CConstaterende datHeemstede
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota van Uitgangspunten.pdf

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente HeemstedeBij agendapunt: 6: Vaststelling Nota van Uitgangspunten omgevingsplan Woon- en centrumgebieden9.856 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van uitgangspunten

Omgevingsplan Heemstede

1 Inhoudsopgave 1 Inleiding

5

1.1 Aanleiding

5

1.2 Doel

5

2 Omvang opgave

8

2.1 Tijdelijk omgevingsplan

8

2.2 Eisen aan nieuw omgevingsplan

8

2.3 Proces

8

2.3.1 Waar staan we

8

2.3.2 En hoe nu verder

9

3 Uitgangspunten omzetten en toepassen onderdelen

11

3.1 Bouwregels Bruidsschat

11

3.2 Ruimtelijke plannen

13

3.2.1 Beleidsneutrale omzetting

13

3.2.2 Activiteiten en milieuzonering

15

3.3 Kruimelregeling

17

3.4 Hogere waarden besluiten

17

3.5 Instructieregels

17

3.5.1 Instructieregels Rijk

18

3.5.2 Instructieregels provincie Noord-Holland

18

3.6 Beleid

19

3.6.1 Beleidscyclus

19

3.6.2 Bestaand beleid

20

Nota van Uitgangspunten

2

4 Uitgangspunten vastleggen planregels

24

4.1 Huidige stand van zaken

24

4.2 Sturingsstijl

24

4.3 Structuur omgevingsplan

24

4.4 Vormgeving planregels

26

5 Organisatie

28

5.1 Projectorganisatie

28

5.2 Planning, capaciteit en budget

28

5.2.1 Proces op hoofdlijnen

28

5.2.2 Capaciteit en budget

30

5.3 Risico’s

30

5.3.1 Nadeelcompensatie

30

5.3.2 Vertraging

31

6 Bijlagen

33

6.1 Bijlage 1 – Gebiedsafbakening Woon- en centrumgebieden

33

6.2 Bijlage 2 – Modelregels

34

6.2.1 Hoofdstuk X: [Hoofdactiviteit]

34

6.2.2 Afdeling X.1 Inleidende bepalingen

34

6.2.3 Afdeling X.2 Algemene bepalingen

34

6.2.4 Afdeling X.3 Specifieke bepalingen

35

Colofon

Nota van Uitgangspunten

37

3

Nota van Uitgangspunten

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op 1 januari 2024 is een nieuwe wet voor de fysieke leefomgeving in werking getreden: de Omgevingswet. In deze wet zijn 26 wetten en verschillende regelingen geïntegreerd. De Omgevingswet introduceert nieuwe instrumenten, waaronder het omgevingsplan. Op basis van overgangsrecht is op 1 januari 2024 van rechtswege het tijdelijke omgevingsplan gemeente Heemstede ontstaan. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat onder meer uit de bestaande ruimtelijke plannen (waaronder de bestemmingsplannen) en gedecentraliseerde rijksregels over onder meer bouwen en milieubelastende activiteiten (Bruidsschat). transitie bruidsschat

omgevingsplan nieuwe stijl bestemmings plannen transitie

plaatselijke verordeningen Figuur 1 Transitieopgave omgevingsplan

Gemeenten moeten vóór 1 januari 2032 over één nieuw omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied gaan beschikken. Tot dan hebben we dus de tijd om het tijdelijke omgevingsplan en andere bestaande regelingen om te zetten naar één nieuw omgevingsplan voor het hele grondgebied (zie afbeelding voor een verbeelding van de opgave). Deze omvangrijke en complexe opgave heeft een grote impact heeft op de gemeentelijke organisatie. In deze Nota van Uitgangspunten (NvU) staan de uitgangspunten opgenomen voor het eerste nieuwe deel van het omgevingsplan.

1.2 Doel Het doel van de NvU is om weloverwogen te bepalen met welke strategie en uitgangspunten we tot een eerste nieuwe deel van het omgevingsplan gaan komen. Dit eerste deel vormt de eerste bouwsteen van het omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied, zoals beschreven in het stappenplan. Hierbij ligt in deze NvU de focus op de ruimtelijke regels in de woon- en centrumgebieden (zie gebiedsafbakening in bijlage 1)1. De gemeente Heemstede kiest ervoor om de milieuregels zo veel als mogelijk buiten beschouwing te laten bij de gebiedsgerichte omzetting. Deze worden in een latere fase in de vorm van een ‘parapluwijziging milieuthema’s’ separaat betrokken. Deze NvU bevat in ieder geval inzicht in de uitgangspunten voor de belangrijkste ontwerpvragen: a. het omzetten van de onderdelen bouwregels uit de bruidsschat en ruimtelijke plannen; b. het toepassen van kaders uit de instructieregels en het beleid; c. het vastleggen van planregels qua sturingsstijl en vormgeving.

1 De overige gebiedstypen ‘Landgoederen en groene gebieden’ en ‘Bedrijventerreinen’ worden middels een separate wijzigingsbesluit overgezet naar het omgevingsplan.

Nota van Uitgangspunten

5

OMZETTEN bestemmingsplannen

TOEPASSEN

bruidsschat

instructieregels

verordeningen

gemeentelijk beleid sturingstijl

VASTLEGGEN structuur vormgeving taalgebruik

OMGEVINGS PLAN

annotatie Figuur 2 Stapsgewijze beantwoording van ontwerpvragen (bron: Stappenplan voor het omgevingsplan van de gemeente Heemstede)

Nota van Uitgangspunten

6

Nota van Uitgangspunten

7

2 Omvang opgave 2.1 Tijdelijk omgevingsplan Het nieuwe omgevingsplan geeft onder andere plek aan de onderdelen die in het tijdelijke omgevingsplan zijn opgenomen. Dat bestaat in onze gemeente o.a. uit:  de ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, e.d.);  regels uit de Erfgoedverordening Heemstede 2017 voor zover die zijn gesteld in het belang van archeologische monumentenzorg;  Hemelwaterverordening Heemstede 2023;  de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet;  hogere waarde besluiten, bedoeld in artikel IX Aanvullingsbesluit geluid;  vastgestelde veiligheidscontouren, bedoeld in artikel 8.2.7, lid 1, Invoeringsbesluit Omgevingswet; en,  de bruidsschat (zie nadere toelichting in paragraaf 3.1). Bij de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden ligt de focus op de ruimtelijke regels. De gemeente Heemstede kiest ervoor om de milieuregels zo veel als mogelijk buiten beschouwing te laten bij de gebiedsgerichte omzetting. Deze worden in een latere fase in de vorm van een ‘parapluwijziging milieuthema’s’ separaat betrokken. De onderdelen uit het tijdelijke omgevingsplan die zullen worden omgezet naar het nieuwe deel bestaan dan ook uit de ruimtelijke plannen ter plaatse van de woon- en centrumgebieden, de bouwregels uit de bruidsschat (afd.

22.2) en de hogere waarde besluiten.

2.2 Eisen aan nieuw omgevingsplan Een omgevingsplan moet voldoen aan de Omgevingswet en aanhangende regelgeving. Zo moet een omgevingsplan grondgebiedsdekkend zijn en regels bevatten over de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij om regels die betrekking hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving of op activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Dat elk omgevingsplan moet voldoen aan de Omgevingswet, betekent daarnaast globaal het volgende:  in het plan is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: ETFAL);  het plan voldoet aan de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de provinciale omgevingsverordening (zie nadere toelichting in paragraaf 4.1); en,  het plan voldoet aan de nieuwe digitale Standaard voor Officiële Publicatie (STOP) en Toepassingsprofielen Omgevingsdocumenten (TPOD) en de publicatie vindt plaats in het Omgevingsloket onderdeel Regels op de Kaart van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het is van belang dat elke wijziging van het omgevingsplan voldoet aan de bovenstaande eisen.

2.3 Proces 2.3.1 Waar staan we In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet en in het eerste jaar hebben we als gemeente niet stil gezeten. Zo hebben we al een ‘Stappenplan voor het omgevingsplan van de gemeente Heemstede’ (BügelHajema, juni 2024) opgesteld (hierna: stappenplan omgevingsplan). Het stappenplan houdt rekening met zes stappen: via zes opeenvolgende wijzigingsbesluiten komt het eerste complete,

Nota van Uitgangspunten

8

gebiedsdekkende omgevingsplan van Heemstede tot stand. Deze NvU geeft voor de eerste wijziging van het omgevingsplan concrete inhoudelijke invulling aan de ontwerpvragen zoals die zijn benoemd in het stappenplan. Wijzigingsbesluit Gebiedsgerichte wijziging woon- en centrumgebied

2024

2025

2026

2027

2025

2026

2027

2026

2027

2028

2027

2028

2029

2028

2029

2030

2029

2030

Gebiedsgerichte wijziging landgoederen en groene gebieden Gebiedsgerichte wijziging bedrijventerreinen Parapluwijziging milieuthema’s

2028

Parapluwijziging verordeningsregels fysieke leefomgeving

2029

2030

2031 2031

Veegbesluit (optioneel) Gebiedsgerichte wijziging ontwikkelgebieden (optioneel)

2031

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Het stappenplan gaat daarbij uit van drie type wijzigingen van het omgevingsplan:  gebiedsgerichte wijzigingen voor woon- en centrumgebieden (zie bijlage 1), landgoederen en groene gebieden en bedrijventerreinen met daarin de ruimtelijke regels (gebruiks- en bouwregels);  parapluwijzigingen met daarin de milieuregels en de verordeningsregels voor het hele grondgebied van de gemeente;  wijzigingen van het omgevingsplan voor ontwikkelgebieden die parallel aan de gebiedsgerichte wijzigingen en de parapluwijzigingen gedurende de hele transitieperiode plaatsvinden. Daarnaast hebben we:  de ‘Notitie over processen en procedures’;  het ‘Casco-omgevingsplan’; en,  een tussenrapportage van regels uit lokale verordening die overgaan naar het omgevingsplan.

2.3.2 En hoe nu verder Deze documenten vormen het vertrekpunt voor deze NvU. Deze NvU is opgesteld om sturing te geven aan de ontwikkeling van de eerste gebiedsgerichte wijziging van het omgevingsplan voor woon- en centrumgebieden. En geldt dus niet voor parapluwijzigingen en wijzigingen voor het omgevingsplan voor ontwikkelgebieden. Deze type wijzigingen hebben elk een eigen wettelijke kader en daarmee ook andere keuzes met betrekking tot de te hanteren strategie en uitgangspunten. Het omgevingsplan betreft een wezenlijk nieuw gemeentelijk instrument binnen nieuwe landelijke weten regelgeving. Dit is nog wennen en dat zal voorlopig ook nog zo blijven. We doen onze uiterste best om de eerste wijziging van het omgevingsplan zo goed en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Het gaat echter om een enorme opgave waarbij we nog lang niet alle stappen, kansen en obstakels kunnen overzien. Daarom houden we de vinger aan de pols en zullen we – indien dat nodig is – deze NvU actualiseren.

Nota van Uitgangspunten

9

Nota van Uitgangspunten

10

3 Uitgangspunten omzetten en toepassen onderdelen Bij de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden ligt de focus op de ruimtelijke regels. De gemeente Heemstede kiest ervoor om de milieuregels zo veel als mogelijk buiten beschouwing te laten bij deze gebiedsgerichte omzetting. Deze worden in een latere fase in de vorm van een ‘parapluwijziging milieuthema’s’ separaat betrokken. De onderdelen uit het tijdelijke omgevingsplan die zullen worden omgezet naar het nieuwe deel bestaan dan ook uit de bouwregels uit de bruidsschat en de ruimtelijke plannen ter plaatse van de woon- en centrumgebieden. De kruimelregeling uit het voormalige Bor houdt verband met deze regels omdat deze gaat over het gebruik van gronden en bouwwerken in afwijking van de ruimtelijke plannen. De hogere waarden besluiten nemen we ook alvast mee.

3.1 Bouwregels Bruidsschat Onder de Omgevingswet zijn veel regels, die voorheen vanuit het Rijk zijn gesteld, de bevoegdheid geworden van de gemeente. Deze regels staan niet langer in de wet en bijbehorende AMvB’s, maar in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan. Wanneer het Rijk niets zou hebben geregeld voor de situatie ná inwerkingtreding van de Omgevingswet zou er een juridisch gat vallen in de lokale regelgeving. Om dit gat op te vullen, heeft het Rijk de zogeheten ‘bruidsschat’ opgesteld: een pakket aan regels dat – naast de vigerende bestemmingsplannen - automatisch deel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan. In artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet staan de bruidsschatregels die op basis van artikel 22.2, lid 2, Omgevingswet van rijkswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan komen. In de bruidsschat zijn regels opgenomen ten aanzien van:  voorrangsregeling en overgangsrecht gemeentelijke monumenten (afd. 22.1);  bouwwerken, open erven en terreinen (afd. 22.2);  milieubelastende activiteiten (immissieregels en ruimtelijke activiteiten) (afd. 22.3);  aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds (afd. 22.4);  overige activiteiten (afd. 22.5). Het bruidsschat is - als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan - in STOP/TPOD-vorm vindbaar in het DSO.

Essentieel is de bewustwording dat de bruidsschat is geannoteerd én grotendeels toepasbaar is gemaakt en dus doorwerkt tot in de VTH-keten, inclusief de route naar de Omgevingsdienst. De ruimtelijke regels die worden betrokken in de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden staan in de afdeling 22.1 en 22.2 van de bruidsschat. Voor de omzetting van het tijdelijke deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan, is een wijziging van het omgevingsplan nodig (incl. motivering). De gemeente kan deze regels naar eigen inzichten schrappen, behouden of wijzigen. De ruimtelijke regels uit de bruidsschat zijn inhoudelijk geïnventariseerd. Per artikel is een keuze gemaakt hoe om te gaan met deze regels. Hierbij is het uitgangspunt het zoveel als mogelijk beleidsneutraal overzetten van de bruidsschat regels naar het omgevingsplan. Deze keuzes worden navolgend uitgewerkt. Dit vormt het uitgangspunt voor de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden. Artikelnummer

Schrappen Behouden

Wijzigen

Nadere toelichting

Algemene bepalingen 22.1

Nota van Uitgangspunten

Behouden

Regel in hoofdstuk 22 laten staat totdat de ruimtelijke regels zijn omgezet, of de regel – inhoudelijk ongewijzigd - overnemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Tekstuele aanpassing is in dat geval nodig.

11

Artikelnummer

Schrappen Behouden

22.2

22.3

Wijzigen

Nadere toelichting

Behouden

Regel in hoofdstuk 22 laten staat totdat de gemeentelijke (voorbeschermde) monumenten en bijbehorende regels uit o.a. gemeentelijke erfgoedverordening zijn vastgelegd het nieuwe deel van het OP, of de regel ongewijzigd overnemen in het nieuwe deel van het OP.

Behouden

Regel in hoofdstuk 22 laten staat totdat de rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten en bijbehorende regels uit o.a. gemeentelijke erfgoedverordening zijn vastgelegd het nieuwe deel van het OP, of de regel ongewijzigd overnemen in het nieuwe deel van het OP.

Algemene regels bouwen, open erven en terreinen 22.4

Behouden

22.5

Wijzigen

Combineren met informatieplicht. Gemeente controleert alleen bij nieuwe hoofdgebouwen.

22.7

Behouden

Tekstuele check om zeker te stellen dat connectie blijft bestaan nadat een nieuwe welstandsnota wordt vastgesteld

22.8 t/m 22.11

Behouden

In beginsel ongewijzigd overnemen, maar eerst intern en met eventuele externe partijen die over deze aansluitingen gaan afstemmen

22.12

Wijzigen

Regel aanpassen aan gemeentelijk beleid, tot die tijd in de bruidsschat laten staan

22.13 t/m 22.15

Behouden

Ongewijzigd overnemen, behalve als uit afstemming Veiligheidsregio iets naar voren komt

22.16 t/m 22.18

Behouden

Overbewoning: geen beoordelingsregel van maken

22.19

Behouden

Ongewijzigd overnemen, behalve als uit afstemming Veiligheidsregio iets naar voren komt

22.20 en 22.21 22.22

Behouden Schrappen

Artikel

Wat?

Keuze

Vergunningvrij bouwen 22.27

In beginsel niet. Achtererfgebied mogelijk intekenen i.p.v. begripsInhoudelijk wijzigen van bepaling hanteren. Mogelijk meer ruimte geven voor dakkapel aan vergunningvrije regels voorzijde. Kleine bouwwerken in de voortuin mogelijk toelaten. Per gebied differentiëren (bijvoorbeeld in gebieden met beeldkwaliteitsplannen/ ligging t.o.v. openbaar gebied)

In beginsel niet. Let wel op Erfgoedbeleid (ook link met entreegebieden in omgevingsvisie). Klimaatadaptatie: relatie met hemelwaterverordening is aandachtspunt.

Per functie differentiëren (bijvoorbeeld bij bedrijven andere mogelijkheden dan bij wonen)

In beginsel niet. Wel connectie maken met beeldkwaliteit en monumenten.

Integreren in omgevingsplan?

Wel integreren. Er volgt direct uit de regel in het omgevingsplan of de bouwactiviteit vergunningvrij is en onder welke voorwaarden. De inhoudelijke voorwaarden zijn in dat geval afgestemd op de regels voor vergunningvrij bouwen.

Onderscheid in ‘oud’ artikel 2 en 3 bijlage II Bor?

Staat nog open.

Nota van Uitgangspunten

12

Artikelnummer

Schrappen Behouden

Wijzigen

Toelichting

Juridisch kader 22.32

Schrappen

22.283

Schrappen

Ten behoeve van het integreren van het vergunningvrij bouwen in het omgevingsplan is er reeds een eerste opzet gemaakt die wordt meegenomen in de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden.

3.2 Ruimtelijke plannen De volgende ruimtelijke plannen worden op basis van art. 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet meegenomen in de omzetting naar het eerste nieuwe deel van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden:  de bestemmingsplannen Wet ruimtelijke ordening (artikel 3.1, Wro);  de bestemmingsplannen Crisis- en herstelwet (artikel 2.3 én artikel 2.4, Chw);  de wijzigingsplannen (artikel 3.6, Wro);  de uitwerkingsplannen (artikel 3.6, Wro);  de beheersverordeningen (artikel 3.38, Wro);  de inpassingsplannen (artikelen 3.26 3, 3.28, Wro én artikel 2.3a, Chw);  de exploitatieplannen (artikel 6.12, Wro); en,  de voorbereidingsbesluiten (artikelen 4.103, lid 1, 4.104, lid 1, en 4.104a, lid 1, Invoeringswet Omgevingswet). In deze gevallen is een ontwerpbestemmingsplan of een ontwerp-inpassingsplan voor de inwerkingtreding Omgevingswet ter inzage gelegd.

3.2.1 Beleidsneutrale omzetting Voor de beleidsneutrale omzetting van deze regels is voor de woon- en centrumgebieden bepaald welke ruimtelijke plannen het vertrekpunt vormen: de zogenaamde ‘moederplannen’. Aan deze moederplannen ligt de notitie Algemene punten bestemmingsplannen Heemstede ten grondslag. Het gaat om de bestemmingsplannen:  Woonwijken Noordwest;  Woonwijken Zuidoost;  Woonwijken Noordoost;  Woonwijken zuid en west; en,  Centrum en omgeving. Deze bestemmingsplannen zijn inhoudelijk geïnventariseerd. Op basis daarvan gaan we voor de verschillende enkelbestemmingen die daarin zijn opgenomen de functies met gebruiksactiviteiten hanteren zoals opgenomen in onderstaande tabel. De verschillende enkelbestemmingen Gemengd in deze bestemmingsplannen bestaan elk uit 2 (min of meer gelijkwaardige) functies. In tegenstelling tot een bestemmingsplan kent het omgevingsplan niet de beperking dat er per locatie maar één functie kan gelden. Daarom splitsen we de enkelbestemmingen Gemengd op in losse functies die op dezelfde locatie van toepassing zijn. De functies en gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in de tabel vormen het uitgangspunt voor de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden. We gaan dus uit van de regels uit de moederplannen en maken deze – alleen waar nodig - specifiek om bestaande rechten en plichten te respecteren.

Nota van Uitgangspunten

13

Enkelbestemming

Functie

Gebruiksactiviteiten

Agrarisch

Agrarisch

Agrarisch bedrijf exploiteren Wonen in een bedrijfswoning

Bedrijf

Bedrijf

(Nuts)bedrijf exploiteren (50 dB(A) op 30m)

Centrum

Centrum

Detailhandelsbedrijf (met beperkte horecavoorziening), horecabedrijf (cat 1 en 2), dienstverlening, kantoor, bedrijf (50 dB(A) op 30m) en/of maatschappelijke instelling exploiteren Wonen en aan huis verbonden beroep uitoefenen Openbaar gebied gebruiken

Detailhandel

Detailhandel

Gemengd

Uitsplitsen in losse functies

Groen

Groen

Detailhandelsbedrijf (met beperkte horecavoorziening) en/of dienstverlening exploiteren N.v.t. Extensief recreatief verblijven (Hoofd)groenstructuur ontwikkelen en beheren Openbaar gebied gebruiken

Horeca

Horeca

Horecabedrijf exploiteren

Kantoor

Kantoor

Kantoor exploiteren

Maatschappelijk

Maatschappelijk

Maatschappelijke instelling exploiteren

Recreatie

Recreatie

Recreatieve voorziening exploiteren Intensief recreatief verblijven

Sport

Sport

Tuin

Wonen maar met extra Locatie met bouwregels uit Voortuinenbeleid

Sportvoorziening exploiteren

Verkeer

Verkeer

Verkeersstructuur ontwikkelen en beheren Zich verplaatsen, vervoeren en parkeren Openbaar gebied gebruiken

Water

Water

Waterstructuur ontwikkelen en beheren Varen, vervoeren, aanmeren en innemen ligplaats Openbaar gebied gebruiken

Wonen

Wonen

Wonen en aan huis gebonden beroep uitoefenen

Zie Wonen

Voor de verschillende dubbelbestemmingen uit de ‘moederplannen’ hanteren we de gebiedsaanwijzingen zoals opgenomen in onderstaande tabel. Deze lijst kan worden aangevuld met andere gebiedsaanwijzingen. Dit zal met name nodig zijn om te voldoen aan de instructieregels (zie par. 4.1). Dubbelbestemming

Gebiedsaanwijzing

Leiding - Gas

Beperkingengebied Leiding

Leiding - Water

Beperkingengebied leiding

Waarde - Archeologie

Functie Archeologie

Waterstaat - Waterkering

Functie Waterkering

Waarde - Cultuurhistorie

Nader te bepalen

Waarde - Landschap

Nader te bepalen

Waarde - Laanbeplanting

Nader te bepalen

De bestemmingen uit de ‘moederplannen’ zijn opgebouwd conform de SVBP2012. Bij het omzetten van de regels uit deze bestemmingen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, moeten deze een plek krijgen in het Casco Omgevingsplan van de gemeente Heemstede (zie par. 2.3). Daarbij hanteren we de volgende omzettabel.

Nota van Uitgangspunten

14

Onderdeel bestemming

Uitgangspunten

Plek in Casco Omgevingsplan

Bestemmingsomschrijving

Zie bovenstaande tabellen

Specifieke bepalingen over gebruik

Bouwregels

Zoveel mogelijk omgevingsnormen op de kaart: (hoofd)gebouwen in bouwvlak, goot- en bouwhoogte, bebouwingspercentage, aantal.

Algemene of specifieke bepalingen over bouwen

Zoveel mogelijk uitgesplitst per type bouwwerk:  bij wonen naar: hoofdgebouw, bijbehorend bouwwerk, bouwwerk Algemene of specifieke geen gebouw zijnde en onderbepalingen over bouwen gronds bouwen  bij andere functies naar: gebouw, bouwwerken geen gebouw zijnde, ondergronds bouwen. Zo veel mogelijk algemeen regelen

Algemene bepalingen over bouwen

n.v.t.

n.v.t.

Niet opnemen, mogelijk via BOPA

n.v.t.

Specifieke gebruiksregels

Zie bovenstaande tabellen

Specifieke bepalingen over gebruik

Afwijken gebruiksregels

Niet opnemen, mogelijk via BOPA

n.v.t.

Aanlegstelsel

Nader te bepalen

Specifieke bepalingen over werk verrichten

Sloopstelsel

n.v.t.

n.v.t.

Wijzigingsbevoegdheid

n.v.t.

n.v.t.

Nadere eisen Afwijken bouwregels

Het omzetten van de moederplannen naar regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan op basis van bovenbeschreven uitgangspunten vormt de eerste stap. Vervolgens maken we deze waar nodig nog specifiek om bestaande rechten en plichten te respecteren. Daarvoor is het nodig om alle geldende ruimtelijke plannen binnen de woon- en centrumgebieden gestructureerd te inventariseren. Ook is er de afgelopen jaren een lijst met omissies in deze ruimtelijke plannen bijgehouden. Deze wordt betrokken bij het opstellen van de regels en de locaties voor de woon- en centrumgebieden.

3.2.2 Activiteiten en milieuzonering In de ‘moederplannen’ is op basis van de veelgebruikte publicatie’ Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG uit 2009 milieuzonering bij bedrijven toegepast. Zo is binnen de bestemming Bedrijf geregeld dat bedrijven t/m de milieucategorie 2 zijn toegestaan. De VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ vervangt deze publicatie en ondersteunt daarmee de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van milieuhinderlijke activiteiten onder de Omgevingswet. De nieuwe handreiking gaat uit van geluid- en geurnormering. Dit sluit aan bij het Bkl waarin onder andere instructieregels zijn gesteld over standaard- en grenswaarden voor geluid door milieuhinderlijke bedrijven2. Deze instructieregels worden vooralsnog ingevuld door geluidnormen in de bruidsschat die voorheen in het Activiteitenbesluit stonden. Met de nieuwe handreiking ter inspiratie, vervangen we de milieucategorisering van bedrijven in de ‘moederplannen’ door een geluidgebruiksruimte per bedrijf. Dit ter aanvulling op de standaardwaar-

2 Bij het omzetten van de milieuregels uit de bruidsschat naar het nieuwe deel van het omgevingsplan, sluiten we zoveel mogelijk 1-op-1 aan bij de instructieregels in het Bkl en gaan we voor het gemeentelijk grondgebied uit van de hierin opgenomen standaardwaarden (ook voor piekgeluiden), waar deze gelden en het toepassingsbereik. Dit wordt in een latere fase in de vorm van een ‘parapluwijziging milieuthema’s’ separaat opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Heemstede en niet in de wijziging van het omgevingsplan voor woon- en centrumgebieden.

Nota van Uitgangspunten

15

den in de bruidsschat. Concreet: waar bedrijven t/m milieucategorie 2 zijn toegestaan, nemen we een geluidgebruiksruimte op van 50 dB(A) op 30 meter afstand van het bedrijfsperceel. Hetzelfde doen we voor geur. De combinatie van de standaardwaarden in de bruidsschat (immissie) met een geluidgebruiksruimte per bedrijf (emissie) zorgt ervoor dat de cumulatie van geluid van verschillende bedrijven aanvaardbaar blijft en ook de afstand tot de gevel van een geluidgevoelig gebouw niet geheel wordt opgesoupeerd door geluid.

Mogelijke regeling In aanvulling op artikel 22.63 is het geluid van de milieuhinderlijke activiteiten ter plaatse van de functie ‘bedrijf’ op 30 meter afstand van de grens van het bouwperceel waarop de functie is gevestigd niet hoger dan de waarden bedoeld in de tabel. 07.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

Deze aanpak is zoveel mogelijk beleidsneutraal maar gaat wel uit van de nieuwe manier van regelen in het omgevingsplan: van milieucategorisering naar milieunormering. Hoewel dat niet wordt voorzien, leidt dit voor sommige bedrijven mogelijk tot een wijziging in rechten en plichten. Daarom nemen we overgangsrecht op, geïnspireerd op de handreiking. Deze gaat uit van een uitsterfconstructie met een duur van 10 jaar en de mogelijkheid tot het nemen van maatwerkvoorschriften. Mogelijke regeling

1. Deze afdeling/paragraaf is voor een periode van 10 jaar na het van toepassing worden op een bestaande activiteit, anders dan het wonen, die geluid op een geluidgevoelig gebouw veroorzaakt niet van toepassing op die activiteit. 2. Het eerste lid is niet meer van toepassing als een activiteit zodanig wijzigt dat deze activiteit qua aard en omvang niet gelijk te stellen is aan de bestaande activiteit. 3. Bij maatwerkvoorschrift wordt afgeweken van deze afdeling/paragraaf door het vastleggen van een afwijkende geluidbelasting indien binnen het eerste lid genoemde periode de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt: a. een onderzoek waarmee de geluidbelasting wordt onderbouwd; b. een opgave van de maatregelen die worden getroffen om de strijdigheid zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te verminderen; en c. een onderbouwing dat de maatregelen die nodig zijn om de strijdigheid te beëindigen onevenredig zijn. 4. Het maatwerkvoorschrift kan ook voorschriften bevatten, waarmee: a. aanvullende eisen aan het onderzoek, bedoeld in het derde lid, worden gesteld; en b. het treffen van maatregelen wordt opgelegd, voor zover deze:  op basis van de beste beschikbare technieken kunnen worden getroffen; of  redelijkerwijs kunnen worden getroffen.

Nota van Uitgangspunten

16

3.3 Kruimelregeling In de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) was voorheen opgenomen dat het mogelijk was om met de reguliere procedure van 8 weken omgevingsvergunning te verlenen voor een project dat in strijd was met een bestemmingsplan in de gevallen zoals opgenomen in artikel 4 van bijlage II van het Bor (Besluit omgevingsrecht). Dit werd de kruimelregeling genoemd. Met de komst van de Omgevingswet is de huidige kruimellijst uit artikel 4 bijlage II bij het Bor komen te vervallen. De reden hiervoor is dat onder de Omgevingswet voor alle afwijkingen van het omgevingsplan (BOPA’s) de reguliere procedure de standaard is geworden. Hierdoor bestaat er geen voordeel meer om de kruimelregeling toe te passen. Immers, de kruimelregeling werd juist toegepast om een langdurige vergunningprocedure te voorkomen. We zien dan ook geen reden om de gevallen zoals opgenomen in artikel 4 bijlage II van het Bor op te nemen in het omgevingsplan (als een OPA). Om het kunnen verlenen van veelvoorkomende BOPA’s te voorspoedigen c.q. vergemakkelijken, is het wenselijk om beleidsregels op te stellen. Deze kunnen richting geven aan de ETFAL-afweging die dient plaats te vinden bij de beoordeling van dergelijke vergunningaanvragen. Het formuleren van beleidsregels valt echter buiten het project van het wijzigen van het omgevingsplan voor woon- en centrumgebieden.

3.4 Hogere waarden besluiten Binnen de woon- en centrumgebieden zijn in het verleden (parallel aan het vaststellen van het bestemmingsplan) hogere waarden besluiten genomen. Hogere waarde besluiten werden genomen op basis van de Wet geluidhinder en stelden de gemeente in staat om een hogere geluidsbelasting toe te staan voor woningen die zich in de nabijheid van wegen of industrieterreinen bevinden. Dit kon noodzakelijk zijn wanneer de geluidsnormen niet gehaald werden, maar een bepaalde gebiedsontwikkeling toch wenselijk was. Deze hogere waarden besluiten maken onderdeel uit van het tijdelijk omgevingsplan maar zijn niet zichtbaar in het DSO. Ten behoeve van de dienstverlening en een goede raadpleegbaarheid van het omgevingsplan nemen we de hogere waarden besluiten die voorkomen in de woon- en centrumgebieden alvast op in deze eerste wijziging van het omgevingsplan. Daarmee doen we ook ervaring op met het inventariseren van de hogere waarde besluiten en de wijze van regelen in het omgevingsplan.

Mogelijke regeling In afwijking van de standaard waarden bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het geluid als gevolg van een industrieterrein op een geluidgevoelig gebouw ter plaatse van de locatie afwijkende waarde niet hoger dan in bijlage X voor die locatie is aangegeven.

3.5 Instructieregels Het Rijk en de provincie hebben instructieregels vastgesteld waar het omgevingsplan aan moet voldoen. De instructieregels van het rijk staan (voornamelijk) in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregels van de provincie staan in afdeling 6.2 van de provinciale omgevingsverordening.

Nota van Uitgangspunten

17

3.5.1 Instructieregels Rijk De Omgevingswet kent aan het Rijk de bevoegdheid toe om instructieregels te stellen over de uitoefening van taken en bevoegdheden (artikel 2.24 Ow). Deze instructieregels kunnen onder meer worden gesteld voor het omgevingsplan. Het Rijk heeft hieraan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna Bkl) toepassing gegeven. Een deel van de instructieregels van het rijk heeft betrekking op ruimtelijke ordening. Het Bkl is voor die regels de voortzetting van het voormalige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het gaat dus om bestaande regels. Voor de woon- en centrumgebieden worden de bestaande gemeentelijke regels beleidsneutraal omgezet en wordt daardoor veelal ‘vanzelf’ aan deze instructieregels voldaan; hier is immers in het verleden al rekening mee gehouden. Bovendien gaan de instructieregels vaak uit van een eerbiedigende werking van de bestaande situatie. Als nieuwe ontwikkelingen worden toegelaten, dan zijn deze instructieregels wel van belang. De volgende ruimtelijke instructieregels uit het Bkl zijn van toepassing in de woon- en centrumgebieden en worden daarom betrokken bij de wijziging van het omgevingsplan:  bescherming cultureel erfgoed (par. 5.1.5.5. Cultureel erfgoed en werelderfgoed):  we nemen de functie Archeologie op ter bescherming van archeologische monumenten (zie par.

3.2);  we nemen de bestaande regels over gemeentelijke monumenten beleidsneutraal over uit de Erfgoedverordening Heemstede 2017. Deze gaan gelden voor de reeds aangewezen gemeentelijke monumenten die de functie Beschermd monument krijgen;  nieuw beleid over cultureel erfgoed (waaronder bijv. karakteristieke gebieden) wordt pas meegenomen in een wijziging van het omgevingsplan als dat beleid is vastgesteld.  verbod hyperscale datacentra (par. 5.1.7.7. Hyperscale datacentra): we nemen een algemeen verbod op hyperscale datacentra op;  bescherming aanwezige assets en reserveringsgebieden van het Rijk:  we houden rekening met de aanwezige hoofdspoorweg (het geluidaandachtsgebied bedoeld in art. 5.163 en het beperkingengebied bedoeld in par. 5.1.4.2a.4);  we houden rekening met het gebied waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren (art. 5.161a). De maximaal toelaatbare hoogte voor bouwwerken in dat gebied bedraagt 120 meter. Er is geen noodzaak tot nadere inperking van de maximale bouwhoogte zoals die geldt op basis van de ter plaatse vigerende ruimtelijke plannen. Voor de milieutechnische instructieregels uit het Bkl wordt te zijner tijd een ‘parapluwijziging milieuthema’s’ opgesteld. De milieuregels uit de bruidsschat geven tot dan tijdelijk invulling aan de meeste milieutechnische instructieregels.

3.5.2 Instructieregels provincie Noord-Holland De regels in de Omgevingsverordening NH2022 komen grotendeels overeen met de Omgevingsverordening NH2020, maar zijn omgezet naar de nieuwe eisen vanuit de Omgevingswet. De regels zijn dus veelal een voortzetting van bestaand beleid. Het kan zijn dat deze nog niet (geheel) zijn verwerkt waarvoor dat alsnog zal moeten gebeuren. In de NH2022 zijn daarnaast nieuwe beleidsthema’s opgenomen die voortkomen uit de Omgevingswet. Dit betreffen onder andere de volgende onderwerpen: bodemsanering, grondwaterverontreiniging, Natuurnetwerk Nederland (NNN), natuurbescherming (faunabeheer) en energietransitie (o.a. Regionale Energiestrategieën en de bijbehorende zoekgebieden). In de regel zullen nieuwe instructieregels alleen gelden voor nieuwe situaties en dus niet voor het beleidsneutraal omzetten van de bestaande regels in de woon- en centrumgebieden. De volgende ruimtelijke instructieregels uit de NH2022 zijn van toepassing in de woon- en centrumgebieden en worden daarom betrokken bij de wijziging van het omgevingsplan:

Nota van Uitgangspunten

18

 cultureel erfgoed (par. 6.2.7): we beschermen de in de woon- en centrumgebieden aangewezen provinciale (en gemeentelijke monumenten) door een vergunningplicht op te nemen voor het wijzigen/ verbouwen van deze monumenten;  provinciale wegen (par. 6.2.9): we dragen er zorg voor dat er geen belemmering van provinciale wegen optreedt. We nemen daarvoor de functie Verkeer op (zie par. 3.2).

3.6 Beleid 3.6.1 Beleidscyclus Voor het omgevingsplan volgen we de beleidscyclus (zie figuur 3). Het opstellen van regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving is geen doel op zich, dat komt voort uit de toekomstambities en daarvoor benodigde maatregelen die we met elkaar formuleren. De beleidscyclus helpt ons om eerst koers te bepalen (omgevingsvisie), maatregelen te formuleren en afspraken te maken (omgevingsprogramma), voordat een wijziging van het omgevingsplan aan bod komt. De Omgevingsvisie wordt formeel geborgd in het omgevingsplan. In dat plan vertalen we de beleidsvoornemens uit de visie naar concrete doelen en juridische regels voor de fysieke leefomgeving. Hoe specifieker de keuzes in de Omgevingsvisie, hoe directer ze doorwerken in het omgevingsplan. Bij keuzes op hoofdlijnen krijgt het college ruimte om het beleid verder uit te werken, bijvoorbeeld via programma’s.

Figuur 3 Beleidscyclus van de Omgevingswet

Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie ‘Heemstede 2040 – Duurzaam ontwikkelen, kwaliteit behouden’ staat hoe we onze leefomgeving op de lange termijn willen ontwikkelen en welke doelen en uitdagingen tot 2040 centraal staan. De visie vormt het strategisch kader voor de actualisatie van het omgevingsplan en stuurt op behoud van ruimtelijke kwaliteit en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische structuren. Ontwikkelingen in woon- en centrumgebieden moeten daarbij bijdragen aan de “stedenbouwkundige identiteit als groene woongemeente, of daar iets positiefs aan toevoegen”. In het omgevingsplan borgen we deze koers o.a. met bouw- en maatvoeringsregels, bescherming van structuurbepalende elementen en duidelijke beoordelingscriteria voor vergunningverlening, zodat nieuwe ontwikkelingen passen binnen de bestaande ruimtelijke kwaliteit en/of daar aantoonbaar positief aan bijdragen. De visie benadrukt ook duurzaamheid, gezondheid en klimaatadaptatie, wat betekent dat nieuwe ontwikkelingen in woon- en centrumgebieden moeten bijdragen aan een toekomstbestendige, veilige en gezonde leefomgeving.

In het omgevingsplan borgen we dit door toetsbare regels op te nemen over klimaatadaptatie (zoals waterafvoer, waterberging), hittestress (groenvoorzieningen), energie en duurzaamheid (inpassing van installaties en ruimte voor duurzame opwek) en gezondheid (toelaatbare milieubelasting voor lucht, bodem en geluid). Bereikbaarheid is een ander leidend thema uit de Omgevingsvisie. Heemstede werkt toe naar een omgeving waarin mobiliteit dienend is aan leefbaarheid en duurzame verplaatsingen prioriteit krijgen (STOMP). In het omgevingsplan nemen we regels over op over parkeernormen, (fiets)parkeervoorzieningen en bepalingen voor een verkeersveilige ontsluiting en maximale verkeersaantrekkende werking. Hiermee zorgen we dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan een veilige en bereikbare woonomgeving.

Nota van Uitgangspunten

19

Daarnaast vraagt de visie om vitale en toekomstbestendige voorzieningen en bedrijfslocaties. Voor de centrumgebieden zetten in op een sterk en geconcentreerd winkelaanbod, met de Raadhuisstraat-Binnenweg als kernwinkelgebied, om versnippering te voorkomen en het centrum vitaal te houden. In het omgevingsplan kunnen we zonering of branchering toepassen wanneer dat nodig is. Samen met de BIZ-organisaties bepalen we waar de focus op winkels en ondersteunende functies ligt. Aan de randen van het centrum bieden we in het omgevingsplan juist meer ruimte voor functiemenging en woon-werkconcepten, waar ook kleinschalige economische activiteiten kunnen worden gevestigd. Programma’s Programma’s vormen een uitwerking van het beleid en de maatregelen die het college inzet om het beleid te realiseren. Heemstede streeft naar een overzichtelijk aantal thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s, waarbij in de geest van de Omgevingswet naar de te bereiken doelen wordt gekeken. Juridische maatregelen (denk aan regels voor activiteiten) die in een programma kunnen worden voorgesteld, moeten vertaald worden in regels in het omgevingsplan. Andersom kunnen in het omgevingsplan omgevingswaarden worden gesteld, die noodzaken tot het vaststellen van een programma wanneer sprake is van (dreigende) overschrijding.

Op dit moment zijn er (nog) geen programma’s die ruimtelijk relevant zijn voor woon- en centrumgebieden.

3.6.2 Bestaand beleid Gemeente Heemstede heeft naast de Omgevingsvisie diverse beleidsdocumenten die ruimtelijk relevant zijn voor de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden. Deze beleidsstukken vormen ons inhoudelijke kader voor de beleidsneutrale omzetting van bestaande regels en voor de formulering van nieuwe planregels waar dat noodzakelijk is. Hieronder hebben we per beleidsstuk aangegeven wat de ruimtelijke relevantie is en hoe dit beleid wordt betrokken bij het omgevingsplan. Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (2019) Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand is een richtinggevend regionaal kwaliteitskader voor het beschermen en versterken van landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden in de overgangszone tussen duin en dorp. De daarin opgenomen spelregels waarborgen een zorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze omgeving. In het omgevingsplan wordt daarom een dynamische verwijzing naar deze spelregels opgenomen, zodat bij nieuwe initiatieven steeds de meest actuele versie van toepassing is. Erfgoedvisie Heemstede De Erfgoedvisie Heemstede vormt de beleidsmatige basis voor het omgevingsplan. Voor woon- en centrumgebieden is gekozen voor een gedifferentieerd beschermingsregime, vastgelegd via functieaanduidingen en werkingsgebieden met bijbehorende regels.

Voor centrumgebieden wordt onderzocht of aanwijzing als beschermd dorpsgezicht wenselijk is, waarbij regels kunnen worden gesteld ter bescherming van de samenhang tussen bebouwing, openbare ruimte en historische structuur. In woongebieden ligt de nadruk op bescherming van karakteristieke bouwwerken, karakteristieke gebieden en waardevolle structuren, met behoud van ontwikkelruimte voor wonen en verduurzaming. Tot vaststelling van het definitieve omgevingsplan vindt bescherming plaats via de Erfgoedverordening (2017), waarna deze wordt overgezet naar het omgevingsplan. Bij de uitwerking maken we gebruik van de voorbeeldregels van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Welstandsnota Heemstede (2016) Voor het omgevingsplan zijn de gebiedsgerichte en objectgerichte kwaliteitscriteria uit relevant. Deze criteria waarborgen de ruimtelijke kwaliteit in de woon- en centrumgebieden en geven richting aan aanpassingen aan gevels, daken en uitbreidingen. In het omgevingsplan nemen we een dynamische verwijzing op naar de Welstandsnota, zodat steeds de meest actuele welstandscriteria toegepast bij bouwactiviteiten.

Nota van Uitgangspunten

20

Beleid Bebouwing in Voortuinen (2025) Dit beleid bevat richtlijnen voor bebouwing in voortuinen en erfafscheidingen aan de straatzijde. Deze vertalen we naar planregels die de maximale hoogte en oppervlakte van bouwwerken in het voorerf beperken. Hiermee wordt de open en groene uitstraling van woonstraten behouden. Woonvisie Heemstede (2023) De Woonvisie bevat de kaders voor onze woningvoorraad. In het omgevingsplan vertalen we dit naar een vergunningplicht voor het omzetten of splitsen van woningen, met criteria voor minimale gebruiksoppervlakte, buitenruimte, berging en parkeervoorziening. Daarnaast wijzen we bij ontwikkelingen vanaf tien woningen via het omgevingsplan woningbouwcategorieën toe, zoals sociale huur, middenhuur en betaalbare koop voor specifieke doelgroepen. Door het vastleggen van percentages per categorie borgen we planologisch de uitvoeringsdoelen van de Woonvisie. Transitievisie Warmte Heemstede (2021) De Transitievisie Warmte beschrijft hoe we toewerken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Voor de woon- en centrumgebieden betekent dit dat we inzetten op all-electric of hybride oplossingen en de mogelijkheid van een regionaal warmtenet onderzoeken. In het omgevingsplan maken we dit mogelijk door energie-infrastructuur, zoals leidingen voor warmte of collectieve warmtepompen, toe te staan binnen de functies Bedrijf en Verkeer.

Nota Parkeernormen Heemstede 2024 De Nota Parkeernormen vormt de basis voor de parkeertoets bij nieuwe ontwikkelingen en functiewijzigingen. We nemen deze normen dynamisch op in het omgevingsplan, zodat bij bouw- en gebruiksactiviteiten steeds wordt getoetst aan de meest actuele nota. Groenbeleidsplan 2024–2033 Met het Groenbeleidsplan zetten we in op behoud, versterking en vergroening van de hoofdgroenstructuur, en stimuleren we klimaatadaptieve maatregelen. In het omgevingsplan leggen we de hoofdgroenstructuur vast op de kaart, met beperkte bebouwingsmogelijkheden. De aanleg of verwijdering van verharding in deze zones wordt vergunningplichtig. Programma Water en Klimaat 2026-2031 (vaststelling voorzien 2e kwartaal 2026) Het Programma Water en Klimaat is het beleidskader voor waterbeheer en klimaatadaptatie. In het omgevingsplan nemen we beoordelingsregels op die zorgen dat er bij (her)ontwikkeling genoeg capaciteit is voor afvalwater, hemelwater en grondwater. We sturen hiermee op gescheiden rioolstelsels, het afkoppelen van regenwater en het verminderen van wateroverlast. Zo blijven gebouwen beschermd en blijven hoofdwegen bereikbaar bij zware regen. In centrumgebieden gelden extra eisen voor waterberging, infiltratie en een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte.

We nemen daarbij op dat initiatiefnemers en perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor aanvullende maatregelen op hun eigen terrein. Nota Ecologie Heemstede 2021 De Nota Ecologie richt zich op de versterking van biodiversiteit en ecologische verbindingen. Waar ruimtelijk relevant nemen we in het omgevingsplan regels op over natuurinclusief bouwen, zoals nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen en beperken we lichtuitstraling richting groenstructuren. Ecologische verbindingszones leggen we zichtbaar vast op de kaart. Evenementenbeleid Heemstede 2020 Met het Evenementenbeleid regelen we de locaties, frequentie en omvang van evenementen. In het omgevingsplan wijzen we de bestaande evenemententerreinen aan; nadere voorwaarden over geluid, veiligheid en organisatie blijven geregeld via de APV.

Nota van Uitgangspunten

21

Duurzaam Afvalbeleid 2020–2030 Het afvalbeleid is voornamelijk uitvoeringsgericht en kent een beperkte ruimtelijke component. In het omgevingsplan nemen we als algemene regel op dat ondergrondse afvalinzamelingscontainers zijn toegestaan binnen het openbaar gebied, zoals de functies Verkeer en Groen zodat deze flexibel kunnen worden geplaatst of verplaatst. Het overige afvalbeleid heeft geen ruimtelijke werking en nemen we niet op in het omgevingsplan. In de volgende tabel is samengevat op welke wijze de meest relevante beleidsdocumenten doorwerken in het omgevingsplan. De doorwerking vindt beleidsneutraal plaats: bestaande rechten en regels blijven leidend. Beleidsdocument

Annotatie / toepassing in werkingsgebieden

Ontwikkelperspectief Binnenduinrand

Dynamische verwijzing naar spelregels voor ruimtelijke kwaliteit in de overgangszone tussen duin en dorp.

Erfgoedvisie Heemstede (2025)

Regels voor karakteristieke panden, straten en gebieden; toepassing op behoud van hoofdvorm, materiaalgebruik en gevelbeeld.

Welstandsnota Heemstede (2016)

Dynamische verwijzing naar gebieds- en objectgerichte kwaliteitscriteria; toepassing in kernwinkelgebied, linten en woonwijken voor behoud van ruimtelijke kwaliteit en straatbeeld.

Beleid Bebouwing in Voortuinen (2025)

Toepassing in woongebieden: planregels over maximale hoogte en oppervlakte van bouwwerken in het voorerf; behoud van open en groene straatprofielen.

Woonvisie Heemstede (2023)

Toepassing in woongebieden: vergunningplicht voor woningsplitsing en omzetting; aanwijzing woningbouwcategorieën (sociaal, middenhuur, betaalbare koop).

Transitievisie Warmte Heemstede (2021)

Woon- en centrumgebieden: functies Bedrijf/Verkeer; regels voor duurzame energievoorzieningen en infrastructuur.

Nota Parkeernormen Heemstede (2024)

Alle gebiedstypen: parkeereis bij bouw- en gebruiksactiviteiten via dynamische verwijzing naar actuele parkeernormen.

Groenbeleidsplan 2024–2033

Hoofdgroenstructuur op kaart: beperkte bebouwingsmogelijkheid; regels over vergroening en waterinfiltratie; vergunningplicht voor verharding.

Programma Water en Klimaat 2026-2031

Woon- en centrumgebieden: regels voor regenwaterafkoppeling, infiltratie, berging; functies Water en Waterstaat – Waterkering op kaart.

Nota Ecologie Heemstede (2021)

Groenstructuren en ecologische zones: natuurinclusief bouwen, beperking lichtuitstraling, ecologische verbindingszones op kaart.

Evenementenbeleid Heemstede (2020)

Evenemententerreinen op kaart; nadere voorwaarden via APV.

Duurzaam Afvalbeleid 2020–2030

Toestaan van ondergrondse afvalcontainers binnen functies Verkeer en Groen.

Nota van Uitgangspunten

22

Nota van Uitgangspunten

23

4 Uitgangspunten vastleggen planregels 4.1 Huidige stand van zaken In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet en in het eerste jaar hebben we als gemeente al het stappenplan voor het omgevingsplan opgesteld. Daarnaast hebben we begin 2024 een casco opgesteld voor het Omgevingsplan gemeente Heemstede. Daarin zijn ook enkele voorbeeldregels opgenomen. Dit casco vormt het vertrekpunt voor de wijziging van het omgevingsplan woon- en centrumgebieden. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de nadere uitgangspunten bij het vastleggen van regels in dit casco.

4.2 Sturingsstijl Onder sturingsfilosofie verstaan we concreet de wijze van regelen van en sturing geven aan de activiteiten in het omgevingsplan. We gaan beleidsneutraal over van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig omgevingsplan. Het vertrekpunt bij de regels in het omgevingsplan wordt daarom gevormd door de huidige ruimtelijke regels. Er wordt uitgegaan van de bestaande rechten uit ruimtelijke plannen en de wijze waarop deze geregeld zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een activiteit die vergunningplichtig is, in beginsel vergunningplichtig blijft. Vanuit de beleidscyclus bezien is er eerst een beleidsmatige en/of juridische basis nodig voordat een wijziging van de sturingsfilosofie aan bod komt. Daarom is de bestaande sturingsfilosofie het vertrekpunt, tenzij: 1. er verplichtingen vanuit hogere regelgeving gelden (zie par. 3.5); 2. de doorwerking van het beleid uit de omgevingsvisie, programma’s of bestaand beleid om een andere wijze van regelen vragen (zie par. 3.6); 3. het om een quick-win gaat die (eenvoudig) kan worden meegenomen zonder dat het vertraging oplevert voor de planning (zie par. 5.2); of 4. een regel geheel of gedeeltelijk buiten toepassing moet worden gelaten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen.

Regels die als gevolg van punt 3 of 4 niet beleidsneutraal maar gewijzigd overgaan naar het volwaardige omgevingsplan worden in een overzicht bijgehouden en voorzien van motivering. Daarbij volgen we het gedachtegoed van de Omgevingswet. Deze bestaat uit:  het borgen van een goede omgevingskwaliteit;  deregulering;  uitnodigingsplanologie; en  het creëren van afwegingsruimte ten behoeve van (gebiedsgericht) maatwerk.

4.3 Structuur omgevingsplan Het casco gaat uit van de volgende hoofdstukindeling:  hoofdstuk 1: algemene bepalingen  hoofdstuk 2: programma’s  hoofdstuk 3: aanwijzingen in de fysieke leefomgeving  hoofdstuk 4: activiteiten  hoofdstuk 5: overige bepalingen

Nota van Uitgangspunten

24

Doel van het omgevingsplan is regels te stellen over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Al deze regels zullen landen in hoofdstuk 4 van het casco. Naar schatting gaat het hierbij om circa 500 tot 750 artikelen over activiteiten. De activiteiten in hoofdstuk 4 zijn hierbij gegroepeerd in verschillende hoofdactiviteiten die elk een eigen afdeling in dit hoofdstuk kennen. Vanwege de hanteerbaarheid is besloten om elke hoofdactiviteit in plaats van een eigen afdeling, een eigen hoofdstuk te geven. Door hoofdstuk 4 op deze manier op te knippen, is het omgevingsplan makkelijker op te bouwen c.q. te vullen en ook voor inwoners overzichtelijker en daarmee beter raadpleegbaar. Het casco gaat uit van 8 hoofdactiviteiten. Op basis van voortschrijdend inzicht hebben we dit teruggebracht naar 5 hoofdactiviteiten. Daarbij volgt de naamgeving van deze hoofdactiviteiten de Annotatierichtlijn van Geonovum, zodat de annotatiestructuur 1-op-1 aansluit op de juridische structuur van het omgevingsplan.

Daarmee wordt de hoofdstukindeling als volgt:  hoofdstuk 1: algemene bepalingen  hoofdstuk 2: programma’s  hoofdstuk 3: aanwijzingen in de fysieke leefomgeving  hoofdstuk 4: gronden of bouwwerk gebruiken  hoofdstuk 5: bouwwerk bouwen (ruimtelijk)  hoofdstuk 6: werk verrichten  hoofdstuk 7: milieubelastende activiteit verrichten  hoofdstuk 8: overige activiteit verrichten  hoofdstuk 9: overige bepalingen Elk hoofdstuk dat over een hoofdactiviteit gaat (hoofdstukken 4 t/m 8) krijgt de volgende indeling:  afdeling X.1: inleidende bepalingen  toepassingsbereik  oogmerken  afdeling X.2: algemene bepalingen  par. X.2.1: zorgplicht  par. X.2.2: toegestaan  par. X.2.3: meldingsplicht/informatieplicht  par. X.2.4: vergunningplicht  par. X.2.5: verbod  afdeling X.3: specifieke bepalingen  par. X.3.1: activiteit A (onderdeel hoofdactiviteit)  subpar. X.3.1.1: zorgplicht  subpar. X.3.1.2: toegestaan  subpar. X.3.1.3: meldingsplicht/informatieplicht  subpar. X.3.1.4: vergunningplicht  subpar. X.3.1.5: verbod  par. X.3.2: activiteit B (onderdeel hoofdactiviteit)  subpar. X.3.2.1: zorgplicht  subpar. X.3.2.2: toegestaan  etc.  par. X.3.3: activiteit C (onderdeel hoofdactiviteit)  etc. Door deze indeling loopt ook hier weer de annotatiestructuur gelijk op met de juridische structuur van het omgevingsplan.

Deze indeling bepaalt de volgorde waarin de regels worden opgenomen in het omgevingsplan. Maar onderdelen (zoals een paragraaf of subparagraaf) hoeven alleen opgenomen te worden als er een noodzaak is om regels over te stellen. Een hoofdstuk hoeft dus niet alle onderdelen te bevatten.

Nota van Uitgangspunten

25

4.4 Vormgeving planregels Voor de indeling binnen een afdeling is aansluiting gezocht bij de zogenaamde regelpyramide (zie paragraaf 4.3). Deze ziet er als volgt uit:

zorgplicht aanwijzing

toegestaan aanwijzing algemene regels

meldings- informatieplicht aanwijzing algemene regels indieningsvereisten

vergunningsplicht aanwijzing algemene regels aanvraagvereisten inwinnen advies bevoegdheid voorschriften

verbod aanwijzing

Daarbij geldt dat we beleidsneutraal overgaan van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig omgevingsplan. Er wordt uitgegaan van de bestaande rechten uit ruimtelijke plannen en de wijze waarop deze geregeld zijn. Onderstaande tabel laat voor deze ruimtelijke regels zien welke plek ze in de regelpyramide innemen. Onderdeel bestemming

Plek in regelpyramide

Bestemmingsomschrijving

Toegestaan gebruik (aanwijzing en algemene regels)

Bouwregels

Vergunningplichtige bouwwerken (beoordelingsregels)

Nadere eisen

n.v.t.

Afwijken bouwregels

n.v.t.

Specifieke gebruiksregels

Verboden gebruik (soms algemene regels toegestaan gebruik)

Afwijken gebruiksregels

n.v.t.

Aanlegstelsel

Vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Sloopstelsel

n.v.t.

Wijzigingsbevoegdheid

n.v.t.

In bijlage 2 zijn modelregels opgenomen voor de meest voorkomende artikelen die in deze regelpyramide sturing geven aan de activiteiten. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen artikelen in de regelpyramide binnen de afdeling algemene bepalingen en de afdeling specifieke bepalingen. Deze zijn echter ook onderling uitwisselbaar. Ook zijn modelregels opgenomen voor een aantal algemene artikelen binnen de afdeling inleidende bepalingen. De modelregels staan – zoals het woord ook zegt – slechts model voor hoe de regel kan worden opgebouwd. Het blijft altijd maatwerk.

Nota van Uitgangspunten

26

Nota van Uitgangspunten

27

5 Organisatie 5.1 Projectorganisatie Voor de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden werken we met een compact projectteam. Dit sluit aan bij de in 2024 vastgestelde ‘Notitie processen en procedures onder de Omgevingswet’.  Opdrachtgever: de teammanager Ruimtelijk Beleid, samen met de domeinmanager Ruimte. Zij zorgen voor capaciteit, middelen en de koppeling met bestuurlijke ambities.  Projectcoördinatie: een vaste planoloog/adviseur RO van afdeling Ruimtelijk Beleid stuurt het proces en houdt contact met externe adviseurs. Kernteam: bestaat uit beleidsadviseurs Ruimtelijke Ordening (RO), stedenbouw en VTH. Waar nodig  sluiten een jurist verordeningen, regelanalist, milieuspecialist (OD IJmond), GEO-specialist en/ of communicatieadviseur aan. De coördinator vormt samen met de vakgroep van RO, stedenbouw en VTH het hart van het kernteam. Van belang is het bewaken van inhoudelijke en procedurele samenhang en het contact onderhouden met externe adviseurs. Dit is nodig omdat er nu één omgevingsplan geldt voor het hele grondgebied en er door lopende ruimtelijke projecten meerdere wijzigingen tegelijk kunnen spelen. Stedenbouw en VTH letten daarbij op de ruimtelijke kwaliteit en op de uitvoerbaarheid van de regels, bijvoorbeeld bij het vastleggen van bouwhoogten en ruimtelijke structuren.

Zo houden we vanaf het begin rekening met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Naast het kernteam sluiten vakspecialisten gericht aan op thema’s als wonen, economie, duurzaamheid, welzijn, cultuur en erfgoed. Een GEO-specialist levert de kaartinformatie en zorgt dat deze voldoet aan de nieuwe standaarden. Communicatie ondersteunt het proces met duidelijke informatievoorziening en het organiseren van participatie. Met deze projectorganisatie borgen we dat het omgevingsplan inhoudelijk zorgvuldig en praktisch uitvoerbaar is.

5.2 Planning, capaciteit en budget 5.2.1 Proces op hoofdlijnen De wijziging van het omgevingsplan doorloopt vijf stappen. Elke stap kent vaste producten en beslismomenten. Stap 1: Opstart en kaderstelling  Opstellen strategie en kaders met deze Nota van Uitgangspunten (NvU).  Het college besluit over de NvU en de participatieaanpak en legt beide documenten voor aan de commissie Ruimte voor ideeën en suggesties. Stap 2: Planvoorbereiding  Uitwerking van de uitgangspunten:  Verwerken regels uit geldende bestemmingsplannen (incl. parapluplannen), bruidsschatsregels (over bouwen); instructieregels (Bkl en Omgevingsverordening Noord-Holland), Omgevingsvisie en aanpalend beleid (zoals de Woonvisie en Erfgoednota).  Verwerken van de sturingsstijl en vormgeving van planregels.  Afstemming met interne en externe adviseurs.  Participatie met inwoners, bedrijven en ketenpartners, op basis van apart opgestelde participatieaanpak.

Nota van Uitgangspunten

28

Stap 3: Ontwerp  Oplevering ontwerp-wijziging, inclusief annotatie van planregels, motivering van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en validatie op basis van de digitale standaard (STOP/TPOD).  College legt het ontwerp voor aan de raadscommissie Ruimte.  College stelt het ontwerp vast (met inachtneming van de commissie) en geeft het vrij voor terinzagelegging.  Publicatie volgt via de Landelijke Voorziening (Regels op de Kaart in het Omgevingsloket); het ontwerp ligt zes weken ter inzage voor inspraak door een ieder. Stap 4: Vaststelling  Beoordeling van zienswijzen, zo nodig met externe deskundigheid.  Bepalen of er wel/geen ambtelijke wijzigingen nodig zijn.  Oplevering van het gewijzigde omgevingsplan, inclusief verwerking zienswijzen en ambtelijke wijzigingen.  Opstellen van het wijzigingsbesluit, inclusief zienswijzenota, onderzoeken en participatieverslag.  Raad stelt het plan vast, inclusief eventuele wijzigingen via amendementen of moties.  Publicatie via het Omgevingsloket en gemeentelijke website.  Mededeling aan indieners van zienswijzen.  Belanghebbenden kunnen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Stap 5: Beroep en inwerkingtreding  Eventueel beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.  Zonder beroep treedt het plan vier weken na vaststelling in werking.

Planning Met de stapsgewijze aanpak voeren we de onderdelen in de juiste volgorde en op een efficiënte manier uit. Tijdens de planvoorbereiding (stap 2) werken we de uitgangspunten parallel uit waar dat kan. We richten de totale planning erop dat de raad in het tweede kwartaal van 2027 de wijziging van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden kan vaststellen.

Stap

Q4 2025

Q1 2026

Opstart en kaderstelling

Q4 2025

Q1 2026

Planvoorbereiding (incl. participatie en afstemming)

Ontwerp in college en cie. Ruimte Ontwerp ter inzage

Q1 2026

Q2 2026

Q3 2026

Q4 2026

Q1 2027

Q2 2026

Q3 2026

Q4 2026

Q1 2027

Q3 2026

Q4 2026

Q1 2027

Q4 2026

Oplevering gewijzigd omgevingsplan

Q2 2027

Q3 2027

Q1 2027

Q2 2027

Q3 2027

Q1 2027

Q2 2027

Vaststelling in college en raad Beroepstermijn en inwerkingtreding

Nota van Uitgangspunten

Q4 2026

Q1 2027

Q2 2027

Q3 2027

Q2 2027

Q3 2027

29

5.2.2 Capaciteit en budget Het omgevingsplan vraagt om brede ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie. Op basis van het door het college vastgestelde ‘Stappenplan voor het omgevingsplan van de gemeente Heemstede’ (juni 2024) is in opdracht van het MT een globale urenraming opgesteld. Hieruit blijkt dat de benodigde capaciteit grotendeels binnen de reguliere formatie kan worden opgevangen. Voor de disciplines RO, Stedenbouw en VTH betekent dit dat het opstellen van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden een van de prioriteiten zal zijn naast de lopende gebiedsontwikkelingen, zoals Manpad en ’t Groot Clooster. Voor aanvullende deskundigheid en ter ontlasting van de afdeling schakelen we externe adviesbureaus in, zoals ook gebruikelijk was bij de actualisatie van bestemmingsplannen. Voor de plankosten van het omgevingsplan hebben we in de begroting een reserve ‘Implementatie Omgevingswet’ gevormd. De decentralisatie-uitkeringen van het Rijk voor de invoering van de Omgevingswet (tot er met 2026) voegen we aan deze reserve toe. De huidige budgetten in combinatie met de reserve zijn voldoende voor de invoering van het uitwerken van het omgevingsplan voor de woon- en centrumgebieden.

5.3 Risico’s 5.3.1 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden, zoals het vaststellen van een wijziging omgevingsplan (voorheen: planschade). Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico. Op een aanvraag om nadeelcompensatie is de Verordening Nadeelcompensatie gemeente Heemstede 2024 van toepassing. In paragraaf 4.2 hebben we als sturingsfilosofie benoemd dat we uitgaan van ‘beleidsneutraal, tenzij…’. We gaan beleidsneutraal over van het tijdelijke omgevingsplan naar een volwaardig omgevingsplan. Het vertrekpunt bij de regels in het omgevingsplan wordt daarom gevormd door de huidige ruimtelijke regels. Er wordt uitgegaan van de bestaande rechten uit ruimtelijke plannen en de wijze waarop deze geregeld zijn. Op dat moment is er geen risico op nadeelcompensatie. Op het moment dat we bij het omzetten van het tijdelijke omgevingsplan naar het volwaardige omgevingsplan wél regels wijzigen in verband met de ‘tenzij’ van de sturingsfilosofie, dan kunnen er wél nadeelcompensatierisico’s optreden. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het laten doorwerken van beleid (zie par. 3.6). Op dat moment is het zaak om voorzienbaarheid te creëren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.heemstede.nl/api/v1/meetings/3259/documents/46114