden van het aardgasnet. De aanwijsbevoegdheid helpt de haalbaarheid en betaalbaarheid van collectieve warmtenetten te verbeteren, netcongestie tegen te gaan en toe te werken naar een duurzamere, onafhankelijke en rechtvaardige warmtevoorziening.
Het proces van de warmtetransitie met betrekking tot de aanwijsbevoegdheid In het proces om tot het warmteprogramma te komen zal verder uitgewerkt worden op welke manier en op welke plekken de aanwijsbevoegdheid een rol kan spelen. Om tot een aardgasvrije wijk te komen zijn daarna nog een aantal stappen te nemen (zie afbeelding 1). In het kort zijn dit de stappen: Stap 1: Warmteprogramma opstellen Hierin staat onder andere in welke gebieden de gemeente de aanwijsbevoegdheid wil inzetten. In het warmteprogramma legt de gemeente alleen het voornemen tot aanwijzing vast. In de wet is vastgelegd dat het toepassen van deze aanwijsbevoegdheid voor buurten/wijken via het Omgevingsplan alleen is toegestaan als het voornemen tot aanwijzing is vastgelegd in het warmteprogramma. Het is feitelijk de eerste aankondiging dat de gemeente de haalbaarheid, betaalbaarheid, kosten-efficiëntie en de energie-infrastructuur met de bewoners, ondernemers en andere stakeholders gaat onderzoeken en uitwerken in een wijkuitvoeringsplan. Het voornemen tot aanwijzen heeft als enige gevolg dat de gemeente met de buurt een uitvoeringsplan gaat maken en dat het uitvoeringsplan ook daadwerkelijk uitgevoerd kan worden.
Stap 2: Uitwerken in Uitvoeringsplan De haalbaarheid, betaalbaarheid, kosten-efficiëntie en de energie-infrastructuur van dat voornemen wordt onderbouwd en uitgewerkt in een gebiedsgericht uitvoeringsplan. In deze fase wordt intensief met de omgeving geparticipeerd. Het uitvoeringsplan bevat de motivering en onderbouwing om het omgevingsplan de kunnen wijzigen. Verwacht is dat dit een periode van 2 jaar bevat. Stap 3: Omgevingsplan wijzigen De gemeenteraad is altijd aan zet bij het daadwerkelijk inzetten van de aanwijsbevoegdheid door het wijzigen van het omgevingsplan. Als je als gemeente gebruik maakt van de aanwijsbevoegdheid, dan bepaal je door het opnemen van regels in het omgevingsplan wanneer en hoe de wijk van het aardgas afgaat en welk duurzaam alternatief voor aardgas wordt gekozen. Deze planregels zijn bindend voor bewoners, gebouweigenaren en bedrijven binnen het aangewezen gebied. Bij het uitwerken van een collectief systeem door een warmtebedrijf geldt er een opt-out mogelijkheid. Deze is op de volgende pagina verder beschreven. Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
7
Stap 4: Uitvoering Na vaststelling van het omgevingsplan start de uitvoering. Hiervoor stelt de gemeente een redelijke termijn (minimaal 8 jaar) vast voordat de levering van aardgas stopt. In het geval van collectieve warmte Als er in een buurt is gekozen voor een collectief systeem, dan zijn er aanvullende stappen die genomen moeten worden. De eerste stap is het aanwijzen van een warmtekavel. Dit is het gebied waar de gemeente van plan is om een collectief systeem verder uit te werken. Vervolgens moet een warmtebedrijf worden aangewezen die in dat gebied warmte mag transporteren en/of leveren. Het warmtebedrijf moet voor meer dan 50% in publieke handen zijn. Het warmtebedrijf kan dan een kavelplan uitwerken, waarin wordt beschreven hoe het warmtebedrijf de inrichting, fasering en uitvoering van het warmtesysteem gaat invullen. In het warmteprogramma wordt beschreven hoe de gemeente de warmtekavel(s) in wil delen en op welke manier het warmtebedrijf vormgegeven kan worden. Inwoners hebben een opt-out mogelijkheid Na het vaststellen van het uitvoeringsplan en het wijzigen van het omgevingsplan is het aangewezen warmtebedrijf verplicht om alle gebruikers in het gebied een aanbod te doen voor aansluiting op het collectieve warmtesysteem. Inwoners die geen gebruik willen maken van dit aanbod kunnen gebruik maken van de opt-out mogelijkheid.
De gebruiker moet dan zelf zorgen voor een duurzaam, gelijkwaardig alternatief voor verwarming, zoals een warmtepomp. Tot slot moet het warmtebedrijf een investeringsplan opstellen. Dit plan moet worden getoetst door de Autoriteit consument en markt (ACM) voordat de exploitatie van het warmtesysteem kan starten.
8
Uitgangspunten Het warmteprogramma is de eerste stap in de warmtetransitie, zoals hiervoor beschreven. Het warmteprogramma beschrijft in welke buurten de gemeente de komende tien jaar wil starten en welke warmtesystemen in deze buurten het meest kansrijk zijn. De kansrijke warmtesystemen worden in de uitvoeringsplannen met inwoners verder onderzocht om te zien of dit daadwerkelijk de beste optie is. De keuze voor dit tijdspad en de voorkeurstechniek wordt gemaakt op basis van een aantal uitgangspunten. De transitievisie warmte uit 2021 is als basis gebruikt voor het opstellen van de uitgangspunten voor het warmteprogramma. In een uitgebreide routekaartsessie hebben we samen met belanghebbenden, zoals de woningcorporaties, de netbeheerder en waterschappen, besproken of de uitgangspunten uit de transitievisie warmte nog passen bij de huidige tijd en of er wijzigingen toegepast moeten worden. De netbeheerder en woningcorporaties hebben ook in reguliere overleggen hun bijdrage kunnen leveren. Inwoners hebben we betrokken door middel van een enquête. De resultaten van de enquête en de gesprekken met belanghebbenden hebben de zes uitgangspunten opgeleverd die hieronder zijn uitgewerkt. De uitgangspunten zijn vergelijkbaar met de uitgangspunten van andere gemeenten die bezig zijn met het warmteprogramma.
Uitgangspunten Deze uitgangspunten zijn op basis van de participatie van eind 2025 verder uitgewerkt: • Betaalbaarheid • Ruimtelijke impact • Keuzevrijheid • Netbewust • Duurzaamheid • Handelingsperspectief 1. Betaalbaarheid De gemeente Heemstede vindt dat warmte betaalbaar moet zijn. Als de kosten laag zijn voor duurzame warmte, dan zal het aantrekkelijker zijn om mee te doen in de warmtetransitie. Op deze manier wil de gemeente de warmtetransitie stimuleren. Ook is het van belang dat iedereen mee kan doen, zodat niemand buiten de boot valt. De gemeente houdt rekening met twee soorten kosten: eindgebruikerskosten en nationale kosten. Beide kosten wil de gemeente zo laag mogelijk houden. Eindgebruikerskosten vertalen zich naar de prijs die de gebruiker van de warmte ervoor betaalt. Onderdeel hiervan zijn de kosten voor het installeren en onderhouden van een nieuw systeem, isolatie en de maandelijkse kosten van energie. Nationale kosten zijn de totale kosten van het systeem, ongeacht wie deze betaalt: de overheid, bedrijven of bewoners. Dit zijn bovenop de eindgebruikerskosten bijvoorbeeld ook de investeringen van netbeheerders in het elektriciteitsnet en de investeringen van een warmtebedrijf voor het warmtenet. De verwachte kosten voor een nieuw warmtesysteem moeten voor het overgrote deel van de gebruikers niet hoger zijn dan de verwachte baten over de levensduur.
Ook houdt de gemeente rekening met inwoners voor wie het moeilijk is om de initiële investering in een nieuw
9
warmtesysteem te doen. Zo zorgen wij ervoor dat iedereen mee kan doen en mee kan profiteren van de voordelen. De gemeente houdt ook rekening met de nationale kosten. Andere partijen, zoals woningcorporaties, netbeheerders en eventuele warmtebedrijven moeten de investeringen kunnen verantwoorden. Op deze manier wil de gemeente voorkomen dat onnodige kosten via netbeheerderskosten of belastingen alsnog bij inwoners terechtkomen. In de keuze voor een warmtesysteem zal een afweging worden gemaakt om zowel eindgebruikerskosten als de totale kosten zo laag mogelijk te houden. We willen kiezen in het warmteprogramma voor oplossingen die momenteel beschikbaar zijn en waarvan we verwachten dat de eindgebruikerskosten en de nationale kosten het laagst zijn. Een buurt gaat pas daadwerkelijk van start met een uitvoeringsplan wanneer er zicht is op een oplossing die voor alle betrokken partijen zo passend mogelijk is. Indien in het proces blijkt dat de betaalbaarheid onvoldoende geborgd is, worden aanvullende maatregelen getroffen of wordt de fasering aangepast. Betaalbaarheid bepaalt direct of inwoners kunnen en willen meedoen. Hoge kosten vormen een van de grootste risico’s voor vertraging op mislukking van de warmtetransitie. 2. Ruimtelijke impact De warmtetransitie vraagt om significante reserveringen van ruimte. Daarom houden we rekening met de beperkingen in de boven- en ondergrond.
Door ruimtelijke mogelijkheden en beperkingen als uitgangspunt te nemen, zorgen we voor een haalbare, veilige en goed ingepaste warmtetransitie binnen de fysieke leefomgeving. Ruimtelijke ordening speelt een sleutelrol in de wijkfasering van het warmteprogramma, waarbij rekening moet worden gehouden met de beperkingen in zowel de boven- als ondergrond. De beschikbare ruimte voor warmtenetwerken, opslagmedia voor koude en warmte en onder/bovengrondse infrastructuur is beperkt en moet zorgvuldig worden afgestemd op andere stedelijke functies. Denk aan bestaande kabels en leidingen, waterhuishouding en groenvoorzieningen. Een integrale aanpak is noodzakelijk om conflicten te voorkomen en efficiënte oplossingen te realiseren. Om hier aan bij te dragen is de gemeente van plan om alle werken in de ondergrond in kaart te brengen. In de keuze voor een warmteoplossing zal ook ruimte in de woning een rol spelen. De gemeente zet zich in om te kiezen voor oplossingen die ook in de woning inpasbaar zijn. In kleine woningen of appartementen kan het moeilijk zijn om een individuele oplossingen (bijvoorbeeld een warmtepomp) toe te passen, hier zal de gemeente mogelijk voor een andere oplossing moeten kiezen, zoals bijvoorbeeld een collectief systeem.
De beschikbare ruimte, zowel in de openbare ruimte als binnen woningen, is vrijwel randvoorwaardelijk voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van verschillende warmtesystemen.
3. Keuzevrijheid
10
Zonder draagvlak bij inwoners, ondernemers en andere betrokken partijen zal de warmtetransitie niet slagen. Plannen binnen het warmteprogramma komen daarom toegankelijk, in samenwerking en op een democratische manier tot stand. We werken aan draagvlak door eerlijk en duidelijk te communiceren over de stappen in de warmtetransitie en door de gemaakte keuzes goed uit te leggen. Dit geldt zowel tijdens de totstandkoming van het warmteprogramma als tijdens de uitvoering ervan. We gaan actief de maatschappelijke dialoog aan en luisteren naar wensen, zorgen en voorkeuren van inwoners en ondernemers. Tijdens het opstellen van de transitievisie warmte gaven inwoners aan dat draagvlak, betrokkenheid en keuzevrijheid voor hen essentiële uitgangspunten zijn. Uit de enquête bleek dat dit nog steeds belangrijk is voor Heemstedenaren, dus blijft dit ook in het warmteprogramma richtinggevend. Vooral keuzevrijheid is veel teruggekomen uit de enquête. Inwoners vinden het belangrijk om niet gedwongen te worden om aan te sluiten op een warmtesysteem en waar mogelijk mee te denken over oplossingen. Berichten in de media over dure warmte hebben gezorgd dat inwoners graag zelf in de hand houden of ze wel of niet aansluiten. Het is dus belangrijk dat de mogelijkheid blijft bestaan om een eigen pad te kiezen.
De opt-out biedt inwoners altijd de mogelijkheid om niet mee te doen met het aanbod vanuit de gemeente, mits ze hun woning op een andere duurzame manier kunnen verwarmen. Het is aan de gemeente om een aanbod te doen die aantrekkelijk genoeg is om gebruikers mee te laten doen met de oplossing die zij aanbiedt. Tegelijkertijd is er behoefte aan sturing en regie vanuit de gemeente. Sommige inwoners willen vooral betrokken worden op het moment dat concrete warmteopties en een tijdspad duidelijk zijn. In de uitwerking van het warmteprogramma wordt daarom duidelijk aangegeven op welke manier inwoners inbreng kunnen leveren aan het warmteprogramma en op welke manier zij geïnformeerd worden. 4. Netbewust Een warmtetransitie kan alleen slagen als deze zorgvuldig wordt afgestemd op de mogelijkheden en beperkingen van het bestaande elektriciteitsnet. Met het uitgangspunt ‘netbewust’ bedoelen we dat we keuzes maken die het energiesysteem niet onnodig belasten en waar mogelijk bijdragen aan het verlichten van de druk op het net. De congestie op het hoogspanningsnet en de uitdagingen bij het uitbreiden van het lokale elektriciteitsnet hebben grote invloed op de mogelijkheden op de korte termijn. Bij het bepalen van de buurtvolgorde en de voorkeurstechniek houden we rekening met: • • •
de beschikbare netcapaciteit per buurt, het toekomstig investeringsprogramma van de netbeheerder, de impact van warmtepompen, laadpalen en andere elektrificatie-opgaven.
Buurtfasering en techniekkeuze worden daarom afgestemd met de netbeheerder. Dit voorkomt dat wijken starten op momenten waarop het elektriciteitsnet dit nog niet aankan en draagt bij aan een robuuste en toekomstbestendige warmtevoorziening. De druk op het elektriciteitsnet is de komende jaren sterk bepalend voor wat technisch en praktisch mogelijk is. Tegelijkertijd willen wij niet gestuurd worden door belemmeringen op de relatief korte termijn voor keuzes die gelden voor de lange termijn. We voeren uit wat er mogelijk is binnen de beschikbare netcapaciteit. De projecten die vanwege netcongestie niet op dit moment kunnen, bereiden we voor zodat op het moment dat netcongestie (voldoende) is
11
opgelost deze van start kunnen gaan. Het warmteprogramma geeft de netbeheerders ook een duidelijke prognose van de benodigde netcapaciteit van de warmtetransitie, zodat hier rekening mee gehouden kan worden bij het maken van de investeringsplannen. 5. Duurzaamheid Het doel van de warmtetransitie is om geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken voor verwarming, warm tapwater en koken in 2050. Bij de keuze voor alternatieven zal dus centraal staan dat er in 2050 (of eerder) geen fossiele brandstoffen benodigd zijn om het warmtesysteem draaiend te houden. Wanneer een woning of gebouw van het aardgas af gaat, moet het alternatief altijd duurzamer zijn dan aardgas en uiterlijk in 2050 helemaal CO 2-neutraal zijn. In de plannen van het warmteprogramma zet Heemstede zich in om buurten waar de CO2besparing het grootste is sneller te verduurzamen. Om de beoogde CO₂-reductie te realiseren, werken we stap voor stap toe naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. In de route daarnaartoe zoeken we naar mogelijkheden om wijkgericht aan de slag te gaan, maar houden we ook oog voor kansen op gemeentebreed- of doelgroepgericht niveau, zoals bij isolatieprogramma’s. Naast CO2-reductie wordt ook de milieu-impact van het materiaalgebruik van verschillende warmteoplossingen meegenomen in de keuze.
Als er in buurten wordt gekozen voor een warmtenet moet de gemeente een rapportage opstellen om in kaart te brengen welke effecten de keuzes in het warmteprogramma hebben op het milieu en de leefbaarheid. De milieueffectrapportage kijkt onder andere naar water, bodem, lucht, afval, natuur, gezondheid en archeologisch erfgoed. 6. Handelingsperspectief De gemeente Heemstede wil met het warmteprogramma duidelijkheid bieden aan inwoners en andere belanghebbenden. Door concreet aan te geven welke acties op welke termijn worden uitgevoerd, kunnen inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren rekening houden met de planning voor de verduurzaming van hun gebouw. Het warmteprogramma geeft richting aan concrete acties voor de korte termijn, maar houdt ook de lange termijn in het oog. Zo ontstaat voor alle betrokken partijen een helder handelingsperspectief en zekerheid voor toekomstige investeringen. Inwoners kunnen zich met dit handelingsperspectief voorbereiden op de warmtetransitie door bijvoorbeeld hun woning te isoleren, over te stappen op een (hybride) warmtepomp of juist hiermee te wachten. We kiezen voor een tempo dat past bij de huidige kennis, technieken en ontwikkelingen. Uit de enquête blijkt dat inwoners het met name belangrijk vinden dat de gemeente in eerste instantie inzet op het laaghangend fruit om van deze ervaringen te leren en anderen ermee te enthousiasmeren.
Door middel van duidelijke communicatie en argumentatie kunnen inwoners zelf bepalen welke stappen ze zetten om hun woning te verduurzamen. Met deze duidelijkheid en door middel van een realistische planning wil de gemeente ervoor zorgen dat iedereen mee kan en mee wil in de warmtetransitie. Handelingsperspectief vloeit vooral voort uit de andere keuzes in het warmteprogramma en is sterk afhankelijk van het betrekken en informeren van inwoners in deze keuzes. Op dit moment geeft de gemeente desgevraagd aan dat er vanuit de plannen van de gemeente geen belemmeringen zijn voor het aanschaffen van een warmtepomp. In het warmteprogramma zal voor elke buurt worden aangegeven met welke termijnen rekening moet worden gehouden bij het verduurzamen van een woning.
12
Kansen en uitdagingen Kansen Bronnen In de vijf jaar sinds het vaststellen van de TVW is uit verschillende onderzoeken gebleken dat er kansen liggen voor de warmtetransitie in Heemstede. In potentie is er in verschillende bronnen voldoende warmte beschikbaar voor collectieve netten. Ook zijn gemeenten uit de regio aan het oriënteren of samenwerking voor bovenlokale bronnen mogelijk is. De beschikbare bronnen voor Heemstede die momenteel bekend zijn bevatten (1) aquathermie uit de Ringvaart, het Spaarne, de Leidsevaart, en de WRK-drinkwaterleiding, (2) geothermie uit Noordwijk, en (3) warmte uit de lucht. In sommige gevallen kan het gebruik van warmte- en koudeopslag (WKO’s) nodig zijn. Koppelkansen Op verschillende thema’s wil de gemeente buurtgericht werken. Door deze thema’s te koppelen aan de warmtetransitie kunnen deze opgaven gezamenlijk worden aangepakt, waardoor kosten en overlast bespaard kunnen worden. Koplopers Inwoners van Heemstede investeren al in de verduurzaming van woningen. Door gebruik te maken van de verhalen van deze koplopers kan de gemeente inwoners inspireren om ook te beginnen met verduurzamen. Met name de open huizen route en de energiecoaches spelen hier al een grote rol in.
Uitdagingen Capaciteit Het maken van uitvoeringsplannen voor buurten vergt capaciteit, vooral om de participatie met de buurt in goede banen te leiden. Om de gemeentelijke capaciteit uit te breiden zijn middelen beschikbaar vanuit het Rijk. Daarnaast wordt in heel Nederland gezocht naar uitvoerders om collectieve netten aan te leggen en warmtepompen te plaatsen. Hier kan een knelpunt ontstaan. Financiering De warmtetransitie vergt investeringen, zowel van de inwoners als van de gemeente, om van de grond te komen. Uit projecten in andere gemeenten blijkt dat het rondkrijgen van financiering lastig is. In de gemeente Heemstede speelt dezelfde problematiek, maar kan wel geleerd worden van de lessen van andere gemeenten. Ook de Rijksoverheid kan een rol pakken om bij te dragen aan de financiering voor de warmtetransitie. Ruimtegebrek In Heemstede is weinig ruimte beschikbaar en zijn er verschillende opgaven die gebruik willen maken van deze ruimte. Het gebruik van ruimte is daarom een belangrijk uitgangspunt in deze notitie. Om de warmtetransitie succesvol te laten verlopen moet hier van het begin af aan rekening mee worden gehouden en moeten deze opgaven gezamenlijk worden aangepakt. Draagvlak Veranderingen in de woning zijn afhankelijk van het draagvlak van inwoners. Sommige inwoners zullen liever geen aanpassingen willen doen in hun woning. Het is dus van belang dat inwoners
13
vanaf een vroeg stadium mee worden genomen in het nut, maar vooral ook de voordelen van de warmtetransitie. Communicatie en participatie zijn cruciale instrumenten om het draagvlak van inwoners voor deze opgave te vergroten. Dit moet in een vroeg stadium al worden meegenomen in het proces.
Participatie tijdens het opstellen van het warmteprogramma Op 4 november 2025 is het participatieplan voor de verkenningsfase van het warmteprogramma vastgesteld. In dit plan zijn drie fases beschreven in de warmtetransitie: 1. Verkenningsfase 2. Opstellen warmteprogramma Heemstede 3. Opstellen en uitvoeren wijkuitvoeringsplannen
Verkenningsfase De verkenningsfase is met het vaststellen van de uitgangspunten afgerond. In deze fase zijn inwoners geïnformeerd over de warmtetransitie en het warmteprogramma. Ook is bij de inwoners input opgehaald via een enquête om de uitgangspunten voor het warmteprogramma.
Opstellen warmteprogramma Heemstede Met het vaststellen van de uitgangspunten zijn we beland bij de tweede fase van het proces van de warmtetransitie. In deze fase gaan we aan de slag met het opstellen van het warmteprogramma. Hierin staat per buurt beschreven op welk moment de gemeente start met het aardgasvrij maken en welk warmtesysteem per buurt het meest kansrijk is. In het warmteprogramma nemen we ook op hoe we inwoners in de volgende fase betrekken. In het participatieplan voor de verkenningsfase hebben we beschreven dat er een uitgebreider participatieplan komt voor de fase van het opstellen van het warmteprogramma. De verwachting was namelijk dat er, op basis van de enquête, mogelijk een aantal dilemma’s naar voren zou komen. Over (een deel van) deze dilemma’s wilden we graag de visie van inwoners vragen. Uit de verkenningsfase is echter gebleken dat de beantwoording van de vragen in de enquête al voldoende input biedt voor de dilemma’s die we tijdens de verkenningsfase geformuleerd hebben. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het dilemma of we moeten starten in buurten waar de warmtetransitie het makkelijkst haalbaar is of de buurten waar inwoners meer ondersteuning nodig hebben om van het aardgas af te gaan. Inwoners gaven in de enquête aan dat zij vooral op tijd geïnformeerd willen worden over de plannen van de gemeente.
Voor de tweede fase (het opstellen van het warmteprogramma) ligt de focus daarom op het informeren van inwoners over het proces en over de mogelijke warmteoplossingen. Op basis van het Participatieplan Verkenning Warmteprogramma van 4 november 2025 zijn we hier in de verkenningsfase al mee gestart. In de reacties op de enquête lezen wij dat inwoners graag meer over willen weten, dus zetten we dit voort in deze tweede fase waarin wij het warmteprogramma opstellen. De focus blijft daarbij liggen op vragen als: • Waarom gaat de gemeente van het gas af? • Welke warmteoplossingen zijn er? • Wat heeft de gemeente in de afgelopen jaren gedaan? • Hoe gaat het proces om tot een warmteprogramma te komen? • Wat gaat de gemeente in de komende jaren doen?
14
Wij vervolgen ook de werkwijze met professionele stakeholders zoals beschreven in het participatieplan van 4 november 2025. De woningcorporaties, netbeheerder en anderen worden regelmatig gevraagd om bijdragen te leveren en af te stemmen. De investeringsagenda’s van deze partijen worden naast de kenmerken van de buurten gelegd om tot de meest voordelige wijkvolgorde te komen. Aan het eind van deze fase ligt er een concept-warmteprogramma. Dit document leggen we ter inzage. We zorgen hierbij voor heldere communicatie zodat het voor inwoners duidelijk is wat er in het concept-warmteprogramma staat en hoe ze er op kunnen reageren.
Opstellen en uitvoeren wijkuitvoeringsplannen In het warmteprogramma zal het participatieplan worden opgenomen waarin de participatie voor de wijkuitvoeringsplannen (fase 3) wordt beschreven. Voor het warmteprogramma in de gemeente Heemstede hangt de keuze voor een passend participatieniveau af van wat een wijk of gebied nodig heeft. Deze keuzes worden in het warmteprogramma verder uitgewerkt.
Vervolg Deze uitgangspuntennotitie vormt de basis van het warmteprogramma. Na het vaststellen van deze notitie worden deze uitgangspunten gebruikt om per buurt keuzes te maken op basis van de beschikbare data. Met name de wijkvolgorde is een belangrijke keuze. Door de startwijken te bepalen geeft de gemeente de start aan van de warmtetransitie in Heemstede Participatie zal een grote rol blijven spelen in dit proces. Inwoners worden bij iedere stap meegenomen op basis van het participatieniveau dat daarvoor is vastgesteld. In wijken met veel ondernemers zal er ook apart met hen worden geparticipeerd. Bij de uitvoeringsplannen zal participatie worden geïntensiveerd. Op deze manier doen we de warmtetransitie samen. In 2026 wordt het concept-warmteprogramma opgesteld. Afhankelijk van de verplichting om een plan-mer uit te voeren en de planning daarvan wordt het definitieve warmteprogramma in 2026 of 2027 vastgesteld. Een plan-mer is verplicht als er in het warmteprogramma kaders worden gesteld voor een warmtenet. Direct na de vaststelling van het warmteprogramma gaat de gemeente aan de slag met de eerste uitvoeringsplannen.
15