Raadsmemo Uitwerking Rekenkameronderzoek Duurzaamheid in de fysieke sector april 2026
Tekst van het document
aan: datum: onderwerp:
de raad 31 maart 2026 Uitwerking aanbevelingen rekenkameronderzoek ‘duurzaamheid in de fysieke sector’ april 2026 van: het college openbaar: ja registratienr.: D/2026/789059 aantal bijlage(n): 0
Aan de raad, Inleiding In 2023 en 2024 heeft de Rekenkamer Heemskerk een onderzoek uitgevoerd naar het beleid en de uitvoering van de gemeente Heemskerk met betrekking tot duurzaamheid in de fysieke sector. De Rekenkamer heeft met dit onderzoek inzichtelijk willen maken hoe doeltreffend en doelmatig de aanpak van de gemeente is. Binnen dit onderzoek is gekeken naar het beleid en de uitvoering van klimaatadaptatie, circulaire economie en de energie- en warmtetransitie. In het definitieve rapport, uitgevoerd door Partners en Pröpper, zijn de volgende vier aanbevelingen opgenomen: - Aanbeveling 1 Bespreek de definitieve versie (100%-versie) van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie in de raad met het doel om dat programma vast te stellen en daarbij na te gaan of alle conclusies van de commissie MMW op adequate wijze zijn verwerkt. - Aanbeveling 2 Verzoek het college om in het Uitvoeringsprogramma de regie van de gemeente nader te preciseren met oog op risico's en risicobeheersing. Dat vraagt dat alle onderdelen uit de A3-handreiking worden ingevuld met voldoende personeel en met voldoende kwaliteit. - Aanbeveling 3 Verzoek het college om bij derden de gegevens te verzamelen over de realisatie van de doelen die zijn gesteld op het terrein van de circulaire economie, opdat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om de realisatie van die doelen te monitoren.
- Aanbeveling 4 Gebruik de Handreiking beoordeling programmaplan energietransitie die als A3-document bij dit rapport is toegevoegd bij beoordeling van de eindversie van het programmaplan voor de energietransitie. Het definitieve rapport werd toegelicht door Partners en Pröppers en door u besproken in de commissie Ruimte, Wonen en Klimaat van 16 mei 2024. In de raadsvergadering van 30 mei 2024 zijn bovengenoemde aanbevelingen door u overgenomen (raadsbesluit D/2024/644251 Z0B7BDF2DB3). Daarnaast verzocht u het college om uitvoering te geven aan aanbevelingen 2 en 3 en de uitwerking van deze aanbevelingen voor te leggen aan de raad voor 1 april 2025. Dit is gedaan per raadsmemo op 26 maart 2025. Voor 2026 ligt dit verzoek opnieuw voor. Uitwerking aanbeveling 2 Verzoek het college om in het Uitvoeringsprogramma de regie van de gemeente nader te preciseren met oog op risico's en risicobeheersing. Dat vraagt dat alle onderdelen uit de A3-handreiking worden ingevuld met voldoende personeel en met voldoende kwaliteit.
pagina:
2 van 5
registratienr.:
D/2026/789059
De regie van de gemeenten De aanbevelingen uit het rapport van Partners en Pröpper zijn gebaseerd op de ‘70% versie van het Programma Energietransitie’. Deze versie werd op 17 januari 2024 besproken in de Commissie Mens Maatschappij en Welzijn. Het doel van deze commissiebespreking was om input vanuit de raad op te halen op dit concept Programma Energietransitie. Eén van de aanpassingen richting de 100% versie van het Programma Energietransitie betreft de toevoeging van de paragraaf ‘Visie en strategie’. In deze paragraaf wordt de regierol van de gemeente toegelicht. Het Programma Energietransitie onderscheidt vijf verschillende rollen als het gaat om de regie nemen: 1. De gemeente initieert (voorbeeld aanpak energiearmoede) 2. De gemeente werkt samen (voorbeeld onderzoek met partners haalbaarheid warmtenet) 3. De gemeente ondersteunt (voorbeeld inzet Duurzaam Bouwloket als energieloket) 4. De gemeente reguleert (voorbeeld handhaving op de label-C plicht voor kantoren) 5. De gemeente voert uit (voorbeeld CO2-reductieplan eigen organisatie) Aan dit gedeelte van aanbeveling 2 was in de raadsvergadering van 30 mei 2024 reeds voldaan. Daarnaast zijn wij op dit moment bezig om de regierol van de gemeente Heemskerk in de warmtetransitie vorm te geven, als onderdeel van het Warmteprogramma.
Risico’s In de raadsmemo (D/2024/636576) van 18 april 2024 waren de grootste risico’s die verbonden zijn aan een succesvolle energietransitie opgenomen, namelijk: Middelen Net als in april 2024 kent de energietransitie nog steeds veel tijdelijke middelen in vorm van specifieke uitkeringen (SPUK) en/of Decentrale Uitkeringen. Bij uitvoering van projecten dienen separate middelen aangevraagd te worden in de P&C-cyclus of via een apart raadsvoorstel. Dit kan een risico vormen, vanwege de financiële capaciteit van de gemeente voor de komende jaren (ombuigingen). Afhankelijkheid van stakeholders Daarnaast is de energietransitie een maatschappelijke opgave die iedereen raakt. De belangen van inwoners, maatschappelijke partners en andere stakeholders willen nog wel eens conflicteren. Van belang is om iedere stakeholder mee te krijgen in deze transitie. Dit risico is ongewijzigd ten opzichte van april 2024. Door de inzet van meer capaciteit zijn wij wel beter in staat om beter en vaker in gesprek te gaan met onze stakeholders. Veranderende geopolitieke verhoudingen Als laatste is de energietransitie beïnvloedbaar door veranderende geopolitieke verhoudingen, zoals de oorlog tussen Rusland en Oekraïne (februari 2022) en de oorlog in het Midden-Oosten (februari 2026).
Hier hebben wij geen invloed op, maar dit is wel van groot belang op bijvoorbeeld de marktprijs van energie en de behoefte om te verduurzamen. Ook dit risico is ongewijzigd ten opzichte van april 2024. Om deze reden voeren wij enerzijds een lobby op de grote energie-infrastructuurprojecten. Anderzijds zetten wij in op het onderzoeken naar de haalbaarheid van een (regionaal) warmtenet. Netcongestie De transitie naar een ander energiesysteem (van kolen, gas en olie, naar duurzame bronnen) zorgt voor elektrificatie. De huidige Nederlandse energie-infrastructuur is daar nog niet op berekend. Op sommige momenten kan het elektriciteitsnet de vraag of het aanbod niet aan en dan ontstaat er
pagina:
3 van 5
registratienr.:
D/2026/789059
netcongestie. Dit is een probleem dat in de komende jaren niet opgelost wordt vanuit de netbeheerder, ondanks de inzet die hier op wordt gepleegd. Een robuust elektriciteitsnet is een randvoorwaarde voor een geslaagde energietransitie. Een niet robuust elektriciteitsnet vormt een risico voor een geslaagde energietransitie. Afhankelijkheid van andere regio’s Om netcongestie op te lossen moet het elektriciteitsnet worden uitgebreid. Hiervoor moeten grote projecten gerealiseerd worden. Er wordt gewerkt aan een nieuwe bovengrondse 380 kV- hoogspanningsverbinding. Ook het midden- en laagspanningsnet moeten worden uitgebreid. Dit alles vraagt vele kilometers aan ondergrondse kabels, extra onderstations en honderden transformatorhuisjes in woonwijken. Hierbij hebben keuzes voor grootschalige energieprojecten in de ene regio altijd effect (op projecten) in een andere regio. Binnen de energietransitie zijn we daarom afhankelijk van andere regio’s. Landelijke politiek De landelijke politiek speelt een grote rol binnen de energietransitie. Landelijke wet- en regelgeving zijn medebepalend voor de activiteiten en maatregelen die wij gemeentelijk doorvoeren. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de specifieke uitkering (SPUK) Nationaal Isolatieprogramma. Gemeenten konden een subsidie aanvragen die we alleen maar mogen inzetten voor bepaalde doeleinden.
Het project was daarom grotendeels al uitgelijnd. Een ander voorbeeld was de wet- en regelgeving over de hybride warmtepomp. Er was wet- en regelgeving dat er vanaf 2026 enkel nog hybride warmtepompen mochten worden gekocht (in plaats van CV-ketels). Deze wet- en regelgeving is echter in 2024 teruggedraaid. Daarnaast zijn financieringsstromen vanuit de Rijksoverheid ook medebepalend. In het nieuwe Coalitieakkoord staat bijvoorbeeld benoemd dat het Rijk vol wil blijven inzetten op warmtenetten, om zo ook de netcongestie te verminderen. Het Rijk moet dan ook financieringsmogelijkheden aan onder andere gemeenten bieden. A3-handreiking invullen met voldoende personeel en kwaliteit De A3-handreiking was ontwikkeld voor de gemeenteraad om het Programma Energietransitie te kunnen toetsen. Het zou de gemeenteraad helpen het programmaplan Energietransitie te beoordelen op kwaliteit en draagt daarmee bij aan de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Door de CDOKE-subsidie van het Rijk hebben wij extra personeel kunnen aantrekken in het afgelopen jaar. Op dit moment werken wij met een team van circa 8 fte aan het Programma Energietransitie. Dit is onvoldoende personeel om uitvoering te geven aan alle projecten die moeten leiden tot een CO2reductie van 55% in 2030 ten opzichte van 1990.
Om de energie- en warmtetransitie tot een succes te maken hebben gemeenten meer middelen nodig afkomstig van het Rijk. Zowel voor de inzet van personeel, als projectmiddelen. Daarnaast is gekwalificeerd personeel lastig te vinden. Als kleine gemeente leggen we het soms af tegen het salarisaanbod van grote(re) gemeenten op eenzelfde soort functie. Uitwerking aanbeveling 3 Verzoek het college om bij derden de gegevens te verzamelen over de realisatie van de doelen die zijn gesteld op het terrein van de circulaire economie, opdat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om de realisatie van die doelen te monitoren. In de raadsmemo van (D/2024/636576) van 18 april 2024 is opgenomen dat de gemeente Heemskerk op dat moment geen structurele monitoring beschikbaar had van de grondstoffen- en productstromen
pagina:
4 van 5
registratienr.:
D/2026/789059
binnen haar gemeente. Wel was er al incidenteel onderzoek gedaan op de Houtwegen en de Trompet. GreenBiz IJmond biedt circulaire scans aan ondernemers aan. Tot op heden zijn er twee scans afgenomen door Heemskerkse ondernemers. In het licht van de ombuigingen zijn er momenteel ook geen middelen en capaciteit beschikbaar om bij derden gegevens te verzamelen op het terrein van circulaire economie. Het college blijft bij het standpunt dat zij geen prioriteit geeft aan het zelf verwerven van deze informatie, omdat dit buiten haar directe invloedssfeer ligt. De gemeentelijke organisatie houdt zich alleen bezig met afval en grondstoffen die door onze inwoners als huishoudelijk afval weggegooid worden. De uitwerking van aanbeveling 3 is in 2026 niet gewijzigd ten opzichte van 2025. Programma Energietransitie en Uitvoeringsplan bij Programma Energietransitie Een programma, zoals bedoeld onder de Omgevingswet, is volgens de wet een collegebevoegdheid. Omdat het onderwerp energietransitie relatief nieuw is en een complexe en maatschappelijke opgave betreft, wilde het college u als raad in staat stellen om het Programma Energietransitie vast te stellen. Het Programma Energietransitie heeft een looptijd van 2024 tot en met 2030, waarbij we in 2027 een evaluatie en eventuele herijking uitvoeren.
Vanwege beperkte capaciteit en middelen we kunnen we geen projecten opzetten voor alle doelgroepen, actielijn en opgaven zoals omschreven in het programma. Daarom maken we per kalenderjaar een Uitvoeringsplan Programma Energietransitie. Voor 2025 heeft het college het Uitvoeringsplan 2025 behorende bij het Programma Energietransitie vastgesteld. Het Rekenkameronderzoek sprak eerder over het Uitvoeringsprogramma Energietransitie. Hier moest eigenlijk worden gesproken over het Programma Energietransitie 2024-2030. Voor elk kalenderjaar volgt er een Uitvoeringsplan behorend tot het Programma Energietransitie. Wij kunnen ons voorstellen dat de verschillende termen voor verwarring zorgen. Het college spreek daarom over een Programma Energietransitie of een Uitvoeringsplan behorend bij het Programma Energietransitie. De term Uitvoeringsprogramma Energietransitie gebruikt het college niet. Planning Programma Energietransitie 2024-2030 2024 2025 2026 2027 2028 Programma Energietransitie 2024-2030 college + raad Beginjaar Evaluatie Programma Energietransiti e en eventueel herijking college + raad Uitvoerings- Uitvoerings- UitvoeringsUitvoeringsplan 2025 plan 2026 plan 2027 plan 2028 college college college college
2029
2030
Eindjaar
Uitvoerings -plan 2029 college
Uitvoeringsplan 2030 college
Vervolg U verzocht het college om aanbeveling 2 en aanbeveling 3 uit het Rekenkameronderzoek Duurzaamheid in de fysieke sector uit te werken. Jaarlijks levert het college de uitwerking op uiterlijk 1 april aan. De uitwerking van aanbeveling 3 is in 2026 ongewijzigd ten opzichte van 2025. Het college stelt voor om deze aanbeveling in de toekomst niet opnieuw uit te werken.
pagina:
5 van 5
registratienr.:
D/2026/789059
Wat betreft de uitwerking van aanbeveling 2 stelt het college voor om dit mee te nemen in het jaarlijkse Uitvoeringsplan Energietransitie. Het college stelt dit Uitvoeringsplan Energietransitie jaarlijks vast en stelt de raad vervolgens op de hoogte per raadsmemo. De uitwerking van aanbeveling 2 van het Rekenkameronderzoek Duurzaamheid in de fysieke sector neemt het college graag mee in dit raadsmemo.