CConstaterende datHeemskerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Financiële effecten meicirculaire 2026 en het actualiseren van het financieel beeld

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente HeemskerkBij agendapunt: Raadsvoorstel Perspectiefnota 2027-2030 en raadsvoorstel Financiële effecten meicirculaire 20268.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Raadsvergadering: Portefeuillehouder(s): Commissie d.d.: Aantal bijlage(n):

30 juni 2026 G.A. Suanet n.v.t. 4

Onderwerp: Financiële effecten meicirculaire 2026 en het actualiseren van het financieel beeld. Voorgesteld besluit 1. De financiële effecten van de meicirculaire 2026 vast te stellen en te verwerken via de 7e wijziging van de begroting 2026; 2. Een stelpost in 2029 en verder op te nemen ter compensatie van het negatieve effect van de uitname uit het gemeentefonds vanwege de rijksmaatregel m.b.t. het schrappen van de huishoudelijke hulp (met vangnet) uit de Wmo;

Geheimhouding Dit besluit is openbaar. Planning Fase & besluitvorming

Jan

Feb

College

Mrt

Apr

Mei Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Dec

16

Commissievoorstel (indien van toepassing) Commissie

n.v.t.

Raad

30

Uitvoering Inleiding Het college informeert u met dit raadsvoorstel over de uitkomsten van de meicirculaire 2026 en stelt u voor om de effecten van de meicirculaire te verwerken in de meerjarenbegroting. Op 29 mei jl. heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de meicirculaire gepubliceerd, met de laatste informatie betreffende de middelen die het kabinet aan de gemeenten ter beschikking stelt voor het huidige boekjaar en de volgende jaren. De financiële effecten van de meicirculaire 2026 worden voor het begrotingsjaar 2026 en verder verwerkt in de 7e begrotingswijziging 2026. De uitkomsten van dit raadsvoorstel kunt u betrekken bij de behandeling van de Perspectiefnota 2027-2030 in uw raad op 30 juni aanstaande.

D/2026/804894

*Z0E0E8C5006* Z0E0E8C5006

1

Toelichting op het voorstel (onderbouwing) 1. Algemeen Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: • In mei op basis van de Voorjaarsnota; • In september op basis van de Miljoenennota; • In december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De meldingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. 2. Uitkomst meicirculaire 2026 (bruto effect algemene uitkering 2026) De financiële uitkomst van de meicirculaire 2026 ten opzichte van de decembercirculaire 2025 is positief voor alle begrotingsjaren, met uitzondering van 2029. Tabel 1: Vergelijking meicirculaire 2026 / decembercirculaire 2025

Financieel beeld 2026-2030 (Bedragen x € 1.000) Uitkering o.b.v. decembercirculaire 2025 Uitkering o.b.v. meicirculaire 2026

2026

2027

2028

2029

2030

90.880 90.930

91.439 93.458

89.222 90.296

88.550 88.288

88.546 89.056

50

2.019

1.074

-/-262

510

Mutatie algemene uitkering

3. Te alloceren middelen (lasten) / (taak)mutaties Bij de gemeente Heemskerk wordt intern de beleidsregel gehanteerd ‘geld volgt beleid’. Dat houdt in dat middelen uit de circulaire niet automatisch worden toegevoegd aan bestaande budgetten, maar dat daar een concreet beleidsvoorstel voor ligt. Voor een aantal mutaties vinden wij het wenselijk een voorstel te doen om al middelen op te nemen in een stelpost (taakmutaties meicirculaire). Dit omdat het middelen voor het uitvoeren van een wettelijke taak betreft waarop zeer waarschijnlijk een beroep moet worden gedaan. Niet op voorhand alloceren zou een vertekend beeld geven van de financiële positie. In tabel 2 zijn deze items opgenomen. Tabel 2: Te alloceren middelen / (taak) mutaties

Te alloceren middelen (bedragen x € 1.000) 1. Maatstaf Leerlingen (V)SO 2. Alleenverdienersproblematiek 3. IBO Problematische schulden 4. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp 5. Re-integratie gericht op jongeren 6. Ondersteuning lokale politieke partijen 7. Kinderopvang pleegouders Totaal gealloceerde middelen

2026 -61 -48 -41 -36 -23 -12 -23 -243

2027

2028

2029

2030

-61

-61

-61

-61

-23

-23

-23

-29

-23 -107

-84

-84

-90

Een toelichting van de te alloceren middelen (lasten) vindt u terug in bijlage I. 4. Effect meicirculaire 2026 en actualisatie op meerjarenraming De uitkomst van de meicirculaire heeft het volgende effect op de meerjarenraming van de gemeente:

D/2026/804894

2

Tabel 3: Effect op meerjarenraming

Saldo meerjarenbegroting 2026-2030 (Bedragen x € 1.000) Saldo Begroting 2026 / startpunt Perspectiefnota 2027-2030

2026 1.063

2027

2028

2029

2030

4

-1.342

-1.389

-1.336

-3.412

-3.082

-3.184

-3.746

Bestuursrapportage 2026-I (raadsvergadering d.d. 256-2026) Perspectiefnota 2027-2030 (raadsvergadering d.d. 30-6-2026)

1.751

Saldo na Bestuursrapportage 2026 I / Perspectiefnota 2027-2030

-688

-3.408

-4.425

-4.573

-5.082

Bruto effect algemene uitkering 2026 e.v. Te alloceren middelen Uitstel invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo Stelpost i.v.m. Huishoudelijke hulp uit de Wmo (met vangnet) Netto effect algemene uitkering

50 -243

2.019 -107 -472

1.074 -84

-262 -84

510 -90

1.963

1.961

-194

1.440

990

1.616

2.381

Stand Begroting 2025-2029 na meicirculaire 2025

-882

-1.968

-3.435

-2.957

-2.700

Effecten meicirculaire 2026

5. Extra toelichting uitstel invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo Het kabinet had een aantal jaren geleden besloten dat het abonnementstarief voor de Wmo terug zou gaan naar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 1 januari 2026. Vorig jaar was besloten om dit met 1 jaar uit te stellen en nu is wederom besloten dit besluit met een jaar uit te stellen. Het kabinet is nu voornemens deze wijzigingen pas door te voeren vanaf 1 januari 2028. Hierdoor gaan wij de reeds geraamde extra baten niet realiseren. Hiervoor ramen we € 471.900 af. De compensatie door het Rijk van dit uitstel ontvangen wij via deze meicirculaire incidenteel voor 2027. Dit is reeds verwerkt in het brutobedrag van de meicirculaire en is onderdeel van de € 2.019. Per saldo is het effect van het uitstellen van de inkomensafhankelijke bijdrage budgetneutraal voor de gemeente. 6. Extra toelichting Huishoudelijke hulp uit de Wmo (met vangnet) In de meicirculaire 2026 is voor het jaar 2029 en verder rekening gehouden met een uitname uit het gemeentefonds i.v.m. de maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029.

Als gevolg hiervan hebben gemeenten jaarlijks minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan van jaarlijks € 1,4 miljard vanaf 2029. De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. Voor Heemskerk gaat het hierbij om zo’n € 2,8 mln. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen betalen, blijft de gemeente daarin voorzien. Daartoe wordt vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. Voor Heemskerk gaat het hierbij om zo’n € 835.000.

D/2026/804894

3

Door deze maatregel wordt de algemene uitkering van onze gemeente met ingang van 2029 per saldo € 1.963.000 lager. Op 19 mei 2026 hebben wij van de VNG een ledenbrief ontvangen met als onderwerp ‘Begrotingsadvies 2027-2030’. Het advies van de VNG is om de door het rijk ingeboekte bezuiniging op de huishoudelijke hulp via een stelpost teniet te doen onder de titel ‘Afschaffing huishoudelijke hulp’. Mogelijk gaan de toezichthouders deze stelpost toestaan, maar dit moeten zij bestuurlijk nog accorderen. Wij stellen voor een dergelijke stelpost op te nemen en deze verlaging van de algemene uitkering te neutraliseren. Conclusie Voor 2026 stijgt de algemene uitkering, maar doordat er middelen gealloceerd worden (zie tabel 2) is er per saldo een negatief effect op het begrotingssaldo. Voor 2027-2030 is het effect op het begrotingssaldo wel positief. Verwerking financiële effecten De financiële effecten van de meicirculaire 2026 voor het begrotingsjaar 2026 en verder worden verwerkt in de 7e begrotingswijziging 2026. Het saldo 2027-2030 is het startpunt van de Begroting 2027-2030. Invloed kaders op keuzeruimte Het college stelt de raad voor de financiële effecten van de meicirculaire 2026 via een begrotingswijziging te verwerken. Door het college overwogen alternatieven Zie toelichting op het voorstel. Regionale samenwerking en couleur locale Niet van toepassing.

Risico’s Niet van toepassing. Financiën Naar aanleiding van de informatie uit de meicirculaire 2026 ontvangen wij in alle begrotingsjaren m.u.v. 2029 meer algemene uitkering (bruto-effect). Voorgesteld wordt om een aantal zaken te alloceren aan het doel waar de toevoeging op is gebaseerd. Het netto-effect heeft voor 2026 en 2029 een negatief effect op het begrotingssaldo en voor 2027, 2028 en 2030 een positief effect op het begrotingssaldo (zie tabel 3). Participatie Niet van toepassing. Communicatie Niet aan de orde. Uitvoering Niet van toepassing.

D/2026/804894

4

Bijlagen Bijlage I Toelichting op de te alloceren middelen (lasten) / (taak)mutaties. Bijlage II Inzicht mutaties algemene uitkering meicirculaire 2026. Meicirculaire 2026 van het ministerie van BZK d.d. 29 mei 2026 (D/2026/804889). VNG Begrotingsadvies 2027-2030 (D/2026/804893) Heemskerk, 16 juni 2026 Burgemeester en wethouders van Heemskerk, de secretaris, de burgemeester,

D/2026/804894

5

BIJLAGE I Toelichting op de te alloceren middelen (lasten) / (taak)mutaties Te alloceren middelen (bedragen x € 1.000) 1. Maatstaf Leerlingen (V)SO 2. Alleenverdienersproblematiek 3. IBO Problematische schulden 4. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp 5. Re-integratie gericht op jongeren 6. Ondersteuning lokale politieke partijen 7. Kinderopvang pleegouders Totaal gealloceerde middelen

2026 -61 -48 -41 -36 -23 -12 -23 -243

2027

2028

2029

2030

-61

-61

-61

-61

-23

-23

-23

-29

-23 -107

-84

-84

-90

Bij de gemeente Heemskerk wordt intern de beleidsregel gehanteerd ‘geld volgt beleid’. De niet voor beleid beschikbaar gestelde middelen komen ten gunste van de algemene middelen wat leidt tot een saldoverbetering. Voor een aantal mutaties is het wenselijk al middelen op te nemen in een stelpost taakmutaties meicirculaire. Dit omdat het middelen voor het uitvoeren van een wettelijke taak betreft waarop zeer waarschijnlijk een beroep wordt gedaan. Niet op voorhand alloceren zou een vertekend beeld geven van de financiële positie. De items worden hieronder toegelicht met de tekst opgenomen in de meicirculaire. 1. Maatstaf Leerlingen VSO Door de maatstaf Leerlingen (V)SO ontvangen we iets meer algemene uitkering, maar door afspraken met het onderwijsveld leidt dit ook tot meer kosten. 2. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is in totaal € 33,5 miljoen beschikbaar. Voor de alleenverdienersproblematiek in 2026 is een bijdrage van € 27,5 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 6 miljoen voor 2024.

Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienerhuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Een nadere toelichting op de budgetten staat op rijksoverheid.nl. Alleenverdienersproblematiek 2023 & 2024 (aanvulling voor 2024) Gemeenten kunnen huishoudens die in 2023 of 2024 getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Een aantal gemeenten ontvangt nog een aanvulling voor het jaar 2024. In de septembercirculaire D/2026/804894

6

2024 was het totaalbudget € 22,6 miljoen. Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die op basis van de definitieve inkomensgegevens meer alleenverdienerhuishoudens blijken te hebben gehad, ontvangen voor het betreffende jaar een aanvullend budget. In de meicirculaire 2025 werd € 2,1 miljoen aanvullend toegekend voor 2023. In deze meicirculaire wordt in totaal € 6 miljoen aanvullend toegekend voor 2024. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 € 44.506 plus € 3.000. Totaal € 47.506. 3. IBO Problematische schulden Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. In 2026 wordt beoogd bestuurlijke afspraken te tekenen tussen alle branches van vastelastenpartners, Divosa, Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) en de VNG en het ministerie van SZW. Deze afspraken volgen op de positieve wetsevaluatie van vroegsignalering in 2025 en hebben tot doel om de vroegsignalering van schuldenproblematiek een impuls te geven. Partijen voeren tot en met 2029 verbetermaatregelen door met als doel om het bereik van de doelgroep te verdubbelen en de ongewenste uitval van de deelnemende doelgroep te halveren. Vanuit het ministerie van SZW wordt voor 2026 een bijdrage van € 21,3 miljoen beschikbaar gesteld.

De middelen worden verdeeld op basis van de maatstaven van het cluster Participatie van de algemene uitkering. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 een bedrag van € 40.886. 4. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren. Om gemeenten te helpen, hebben het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten. In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. In 2026 is hiervoor € 19,7 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de verdeling van de middelen is het percentage energiearmoede per gemeente (zoals ook aangehouden bij de SPUK Energiearmoede) gehanteerd. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 een bedrag van € 35.770. 5. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar.

In totaal gaat het om € 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. De eerste twee hierna genoemde onderwerpen zijn in het kader van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk (zie ook SZW gemeentenieuws). Middelen voor individuele gemeenten voor de uitvoering van artikel 7a in de Participatiewet. Individuele gemeenten ontvangen vanaf 2026 in totaal € 9,9 miljoen extra voor het ondersteunen van jongeren bij of gericht op arbeidsinschakeling. Dit is een aanvulling op het bestaande reintegratiebudget. De verdeling van de middelen is op basis van de gemiddelde risicoscore Voortijdige D/2026/804894

7

schoolverlaten (vsv) 2021 en 2022 (50%) en het gemiddelde aantal gediplomeerde Mbo’ers (entree en BOL niveau 2) (50%). In afstemming met de VNG wordt deze verdeling vastgezet tot en met 2029. Middelen voor de coördinerende rol van de centrumgemeente van de arbeidsmarktregio, zoals vastgelegd in artikel 7a in de Participatiewet. Centrumgemeenten ontvangen in totaal € 2,6 miljoen voor hun coördinerende rol op grond van artikel 7a van de Participatiewet. Elke centrumgemeente ontvangt een vast bedrag van € 75.000. Middelen voor centrumgemeenten voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door UWV zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Per 2027 komen extra financiële middelen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Bij deze jongeren is vastgesteld dat zij op dit moment geen arbeidsvermogen hebben, maar niet zeker is dat dit arbeidsvermogen ook duurzaam ontbreekt. Het kabinet heeft vanaf 2027 een bedrag van € 4,2 miljoen oplopend tot structureel € 29,3 miljoen (vanaf 2033) beschikbaar gesteld voor re-integratiedienstverlening. De middelen worden aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s toegekend.

Deze middelen worden verdeeld op basis van de maatstaven van het cluster Participatie van de algemene uitkering. Meer informatie is te vinden in het SZW gemeentenieuws. Het effect voor Heemskerk is in 2025 tot en met 2029 een bedrag van € 23.150. En in 2030-2031 een bedrag van € 28.938. 6. Ondersteuning lokale politieke partijen Op de huidige begroting van het ministerie van BZK is € 8,2 miljoen in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren. De leden Clemminck – Tijs van der Brink hebben een amendement op de Ontwerpbegroting 2026 ingediend aangaande ondersteuning lokale politieke partijen. Dit amendement betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van € 5,5 miljoen in 2026. Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het totaal aantal zetels in de gemeenteraad maal het bedrag per zetel. Het bedrag per zetel is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente.

Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 een bedrag van € 12.200. Dit is € 488 per raadszetel. Ondersteuning lokale politieke partijen, er wordt een nadere uitwerking toegevoegd van de wijze waarop de beschikbare middelen kunnen worden verdeeld. Dit sluit aan bij de strekking van de motie (Van de leden Tijs van den Brink en Boelsma-Hoekstra over subsidiering voor decentrale politieke partijen mogelijk maken) en vindt plaats in het kader van de Wet ondersteuning lokale politieke partijen. Ten behoeve van de praktische uitvoering zal te zijner tijd een afzonderlijk voorstel worden uitgewerkt. 7. Kinderopvang pleegouders Bij de Voorjaarsnota 2025 is door de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Deze bijdrage is bedoeld voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) D/2026/804894

8

kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Bij de decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig € 10,7 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Besloten is voor 2026 en 2027 deze middelen ook toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd op basis van de maatstaf jongeren. Gemeenten en pleegzorgaanbieders spreken met elkaar af hoe pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage. Het effect voor Heemskerk is in 2026 en 2027 zo’n € 22.900.

Voor de overige (taak)mutaties in het gemeentefonds (zie bijlage II) worden geen middelen gealloceerd.

D/2026/804894

9

BIJLAGE II Inzicht mutaties algemene uitkering meicirculaire 2026 Bedragen x € 1.000) Uitkeringsfactor, algemeen 1 Afrekening ruimte onder BCF-plafond

2026

2027

2028

2029

2030

-430

2 Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis, WOZwaardenmutaties, maatstaf ozb, WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven en hoeveelheidsverschillen

639

1.701

1.255

1.994

2.709

Subtotaal:

209

1.701

1.255

1.994

2.709

Taakmutaties: 3 Uitstel invoering inkomensafhankelijke bijdrage Wmo

472

4 Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet (CA 44)

-2.798 -2.796

5 Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo (CA 44) 6 Kinderopvang pleegouders

23

835

-19

-19

23

7 Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg

-116

8 Weeffout jeugdzorg

-20

-19

-19

9 Ketensystemen jeugd

-1

-1

-1

10 Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders 11 Wet op de lijkbezorging

1

12 Wet handhaving sociale zekerheid Subtotaal: IU/DU/SU 13 DU Alleenverdienersproblematiek

835

-7

7

12 -109

3 484

3 3 3 -17 -1.978 -1.977

23

23

23

29 4

48

14 DU IBO Problematische schulden 15 DU Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp

41

16 DU Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren 17 DU Ondersteuning lokale politieke partijen

23

18 DU Overheidsbrede Dienstverlening 19 DU Wet betaalbare huur

4

4

4

4

1

1

1

1

8

8

8

8

0 165

0 1.372

0 36

0 35

0 40

120 120

114 114

121 121

60 60

58 58

-335

-335

-335

-335

-335

-1.318

13

13

13

-335 -1.652 50 2.019

-321 1.074

-321 -262

-321 510

36 12

20 DU Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) 21 DU Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 22 DU Armoedebestrijding kinderen 23 DU Voorschoolse voorziening peuters Subtotaal: 3 D's in het sociaal domein 24 Participatie (IU) Subtotaal: Stelposten: 25 Stelpost ruimte onder BCF-plafond 26 Stelpost CDOKE Subtotaal: Mutaties algemene uitkering

D/2026/804894

1.331 5

10

Toelichting op de meicirculaire 2026 per regel Uitkeringsfactor, algemeen Ad 1. Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2025 (definitief) Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een inschatting gemaakt van de declaraties door gemeenten bij het BTW Compensatie Fonds (BCF). De ruimte onder het plafond voor gemeenten was bij de septembercirculaire voor 2025 geraamd op € 428 miljoen. Dit was € 96 miljoen hoger dan geraamd bij de meicirculaire 2025. Bij de ontvangen meicirculaire 2026 is de definitieve ruimte onder het plafond voor gemeenten voor 2025 vastgesteld op € 215 miljoen. M.a.w. € 213 miljoen minder. De afrekening 2025 betekent voor Heemskerk in 2026 een afname van € 430.000. De stelpost (zie Ad. 25) wordt voor het jaar 2026 e.v. in verband met deze definitieve afrekening 2025 ook verlaagd. Bij de septembercirculaire 2026 volgt de voorlopige afrekening van het jaar 2026. Ad 2. Uitkeringsfactor, ontwikkeling uitkeringsbasis, WOZ-waarden mutaties, maatstaf ozb: WOZwaardering en aanpassing rekentarieven en hoeveelheidsverschillen Ontwikkeling uitkeringsbasis Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort.

In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt (of daalt), zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen (of stijgen). Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudige oplossing, namelijk een daling (of stijging) van de uitkeringsfactor. Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven In de meicirculaire 2026 is de jaarlijkse aanpassing van de rekentarieven voor het jaar 2027 doorgevoerd. Omdat de WOZ-waarden jaarlijks fluctueren door marktontwikkelingen, worden de rekentarieven landelijk aangepast om deze schommelingen te neutraliseren. Alleen inflatie (prijsindex Nationale Bestedingen, pNB) leidt tot groei van de maatstaf. De marktontwikkeling tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 6,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2,75%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 3%. Hoeveelheidsverschillen Bovenstaande ‘ontwikkeling uitkeringsbasis’ is gebaseerd op de landelijke aantallen. Op gemeentelijk niveau kan/zal de ontwikkeling afwijken. De maatstafgewichten worden continu geactualiseerd. Met name het Centraal Bureau voor de Statistiek (het CBS) speelt hier een rol in.

Van een aantal maatstaven kunnen we zelf een inschatting maken van de aanpassing (bijv. aantal inwoners, aantal woonruimten). Maar van een groot aantal maatstaven is dit niet mogelijk en ‘overkomt’ de actualisatie ons. Bijvoorbeeld maatstaven met betrekking tot de centrumfunctie, omgevingsadressendichtheid, onderwijsachterstand, inwoners met laag opleidingsniveau met drempel, inwoners met migratieachtergrond en huishoudens met laag inkomen boven drempel. Naast het feit dat de maatstaven snel kunnen veranderen, is de financiële impact van een mutatie in het aantal bij een aantal van deze maatstaven – door het gewicht – groot. Met name de actualisatie van de maatstaf huishoudens met laag inkomen boven drempel, heeft gezorgd voor een afname van de algemene uitkering. D/2026/804894

11

Door de maatstaf Leerlingen (V)SO ontvangen we iets meer algemene uitkering, maar door afspraken met het onderwijsveld leidt dit ook tot meer kosten (zie ook item 1 bij de te alloceren items). Actualisatie uitkeringsfactor i.v.m. Loon-prijsontwikkeling (LPO) Het LPO accres wordt gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2026 (+0,41%), 2028 (+0,25%) en 2029 (+0,24%) zijn de ramingen voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Voor de jaren 2027 en 2029 zijn de bijstellingen beperkt. Het totale effect van deze onderdelen is positief en loopt op van € 639.000 in 2026 tot € 2.709.000. De belangrijkste oorzaak is het feit dat wij meer compensatie ontvangen voor de gestegen kosten dan waar wij oorspronkelijk rekening mee hebben gehouden. Taakmutaties Ad. 3. Uitstel invoering Inkomensafhankelijke bijdrage Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, nu blijkt dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd.

Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2027 een bedrag van € 225 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds. Aangezien de besparing van € 225 miljoen al was ingeboekt, is er over deze middelen geen accres opgebouwd. Derhalve wordt het accres incidenteel bijgesteld met € 40,7 miljoen in 2027. Het bedrag van € 225 miljoen wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2027 zo’n € 471.900. Ad. 4. Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet (CA 44) Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Als gevolg hiervan hebben gemeenten jaarlijks minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan van jaarlijks € 1,4 miljard vanaf 2029. De bijbehorende middelen worden onttrokken aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo Het effect Heemskerk is structureel m.i.v. 2029 een bedrag van -/- € 2.798.000. Ad. 5. Vangnetregeling Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet (CA 44) Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen betalen, blijft de gemeente daarin voorzien.

Daartoe wordt vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo Het effect Heemskerk is structureel m.i.v. 2029 een bedrag van € 835.300. Ad. 6. Kinderopvang pleegouders Bij de Voorjaarsnota 2025 is door de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Deze bijdrage is bedoeld voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een D/2026/804894

12

eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Bij de decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig € 10,7 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Besloten is voor 2026 en 2027 deze middelen ook toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd op basis van de maatstaf jongeren. Gemeenten en pleegzorgaanbieders spreken met elkaar af hoe pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage. Het effect voor Heemskerk is in 2026 en 2027 zo’n € 22.900. Ad. 7. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Op 16 juni 2025 is de SPUK “Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf” verlengd voor de zorgkosten over de jaren 2024 en 2025, met een aanpassing die op 24 november 2025 is gepubliceerd. Ten behoeve van deze regeling is in 2026 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), afkomstig uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. In het derde kwartaal van 2026 zal de beoordeling van de aanvragen plaatsvinden. Na beoordeling van de aanvragen over de jaren 2024 en 2025 zal het eventuele restant terugvloeien naar de algemene uitkering van het gemeentefonds.

De middelen worden onttrokken aan het cluster individuele voorzieningen Jeugd. Het effect voor Heemskerk is in 2026 een bedrag van -/- € 116.300. Ad. 8. Weeffout jeugdzorg Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-2015 is vastgelegd dat er € 90 miljoen van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds € 10 miljoen structureel teveel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2025 is aangekondigd dat deze ‘weeffout’ bij de eerstvolgende budgettaire gelegenheid meerjarig zal worden hersteld. In de decembercirculaire 2025 is € 10 miljoen voor 2025 overgeheveld naar het provinciefonds. In deze meicirculaire wordt, zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2025, de structurele doorwerking vanaf 2026 verwerkt. De middelen worden onttrokken aan het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. Het effect voor Heemskerk is structureel vanaf 2026 een bedrag van -/- € 19.700. Ad. 9.

Ketensystemen jeugd In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen Middenvelder, Collectieve Opdracht Routeer Voorziening (CORV) en Intelligente Formulieren Module (IFM)/Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ)). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen van € 950.000 is verhoogd met € 258.000 in verband met prijsbijstelling. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten in de jaren 2026 tot en met 2028 jaarlijks € 652.000 meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen. Voor 2026 tot en met 2028 komt de totale bijdrage daarmee op € 1,9 miljoen per jaar (was € 1,7 D/2026/804894

13

miljoen voor de jaren 2024 en 2025). De middelen worden onttrokken aan het cluster individuele voorzieningen Jeugd. Voor de volgende 3-jaarsperiode vanaf 2029 zal te zijner tijd opnieuw worden bezien of de verdeelsleutel moet worden herijkt. Het effect voor Heemskerk is in 2026, 2027 en 2028 een bedrag van -/- € 1.200. Ad. 10. Basisregistratie Personen (BRP); centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat. Vanwege een wijziging van het aantal inschrijvingen en kosten ten opzichte van de startsituatie wordt er in 2026 een bedrag van € 265.000 ten laste van de decentralisatieuitkering toegevoegd aan de algemene uitkering. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Het effect voor Heemskerk is in 2026 een bedrag van € 700. Ad. 11. Wet op de lijkbezorging De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) was voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is destijds vanaf 2026 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. De modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is vertraagd.

De beoogde invoering van het wetvoorstel Wet bestemming lichaam van overledenen (Wblo) is nu voorzien op 1 januari 2028 en het bijbehorende implementatietraject is verschoven van 2026 naar 2027. Hierdoor schuiven de in 2026 gereserveerde middelen voor implementatie door naar 2027. Het gaat om een bedrag van € 3,2 miljoen. Uitname en toevoeging van de middelen wordt gedaan via het cluster Bestuur en ondersteuning. Het effect voor Heemskerk is in 2026 -/- € 7.200 en in 2027 + € 6.600. Ad. 12. Wet handhaving sociale zekerheid Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid treedt per 1 januari 2027 in werking. De uitvoeringsconsequenties voor gemeenten zijn inzichtelijk gemaakt met twee artikel 2-onderzoeken. Het ene onderzoek richtte zich op nieuwe of gewijzigde taken in het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid en onderliggende besluiten. Het andere onderzoek richtte zich specifiek op wijzigingen voor het (tussentijdse) maatregelenbesluit. Mede op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken ontvangen gemeenten een bijdrage in de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid. Het betreft een incidentele bijdrage voor 2026 van € 6,6 miljoen en een structurele jaarlijkse bijdrage van € 1,8 miljoen vanaf 2027. De middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie.

Het effect voor Heemskerk is in 2026 € 11.600 en structureel vanaf 2027 een bedrag van € 3.100. Integratie- en Decentralisatie uitkeringen Ad. 13. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is in totaal € 33,5 miljoen beschikbaar. Voor de alleenverdienersproblematiek in 2026 is een bijdrage van € 27,5 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 6 miljoen voor 2024. D/2026/804894

14

Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienerhuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Een nadere toelichting op de budgetten staat op rijksoverheid.nl. Alleenverdienersproblematiek 2023 & 2024 (aanvulling voor 2024) Gemeenten kunnen huishoudens die in 2023 of 2024 getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatieuitkering maakt dit mogelijk. Een aantal gemeenten ontvangt nog een aanvulling voor het jaar 2024. In de septembercirculaire 2024 was het totaalbudget € 22,6 miljoen.

Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die op basis van de definitieve inkomensgegevens meer alleenverdienerhuishoudens blijken te hebben gehad, ontvangen voor het betreffende jaar een aanvullend budget. In de meicirculaire 2025 werd € 2,1 miljoen aanvullend toegekend voor 2023. In deze meicirculaire wordt in totaal € 6 miljoen aanvullend toegekend voor 2024. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 € 44.506 plus € 3.000. Totaal € 47.506. Ad. 14. IBO Problematische schulden Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. In 2026 wordt beoogd bestuurlijke afspraken te tekenen tussen alle branches van vastelastenpartners, Divosa, Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) en de VNG en het ministerie van SZW. Deze afspraken volgen op de positieve wetsevaluatie van vroegsignalering in 2025 en hebben tot doel om de vroegsignalering van schuldenproblematiek een impuls te geven. Partijen voeren tot en met 2029 verbetermaatregelen door met als doel om het bereik van de doelgroep te verdubbelen en de ongewenste uitval van de deelnemende doelgroep te halveren. Vanuit het ministerie van SZW wordt voor 2026 een bijdrage van € 21,3 miljoen beschikbaar gesteld.

De middelen worden verdeeld op basis van de maatstaven van het cluster Participatie van de algemene uitkering. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 een bedrag van € 40.886. Ad. 15. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren. Om gemeenten te helpen, hebben het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten. In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. D/2026/804894

15

In 2026 is hiervoor € 19,7 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de verdeling van de middelen is het percentage energiearmoede per gemeente (zoals ook aangehouden bij de SPUK Energiearmoede) gehanteerd. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 een bedrag van € 35.770. Ad. 16. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om € 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. De eerste twee hierna genoemde onderwerpen zijn in het kader van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk (zie ook SZW gemeentenieuws). Middelen voor individuele gemeenten voor de uitvoering van artikel 7a in de Participatiewet. Individuele gemeenten ontvangen vanaf 2026 in totaal € 9,9 miljoen extra voor het ondersteunen van jongeren bij of gericht op arbeidsinschakeling. Dit is een aanvulling op het bestaande reintegratiebudget. De verdeling van de middelen is op basis van de gemiddelde risicoscore Voortijdige schoolverlaten (vsv) 2021 en 2022 (50%) en het gemiddelde aantal gediplomeerde Mbo’ers (entree en BOL niveau 2) (50%). In afstemming met de VNG wordt deze verdeling vastgezet tot en met 2029. Middelen voor de coördinerende rol van de centrumgemeente van de arbeidsmarktregio, zoals vastgelegd in artikel 7a in de Participatiewet.

Centrumgemeenten ontvangen in totaal € 2,6 miljoen voor hun coördinerende rol op grond van artikel 7a van de Participatiewet. Elke centrumgemeente ontvangt een vast bedrag van € 75.000. Middelen voor centrumgemeenten voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door UWV zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Per 2027 komen extra financiële middelen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Bij deze jongeren is vastgesteld dat zij op dit moment geen arbeidsvermogen hebben, maar niet zeker is dat dit arbeidsvermogen ook duurzaam ontbreekt. Het kabinet heeft vanaf 2027 een bedrag van € 4,2 miljoen oplopend tot structureel € 29,3 miljoen (vanaf 2033) beschikbaar gesteld voor re-integratiedienstverlening. De middelen worden aan de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s toegekend. Deze middelen worden verdeeld op basis van de maatstaven van het cluster Participatie van de algemene uitkering. Meer informatie is te vinden in het SZW gemeentenieuws. Het effect voor Heemskerk is in 2025 tot en met 2029 een bedrag van € 23.150. En in 2030-2031 een bedrag van € 28.938. Ad. 17.

Ondersteuning lokale politieke partijen Op de huidige begroting van het ministerie van BZK is € 8,2 miljoen in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren. De leden Clemminck – Tijs van der Brink hebben een amendement op de Ontwerpbegroting 2026 ingediend aangaande ondersteuning lokale politieke partijen. Dit amendement betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van € 5,5 miljoen in 2026. Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad D/2026/804894

16

te ondersteunen. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het totaal aantal zetels in de gemeenteraad maal het bedrag per zetel. Het bedrag per zetel is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2026 een bedrag van € 12.200. Dit is € 488 per raadszetel. Ad. 18. Overheidsbrede Dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) is vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatieuitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Op 3 juli 2025 is de gewijzigde motie van het lid Kathmann over structureel extra middelen voor gemeenten voor de uitvoering van de Informatiepunten Digitale Overheid aangenomen. Het kabinet heeft naar aanleiding van deze motie destijds toegezegd om de eerder doorgevoerde 10% budgetkorting te compenseren. Daartoe wordt vanaf 2026 structureel jaarlijks € 1,7 miljoen toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Het effect voor Heemskerk is m.i.v. 2026 een bedrag van € 3.813. (was € 34.314, wordt € 38.127). Ad. 19.

Wet betaalbare huur De Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten, stelt een maximum aan de jaarlijkse huurverhogingen voor geliberaliseerde huurovereenkomsten. Gemeenten hebben sinds 1 juli 2024 handhavende bevoegdheden ten aanzien van verhuurders die zich niet aan deze maximering houden. De Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde huurovereenkomsten loopt tot 1 mei 2029. In 2024 en 2025 zijn er middelen uitgekeerd voor de implementatie van de wet en de daaruit volgende toezicht- en handhavingskosten, specifiek voor de jaren 2024 en 2025. In deze circulaire wordt een bijdrage verwerkt van in totaal € 3,4 miljoen voor de jaren 2026 tot en met 2029. Het gaat om een bedrag van € 1 miljoen in 2026, een bedrag van € 960.000 in 2027, een bedrag van € 1 miljoen in 2028 en een bedrag van € 416.000 in 2029. De verdeling van dit budget vindt plaats op basis van de verdeelsleutel van de Wet betaalbare huur. Het effect voor Heemskerk: Decentralisatie-uitkering Betaalbare huur

2026

2027

2028

2029

2030

sep-25 29.054 16.015 12.784 11.254 11.254 mei-26 30.444 17.350 14.174 11.832 11.254 verschil 1.390 1.335 1.390 578 0 Ad. 20. CDOKE Voor 2027 is € 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 583 miljoen verdeeld door middel van een verdeelsleutel die op verzoek van de VNG is opgesteld door Andersson Elffers Felix (AEF). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Dezelfde verdeelsleutel is ook voor 2026 toegepast. Op voorstel van de VNG, in samenwerking met de RVO, wordt € 85,9 miljoen van het totaalbudget toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissiezone. Een onderdeel van de algemene uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid zijn middelen voor de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). D/2026/804894

17

Sinds 2019 werken de G4-gemeenten gezamenlijk aan de uitrol van laadinfrastructuur voor alle modaliteiten. De gemeente Utrecht ontvangt € 1,9 miljoen van het totaalbudget ten behoeve van de NAL-regio G4. Met deze middelen wordt de NAL-regio G4 in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om een landelijk dekkend laadnetwerk voor alle modaliteiten te realiseren. Het effect voor Heemskerk; incidenteel in 2027 € 1.331.139. De stelpost die was opgenomen (€ 1.317.700) zal worden afgeraamd (zie Ad. 26). Ad. 21. Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Gemeenten krijgen in 2027 (net als in 2024, 2025 en 2026) middelen om méér aan preventie te kunnen doen. Hiervoor is in 2027 in totaal € 2,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag per inwoner van € 0,14. Het effect voor Heemskerk; wij houden structureel rekening met het laatst bekende bedrag (2026 € 5.497). Het bedrag 2027 is € 5.456. Derhalve is het effect -/- € 41 (structureel m.i.v. 2027). Ad. 22.

Armoedebestrijding kinderen In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. De verdeling over de gemeenten voor 2027 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2023 . Het effect voor Heemskerk is structureel vanaf 2026 een vermeerdering van € 7.507. Het was € 196.356 en het wordt € 203.863. Ad. 23. Voorschoolse voorzieningen peuters De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2026 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2025 (in de gemeentelijke indeling van 2026). Het effect voor Heemskerk is structureel vanaf 2026 -/- € 3. Het was € 58.793 en wordt € 58.790. Ad. 24. Participatie (IU) Loon- prijsbijstelling 2026 De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loonen prijsbijstelling 2026 (€ 84,1 miljoen in 2026, aflopend naar € 68,1 miljoen in 2031).

Daarnaast wijzigt de budgetverdeling voor de rijksbijdrage beschut werk als gevolg van een nieuwe verdeelsleutel. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor de jaren 2026 tot en met 2031 zijn als volgt: Integratie-uitkering Participatie

2026

2027

2028

2029

2030

sep-25 4.592.847 4.349.107 4.110.282 3.948.227 3.778.991 mei-26 4.712.914 4.463.555 4.231.570 4.008.202 3.836.858 verschil 120.067 114.448 121.288 59.976 57.867 D/2026/804894

18

De onderverdeling van het Participatiebudget (stand meicirculaire 2026) is: 2026 2027 2028 2029 Integratie-uitkering Participatie

2030

WSW 4.260.176 3.959.663 3.772.357 3.502.648 3.297.526 Beschut Werk 412.954 461.084 413.630 456.966 487.467 Soc. Infrastructuur 39.783 42.807 45.583 48.589 51.865 Totaal 4.712.914 4.463.555 4.231.570 4.008.202 3.836.858 Ad. 25. Stelpost ruimte onder BCF-plafond De provinciaal toezichthouder gaat akkoord met een raming die maximaal gebaseerd is op de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond. Dit betreft de extra ruimte onder het BCF-plafond van het jaar 2025 te weten € 215 miljoen (zie item 1). De huidige stelpost is gebaseerd op ruimte van het jaar 2024, te weten € 332 miljoen en omdat de bedragen de afgelopen jaren neerwaarts werden bijgesteld op 80% van dit laatst bekende bedrag. De nieuwe stelpost op basis van deze aannames bedraagt € 342.160. Dit was € 676.771. Een afname van € 335.000. Ad. 26. Stelpost CDOKE Voor de CDOKE middelen na 2026 is een stelpost opgenomen (€ 1.317.700). In de meicirculaire 2026 is aangegeven dat het bedrag 2027 € 1.331.139 gaat worden (zie ook Ad. 20). De stelpost 2027 komt daarmee te vervallen. De stelpost 2028-2030 wordt met € 13.439 verhoogd naar het niveau van het in 2027 beschikbaar gestelde bedrag.

D/2026/804894

19

Items met betrekking tot het jaar 2031: Naast de hiervoor toegelichte zaken staan er in deze meicirculaire 2026 ook zaken voor het jaar 2031. Een jaar dat pas bij de Begroting 2028 als meerjaren-jaar naar voren gaat komen. Voor de volledigheid worden de effecten hiervan hieronder toegelicht. 1. Indexatie Wmo demografie 2026 In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 375 miljoen. Bij de Voorjaarsnota 2026 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2031 aan de reeks toegevoegd. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Wmo. Het effect voor Heemskerk is € 158.825 in 2031. 2. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2031. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2031 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet.

Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2031 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. Het effect voor Heemskerk is incidenteel in 2031 een bedrag van € 2.464. 3. Correctie extrapolatie Participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van SZW, afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is met ingang van 2023 uitgevoerd.

Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2031 leidt dit tot een correctie van € 8,3 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. Het effect voor Heemskerk is structureel vanaf 2031 een bedrag van € 14.255.

D/2026/804894

20

De raad van de gemeente Heemskerk besluit; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 juni 2026;

besluit: 1. De financiële effecten van de meicirculaire 2026 vast te stellen en te verwerken via de 7e wijziging van de begroting 2026; 2. Een stelpost in 2029 en verder op te nemen ter compensatie van het negatieve effect van de uitname uit het gemeentefonds i.v.m. de huishoudelijke hulp met vangnet; Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Heemskerk in zijn openbare vergadering van 30 juni 2026

de raad voornoemd, M.J. Oostveen plaatsvervangend griffier,

D/2026/804894

A.H.J.J. Luijten de voorzitter,

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17095624/1